Vliegtuigherkenning…

Vliegtuigherkenning…

Al eerder beschreef ik mijn jeugdige liefde voor alles wat zich mechanisch door het luchtruim beweegt en hoe dat alles zo is gekomen. Schiphol verkocht zichzelf in mijn jeugd door regelmatig van die toenmalige zuigerkisten over onze straat en huis te laten trekken wat mij bijzonder intrigeerde. Al snel was ik een regelmatige gast op het v lak bij Amsterdam gelegen vliegveld, zoog de beelden op en nam een abonnement op het prachtige blad Cockpit van Hugo Hooftman, toen een grote naam op dit gebied.

Al snel ‘wist’ ik zoveel over al die vliegtuigen dat ik een uitnodiging om deel te nemen aan een Amsterdams vliegtuigherkenningskampioenschap niet kon vermijden. Samen met mijn jeugdvriend Fons togen wij op de fiets naar de locatie, een schoolgebouw in het chiquere deel van Amsterdam-Zuid, om de verdere aanwezigen te verbazen met onze kennis van al dat vliegende spul.

Al snel bleek dat wij behoorden tot de jongere generatie. De meeste deelnemers een paar tot een flink aantal jaren ouder dan wij. Dat werd afzien… Met dia’s werd in snel tempo een reeks van 100 vliegtuigen getoond in soms sterk afwijkende kleurenschema’s zodat je daaraan ook geen houvast kon ontlenen. Fons, duidelijk minder getraind dan ik, haakte al snel af. Verkeersvliegtuigen kon hij nog wel duiden, maar militaire kisten waren zijn ding niet zo. Met de zaken die ik zelf leerde uit dat blad van Hooftman, kwam ik een stuk verder.

Maar ik herinner me nog een Kawasaki uit WO2 in de kleuren van de USAF die ik totaal miste en aanduidde als P-47 van Republic. Wist ik veel dat die Japanse kisten vaak door de Amerikanen werden getest na de overgave van Japan in 1945. Maar ik bleek bepaald niet de enige te zijn. Toen de jury de uitslagen-formulieren innam en begon te beoordelen, namen wij maar een bakkie thee. Jeminee, dat viel best tegen, de conclusie. Met onze 15/16 jaren leeftijd bleek dit een heftige proeve van bekwaamheid. Zelfverzekerd als ik toen al vaak was, immers ik had me vanaf de vroegste jeugd het spotten eigen gemaakt, dacht ik dat het wel goed zou komen. Fons was er minder gerust op. En toen kwam de uitslag. En bleek ik bovengemiddeld gescoord te hebben en zelfs in de top-10 te staan overall. Kijk, daar kon je mee thuiskomen. Fons was onder de indruk. Mijn ouders niet. Die vonden dat maar onzin. ‘Moest je er mee..”.

Als Fons en ik elkaar nog wel eens zien, we wonen niet te ver van elkaar af, net als toen, haalt hij het nog wel eens aan. ‘Weet je nog dat…..!?’. Dat leeft het weer op. Ik zette meteen na die omschreven gebeurtenis een eigen bureau op. Bedoeld om kranten en bedrijven te helpen aan meer kennis over de luchtvaart. Hoe ambitieus ook, het werd niks. Al was het maar omdat er ook moest worden gewerkt en gestudeerd. En tja, ‘wat moest ik er mee’… Tot op de dag van vandaag is alles wat luchtvaart aangaat mijn wereld. Naast die automobiele. Lijkt vermoeiend, is het niet. Veel te leuk. Maar prijzen win ik er niet meer mee….(Foto’s”: Archief)

Oma…

Oma…

Zag ik onlangs iemand die ik al jaren niet had gezien. ‘Jeminee, die is best flink ouder geworden’ was mijn eerste reactie achteraf. Vrouwlief, nooit wars van enige kritiek op wat ik zoal oreer, gaf meteen aan dat ik maar eens in de spiegel moest gaan kijken. Sinds ik de 60 kruisjes passeerde is ook mijn uiterlijk vertoon toch meer grootvaderachtig dan puberaal geworden. Confronterend. Sinds dat moment kijk ik ineens heel anders naar oude beelden van prachtige meiden uit het verleden. Pronkend met hun boezems en billen, lange benen en spiegelgladde huidjes waren het in mijn ogen toen seksbommen. Daartoe ook uitgekozen vaak om op de foto te worden gezet. Maar ja, ook voor hen zal de tijd niet hebben stil gestaan, net als voor mij of voor de lezer die intussen ook 40/50 jaar opschoof in de tijd.

Dus die fraaie dame van toen, zal ze geweest zijn, 20/25?, is intussen ook 70/75, en dus allang moeder geworden en/of oma. ‘Jeminee, die is ook oud geworden zeg…’. Oud worden is een natuurlijk proces bij leven en welzijn uiteraard. En het ene leven is het andere niet, en je krijgt ook het nodig mee in de genen. Zat daar een perkamenten huid in de familie krijg je die hoogstwaarschijnlijk ook, net als de dikke buiken van opa en oma, ooms en tantes en zeker je ouders. Het wordt allemaal gratis en voor niks doorgegeven. Niet gratis is het werk dat sommigen doen om er jong uit te blijven zien. Strak laten trekken wat volgens de normen strak moet zijn, wanhopig de borsten of billen blijven oppompen en waar nodig de sportschool bezoeken om de stramme leden nog een beetje soepel te houden. Ik heb er zelf voorbeelden van gezien waarbij je meteen wist dat de plasticindustrie zich voorlopig geen zorgen hoefde te maken over de omzet in de toekomst.

Spuiten dat spul. De uitdrukking volledig uit het gezicht of de hals verdwenen en om het af te maken natuurlijk een boezem die niet eens meer trilt als je er tegen aan zou tikken. Strak en stijf, niet slap en hangend. Oud is voor de dommen. Of zij die de spiegel zelden benutten om er in te bekijken hoe oud men geworden is of welke rimpels nu weer waar zijn verschenen. Toch blijft het confronterend. De strakke lijven van toen nu te zien lubberen. De fraaiheid van uiterlijk en glimlach te zien uitblussen bij mensen die je toch vroeger hoog achtte en vooral ook bewonderde. Er zijn heel wat vroegere sterren die dat niet aankonden of kunnen en op zekere leeftijd gewoon in de anonimiteit duiken. Die het haar niet meer verven, de make-upkoffer bij de kringloop neerzetten en genieten van incognito. Blijft jammer. Beetje styling kan wonderen doen. Goede kleding en wat verzorging door een kapper of visagist(e) ook. Lekker ‘luggie’ er op en hup. Klaar voor de confrontatie. ‘Mooi oud geworden, charmant gebleven’ is dan veelal mijn mening. En natuurlijk ben ik zelf het goede voorbeeld. Nou ja, op mannelijk vlak dan…. Toegeven dat we oud zijn geworden is niet mijn ding. Dus kijk en wijs ik liever naar anderen. ‘Oud geworden zeg…’ en weet ik al wat vrouwlief daarop te zeggen heeft. Blijft confronterend….. (Beelden: Archief)

Polenese…

‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.

Risico’s

Risico’s

In de periode van intussen dik anderhalf jaar dat er een onzichtbaar maar kennelijk gevaarlijk virus door onze samenleving waarde, reden we zeker in de auto heel wat minder dan voorheen.

Je zou denken dat dit een gunstig effect had op veel waar de linkse kerk graag naar wijst. Maar dat bleek minder het geval. De CO2 uitstoot bleef gewoon gelijk. Het totale verkeer was nog maar een fractie van voorheen, maar die uitstoot bleef gelijk. Vreemd. Confronterend ook het feit dat het aantal verkeersdoden in dat zelfde verkeer weliswaar terugliep (2020 tov 2019) maar dat we met name een verschuiving zagen bij de vervoersmiddelen waarin/op men dodelijke ongelukken constateerde. Auto’s daalden qua aandeel flink, maar het aantal doden in het verkeer op de fiets steeg sterk. En dat bleek ook de enige sector waar het aantal doden flink steeg. Van 203 in 2019 naar 229 in 2020.

Een derde van al die betreurde doden verloor het leven bij ongelukken met e-bikes. En dat is confronterend. Want juist de overheid, gesteund door allerlei milieu-organisaties zetten in op beleid om ons allen uit de auto op de e-bike te krijgen. Immers, zoveel beter voor het klimaat in bijvoorbeeld China en zgn. vrij van uitstoot. Maar de gevolgen van die omschakeling op tweewielers heeft bijkomende effecten die niet bepaald plezierig zijn. Gek genoeg zie je in alle andere categorieen verkeersdeelnemers dalingen. Ook bij scooters en brom/snorfietsen. Maar die e-bikes springen er bovenuit. Oorzaak en gevolg natuurlijk ook gemeten. En dan blijkt dat vooral veel ouderen kiezen voor zo’n elektrische fiets. En die gaan er dan ook meteen hele einden mee rijden op relatief hoge snelheid. Ze denderen door het verkeer heen zonder al te veel inzicht van regels en verwachtend dat andere weggebruikers hen wel de ruimte gunnen hun snelheid te ontwikkelen.

Datzelfde beeld zie je ook bij wielrenners. Een belangrijk deel van die verkeersdoden heeft ook van doen met hen die menen dat elke openbare weg dan wel fietspad bedoeld is om het wereldrecord snel van A naar B fietsen door hen mag of moet worden verbroken. Men rijdt tegen de rijrichting in over rotondes, neemt bij verkeersremmende zaken voor auto’s niet de voor fietsers ingerichte uitwijkstroken maar blijft keihard doorrijden op de autowegen en zo meer. Dat er dan doden en gewonden vallen is min of meer te verwachten. En cijfers liegen niet mensen. Kortom, veel pleit om de fiets te laten staan en gewoon per auto te reizen en als het niet anders kan het OV te nemen. De cijfers voor dit jaar zullen niet veel anders worden vrees ik. De doelstelling van het SWOV om in 2020 nog maar (..) 500 verkeersdoden op jaarbasis te behalen is met een totaal van 610 nog lang niet bereikt. En dat in een jaar waarin de economie in de lockdown stond en het verkeer net aan 45% van het normale totaal bereikte. Dat belooft niet veel goeds voor als we weer massaal de weg op gaan zoals we in de tweede helft van dit jaar ongetwijfeld gaan doen….U bent gewaarschuwd…(beelden: Archief)

Do….

Do was letterlijk en figuurlijk een vrolijke tante. Voor haar neefjes en nichtjes, zij had altijd plezier, leefde zich uit, hield zich niet aan welke norm of waarde ook. En bij de familie was wel bekend dat Do in haar leven heel wat mannen (en wellicht zelfs vrouwen) had versleten voor ze iets tot rust was gekomen. Verhalen over haar jeugd, dat dorp waar ze alle mannen het hoofd op hol had gebracht met haar lijf en gedrag. Do hield wel van een verzetje. Een drankje of rokertje ging er altijd wel in, en als ze dan zin had in gezelschap nam ze dat mee naar een plek waar de rest van de samenleving haar niet kon bespieden. Men kon slechts raden wat zij daar dan deed. Maar haar naam was wel gevestigd. Later verhuisde ze naar de grote stad. Kreeg een aardige baan. Eerst in een tankstation, toen bij een notaris. De klanten waren gek op haar. Want service ging Do voor alles. Tevredenheid moest volgens haar in alle toonaarden worden geboden en haar werkgevers waren alleen daarom al gek op haar. Alleen vastleggen aan iemand was niet haar ding. Ze hield van feesten, met alles er op en aan, ze experimenteerde met pillen en poeders, kende de Kama Sutra zowat uit haar hoofd, maar bleef dezelfde vrolijke Do die eigenlijk gewoon Dorine heette maar dat maar een stomme naam vond. Do was ook een graag geziene gast op de familie-bijeenkomsten. Ze kon geweldige verhalen vertellen en maakte de jongere generaties wijs dat als je vandaag niet leefde je morgen spijt zou hebben omdat het dan niet meer kon. Haar ouders, broers, zussen, en goede vrienden, ze luisterden vaak met opgetrokken wenkbrauwen naar wat ze allemaal oreerde maar ook over wat ze droeg aan kleding. Of beter, wat ze bijna niet droeg. Optische verrassingen waren haar niet vreemd. Do was dus een vrolijkerd. En ze werd node gemist toen ze ineens overleed. 80 jaar oud. Geleefd voor tien. Maar haar motto leefde voort…..Leef nu, morgen is het misschien te laat. Maar haar familie zette haar portret toch maar niet zo dominant op de schoorsteenmantel. Het stigma van het fatsoen en zo…..

Jarig…

Jarig…

Morgen is het weer zover. Verjaardag! Intussen toch een avontuur. Naarmate de leeftijd stijgt is elke verjaardag die je zonder al te veel gekreun en gekraak bereikt er een.

De onkwetsbaarheid is natuurlijk voorbij, het virus vanuit China maakte ook mij duidelijk dat als je eenmaal de zes kruisjes voorbij bent je ineens behoort tot de risicogroepen. Niet dat ik er nu echt elke dag mee bezig ben…maar toch. De meeste kerstfeesten zijn intussen wel gevierd, maar ja, wellicht worden we 100plus en dan mag ik nog wat liedjes zingen onder de intussen alweer afgetuigde boom. Maar die verjaardag had wel altijd wat. Zeker als kind. Want ik werd geboren aan het begin van die eerste maand na de decemberse feestdagen en die waren ook toen al vaak best duur geweest.

Je was al blij als er uberhaupt een feestje gevierd kon worden en er een cadeautje uit rolde. Nou, dat lukte op een of andere wijze altijd wel. Niet in luxe opgegroeid, integendeel zelfs, was wat ik op de verjaardag kreeg gelukkig nooit ‘praktisch’ zoals bij Sinterklaas, maar echt iets wat ik graag wilde hebben. De inkomensgrilligheid (leasepa had ook wel eens pech bij de verkoop van zijn handel) zorgde voor avontuurlijke verwachtingen. Veelal vroeg ik dan een Dinky Toy model waarvan ik zeker wist dat mijn vriendjes (90% in dezelfde omstandigheden opgegroeid) die nu net niet hadden. Dat maakte dan wel dat als je dan zo’n model kreeg je er (tot nu toe) zuinig op was. Immers, kostte veel geld en moest gewaardeerd.

Later werd de verjaardag meer een feestje. De omstandigheden en samenstelling van gezin en vriendenkring maakten dat mogelijk. Soms zat de hele kamer vol met bezoek en deed men zeer zijn of haar best om mij met lieve of mooie dingen te plezieren. Jarig zijn toch een feestje en ook een prima gelegenheid om de hele bups weer eens bij mekaar te halen. Later werd het aantal mensen dat er bij aanwezig was toch steeds minder. Sommige schepen voeren voorbij in de nacht, mensen verdwenen compleet uit beeld, gingen hemelen, of kwamen niet meer omdat de afstanden te groot waren geworden. In het huidige leeftijdsgebied zijn de feesten verdwenen en meer omgevormd naar gezellige samenzijns waarbij weer eens lekker wordt gelachen of gehuild om hen die niet meer bij ons zijn.

Leeftijd maakt kennelijk emotioneel, al ben ik daar dan zelf niet zo van. Je koestert wat is en hoeft geen gouden bergen meer te ontvangen om te weten dat mensen van je houden. Als ze dat al doen merk je dat vanzelf. Zelfs de oude Hork weet hoe dat werkt. Toch mooi geleerd door de jaren heen… Morgen dus…en anders dan in vroeger tijden, lig ik er niet meer wakker van. Een dag lang voel ik mij geconfronteerd door weer een nieuw getal op de leeftijdsladder die zo lang is geworden, daarna gaan we weer gewoon verder met wat zorgt voor bereiken volgende mijlpalen, leven! En vieren we gespreid de verjaardag. Heb ik dankzij Corona toch nog een paar extra feestjes te vieren. Een week lang zelfs…U wilt me wel vergeven hoop ik…(Beelden:Internet)

Tweeling…

En daar zat ik dan, op een bankje voor een winkelcentrum waar tevens een soort MBO gevestigd is waar jongelui o.a. leren om in de toekomst een winkel of iets soortgelijks op te zetten of te leiden. Ik ken de omgeving en weet dat op deze scholen (er is om de hoek ook een voor de horeca gevestigd, waar je heel lekker kunt eten..) leerlingen van diverse pluimage en afkomst hun opleiding volgen. En in vrije uurtjes zwermen ze uit over het winkelcentrum of hangen op de bankjes voor de deur. Ik kijk er met plezier naar omdat je hier de vermenging ziet die door voorstanders van een ruimhartig immigratiebeleid wordt voorgestaan. Veel verschillende culturen dus, en vaak plezier met elkaar makend. Op dat moment dat ik hier op dat bankje zat omdat vrouwlief een van de winkels in het centrum frequenteerde zag ik op enig moment een fraaie jongedame naar buiten komen.

Ze was een jaar of 16 oud denk ik, en had de glans van de jeugd over haar hele slanke lijf vastgeplakt zitten. Een fraai gezichtje, mooi lijf. Ze gaf een bijna twee meter lange gast van dezelfde leeftijd en afkomst (ik vermoed Braziliaans of zo iets) keurig een hand. In deze coronatijd toch bijzonder. Al snel hielden ze een geanimeerd gesprek samen. Wel op 1,5 meter afstand. Ik lachte als observator in mijn vuistje. Zij lachte veel, een wit-ivoren gebit voegde veel van haar schoonheid toe aan de uitstraling die ook de in het rood geklede jongeling bekoorde. Even later voegde zich een derde persoon bij het gezelschap. In het zwart gekleed, een kloon van de andere jongeling. Toen ik goed keek, geen kloon maar gewoon diens broer. De jongedame liet zich gewillig omhelzen en zoenen. Vol op de fraaie mond. De in het zwart geklede jongen gaf de andere een ellebooggroet.

En hield zich daarna met de dame bezig. Die was duidelijk in de wolken dat ze haar vriendje bij zich had. Het gesprek werd steeds vrolijker en ongedwongen. De ‘vriend’ steeds bezitteriger want bleef maar aan haar frunniken en trachtte ook constant om haar te kussen. De broer stond er bij en keek er naar. Maar niet zo maar een beetje. Ik zag dat hij de dame wel wilde opvreten. Niet uit boosheid, maar…hij was gewoon verliefd. Ik zag het aan alles wat ik aan signalen kon oppikken. Hij had een hand gehad, gunde zijn broer alle geluk, maar deze dame niet. Die wilde hij voor zichzelf. Het klassieke Kain en Abelverhaal. Op enig moment vertrokken ze. De jongen zonder vriendin liep in slentergang terug de school in. De dame sprong achterop bij zijn broer en reed weg. Ze keek niet meer om. Hij wel….. En ik had met hem te doen….zoveel verlangen… (Beelden: Internet)

Afstand houden….

Ze had het allemaal al meegemaakt vond ze zelf. Mannen die van alles van of met haar wilden toen ze nog een puber was. Ze hield ze sindsdien op afstand. Want voor je het wist zaten ze met hun handen op plekken die ze toen zelf nog nauwelijks had ontdekt. Later op haar werk kreeg ze te maken met collega’s die meenden dat het halen van een extra kopje koffie voor die lui een vrijbrief was om even onder haar rok te graaien of haar een tik op de billen te geven in het voorbijgaan. Ze leefde liever in een wereld waarin dit niet voor kwam. Boeken met een romantisch inslag, over prinsen die slapende prinsessen wakker kusten of desnoods redden uit een toren waar die dames gevangen werden gehouden door boze vaders of stiefmoeders. Ze zweefde weg bij romantische teksten van bepaalde zangers of zangeressen. Ze genoot van bepaalde films of series op tv. Maar in het echte leven wilde het maar niet lukken met de romantiek. Omdat ze zelf afstand hield. Op vakantie ging maar alle hunks aan zich voorbij liet gaan. Geen zin in het gedoe. Ze vermaakte zichzelf wel. Geen zin in zwangerschap, ziekten of gedoe. En zo leefde ze haar verdere leven. Weinig dieptepunten, een enkel hoogtepunt. Woonde op haar flat met haar kat en genoot van wat het leven te bieden had. Die ene keer dat ze eindelijk een man toeliet in haar leven werd het een mislukking. Hij was dominant, vertelde precies wat zij allemaal moest doen, maar stak zelf geen vinger uit in het huishouden. Nou ja, wel naar haar en dat was even leuk. Op enig moment vermoeide het haar echter en nam ze afstand. Mikte hem de deur uit. Weer een ervaring rijker en een illusie armer. Ze kon zich  niet geven had ze gemerkt, maar wilde ook niet nemen. Ze wilde gewoon met rust gelaten worden. Op het werk deden ze dat gelukkig. Ze werd ouder, men tikte haar niet meer op de billen en de collega’s waren vaak jonger dan zij. Op haar 60e kreeg ze een leuk uitje van haar chef. Restaurant, een bonus,een toespraakje. Na afloop ging ze naar huis. De kat wachtte op haar. Daarmee hield ze hele gesprekken. Die was altijd goed voor haar. Na haar pensioen, een aantal jaren later, maakte ze de balans op. Geen kinderen, dus ook geen kleinkinderen, geen schoonfamilie en haar eigen vader en moeder intussen overleden. Ze was alleen. En zo stierf ze. Werd begraven door buren en enkele oud-collega’s. Die bij het afscheid nemen keurig afstand hielden. Het was coronatijd…..zij had er wellicht zelf van genoten. Heerlijk, niet klef of zo. Nou ja de cake na afloop…maar verder. Het was goed zo….

Angstvirus…

Dat COVID-19 virusje is onzichtbaar, treft naar willekeur mensen die lijden onder een of andere al oudere aandoening of die boven op elkaar gestapeld leven, maar gaat toch aan de meeste deuren voorbij. Op het moment dat ik dit verhaaltje schrijf zijn in de hele wereld 4 miljoen mensen besmet geraakt (en getest..) en pakweg 150.000 mensen overleden aan complicaties die het een en ander veroorzaakten. Op een wereldbevolking van een paar miljard zijn dat toch relatief kleine getallen. Toch legt dit virus onze samenleving wereldwijd lam. In de meeste landen hield men zich aan de ophokplicht en nam beschermende maatregelen, de verspreiding ging daardoor op enig moment langzaam. Doofde echter nooit uit. Maar beste mensen, dat deed HIV of Ebolah ook nooit. Wie zich niet beschermt loopt kans op besmetting. En toch leefden we met al die ziekten alsof ze niet bestonden. Bij dat nieuwe Chinese virus zijn we collectief toch aardig in paniek.

We raken elkaar  niet meer aan, lopen in een boog om anderen heen, laten als bevolking hele stukken van ons leven afpakken door nieuwe protocols en zien een ritje naar de supermarkt als een uitdaging. Een angstcultuur is ons leven binnengelopen. Nu ben ik zelf niet zo bang uitgevallen, al zijn er best zaken waar ik wel wat angst voor heb. Linkse leugens bijvoorbeeld die kunnen leiden tot een veranderde samenleving zonder democratische inspraak. Of een dominante islam, dan wel andere kerkelijke organisatie of cultuur die ons allen zou willen bekeren of omvormen. Ik heb angst voor wat me ooit zal overkomen als ik moet gaan hemelen. Vooral omdat ik het nu nog zo naar de zin heb en nog zo veel moet leren over die wereld om me heen en alles wat er zich in beweegt. Maar echte angst voor dat virus heb ik niet. Ik bescherm me waar mogelijk maar besef me ook dat ik sneller een verkoudheid of griep overneem van iemand die zijn handen niet wast of in mijn richting niest.

Ik maakte ooit een chef mee die als hij nieste of hoestte dit in zijn handen deed en de restanten in zijn haar smeerde. Zijn handen wassen deed hij zelden (zichtbaar) dus was een lopende bron van ziektekiemen. Was hij een bijzonderheid? Ik vrees van niet. Toch had hij met tientallen mensen contact. Vast voor een deel ziek geworden. Zo gaan die dingen met besmettingen. Wat me wel opvalt dat mensen om me heen voor een deel redelijk angstig reageren op de pandemie. Komen zelden meer buiten, gaan eens per week naar de supermarkt, bezoeken verder niets meer dan plekken waar weinig andere mensen komen. Ook zitten ze nogal eens geisoleerd thuis.

In de hoop dat er af en toe iemand in de tuin naar ze zwaait……Lijkt me niet fijn. Men hunkert naar contact, wil knuffelen, maar durft niet. Immers, je zult net die ene tegenkomen die…Kwetsbare ouderen zijn primaire doelgroep, maar gek genoeg slaat het virus zonder aanziens des persoons toe en zie je dus dat heel wat flink jongeren ook worden geveld. Maar nog steeds, een grote meerderheid niet. We overleven dit wel. Om daarna te ontdekken dat onze wereld is veranderd. Dat wat voor zeker aannamen intussen is verdwenen. Zoals werk en inkomen, reizen en vakantie, dat tweede huis, die nieuwe auto of boot. Bedrijven vielen of vallen om, de wereldorde zet in op een nieuwe toekomst. Waarbij we niet meer kunnen doen wat we willen, maar slechts wat we mogen. Als er een complottheorie bestaat is het die van de milieufreaks die dit virus hebben losgelaten om zo de mensheid te straffen voor zijn vermeende misdragingen…… Over stikstof praten alleen de linksen nog. De rest zucht onder de angst. Een virus dat alles lamlegt. Nog meer dan dat verrekte Chinese Corona-virus. Wie ook bang is of vreest voor…mag het melden hoor….weest niet bevreesd! (Beelden: Yellowbird archief)

Jeri Ryan – voor altijd verbonden aan Seven of Nine…

Ik denk dat weinig mensen haar zouden hebben leren kennen als actrice wanneer ze niet die ene rol had gespeeld waarmee ze letterlijk en figuurlijk in the picture was gekomen, die van Seven of Nine in de Populaire SF-serie Star Trek – Voyager. Jeri Ryan heet ze in het echte leven en intussen is ze 52 jaar oud. Ze bouwde een geweldig oeuvre op aan rollen en prijzen voor haar acteerprestaties, maar voor mij is ze vooral altijd verbonden aan die ene rol, Seven! Wie het genre niet kent en het verhaal heeft gemist, deze reeks liep tussen 1994-2001 en in de vierde reeks kwam zij ineens het beeld binnenlopen. Eerst nog als een zgn. Borg-drone, waarbij het goed is te bedenken dat in de fantasie van de makers van deze reeks verhalen, Borg de oer vijand van de andere wezens in het Heelal zijn en mensen als de helden uit de reeks alleen maar willen assimileren en ombouwen tot Borg-drone. De logica daarvan is niet geheel duidelijk, maar ach….

Seven of Nine (haar naam binnen de Borg-omgeving) werd volgens het script als kind al omgebouwd tot dar(drone) en gekoppeld aan het centrale denkframe van dat ‘ras’. Hoe dan ook, door veel inspanningen van de bemanning aan boord van de Voyager wordt Seven of Nine gered en voor 80% teruggebouwd tot mens. En hoe! Men steekt haar in een pakje dat min of meer vacuüm verpakt om haar heen zit, zet haar op hoge hakken, steekt de blonde haren op en geeft haar een manier van praten die robotesk sexy is. Jery Ryan vervult die rol letterlijk alsof hij op haar huid is geschreven en haar ‘Borg-logica’ is soms echt fantastisch om te zien. Maar voor veel mannen die houden van SF en Star Trek is de introductie van Seven of Nine wel een beetje het hoogtepunt op het gebied van verhaallijnen. Als je achter de schermen kijkt van dat uiterlijk lees je dat Ryan een korset droeg dat o.a. haar boezem links en rechts separeerde en aan de voorkant afdekte, maar ook dat er baleinen waren getrokken om haar buik en een extra bescherming om haar onderlijf was aangebracht opdat we als kijker maar niet ook maar de minste fantasie zouden krijgen rond dat fantastische lijf dat deze strak verpakte omgebouwde Borg-actrice zo pront showde.

Nee, ook in de ruimte blijven we Amerikaans preuts natuurlijk. Een toiletbezoek van de actrice duurde indertijd overigens tussen een half uur en een uur, omdat al die lagen van haar af moesten worden gepeld voor een simpel plasje, maar daarna ook weer aangebracht. Later loste men dit op via een veel fijner zittende en eenvoudiger aan te trekken overall. Hoe dan ook, Jeri Ryan was een fenomeen geworden en deed na Star Trek ontelbaar veel rollen in series en films. Trouwde met een politicus met ambities om Obama te verslaan, maar die haar kwijtraakte (en de nominatie) toen duidelijk werd dat hij wat perverse kantjes vertoonde door haar o.a. te willen afdwingen seks te hebben op openbare plekken of obscure clubs. Dat ging haar te ver. Scheiding het gevolg. Aan dat huwelijk hield ze wel een zoon over. Uit haar tweede huwelijk dat ze sloot in 2007 heeft ze nu ook een dochter. Ryan heeft ooit de titel gewonnen van Miss Illinois, werd derde bij de Miss-Amerika-verkiezingen en wie haar figuur van toen zag weet waarom. Ze acteert nog steeds en is ook gevraagd voor de nieuwste (nog uit te brengen) Star Trek film ‘Picard’ waarin ze na vele jaren weer als Seven zal opdraven, dit keer echter vermoedelijk niet meer in zo’n strakke catsuit. Mocht je twijfelen aan mijn verhaal, kijk nog eens naar de serie (Netflix vertoont hem) of vraag het kenners. Seven is een te koesteren karakter. En daarmee doen we ook meteen Jeri Ryan eer aan, die deze rol zo prachtig vertolkte.  (Beelden: Internet/Wikipedia)