
Als een ding de familie Meninggever kenmerkt is het de ingebakken moeite met boven ons gestelden als die kennelijk niet in staat zijn ons te overtuigen van hun kennis of ervaring. De gemiddelde Meninggever is redelijk vlot van begrip, schakelt vlug om qua denken en ook carriere en wordt al snel gezien als centraal punt in een bedrijf of organisatie. Wat ze allemaal kenmerkt is een kennelijk in de basisvorm meegegeven kritische kijk op lieden die met een beetje schoolopleiding maar vooral weinig inzicht of kennis van zaken, beslissingen nemen die het leven van de leden uit de familie Meninggever beinvloeden op een wijze die deze niet als rechtvaardig of nuttig achten.

Mijn vorig jaar overleden oudere broer was een ware exponent van het principe en werkte het beste vanuit een onafhankelijke positie. Loondienst-experimenten liepen voor hem allemaal moeilijk en stroef. Een grote bak kennis en ervaring bracht hem in de antiekhandel wat hem meer dan goed af ging. Mijn eigen levensverhaal en bijbehorende carriere heb ik hier al eens in tweewekelijkse afleveringen neergezet en ook daarbij is duidelijk dat een Meninggever in een organisatie weliswaar best hoog kan komen, maar altijd zal kiezen voor het vasthouden aan principes en het stellen van grenzen. Zij die boven mij stonden en meenden dat theorie altijd beter was dan ervaring of praktijk hadden het slecht met mij in hun buurt. En in de generaties na mij zie ik dezelfde symptomen. Toen een vroegere mede-blogster me ooit enorm hielp met het opzoeken van de voorouderlijke familiegeschiedenis ontdekte ik dat het hier genoemde fenomeen ook in die voorouders stak.

Altijd op posities waar ze zelf de lakens mochten uitdelen en als het niet in overheids/loondienst lukte deed men dat onafhankelijk in handel en wandel. En probeer maar niet om ons in te delen bij de afdeling ‘ambtenaar’ of ‘loonslaaf’ want dat wordt helemaal niks. Het is met die blik dat ik zelf ook kijk naar al die theoretici die me trachten te overtuigen met statistieken of WC-Eend onderzoeken. Als ik het zelf niet heb uitgezocht komt er van acceptatie niks terecht. 1 & 1 is nu eenmaal 2 en niet 3, zwart en wit zijn twee onderscheidende kleuren en wie mij ziet als meeloper heeft het mis. Ik kan overtuigd zijn van het recht van de een, maar ook fel tegenstander van een geclaimd recht bij een ander. Was ik zelf een goede chef? Vast wel. Want je wist als medewerk(st)er wat je had of kreeg. Maar ik was ook keihard voor hen die de kantjes er af liepen of me steeds in de weg zaten. Het is met die wetenschap dat we in 2022 aan de slag zijn gegaan en ook hoe we naar de nieuwe politieke richting kijken. Ongekozen, ondemocratisch, ongefundeerd, dus weinig kans van slagen. Worden nog spannende tijden…. (Foto’s: Archief)





















Ergens in de jaren tachtig werd duidelijk dat de tot dan geleverde Skoda-modellen met worm en rol stuurinstallaties en de nog uit de jaren van de 1000MB stammende bumpers toe waren aan een facelift. Een stevige meteen die ergens in 1984 werd ingezet. De toenmalige Skoda’s kregen een totaal nieuwe neus, kunststoffen bumpers, andere binnenbekleding, en een veel beter aanvoelende tandheugelinstallatie voor de bestuurde wielen van de luxere modellen. Doordat die wielen ook wat verder uit elkaar werden gezet, verbeterde de wegligging opmerkelijk, al werden die wagens in die jaren nooit echte liefhebbersauto’s. Maar voor de gemiddelde Skodakoper, vaak afkomstig uit andere wat goedkopere merken, was dit een enorme stap vooruit. Daarbij kwam nog eens dat naast de serie 105/120 nu ook een 130 werd geleverd, die o.a. positief opviel door een zelfde achterasconstructie als de aloude Rapid Coupe.
En om het nog mooier te maken kwam er ook een S130G Coupe, die ook weer als Rapid in de prijslijst verscheen en geweldig reed. Door de 1300cc motor was het ook bepaald een vlotte wagen die flink wat nieuwe klanten wist te trekken voor het merk. De kritieken vanuit de autojournalistiek werden er, als verwacht, niet meteen veel beter door, maar men werd wel iets milder in het oordeel. De Skoda’s stuurden veel fijner, het geluidsniveau in het interieur was, mede door een voor sommige modellen beschikbare vijf-versnellingsbak, verlaagd, en die nieuwe neuzen zorgden voor een sterk gemoderniseerde blik. De verkopen bleven op niveau, ook bij ons in het dealerbedrijf, al zochten we wel als managementteam van het dealerbedrijf naar verbreding van het totale gamma. Juist voor klanten die ‘iets anders wilden dan een Skoda’. En dat waren er best veel…. Maar voorlopig had Skoda weer een paar jaar haar zaakjes voor elkaar en het moet gesteld, de kwaliteit was nu op behoorlijk peil voor een fabriek uit die streken. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief)
Nee, we zijn www-adressen geworden. Met als achterliggende gedachte kennelijk dat je dan niet hoeft te praten met je (potentiele) klanten, maar gewoon alles digitaal kunt afwikkelen. Op zich niet ongewoon, maar als iedereen het doet praten straks alleen onze smartphones en laptops met elkaar. Aardig is ook dat er aanbieders zijn van al die achterliggende technologie die het nog bonter maken. Zoals ze je bij een storing van/in het internet-verbinden niet een telefoonnummer aanbieden voor je klachten, maar een
Kennelijk ook omdat je dan niet door hebt hoe groot zo’n onderneming eigenlijk is. Bij Bol.com of Vodafone schat je dat nog wel op redelijke basis in, bij worldfashionandtrading.com kon het wel eens gaan om een enkele huisvrouw die er een handeltje bij doet in haar uitgebouwde schuur. Het zijn van die zaken die mij bezig kunnen houden. Even maar hoor, want daarna krijgen we het nieuws of de muziek. En ben ik weer even verdoofd. Tot de volgende STER-Reclame. Waarin overigens die spreekafmetjebuurvrouw.nl wel erg vaak voorbij kwam. Kennnelijk gokten ze daar op oververhitte klanten tijdens die warme periode die we meemaakten in de zomerse maanden. En wie dat wil nakijken kan terecht bij watwashetookalweervoorweerindezomervan2018.nl…. Veel succes! (En nee, ik doelde niet op Hunkemoller! Daar doen ze het nu net wel goed…)
Omdat ons gezin indertijd was uitgebreid met de komst van onze zoon, en ik juist in die jaren druk was op vele fronten, waaronder het afhandelen van chartervliegtuigen op vliegveld Beek bij Maastricht, vond vrouwlief dat het qua werkdruk wel eens een ‘tandje minder’ zou mogen. Gelijktijdig was ik met de nieuwe Amsterdamse Skoda-dealer zo tevreden geraakt, het bleken erg aardige en vakbekwame lieden, dat ik op Schiphol links en rechts reclame voor hen maakte. En al snel leidde dit tot verkopen van Skoda’s en andere auto’s aan concullega’s en zelfs buren. Het aandeel van Skoda in Amsterdam steeg daardoor, en toen we bij het bedrijf waar ik toen op Schiphol werkte de aloude VW Bus lieten opvolgen door een veel grotere Mercedes, ontstond er daarnaast ook behoefte aan een auto die het stadsvervoer zou kunnen regelen. Een tweedehands Ford Transit mocht dat werk gaan doen, mijn dealer mocht hem leveren. De contacten die we daardoor kregen werden hechter. Zodanig dat ik medio 1976 serieuze gesprekken begon te voeren met de eigenaar en zijn werkplaatssecondant over zijn bedrijfsvoering.
Hij moest van de toenmalige importeur Englebert nieuw bouwen, er kwam namelijk volgens de berichten een nieuwe Skoda aan, en zijn huidige pand aan de Amstelveenseweg was ver onder de maat voor de door de toenmalige importeur beschreven toekomst. Toen ik via Tsjechische contacten uit die tijd ook nog eens de eerste ‘geheime’ foto’s kreeg van de nieuwe Skoda die een jaar later zou verschijnen werd mijn interesse gewekt. Zou ik niet een professionele rol kunnen spelen bij de verkoop van die wagens? Desnoods in het dealerbedrijf op het moment dat die een eigen nieuwe showroom zou hebben gebouwd? Die gesprekken werden door de maanden die volgden steeds serieuzer, mijn onzekerheid of ik het wel zou kunnen week voor de liefde die ik had voor het merk en de behoefte daar iets mee te doen. Daarbij, het Schipholse bedrijf waar ik toen zat was nu voor de tweede keer overgenomen door een grotere onderneming, nieuwe mensen afkomstig van die grotere bedrijven kregen sleutelposities en voor mij als hardwerkende operationsmanager had men geen directiepost ingeruimd.
En dat viel bijzonder verkeerd bij iemand die zijn hart en meer vanaf de start aan dat bedrijf had gegeven. Begin 1977, net voor de AutoRAI van dat jaar waar de nieuwe Skoda werd geïntroduceerd, sloten we het akkoord over mijn indienst treding bij de Amsterdamse dealer voor Skoda. ‘Voor de verkoop’ dat sprak voor zichzelf! Tijdens de zeer belangrijke RAI, in februari 1977, kreeg Nederland de nieuwe Skoda te zien. Anders dan door velen gesuggereerd had die nog steeds de motor achterin zitten, ook al was de koets compleet nieuw en oogde als een ruimteschip naast de voorganger modellen. Die door Englebert overigens nog steeds werden verkocht. Men moest tenslotte van de laatste voorraden af van dat spul. Die dagen op de RAI leerden me veel. Praktijklessen op het gebied van verkoop en gedrag van mensen. Was ik op Schiphol toch meer gewend geweest aan business-to-business werken en een redelijk beschermde omgeving, in het autovak ging het heel anders toe. Ik zou er nog heel wat staaltjes van meekrijgen in mijn nieuwe rol. Wordt vervolgd! (Beelden: Skoda/Yellowbird Archief)
Moet je ook eens doen. Terugkijken in je eigen leven en dat dan doen met wat mijlpalen uit je persoonlijke geschiedenis. Tien, twintig, dertig of meer jaren terug. En dan kijken hoe je leven er toen uitzag en in die periode er na veranderde (of juist niet). Maar ook hoe de wereld om ons heen anders werd. Ik neem vandaag als uitgangspunt en slechts ten voorbeeld, het jaar 1987. Dertig jaar is veel op een mensenleven en zeker ook als je naar de toestand in de wereld kijkt. In dat jaar bestond de Berlijnse Muur nog en waren Oost en West nog volkomen van elkaar vervreemd. Kernwapens op elkaar gericht en de mensen in Midden- en Oost-Europa opgesloten achter een IJzeren Gordijn. Gorbatschjow de grote man van de Sovjet-Unie, Reagan in het Witte Huis. Vonden we toen een vreemde snuiter. Een acteur tenslotte die democratisch president was geworden. Nederland ontworstelde zich in dat jaar net aan de economische malaise van het tijdperk. Het internet bestond slechts op een of andere universiteit. We belden nog met telefoons aan een draad, hadden maar net aan de faxmachine uitgevonden en de Televisie kende nog geen commerciele partijen.
Mijn persoonlijke leven speelde zich in dat jaar af in het toen nog relatief kleine Almere waar we indertijd net vijf jaar woonden. Groot huis met veel ruimte voor de hobby’s en daarnaast voldoende vierkante meters over voor de rest van het gezin… De buurt was gezellig, we kwamen er tenslotte aan het begin van dat decennium allemaal vanuit Amsterdam wonen en de onderlinge verhoudingen waren en bleven in ons buurtje bijzonder plezierig. Ik publiceerde in 1987 met een aantal vrienden al een aantal jaren een luchtvaartblad en daardoor werd er ook regelmatig gevlogen. Testvluchtjes, eerste keren met een bepaald type, maar daarnaast ook leuke tripjes met het gezin naar Londen of die eerste maal naar de VS, waar we in Florida met de mond open van wat we zoal observeerden, rondkeken en reden.
Mijn werk werd toen al een jaar of tien bepaald door het autovak waar ik als dealer-vertegenwoordiger een paar merken bediende, waaronder het Tsjechische Skoda dat zo trots was op haar nieuwste model, de Favorit, dat men ons dealers in november 1987 al naar Praag transporteerde in een Belgisch chartervliegtuig om die nieuwe auto te komen aanschouwen. Die vlucht zal ik niet snel vergeten. Want veel vertraging op de heenweg, een verkort programma in Praag, en dan weer terug. Om te ontdekken dat de Belgische vlieger niet op Schiphol wilde landen vanwege de dichte mist. We vlogen door naar Brussel. Om vandaar weer in een bus naar Schiphol te reizen en dan weer met de auto naar de resp. thuisadressen.
Wie mij een beetje volgt door de loop der tijd weet dat ik met tuinen en groen niet zo heel veel heb. Nou ja, wel om in te zitten en te genieten, maar niet om er ddw iets aan te doen om al dat groen te verzorgen. Eens per jaar scheer ik de heg, ik trek wat onkruid uit de grond als vrouwlief me het verschil uitlegt tussen wat moet blijven en gaan, maar daar houdt het wel op. Zowel voor als achter het huis zit ik graag in de open ruimte waar wij over beschikken, maar dan vooral om te lezen of iets te drinken. En tegelijkertijd kijken naar de overvliegende metalen vogels. Het was dus een grote verrassing toen ik tegen de lieve vriendjes die me uitnodigden om mee te gaan naar De Tuinen van Appeltern, gelegen in het land van Maas en Waal, bevestigend antwoordde. Ach, je moet iets doen voor het onderhoud van die vriendschappen….
Maar ik kom op mijn evt. scepsis van vooraf graag terug. Die Tuinen zijn prachtig en de bestemming meer dan de moeite waard. Ook als je zoals ik niets hebt met groene vingers of zo. Los van al dat groen of de gekleurde variantie van de begroeiing in de vorm van fraaie bloemen, zijn er ruim 200 tuinpartijen met huisjes, kunst, steenformaties, watervallen etc. Je loopt je een kriek, maar je weet soms echt niet waar je kijken moet. Volgens verklaring van het bedrijf zelf is het Europa’s mooiste en grootste tuinexpositie en ik geloof dat direct. Men heeft ook aan de kinderen gedacht, er is een soort speeltuintje, open velden met ‘wilde vogels’, een zelf te bedienen pontveer, je kunt er op twee locaties lekker eten en drinken en er is een shop voor hen die kruiden willen gaan telen of bijvoorbeeld boeken over tuinieren mee naar huis willen nemen.
Overal wordt informatie verstrekt, er bestaat een mogelijkheid om bij de kassa draagbare apparatuur mee te nemen die je bij elke uitstalling informatie geven over de planten en gebruikte materialen. Dat inspreken gebeurde op fluisterniveau, je veroorzaakt er geen last mee bij de medebezoekers. Een handige plattegrond helpt je de weg te vinden in dit doolhof vol fraais, en je moet een beetje aardig ter been zijn om alles te kunnen bekijken. Dat je nog wat zitplekken kunt vinden, zelfs koffieautomaten en water-tappunten is allemaal een pre.
Ook toiletten voldoende, niemand hoeft de route met gekruiste knietjes af te lopen. Ik was ervan onder de indruk. En dat wil iets zeggen. Geen liefhebber en toch….. Ben je gek op groen, bloemen en tuinen is dit een must. Je weet dan niet wat je ziet en het geeft je vast veel inspiratie. Entree is officieel E. 13,50 voor volwassenen, met drie Euro korting als je boven de 65 jaar oud bent. Maar er zijn ook allerlei kortingkaarten of acties te vinden als je even je best doet. Parkeren, wel op enige afstand van de ingang, kost je 3 euro per auto. Maar echt, je krijgt er iets voor terug en de echte liefhebbers zijn hier een hele dag zoet. Wij niet, wij reisden door. Maar dat hadden we dan ook van tevoren zo afgesproken. Vanuit Amsterdam was het 1u15minuten rijden om in Appeltern te komen. Goed te doen voor een leuk dagje uit.