Groot geworden door kleine auto’s….FIAT!

Fiat, autofabriek uit het Italiaanse Turijn. Grote naam, bij ons vooral bekend geworden door haar kleine auto’s. Ook in Nederland jarenlang het merk voor hen die voor weinig geld in een auto wilden rijden maar ook opzagen tegen hoge kosten. Merk ook met een behoorlijk traditie. Al in 1899 opgezet om auto’s te bouwen en voor de oorlog aardig actief met fraaie wagens. Ook trucks, bussen en zo meer. Breed dus, al speelde de bekendheid meer in zuidelijke landen dan bij ons. Hier ontdekten we het merk pas echt met de bekende 500 Topolino die stamde uit de jaren dertig. Bescheiden van omvang en vermogen, maar ook betaalbaar. Met een beetje persen kreeg je er een klein gezin nog wel in. Wie meer wilde kocht een stationcar. De 500C stamde uit 1949 en was uiterlijk opgefrist met o.a. in de voorste spatschermen opgenomen koplampen. Naast goedkope concurrenten als de VW Kever of Renault 4CV wist de kleine Fiat zich aardig te handhaven.

En voor de goede orde, de motor zat toen nog voor, de aandrijving op de achterwielen en de motor 569cc groot en goed voor 16,5 pk! Was best lastig om daarmee de Cauberg in Valkenburg te bestijgen. Wie meer wilde ging voor de 1100 die vanaf 1947 weer verscheen nadat hij al voor de oorlog ook al in de showroom had gestaan. Toen heette hij weliswaar 508 Balila, maar technisch en uiterlijk vrijwel geen verschil. En zo’n auto had anno 1949 al verzonken handgrepen. Die verdwenen weer bij de veel moderner opvolger, aangeduid als 1100(D/R) die je ruimte bood voor drie mensen op de voorbank en nog een drie achterin. Was ook in Nederland indertijd populair. Dat gold ook voor de nieuwe kleintjes die we als 500 en 600 leerden kennen en zich onderscheiden door de motor achterin en een aardige binnenruimte.

Ze waren mateloos populair in ons land, net als hun opvolgers, de 850 en 133. Vele duizenden gingen er via het dealernetwerk van toenmalig importeur Leonard Lang de deur uit. Voor zakenrijders was er de 1300/1500-reeks die al goed waren voor 140km/u en dat was best snel in die dagen. Hoewel Fiat ook schitterende grote wagens maakte in de vorm van de 1900 en 2300, in onze streken bleken ze lastig verkoopbaar. Beter verging het de 124. Een auto die vanaf 1966 op de markt verscheen. Met keuze uit een 1200 of 1450cc motor.

Hoekige vormgeving, veel kofferruimte en bij Italiaanse taxichauffeurs uiterst populair. Voor hen die meer luxe zochten was er de 125. En krachtpatser die je moeiteloos naar de 175km/u bracht en een moderne motor bood met twee bovenliggende nokkenassen. Wie echt durfde kocht zich een Fiat 130, een prestigieuze limousine die loodzwaar was, een V6 voorin had om de prestaties nog een beetje op peil te houden, maar geen klanten weg wist te halen bij de grote Duitse merken. Eindeloos is het aantal modellen dat Fiat met meer of minder succes uitbracht. Denk aan de 127 en 128, de 131 Mirafiori, de Ritmo, Punto of Panda. Allemaal wagens die toch een mate van bekendheid kregen, ook hier.

Maar Fiat staat mij toch het meest bij als de licentiekoning van de wereld. Want als men een bepaald model uit productie nam werden de rechten vergeven aan vooral Oost-Europese of Latijns-Amerikaanse fabrikanten. De 600 ging naar Joego-Slavie en werd daar Zastava genoemd. Net als de 128 die als Zastava 1100 op de markt werd gebracht. De 124 ging naar Seat waar hij in een iets aangepaste vorm werd gebouwd en verkocht. Maar die auto kreeg pas echt een eigen en nieuw leven toen hij in de toenmalige Sovjet-Unie als Lada 1200 werd gebouwd en meer dan 20 jaar in productie bleef. De 125 ging naar Polen en werd gecombineerd met de motor uit de oudere 1500 omgevormd tot Polski-Fiat 125p. En die wagen werd later ook weer in Egypte gebouwd. De huidige Fiat’s zijn van de kleine soort. De Panda, 500, en daarvan afgeleiden. Hun voortbestaan twijfelachtig.

Fiat fuseerde een jaar of tien geleden met Chrysler en vormde Fiat-Chrysler-Europe. Maar onderhandelt nu met het Franse PSA om te komen tot een verregaande fusie. Daaronder vallen ook Ferrari, Lancia en Alfa Romeo. Allemaal merken van Fiat. De huidige verkoopaantallen in Nederland zijn duidelijk beperkt geworden. Afgelopen jaar vonden nog maar net 4000 Fiat’s een Nederlandse koper. Daarmee bungelt het merk toch in de lagere regionen van de verkoopstatistieken. En dat is toch bijzonder voor een merk dat vele jaren lang toch de markt domineerde. (beelden: Archief Yellowbird)

In memoriam; oude digitale camera!

WP_20151010_002Onlangs probeerde ik het nog eens. Ik was de afgelopen zomermaanden weliswaar actief met fotograferen, maar nam daarvoor de smartphone mee of de compacte Japanner die me intussen al weer enige tijd vergezelt. Voor het Schipholwerk heb ik een grote Japanner met wissellenzen. Kortom, de Amerikaanse HP-Camera die ik nu een jaar of tien in mijn bezit heb deed vooral dienst als binnencamera. Voor de collecties en zo. Prima ding dat ik indertijd kreeg als alternatief voor een goedkopere HP die het na een sessie al liet afweten. De HP850 was een fijne compact camera, met nog slechts 4,5 MP, wat indertijd een enorme stap vooruit was vanuit de eerdere 1,5 camera’s die ik toen benutte. De HP had vier batterijen die redelijk lang meegingen, maar vooral een goede lens, een snelle processor en dat leverde goede kwaliteit op aan digitale foto’s. Ik liep er nog wel eens de stad mee rond om als een toerist overal plaatjes te schieten. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan en al snel waren die 4,5 MP’s toch wat beperkt en wilde ik meer. De Olympus camera’s die ik kocht als opvolgers hadden resp. 8,5 en 14 MP, de huidige smartphone passeert de 20MP al en heeft een geweldige lens om alles op te nemen.

WP_20151009_010De HP ging naar de secundaire fotosessies. Op een statief en dan maar foto’s maken. In totaal ruim 10.000 of meer. Lekker was dat je met een simpele druk op een knopje scherp kon stellen op 30cm afstand. Bij modelfotografie van groot belang. Maar juist daar ging het op enig moment verkeerd. Dat schakelaartje deed het op een bepaald moment meer niet dan wel. Ook raakte hij soms de datum kwijt in zijn geheugen. Maar het einde kwam sneller dan gedacht toen ook nog het dekseltje van de batterijhouder plotseling uit elkaar barstte. Het grendeltje compleet afgebroken. Natuurlijk nog even door geklooid met plakband en een elastiekje, maar alles bij mekaar opgeteld werd het toch een manier van werken die niet langer zo kon doorgaan. Afgelopen week was het afgelopen. Elke keer als ik een foto wilde maken schoot hij in een modus dat hij alles opnieuw wilde opstarten. Daar wordt je echt mesjogge van. Dus einde oefening. De HP gaat naar het grof vuil, onherstelbaar versleten. Ik doe hem met enig verdriet weg. Maar gelukkig lag er nog een Olympus met 8,5 MP, klein en handzaam en volledig van metaal. Nu eens zien of ik daarmee net zulke lekkere foto’s kan schieten als met de HP. Want een ding is zeker, kwalitatief kon die HP er wat van. Vandaar dit in Memoriam.