Heksen…

Heksen…

Pak er een beetje sprookjesboek bij en al snel wordt duidelijk dat wij zijn opgevoed met het idee dat heksen vooral eng zijn en goede, veelal brave mensen betoveren of kinderen opsluiten dan wel koken in een pot met boskruiden.

Veel van dit soort verhalen komt voort uit de geschiedenis waarin we door het geloof geindoctrineerd op zekere wijze aankeken tegen mensen die anders leefden of handelden. Beetje vergelijkbaar met in onze tijd hoe mensen met een afwijkende mening t.a.v. klimaatverandering worden behandeld, dan wel zij die menen dat Covid19-vaccinaties de regering bevoordelen. Zie daarvoor mijn blog van 3 augustus jl. nog maar even. Hoe dan ook die heksen uit de oudheid hadden het best lastig. Zeker als ze helemaal geen heks waren, maar gewoon leefden op een van de toen geldende christelijke normen afwijkende manier.

Tijdens de vroegmoderne tijden, net na de Middeleeuwen, werden naar schatting een 50-100.000 mensen op verdenking van hekserij afgeslacht na meestal een afgrijselijke periode van folteringen en zo meer. Tot in de 18e eeuw werden nog soortgelijke ‘processen’ gevoerd in Engeland en zelfs de Duitsers waren tot laat in de 18e eeuw bezig met opsporen van hekserij. Ook in ons land was men niet vies van een al dan niet valse beschuldiging. Veelal totaal onschuldige vrouwen, vaak niet bereid zich over te geven aan de vleselijke lusten van een of andere rijke boer of kerkelijk leider, werden beschuldigd en zonder al te veel morele bezwaren voor een godsdienstelijke rechtbank gevoerd. En bekennen deden ze veelal al snel want daar had men zo de methodes voor. Men kraakte die arme dames (en enkele heren) op trekbanken waardoor de botten braken of bewerkte ze met brandmerken. Dan bekenden die arme zielen al snel. En dat leidde dan tot een doodvonnis dat veelal werd uitgevoerd op de brandstapel. In de oud-christelijke boeken van toen vond men rechtvaardiging.

Hekserij en tovenarij was verboden en volgens de toenmalige wetgevers werk van de duivel, dus de straffen bijpassend. Ketters wist men al snel ook op die wijze te berechten. En je leest je gek als je ziet wat men zoal bedacht aan beschuldigingen om tot berechting te komen. Eten van kinderen was er maar een van, copuleren met de duivel een andere. Rampjaren zorgden voor extra wijzende vingers. Naast joden, Roma, melaatsen of andere bijzondere types(..) uit die periode waren heksen de aangewezen schuldigen voor al dat onheil. Beproefd (zie Oudewater) was de methode om een eventuele heks te wegen. Kwam diens gewicht onder een bepaald vastgesteld niveau was ze te licht bevonden en hup, bewijs geleverd.

Ook de waterdompeling was er zo een. Heksen zouden blijven drijven was het toenmalige idee, dus werden ze vastgebonden onder water gehouden. Veelal met de verdrinkingsdood tot gevolg. Jammer, maar helaas. In onze tijden kom je echte heksenvervolgingen nog steeds tegen. In landen als India, op het Afrikaanse continent maar ook in de Islamitische wereld waar men juist dit onderdeel van het christelijke geloof kennelijk graag overnam. In 2009 moest een mensenrechtenorganisatie nog pleiten voor het sparen van het leven van een Libanese man die in Saudi-Arabie werd veroordeeld tot de dood wegens hekserij. Maar ook de Indonesiers zijn er nog gek op waarbij de islamitische regering veelal wegkijkt. Heksen krijgen in ons land een wat positiever imago omdat er zelf verklaarde ‘goede’ heksen bestaan. Die leven graag van de natuur en geven advies aan hen die dat nodig menen te hebben. Maar als je die geschiedenis leest zou je anno 2021 toch even nadenken voor je jezelf tot heks verklaart. De veranderingen in de samenleving zouden zomaar ineens een andere kijk op dat feit kunnen werpen. En dan is je leven ineens een stuk minder zeker…(Beelden: eigen archief/Oudewater)

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Steeds langzamer ging de groep met de ridder in het midden huiswaarts.

Niet alleen omdat een aantal van de eigen soldaten van Ridder Brandewijn gewond was geraakt, maar hij zelf ook en dat begon hem nu op te spelen. Ook onder de paar gevangenen waren een paar mannen er slecht aan toe en vielen soms zomaar neer. Dat vertraagde de thuisreis. Maar dat deed ook het slechte weer dat na de slag aan de rivier over hen heen was gekomen als een gordijn. De regen maakte de paden modderig en zwaar al spoelde het ook de bloedresten van de lijven en het vuil van de kleren die ze droegen. Toen ze weer in het woud terecht waren gekomen en de heuvels beklommen die richting Rosendael leidden werd het donker. Hoewel de bomen de regen wat tegenhielden was het wel duidelijk dat ze kamp moesten maken. Zo konden ze niet door en Ridder Rogier voelde zich niet goed genoeg om ook in de nacht door te trekken, al liet hij dat niet merken. Midden in het woud zagen ze ineens een lichtje. Zou daar iemand wonen? De Ridder stuurde zijn paard die kant op en hoopte dat het een boerderij zou zijn waar hij met zijn mannen onderdak kon krijgen en even op temperatuur komen. Het bleek echter een relatief klein hutje te zijn.

Niet veel meer dan dat. En om dat hutje heen zag hij allerlei voorwerpen in de struiken hangen die hem meteen deden vermoeden dat hier een heks moest wonen. Vanuit zijn geloof had hij daar een afkeer van, maar die heksen uit het woud konden met kruiden nog wel eens iets doen om wonden te verzachten. Dus stuurde hij een van zijn mannen naar de hut om de daar wonende bosfeeks te vragen om hulp. De vrouw die naar buiten kwam was niet oud, zag er niet vies uit, maar liep meteen op hem af en bekeek hem en zijn paard van boven tot beneden. ‘Heer, alles wat ik u kan bieden is ter uwer beschikking’ zei ze met zachte stem terwijl ze het paard langs de hals streelde. Ridder Rogier stapte af, wankelde en zou gevallen zijn als zij hem niet had tegen gehouden. Ook twee van zijn mannen hielpen hem en droegen hem bijna naar de hut van de vrouw die hen voor ging met een olielampje in haar handen dat ondanks de regen toch bleef branden. Ze legden Ridder Rogier in de hut op een bed van oude lappen en takken en ontdeden hem van zijn harnas. Toen pas merkten ze de vele wonden die hij in de strijd had opgelopen. Veel bloed was hij verloren. De vrouw stuurde de mannen weg. Vertelde waar ze bessen en ander voedsel zouden kunnen vinden en dat ze buiten hun kampement konden opzetten. Zij zou de wonden van de ridder wel verzorgen. Toen de mannen van Brandewijn waren verdwenen ontdeed ze Ridder Rogier van zijn zijn verdere kleding en pakte wat potten met kruidenzalf en andere smeersels en begon hem daarmee in te smeren. Zelf maakte hij dat nauwelijks meer mee. De vermoeidheid speelde hem parten, maar het bloedverlies had hem ook verzwakt. Op zijn paard was het nog wel uit te houden geweest, maar nu hij eenmaal lag….. De vrouw bleef een tijd met hem bezig, pakte toen een aantal bladeren en legde die op zijn verwondingen en pakte hem daarna in een soort van oude deken, gaf hem iets te drinken uit een kleine nap en legde haar hand op zijn voorhoofd. Maar dat maakte Ridder Rogier niet meer bewust mee….Hij sliep….koortsig als hij was en doodmoe van…..ja van wat ook al weer??