
Begin deze maand trok PVV-leider Geert Wilders de stekker uit het kabinet Schoof. En o jee wat waren de veelal linkse media er snel bij om de schuld uitsluitend bij hem te leggen. ‘Zie je wel, hij durft niet te regeren’ of ‘hij maakte er helemaal niks van’ de meest voorkomende frasen. Je kunt er van denken wat je wilt maar een dwangcombinatie als deze kon ook helemaal niet werken. Vanaf het prille begin van de samenwerking was duidelijk dat dit door Omtzigt bedachte ‘extra-parlementaire kabinet’ geen grote kans van slagen had. Immers, Wilders’ PVV, veruit de grootste partij na de #TK23 uitslagen, mocht van Omtzigt geen premier leveren.

Daarbij wilde deze architect van de chaos ook niet dat de door de PVV aangedragen standpunten zo maar door de twee parlementaire Kamers zouden worden geloodst. Nee, eerst moest alles getoetst worden bij de Raad-van-Staten (waarin uitsluitend linkse types zetelen) en zo meer. Resultaat, van het gewenste bereiken van een echt streng asielbeleid kwam maar weinig terecht. Daarbij hielp ook niet dat Wilders zelf een volstrekt ondiplomatiek type vrouw als minister op het onderhavige dossier zette. Ook bleek dat het ambtenarenapparaat op dat ministerie onder vorige kabinetten sterk was ingesteld op hulp en steun aan immigranten en niet aan opwerpen van al dan niet nieuwe barrieres…

Daarnaast bleek dat net als NSC ook de VVD toch voorsorteerde op links door bepaalde voorstellen van PVV (of BBB) niet te ondersteunen, dan wel te dwarsbomen. Zoals een brief van de Italiaanse premier Meloni aan het Europese Rechtshof om de immigratie nu echt eens een halt toe te roepen. Diverse landen tekenden mee, waaronder Duitsland, maar Schoof weigerde. Dat je dan als PVV leider gefrustreerd raakt lijkt me logisch. Een wetsvoorstel richting een streng asielbeleid leidde tot een stortvloed van vragen (700)uit de tweede Kamer, een belangrijk deel afkomstig van coalitiegenoot NSC. Als je zulke politieke vrienden hebt zijn tegenstanders verder overbodig. En dus trok Wilders de conclusie dat het zo niet verder kon. Jubel bij de linkse partijen die hun asielindustrie niet verder gevaar zagen lopen. Waar men meteen ook droomt van een revolutie waarbij men ons alles kan afnemen wat het leven van burgers nog een beetje leuk maakt. De anarchisten en linkse revolutionairen lopen te hoop bij de gelijkgestemde media om de bevolking alvast op te roepen niet voor rechts maar ultra-links beleid te gaan. (zie recent congres GL/PvdA)

De vraag is of dat straks in oktober ook echt gaat gebeuren. Want als we eens terugkijken in de tijd zien we al jaren dat Nederland zelden links stemde maar veelal in meerderheid centrum-rechts. Men wil in die zelfde meerderheid geen beknotting van vrijheden, men ondervindt dagelijks al genoeg hinder door gebrek aan huizen, de stijgende criminaliteit, islamisering, vertrutting, het telkens schuldig moeten voelen voor het feit dat men een keurig nette Nederlandse burger is die zelf nooit slaven hield, maar daar wel voor zou moeten betalen, geen afkeer heeft van andere culturen maar wel die zelfde gevoelens treft bij hen die hierheen komen. Men wil eindelijk een dam opwerpen tegen deze onder vorige kabinetten (VVD, D66, Christenunie, CDA, PvdA) ontstane situaties. Om het over de alsmaar stijgende prijzen en kosten van levensonderhoud maar niet eens te hebben.

Bedenk dat maar als je straks gaat stemmen en denkt dat een rood rondje invullen voor een van die bovenstaande stromingen helpt tegen…. Ja waar tegen? Antisemitisme is tegenwoordig een uiting van juist extreemlinkse stromingen, nog los van het abjecte islamitische Denk. Ik schreef al eerder eens over wat men je graag afneemt wanneer je voor die ‘oppositie’ gaat. Wie graag terug wil naar de Middeleeuwen, moet daar dus zeker wel op stemmen. Ik doe dat niet. Ik wil gewoon een normaal functionerend Nederland waarin de liberale normen en waarden herkenbaar zijn, de tien geboden leidend, onze taal de standaard en politieke inkleuring door media verdwenen. Welke partij daar bij hoort? We gaan het zien. Maar Timmermans of de in onze stad volkomen falende Halsema zullen het zeker niet worden. Feiten tellen voor mij meer dan linkspopulisme of indoctrinatie…. Maar ja, ik ben dan ook een oudere meninggever….Over 4 maanden mogen we weer…ik verheug me er op…maar wel met kromme tenen….(Beelden: archief/internet)






























Wat dat toch is, het gevoel dat je echt bij een stad hoort? Geen idee. Maar veel echte en geboren Amsterdammers verliezen dat gevoel nooit. Zelfs niet als ze in pakweg Denemarken wonen of Nieuw-Zeeland. Het gevoel dat je krijgt van verhalen of liedjes die over jouw stad gaan, het maakt ons Mokummers al snel week en gevoelig voor tranen. Westertoren, Dam, de grachten, de Jordaan, de vroegere haven. De geschiedenis van de stad is oud. Het verhaal over de Tweede Wereldoorlog die deze stad zo hard trof. Je krijgt het mee vanuit de ouders, de genen, maar ook je eigen ervaringen doen er natuurlijk toe. Een stad is geen dorp en een dorp wordt zelden een stad. Al is dat in het geval van veel grote steden ooit wel eens zo geweest. Meestal niet veel meer dan ooit een vestiging van wat handlieden of boeren aan een rivier, kust of twee huizen langs een doorgaande weg.
Zo verging het Amsterdam ook. Men dankte de ontstaansgeschiedenis aan vissers die vanuit het iets verderop aan de rivier de Amstel gelegen dorpje Ouderkerk afzakten tot de toen nog aardig in het Noord-Hollandse landschap spoelende Zuiderzee. Daarna bleven vissen en soms iets agrarisch opstartten. Zo ontstond een veelal gelovige gemeenschap die telkens verder uitbouwde. De waterwegen bleken prima geschikt voor vervoer van handel en personen en al snel bouwde de gemeenschap die nu Amsterdam heet zich uit. Tot de stad die het nu is. Bijna 1 miljoen zielen groot, met een geweldig vliegveld om de hoek, een aardige industrie en haven, werk voor velen en ooit benoemd tot hoofdstad. Zeer terecht overigens. Amsterdam speelde in de geschiedenis een belangrijke rol. Veel bestuurders en chique zakenmensen kwamen uit deze hoek vandaan. Maar Amsterdam is ook een stad van anarchisme en oproer.
In het verleden diverse malen bewezen dat de bevolking niet houdt van knechting of onderdrukking. Dan komt men in opstand en dat ging of gaat er vaak heftig aan toe. In de recente geschiedenis zijn o.a. de studentenopstand uit 1968 bekend, maar ook de latere krakersopstanden. De relletjes die door linkse lieden werden opgebouwd tot een stedelijke revolutie rond de kroning van Beatrix, het was allemaal mogelijk in Amsterdam. Ook de ontruiming van op zichzelf prima woningen voor de metro-aanleg in de jaren zeventig leidde tot zware inzet van politie en andere overheidsdienaren toen de bevolking zich niet liet weghalen uit die huizen. Amsterdam is daardoor alleen al een bastion van zelfverzekerdheid. Daar doet geen Groenlinkse egalisatie of Dedain66-achtige bestuurslaag iets aan. Al is een deel van de oorspronkelijke bevolking dan intussen verdwenen. Verhuisd naar plaatsen rondom de hoofdstad, als Purmerend, Almere, Hoofddorp.

De dreiging die uitgaat van aanslagen zoals uitgevoerd door krankzinnige geesteszieken met een geloofsfanatisme beginnen hun effecten te krijgen op de gevoelens onder hen die meer dan een keertje reizen. Uit een recent onderzoek onder zakenreizigers bleek dat veel mensen die internationaal voor werk of anderszins onderweg zijn, zich niet echt senang voelen als ze gebruik moeten maken van de trein of het vliegtuig. Immers, ondanks alle veiligheidsmaatregelen blijken er toch mazen in het net te zitten, of zoeken die mafkezen die hun statement willen maken andere wegen om zoveel mogelijk slachtoffers te kunnen maken. De onschuld is intussen wel verloren, wij zijn ook in Nederland wel iets gewend intussen. Al was het maar omdat veel van de lieden die wellicht later aan de slag gaan als jihadist of zoiets doms, vooraf een carrière doorliepen als crimineel. En in die laatste wereld kijkt men ook niet op een kogel meer of minder wanneer iemand die vertegenwoordigers uit de stromingen die zich daartoe geroepen voelen, een daad stelde die niet welgevallig (b)lijkt.
Kortom, elke week moord en doodslag en dat begint zich te wreken. Mensen kijken om zich heen als ze ergens gaan zitten op een terras, ze zijn zich bewust dat een alleenstaande tas weleens meer kan bevatten dan een laptop of luiers. In de metro onderzoeken we de medepassagiers en als die te veel zit(ten) te vogelen met hun smartphone of rugzak krijgen we toch zweterige oksels. Voor regelmatige reizigers die zaken moeten doen in het buitenland is het helemaal lastig als je niet precies weet wat er zich in de wereld afspeelt en of de plek waar jij toevallig bent niet ook nog eens in de vuurlinie komt te liggen. Voor terroristen of anarchisten is een vreedzame samenleving een gruwel en ‘onschuldigen’ zijn niet per definitie vrij van de kans op een aanslag. Immers, zolang wij hen op de tenen staan, bepaalde normen en waarden willen opleggen of zelfs maar de zweem van democratie willen uitventen is er reden genoeg om ‘terug te slaan’. Naïviteit onder ons burgers is niet verstandig, maar ik denk dat we nu ook niet meteen in paniek moeten raken.
Dat is namelijk precies wat die lui willen. Onze samenleving ontwrichten en als dit dan gelukt is, bieden zij graag hun alternatief. En dat is tien keer erger dan wat wij hier nu al meemaken volgens sommigen. Wetteloosheid, dictatuur, indoctrinatie, het is allemaal een angstdroom in vergelijking met onze democratische leefvorm. Omdat in die democratie andersdenkenden nog steeds hun verhaal kunnen vertellen, al moeten ze soms rekenen op veel kritiek. Maar opgesloten wordt je niet, zelfs niet als je haat predikt onder het mom van een of andere religie. Dat is het grote goed van de democratie zoals we die kennen. En dat moeten we koesteren. Net zoals het plezier van het reizen. Want wie echt helemaal geen risico’s wil doet er goed aan de voordeur te barricaderen en op de bank te blijven zitten. Maar of dat nu zo’n fijn alternatief is??
Ik merk ook dat naarmate mijn leeftijd zorgt voor steeds meer kaarsjes op de al dan niet in huis gehaald of zelf gebakken taart rond mijn jaardagen, ik die stad meer koester. Die grachten, de oude panden, de straatjes met hun winkeltjes, de vele eethuizen. Mijmerend staar ik wel eens over het IJ waar vroeger de oude zeeschepen voorbij kwamen en het een levendige toestand was. Ik mis nog wel eens die oude gierende blauwe trams, de oer-Amsterdamse gezelligheid. Een koffiehuisje waar je naar binnen kon voor echte koffie met een Moezelientje of Kano. Ik mis het platte Amsterdams. Wat je tegenwoordig hoort is vaak een mengeling van alle landaarden die deze stad lijken te hebben geannexeerd. De ware Amsterdammer trok zich steeds meer terug. Verspreidde zich richting Noord-Holland, Flevoland of Haarlemmermeer.
Wilde een echt huis met tuin en een min of meer witte school voor zijn kinderen. Het haalde soms de kern uit een bepaalde buurt, maar legt ook vingers op zere plekken. De echte Amsterdammer is niet gespeend van humor, en dan ook nog van de wat ironische soort. Soms met een vleugje joods verleden. En dat is nodig als je ziet wie deze stad zoal menen te moeten veranderen. Een paar decennia falend stadsbestuur, megalomane stadsdeelbestuurders, provinciale amateurs die op politieke stromen een functie krijgen in de grootste stad van ons land en dat het liefste zien veranderen in een groot toeristisch dorp. Het liet allemaal haar sporen na. Kijk naar het chaotische verkeer, de anarchie van krakers, fietsers en scooters, het gebrek aan overzicht. En toch, mensen, ik blijf het een lekkere stad vinden. Kom ik dan nooit ergens anders? Natuurlijk wel. Veel en vaak. En daar zitten ook plekken tussen die ik best leuk vind. Maar daar hangt dan uiteindelijk toch niet die sfeer die Amsterdam zo leuk maakt. Want veelkleurigheid kent ook haar pluspunten.
Ik ben de laatste die dat niet wil erkennen. Voorbeelden zat van ontwikkelingen die bijdragen aan het fijne karakter van die stad. Wonen deed ik er lang, tot we besloten om na een Bijlmer-avontuur de grote tocht oostwaarts te maken en in Almere neer te strijken. Met een wijk vol andere Amsterdammers. Begin jaren tachtig. Eindelijk geen verloedering meer en ook geen criminaliteit. Ruim tien jaar later verhuisden we weer terug. Naar de zuidkant van de stad, waar het nog goed toeven was en is. En we het stadshart op loopafstand hebben liggen. Zo fijn, zo warm, en zo bekend. Kortom, ik ben een Amsterdammer in hart en nieren. En ik zal dat nooit onder stoelen of banken steken….