Morgen is het weer zover. Verjaardag! Intussen toch een avontuur. Naarmate de leeftijd stijgt is elke verjaardag die je zonder al te veel gekreun en gekraak bereikt er een.

De onkwetsbaarheid is natuurlijk voorbij, het virus vanuit China maakte ook mij duidelijk dat als je eenmaal de zes kruisjes voorbij bent je ineens behoort tot de risicogroepen. Niet dat ik er nu echt elke dag mee bezig ben…maar toch. De meeste kerstfeesten zijn intussen wel gevierd, maar ja, wellicht worden we 100plus en dan mag ik nog wat liedjes zingen onder de intussen alweer afgetuigde boom. Maar die verjaardag had wel altijd wat. Zeker als kind. Want ik werd geboren aan het begin van die eerste maand na de decemberse feestdagen en die waren ook toen al vaak best duur geweest.

Je was al blij als er uberhaupt een feestje gevierd kon worden en er een cadeautje uit rolde. Nou, dat lukte op een of andere wijze altijd wel. Niet in luxe opgegroeid, integendeel zelfs, was wat ik op de verjaardag kreeg gelukkig nooit ‘praktisch’ zoals bij Sinterklaas, maar echt iets wat ik graag wilde hebben. De inkomensgrilligheid (leasepa had ook wel eens pech bij de verkoop van zijn handel) zorgde voor avontuurlijke verwachtingen. Veelal vroeg ik dan een Dinky Toy model waarvan ik zeker wist dat mijn vriendjes (90% in dezelfde omstandigheden opgegroeid) die nu net niet hadden. Dat maakte dan wel dat als je dan zo’n model kreeg je er (tot nu toe) zuinig op was. Immers, kostte veel geld en moest gewaardeerd.

Later werd de verjaardag meer een feestje. De omstandigheden en samenstelling van gezin en vriendenkring maakten dat mogelijk. Soms zat de hele kamer vol met bezoek en deed men zeer zijn of haar best om mij met lieve of mooie dingen te plezieren. Jarig zijn toch een feestje en ook een prima gelegenheid om de hele bups weer eens bij mekaar te halen. Later werd het aantal mensen dat er bij aanwezig was toch steeds minder. Sommige schepen voeren voorbij in de nacht, mensen verdwenen compleet uit beeld, gingen hemelen, of kwamen niet meer omdat de afstanden te groot waren geworden. In het huidige leeftijdsgebied zijn de feesten verdwenen en meer omgevormd naar gezellige samenzijns waarbij weer eens lekker wordt gelachen of gehuild om hen die niet meer bij ons zijn.

Leeftijd maakt kennelijk emotioneel, al ben ik daar dan zelf niet zo van. Je koestert wat is en hoeft geen gouden bergen meer te ontvangen om te weten dat mensen van je houden. Als ze dat al doen merk je dat vanzelf. Zelfs de oude Hork weet hoe dat werkt. Toch mooi geleerd door de jaren heen… Morgen dus…en anders dan in vroeger tijden, lig ik er niet meer wakker van. Een dag lang voel ik mij geconfronteerd door weer een nieuw getal op de leeftijdsladder die zo lang is geworden, daarna gaan we weer gewoon verder met wat zorgt voor bereiken volgende mijlpalen, leven! En vieren we gespreid de verjaardag. Heb ik dankzij Corona toch nog een paar extra feestjes te vieren. Een week lang zelfs…U wilt me wel vergeven hoop ik…(Beelden:Internet)



















De eerder genoemde overname door dat veembedrijf uit Amsterdam zorgde niet alleen voor nog meer extra druk op de werkketel, ook mijn charterafdeling moest een tandje bij zetten, er kwam ook op enig moment een reorganisatie op ons af. De oud-manager van het Rotterdamse kantoor werd tussen mij en Ruud Breems ingezet. Met als portefeuille om de zaken te stroomlijnen en het management in toom te houden. Winst maken was de boodschap en dat Rotterdamse kantoor had kennelijk het e.e.a. over de gang der dingen op Schiphol gehoord. Ik vond deze constructie niet acceptabel. Het zorgde ook dat ik nu ineens met twee bazen boven me van doen had, waarvan een de handel toch wat minder begreep dan mijn oud-directeur die nu toch wat onder curatele werd gesteld. In de lagen onder mij ontstond ook beroering. Er waren mensen die hun eigen afdeling belangrijker vonden dat een goede stroomlijn van de organisatie en die hun best deden om de stoelpoten onder mij vandaan te zagen. Zeker als ik voor zaken in Maastricht zat merkte ik bij terugkomst dat men gewoon zaken had aangepast. Daarbij was ik als al eerder aangegeven moe geworden. Al die uren en dan ook nog wat weinig dank voor dat harde werken. Ik had intussen ook nog wat auto’s verkocht voor een Skoda-dealerbedrijf in Amsterdam-Zuid, waarmee de contacten steeds warmer werden. Als in mijn vorige verhaal (Leven met de Vliegende Pijl) al aangehaald moest dat bedrijf op enig moment haar organisatie opwaarderen om de ‘Nieuwe Skoda’ te mogen verkopen.
En daartoe wilde die importeur dat er een echte showroom werd gebouwd en een verkoopman werd aangenomen die de zaak zou kunnen representeren op waardige wijze. Mijn liefde voor het merk, ik had intussen mijn derde nieuwe aangeschaft in 1976, een S110Ls met een batterij lampen in en aan de neus en flink wat meer vermogen dan de voorgangers, en mijn wens iets anders te gaan doen leidde tot onderhandelingen. Die duurden best lang, want ik was voor dat dealerbedrijf een zwaargewicht, zeker salaristechnisch. Maar een gesprek met de eigenaar waar een adelijke vertegenwoordiger van de toenmalige importeur bij aanwezig was, zorgde voor een positief besluit. Begin 1977 zou ik overstappen van de luchtvaartwereld naar die van de auto’s. Toen dat nieuws op Schiphol naar buiten kwam waren de reacties tweeledig. De mensen van het importblok waren overgelukkig, want konden nu hun eigen ding ongecontroleerd (..) doen.
Op export was dat toch heel anders. Ook veel vertegenwoordigers van de airlines waarmee we werkten snapten het niet. Mister Luchtvaart werd ineens Mister Skoda?! Victor werd intussen benoemd tot mijn opvolger, maar wij hadden meer dan een collegiale band. Gelukkig ging de vriendschap nog jaren lang verder. In februari 1977 stond ik al een aantal dagen voor de dealer op de AutoRAI. En bleek ik een talent te bezitten om die wagens te verkopen. Zelfs zonder enige ervaring op dat gebied. Vanaf 1 april dat jaar was ik officieel in dienst. En begon dat nieuwe verhaal wat ik al eerder vertelde. Het bedrijf Hoogewerff werd intussen opnieuw doorverkocht. Het verdween uiteindelijk in een grotere combinatie. Enkele collega’s van toen sprak ik af en toe nog wel. Maar het was en werd nooit meer zoals in die beginjaren. Pionieren lag me wel. Het zal u duidelijk zijn geworden uit dit verhaal. Wat overigens later nog een verrassend staartje zal krijgen. Maar vermoedelijk deel ik dat stukje uit mijn carriere pas in het nieuwe jaar….nog even geduld…(Beelden: Archief) (voor de beschrijving van mijn overstap vanuit een ander gezichtspunt verwijs ik even naar: Leven met de Vliegende Pijl – 4 – Baanwissel – 29/7/18 hier gepubliceerd)
















