Werken op Schiphol – 28 – conclusie!

Werken op Schiphol – 28 – conclusie!

Uit mijn vervolgverhaal over dat werken op Schiphol zou de lezer hunnen opmaken dat het soms alleen maar kommer en kwel was in die jobs die ik indertijd uitoefende.

Ach, dat is bepaald ook niet zo. Wel was het er altijd keihard werken en bleek het stressniveau hoog. Met name managers die een grote dorst vertoonden en weinig gevoel voor aansturing van een organisatie zorgden voor die soms beschreven stress. Met de meest klanten had ik daarnaast, achteraf gezien, wel een goede band. Ook internationale relaties verzorgde ik prima. Bij dat laatst beschreven bedrijf ging ik vaak op stap met die lui en liet ze dan Nederland zien, op andere wijze dan ze normaal wellicht een beeld zouden krijgen van dit logistiek sterke land. En hield met een aantal van hen vaak nog lang contact. In die periode dat ik zowel in de auto’s of luchtvaart werkte deed ik nog wel eens aan kruisbestuiving. Zo verkocht ik auto’s op Schiphol toen ik daar nog werkte die dan werden geleverd door de dealer waar ik later zelf terechtkwam, maar benutte, eenmaal in de auto’s, weer contacten die ik in die luchtvaartwereld had opgedaan. Zo werd het computernetwerk indertijd bij Pon in Voorschoten aangelegd door een oude Schipholse relatie die daarin gespecialiseerd was geraakt.

En deden we veel trips naar Tsjechie in die jaren met de reisorganisatie van mijn oude contact bij CSA, de Tsjechische luchtvaartmaatschappij. Omgekeerd leverde ik dan weer auto’s aan die lui toen ik dat vak verkeerde. Maar wat vooral van belang was dat ik ontdekte hoe belangrijk die logistieke sector is voor de economie van ons land. Juist nu, Corona en zo, zie je weer dat we zonder vrachtvervoer door de lucht eigenlijk een middeleeuws landje zouden zijn waar serums, mondkapjes of desinfecterende gels en zo meer pas na maanden leverbaar werden in plaats van na enkele weken. De sector is goed voor 100.000 directe banen (luchtvaart) en nog eens 300.000 indirect. Veel bedrijven die wij n u zien als typisch Hollands vestigden zich in de buurt van Schiphol en zorgen nog eens voor lokale ontwikkeling van economie, woningbouw en sociale cohesie. Nederland werd door de jaren heen, ik maakte dat uiteraard aan den lijve mee, draaipunt voor luchtvracht. Transitgoed een dikke business.

Zelf leerde ik er extra disciplines ontwikkelen, vindingrijk denken, wat talen, maar ook dat malloten aan de top slecht nieuws zijn voor mensen zoals ik. Vakmensen, absoluut, maar als hiervoor gesteld niet zo geschikt voor aansturen van een organisatie. Nu was en is voor mij (al eerder beschreven) zwart vooral zwart en wit, wit. Anders kom je er niet en het vliegtuig mag geen vertraging ondervinden. Je moest aan de andere kant ook leren improviseren. Want op jouw weg naar doel en succes kon zo maar een obstakel zitten zoals een douane-beambte die zijn job wel heel serieus nam. Ik leerde er ook professioneel schrijven voor vakbladen. Ik leerde er presenteren voor groepen mensen. Zaken waar ik later in die andere branches waar ik voor koos te werken, veel baat bij had. En, niet onbelangrijk, ik behield de liefde voor alles wat vliegt en in die andere branche…rijdt. Nee, mensen, ik heb er geen spijt van. Had wellicht zaken anders aan moeten pakken, iets meer diplomatiek moeten zijn…maar dat zit niet in de aard van het beestje. Schrijven wel. En dat heb ik er ook hier over gedaan. Op naar een nieuw avontuur op dat gebied….Dank voor de belangstelling….. (Beelden: Yellowbird)

Modelbouwer…

Modelbouwer…

Toen ik onlangs, rond 20 december vorig jaar, meldde dat ik alweer 60 jaar bezig ben met mijn verzamelingen, gaf ik niet meteen aan waar die hobby’s ooit mee startten.

Met name plastic modelbouw speelde daarbij toch een cruciale rol. Mede doordat mijn oudere broer nog wel eens in de weekenden werkte aan een oorlogsschip of een of ander vliegtuigtype werd ik geinspireerd om daar ook eens iets mee te doen. Nu kostten die eerste plastic modellen niet zo veel. De Engelse firma Airfix leverde indertijd plastic zakjes met een bouwtekening opgevouwen als afsluiter. Vouwde je die uit kon je als jong iemand al snel een Spitfire of Stuka bouwen. Maar ze hadden ook auto’s en boten in de aanbieding en dat spul kostte niet de wereld.

Met wat zakgeld kon je er mee aan de slag. Naast kant-en-klaar gekochte modellen op een wat kleinere schaal, kocht ik de meeste van die kits als puber in schaal 1:72. En schilderde dan met zgn. Humbrolverf de hele reeks in mijn eigen camouflagekleuren. Later kwamen er grotere modellen bij. Zoals dat ging in die tijd waren de meeste kits weergaven van toestellen die nog maar kort daarvoor actie hadden gezien tijden W.O. 2. En zo leerde ik ook het nodige over al die toestellen die toen elkaar bevochten. De wonderlijke Duitse toestellen, of die lichte Japanse jagers. Maar ik had natuurlijk het meeste op met de Amerikanen en Engelsen.

Aan Russen dacht ik toen nog niet. Modelbouwen werd een passie en soms kon ik er wel drie per week in elkaar zetten toen de inkomsten dat toelieten. De collectie groeide en al snel maakte ik van oudere modellen weer nieuwe door ze samen te voegen of qua beschildering te verbeteren. Was ik op school een van de slechtste leerlingen op handenarbeid-gebied, dit ging me goed af. Door de jaren heen kwamen er van overal en nergens nieuwe modellen op me af. Een echte modelbouwer heeft altijd voorraad staan en komt nooit tekort. Wat wel akelig is, op de schalen waar ik bouwde, waren die kant en klare modellen soms wel sta in de weg’s. Want een Spitfire in 1:72 is wel iets anders dan een B29, of een (latere) Tupolev 114 verkeerskist die ooit het grootste verkeersvliegtuig ter wereld was.

Op schaal steekt zo’n ding al snel een centimeter of 80 uit. Dus dat werd scharrelen om al die kisten op te slaan. En anders dan veel bouwgenoten gooide ik ze niet weg na een bepaalde periode. Nee, ik koesterde. Want er zat soms erg veel werk in en vertegenwoordigden toch een bepaalde waarde. Ik werd lid van een wereldwijde club van modelbouwers, zelfs voorzitter van de Amsterdamse afdeling van die club, maar dat was uiteindelijk toch niks voor mij. Andere mensen, vreemde mentaliteit en veel afgunst. Het duurde een paar jaar, toen was ik weer gewoon zelfstandig modelbouwer. Later heb ik ook nog wel eens auto’s gebouwd.

Dat ging prima, maar beviel me toch minder. Wat ik wel erg leuk ben gaan vinden is om oude en afgeragde automodellen weer te restaureren en ze dan als bijna nieuw weer uit te stallen. Ik combineer niet bij elkaar horende modellen die anderen weg gooiden weer tot iets aardigs. Restaureerde mijn oude Dinky Toys en geniet weer van hun glans en uitstraling. Zeker in tijden van lockdowns en erger zijn dit liefhebberijen die me bezig kunnen houden. Velen zal die lol wel voorbijgaan. Mij niet. En dan die jacht op speciale zaken. In de hele wereld gedaan. Zelfs de buitenlandse relaties moesten er soms aan geloven. Voor geplande tentoonstellingen een speciale kit mee laten nemen naar Nederland, in ontvangst nemen (na betaling), snel bouwen en schilderen en dan uitstallen. Het is me vaak gelukt. En de Tsjechen wisten het ook al. Als die malloot uit Nederland kwam moest hij ook langs bepaalde winkels….. Zij soms lachen, ik ook, van geluk. Als ik weer iets nieuws kon toevoegen wat hier niet te vinden viel. Kortom….Leuke hobby….en tijdloos, dan wel niet leeftijdgebonden. Zelf ook een hobby die al in de jeugd begon?? Ben benieuwd! (Beelden: Yellowbird collectie)

Emotioneel…

Emotioneel…

In de afgelopen weken en maanden zag ik hoe sommige mensen vanuit de zelf gegraven greppels anderen bestookten met argumenten en verwijten.

Denk anders dan die loopgraafbezetters en je kunt in allerlei discussies verwikkeld raken die er niet om liegen. De sociale media dienen als platform, de uitschakeling van andersdenkenden soms een heilig doel. Wat dat betreft lijkt het tegenwoordig wat op de periode van de geloofsconflicten in oude tijden. Wie niet met ons is, moet wel tegen ons zijn. Elk argument goed om de ander te beschadigen of te ontregelen. Veel van die sociale media kennen een ‘meldknop’ waar je anderen kunt aangeven voor in jouw ogen abject gedrag of gevaarlijke meningen.

En omdat de editors van die sociale media veelal zitten in Thailand of dergelijke landen, nemen die zonder meer aan dat wat wordt gezegd in Nederland ook echt gevaarlijk is voor de totale digitale gemeenschap. De haat tussen links of rechts, democraat of republikein, moslim of christen, man of vrouw, communist of fascist, gewone burgers en BLM en zo meer zorgt voor een gevaarlijke mix van emoties. Boosheid, verdriet, afkeer….. We blijken niet in staat om onze mening op een wat fatsoenlijke wijze te oreren, voor zover uberhaupt nodig.

In onze selfiecultuur lijken alle mensen ineens sterren in hun eigen leven, kenners van de totale wereldpolitiek, experts waar het gaat om ‘het virus’ of het milieu. Naar gelang je bent geindoctrineerd of zelfs gehersenspoeld geloof je in wat je is bijgebracht en zie je anderen als ware vijanden. Als dat doel ook nog eens heilig wordt verklaard is het hek helemaal van de dam. Nee, leuker wordt het er niet van. Terwijl als je de feiten bekijkt die wetenschappelijk bewijsbaar zijn veelal minder te twisten valt. 1 en 1 is 2, ik heb dat al eens eerder beschreven, en niet 2,5 of 3,5. Covid is geen griepje.

De mens is maar ten dele verantwoordelijk voor het evt. veranderen van het milieu en als het hier een keer warmer is dan gemiddeld zegt dat niets over het grote totaal van de hele aarde. Links heeft niet per definitie altijd gelijk, rechts uiteraard net zo min. Wij zijn mensen en kennen ook emoties. We verwarren onze emotionele meningen nog wel eens met feiten en slaan mekaar dan letterlijk of figuurlijk de hersens in. Blijft voer voor psychologen. En als je het allemaal intensief volgt wordt je er zelf af en toe emotioneel van. Waar is het fatsoen, waar de rede? Zijn we kennelijk kwijt geraakt na digitalisering van onze meningen. Jammer, want dat gaf de wereld toch een zeker evenwicht. En als we dan toch terug moeten naar vroeger tijden, het verlangen het grootst bij de linker vleugel van ons politiek bestel, dan graag ook met toepassing van dat fatsoen en minder met al dat dedain van het eeuwige gelijk. Dat haalt veel angels uit het vlees en de nodige emoties uit het debat…. (Beelden: archief)

Een van mijn favorieten; Hudson!

Een van mijn favorieten; Hudson!

Hoewel het haar faam pas ruim na de Tweede Wereldoorlog wist uit te venten, was Hudson al voor dat wereldwijde conflict bekend geweest.

Hudson uit Detroit Michigan afkomstig was vooral bekend om haar betrouwbare en goed gebouwde wagens. Omdat het niet toebehoorde tot de ‘grote drie’ van Detroit, Ford, Chrysler en G.M., had het merk het lastig na W.O. 2 goed her op te starten. En dus zocht het merk naar samenwerking met een ander onafhankelijke automerk dat het lastig had, Nash. Samen vormden zij zo de American Motors Corporation en verhuisde Hudson haar productie naar Kenosha in Wisconsin.

Na een paar jaar kwamen daar geen Hudsons meer vandaan (of Nash) maar AMC’s. Maar voordien leverde Hudson nog een stel bijzondere wagens af aan de naar auto’s snakkende Amerikaanse kopers. Zoals de prachtige Hornet en Commodore. Een fraai gelijnde sedan met zgn. stepdown-carrosserie die voor de periode waarin hij werd gebouwd (1948-1953) zeer modern was. Voorin deden 6- of 8-cilinders hun werk en leverden 102 tot 172 pk’s. Met een hoogte van net geen 1.60mtr was die Commodore een sportief aandoende auto, veel uit de racerij bekende ombouwers wilden ze graag hebben voor rallies of stockcar-races. In totaal bouwde Hudson er uiteindelijk bijna 700.000 exemplaren van.

Wagens die je hier zelden zag en nu als klassieker nog aardig betaalbaar zijn gebleven. Voor de bescheiden beurs had Hudson een erg compacte auto in huis die veel leek op een toenmalige Chevrolet, maar dan kleiner van afmetingen, de Jet. Met een zespitter voorin kwam je met je gezin nog op een top van 140km.u maar erg succesvol was de budget-Hudson nooit.

Latere Hudson’s waren de Hornet die zich baseerde op het model van 1948, maar dan voorzien van een stel wijzigingen aan de carrosserie, de Super Wasp, die wat sportiever presteerde en de Special die een kortere wielbasis kreeg. Onder de fusie met Nash bouwde men o.a. Hornet die bijna Europees oogde en voor het eerst de mogelijkheid bood om een V8 motor te laten inbouwen die voor veel Amerikanen nu eenmaal het summum van comfort moest voorstellen. Later werd deze auto als Rambler verkocht, onderdeel van AMC en verscheen er ook een stationcar van. Gek genoeg zijn alle Hudson’s in ons land relatief onbekend gebleven. Jammer genoeg, want een leuk merk met heel bijzondere auto’s. Ik zelf heb er altijd iets mee gehouden….Maar ik ben ook een bijzondere meninggever natuurlijk….(Beelden: Archief)

London – The Place to be!

London – The Place to be!

De eerste keer dat ik naar Londen reisde, in een Britse Trident-verkeersmachine, had je net als nu weer het geval is gewoon grenscontroles en waren paspoorten verplicht.

Het was 1971 e n de wereld daar heel anders dan nu. Maar wat ik wel meteen had met die stad was ‘gevoel’. Nadien ben ik er (even teruggezocht) 13 keer geweest. Veelal voor mijn plezier of dat van de familie, enkele malen ook voor zaken. En steeds weer was daar die typisch Britse atmosfeer. We maakten er hele leuke dingen mee, we genoten van eten in de meest bijzondere restaurants, we ondergingen de vele musea, we reden in metro en dubbeldeksbussen, wandelden de voeten stuk, verbrandden er heel wat guldens, Britse Ponden en later Euro’s, vonden er schatten die we dan weer meesleepten naar hier en verlangen zelfs nu nog wel eens naar een paar dagen onderdompelen in die heerlijke typisch Londense sfeer.

Londen is een gigantische stad. Als je daar even op bezoek bent, ook al is dat dan een aantal dagen, is het een illusie dat je die stad echt in zijn geheel leert kennen. Heb je maanden voor nodig. Maar het centrum (Westminster)lukt wel aardig en met de metro ben je zo in een van de vele voorsteden als je dat wilt. Elke meter van die stad heeft wel iets historisch. Daarbij heeft men die typische rode Britse bussen en zwarte taxi’s, ademt de stad de sfeer uit die past bij een wereldmacht ook al is die macht tegenwoordig dan aardig verdwenen. Het financiele centrum is groot en soms grotesk, maar daar kunnen die Londenaren aardig mee omgaan.

Bedenk ook maar eens dat de soms vreselijke architectuur ook een gevolg is van de enorme schade die de stad in WO2 opliep. Nazi-Duitsland viel de stad onophoudelijk aan. Eerst met bommenwerpers, later met raketten. Deed men overigens in WO1 ook al, toen met zeppelins en bommenwerpers. Dat sloeg gaten in de stad die men later weliswaar snel opvulde. Maar vaak met niet de meest fraaie gebouwen. Wat echter monumentaal was werd alleen al om de reden wel weer behouden. Londen kent daarnaast een ongekend winkelaanbod.

De grote warenhuizen als Harrod’s en Selfridges maar een klein stukje van het totale aanbod. Overal kan de creditkaart worden gebruikt. Want je zou er zomaar kleding kunnen vinden voor je hele verdere leven, maar ook een typische ontbijttheepotje dat net zo lang mee zal gaan. Boekenwinkels als Foyles waren voor ons vaste prik. Net als de speelgoedzaken van Hamleys of Beatties (heet nu anders). Verbaas je over de drukte in die winkelstraten rond de kerst (afgelopen jaar even minder door dat virus uiteraard) en de sfeer. En bekijk zeker ook de al genoemde musea.

Britten zijn van de tradities en bewaren alles waar een herinnering aan zit. En als het even kan rijdend, vliegend, varend of wat ook. Thee drink je daar met lekkere koekjes of sandwiches en die thee zelf is zwart waarbij het lood zowat over de rand van je kopje kruipt. Beetje melk doet dan wonderen. Londenaren zijn relaxed. Ze houden van theater (West End) en gaan graag samen naar de kroeg. Daarbij is het voor hen normaal om in de herfst gewoon in feestjurk of relatief dun kostuum buiten een pub samen een emmer bier op te drinken zonder zich om de heersende temperaturen te bekommeren.

Het zijn soms dus typische lieden. Maar o wat zijn ze over het algemeen leuk en gastvrij. Waarbij je ook daar ziet dat vele culturen uit hun eigen oude Gemenebest de weg naar het ‘moederland’ wisten te vinden. Maakt die bevolking daar in meerdere opzichten kleurrijk. Wellicht maakt dat ook de sfeer in Londen. Een pracht stad. Mijn laatste bezoek dateert alweer van 15 jaar geleden. Te lang…ik weet het. Nou ja wie weet….. (beelden: archief)

Gelijk….

Gelijk….

Mij zit het in de genen! Ik geef het toe. Gelijk is gelijk, zwart is zwart en wit wit! Maar tussen gelijk hebben en dat krijgen zit veelal een wereld. Dat merk je altijd en overal. Zo zijn er grote staatslieden die menen dat hun gelijk het enige is en dat van anderen niet telt. Zo zagen we de vorige Amerikaanse president Trump vasthouden aan zijn eigen beeld van gelijk rond de verkiezingen die hem tot winnaar deden uitroepen precies hetzelfde doen als zijn voormalige tegenstander Hillary Clinton die ook niet kon geloven dat deze man, Donald Trump, haar had verslagen. Haar gelijk was vooral moreel meende ze, maar dat telt niet in een numerieke strijd. Gek genoeg speelt gelijk een grotere rol dan de letterlijke betekenis van het woord in heel wat soms hoog oplopende discussies en ruzies. Vrijwel nooit hebben twee tegenovergestelden allebei gelijk. Kan vrijwel niet. Het compromis moet dan oplossing bieden. Beetje toegeven dat jouw gelijk wellicht net zo min hard is als dat van een ander.

Maar dat is voor veel mensen en stromingen lastig. Immers, zij weten altijd ‘zeker’ dat ze gelijk hebben. Terwijl de andere kant met feiten kan staven dat dit niet zo is. Waar komt dat gelijk dan vandaan? Nou veelal uit interpretatie. De Bijbel valt op verschillende wijzen uit te leggen en dat geeft veel afsplitsingen van het enige ware geloof een eigen gelijk. Zelfde zie je in het Jodendom en de islam. Fanatieke volgers opleverend en ruzies en oorlogen tot gevolg. Socialisten hebben dit net zo. Gelijke rechten voor alles en iedereen, maar net meer rechten voor de bestuurders van land, provincie of stad. Is dat geclaimd gelijk? Bedacht? Voor hen die het er niet mee eens zijn een onverteerbaar soort gedrag van die andere kant. Gelijk zijn als tussen rassen onderling. Gewoon normaal gedrag, je houden aan de wet, zelfde taal, zelfde normen en waarden. Maar als je dat niet wilt en maling hebt aan die normale gedachtegang. Heb je dan gelijk of niet?

Vanuit jouw visie vast, maar is het ook daadwerkelijk zo?? Gelukkig is in het verkeer alles geregeld….toch? Rechts heeft voorrang en voor rood stoplicht stop je om de anderen voor te laten! Simpel, maar in de praktijk heeft iedereen een soort ‘gelijk’ ontwikkeld en tellen die regels toch vooral voor anderen en niet voor hen die maling hebben aan die Wegenverkeerswet. Kortom, de samenleving is net als een intermenselijke relatie. Nooit is de claim van het gelijk 100% onderbouwd met feiten of ervaringen. Of toch wel? Ik zelf ondervind vooral dat op het gebied van geschiedschrijving veel verandert. Ik heb er wel eens eerder wat over geschreven. Zelfs die feiten vallen te veranderen ten gunste van hen die graag gelijk willen hebben. Het verbaast me….nog steeds. Maar het verandert mijn denken niet. Want ik heb altijd gelijk. Ook op dit punt. En wie dat betwist moet het maar even melden…. (Beelden: archief/internet)

Werken op Schiphol 27 – Nieuwe frustraties!

Werken op Schiphol 27 – Nieuwe frustraties!

De organisatie bij dat fusiebedrijf was net een beetje op orde, op elke afdeling hadden we nu voldoende man/vrouwkracht om de enorme stroom lading aan te kunnen, toen de volgende verandering zich al weer aandiende.

Het enorme moederbedrijf in Duisburg (D) dat de hele boel op enig moment had overgenomen legde alle logistieke aansturing in handen van een groot Duits transportbedrijf uit de buurt van Frankfurt. Daardoor moest de systematiek overal ter wereld waar men kantoren had opnieuw op de schop en alle voertuigen plus drukwerk opnieuw compleet worden aangepast. Eigenlijk wilde men vanaf moment een weer met de teller op nul beginnen. Marketing/verkooptechnisch een ramp natuurlijk. Met een zeer beperkt reclamebudget moesten we zien dat we ook deze boodschap over de buhne kregen.

Een persconferentie werd belegd waarbij ik de ‘chef’ van dienst moest ondersteunen. Maar dat was geen echte prater in het openbaar. Daarbij kwamen er ook nog mensen over uit het hoofdkantoor om te zien hoe wij dat aanpakten. En daar kwam ineens een adder uit de mouw op persoonlijk vlak. De manager die ik al zo vaak had zien ruzie maken met mensen uit de organisatie in New York en anderen, dronk zichzelf moed in bij veel gelegenheden maar ook voor deze zo belangrijke persconferentie. Mijn haren stonden daardoor recht overeind. Ik wist ineens ook waarom dat sollicitatie-traject zo vreemd was verlopen. De man had een Januskop. Twee gezichten. Hoe dan ook, we knokten ons door de persmiddag, ik ontwierp een aardige reclame-campagne voor in de vakbladen, we gaven opnieuw opdracht aan de spuiter om de bestelwagens van andere kleuren te voorzien en een relatie die ik nog kende uit mijn dealertijd kwam langs voor nieuwe naamstriping. Intussen legden we in woord en beeld onze klantenkring (en die was groot) uit wat die nieuwe naam voor hen betekende. Nog meer potentie, meer service, meer mogelijkheden.

Maar intern kraakte de boel daarna wel. Administratief raakten we steeds meer achterop. Automatisering moest gaan plaatsvinden, maar dat stond nog in de kinderschoenen. Via een andere oude relatie uit mijn dealertijd haalden we wat computers en wat boekhoudsoftware in huis om zo de boekhouding juist te kunnen voeren, we huurden een vent in die dat werk goed aan kon maar al snel commentaar gaf op de drankzucht van de ‘baas’. En die kritiek deelden wij als MT zelf ook. Het was een serieus probleem aan het worden. Ook klanten klaagden er nu over. En ik kreeg dat als Sales/Operationsmanager van dienst niet meer recht gepraat. De druk steeds groter, de klantenkring idem, maar intern een zootje. Gemor en geklaag steeds groter. Toen er op enig moment een gigantische planten- en bloemenshow die we samen met Nederlandse export-instituten zouden opzetten in een Zuid-Amerikaans land compleet verpest leek te worden doordat onze chef in dronken conditie allerlei wonderlijke beslissingen nam zonder overleg, en zelfs de door het hoofdkantoor in Duisburg bij ons geplaatste vrouwelijke Financial Controller daar schande over sprak was de boot aan. Met een aantal collega’s uit het MT stuurden we een brief naar Frankfurt. Dit kon niet zo doorgaan…toch? Dat pakte daarna fout uit. Als aandeelhouder was de verantwoordelijk manager in ons kantoor vrijwel onaantastbaar. Het MT werd in plaats daarvan aangepakt. Men hield niet zo van klokkenluiders in Duitsland. De Duitse dame werd teruggeroepen en opzij gezet, wij namen als groep onze verantwoordelijkheid en vertrokken. Ik laat de details voor wat ze zijn, maar het werd een leegloop. En zo eindigde mijn tweede optreden in de Schipholse logistiek. Tijd voor iets anders. Ik had intussen mijn eigen reclame-adviesbureau, een studie afgerond op dat gebied, de eerste klanten bediend. Maar er lonkte ook een bijster leuke en avontuurlijke job in autoland. Daarover schreef ik in mijn andere verhaal al uitgebreid. Een paar maanden na het avontuur op Schiphol stapte ik over. En dat was weer een avontuur op zich….Maar heb ik al beschreven….(Beelden: Yellowbird archief) (voor het vervolg zie: Leven met de Vliegende Pijl – 31 en 32 van 030219 en 100219)

Bijzonder type; Laura Dern!

Bijzonder type; Laura Dern!

Het was tijdens een recent weekend dat we een eerder gekochte maar nooit afgekeken DVD draaiden dat we Laura Dern als actrice (her)ontdekten. Lang, blond, toen nog jong en slank en in zekere mate sexy. De borsten nog pront in beeld, want een film van David Lynch die wel hield van confronteren. De film ‘Wild at Heart’ waarin ze de figuur Lula Fortune (..) speelde maakte duidelijk dat zij wel een bijzonder type was. Nicolas Cage haar tegenspeler en zij totaal over the top een jonge dame neerzettend met allerlei frustraties en bijzondere zaken uit haar beladen verleden. Een ding was wel duidelijk, ondanks het vage script van Lynch, acteren kon deze dame.

En dat bewees de blondine al in Mask, samen met Cher, Blue Velvet en samen met haar moeder (Diana Ladd) in Rambling Rose. Ze ontving Golden Globes voor o.a. de TV film Afterburn, schitterde in Jurassic Park van Stefen Spielberg en trad op in bekende tv-series als Frasier, Ellen en The West Wing. Dern is intussen 53 jaar oud, kind van acteur Bruce Dern en actrice Diana Ladd, en achterkleinkind van een gouverneur uit de staat Utah die later ook nog minister van oorlog werd. Dern ging ook nog regisseren tijdens haar carriere, maar produceerde ook andere films en series. Een vrouw met vele talenten die niet onterecht ook nog eens een ster kreeg in de beroemde Hollywood Walk of Fame, samen met haar ouders. Haar vele talenten koppelde ze overigens ook aan een flink aantal relaties. Vanaf 2000 kwam ze in rustiger persoonlijk vaarwater.

Ze vond haar geluk bij musicus Ben Harper en kreeg met hem twee kinderen. Daarna trouwden ze en maakten hun geluk wettig en overtuigend bezegeld. De lijst van films waarin ze speelde (55) en tv-series (11) is lang en indrukwekkend. Haar laatste dateert uit 2019. Over 2020 is mij niets bekend maar gezien de vele lockdown-problemen, ook in Hollywood is de kans groot dat ze even op haar fraai gevormde achterste dat jaar heeft doorgebracht. Laura Dern, opvallend in haar rollen, onopvallend qua in de publiciteit treden. En die film waardoor ik haar weer leerde (her)kennen….? Die namen we maar voor lief… (Beelden: Internet)

Afkeer van dwang…

Afkeer van dwang…

Eind vorig jaar kon je op de zaterdagavond een programma volgen onder de titel ‘Kamp van Koningsbrugge’.

Daarin was te zien hoe een basisgroep van 16 kandidaten een aantal dagen lang werden onderworpen aan militaire oefenpraktijken. Letterlijk tot ze er bij neervielen. Allemaal jonge, wel getrainde en van zichzelf overtuigde mannen en vrouwen. Als expert op afstand kon ik op voorhand al aanwijzen welke lieden het niet zouden redden. Deels had ik gelijk. Maar wat me ook bekroop was plaatsvervangende afkeer van de instructeurs die er plezier in hadden om deze ‘recruten’ fysiek en geestelijk af te knijpen en tot ‘dingen’ terug te brengen. Veel van die kandidaten braken daardoor al snel.

De macho’s veelal als eersten. Maar ik zelf hield me toch vooral bezig met de technieken die men benutte om die lui murw te maken. En ontdekte meteen waar ik in mijn karakter de trekjes had zitten die me maakten tot wat ik was of ben maar ook waarom het soms zo fout was gegaan in de omgang met ‘meerderen’. Zit overigens in de familie. Mijn oudere broer heeft hetzelfde euvel. Altijd gehad. Geen van bovenaf opgelegde dwang om iets te moeten, want dan komt het verzet omhoog. Geen diplomaten maar vooral eigenwijze lieden die het veelal menen beter te weten dan de boven hen geplaatsten. En in mijn geval had ik daarbij in 90% van de gevallen ook nog eens het gelijk aan de zijde. Want niemand neemt me kennis en ervaring af of maakt me tot een object in plaats van een vent die zijn eigen plek in het leven heeft verdiend. Wij meninggevers noemen ons niet voor niks zo. Die mening is een uiting van hoe we kijken naar de dingen en een ingebakken afkeer hebben van domheid of leugens. En soms zijn die laatste twee ook nog eens met elkaar gecombineerd. Vaak had ik geen enkele moeite om iemand te volgen die mij uit hetzelfde hout gesneden leek. Dan was ik degene die mee vooraan in de strijd ging en de loopgraven van onderhandeling of bestrijding onrecht graag betrad. Maar o wee als die man/vrouw duidelijk maakte niet geschikt te zijn voor de taak maar wel mij de les wilde leren.

Het leidde vrijwel altijd tot ellende. Elke zwakke plek was goed om er een stel goed gemikte pijlen op af te schieten. Trek je dan aan het langste eind? Tuurlijk niet, maar soms is het wel bevredigend. Ik wees er later zelfs opdrachtgevers op af. Nee….ik verdwijn niet in de achtergrond, ben niet geschikt als decor, maar zal altijd zorgen dat men mij niet vergeet. Liefst op basis van kennis van zaken. Maar dat vinden die ‘anderen’ veelal niks. Die worden instructeur bij het leger en drukken hun wil door bij mensen die zich al dan niet vrijwillig onderwerpen. Het leger was dus geen plek voor mij. Behalve als ik generaal had kunnen worden. Maar ja, aan houwdegens heeft men tegenwoordig een broertje dood. Slappe hap! Opvoeden die lui…. Ben toch benieuwd wat er zou gebeuren als we een stelletje kandidaten voor zo’n programma zouden halen van straat uit de kringen van de ‘verveelde jeugd’. Ik vrees dat we dan geen twee uitzendingen zouden kunnen vullen. En dat er dan overal protesten zouden volgen over onderdrukking, uitbuiting en racisme. Want zo zitten we tegenwoordig als maatschappij in elkaar. Watjescultuur…… Maar een leuk programma was het wel……Op naar de finale…Het Korps Commandotroepen…sponsor van het geheel…. (Beelden: Yellowbird archief)

Oude bekende..Honda!

Oude bekende..Honda!

Steevast wel in de top van de kwaliteitsranglijsten maar qua verkopen helemaal onderaan in de top 50 van Nederlandse merken te vinden, Honda!

Terwijl het voor ons land al een oude bekende is. Want al ergens in de jaren zestig kwam Honda naar dit landje om haar eerste vierwielers te verkopen. Men had al enige naam met tweewielers en buitenboordmotoren, maar auto’s waren voor het merk toen nog nieuw. Vanaf 1962 nam men de handschoen op. Niet alleen op de weg, ook op het circuit en ging meteen met een Formule-1 auto van start die een V12 als aandrijfbron bezat. Nou die zocht je tevergeefs in die eerste personenwagentjes. Die rustte Honda namelijk uit met een kleine krachtbron afkomstig van hun motorfietsen en die dingen draaiden zulke hoge toerentallen dat je er nog aardig in mee kon komen op de snelweg. De N360 en N600 waren de eerste proeven van bekwaamheid en dat waren echt piepkleine wagentjes.

Maar de kwaliteit was al best redelijk en de prijzen aardig concurrerend. Nog overtuigender waren de sportief uitgemonsterde S600 en S600 die je als cabriolet of coupe kon kopen en die niet meteen bedoeld waren voor Europese coureurs maar voor de ondergemiddeld lange mens veel waar voor het geld leverden. Men stak met deze serie de Britse sportwagens naar de kroon maar zeker ook op het niveau van geluid en gebrek aan comfort. En toch werden die wagens door liefhebbers van het genre zeer gewaardeerd. In 1970 had Honda intussen al de 1-miljoenste auto gebouwd en bleef men op koers richting het wereldwijde succes dat men tegenwoordig kent.

Met de Civic uit 1972 werden de eerste fundamenten voor dat succes echt geslagen. Honda had hiermee een auto in handen die werd ‘gevreten’, ook in ons land. Compact, maar niet echt klein meer, potent, maar niet meer met van die enorm hoge toerentallen, en met een uitrustingsniveau dat je in een Opel of Ford niet snel kon vinden. Niet voor niets werd deze auto een succes. En de naam Civic bleef door vele generaties heen verbonden aan het merk. Latere modellen werden groter, sneller, luxer en helaas ook duurder. Uitvindingen schuwde men niet, het merk hielp op enig moment het Britse Triumph aan een nieuw model dat in feite een Honda was (Acclaim) en men bleef verbonden met de sportieve kant van het autovak.

Toch kreeg men ergens in de jaren negentig toch door dat men de concurrentie met de gevestigde orde niet helemaal meer aan kon. De prijzen waren te hoog, de innovaties toch wat te mager. Honda had intussen een productielijn in Engeland opgezet, had zo toegang tot de Europese Unie, bouwde nog steeds zeer goede auto’s maar zakte qua verkopen steeds verder terug. Dat gold minder voor de Amerikaanse en Chinese markten waar men nog steeds goede zaken doet. Hybrides kwamen uit, SUV’s waarmee men het gamma opvulde. Auto’s voor mensen met een specifieke smaak. In eigen land heeft men nog een hele trits van die kleine karretjes die specifiek voor de Japanse markt zijn bestemd maar vaak overtuigen door hun wonderlijke vormgeving en technisch vernuft. Maar hier wil het niet meer lukken.

De organisatie toch wat opgebroken en klanten winkelen nu bij Koreaanse merken of de Japanse concurrentie. En dat is best jammer. Overigens bouwt Honda ook haar eigen zakenjet, is nog steeds heel groot in motorfietsen, levert oa. de motoren voor het Red Bull team van Max Verstappen en verkoopt ook nog allerlei andere producten als grasmaaiers of de befaamde buitenboordmotoren. Breed, groot en bekend. Honda! (Beelden: Internet/archief)