Het boek waar ik nu aan werk, soms duurt zo´n schrijfproject langer dan je van tevoren kunt inschatten, vertelt het verhaal over mijn overstap van de luchtvaartsector waar ik een jaartje of 12-13 had rondgelopen naar die van de auto´s. Dat hield direct in dat je van b/to/b naar b/to/c ging, oftewel, van de zakelijke verkoop van service aan bedrijven naar directe verkoop aan particulieren. Ook dat heb ik een jaar of 13 gedaan. En met de merken die wij als dealer voerden in dat Amsterdamse garagebedrijf waar ik voor werkte kregen we heel wat klanten binnen die vielen in het hoofdstuk ‘bijzonder’. Ook al waren sommige heel aardig en leuk, er zaten er toch ook tussen die je liever kwijt dan rijk was. Dat zat soms in karakter, of de manier waarop mensen omgingen met ons als verkopers of onze werkplaatsmedewerkers. Tot de eerste categorie behoorde een zeer oude heer die zich ergens halverwege de jaren tachtig meldde voor een nieuwe telg uit ons gamma Tsjechische modellen. Ik vond het al een wonder dat de man nog liep, hij bleek later 91 jaar oud te zijn en was naar eigen zeggen ‘belangrijk geweest bij de organisatie van de World Press Photo tentoonstellingen’. Hij kwam van oorsprong uit Oostenrijk en had daardoor wel iets met de auto’s uit dat hedendaagse ‘zusterland’ Tsjecho-Slowakije, dat vroeger immers onderdeel was geweest van het Astro-Hongaarse Keizerrijk.
Het bleek een beminnelijk mens, al nam hij heel veel tijd in beslag. Zijn verhalen waren buitengewoon breed en wij hadden omwille van de tijd beschikbaar en de andere klanten die zich ook nog wel eens in onze showroom oriënteerden, een beperkt gevoel van geduld. Een deal sloot je normaal in 20-30 minuten was het credo. Dat ging bij de Heer L. niet lukken. Zijn vrouw, lieve oude dame, hemelde haar man uitgebreid op. Hoe belangrijk hij was geweest en hoeveel kilometers ervaring hij wel niet had. Nu was dat laatste meestal een reden om geen proefrit aan te bieden in het beoogde model, vaak was het juist die ‘uitgebreide ervaring’ die zorgde voor de meest stressvolle proefritten. Toch wilde meneer L wel even voelen hoe die ‘Sgoda’s’ reden. En dus werd er een demowagen voor de deur gezet en reed ik zelf even met de familie richting het Amsterdamse bos om daar in alle rust even wat rondjes te draaien. Dat beviel de man goed. Hij reed ronduit beroerd, de voet op de koppeling wilde maar niet omhoog komen en zijn gasvoet ging veel te zwaar omlaag. De arme demonstratieauto loeide en kreunde. Maar Meneer L en zijn vrouw waren overtuigd.
Dit was een leuke auto voor ze en toen we weer terugkwamen in de showroom kocht hij uiteindelijk een nieuwe auto in de kleur lever-beige die Skoda indertijd in het gamma had maar vrijwel niemand wilde hebben. Een paar weken later kwam de heer L zijn nieuwe vervoer ophalen. Weer werd het een langdurige toestand. Afleveringen werden door ons uitgebreid gedaan, we legden graag uit waar de verlichting zat, we schonken koffie en zetten er een bloemetje bij voor de partner. Nadat de oude auto was ingenomen, een echt half overleden Austin Allegro uit het jaar kruik, kwam het moment dat de heer L met al zijn rijervaring vertrok. Gillend zette de nieuwe Skoda zich in beweging. We roken buiten staand zowat de koppelingsplaten. Hielpen hem de uitrit van de altijd drukke weg waar langs we gevestigd waren, veilig te nemen. Zwaaiden nog even en stapten weer naar binnen. De volgende aflevering wachtte. Slechts een minuut later hoorden we de klap. ‘Nee he’ spotten we nog. Maar het bleek ja. De heer L had ergens halverwege de weg waar hij op was gereden, besloten om te keren. Nerveus, natuurlijk. Maar daar kon je niet keren. Toen hij het toch deed kon een busje dat aan kwam snellen hem niet meer ontwijken. En dat was einde oefening. De mensen kwamen er goed uit, de Skoda was zodanig beschadigd dat die niet meer gerepareerd kon worden. Voor de werkplaats was dat jammer, weer een klant minder erbij. Maar voor de heer L was ook net zo jammer. Zijn rijbewijs werd ingenomen. Hij mocht niet meer autorijden. Wij hebben hem nooit meer gezien. Bijzondere klanten, net wat ik zeg….

Het was ergens in 1975/6. Het bedrijf waar ik voor werkte was van de logistieke soort en wij hadden op Schiphol een aardig netwerk opgebouwd van buitenlandse agenten die ons vaak voorzagen van lading die via Schiphol door moest naar een of andere bestemming in de wereld. Maar wij haalden ook veel handel uit de olieboorindustrie en de aanverwante scheepvaartrederijen. Dat kon dus inhouden dat je bij dag en dauw onderdelen of andere zaken moest versturen die naar een boot moesten met pech of bijvoorbeeld naar de Beurs in Londen. We huurden daarvoor kleinere of grotere vliegtuigen in. Met wat zoeken en speuren kon je vaak wel een carrier vinden die met een of ander kistje dat spul van ons op stel en sprong kon vervoeren. Waren avontuurlijke dagen. Mijn job lag nu net in die chartering in die periode van mijn carriere. Op een dag kwam het verzoek om verwarmingspijpen op te komen halen in Rotterdam en die dan met de grootste haast af te voeren naar Las Palmas. Daar lag een tanker op de rede met een kapotte verwarmingsinstallatie en die pijpen dienden als reserveonderdelen. Maar maatvoering en gewicht maakten dat we die dingen niet even met een lijndienst konden vervoeren. De lokale luchtvaartmaatschappij was Iberia en die hadden daar DC-9’s in gebruik. Prachtige vliegtuigen, maar een laadruim van niks. Kortom, er moest gecharterd worden. Kwestie van rekenen.
Als je het toen normale luchtvrachttarief nam voor dit volume en gewicht en afzette tegen de kosten van een charterkist moest het kunnen. En die chartermachine zou er op tijd zijn. Nu nog even zoeken naar een bedrijf dat goedkoop zou kunnen vliegen en ook een toestel gereed had. Na veel zoeken bleek dat het op Schiphol-Oost gevestigde bedrijf Moormanair een DC-3 had staan die volgens hun (volkomen lege) planbord beschikbaar was. In de periode dat wij per truck die pijpen oppikten zochten zij een vlieger en copiloot om die toch lange vlucht te maken. Voor een DC-3 was het best een eind. Maar het moest kunnen. Tanje Jo, de dame van de planning bij het vliegbedrijf, was normaal slechts bezig met rondvluchtpassagiers maar smeerde voor de bemanning boterhammen en vulde de thermosfles met koffie. Hadden ze de catering alvast maar binnen. Aan het einde van de dag was de DC-3 beladen. Hij vertrok op tijd en verdween ronkend en langzaam klimmend in de avondschemering. De volgende dag zou hij dan op tijd aankomen. Wij informeerden de rederij en de in Las Palmas dienst doende agent. De volgende dag was de DC-3 niet aangekomen. We hadden op de radio niks vernomen over een crash dus hij moest ergens zijn.
Veel bellen naar Schiphol-Oost leverde niet veel informatie op. Tante Jo had geen idee waar de machine was gebleven. ‘Vast een tussenlanding gemaakt’. Dat geloofden we nog wel, maar dan hoefde je slechts de tanks te vullen en door te vliegen toch? Het zat iets anders in elkaar bleek toen wij haar zowat met spijkers aan een muur hadden opgehangen. De crew was gestopt in Tanger. En was in een hotel lekker gaan slapen. Hoezo schema? Alle alarmbellen schoten meteen op rood. Klant boos, rederij boos, agent boos, scheepsbemanning boos. Een tanker met pech op de rede van Gran Canaria kost veel geld! Uiteindelijk kwam er bericht, de oude Dakota was geland in Las Palmas en de spullen waren bij de douane. Woest waren we. Wat een amateurs. De claim die volgde was niet mis. We leidden hem door naar Moormanair. De verzekering zou het vast keurig regelen. Maar ja, klein probleempje, hun tweede DC-3 was ergens bij Londen op zijn buik geland. In de start. Te zwaar beladen met Ajax-fans opgestegen. Het was al snel het einde van deze unieke operatie. De DC-3 die wij hadden gehuurd werd na thuiskomst verkocht aan filmmaker Pim de la Parra. En wij schreven weer een mooi verhaal bij in onze agenda!
Het komt maar weinig voor dat je tijdens jouw eigen leven roerende objecten ziet of ervaart die ouder zijn dan jij zelf en die nog steeds intensief worden gekoesterd of gebruikt. Lezers die niets ophebben met techniek moeten nu maar afhaken, want juist hierover gaat het. Vorig jaar werd het 80-jarige bestaan gevierd van een van de meest beroemde vliegtuigtypen ooit, de Dakota. Officieel heette dat vliegtuig ooit de Douglas Commercial number three en werd het gebouwd om de toenmalige luchtvaartbedrijven in de Verenigde Staten te helpen aan een vliegtuig dat passagiers van de ene naar de andere kant van het land zou kunnen transporteren in stoelen die ook als bedden te gebruiken waren. Douglas gaf ze om die reden een naam mee die ons nu minder zegt; Douglas Sleeper Transport (DST). De slimme Amerikaanse fabrikant had met haar DC-2 bewezen dat metalen vliegtuigen veel beter bestand bleken tegen intensief gebruik dan alles wat er tot dan toe rondvloog en was gebouwd van allerlei andere materialen.
Zo werkte Fokker nog steeds met metalen frames, hout en linnen. De DC-2 maakte de luchtvaart veel volwassener dan ooit voorheen gedacht, maar de DC-3 deed daar meer dan een schepje bovenop.
Opmerkelijk is dat de machine door de Engelsen pas zijn enige echte en bij ons bekende naam kreeg; ‘Dakota’ en die draagt het toestel tot op de dag van vandaag nog steeds. In Rusland werd de machine al snel gekopieerd, uitgerust met Russische Shvetsov radiaalmotoren en aangepast aan de specifieke omstandigheden daar. Die kopie heette Lisunov Li-2 en ook daarvan zijn er nog een stuk of wat bewaard gebleven.
Die wordt door het hoge octaangehalte en de afnemende vraag steeds schaarser. De Nederlandse luchtvaart werd mede groot dankzij de Dakota en het is goed dat er nog een paar exemplaren bewaard zijn gebleven, waarmee soms nog wat wordt gevlogen ook. Wat het vliegen betreft; de Dakota is het enige vliegtuig dat mij persoonlijk ooit luchtvaartziek wist te krijgen, best een eer! Hoe twijfelachtig ook. Voor een deel zijn die Dakota’s ook verantwoordelijk geweest voor mijn liefde voor de luchtvaart. Als kind hoorde en zag ik die kisten overkomen op de plek waar ik woonde en dat beeld zette me aan tot mijn huidige verzamelwoede. En als je dan nagaat dat die machines toen al een jaar of 25 oud waren, wat toch best ‘stok’ is geeft het wel een beeld over hoe belangrijk dit vliegtuig is geweest en nog is voor de wereldluchtvaart. Eind vorig jaar een klein feestje dus, en ik persoonlijk vind dat die Dakota’s dat meer dan verdiend hebben. O wacht even, er komt er net een voorbij. Niet meer in de kleuren van KLM, want dat bedrijf gaf de sponsoring van de museumexemplaren van de DDA juist deze maand op! Eigenlijk een schande, maar goed. (foto’s: Yellowbird collectie)
Als ik dan toch aan het mekkeren ben….laat ik het dan maar eens hebben over het gedrag van ouders die met de auto hun kinderen halen en brengen van/naar school. Een landelijk probleem dat steeds idiotere vormen aanneemt. Kijk, ik snap wel dat je die kleine schapen niet alleen wilt laten in een wereld waarin juist kinderen prooi zijn voor allerlei engerds of waar ze wegen tegen komen die door mafkezen worden benut om hun autovermogens te testen. Maar dat je eenmaal bij of voor die school zelf verandert in een wezen zonder normaal denkproces…nee, dat snap ik niet. En wie wel eens langs een schoolgebouw komt waar die instelling net de poorten opent voor die kleine vermeende prinsjes of prinsesjes, weet wat er dan verkeerstechnisch ontstaat. Chaos! Immers, niet de straat en wat daar beweegt telt meer, nee, dat kind dat moet worden afgezet of opgehaald. Desnoods driedubbel geparkeerd en liefst op zodanige afstand van die school dat er niemand meer langs kan. Bij mijn schoonma is onlangs een nieuwe school gebouwd. Prachtig ding, leuke hekjes en bosjes er omheen, maar de parkeerruimte in de buurt werd niet aangepast. En dat parkeergebied, ik schreef er al eerder iets over, is van de betaalde soort.
Als het kleine verwende nest maar niet ver hoeft te lopen. Ik maakte er onlangs toch maar eens wat plaatjes van. Vanaf tien hoog krijg je dan wel een aardig overzicht. Niet dat dit uniek is hoor, bij zowat elke school in ons land is de situatie vrijwel gelijk. Hoe welvarender de woonomgeving, hoe meer verkeer. In de grote stad zie je meer van die verlengde bakfietsen. Niet dat die dingen geen overlast verzorgen hoor. Ook daar zie je dat elke verkeersregel gewoon niet bestaat als het kroost moet worden ingeladen. Of vervoerd. Want dan is het voetpad ineens ook voor de fietsers zo lijkt het en met een vol beladen bakfiets blijkt aangeven van richting niet meer mogelijk. Kortom, er is heel wat aan te merken op het gedrag van ouders en grootouders die bezig zijn met het verwennen van hun kleine urkies door ze te halen en te brengen van/naar die plekken van culturele bijspijkering. Handhaving zou veel kunnen helpen, maar anders dan in mijn vorig blog aangeroerd, is hier in geen velden of wegen een controleur te vinden. Te veel kans op ellende of weerstanden vermoedelijk. Want ouders met kinderen, het zijn ineens heel andere menssoorten. Daar moet veel voor wijken, zelfs de medemens. Maar asociaal blijft het.
Als ik met mijn oudere broer weer eens bijeen ben en we gelijk die twee oudjes van de Muppet Show mekkeren over het (vermeende) onrecht ons aangedaan door bepaalde vertegenwoordigers in de maatschappij of overheid van tegenwoordig, komen we al snel uit op mensen die we beschouwen als het laagste van het laagste in overheidsdienst; parkeerwachten! Als je echt nergens anders goed voor bent, je totaal geen inzicht hebt in het normale leven, leeft bij het feit dat je kennelijk opgewonden raakt van het geven van een bekeuring aan iemand die wellicht niet in staat is om een parkeerplek te vinden voor dat ene boodschapje bij de apotheek of zo, dan roept een carriere als parkeerwachter. En ik maak dit keer, niets onmenselijks is me vreemd, geen uitzondering voor de vrouwen die deze rol vervullen. Komen thuis vast veel liefde te kort of zijn als kind niet goed opgevoed dan wel gepest. Anders wil je dat werk echt niet doen. Je zou je als normaal mens rot schamen. Je durft dan niet in je vriendenkring te vertellen wat je doet, een drugsdealer krijgt meer respect. Waar die afkeer in zit? Vooral door het meedogenloze karakter van die handhavers. Ze snappen niets van het sociale aspect in hun werk, nemen de tijd niet om uit te zoeken wat er wellicht loos was of is. Natuurlijk zijn er burgers die maling hebben aan alle regels. Bekeuren! Uiteraard zijn er bepaalde regels nodig! Maar interpretatie van die regels is vast niet verboden.
Wat een verschrikkelijke menssoort. O? Je vindt dat ik dat niet mag zeggen of schrijven? Lees het volgende voorbeeld dan maar even. Een zeer goede vriendin van ons moest onlangs halsoverkop naar Amsterdam afreizen (40 minuten van haar huis) voor een spoedsituatie binnen de familie in het daar bekende en gespecialiseerde AMC. Dat ziekenhuis kent een parkeergarage waar je tegen woekertarieven de auto kunt parkeren. Dat op zich is niet nieuw. Wel dat er ook parkeerplekken zijn voor invaliden. Zij heeft daar een speciale vergunning voor, uit haar eigen woonplaats.
Een serie/inbreker krijgt nog minder boete in dit land. Maar de autobezitter, en meer speciaal de invaliden onder hen, moeten bloeden. Ik heb haar aangeraden tot de rechter te blijven strijden voor haar gelijk. Dit is niet alleen bespottelijk, dit is een schandaal. Los geslagen in de boetegekte, uitgedeeld door een mensensoort die ze eigenlijk zouden moeten isoleren van de rest. Ja, ik weet het, niet netjes, maar ik ben boos, heel boos! En niet alleen omdat ik die parkeerwachters verachtelijke wormen acht te zijn, maar ook omdat ik van mijn vriendin houdt die ons zoveel warmte geeft en die al zoveel ellende meemaakte. Die gun je een paar maanden rust. Even bijkomen. Krijg je dit! Gemeente Amsterdam….los dit op!! (Beelden NH DB/NRC-Internet)
De winter is als ik dit opschrijf net op de terugweg en de temperaturen lopen onder invloed van een zuidwestelijke stroming in onze omgeving weer op tot flink hoge waarden. We hadden een week waarbij de vorst even liet voelen hoe het kan zijn in januari en in sommige streken bleek zelfs schaatsbaar ijs te ontstaan. Aan mij is dat niet besteed overigens, ik ben niet zo van dat gladde gedoe op 1,5 centimeter bevroren water. Het doet me wel terugdenken aan winters die ons mensen overspoelden met de ongemakken die bij dit seizoen behoren. Sneeuw, gladheid, dik ijs. Zoals begin jaren zestig toen we een winter kenden die nu als horror te boek staat. Ongeveer alles wat normaal water was vroor dicht. De Amstel achter ons huis, de Zuiderzee, en de Elfstedentocht bleek een rampenplan. Zo koud, zo heftig. Met huizen die slechts op kolenkachels draaiden v.w.b. de verwarming en een steeds schaarser wordende anthracietvoorraad was het ook spannend hoe de boel een beetje gangbaar bleef.




Onlangs trakteerde ik mijzelf weer eens op een ‘mannendagje’ zoals ik het zelf noem. Dan gaat een mens als ik niet naar een of ander stadion om daar naar voetballende lieden te kijken hoor. Nee, ik vertrek dan naar het grote vliegveld in mijn achtertuin, dat bij de meeste mensen bekend is als Schiphol. Die wereldluchthaven ligt zo dicht bij onze woonstek dat ik er dagelijks mee geconfronteerd word. Maar ooit ben ik besmet geraakt met het spottersvirus en dat ben ik jarenlang intensief wezen uitzieken. Gewapend met een camera, een opschrijfboekje, en in die latere jaren een luchtvaartontvanger en verrekijker. Heerlijk om dat weer eens te doen. Het komt er domweg te weinig van. In mijn jeugdjaren werd ik al getrokken door dat bekijken van vliegtuigen. Die dingen kwamen indertijd nog wel eens recht over de stad heen als ze gingen landen of juist waren opgestegen en het geluid trok mij als jong mens richting de basis waar al dat spul opereerde. Ik ging eerst op de fiets die kant op.
Zette die dan tegen de heg voor de startbaan neer, klom op de stang van het tweewielige ding en keek naar de vliegtuigen die daar vertrokken of landden. Het was een warm bad al was het best wel eens fris. Later ging ik dan met een kaartje richting de promenades langs het toenmalige platform en deed enorm veel indrukken op. Maakte de laatste propellervliegtuigen mee, de eerste jets, genoot van de geluiden, droomde weg bij het idee dat die kisten naar de meest uitheemse bestemmingen vlogen. Teheran, Ceylon, New York, Helsinki en zo meer. Allemaal op de fiets, later bromfiets. Ik was daarmee best een buitenbeentje want zelfs uit de kring vrienden die aangaven gek te zijn op vliegtuigen waren er maar weinigen die zo gek waren om in januari met me mee te gaan naar de luchthaven als daar sneeuw lag. Of tijdens het Gouden huwelijk van Juul en Benno toen heel wat buitenlandse gasten per vliegtuig arriveerden op Schiphol en dat deden met vliegtuigen die je normaal nooit zag.
Ik denk dat er weinig mensen zijn die de gruwelijke nieuwsfeiten die op vrijdag de 13e j.l. tot ons kwamen, gemist hebben. Wat we nu weten is dat terroristen met een islamitische achtergrond een aanval deden op onze westerse maatschappij. Het zorgde voor totale ontwrichting en een score van 130 doden en vele, vele gewonden. Men maaide met Kalaznikov’s op diverse plekken tientallen mensen van de straat of in een theater van de zit- en staanplaatsen. Om het ‘feest’ compleet te maken blies een deel van de absoluut krankzinnige daders zich op. Politie en ingehuurde militairen liepen achter de feiten aan. Men kon hooguit de overlevenden beschermen, maar er was niets te doen tegen deze aanvallers die bewust het altijd drukke uitgaansleven in de Franse hoofdstad kozen om hun krankzinnige plannen uit te voeren. En nu, een paar dagen later zijn ‘we’ in oorlog met IS. Wat dit moet inhouden weet ik niet, maar het is wel duidelijk dat die politieke statements zelden bijdroegen tot een oplossing van het probleem.
Ik ben wellicht een cynicus als ik stel dat de open democratische landen die wij in het beschaafde westen nu eenmaal zijn, niet zijn opgewassen tegen deze vorm van terreur. Zelfs het toch aardig strenge en georganiseerde en weinig democratische Rusland of Turkije leden en lijden onder dergelijke terreurdaden. Omdat je naar Noord-Koreaanse situaties zou moeten om de boel veiliger te maken. Grenzen dicht? Prima plan, maar die grenzen waren indertijd toen we nog douane en grenspolitie kende ook niet echt dicht. Smokkelaars wisten hun waren ook over die gesloten grenzen te krijgen, en in geval van nood werd er door die dienaren van de wet best wel eens geschoten. Ik heb Oost-Europa als in ‘Oostblok’ nog meegemaakt. Ook de grensovergangen. Die waren echt dicht! Alleen al om al dan niet met je gewone gezinsauto zonder foute bedoelingen zo’n land in en uit te komen kostte uuuuren. Voor de eigen inwoners van zo’n land een crime, voor ons vooral vervelend.
Willen we dat echt weer terug? Is het dan niet handiger dat we binnen Europa nu echte eens zorgen dat we de in de afgelopen jaren gesloten akkoorden naleven en lieden die hierheen komen echt bij binnenkomst registreren? Dan kost dat maar wat, je krijg een stukje veiligheid terug. Het alternatief is echt dat we prikkeldraad-versperringen aanleggen, mijnenvelden, wachttorens en dat we de lieden die daar boven op staan een bepaalde opdracht meegeven. Laten we nu eens en vooral zorgen dat we de instroom van die niet gewilde lieden hier beperken door te ontmoedigen. Het is toch van den gekke dat Eritreers schreeuwen om ‘geld’, een huis en een keukenvoorziening waar ze hun eigen eten kunnen maken omdat ze dan Nederlandse voedsel maar niets vinden en ons gierig met uitdelen van geld. Je vraagt je echt af waarom die lui uberhaupt deze kant op kwamen. Niet voor de veiligheid, niet voor een leukere toekomst, het lijkt op een economisch verhaal en dat vertel ik hier ook al zo lang ik een blog heb. Met alle reactionele gevolgen van dien vaak. Maar wie had er gelijk? Die lui in Parijs zeker niet. Daar geldt een straf voor en die past niet bij normaal strafrecht. Want ook IS neemt geen krijgsgevangenen. Lijkt mij goed om te weten als we weer roepen dat we in oorlog zijn met terroristen als deze. (foto’s AP/Internet)

