Ik kan mij nog goed die vroegere edities herinneren van het jarig zijn. Feestjes waar je als kind aardig door van de leg kon raken. Immers, in die vroegere jaren was verwennen geen normaal gedrag binnen hard werkende gezinnen waar geld verdienen nog wat meer voor de toekomst was weggelegd. Maar die verjaardagen waren feestjes. Je kon er meestal ‘s-nachts slecht van slapen. Hoopte op een stukje extra aandacht, op een taartje of een erg aardige cadeautje. Want ook dat was natuurlijk niet zo maar een vaststaand gegeven. Kinderen van nu menen al snel dat zij recht hebben op de inhoud van een half filiaal van Bart Smit of Intertoys, maar in onze jonge jaren was je al blij met een enkele Dinky Toy. En gelukkig kwamen die er ook altijd. Gekoesterde modellen die ik in veel gevallen nog steeds bezit. Hoe fraaier dat model, hoe meer je te melden had als later op die dag de familie voorbij kwam. In ons gezin was die familie niet zo groot, maar wel gretig waar het ging om informatie inwinnen over hoe het ons verging.
Hoe beter het gezinsinkomen aan onze kant ontwikkelde hoe zuurder er aan de andere kant van de familie werd gekeken. En wij waren zodanig geindoctrineerd dat we dan in ons kindervuistje lachten om die afgunst. Immers, in de rest van het jaar was het bepaald geen overbodige luxe allemaal. Maar dat ophouden van het imago was altijd belangrijk. Later werden de verjaardagen minder belangrijk. Ik zag zelfs een aantal jaren af van viering, omdat we dan mensen op bezoek kregen die net als vroeger alleen maar kwamen kijken hoe het ging en of we niet te veel kapsones hadden ontwikkeld. In onze families een doodzonde. Doe maar gewoon en zo. Maar de vrienden die we ook toen al koesterden waren veelal meer dan welkom. De cadeau’s daarbij minder belangrijk dan in mijn jeugd. Toen we iets ouder werden werd de verjaardagviering een blijmoedig onderdeel van de vrije tijd.
Die schaars was geworden door het vele en harde werken. En nam ik meestal een drankje om het feit te vieren dat ik er nog was. Zeker na rampjaren (zoals in 1988 toen we met veel narigheid te maken kregen) koester je toch het feit dat je weer een jaartje ouder mocht worden en de gezondheid jou niet in de steek liet. Ook als je iets meemaakt wat heftig is (zo viel ik net voor de Kerst van de trap die onze derde met de tweede verdieping verbindt en ik daarbij alle dertien treden pijnlijk beroerde en en-passant ook nog een leuning sloopte) bedenk je je wel dat het nooit zeker is dat je die volgende verjaardag zo maar automatisch mag meemaken. Kortom, als je dan jarig bent moet het gevierd. En dat doen we morgen. Op de zesde! Het aantal kaarsjes wordt telkens groter, maar mij hoor je niet klagen. Ik vrees wel dat die Dinky Toys er niet meer inzitten dit keer. Zijn andere dingen voor in de plaats gekomen en ach….die modellen koop ik tegenwoordig zelf. In veel te grote aantallen, de familie zou er van opkijken!!

Gezondheid, geluk, liefde, mazzel, succes, vrijheid, geduld en zo meer wens ik u allen toe voor dit fris gestarte jaar 2018! Laten we nou met zijn allen eens zorgen dat we wat meer naar mekaar luisteren, niet meteen veroordelen, ook niet trachten om de eigen overtuiging op te leggen aan anderen. Bekeren is leuk voor hen die daar om vragen, maar 99,9% van de mensen wil dat niet. Kortom, hou het leuk en maak er een lekker jaar van. Dan komt het wellicht allemaal goed met onze kleine en ook de grote wereld……
Er valt natuurlijk best wel iets af te dingen op dat gevoel dat ons allen bezighoudt rond of op Kerstmis. Vrede op Aarde en zo meer komt eigenlijk al een paar eeuwen niet meer voor. Ook niet tijdens het toch wat op die vrede gerichte christelijke Kerstfeest. En dat is jammer want in de leer van de echt grote (in denken en doen) godsdiensten staat het woord vrede over het algemeen hoog op de agenda. Een vrede die je moet nastreven zonder de ander te willen onderwerpen. Kom daar maar eens om in de huidige tijd. Het fanatisme zit zo diep bij sommige opgefokte lieden dat ze juist geen vrede maar terreur en oorlog nastreven. Overal en altijd. In de hoop daarna hun eigen overtuiging terug te zien in o.a. wetten en regels die er slechts op uit zijn anderen te onderdrukken. Is ook niets nieuws want van alle tijden.
Alleen zijn wij daarop hier in ons veilige landje achter de dijken niet echt ingesteld. We zoeken het model van de vredige samenleving en willen goed doen door elkaar cadeautjes of extra plezier te schenken, al is het maar in de vorm van een goed bedoeld gebed of zo. Kerstmis is in eerste instantie het feest van het licht. Door de christenen gekaapt van de noordelijke volkeren uit de oertijd die juist in deze periode de omslag vierden van het donker naar het licht. Paar maanden verder en je wist al niet eens meer dat het ooit zo donker was. Ook die kerstboom is een symbool uit die tijd en los van het aardige van een versierd huis dat lekker geurt naar kaarsen en dennennaalden (om het over bijzondere en smakelijke maaltijden niet eens te hebben), hebben we die breed gedragen in onze harten gesloten. Net als die dikke vent in zijn slede, getrokken door op Coca Cola lopende of zelfs vliegende rendieren. Pas een halve eeuw in ons gestel en nu al breed geaccepteerd.
Kerst is ook een feest om samen te vieren. Met familie, lieve vrienden, beetje kwekken over wat goed is aan het leven. In de hoop dat ook anderen dat gevoel zullen ervaren. Geen feest om uitgebreid met je lekkere hapjes onder een of andere brug te gaan zitten delen met daklozen of zo. Nee, gezellig…met de mensen die er toe doen. Het moet niet te veel afwijken van het gemiddelde natuurlijk… Ik doe daar net zo aan mee als iedereen hoor. Gewoon lekker eten en drinken met familie en goede vrienden. De dieren een extra hapje, de lampjes op volle sterkte. Na de Kerst gaan we aan de slag met het uitzwaaien van alweer een jaar. Daarover later meer. Maar voor nu wens ik alle medeblog(st)gers en reageerders een heerlijk Kerstfeest toe en hoop dat die Vrede op Aarde er nu echt eens komt. Welllicht moeten de haatzaaiers ook eens aanschuiven bij mensen die het goed met hen menen. Komen ze wellicht ook eens tot het ware geloof. En wie daar behoefte aan voelt, morgen geeft de enige echte Paus zijn zegen voor Rome en de wereld. Moet toch helpen zou je denken. Alle beetjes helpen immers…toch?
Mijn tante Hannie, jongere zus van mijn moeder, was een noeste en hardwerkende vrouw. Samen met haar in mijn ogen volkomen nutteloze man, mijn aangetrouwde Ome Jan, kreeg ze vier kinderen maar was meteen ook hoofdkostwinster. Ze had een grote mond, was stevig van postuur en daardoor meteen zeer geschikt voor een leidinggevende rol op wat lager niveau. Zoals zij op enig moment voorvrouw was bij een schoonmaakbedrijf dat bedrijfsgebouwen elke dag spic-en-span verzorgde. Zij liep daar dan in een witte jas in de rondte en deelde orders uit, controleerde of het werk wel goed werd gedaan en was bij vlagen meedogenloos voor werknemers die er de kantjes vanaf liepen. Ook thuis had zij de wind eronder, al moet ik zeggen dat ze wel buitengewoon vergevingsgezind was voor haar man die echt nergens voor deugde. En man van dertien ambachten en even veel ongelukken. Niets in zijn leven lukte. Of hij nu als vertegenwoordiger aan de slag ging voor van die automatische olifantjes of ander vee dat werkte op een ingeworpen kwartje, horecazaken trachtte te exploiteren of in auto’s handelde. Altijd eindigde het in narigheid en ellende. Oorzaak, anders dan mijn tante was hij te lui om te werken eigenlijk. Hij had wel altijd hele verhalen waarom het hem niet lukte.
Maar wij wisten aan onze kant van de familie wel beter. In de steun leven was een stukje handiger en minder vermoeiend dan altijd maar zoeken naar een stukje inkomen door hard te werken. Dus deed mijn tante het werk. En hoe! Werken was bij ons in de familie een belangrijk onderdeel van het leven. Met werken verkreeg je een stukje welvaart. Denk maar eens aan een nieuwe tv, of je kon zomaar een week op vakantie. Dat maakte je toch vrolijker in die jaren. En dus werkten wij altijd. Dat deed de hele familie. En soms kwamen die zaken bij elkaar. Zo heb ik nog eens een tijdje, samen met mijn oudere broer, voor mijn tante Hannie gewerkt. In de vakantieperiode, gewoon even wat bijverdienen. Nu was ik niet zo geschikt voor het schoonmaak vak zo bleek al snel. Ik ben nogal ‘vies uitgevallen’ en was beter in het met een poetsmachine omgaan om zo de gangen van die gebouwen glimmend te maken dan om vieze prullenbakken van anderen te legen. Nog erger was het om toiletten schoon te maken. Je weet gewoon niet wat je tegenkomt. Gelukkig duurde het voor mij niet zo lang, andere (bij)banen lonkten. Maar ik leerde mijn tante meteen van haar strenge kanten kennen.
Opvallend was dat haar kinderen iets hadden van de een of de andere ouder. Twee leken sprekend op hun moeder, maar hadden het karakter van pa, de andere twee leken op niemand, maar waren qua inzet en werkinstelling precies hun moeder. Tante Hannie en Ome Jan verschenen nog wel op onze (in het vorige blog benoemde)oorspronkelijke trouwdag, daarna waren ze wat mij betreft buiten beeld verdwenen. Tot ze oud en krakkemikkig geworden af en toe opdoken bij mijn moeder thuis. En we er nog weleens tegen aan liepen. Tante Hannie was een lieve oudere maar ook fysiek vermoeide dame geworden. Niets meer over van haar strenge voorkomen uit de jonge jaren. Voor Ome Jan gold dat die nog steeds niets deed. Het was hem aan te zien. Ze overleden kort na elkaar. En bleken, naar verluid, tot op hoge leeftijd gek op elkaar te zijn gebleven. Het maakt dus niks uit of je hard werkt of niets doet. Daar gaan die persoonlijke emoties aan voorbij…zeker binnen die ouderwetse huwelijken…
We keken er al enige tijd met grote belangstelling en even groot ongeduld naar uit. De komst van onze derde kat(er) die op 5 mei jl. werd geboren. Een soort van raskatje. Een Ragdoll! Niet dat we daar nu per se van zijn, onze nog jonge al in huis verkerende vierpotige huisgenoten waren meer van de normale kattensoort, maar we wilden gewoon iets anders toevoegen. Naast twee zwarte nu eens iets grijs of blonds. Via een lieve vriendin die ons hier over tipte kwamen we terecht bij een dame die met haar gezin een huis bewoonde waar wij ooit drie nummers verder op in de straat onze Almeerse jaren sleten. Het nestje was juist ingericht, de kittens nog een soort blinde molletjes op zoek naar de melk die moederpoes nogal gemakkelijk verstrekte. Twee echt blonde kittens en twee iets donkerder van kleur. Om praktische redenen wilden we een katertje. Dat werd dus afwachten. Want voor je het geslacht kunt bepalen bij een kitten ben je wel een paar weken verder. En bij de vrij harige soort waar wij nu voor gingen is dat extra lastig.
Overigens is onze poes nummer 2, Punkie, als ‘vrouwtje’ bij ons binnengekomen met de daarbij behorende naam en garantie. Maar het asiel waar we deze lieverd vandaan haalden had niet goed gekeken en bij de eerste controle van de d.a. die we hiervoor in de arm namen bleek het toch echt een katertje te zijn. Nou ja zeg….. Maar eenmaal in huis verandert het geslacht niets al is de ingreep ter castratie een heel andere dan die waarbij een vrouwtje moet worden gesteriliseerd. Hoe dan ook, pas onlangs werd duidelijk dat het nestje van 4 kittens een enkel mannetje had voortgebracht, die werd voor ons. En deze kleine schavuit haalden we in de derde week van juli op. Goed op gewicht, zindelijk, lekker gezond, brutaal als de beul en schitterend van kleur en haardracht. Prins Percy. Een naam die klinkt als een klok, een paar dagen lang uitgedacht, omdat wij nu eenmaal sinds de jaren 70 de principes huldigen dat onze huisgenoten een naam moeten krijgen die met een P begint.
Ach, laat ons, het is gewoon een leuke traditie. En deze bijna koninklijke gast kreeg de toevoeging Prins omdat ik dat extra leuk vind. Hoe dan ook, ‘gewoon volk’ mag hem Percy noemen. Een prinsje van de soort die ons direct om de harige vinger wond. De hele rit naar zijn nieuwe huis niet mekkeren of miauwen maar gewoon lekker slapen. Thuis ging dat wel over. Hij blijkt een kwekkerd. Overal waar hij loopt laat hij zich horen. Als hij iets van ons wil, miauwen! De bak opzoeken of zijn huisgenoten, idem dito. Het gewenningsproces met die twee hier al enige tijd verkerende jongvolwassenen had wat voeten in de aarde. Geblaas over en weer was niet van de lucht. Maar na twee dagen begonnen de verhoudingen te ontdooien. Percy werd steeds beter geaccepteerd. Met name zijn grote ‘voorbeeld’ Pixel begon hem echt leuk te vinden en liep al snel te dollen. Dat kwam en komt dus wel goed in poezenland. Nu is hij nog klein en genieten we van het typerende kittengedrag. Gaat snel zat. Zijn pa was na een jaar al een kilo of zeven en uitgegroeid tot een heel stevige kater. Ook dat zal wennen worden voor de andere twee. Pixel is een meer dan stevige en gespierde kater, die redt het wel, maar onze Punkie is een soort van zielige kneus. En groeit niet meer. Dus die krijgt het wellicht lastig in de toekomst. Maar ja, die wil ook niet echt een liefdesrelatie met de nieuwkomer. Is wellicht een voorbode…
Een van mijn verhalen onlangs leidde er ook toe dat er een reactie op de sociale media langs kwam die inhield dat ik vermoedelijk weinig vrienden had overgehouden aan mijn zakelijke carriere. Dat is opmerkelijk genoeg niet zo. Ik geef meteen toe dat het aantal ‘kennissen’ wel per branche verschilde en ook dat na mijn vertrek uit een bepaalde branche zekere contacten vervaagden zoals ik al opmerkte in dat eerdere schrijfsel. Maar de vriendschappen die er nu toe doen en zeker ook worden gekoesterd zijn vaak ontstaan doordat we eerst als collega’s met elkaar omgingen. Mijn oudste nog bestaande vriendschap is met een man die me ooit als 14-jarige inwerkte op mijn nieuwe plek bij een bank waar ik toen als kuiken zonder al te veel ervaring binnen stapte. Hij zelf is een jaartje ouder, had de fase van ‘jongste bediende’ afgesloten en mocht mij toen de les leren. Wij deelden veel, vooral de liefhebberij voor de vliegerij was een gedeelde passie en we waren (achteraf gezien) best wijs voor onze leeftijd.
De vriendschap ontstond en bleef. Tot op de dag van vandaag. En de dames die we beiden oppikten en ons leven inkleurden vonden elkaar ook aardig wat de vriendschap nog eens versterkte. Uit latere werkkringen kwamen ook mensen voort die ik nu tot mijn vriendenkring reken en die jaren later nog worden gekoesterd. Maar er vielen er ook heel wat af. Men had iets van me nodig, men accepteerde (..) mijn manier van werken of handelen. Zwart of wit, ‘eens zien wat we voor mekaar kunnen betekenen’. Het heeft me vaak weinig gebracht. En die mensen verdwijnen dan via een zijdeur uit je persoonlijke geschiedenis. Een andere leuk verhaal is de ontmoeting in Beieren die zou leiden tot een geweldige vriendschap die ook nu nog bestaat.
Al rijdend naar het thuisland van onze Tsjech in een tijdperk dat dit land nog anders heette en achter een IJzeren Gordijn verkeerde maakten we een plasstop langs de snelweg vlakbij Neurenberg. Op de parkeerplaats ontmoetten we een echtpaar dat in een soortgelijke auto ook vanuit Nederland op weg was naar die eindbestemming. En naar bleek behoorde bij het dealergezelschap dat door de importeur was uitgenodigd rijdend richting fabriek te komen. We reden later achter mekaar aan, hadden de grootste lol in dat prachtige (maar toen zo grijze) land Tsjecho-Slowakije en bleven vrienden voor het leven. Intussen alweer 39 jaar. Dat vieren we uiteraard en we genieten van de lol die we nog steeds samen hebben. Door dik en dun, bij hoogte- of dieptepunten. Dat is vriendschap ook volgens mij, onbevooroordeeld, zonder al te stroperig te hoeven zijn. Niet eens elke week elkaar ziende, misschien juist wel niet. In de meest recente fase bleek het www een bron van mooie en gewaardeerde contacten. Vriendschappen die passen als een handschoen en net zo worden gewaardeerd als die oudere en fysiek bevestigde. En zo heeft elke levensfase zijn eigen vrienden opgeleverd en waarderen we die ieder op zich en op de eigen wijze. Het valt dus nogal mee. Alleen die luchtvaartwereld, die bracht niet zoveel. Wellicht te vluchtig van karakter of zo….
Weet je wat ik meestal vervelend vind? Nee? Nou dat je op voorhand al weet wat het einde van een verhaal is als je er nog aan moet beginnen. Geldt voor tv-series, films, boeken of exposities. Exposities zal je denken? Ja, uitstallingen van zaken die met een verhaal van doen hebben. Een zo’n expositie bezocht ik onlangs. In de hoofdstedelijke afdeling van de Russische Hermitage waar het altijd goed toeven is als men weer eens een of meerdere tentoonstellingen voor het publiek heeft georganiseerd. Onlangs ging een daarvan over de familie Romanov. Dat was de tsarenfamilie in het Rusland van tot pakweg 100 jaar geleden. Machtige heersers die vooral aan de macht kwamen doordat ze die zichzelf hadden toebedacht en deze macht kostte wat het kost wilden vasthouden.
Met alle gevolgen van dien. Rijkdom corrumpeert en het volk leed in die tijd onder extreme armoede, gebrek aan scholing en/of enige vorm van medische zorg. De Russische adel had het goed, heel goed en de Romanov’s waren zelfs zo rijk dat de meeste van hun paleizen ver uit torenden boven die van de grootste vorsten in de rest van Europa. De afstand tot het volk was derhalve zo groot dat men geen idee had van alles wat afwijkend was of revolutionair en als men daar al iets van wist werd het opgeruimd. De straffen waren meedogenloos en streng. Daarbij hadden de tsaar en zijn familie meestal helemaal geen tijd om zich met het volk te bemoeien. Zelfs grote rampen namen zij ter kennisgeving aan, het te organiseren bal ter ere van het een of ander ging altijd voor.
Deze afstand werd de familie uiteindelijk fataal. Zeker toen de Eerste Wereldoorlog door gebrek aan inzicht voor de Russen zeer slecht verliep, kregen de revolutionairen vat op de samenleving en wisten ze hele groepen mensen aan zich te binden. Marx, Lenin, en hun trawanten kregen het vuurtje brandend, niet in de laatste plaats doordat de tsaar volkomen verkeerd reageerde op de ontwikkelingen. Uiteindelijk werd hij met zachte dwang aan de kant geschoven en namen de bolsjewieken de macht in Rusland over. Het lot van de familie Romanov was daarmee bezegeld. Op een kwade dag in 1918 werd deze afgeslacht. De haat was zo groot dat zelfs de hondjes werden vermoord. Nog steeds is dit een schandvlek op het blazoen van het Rusland van toen. Maar wat daarna zou volgen onder verantwoording van de volgers van Lenin of Stalin was zelfs met de minst kritische benadering van de doctrine die het tsarisme opvolgde, niet te bevatten.
Neemt niet weg dat de expositie in de Hermitage er een is van groot belang, veel interesse, en je daar zaken ziet die je niet voor mogelijk houdt. Een van de zalen van het oude gebouw aan de Amstel is omgevormd tot een kopie van de befaamde Passage in St. Petersburg, inclusief winkelruiten waarachter spullen uit die periode. Hoe bloederig het einde, het verhaal van de tsarenfamilie moet je toch even gaan bekijken. De expositie staat nog tot 17 september dit jaar in de Hermitage ter beschikking. Daarna moet je afreizen naar Rusland om bepaalde onderdelen ervan te kunnen bekijken. Maar, dit is echt een aanrader! Doen. Heb je een MJK? Neem dan een combikaart en maak gebruik van de kans om drie exposities in een keer mee te nemen en een audiotour. Meerprijs is dan E. 2,50. Meer dan de moeite waard! En die afkeer van het einde kennen verdween als sneeuw voor de zon.
Wie mij kent of wel eens heeft meegemaakt weet dat ik een kwekker kan zijn. Komt door mijn behoefte gehoord te worden. Zeker! Maar ook omdat ik nu eenmaal dat talent heb meegekregen van de Schepper of mijn natuurlijke verwekkers. Verhalenverteller, observator, verkoper, mens met vele interesses en uiteraard ook een (stevige)mening. Ik kan me dus niet voorstellen dat je in een situatie terecht komt waarin ik zelf zou zwijgen. En dan niet even uit respect voor mede-aanwezigen, maar langdurig, als onderdeel van het sleurvolle leven. Kijk, af en toe even een momentje van rust is niet erg, soms goed voor de relatie met partner, collega, familie of vrienden. Vooral als er een situatie van onmin is ontstaan, maar als zelfbenoemde kletsmajoor kan ik dat toch niet goed volhouden. Veel minder goed in ieder geval dan een familielid van mij die bij dit soort conflicten in staat bleek zijn toenmalige partner drie weken communicatief op water en brood te zetten. Dat is ondenkbaar voor mij.
Toch observeer ik vaak hoe vooral stellen die al een paar jaar samen zijn, de sleet er aardig in hebben zitten. Die niet meer delen, praten, of desnoods discussieren. Waar stilte aan tafel gewoon is en het grootste genoegen vermoedelijk bestaat uit het borreltje bij de TV van de zaterdagavond. Stilte, niks meer te zeggen, en dat elke dag weer. Geen belangstelling voor het welzijn van de ander, nooit eens een blik, knipoog of aai. Want ook dat kan net als een knuffel aardig bemoedigend werken. Maar vooral dat ontbreken van het gesprek lijkt mij fnuikend. Gezellig bij vrienden en dan zwijgend naar elkaar kijken….. Zie je het voor je? Nou, waarom komt dat tussen partners binnen een relatie of huwelijk dan zo vaak voor? Is dat de compleet ingesleten sleur? Zie je de ander dan niet meer als serieus te nemen menstype? Dan heb ik maar een enkel advies; ga scheiden! Ga uit elkaar en zoek iets waar je gelukkiger van wordt.
Zelfs na tientallen jaren is biljarten in de kroeg wellicht nog leuker dan een ingeslapen relatie zonder woorden. En dan snap ik heus wel dat de vonken er nu ook niet meteen altijd van af hoeven te vliegen, maar een beetje vuur is best leuk toch? Wellicht zie ik bij toeval altijd die stille mensen. Vooral in gelegenheden waar je even koffie kunt drinken, al dan niet met iets lekkers er bij, en waar meer paren hetzelfde doen, valt me dit stilzwijgende fenomeen op. Men kijkt elkaar niet aan, zegt niets, drinkt in stilzwijgen het bestelde en kauwt machinaal op de evt. bestelde hapjes. Waarom ga je dan naar binnen denk ik wel eens. Dat je niet de hele dag hoeft te kwekken snap ik ook wel (niet voor mijzelf maar voor anderen..), maar die stilte omlijst vaak meer passiviteit. Zoals het gebrek aan aandacht voor die ander, geen ridderlijke acties, denk aan het in de jas helpen of de stoel opzij of naar achteren schuiven en ga zo maar door. Het zit in sommige mensen, ik weet het, maar ik kan er niet tegen. Wie met pek omgaat wordt er mee besmet. Dus kwekken wij in onze langjarige relatie heel wat af. We zien allebei van alles wat de moeite waard is en ook werk of hobby kan inspiratie genoeg geven voor aardige gesprekken. We mijden de politiek, geloof als het even kan, en nog zo wat zaken die zouden kunnen leiden tot een vonkenregen. Maar verder? Geen gezwijg in huize Meninggever. Je heet nu eenmaal zo, of niet….En hoe zit dat bij jullie lieve lezers? Stilzwijgend of toch nog vokaal actief?
Het mocht wat kosten en de lekkerste hapjes en drankjes stonden op tafels, alle stoelen er omheen en ook de nodige rookwaar. Want dat had je toen, men rookte als een ketter en je was een slecht gastheer/vrouw als je die zaken niet verzorgde. Oma kreeg een advocaatje met slagroom en de grammofoon zorgde voor de nodige muziekjes om de sfeer er in te houden. In het begin van mijn eigen onafhankelijkheid deed ik dit in de ware spirit van de afkomst ook nog even zo, maar daar was ik toch al snel klaar mee. Die mensen die je een of twee keer per jaar zag omdat het zo hoorde, maar verder niets van zich lieten horen, waren niet mijn meest ideale gasten. Nee, stoppen maar met die flauwekul. En dat beviel heel lang goed. Langzaam aan werden we ouder en kwamen de grote data. De verjaardagen zagen kroonjaren passeren, een daarvan werd met een surprise-party een paar jaar terug nog enorm verrassend en leuk. Alle vrienden en wat familie bijeen om te vieren dat ik zover was gekomen. Nog steeds in dank herinnerd. Men kwam van heinde en verre!
Overigens geldt mijn hier wat aangedikte afkeer van die feestjes niet zozeer de zakelijke festiviteiten hoor., Open huizen, openingen, introducties, shows etc. Dat diende een doel! Onze trouwdagen, en ook die lopen qua jaartallen aardig op nu, vieren we meestal in eigen kring. Gewoon met zijn tweetjes. Je doet het immers allemaal samen. Maar we gaan dit jaar weer voor een kroonjaar en dat vraagt overwegingen over hoe we wat en waar vieren. Klein, of net iets meer dan dat. Groots wordt het zeker niet. Past niet bij ons, de bescheidenheid zelve. Maar wat we doen zullen we vast, ook hier, delen. De eerste gedachten delen we nu al. Feestelijk….. Met een hoedje en een toeter en een vrolijk snoetje….
Dat blijft toch bijzonder met die artsen in dit land. Zodra je met wat ook hun kant op komt schrijven ze vrijwel direct een verwijsbrief uit voor een bezoekje aan de familie van Graaf Dracula die met enige belangstelling hun tapuitrusting in je lijf steken om zo jouw bloed tot zich te nemen voor nader ‘onderzoek’. U snapt vast wel wat ik bedoel. Onlangs ging er iets in mijn lijf tekeer dat zich in al die jaren daarvoor nooit had voorgedaan. Alsof er een bougie te veel vonken af gaf waardoor de motor die ons aller leven in stand houdt een tandje bij liep. Nu verkeer ik met dank aan een vrij gematigde (..) levensstijl in aardige conditie. Benauwd was ik niet bij het kilometers wandelen en trappen op of afrennen. Nee, alleen die overslag die het een paar dagen vol hield. Ga dan maar niet Googlen mensen, want je schrikt je gek of maakt je tenminste ongerust. Ik in ieder geval deed dat wel en sprak toch maar af met de altijd lieve huisarts waar ik alleen heen ga als het echt niet anders meer kan.
Had daar de bloeddruk zijn gemeten was die vast extra hoog geweest. Niet direct door haar verschijning, hoewel het vast heeft bijgedragen, maar vooral door dat getap. Ik ben er niet van en kijk er ook niet naar. Op een nuchtere maag zijn er leukere zaken om te consumeren. In ieder geval is het gedaan en moet ik wachten op de uitslag. De Huisarts wil aan de hand daarvan een ‘behandelplan’ opstellen. Ik ben zelf daarmee alvast begonnen. Helemaal geen suiker meer in de thee, minder vet of tussendoortjes en nog wat meer bewegen. Ik weet het allemaal zelf wel en was al zo aardig onderweg. Als dat hart me niet in de war had gebracht. En opmerkelijk, een dag na mijn bezoek aan de huisarts, eind vorig jaar, was de kwaal weg. Net zo plotseling als die was gekomen. Dus…hoezo behandelplan? (Beelden: Internet)