Klein leed; veel te vroeg afscheid van onze Punkie…

Het was kort nadat we onze oude ‘theemuts’ PoesPoes hadden moeten laten inslapen dat we het idee kregen om een jong poesje in huis te halen als gezelschap voor onze toen nog maar jonge kater Pixel. Die zocht in huis duidelijk naar zijn oude maatje, maar vond die uiteraard niet meer. Via via kwamen we terecht in het Asiel van Amstelveen waar we letterlijk in de rij mochten aansluiten voor een keuze uit een paar net binnengebrachte kittens. Een daarvan was brutaal en had een bekkie dat ons meteen overhaalde om ‘haar’ te kiezen. Want volgens het personeel van het asiel was het een ‘haar’. Maar aan het poesje kleefde ook een heftig verhaal. Samen met zijn kittenbroertjes (net voor ons gekozen door een ander echtpaar)was hij als juist geboren minipoes gedumpt in een vuilcontainer. Na dagen gered doordat iemand gepiep hoorde. En vandaar naar het asiel gebracht.  Thuis was in ieder geval het een aanwinst. Dartel, dartel, en Pixel blij. Een bezoekje bij een aan het asiel verbonden dierenarts gaf al snel duidelijkheid over het geslacht van de nieuwkomer.

Geen poes, maar een katertje. Foutje in de administratie. De kleine groeide niet echt snel. Maar wel gestaag. Na zijn castratie gaf de dierenarts aan dat hij gezien zijn poten wel eens heel groot zou kunnen worden.  Maar dat viel later behoorlijk tegen. De nu als Punkie bekend staande kleine kater bleef slank en slungelachtig. Maar had na enige tijd ook wat gezondheidsproblemen. Zijn pootjes raakten ontstoken. Heel vreemd. Deed hem duidelijk zeer en hij werd daardoor direct minder actief. Ook zijn bekje gaf een geur af die bepaald niet plezierig was. Onderzoek door onze eigen dierenarts gaf duidelijkheid. Hij leed o.a. aan een paar auto-immuunziekten, en nog wat andere kwalen, vermoedelijk veroorzaakt door de heftige ondervoeding in zijn prilste jeugd. Hij stond daardoor meteen op achterstand. En die liep hij niet meer in. Toen zijn pootjes gingen bloeden en het toch jonge diertje van alles en nog wat ging mankeren moest er met medicijnen worden gewerkt. Peperduur maar ook slecht voor de organen van het diertje.

Maar hij knapte er van op. Opvallend was wel dat onze Pixel af en toe ongenadig hard achter de kleine aan ging en dan ongekend hard beet. Toch de zwakkere kat in huis ontdekt. Punkie had er geen antwoord op. Hoe dan ook, het dokteren ging door, tot afgelopen maand oktober. Punkie at ineens niet meer. Echt vrijwel niets. En hij viel meteen heel snel af. Onderzoek liet zien dat hij een ‘infectie’ had opgelopen en dat zijn verzwakte gestel dat niet kon pareren. Maar dat verklaarde niet meteen dat niet eten. Dat hield de kleine intussen wel dagenlang vol. Af en toe een brokje, maar verder niets. Vel over been was het resultaat en totale futloosheid. Tot die eerste week van november. We konden het niet meer aanzien. We werden ook wanhopig.

Wat we erin kregen kotste hij ook weer snel uit. Apathisch lag hij tenslotte in een donker hoekje. Het hoefde niet meer voor hem. Iets vrat hem van binnen op. Dus namen we het besluit dat het over moest wezen. Dit was niet om aan te zien. Hij werd uiteindelijk slechts iets van 2,5 jaar oud. Veel te jong natuurlijk. En gaf ons in die korte periode dat hij bij ons mocht zijn altijd veel liefde en warmte. Op de plek waar hij graag lag, net achter me in mijn werkkamer, op een kussentje naast mijn naslagwerken, ligt nu nog slechts dat lege kussentje. Als herinnering aan een katje dat het zo lastig heeft gehad vanaf het prille begin. En die samen met ons een strijd voerde die hij niet kon winnen. We zullen die herinnering aan hem nog lang koesteren. Zo’n schatje.

De komst van Prins Percy

We keken er al enige tijd met grote belangstelling en even groot ongeduld naar uit. De komst van onze derde kat(er) die op 5 mei jl. werd geboren. Een soort van raskatje. Een Ragdoll! Niet dat we daar nu per se van zijn, onze nog jonge al in huis verkerende vierpotige huisgenoten waren meer van de normale kattensoort, maar we wilden gewoon iets anders toevoegen. Naast twee zwarte nu eens iets grijs of blonds. Via een lieve vriendin die ons hier over tipte kwamen we terecht bij een dame die met haar gezin een huis bewoonde waar wij ooit drie nummers verder op in de straat onze Almeerse jaren sleten. Het nestje was juist ingericht, de kittens nog een soort blinde molletjes op zoek naar de melk die moederpoes nogal gemakkelijk verstrekte. Twee echt blonde kittens en twee iets donkerder van kleur. Om praktische redenen wilden we een katertje. Dat werd dus afwachten. Want voor je het geslacht kunt bepalen bij een kitten ben je wel een paar weken verder. En bij de vrij harige soort waar wij nu voor gingen is dat extra lastig.

Overigens is onze poes nummer 2, Punkie, als ‘vrouwtje’ bij ons binnengekomen met de daarbij behorende naam en garantie. Maar het asiel waar we deze lieverd vandaan haalden had niet goed gekeken en bij de eerste controle van de d.a. die we hiervoor in de arm namen bleek het toch echt een katertje te zijn. Nou ja zeg….. Maar eenmaal in huis verandert het geslacht niets al is de ingreep ter castratie een heel andere dan die waarbij een vrouwtje moet worden gesteriliseerd. Hoe dan ook, pas onlangs werd duidelijk dat het nestje van 4 kittens een enkel mannetje had voortgebracht, die werd voor ons. En deze kleine schavuit haalden we in de derde week van juli op. Goed op gewicht, zindelijk, lekker gezond, brutaal als de beul en schitterend van kleur en haardracht. Prins Percy. Een naam die klinkt als een klok, een paar dagen lang uitgedacht, omdat wij nu eenmaal sinds de jaren 70 de principes huldigen dat onze huisgenoten een naam moeten krijgen die met een P begint.

Ach, laat ons, het is gewoon een leuke traditie. En deze bijna koninklijke gast kreeg de toevoeging Prins omdat ik dat extra leuk vind. Hoe dan ook, ‘gewoon volk’ mag hem Percy noemen. Een prinsje van de soort die ons direct om de harige vinger wond. De hele rit naar zijn nieuwe huis niet mekkeren of miauwen maar gewoon lekker slapen. Thuis ging dat wel over. Hij blijkt een kwekkerd. Overal waar hij loopt laat hij zich horen. Als hij iets van ons wil, miauwen! De bak opzoeken of zijn huisgenoten, idem dito. Het gewenningsproces met die twee hier al enige tijd verkerende jongvolwassenen had wat voeten in de aarde. Geblaas over en weer was niet van de lucht. Maar na twee dagen begonnen de verhoudingen te ontdooien. Percy werd steeds beter geaccepteerd. Met name zijn grote ‘voorbeeld’ Pixel begon hem echt leuk te vinden en liep al snel te dollen. Dat kwam en komt dus wel goed in poezenland. Nu is hij nog klein en genieten we van het typerende kittengedrag. Gaat snel zat. Zijn pa was na een jaar al een kilo of zeven en uitgegroeid tot een heel stevige kater. Ook dat zal wennen worden voor de andere twee. Pixel is een meer dan stevige en gespierde kater, die redt het wel, maar onze Punkie is een soort van zielige kneus. En groeit niet meer. Dus die krijgt het wellicht lastig in de toekomst. Maar ja, die wil ook niet echt een liefdesrelatie met de nieuwkomer. Is wellicht een voorbode…