ArtZuid 2023

ArtZuid 2023

Tuurlijk ga ik ook regelmatig naar musea om daar mijn gevoel voor cultuur en (al dan niet moderne) kunst op te vijzelen, maar als die kennismaking gewoon op straat van mijn eigen stad plaatsvindt en ik al wandelend langs een mooie route de meest wonderlijkse creaties mag bewonderen zal ik het niet laten. Zo ook een paar dagen terug toen we de 2023-editie van ArtZuid bezochten.

Die wordt net als eerdere edities gehouden in de chique Stadionbuurt van onze stad, van Apollolaan tot Churchillaan en nog wat zijstraten er omheen. Stel je voor dat je daar in de prachtige plantsoenen van die boulevards in dat chique stukje stad om de zoveel meter een of ander kunstwerk ziet uittorenen boven het alom aanwezige groen. Kleurrijk, fantasievol en veel zeggend over de inzichten van de kunstenaar of wellicht diens afkeer van het menselijk lichaam.

Want opvallend is dat beelden zonder kop of lichamen die eerder kubistisch dan rond zijn, regelmatig te bezichtigen zijn. En ik maar denken dat veel van die kunstenaars leven in een wereld waarin Adam en Eva elkaar telkens weer ontmoeten en waar voorbeelden zat zijn voor wat een mannelijk of vrouwelijk naakt zo typeren. Hoe dan ook, van vrijwel onbekende mensen tot Karel Appel, ze komen allemaal in aanmerking om deel te nemen, mits hun kunst maar weersbestendig is en ook kan tegen aanrakingen van al te enthousiaste passanten. Ik houd meestal, net als vrouwlief, enige afstand, al was het maar omdat het fotograferen van al dat fraais (of wat er voor doorgaat..) dan eenvoudiger verloopt.

En over dat lopen gesproken, je bent zo 10.000 stappen verder. Dus..brood mee en van een der gesponsorde banken gebruik maken waardoor je ook al kauwend een aardig beeld krijgt van dat wat tegenover je in het groen staat. Neem ook de fantasie mee. Want die is nodig en nuttig. En voor hen die alles zo professioneel mogelijk willen bekijken is er een app die zichzelf langs de route meldt.

Daar zie je precies waar je tegenover staat of zit als je daar behoefte aan zou voelen. ArtZuid kennen wij intussen zo’n beetje een jaar of 15/16 en volgens mij is het een tweejaarlijks fenomeen. Waar ook wat kunstzinnige zaken onderdak worden geboden langs straten die leiden tot het Museumkwartier aan het gelijknamige plein in de stad. Heb je er dan nog niet genoeg van zijn er het Stedelijk, van Gogh en Rijksmuseum om je total loss te maken qua fysiek of je interne geheugen te overbelasten met culturele uitingen.

Hoe dan ook, wij genoten weer, al was het maar omdat dit deel van onze stad een van de fraaiste stukjes Amsterdam biedt die je denken kunt. Het hele terrein is bereikbaar per trein, metro of tram. Maar de ware route moet je zelf lopen. Voor hen die dat doen, veel plezier. Wie dat niet doet of kan, zie de plaatjes….Een minimale afspiegeling van wat je allemaal kunt bekijken trouwens. (Beelden: Prive)

Jamaica..

Jamaica..

En voor de goede orde, ik pleit zeker niet voor het opsluiten van een volk achter muren of binnenshuis. Dat past meer bij de liefhebbers van DDR-achtige dictaturen of zo. Nee, het gaat mij ook dit jaar weer eens over die wonderlijke behoefte om vakantie te vieren op zeer ver van ons landje gelegen plekken. Omdat men anders het gevoel heeft ‘niet echt op vakantie te zijn geweest’. Tuurlijk, men trok in meerderheid naar het zuiden van Europa, waar het zo mogelijk nog warmer was dan bij ons in deze prachtige zomer, maar vaak ook veel verder. Nu Covid ons wat heeft verlaten kon er weer gereisd worden en dus was het op de vaderlandse (en Europese) luchthavens extra druk.

Sommigen vlogen naar favoriete bestemmingen in Spanje of Portugal, anderen verkozen IJsland of Azie. Bij een van onze buurtgenoten gingen de kinderen met vader mee (1 op de 3 gezinnen kent een scheidingsverleden, dit gezin ook..) naar Jamaica. Want daar was het zo leuk voor ze… Het zal best hoor, maar dan ken ik er nog wel een paar. En moet meteen terugdenken aan hoe het in onze jeugd was. Zoals al eerder beschreven (22-7jl) waren de meeste mensen in ons land zeer hard werkende loonslaven of zelfstandigen die door zich in het zweet of de olie te wentelen een inkomen moesten verwerven. Vakantie was veelal net een week lang, later net in de tijd twee misschien. En daarvoor moest je dan geld reserveren.

Bij ons in de toenmalige hoofdstedelijke straat waren bij sommige arbeidersgezinnen het Zgn. ‘Fransche Kamp’ bij Bussum populair, maar ook Bakkum werd door de veelal puur Amsterdamse bevolking met liefde bezocht. Tentje mee, of als je meer geld had, een huisje in de kuststreek waar je dan in frisse lucht maar wel in nog primitievere omstandigheden dan thuis, moest zien hoe je je door de dagen heen ontspande. Veel van mijn straatvrienden van toen genoten er van. Ik niet. Mijn moeder was er ook niet van. Zij hield van luxe en rust. En die vond ze in Limburg. Valkenburg de favoriete bestemming. En dan niet in een tent maar in een hotel of tenminste een onderkomen bij mensen die redelijk comfortabele kamers verhuurden. Van daaruit trokken we dan met de auto, ja mensen die hadden wij al heel lang, naar Belgie en als climax het Drielandenpunt bij Vaals.

Keek je zo naar Aken, toch een spannend gebied. Want leasepa had wat meegemaakt met die ‘moffen’ zoals hij ze noemde en weigerde categorisch een stap over de Duitse grens te zetten. Terug thuis werd er best tegenop gekeken. Helemaal naar Limburg…Later in het leven hoorde ik dat jeugdvrienden naar verre oorden als Italia of Oostenrijk reisden. Hun ouders hadden intussen ook een VW of Opel gekocht en durfden die reizen wel aan. Wij gingen toen nog steeds naar Valkenburg. En daar werd best meewarig naar gekeken. Zo gaat het nu ook met die verre reizigers. Nu ik zelf veel van de wereld zag vind ik mensen die naar Frankrijk gaan min of meer hetzelfde als zij die vroeger naar Valkenburg reden. Nee, dan Jamaica…..dat is pas wat. Maar ik laat het wel met plezier aan me voorbij gaan. Geen zin meer in. Maar het zal er vast heel leuk zijn. Al was het maar om die muziek…. En intussen ben ik natuurlijk nieuwsgierig naar waar jullie, beste lezers, naartoe gingen in de jeugd en wat je nu trekt als bestemming?? Gooi het er maar uit hoor… (Beelden: Prive-archief)

Verhuisde verhuizer…

Verhuisde verhuizer…

De al eerder beschreven geschiedenis van mijn woonbuurt in het toen als ‘Oud-Zuid’ aangeduide stukje van Amsterdam tussen Ceintuurbaan en Amstelkade omvatte ook die van de nodige bedrijven die daar hun domicilie kenden. Het barstte er van de middenstanders, voor zuivel, brood, vlees, groenten, sigaretten of een fietsenmaker hoefde je nauwelijks de deur uit. In onze straat alleen al barstte het van die lui.

Maar er zaten in die jaren ook de nodige grote bedrijven. Die uiteraard ook aan veel van de toen daar woonachtigen werk boden. Een daarvan het toen al grote verhuisbedrijf van Van Deutekom. Het stamde al uit de 19e eeuw en was op enig moment neergestreken in onze straat niet ver van de Amsteldijk. Wagens van het bedrijf reden meestal in de ochtend onze woonomgeving uit om er voor de avond weer terug te keren. Klussen geklaard. Heel andere trucks dan wij kenden van de meer bij ons in de buurt van ons huis gevestigde garage met transportbedrijf van Ouke Baas dat heel andere ritten klaarde.

Soms stond de straat vol met die wagens omdat er werd getankt en je door de (ook toen al) geparkeerde personenwagens dan niet verder kon. Vandaar dat ik die bedrijfsnaam aardig in me op kon nemen. In de jaren zestig verhuisde Deudekom naar Duivendrecht. Een nieuw bedrijventerrein, meer ruimte, en veel betere ontsluiting van de wegen richting de opdrachtgevers. Daar bouwde men de boel aardig uit. Meer in de breedte, nu ook bedrijfsverhuizingen, tentoonstellingen, beurzen, opslag van waardevolle spullen voor derden, en projectverhuizingen.

Men doet dat in binnen- en buitenland. Uiteraard behaalde men alle certificaten nodig om dit werk te kunnen doen, zoals ISO9001 en is er voor milieubewuste klanten ook een CO2 Bewust certificaat niveau 3 behaald. Voor stadsvervoer zet men nu veelal elektrische bestelwagens in. Zegt iets over het kwaliteitsgevoel bij deze oude verhuisfirma aan wie ik onlangs ineens moest denken toen ik in Duivendrecht langs hun vestiging reed. Toch een verbintenis mee, ook al zullen zij zich daar mij zeker niet herinneren. Maar ik zie nog steeds die toen met hout betimmerde vrachtwagens voor me, al dan niet met oplegger en het geroffel van die machtige dieselmotoren van wagens die nu allang zijn uitgestorven of in een museum beland. Uitgestorven zijn ook allang al die middenstanders en andere ondernemers in die vroegere woonstraat. Niks meer van over. Allemaal geschiedenis. Die met steeds minder mensen kan worden gedeeld…. Blijft jammer. (Beelden: Deudekom website)

Snel uit de DDR…

Snel uit de DDR…

Voor velen is het zo dat de DDR in haar bestaansgeschiedenis vooral kleine pruttelende auto’s voorbracht als de nu weer in de gratie van liefhebbers terug gehaalde Trabant.

Maar die geschiedenis van dat voor communisten ideale land was wel een beetje breder. Laten we vooral vaststellen dat voor de ‘bevrijding’ door de Russen van Oost-Duitsland, grote delen van de productie van nu nog steeds bekende merken als Opel, BMW, DKW, en zo meer juist daar plaatsvond. Dat had ook van doen met de historische situatie dat in Midden – en Oost-Europa de nodige grote autojongens hun herkomst hadden. Toen dus die Russen dat gebied innamen troffen ze een schat aan knowhow aan waarmee ze hun eigen auto-industrie opsierden. Wat men de Oost-Duitsers liet waren vaak lege fabriekshallen, mensen, en wat tekeningen. Op basis daarvan zette men die vroegere auto-industrie weer op poten. Maar onder communistisch juk deelde men die industrie wel in op andere wijze.

IFA nam de boel van DKW/Auto-Union over en en-passant ook de oude BMW-fabrieken waar men later Wartburgs ging bouwen. En op basis daarvan ontstond een automerk dat een beetje buiten de gevestigde orde een eigen naam en faam wist op te bouwen; Melkus. Grote kans dat de lezer er nog nooit van gehoord heeft, maar Heinz Melkus, de naamgever en oprichter, was ooit een succesvolle coureur en rijschoolhouder. Op basis van een Wartburg 312 bouwde hij een geheel eigen sportwagen waarmee hij bewees dat je met die tweetaktmotoren van de Wartburg best snel uit de voeten kon. Hij kreeg nog wat extra aandacht toen hij basis-Wartburgs ombouwde en aanpaste voor het betere rally/racewerk. De RS-1000 was een volgende oefening van bekwaamheid.

Een prachtige wagen met middenmotor (Wartburg), vleugeldeuren, kunststoffen carrosserie en bijbehorende prestaties. Een auto die je ook helemaal niet zou verwachten in de DDR van toen. De communistische leiding bekeek het allemaal met argwaan. Stond Melkus toe zijn ding te doen als hij maar niet buiten de gebaande paden zou komen. Om zijn bedrijf overeind te houden ging Melkus toen ook maar Lada’s verbouwen voor het betere racewerk. Zijn eigen sportwagens werden in een serie van 500stuks gebouwd en verkocht. Een mooie basis voor een latere heropbouw van zijn bedrijf als de DDR zou stoppen te bestaan. Toen dat in 1989 daadwerkelijk gebeurde werd Melkus echter direct BMW-dealer. In 2005 overleed Heinz Melkus, hij was toen 77 jaar oud. Zijn nalatenschap is nog steeds zichtbaar in die wagens die hij toen bedacht en bouwde. Al bleven er van zijn best fraaie sportwagen slechts een paar tientallen rijdend bewaard. Hij moet wel worden herdacht als een man met moed die dwars tegen de gangbare principes van partij en systeem in zijn eigen gang ging en heel wat mensen in die DDR het gevoel kon geven dat er meer kon dan pruttelend in een kleine vierkant doosje over de toenmalige wegen heen hobbelen. (beelden; Archief)

Art Zuid 2021

Art Zuid 2021

Al eerder heb ik in mijn blogserie in het verleden aandacht gegeven aan de erg interessante Amsterdamse kunstroute-expositie Art Zuid.

Eenmaal per twee jaar gehouden dekt dit de chique lanen van Amsterdam-Zuid aardig af tijdens de drie zomermaanden juli-augustus en september. Dit jaar wederom en dus afgelopen maand even bezocht. Als altijd startten wij bij het Amsterdamse WTC en liepen zo de Minervalaan af richting de hoofdroute die o.a. langs de Apollolaan te vinden is. Kunst is altijd een kwestie van tot je laten komen, op je in laten werken en je dan afvragen wat iemand bezielde om iets wat lastig te vatten is toch in materiaal om te zetten. De een slaagt daar wat beter in dan de ander, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Zelf vind ik het altijd aardig als er een beetje herkenning in te zien valt.

Of humor. Wat dat betreft moet je niet zijn bij die in ons land nog best bekende en gewaardeerde beeldhouwer Armando. Aan mij gaan klonten zwart graniet die een genummerd menselijk figuur moeten voorstellen compleet voorbij. Maar gelukkig zijn er veel mij verder meer onbekende lieden die er toch nog iets aardigs van weten te bakken. Dit jaar gaat het om figuratieve kunst en dat is natuurlijk multi-cultureel en dito interpretabel. Een vrijheidsbeeld zoals in New York neergezet, maar dan weergegeven als zwarte vrouw past wel weer in het woke-denken van 2021 onder een klein deel van de bevolking.

Het wekt dan nog wel een glimlach op. Spiegelende objecten die als een selfiemagneet werken kunnen er ook goed doorheen. Maar het was allemaal wel een stuk serieuzer dan in vorige edities. Gevolg van de corona-ellende waarin wij zaten in de afgelopen periode? Het zou zo maar kunnen. Zelf vind ik het wel weer leuk om door dat echt chique Zuid heen te sjouwen waar elke vierkante meter woonoppervlak zoveel geld kost dat je daar soms elders een heel bosperceel voor aanschaft. Ook de architectuur is vaak prachtig, dat is de bonus die hangt aan het bezoek van deze expositie. Prima initiatief en voor herhaling vatbaar zou ik denken. En ach…beetje route…zo 10.000 stappen verder. Ook goed voor de conditie. Mits je daarna niet een van de leuke horecatentjes bezoekt die wij zo goed kennen van en in dat Zuid, want dan is het een ware kunst om niet van een der heerlijke lekkernijen te proeven die men met verve aanbiedt. Art Zuid 2021 loopt nog tot en met 17 oktober a.s.

U bereikt het met het OV door in te zoomen op Station Zuid/WTC. Goed bereikbaar per trein en metro, maar ook zijn er tramverbindingen met Amstelveen en busverbindingen met andere delen van de stad. Kost niks die expositie…dus wat let je?? Voor de goede orde; van de tientallen opgestelde stukken pikte ik er voor de leesbaarheid slechts een paar uit. Er is uiteraard veel meer te zien. (Beelden: Yellowbird)

Autojeugd…

Autojeugd…

Een paar van mijn trouwe lezers/essen reageert nog wel eens op mijn autoverhalen met een opmerking dat zij er weinig mee hebben en dat ik beter ander dingen kan beschrijven wat hun betreft.

Nou als je me al wat langer volgt weet je dat ik in de afwisseling van onderwerpen de aantrekkelijkheid van het schrijven zoek. Maar zoals al uit mijn opgeknipte verhalen over jeugd, werk en carriere schreef, auto’s en vliegtuigen zaten diep in de jeugd al verankerd in mijn observaties en zeker ook genen. Met name dat laatste speelt een belangrijke rol heb ik wel door. Immers afkomstig uit een gebroken gezin, waarvan de natuurlijke vader ‘in de auto’s’ zat, diens opvolger in ons gezin steevast aangeduid als Leasepa omdat ik een hekel heb aan de term ‘stief’, deed in hetzelfde vakgebied zijn eigen specifieke dingen. Dan ben je als piepklein jochie al snel gewend aan de achterbank van het toenmalige vervoer.

Daarbij woonden we (zie inleiding Leven met de Vliegende Pijl 240618 en 010718) in een straat waarin auto’s een belangrijke rol speelden. Garagebedrijven, verhuisbedrijf, middenstanders met eigen vervoer, en om de hoek van onze straat een grote doorlopende laan vol verkeer. Al snel onderscheidde ik het ene merk van het andere, kon auto’s (net als vliegtuigen) herkennen aan hun specifieke geluid en had ik als vriend van een van de zonen van de eigenaar van dat grote garage/verhuur/transportbedrijf tegenover ons huis, toegang tot alles wat daar jaarlijks werd aangeschaft of vervangen.

Tel daarbij op de ook al eens beschreven Ome Leo met zijn Amerikanen, Ome Karel en zijn Scania Vabis truck of Citroen Avant en je snapt dat gemotoriseerd vervoer mij veelal aardig intrigeerde. En dat ik dit als kind dus veel kopieerde. Dinky Toys waren duur maar hielpen wel om als jong ventje de grote wereld samen met de toenmalige vrienden te imiteren. Daar bovenop kwamen dan die vliegtuigen die over ons heen trokken, de trams die in die grote lanen en straten om me heen voorbij reden en de nieuwsgierigheid om van alles wat ik op dat terrein zag hobbymatig te leren, of later om te zetten in de praktijk door te gaan werken in die branches en nog dichter bij die onderwerpen te zijn of blijven.

Daar komt het dus allemaal vandaan en ik ben dankbaar dat ik in de gelegenheid was om zoveel tot me te nemen dat ik als een vat vol verhalen kan berichten over auto’s van vroeger en nu. Het is om die reden dat ik er over schrijf. In de breedte, de diepte past meer bij gespecialiseerde websites of hobbyclubs. Voor dat ‘ene’ merk maak ik een uitzondering natuurlijk. Maar dat heeft u als lezer intussen wel meegekregen….En zo niet komen daar nog wel eens wat sappige verhalen over voorbij….. Het water loopt nu eenmaal naar het diepste punt. Of moet ik zeggen, de benzine of dieselolie?? (Beelden: Archief)

Opvoeding!

Als we het nu toch hebben over normen en waarden (..) komt me opnieuw naar boven hoe wij vroeger als kinderen in een wereld leefden waarin je van alle kanten werd bijgebracht wat wel of niet door de beugel kon. Deden je ouders te weinig aan dat bijbrengen van de toen geldende regels waren er de zeer strenge en fysiek aardig uitdelende leerkrachten op school. Een van die zaken die je vanaf moment een mee kreeg was dat je natuurlijk niet knokte met anderen. Als woorden tekort schoten werd er overigens ook door ons kinderen best wel eens uitgedeeld. Ik zag dit in de dagelijke praktijk vaak voorbij komen. Volwassenen namen daarbij eerder het initiatief dan jeugdigen. Als ik naar de dag van nu kijk zie ik een totaal andere wereld. Een wereld waarin mensen uit gaan en zich op voorhand bewapenen. Letterlijk!

Met messen, pistolen en als het gaat om verdediging ook boksbeugels of pepperspray. Het wachten is op incidenten. Men drinkt, snuift, blowt, en neemt lachgas tot zich, soms zelfs in een bijna dodelijke combinatie. En raakt opgefokt. Niet in de laatste plaats omdat het zo begeerde respect kennelijk moet worden afgedwongen. Veelal in gezelschap en gericht tegen een enkeling, want dat knokt toch beter. Lafheid ingebakken in het groepsgedrag. En dus lees je over steek- en schietincidenten! Niet een enkele keer, maar bijna dagelijks. En niet alleen in Amsterdam of Rotterdam, zelfs in f……g Delfzijl! Een plaats waar je tot wat jaren terug na 9 uur in de avond niemand meer buiten zag lopen. Nu steken we mekaar er neer. Om dat eeuwige gelijk. Gelijk van mensen die nauwelijks droge oren hebben en een ontwikkeling die na het IQ-cijfer 80 vaak is blijven steken. Anders valt het niet te verklaren. Ik heb ook een mes in de zak. Van de Zwitserse soort.

Met van die handige ‘tools’ die in de praktijk handig bleken of blijken om schroeven vast te zetten, hardnekkige verpakking van sommige printer-vullingen open te breken of dat soort dingen. Het idee om er iemand mee overhoop te steken komt echt niet in me op. Wellicht het gevolg van die opvoeding in het verleden en de kennis van de Tien Geboden. ‘Gij zult niet doden’ en zo meer. Van nature niet passief, niet naief vredelievend, liever een discussie dan een gevecht. Maar ik begin het gevoel te krijgen uitzondering te zijn. En dat je overal in onze maatschappij lieden tegen het lijf kunt lopen die direct een blaffer pakken als je in hun armzalige maar respect vragende leefomgeving terecht komt (kan die vierkante meter zijn waarin zij verkeren op straat) of direct toeslaan als ze in gezelschap zijn. Het ontgaat me volledig wat dit toch voor mentaliteit is. Maar ja, zal wel weer te nationalistisch, blank, Nederlands zijn of domweg te oud. Want al die verwijten krijg je al snel als je niet gelooft in de vreugdevolle samenleving met mensen die de cultuur van de straat bejubelen of cultiveren en integratie verafschuwen. Ik zou soms wel eens willen dat die strenge opvoeders van toen weer eens terug kwamen en orde op zaken zouden stellen. Want een weekje zonder moord en doodslag lijkt mij persoonlijk een verademing. Jullie ook??

Dinky’s en buitenspelen..

Kom er nu maar eens om. Kinderen die consequent buiten spelen. Ondenkbaar zo lijkt het wel eens. Was in mijn jonge jaren wel anders. Wij leefden min of meer op straat. Logisch want je zat een deel van de week opgesloten in een strenge katholieke school of een stringent regime thuis. Orde moest er zijn en ledigheid was het kenmerk van de duivel. Maar buiten was alles vrij en los en kon de fantasie haar werk doen. Zo waren wij als jongens van die Amsterdamse straat veel bezig met gezamenlijke spelletjes. Of het nu oorlogje, naspelen van de Olympische spelen, schieten met pijltjes of slagbal met rondjes betrof. Altijd buiten. Zowel na school tot het eten klaar stond, als daarna. TV speelde nog nauwelijks een rol. Wat we om ons heen zagen was voldoende inspiratiebron. Ik had het ‘geluk’ dat in die straat een aantal grote autobedrijven te vinden was. Kon toen nog in dat deel van de stad, waar het ook nog wemelde van de mkb-ers. Die lui reden met trucks en bestelauto’s door onze straat heen en weer en dat gaf een aparte impuls aan een spel waar we als 11-13-jarigen best gek op waren.

Het op de stoeptegels krijten van hele wegen en steden en daar dan met je miniatuurauto’s overheen rijden. Dinky Toys was in die jaren een bekende fabrikant van dat spul en als je geluk had kreeg je er wel eens een voor de verjaardag. En dan combineerden we samen die vloten voertuigen tot een nabootsing van het toen actuele verkeer. Ik weet nog goed dat ik bij elke Dinky-Toys truck die ik dan eens per jaar als cadeau ontving altijd weer te horen kreeg dat ik er niet mee naar buiten mocht. Logisch, want zo’n model kostte een rib uit het familielijf. Op mijn achtste een Brits busmodel van de BOAC. waarmee ik dan alsnog hele routes reed op straat. Op mijn 11e kreeg ik de zo lang begeerde Dinky Transporter met Bedford trekker. Daarmee kon je dan vier (Britse)personenwagens vervoeren. Zo’n Bedford kostte indertijd 11 gulden. Dus moest ik heel voorzichtig mee doen en ook lang als het even mocht…

Ook een grote Leyland Octopustruck met aanhanger werd zo mijn deel. Nou…ze deden al snel dienst op de straatstenen en liepen daardoor uiteraard links en rechts toch wat lakschade op. Jammer, maar helaas. Je speelde er zo voorzichtig mogelijk mee, maar die Leyland moest ook zand en stenen vervoeren…. Niet bevorderlijk, al bleef de basis-constructie gewoon onaangetast. Toen ik wat later in mijn leven overstapte naar de wereld van de luchtvaart en me vooral interesseerde voor alles wat vliegen kon kwamen de Dinky’s in een doos te staan en bleven daar tot er in de familie een opvolger gevonden was die er mee kon spelen.

Liefst niet buiten uiteraard want….. Twee generaties na mij vermaakten zich alsnog met de Britse voertuigen op schaal. Ergens in de jaren tachtig kwamen ze terug bij mij. En werden gerenoveerd. Mooi gemaaklt en toonbaar. Gek genoeg met nog steeds de originele bandjes. Dat was een wonder maar ook een teken voor hoe sterk die miniatuurwagens van toen werden gemaakt. Al weer decennia lang staan ze te pronken in mijn bescheiden maar qua vloot wel wat gegroeide miniatuurmuseum. Met al die herinneringen van vroeger gekoppeld aan die fameuze naam Dinky Toys. Kom daar nu nog maar eens om. Het bedrijf zelf ging overigens eind jaren zeventig financieel onder water toen jongelui uit die generatie liever achter een spelcomputer zaten dan speelden met miniatuuur-auto’s. Was een teken aan de wand. Niet veel veranderd….Ik wel! (foto’s: Yellowbird collectie)

Van rijlessen en SUV’s….

Terwijl ik dus in mijn straatje nog steeds plezierig woon zijn er wel wat kanttekeningen te maken rond de ontwikkelingen in de buurt. Toen wij hier kwamen wonen, nu alweer zo’n 25 jaar geleden, leefden hier vooral wat oudere lieden. Rust was kenmerk. Is dat veranderd? Nou…wel een beetje. Verjonging vond in die jaren plaats, veel yuppen kwamen onze wijk in en dat zie je niet alleen aan de huizen (je moet zoeken naar originele ramen en deuren bijboorbeeld) maar zeker ook aan de gebruikte auto’s. Veel van die nieuwkomers houden er een kleine vloot voertuigen op na. Soms heeft men twee of drie auto’s en ook nog een reeks scooters. Het moderne leven vraagt er kennelijk om. En het succes van de hoofdbewoners maakt ook dat de eerste auto van zo’n gezin meteen groot en stevig moet zijn. Ik heb de strekkende meters in lengte, breedte en hoogte flink zien  groeien door de jaren heen. Een SUV moet het zijn of een crossover. Wagens die natuurlijk veel ruimte bieden, maar zeker ook niet te zuinig zijn en qua MRB en BPM het nodige mogen kosten. Kennelijk maakt het allemaal niks uit.

Opvallend, veel van die auto’s staan soms dagen stil op dezelfde plek omdat men voor het werk per (prima) Openbaar Vervoer forenst. Of het moet zo zijn dat men met die grote ‘bak’ niet durft te rijden. Want als ik zie hoe er soms mee wordt ingeparkeerd….treurig! Gebrek aan goede rijopleidingen of gewoon geen talent om met zo’n enorme mastodont te rijden? Er zijn altijd uitzonderingen. Expats vinden deze buurt ook leuk en een gezin dat tot die groep behoort rijdt in een enorme Toyota. Echt een soort Hummer. De vrouw van het gezin komt als ze tegenover me staat wellicht tot mijn borstniveau als zij zelf naaldhakken draagt.

Maar die pittige tante klimt in die enorme Japanner van haar en rijdt er mee of ze een dwergformaat Daewoo Matiz bestuurt. Aan de andere kant van de straat het tegenovergestelde. Mensen die zo nodig een soort rijdende zeecontainer moesten kopen, in de vorm van een Zweedse SUV waar je zowat met een ladder in moet stappen. Man en vrouw rijden er bepaald niet behendig mee en inparkeren lukt slechts als er banden of wielen op de trottoirs terecht komen. Hun buren kochten een enorme Ford (voorheen een meer bescheiden Skoda Fabia) en daar hetzelfde beeld. Als ze al met die bak onderweg gaan is in/uitparkeren voor zowel man als vrouw kennelijk een probleem. Het liefst hebben ze 30 meter ruimte om zich heen voor ze die auto netjes van of op zijn plek krijgen. Kortom, er wordt hier wat afgeleden in de buurt met die ego-auto’s. Gelukkig hebben ze allemaal de fiets (al dan niet van het bakfietsmodel) of de scooter. Waarmee steevast tegen de richting van de eenkantopstraat wordt gereden. Dat het altijd goed is gegaan is mij een raadsel. Nou ja, ik heb weer even een beeld gegeven van onze woonstraat. Waar het heel leuk leven is, maar waar je soms ook met vraagtekens gedrag van anderen opneemt…Want lachen om het kleine leed van die anderen ben ik nog niet verleerd…… (Foto’s: Yellowbird archief)

Klein straatje en een klokkenspeler..

Het was in de buurt van mijn jeugd en tijdens de prille pubertijd dat ik ontdekte dat veel straten in mijn woonomgeving waren benoemd naar klassieke schilders. Grofweg tussen de Tolstraat (overblijfsel uit de tijd dat er ook echt een tol werd geheven als je daar de stad in wilde) en de singel die we nu als Ruysdaelkade kennen werden alle straten naar schilders genoemd. Dat was simpel en ook handig. Maar er waren ook uitzonderingen. Niet ver van ons huis en aan de oevers van de Amstel werd in de 19e eeuw de enorme St. Willibrorduskerk buiten de Veste gebouwd, diens geschiedenis belichtte ik al eens enige tijd geleden. Opvallend daarbij was dat de aanpalende straten een afwijkende naam kregen van het patroon met die schilders. De langste straat werd de St. Willibrordusstraat, een dwars daar op gelegen korte verbindingsweg tussen die straat en de Ceintuurbaan werd de Servaes Noutsstraat. Een straat waaraan ook mijn vroegere lagere school gelegen was.

En die historische figuur schilderde in de beste tradities van zijn familie wel eens een portretje maar hij werd veel bekender als klokkenspeler in de 17e eeuw. Dat deed hij zo goed dat hij zelfs indruk maakte op de Russische Tsaar Peter de Grote bij diens bezoek aan de hoofdstad in die periode. Servaes Nouts was een bijzonder heerschap. Hij was creatief, maar geen echte zakenman. Hij trouwde een vrouw die vooral scenes trapte bij hogergeplaatsten in de stad wat nu niet meteen goede reclame voor haar echtgenoot was. Maar de man werd wel stadsklokkenist en mocht ook de klokkenspelen van o.a. de Zuiderkerk en die van het (oude) stadhuis onderhouden. Dat spelen ging hem zo goed af dat veel gegoede burgers graag wilden weten dat ze weer eens een concert van Nouts hadden bijgewoond.

Nouts wilde graag hogerop en veranderde op enig moment zijn naam in Nuyts, waardoor hij meer aanzien kreeg. Maar dat aanzien hielp hem niet aan rijkdom. Hij woonde bepaald niet op stand en moest van een schamel gemeentelijk inkomen zien rond te komen. Zijn tweede huwelijk kon hij pas vieren toen hij door de toenmalige burgemeester een hoger salaris kreeg toegemeten. Zijn tweede huwelijk was met een flink jonger buurmeisje dat hem adoreerde, precies wat Nouts nodig had om gelukkig te worden. Hij overleed op 65-jarige leeftijd in 1693, zijn jonge vrouw volgde hem al na vier maanden in het graf. Een man die uiteindelijk zijn eigen straat kreeg. Een kort straatje weliswaar en in een buurt vol grote en bekende schilders. Die kerk is intussen verdwenen. De plaats waar die stond is nu het Servaes Noutsplantsoen geworden. En zo heeft hij hier bij mij ook weer even aandacht gehad. Zeer gegund. (Beelden: Yellowbird/Makelaar/Inrternet/Wiki)