Oude Kerk

Als wij met onze Soester vrienden onderweg zijn in Amsterdam is het niet alleen maar leut en gezelligheid. Cultuur hoort daar ook bij en zo kwamen en komen we nogal eens in museale gebouwen waarvan we de inhoud of het speciaal uitgestalde dan met veel plezier tot ons nemen. Zo ging dat ook aan het begin van deze novembermaand toen we weer zo’n culturele dag hadden afgesproken voor consumptie door ons viertal. Bij toeval had medeblogster Therese net een dag of twee eerder een verhaaltje neergezet over haar bezoek aan de hoofdstedelijke Oude Kerk, dus dat bleek een prima bestemming om eens in de plannen op te nemen. Immers, wij, geboren Mokummers, hadden dat gebouw nog nooit eerder van binnen bekeken. Mooie gelegenheid en met de Museum Jaarkaart mag je gratis naar binnen. En dat naar binnengaan is de moeite waard. Het is het oudste gebouw van Amsterdam, behoort tot de top 100 van Nederlandse Rijksmonumenten en stamt al uit 1308.

De kerk werd neergezet als tweede kerk naast die van het nu veel kleinere Ouderkerk aan de Amstel en viel qua kerkelijke verantwoording dan ook onder die gemeente. Het gebouw is intussen dus 711 jaar oud en dat is bouwkundig gezien best een hele tijd. De Oude Kerk bleef tot de reformatie Rooms Katholiek. Hij heette toen nog de Sint Nicolaaskerk, wat voor de toenmalige zeelieden de patrooon was van de schepelingen. Helaas kwam de Oude Kerk niet ongeschonden door de beeldenstorm. Fanatici en cultuurbesef gaan zelden samen. Nadat men alle katholieke ornamenten had vernield of verwijderd kreeg de kerk een protestantse bestemming. Maar al snel konden kooplieden er ook hun waren exposeren. Want ook voor de protestanten was handel, geld verdienen!

De eerste tentoonstellingsruimte van de stad was hiermee ook een feit. Opvallend is het gegeven dat de kerk op unieke wijze is gebouwd. Omdat men indertijd in deze omgeving niet kon heien tot de gewenste diepten bereikt werden die een dergelijk grote kerk nodig zou hebben, werd de constructie van het gebouw licht en is de hele plafondconstructie van hout gemaakt. Alsof je naar een oud en omgekeerd Koggeschip kijkt. Ook de houten steunbalken wijzen op die techniek. Het ziet er spectaculair uit. Het gebouw is groot in verhouding tot de hoogte. De enorme toren werd door de eeuwen heen verder ontwikkeld. Het eerste torentje was veel lager en heel simpel van constructie. Ergens in 1951 bleek bij onderzoek dat de fundering van het gebouw niet meer deugde en instorting dreigde voor delen van de kerk. Men heeft daarna 24 jaar lang gewerkt om dat probleem uit de weg te ruimen.

Intussen is de kerk op zondag weer een gebedshuis, doordeweeks een expositieruimte. Daarnaast liggen er de nodige bekende mensen uit hun tijd begraven. Je ziet oude burgemeestersgraven, maar ook Saskia (van Rembrandt) ligt er en telgen uit de familie Hooft. Maar ook admiraals, schilders, schrijvers en handelaren mochten in de kerk een groot of wat kleiner graf voor zich reserveren. Als je kijkt naar de gebrandschilderde ramen, de orgels, preekstoelen, en zo meer, vergeet je bijna dat men er ook die exposities houdt. Wat we daarvan zagen ging eigenlijk volledig verloren in de schoonheid van dat historische gebouw. Waar ik dus al die jaren nooit de moeite voor deed er eens binnen te kijken. Nou, dat is nu voorbij. Het is een schitterende kerk. Gaan we vast nog eens heen. Al was het maar om het ook andere geinteresseerden te showen. En als er dan een expositie wordt gehouden nemen we dat en-passant gewoon mee….

Graven naar bodemschatten…

Weet je nog dat ik een paar weken geleden in een blogverhaaltje aandacht vroeg voor mijn vriend Hans die samen met zijn vrienden de omgeving van Soest onderzoekt met zo’n metaaldetector? Vast toch? Nou die toen beschreven expositie is een succes! Het trekt heel wat mensen naar het Museum Soest die daar normaal niet zo snel zouden binnen stappen. En dat gun ik Hans ook zeer. Hij staat niet voor niets soms week in week uit in zijn speciale outfit in de modder te trappen om zaken te vinden die voor ons en wellicht toekomstige generaties van belang zijn. En ook een geschiedkundig belang dienen.

Immers, je kunt via deze expositie zien hoe de lijnen van de handel liepen in ons land. Welk geld werd gebruikt. En over gebruik gesproken, naast talloze pijpenkoppen (de meest gevonden bodemschatten in ons land) vindt Hans ook klosjes die werden gebruikt om wol te spinnen, maar ook allerlei godsdienstige (lees Christelijke) uitingen. Ringetjes, oud gereedschap, kogelhulzen, oude spijkers, maar ook troep die op het oog niets waard is, maar wel goed vertelt hoe de ontwikkeling van de techniek ging in de loop der jaren. Een oud automodel van ver voor de oorlog. Er zit geen lak meer op en de bodem is verdwenen, maar de carrosserie verraadt dat het een oude Amerikaanse auto op schaal was vanuit de jaren dertig. Ooit verloren speelgoed van een wat rijker kind.

Zo maar in de bodem, en nu in de vitrine. Hans legde ons tijdens het bezoek aan zijn (..) expositie ook uit hoe die bodem op zich in elkaar steekt. Er hangt een soort doorsnede van de grondlagen aan de wand en daarbij zie je dat hij met zijn vrienden in de bovenste lagen van de aarde onder hem woelt. Daaronder zit een zandlaag (typisch voor die omgeving) en daaronder een keiharde laag met allerlei sendimenten van vroegere planten en desnoods bouwsels uit de pre-historie.

En daaronder zit dan de grond die soms leidt tot vondsten als een oude Romeinse vesting, geplaveide weg of zelfs een schip. Het Eemgebied, waar Soest toch ook nog toebehoort, kende veel vestingsplekken uit die oudheid en het is niet zo gek dat als je een beetje diep graaft er van alles en nog wat wordt gevonden. Want ook die oerbewoners kieperden van alles en nog wat gewoon weg als het zo uit kwam. Hetzelfde geldt voor soldaten die op het Soester Hoogt hun musketten afvuurden, wellicht op jacht naar iets wat snel rende of vloog in de hoop op een lekker vers hapje. De gebruikte onderdelen voor het maken van vonken die zo’n oud pistool of musket deden vuren, werden gewoon weg gegooid maar zorgden ook voor extra afval. En met wat woelen komen die boven de toplaag van de modder. Beetje schoonspuiten en hup, weer een bodemschat.

Wat dat spuiten betreft, heel aardig is ook dat in het Museum Soest nu ook een leuke maar bescheiden collectie te vinden is over de Brandweer Soest. Van modellen tot een oer-oude waterpomp, communicatie-apparatuur en zo meer. Ben je er toch, kijk dan ook even bij die collectie rond. Je staat verbaasd over hoe primitief die vuurbestrijders hun taken erg lang hebben moeten doen. Kortom, oud is leuk, meuk is geschiedenis en van die historie kunnen we veel leren. Ik deed dat ook, met Hans als gids. En dat werd een leuke zaterdagmiddag. Tot begin juli loopt deze expositie nog in Soest en als je er heen wilt moet je het wel een beetje gaan plannen. Maar heb je gegarandeerd ook een aardige middag.

Een eeuw oorlogvoering…

GMC in Japan 1947Als je nu militair je punt wilt maken is er een ding dat je absoluut niet moet doen. Je ingraven en vanuit loopgraven trachten je evt. tegenstander uit te schakelen. Daar komen minder goed georganiseerde legers al snel achter. De moderne vijand rijdt of vliegt om of over je heen en een beetje tegenstander beschikt over een luchtmacht die bestaat uit speciale vliegtuigen of helikopters waarmee je grondtroepen effectief te lijf kunt. Het was een eeuw geleden nog zo dat men de vijand bestreed met in het achterhoofd de scholing die de toenmalige generaals hadden gehad in de 19e eeuw. In die periode ging je te paard of met getrokken bajonet op de tegenstander af en trachtte zo diens weerstand te breken. Maar de Eerste Wereldoorlog bleek een soort kruispunt tussen oud en nieuw. Binnen vier jaar ontwikkelde zich een effectief luchtwapen, tanks, kanonnen die tientallen kilometers ver konden schieten en de mitrailleur die hele generaties vijandelijke soldaten kon uitschakelen. Bommenwerpers en zeppelins zorgden voor dood en verderf onder de burgerbevolking. Toch probeerde die aan tradities vast houdende generaals om met charges vanuit de eigen loopgraven al die jaren lang een paar schuttersputten van de vijand te veroveren. Het bleek een zinloze oefening en zorgde voor een afloop van de gruwelijke wereldoorlog die in feite als onbeslist kon worden betiteld.

217408 - EHLE - 140486 - Westland Lynx MLD 262 hovering Scan10512Al werd Duitsland aangewezen door de geallieerden als aanstichter van het conflict en legde men met het opgelegde Verdrag van Versailles de basis voor het nieuwe conflict van een jaar of twintig later. Oorlog is sindsdien volkomen veranderd. Vliegtuigen maken nu de dienst uit, al dan niet bemand, en men kan met satellieten de vijandelijke troepenbewegingen aardig in kaart brengen. Digitale oorlogvoering is in staat om de samenleving van de tegenstander compleet te ontwrichten en als het echt moet zijn er raketten die in staat zijn de hele wereldbevolking naar de rand van de afgrond en uitsterving te brengen. Bij regionale spanningen zoals we die nu meemaken zien we hoe de oorlog is veranderd. De Pick-up-truck is een nieuw wapen geworden. Snel, beperkt van omvang en vaak bemand door lieden die er kriskras mee door de vijandelijke linies trekken. Overigens zijn ze met een goede gevechtshelikopter vrij eenvoudig uit te schakelen, maar de meeste strijdmachten waar tegen deze revolutionaire strijders oorlog voeren, bezitten die heli’s nu net niet.

Maan-Saturnus 5 met Apollo 11 start op weg naar de maanMet name de grootmachten zijn langzaam aan getraind geraakt in het niet meer benutten van enorme legers die log en moeizaam door lastig terrein heen moeten ploegen. Nee, men gebruikt drones, vliegtuigen, bommenwerpers en als het moet special forces. Ook bij de Russen heeft men veel geleerd van het pak slaag dat het Rode Leger kreeg in Afghanistan. De lessen daar geleerd pas men nu toe in de Oeral en Oekraïne. Het bespaart veel eigen mensenlevens terwijl de effectiviteit groot is. Daar kon men ten tijde van de Eerste W.O. in Frankrijk, België, Oostenrijk, Rusland, Turkije, Oostenrijk en Italië slechts van dromen. Maar dat was dan wel een eeuw geleden. Dat conflict toen kostte 18 miljoen jonge mensen het leven. Dat soort verliezen neemt men nu niet meer op in de planning. Al weet je nooit hoe men bij de tegenstander rekent. Maar goed ook. Als je ziet wat er allemaal loos is in de wereld krijg je toch de kriebels soms….