De komst van Prins Percy

We keken er al enige tijd met grote belangstelling en even groot ongeduld naar uit. De komst van onze derde kat(er) die op 5 mei jl. werd geboren. Een soort van raskatje. Een Ragdoll! Niet dat we daar nu per se van zijn, onze nog jonge al in huis verkerende vierpotige huisgenoten waren meer van de normale kattensoort, maar we wilden gewoon iets anders toevoegen. Naast twee zwarte nu eens iets grijs of blonds. Via een lieve vriendin die ons hier over tipte kwamen we terecht bij een dame die met haar gezin een huis bewoonde waar wij ooit drie nummers verder op in de straat onze Almeerse jaren sleten. Het nestje was juist ingericht, de kittens nog een soort blinde molletjes op zoek naar de melk die moederpoes nogal gemakkelijk verstrekte. Twee echt blonde kittens en twee iets donkerder van kleur. Om praktische redenen wilden we een katertje. Dat werd dus afwachten. Want voor je het geslacht kunt bepalen bij een kitten ben je wel een paar weken verder. En bij de vrij harige soort waar wij nu voor gingen is dat extra lastig.

Overigens is onze poes nummer 2, Punkie, als ‘vrouwtje’ bij ons binnengekomen met de daarbij behorende naam en garantie. Maar het asiel waar we deze lieverd vandaan haalden had niet goed gekeken en bij de eerste controle van de d.a. die we hiervoor in de arm namen bleek het toch echt een katertje te zijn. Nou ja zeg….. Maar eenmaal in huis verandert het geslacht niets al is de ingreep ter castratie een heel andere dan die waarbij een vrouwtje moet worden gesteriliseerd. Hoe dan ook, pas onlangs werd duidelijk dat het nestje van 4 kittens een enkel mannetje had voortgebracht, die werd voor ons. En deze kleine schavuit haalden we in de derde week van juli op. Goed op gewicht, zindelijk, lekker gezond, brutaal als de beul en schitterend van kleur en haardracht. Prins Percy. Een naam die klinkt als een klok, een paar dagen lang uitgedacht, omdat wij nu eenmaal sinds de jaren 70 de principes huldigen dat onze huisgenoten een naam moeten krijgen die met een P begint.

Ach, laat ons, het is gewoon een leuke traditie. En deze bijna koninklijke gast kreeg de toevoeging Prins omdat ik dat extra leuk vind. Hoe dan ook, ‘gewoon volk’ mag hem Percy noemen. Een prinsje van de soort die ons direct om de harige vinger wond. De hele rit naar zijn nieuwe huis niet mekkeren of miauwen maar gewoon lekker slapen. Thuis ging dat wel over. Hij blijkt een kwekkerd. Overal waar hij loopt laat hij zich horen. Als hij iets van ons wil, miauwen! De bak opzoeken of zijn huisgenoten, idem dito. Het gewenningsproces met die twee hier al enige tijd verkerende jongvolwassenen had wat voeten in de aarde. Geblaas over en weer was niet van de lucht. Maar na twee dagen begonnen de verhoudingen te ontdooien. Percy werd steeds beter geaccepteerd. Met name zijn grote ‘voorbeeld’ Pixel begon hem echt leuk te vinden en liep al snel te dollen. Dat kwam en komt dus wel goed in poezenland. Nu is hij nog klein en genieten we van het typerende kittengedrag. Gaat snel zat. Zijn pa was na een jaar al een kilo of zeven en uitgegroeid tot een heel stevige kater. Ook dat zal wennen worden voor de andere twee. Pixel is een meer dan stevige en gespierde kater, die redt het wel, maar onze Punkie is een soort van zielige kneus. En groeit niet meer. Dus die krijgt het wellicht lastig in de toekomst. Maar ja, die wil ook niet echt een liefdesrelatie met de nieuwkomer. Is wellicht een voorbode…

De A van Anders

302647334_3f326ca491_mAnders zijn, anders denken, een afwijkende mening verkondigen. Het zet mensen al snel in een hokje. Een hokje waar ze soms helemaal niet om hebben gevraagd, maar dat hen wordt toegewezen door mensen die het leven nu eenmaal op een bepaalde manier willen indelen. Zoals in ‘wij’ of ‘zij’, ‘goed’ of slecht’, ‘zwart’ of ‘wit’. Mensen die in het verkeerde vakje zitten, vaak buiten hun eigen schuld maar gewoon omdat ze nu eenmaal niet met de grote stroom meebewegen, krijgen het vaak zwaar te verduren. Bedenk maar eens hoe het moet zijn voor iemand met homoseksuele gevoelens of geaardheid in een wereld die op dat punt steeds vijandiger wordt. Of een vrouw zijn in een culturele omgeving waarin men de rechten van vrouwen minder zwaarte geeft dan die van mannen. Of als je in deze politiek getinte tijden net voor de verkiezingen aan geeft te voelen voor een stem op (voorbeeld) Geert Wilders of (nog ‘erger’) Jesse Klaver of Pechtold. Ook ik lijd uiteraard onder dat hokjesgevoel.

boerkiniMensen die gaan voor GroenLinks of D66 zie ik als dromers zonder enige vorm van realisme. Mensen die denken dat onze welvaart weliswaar een groot goed is maar dat het heel eenvoudig gedeeld kan worden met de rest van de wereld of dat je voor het gebruik van water, lucht, eten of drinken altijd maar extra moet betalen. Omdat jij als consumerende mens hoofdschuldige bent aan alle vervuiling van het milieu of elk dierenleed. Nou dat kan best zo zijn, maar ik zie weinig in dat constante extra belasten. En dus zet ik mensen uit die hoek in een vakje. Gebakken Lucht Verkopers! Omgekeerd doen mensen uit deze kring, geholpen door de alsmaar krimpende achterban van de PvdA en de overwegend linkse media er alles aan om het stemmen op PVV of 50Plus te ontmoedigen. Immers, dan ben je een tokkie, een racist of nog erger een vuile fascist. Wilders is de nieuwe Hitler en zijn afkeer van de islam moet je echt zien ‘in het kader van de Jodenvervolging uit de tweede wereldoorlog’. Het vakje voor dat soort kiezers gaat voor je open en de deur op slot. Ook kiezen voor de partij van Henk Krol wordt sterk ontmoedigd. Immers, die arme jongeren die al die oudjes moeten onderhouden! Het is toch te erg voor woorden.

sinterbramSolidariteit van de koude grond. Immers, de ouderen van nu zijn de jongeren van toen en die betaalden ook mee aan de door Vadertje Drees bedachte AOW die werd verstrekt aan na-oorlogse ouderen die helemaal niks hadden bijgedragen aan hun eigen inkomsten na hun 65e. Demagogie is de ‘politiek correcten’ vaak niet vreemd. De reactie van hen die deze bestuurlijke plucheplakkers weg willen hebben is daardoor alleen al soortgelijk. Nederland splijt zich ergens in het midden. Men is voor of tegen, ja wat eigenlijk? De dagelijkse praktijk van alle dag laat zien dat er veel is af te dingen op het optimisme dat onze cultuur niet onder druk zou staan door alle invloeden van buiten. De grenzen van Europa zijn zo lek als een mandje en het is een mooie droom te denken dat wij half Afrika hier aan het werk en een inkomen kunnen helpen. De vertrutting van de samenleving onder invloed van een gastgeloof is ook een puntje om over na te denken. Het komt toch uit dat vakje vol mensen die onze vrijheden kennelijk niet kunnen apprecieren en overal kritiek op hebben als het niet past bij dat geloof of die cultuur. Die vrijheden waarvoor ook D66 in haar vroegere vorm nog zo heeft geknokt staan intussen vlak voor de nooduitgang en dreigen te worden afgevoerd. Wie dat niet zo ziet blijft in het vakje van de dromers, al die andere mensen kiezen straks toch liever voor meer realisme. Meer vanuit onrust dan omdat ze echt iets hebben tegen andere culturen of dat bewuste geloof. Integratie, assimilatie, acceptatie. Maar nooit eenzijdig. En zeker niet als we die ‘anderen’ maar in vakjes blijven stoppen, waar ze vaak helemaal niet thuis horen. Want dat is nu net Nederland op zijn best.

Asielzoeker thuis…

WP_20150912_034Al eerder meldde ik het verhaal van de kleine asielzoeker die in ons huis een warm onderdak verkreeg. Gevonden op straat, geholpen door goed willende mensen, en bij het Amstelveense asielcentrum weer opgeknapt. Toen wij hem aantroffen was nog sprake van een ‘haar’. Immers ze stond als ‘vrouw’ ingeschreven, maar bleek bij de eerst medische check-up toch echt voorzien van een paar kennelijke onderdelen die onmiskenbaar toebehoren aan een man van dezelfde soort. Vanaf moment een hebben we de asielzoeker behandeld als een eigen kind. Hij eet als een bootwerker. En springt knorrend op schoot om zo sympathie op te wekken voor zijn voorheen zo kansarme positie. Minder geslaagd is de ontvangst door de tot dan autochtone jong volwassene die sinds moeder overste is gaan hemelen hier de dienst uitmaakte. Protestacties die eerst vooral vocaal werden geuit leidden later tot fikse schermutselingen.

WP_20150701_021Groot tegen klein, David tegen Goliath, waarbij Goliath een ultiem middel in de strijd wierp, zijn lenige jonge lijf en gewicht, maar ook een soort nekbeet die veel van doen heeft met hoe Dracula jonge maagden verleidde zich aan hem over te geven. De kleine asielzoeker beet en krabde van zich af, af en toe heftig krijsend. We zijn intussen een paar weken verder en de gevechten worden kwantitatief minder talrijk. Af en toe wordt er samen gewerkt of zelfs gegeten. De schoot van een van de baasjes wil nog wel eens een twistpunt zijn, maar het lijkt er op dat er een soort gewapende vrede is ontstaan. Nu maakte de Dierenarts waar we die eerste check-up lieten doen redelijk stellig. ‘Gewoon laten gaan, als er geen bloed vloeit gaat het vanzelf een keer goed’. Nou ja, of we het zo ver moeten laten komen. Feit is dat die kleine groeit als kool, poten heeft die doen vermoeden dat hij stevig aan de maat is op volwassen leven, en dat onze zwarte schat, die nu iets van 1,5 jaar hier zorgt voor veel vermaak, dan toch voor zijn welzijn moet vrezen.

WP_20150918_002Al begint die zelf nu te lijken op een zwarte panter met bijpassende souplesse en uitdrukkingen in het even zwarte kopje. Een probleem blijft echter bestaan. Vrouwlief en ik zijn het niet eens over de nieuwe naam voor de asielzoeker die ooit binnenkwam als Pebbels. Maar ja, toen was het nog een meisje. Met een lijst van iets van 60/70 namen beschikbaar komen we er niet zo goed uit. Pico, Paco, Punkie, het komt allemaal voorbij. Nu nog even kijken wat het beste past. Voorlopig luistert hij het beste naar ‘Eten!’. Misschien is dat een aardig compromis?!