
Mijn eerste baan was er een die je nu zou kunnen beschrijven als vooral een goede leerschool, harde les, tevens toevoeging aan mijn jeugdige ontwikkeling. En die eerste echte baan startte al toen ik zelf nog erg jong was. Ik was slechts 14 jaar oud toen ik op mijn toenmalige school werd geronseld door een (wat je nu noemt) H.R-Manager van een bank die dringend nieuwe mensen nodig had. Die bank, de erfvoorganger van de huidige ING, expandeerde toen al in rap tempo en men wilde in eigen kweek mensen naar een carrière in de financiële wereld begeleiden. Zo werd afgemaakt dat als je daar kwam werken (5,5 dag per week) je ook gericht middelbaar onderwijs moest volgen in de avonduren. Dat leek me wel iets. Net als een reeks van klasgenoten die dezelfde stappen maakten. En zo schoof ik in september 1962 aan in een tweetal rondvaartboten aan de kade van de Amsterdamse Keizersgracht voor mijn zgn. introductieweek. Helemaal 14 jaar oud! Een broekie, maar in mijn nette pak en gepoetste schoenen optisch en qua praatjes een hele bink. Op de fiets heen en weer en bij heel slecht weer in de tram die een prima alternatief vormde. Na die week werd er dan gekeken welke afdeling voor ‘jou’ het meest geschikt was.
Ik kreeg de afdeling Kredieten toegewezen en kwam daar terecht als ‘jongste bediende’. Dat was behoorlijk hard werken. Administratief licht werk, afgewisseld met sjouwen van dossiers. Ook bijhouden van een index kaartsysteem. De computers van nu kwamen pas een paar jaar later in zwang. En waren toen net zo groot als die hele afdeling waar ik indertijd acteerde. Ik deed mijn werk samen met een stuk of zes recruten afkomstig van soortgelijke scholen als ik doorlopen had, die werden ingewerkt door lieden die al een jaartje langer op die baantjes hadden gezeten. Na een jaar werken schoof je dan zelf een stukje omhoog in de hiërarchie. In dat eerste jaar stelde je niet zo veel voor. Het was buffelen voor je geld en dat geld viel niet zo mee als je achteraf kijkt wat je dat eerste jaar in het loonzakje kreeg. Fl. 87,50 bruto! (omgerekend naar nu E. 40,00) Daar hield je dan iets van zeven tientjes aan over. Per maand! En daarvoor moest je echt nog pezen! Niks respect, niks aanzien, gewoon jongste bediende! Ik leerde er veel. Na een jaar buffelen schoof ik dus ook een plekje op. Andere administratieve handelingen, nieuwe taken, minder druk op de ketel. Ik begon me daar dan ook echt senang te voelen. Er verschenen ook nieuwe ‘’dames’ op de afdeling die me interesseerden. Want ook bij de (strikt gescheiden) vrouwenafdeling ging die opvolging zoals bij de jonge mannen. Elk jaar nieuwe aanvoer. Er vielen overigens ook mensen af die het niet vol hielden. Het was ook best zwaar.

Ook al omdat je drie avonden in de week naar school moest en daarnaast huiswerk diende te maken. Een paar jaar later was ik zodanig ver dat ik mijn eerste diploma’s kon bijschrijven in mijn schoolregister en dat ik niet meer hoefde te lopen voor de heren directeuren die bij die bank lagere echelons deden sidderen. Na behalen van die diploma’s liep ik naar mijn eigen idee ‘vast’. Ik kon niet meer zo goed aarden. Had het gevoel ‘elders’ meer te kunnen verdienen en ook qua ontwikkeling bereiken, nam dus ontslag. De rest is geschiedenis. Maar wat ik er aan overhield is een gevoel voor orde en administratie dat me vaak heeft geholpen bij heel andere taken in het leven. De scholing hielp me om soms onlosbaar lijkende problemen te snappen en me taalkundig ook wat bij te spijkeren (ik leerde op dat punt nog wat door in aansluiting op…). De bank zelf bleef een plekje behouden in het hart Ik vond er mijn vrouw voor het leven, mijn oudste vriend (nog steeds), kortom het was niet voor niets en elke stap in een leven is nuttig en soms noodzakelijk. Alleen, als ik nu wel eens naar 14-jarigen kijk denk ik wel vaak dat het nog kinderen zijn. Echte kinderen. Een periode die mij toch in dat opzicht is voorbij gegaan. Meer dan een halve eeuw geleden was je als 14-jarig jochie gewoon werkvee met een missie. Het heeft me mede gevormd tot de mens die ik nu nog ben…….Zo. Dan weten jullie dat maar….(Foto’s Leo/Stadsarchief)


De macht van print is sterk afgenomen en de lezer maakt zelf wel uit of hij iets ‘goed vindt’ of niet. Het internet is geduldig en wat vandaag plaatsvindt staat binnen een kwartier over de hele wereld online. Het blijft dan opmerkelijk dat men bij die aanbieders nog steeds terughoudend is met uitnodigingen voor media-events richting publicisten die zich vooral richten op online of die gewoon een leuk boek over een bepaald onderwerp willen schrijven. Er zijn bedrijven, merken en PR-mensen die dat heel goed doen en anderen die er maar niet aan willen. Blijft me verbazen. Alsof dat beperkte en terughoudende denken in de toekomst het eeuwige leven heeft, het tegendeel is waar. De jongere generaties lezen geen bladen of kranten (of een boek..)meer, die kijken naar YouTube of andere kanalen vol wetenswaardige en bewegende beelden. Daar zit ‘de handel’ zou ik denken. Maar goed, ik zit zelf niet meer aan die andere kant. In de loop van de jaren dat ik voor mijzelf zorg en schrijf over mobiele zaken valt het me echter best op hoe veel moeite je soms moet doen om relevante informatie los te weken bij maatschappijen, fabrikanten of importeurs rond de door hen geleverde goederen of diensten. Soms gaat het vlot, in andere gevallen wil het maar niet lukken. En dat is vervelend, want zo’n merk of bedrijf geef je dan uiteindelijk toch minder aandacht.
Nieuws is echt overal te vinden, maar een leuke test, een eigen ervaring, of een paar leuke plaatjes, zelf geschoten bij een artikel, kan soms het verschil maken. Toch blijft men vaak terughoudend rond dat internet. En dat is jammer. Nogmaals, ik klaag niet over de goeden, zijn er voldoende om me bezig te houden, maar vooral over die instellingen die het maar niet willen snappen. Net zo als ik maar niet snapte dat sommige van die lui men mijn producten vroeger altijd maar moest neersabelen. Scheelde daarna soms best een paar tickets richting een leuke introductielocatie. En echte vrienden werd ik met sommige journalisten nooit. Zal nu wel net zo zijn…..toch? De geschiedenis herhaalt zich vast…
Het is echt toeval dat ik op deze zondag de 22e november even aandacht vraag voor een werkpaard dat het bijna 22 jaar vol heeft gehouden in onze huishoudelijke situatie. Een partner die zijn werk zonder morren deed in maar liefst twee achtereenvolgende woonadressen en die het ook nog eens moest zien uit te houden op een paar vestigingsplekken. AEG laat je nooit in de steek, was de slogan toen we indertijd onze loei betrouwbare wasmachine kochten. Een rib uit het lijf maar dan had je maar wat. En zo kwam hij splinternieuw ons huis binnen in 1993 toen de vorige machine van hetzelfde merk het net daarvoor had begeven. We woonden nog in de polder en de nieuwe machine ging richting de badkamer waar alle aansluitingen voor dit soort apparatuur in de poldergemeenschap van toen waren gesitueerd. Hij verhuisde mee terug naar het oude land. Werd aangesloten in de oude keuken. Want in ons ‘nieuwe’ huis zaten die aansluitingen (en afvoer spoelwater) nu eenmaal in die kookomgeving opgenomen. Daar draaide hij zijn diensten trouw tot hij in 2007 plaats moest maken voor de nieuwe keuken die we ons toen veroorloofden en hij een speciaal ingerichte plek kreeg op zolder, niet ver van mijn nieuw verbouwde werkplek annex museum.
Dat zorgde wel eens voor erg veel getril in de vitrines die ik heb staan om wat zaken uit te stallen. De centrifuge van de aloude AEG neigde nog wel tot een imitatie van een helikopter. Op zich inspirerend, maar ik had er soms best wel wat moeite mee. Toch bleef hij daar staan. Nam veel ruimte in, in de jaren negentig bouwde men nog echt omvangrijke machines op dit gebied, tot……. Precies een week geleden begon hij tijdens een was van beddengoed ineens enorm te stinken. Niet dat dit wasgoed nu zo vies was, nee, dit stonk naar elektra. En op enig moment stond hij stil. Muurvast, en de stop voor de zolderetage lag er uit. Foute boel. De aloude waspartner was overleden. Na 22 jaar best netjes. We zochten een waardige opvolger en die hebben we gevonden. Keurig thuis gebracht en geinstalleerd. Zelfde merk, de helft kleiner en een stuk comfortabeler vanwege de niet meer af- maar oplopende leeftijd op de toekomst ingericht.
Eens zien of die machine dat record nog gaat breken. Als hij dat doet en ik dat zelf nog mag meemaken is het merk echt niet stuk te krijgen. Zou dat voor de mens in het algemeen ook gelden? Ik vrees van niet. Maar als wij gaan stinken is die tijd wel in zicht. Gelukkig is dat nu nog niet zo ver. De oude wasmachine ging mee met de leverancier van de nieuwe. Veel gesteun van de mannen die het dode gewicht van twee trappen af moesten torsen vertelde het verhaal. Adieu oude elektrische vriend! Welkom elektronische opvolger!



















