Anders zijn, anders denken, een afwijkende mening verkondigen. Het zet mensen al snel in een hokje. Een hokje waar ze soms helemaal niet om hebben gevraagd, maar dat hen wordt toegewezen door mensen die het leven nu eenmaal op een bepaalde manier willen indelen. Zoals in ‘wij’ of ‘zij’, ‘goed’ of slecht’, ‘zwart’ of ‘wit’. Mensen die in het verkeerde vakje zitten, vaak buiten hun eigen schuld maar gewoon omdat ze nu eenmaal niet met de grote stroom meebewegen, krijgen het vaak zwaar te verduren. Bedenk maar eens hoe het moet zijn voor iemand met homoseksuele gevoelens of geaardheid in een wereld die op dat punt steeds vijandiger wordt. Of een vrouw zijn in een culturele omgeving waarin men de rechten van vrouwen minder zwaarte geeft dan die van mannen. Of als je in deze politiek getinte tijden net voor de verkiezingen aan geeft te voelen voor een stem op (voorbeeld) Geert Wilders of (nog ‘erger’) Jesse Klaver of Pechtold. Ook ik lijd uiteraard onder dat hokjesgevoel.
Mensen die gaan voor GroenLinks of D66 zie ik als dromers zonder enige vorm van realisme. Mensen die denken dat onze welvaart weliswaar een groot goed is maar dat het heel eenvoudig gedeeld kan worden met de rest van de wereld of dat je voor het gebruik van water, lucht, eten of drinken altijd maar extra moet betalen. Omdat jij als consumerende mens hoofdschuldige bent aan alle vervuiling van het milieu of elk dierenleed. Nou dat kan best zo zijn, maar ik zie weinig in dat constante extra belasten. En dus zet ik mensen uit die hoek in een vakje. Gebakken Lucht Verkopers! Omgekeerd doen mensen uit deze kring, geholpen door de alsmaar krimpende achterban van de PvdA en de overwegend linkse media er alles aan om het stemmen op PVV of 50Plus te ontmoedigen. Immers, dan ben je een tokkie, een racist of nog erger een vuile fascist. Wilders is de nieuwe Hitler en zijn afkeer van de islam moet je echt zien ‘in het kader van de Jodenvervolging uit de tweede wereldoorlog’. Het vakje voor dat soort kiezers gaat voor je open en de deur op slot. Ook kiezen voor de partij van Henk Krol wordt sterk ontmoedigd. Immers, die arme jongeren die al die oudjes moeten onderhouden! Het is toch te erg voor woorden.
Solidariteit van de koude grond. Immers, de ouderen van nu zijn de jongeren van toen en die betaalden ook mee aan de door Vadertje Drees bedachte AOW die werd verstrekt aan na-oorlogse ouderen die helemaal niks hadden bijgedragen aan hun eigen inkomsten na hun 65e. Demagogie is de ‘politiek correcten’ vaak niet vreemd. De reactie van hen die deze bestuurlijke plucheplakkers weg willen hebben is daardoor alleen al soortgelijk. Nederland splijt zich ergens in het midden. Men is voor of tegen, ja wat eigenlijk? De dagelijkse praktijk van alle dag laat zien dat er veel is af te dingen op het optimisme dat onze cultuur niet onder druk zou staan door alle invloeden van buiten. De grenzen van Europa zijn zo lek als een mandje en het is een mooie droom te denken dat wij half Afrika hier aan het werk en een inkomen kunnen helpen. De vertrutting van de samenleving onder invloed van een gastgeloof is ook een puntje om over na te denken. Het komt toch uit dat vakje vol mensen die onze vrijheden kennelijk niet kunnen apprecieren en overal kritiek op hebben als het niet past bij dat geloof of die cultuur. Die vrijheden waarvoor ook D66 in haar vroegere vorm nog zo heeft geknokt staan intussen vlak voor de nooduitgang en dreigen te worden afgevoerd. Wie dat niet zo ziet blijft in het vakje van de dromers, al die andere mensen kiezen straks toch liever voor meer realisme. Meer vanuit onrust dan omdat ze echt iets hebben tegen andere culturen of dat bewuste geloof. Integratie, assimilatie, acceptatie. Maar nooit eenzijdig. En zeker niet als we die ‘anderen’ maar in vakjes blijven stoppen, waar ze vaak helemaal niet thuis horen. Want dat is nu net Nederland op zijn best.

Weet je wat ik nooit goed snap? Dat mensen die met elkaar door het leven gaan als partners in dat samenleven mekaar psychisch of fysiek pijn doen. Echt slaan, pijnigen, waarbij een van de twee er vaker bekaaid af komt dan de ander. Een man is natuurlijk in de meeste gevallen de dader. Een enkele keer is er een bazige vrouw die graag ‘uitdeelt’. Toch een toonbeeld van zwakte. Want elk dispuut, elk conflict, elk verschil van mening of inzicht moet uit te praten zijn. Of desnoods uitgezwegen. Maar je slaat nooit! Ik kom uit een periode waarin slaan nog een meer normale praktijk was. Ouders gaven hun kinderen nog fikse pakken slaag, de leraren op school waren ook niet te beroerd om aanvullend ook uit te delen. Het werd gezien als disciplinair gedrag. Als extra ondersteuning voor de opvoeding. Ik maakte het gek genoeg thuis zelden of nooit mee, maar op school des te meer. Niet zelf hoor, ik was vermoedelijk te ‘populair’, zie een van de vorige blogs over dat onderwerp maar….
Maar op de toenmalige katholieke scholen waren lijfstraffen heel normaal. Klappen met de blote hand, een liniaal of zelfs een aanwijsstok….het was gewoon! Maar thuis slaan was toch meer iets voor mannen die teveel dronken en vrouwen die als viswijven te keer konden gaan en hun mannen het leven zuur maakten met hun geklaag, gezeur en allerlei verwijten. In de buurt waar ik opgroeide wilde het weleens tot een handgemeen komen. Veel werd dan met de mantel der liefde bedekt, hoewel die mantel natuurlijk besmeurd raakte met heel wat verdriet. In de moderne tijd zijn mannen en vrouwen in de meeste gevallen min of meer elkaars gelijken. Het onevenwicht van toen is verdwenen. Zou je denken. Het blijkt echter dat er in sommige groepen nog steeds heel wat wordt afgevochten tussen partners. Je snapt dat niet. Ik ben zelf een prater, een discussie ga ik zeker niet uit de weg, maar tot slaan of ander fysiek geweld komt het niet zo gauw.
Omdat je onder je eventuele (loeiende)boosheid toch altijd dat gevoel van respect en liefde voor elkaar hebt waardoor de rem er altijd op tijd op kan worden gezet. Waar dat niet lukt betreur ik de slachtoffers. En dan heb ik het nog slechts over de situaties waarin het geweld eenmalig of zo is. En niet structureel. Als dat laatste het geval is of wordt lijkt mij vertrek van slachtoffer en/of dader het meest logisch. Scheiding de volgende stap. Niemand hoeft zich te laten aftuigen. Of je moet vanuit je persoonlijke seksuele interesse houden van een pak slaag op zijn tijd. Zelfs dat is niet zo mijn ding. Ik ben er te veel een dominant ventje voor. Maar zelfs dan zou ik vermoedelijk aan ander niet echt pijn kunnen doen. Dan is er toch weer dat watje dat de kop op steekt. En gek genoeg ben ik daar nog trots op ook. Omdat geweld t.o.v. de partner in mijn besef gewoon een zwaktebod is. Niet van het slachtoffer, maar van de dader.
Stel dat er een populariteitsschaal zou bestaan die tussen de rapportcijfers 0 en 10 jouw eigen populariteit zou moeten omschrijven vanaf pakweg je 12/13e levensjaar en nu. Welk cijfer zou jij dan aan jezelf toekennen? Ik denk dat de meeste mensen zichzelf ergens rond de 6-7 inschalen. Omdat ze nauwelijks van zichzelf weten hoe populair ze waren of zijn. We staan niet voor niets constant met onze smartphone selfies te maken toch? Om dat cijfer wat ons allen behept wat op te vijzelen. Wie in zichzelf gelooft komt vanzelf in een club van mensen terecht waarmee het goed omgaan is. Zij die er buiten vallen hebben of krijgen het moeilijk. Het euvel van de onzekerheid in de jeugd helpt vaak niet. We willen zo graag als we pakweg 13 jaar oud zijn, we verlangen naar dat geheimzinnige van de andere sekse maar willen ook dat onze vriendenkring, al dan niet op school, ons erkend als ‘leuk’ om mee om te gaan. En dus gaan we ons uitsloven. Trekken kleding aan die past bij het al dan niet zelf gekozen imago.
De sterkste karakters behouden een eigen stijl. De mooiste en echt leuke exemplaren worden nagestaard en zijn vaak ook na 30 jaar nog steeds populair en voor andere mensen aantrekkelijk. De minder fraai uitgeruste jongens en meisjes, kijk, niet iedereen stond vooraan toen Onze Lieve Heer de schoonheid uitdeelde, moeten het doen met aankleding, vleien en roddelen. Want dat laatste lijkt een voorwaarde om op te vallen. Wie veel weet te vertellen over anderen krijgt vanzelf aandacht. Maar of je daar nu echt populair door wordt? Hoe dan ook, we beseffen als we jong zijn nauwelijks hoe ons uiterlijk en gedrag, vaak door genen en hormonen ingegeven, onze populariteit beinvloedt. Wie verkeerde keuzes maakt, al vroeg de andere sekse weet te betoveren, ervaringen op doet die anderen ofwel vermijden dan wel gewoon niet in staat zijn mee te maken, komt vaak hoog uit de bus in de populariteitspolls.
Al snappen we zelf dan vaak niet eens hoe dat zo komt. Als ik naar mijzelf kijk en hoe mijn jeugd of pubertijd verliep zie ik dat ik zelf qua rapportcijfer wel ergens rond de 7 uit zal komen. Ik kwam redelijk voor mijzelf op, was een ‘verteller’ en kon zo in die lastige periode van het leven aardig de blonde bol boven water houden. Al snel wist ik dat ik voor de toekomst moest gaan werken en studeren. Het leerde me ook dat je echt populair maken bij een chef of werkgever slechts dan lukt als je jezelf weg cijfert en blijk geeft van een kameleonkarakter. Wat ik niet had of heb. Ik had wel veel ambitie. En dus werd de carriere verlegd, net als de studie.
Het heeft me veel geleerd. Werd ik er populairder door? Vast niet. Maar het kon en kan me niet zoveel schelen eerlijk gezegd. Nog steeds niet. Mijn mening is er een die niet zo snel meebuigt met die van anderen. Wat recht is blijft recht en wat krom is blijft krom. Gelukkig mag ik mij verheugen op enige populariteit in eigen kring…..:) Ook iets waard. Maar ik ben wel benieuwd hoe dat bij jullie is lieve lezers en lezeressen. Was je zelf lekker populair zo aan het begin of tijdens je pubertijd? En hoe is dat nu ontwikkeld? Weet men je nog te vinden en te waarderen? En hoe komt dat denk je? Ieder trucje wat ik nog niet ken maakt me direct nieuwsgierig…..(Beelden: internet)
Onlangs vierden we de verjaardag van een knulletje dat nu Hollands Welvaren is maar in zijn eerste levensjaar al zoveel meemaakte dat het een wonder is dat hij er überhaupt nog zo bij zit. De medische wetenschap bleek niet alleen in staat zijn conceptie te bewerkstelligen maar ook een stevig defect te repareren dat heel kort na de geboorte werd vastgesteld. Wat een mensen moeten dat wel niet zijn, die doctoren dat ze zoveel kennis en ervaring bezitten om dit soort problemen op te lossen. Wonderlijk is de geboorte en de daaraan voorafgaande conceptie van mensen überhaupt. Zet je dat in het licht van de voortplanting vindt er ergens diep in een vrouw een chemische samensmelting plaats tussen een van de miljoenen door een man ingebrachte zaadcellen en die ene ontvankelijke eicel die moet zorgen dat er een kind (of meerdere ) uitkomt. Blijft toch bijzonder.
Zeker als je het gekledder ziet die wij mannen normaal gesproken van dit wondertje weten te maken. Hoe dan ook, het leidt dus bij mensen die daar verlangens naar hebben tot nageslacht. En als het goed is lijkt dat dan qua karakter en uiterlijk weer als twee druppels water op de voorvaderen. Nu las ik onlangs dat in een flink aantal gevallen dat ‘lijken op’ zich vaak beperkt tot de moeder. Omdat die in haar wijsheid of wanhoop zich soms richt tot een andere zaaddonor dan de normaal uitverkoren partner. De behoefte aan een kind zo groot dat het ten koste van alles moet worden bereikt. Wij (b)lijken ook in ons onderbewuste te letten op uiterlijke kenmerken die een verzekerde voortplanting en sterke kinderen zouden verraden.
Vrouwen met iets bredere heupen en stevige borsten zijn voor mannen vaak de ideale types, mannen met brede schouders, een sterke kin en nog wat andere uiterlijkheden die zouden kunnen duiden op grote potentie zijn voor vrouwen dan onbewust weer van grote interesse. In die zin zijn wij niet veel anders dan de apen die ons voor gingen in de evolutie. We kijken en ruiken en smijten met onze vloeistoffen alsof het allemaal niks kost. Dat wordt anders als het wonder der natuur even niet zo werkt als het moet. Als de samensmelting niet leidt tot bevruchting. Dan is er op jonge leeftijd nog niet zo veel aan de hand, maar naarmate men ouder wordt is er toch een soort paniek herkenbaar. De kinderklok staat op ‘ontvankelijk’ en de wens tot baby’s krijgen vooral bij vrouwen op wat hogere leeftijd dan de tienertijd groot. Omdat deze sekse tegenwoordig zo lang door studeert en werkt is de kans op jonge zwangerschappen klein, maar is dat ook verstandig? Volgens de medische wetenschap niet. Hoe hoger de leeftijd des te groter de kans op mislukte conceptie of een nakomeling met een defect. Gelukkig zijn de technieken nu zodanig dat je allerlei Ivf en andere technieken kunt aanbieden die mensen aan dat grote geluk zullen helpen. Prachtig dat het bestaat. En als je soms het resultaat ziet wat eruit voortkomt, helemaal top! En toch denk ik dat we net even te weinig bezig zijn met dit feit. Het wonderlijke feit dat je met natuurlijke twee-componentenlijm in staat bent om kinderen te maken. Nog even en we hoeven er helemaal niet meer voor te trouwen of zelfs de normale weg van de bevruchting te bewandelen. Kleurkeuze, karakter, vlekje hier, mooie tanden daar. Ik zie het in de nabije toekomst zo maar in een laboratorium ontstaan. Dan blijft de aantrekkelijkheid tussen man en vrouw bestaan, maar laat je de toevalstreffers voor wat ze zijn. Het ideale kind staat elders al op stapel. Een kind dat nu geboren zo maar eens 100 jaar oud kan worden. Als dat op zich geen wonder is….Net als dat jochie dat zo knokte voor zijn bestaan en nu als een soort wonderkind groeit en bloeit…. Ik ben er vervangend trots op….
Dat blijft toch bijzonder met die artsen in dit land. Zodra je met wat ook hun kant op komt schrijven ze vrijwel direct een verwijsbrief uit voor een bezoekje aan de familie van Graaf Dracula die met enige belangstelling hun tapuitrusting in je lijf steken om zo jouw bloed tot zich te nemen voor nader ‘onderzoek’. U snapt vast wel wat ik bedoel. Onlangs ging er iets in mijn lijf tekeer dat zich in al die jaren daarvoor nooit had voorgedaan. Alsof er een bougie te veel vonken af gaf waardoor de motor die ons aller leven in stand houdt een tandje bij liep. Nu verkeer ik met dank aan een vrij gematigde (..) levensstijl in aardige conditie. Benauwd was ik niet bij het kilometers wandelen en trappen op of afrennen. Nee, alleen die overslag die het een paar dagen vol hield. Ga dan maar niet Googlen mensen, want je schrikt je gek of maakt je tenminste ongerust. Ik in ieder geval deed dat wel en sprak toch maar af met de altijd lieve huisarts waar ik alleen heen ga als het echt niet anders meer kan.
Had daar de bloeddruk zijn gemeten was die vast extra hoog geweest. Niet direct door haar verschijning, hoewel het vast heeft bijgedragen, maar vooral door dat getap. Ik ben er niet van en kijk er ook niet naar. Op een nuchtere maag zijn er leukere zaken om te consumeren. In ieder geval is het gedaan en moet ik wachten op de uitslag. De Huisarts wil aan de hand daarvan een ‘behandelplan’ opstellen. Ik ben zelf daarmee alvast begonnen. Helemaal geen suiker meer in de thee, minder vet of tussendoortjes en nog wat meer bewegen. Ik weet het allemaal zelf wel en was al zo aardig onderweg. Als dat hart me niet in de war had gebracht. En opmerkelijk, een dag na mijn bezoek aan de huisarts, eind vorig jaar, was de kwaal weg. Net zo plotseling als die was gekomen. Dus…hoezo behandelplan? (Beelden: Internet)
Mensen onderscheiden zich van de gemiddelde hond, aap, kat of mier door een paar extra vermogens die maken dat wij ons zelf als superieure wezens in de ‘schepping’ of evolutie beschouwen. Zo denken wij (in veel gevallen) na over wat we doen, maken muziek, bouwen hele steden of landen, voeren oorlogen en zijn in veel gevallen tevreden met slechts een enkele partner. Maar wat ons ook onderscheidt van de dieren om ons heen, wij kunnen lopen. Op twee benen wel te verstaan. Een kind wordt al beoordeeld op het vermogen zo snel mogelijk op die twee pootjes te kunnen rond hobbelen en als het wat groter en halfvolwassen is op denkbeeldige exemplaren zelfstandig het leven in te gaan. Dat lopen lijkt dus vanzelfsprekend maar is het bepaald niet. Om te zien hoe bijzonder dat vermogen is moet je eens op een terrasje gaan zitten kijken naar wat er zoal voorbijloopt. En dan vooral naar het hoe!
Elk mens heeft zijn eigen stijl. Je ziet schuifelaars, wijdbeners, x-beners, heupwiegers, mensen met een kromme rug, anderen met een rechte en de nodige zwaaiende armen. Er lopen er tussen met een vorm van chimpanseegedrag, armen wijd en een soort opvanghouding voor alles wat om hen heen beweegt. Mensen hobbelen, hinken, rennen of wat voor vorm van voortbeweging je ook maar wilt bedenken. Het is het gevolg van de evolutie. Want wij stammen allemaal af van een naakte aap of oermens die op handen en voeten liepen. We klommen in bomen, we deden allerlei zaken die we nu als primitief beschouwen. En de vrouwtjes showden met dat wat hun mannetjes kon aantrekken. De billen en later borsten, showen, pronken, dus aantrekken maar. Wie nu in het rond kijkt ziet dat gedrag nog steeds. De billen worden geaccentueerd door de vrouwtjesmensen die op zoek zijn naar erkenning, de borsten pront vooruit, de lipjes getuit. Kleding daarop aangepast.
Het waren zalige kerstdagen. Samen met haar, ze heette Gina, had hij met een paar takken en wat kleine lampjes de boel nog wat opgefleurd in zijn flatje. Daarna was ze thuis nog wat spullen gaan halen en terug gekomen om niet meer te vertrekken. Samen kookten ze een maaltje voor de dagen die kwamen, zij dekte de tafel met een laken dat hij in de kast had liggen maar zelf nooit zou gebruiken, en ze maakten er een feestje van. Ze kletste hem de oren van zijn hoofd, maar wat ze zei klonk als muziek. Muziek die hij al zo lang in zijn leven had gemist. Met zijn vrouw praatte hij wellicht nog net over de kinderen, of wat praktische zaken, maar nooit over gewone alledaagse weetjes. Gina was daar wel van. Ze vertelde hem over haar voormalige partner, die haar zo had beduveld. En dan vooral financieel. Over haar familie, waar nog een vleugje Italiaans bloed in te vinden was, vandaar haar naam, en over haar behoefte aan geborgenheid. Voor hij het wist had ze in zijn armen gelegen op de bank en was van het een het ander gekomen. Langzaam maar zeker hadden ze toegewerkt naar sterren en vuurwerk en dat bleek voor beiden een zeer ontspannende finale. Hij wist niet dat hij het nog in zich had. Zij maakte emoties bij hem los die hij in jaren niet had gekend. Wat een vrouw. Ze bleef die avond ook slapen. In zijn bed dat hij daarvoor maar even extra had opgemaakt. Ze nestelde zich tegen hem aan in het weinige dat ze aan had, en dat maakte dat de nacht net zo ontspannen plezierig verliep als de avond voorafgaand. Na een lekker ontbijtje samen had hij haar gevraagd wat ze verder wilde.
In de jaren dat ik mij zakelijk actief door de wereld bewoog om zo te zien mijn eigen bedrijfje nog wat meer op de kaart te zetten bij potentiele opdrachtgevers kwam ik ze vaak tegen. Mooipraters, interessantdoeners, uitvinders van wit garen of buskruit. Gelukkig ben ik voorzien van een stevige dosis zelfkennis, ervaring en het nodige cynisme, waardoor ik die wonderlijke types al snel in de gaten had. Vaak uit op jouw ‘handel’ zonder daar zelf ook maar iets voor te hoeven doen. Immers zij zaten in een unieke (..) handel en hun aanbod was zo bijzonder dat al mijn kennis en ervaring, plus mijn creativiteit en ondersteunende partners er bij verbleekten. Ik heb er heel wat ontmoet. Een beetje ondernemer wordt namelijk lid van ondernemersclubs, van lobby-verenigingen en zo meer. Ik dus ook. Uitwisseling van visitekaartjes was daar schering en inslag. Altijd met het idee dat je iemand zou kunnen vinden die snapte wat jij deed of te bieden had. Pas dan kun je met elkaar praten over wederzijdse belangen.
Onlangs kreeg ik een reclame te horen van een bank die haar ‘unieke diensten voor de zakelijke ondernemer’ aan de man of vrouw wilde brengen en dat deed met de gevleugelde zin: ‘Bel ons dan kunnen we kijken wat wij voor elkaar kunnen betekenen’ of woorden van die strekking. Die zin heb ik vaak gehoord. Wat we voor ‘elkaar kunnen betekenen’. Ik legde dat altijd letterlijk uit in mijn eigen voordeel. Dus…als ik jouw diensten afneem ga jij jouw reclamecampagne of PR-actie via mij laten lopen? ‘Nou nee, zo is het niet, ik bedoelde meer dat ik dan aan jou mijn unieke diensten of die van mijn bedrijf zou mogen leveren’, was dan steevast het antwoord. Altijd hetzelfde beeld. Wel het een maar niet het ander. Hoe zo voor elkaar iets kunnen betekenen?? Ik heb zelf al jaren genoeg wit garen en ook mijn voorraad zelf uitgevonden buskruit is groot genoeg. Blijft lastig in die netwerken.
Een ander iets gunnen als je zelf zo uniek bent dat je dat op allerlei manieren wilt uiten. Zelden op de juiste. Daarvoor heb je dan iemand nodig die je daarbij helpt. Maar daar is vaak geen budget voor beschikbaar. Dat is overigens een probleem dat je bij banken zelden tegenkomt. Daar doen ze veel in eigen beheer. Vandaar dat je bij die reclame deze zin benut. Want als ik dat letterlijk neem zou ik me dus meteen als ondernemer melden en zien hoeveel wit garen en buskruit ik kan leveren in ruil voor een bancair professioneel advies. Ik vrees heel weinig. En weet genoeg over die bank om er nooit zaken mee te doen. Al ben ik dan officieel gestopt, opletten doe ik nog steeds. Opdat u het weet….
