
De luchtvaart heeft er voor gezorgd dat een groot deel van de wereldbevolking in staat is zich over wat langere afstanden te verplaatsen dan met de huifkar of stoomtrein van vroeger. Zelfs intercontinentaal was of is het mogelijk binnen een redelijk aantal uren ons zelf te verplaatsen. Maar die moderne vervoersvorm (laatste honderd jaar pas echt democratisch, de ossenkar bestaat al duizenden jaren..) kent ook haar nadelen.

Voor een beetje vliegtuig heb je relatief lange start/landingsbanen nodig en de meeste vliegvelden liggen gemiddeld ver van de steden waarheen of vandaan de reizig(st)er wil worden vervoerd. Dus werd er al vroeg in de ontwikkelingsjaren van de luchtvaart gewerkt aan toestellen die verticaal zouden kunnen starten of landen en dan op pakweg de ruimte van een beetje voetbalveld opereren. De eerste pogingen werden gedaan met luchtballons die werden voorzien van een stoom/benzinemotor en wat propellers.

Maar die dingen waren zo instabiel dat de kans dat je er succesvol mee zou kunnen vliegen klein bleef. Pas tijdens WO2 waren het de Duitsers die echt met een soort helicopter naar voren kwamen die bestuurbaar bleek en voor militaire doeleinden geschikt. De uitslag van die oorlog hielp de Duitsers niet om een grote naam op te bouwen in dit specifieke terrein. Die eer was aan de Amerikanen, Britten, en ook de Sovjets.

Bruikbare hefschoefvliegtuigen kwamen van bedrijven als Bell, Sikorsky, Westland, Bristol, Mil, Kamov en zeker ook Piasecki. Later voegde zich Vertol daarbij (nu Boeing) en werd de helicopter gemeengoed. Op sommige trajecten werd zelfs een luchtlijn geopend door bekende maatschappijen als Pan American of Sabena. Die laatste opereerde zelfs tussen Brussel en Rotterdam met haar Sikorsky’s.

Helicopters zijn zeer handig gebleken in vluchten over korte afstanden naar bestemmingen die lastig of niet te bereiken zijn met vaste vleugel toestellen. De enorme rotor doet het werk voor de machine, en aan de staart zit vaak de contrarotor die zorgt dat de helicopter niet om zijn eigen as gaat draaien door de enorme krachten van die hoofdrotor. De toestellen zijn er van piepklein tot megagroot. Tot nu toe kwamen de grootste heli’s uit de oude Sovjet-Unie. Toestellen die enorme lasten konden tillen en uitgerust als passagiersvliegtuig zelfs tot 100+ passagiers mee konden nemen.

Veelal werden of worden deze machines nu gebruikt voor (semi)militair gebruik of voor bestrijding van bosbranden. In ons land zie je heli’s vooral bij de politie opereren of doen ze geweldig nuttig werk bij traumavluchten in dienst van de ANWB of ziekenhuizen. De militairen in ons land gebruiken die machines aan boord van schepen, of voor verkenning. Het systeem is volwassen geworden. Al is het oorspronkelijke doel, passagiers van a naar b brengen via de kortst mogelijke weg en zonder de behoefte aan vliegvelden vol kilometers lange start/landingsbanen nooit echt op grote schaal gelukt. De heli is ook een gecompliceerd toestel en duur in het gebruik. Daarbij is een heli best luidruchtig wat in bewoonde gebieden vaak niet zo op prijs wordt gesteld. Maar een wonder van techniek is het wel en net als die andere vliegtuigen die we tegenwoordig als luchtbussen benutten, is de helicopter niet meer weg te denken uit het moderne leven. (Beelden: archief)














































Gaf ik twee weken terug even aandacht aan een klassieke westerse bommenwerper die nog tot over een kwart eeuw actief zal blijven, aan Russische kant kent men ook zo’n icoon, de door Tupolev ontwikkelde Tu-95. In veel opzichten gebouwd voor hetzelfde doel, strategische bombardementsvluchten met atoomwapens, was dit toestel min of meer in dezelfde periode als de Boeing B52 ontworpen. Maar wel met een aantal verschillen. Zo kozen de Russen destijds niet voor de indertijd toch wat minder beproefde straalmotoren, maar voor enorm krachtige turboprops van Kuznetzov die via contra-draaiende propellers maar liefst 15.000pk elk ontwikkelden. De machine kreeg pijlvormige vleugels en staartvlakken en bleek niet alleen enorme afstanden af te kunnen leggen, maar ook nog eens aardig snel te zijn. 830km/u om precies te zijn, heel wat straalvliegtuigen uit die periode haalden dat niet. In 1952 vloog het eerste prototype, maar de eerste echte productiekisten kwamen in 1956 in gebruik. Een onaardige verrassing voor de NATO-landen, want dit toestel kon Amerika bereiken met een lading die dodelijk kon zijn en op een hoogte die best kopzorgen opleverde bij de westerse landen. De typerende dreun van de enorme motoren i.c.m. de propellers waren een opvallend fenomeen bij deze toestellen.
Er werden al snel hele brigades van de Rode Luchtmacht mee uitgerust en de machines deden individueel nog wel eens ‘schijnaanvallen’ op NAVO-landen om zo te testen hoe de response van die landen zou zijn. Steeds meer bewapening maar zeker ook nieuwe elektronica hielden de grote Tupolev actueel hoewel hij klassieker oogde dan de eerder beschreven B52. Voor de Russen was en is dit een groot wapensysteem en naar het zich laat aanzien gaat ook deze machine nog jaren mee. Tegenwoordig in staat om Russische tegenhangers van de westerse kruisraketten te vervoeren is het een machine die diverse doelen tegelijk aan kan vallen. Maar de Russen ontwikkelden nog meer versies van de kist. Zo kwam er een vliegend radarstation van uit dat met een grote schotel op de romprug in staat was om boven zee onderzeeboten op te sporen. Een heel bijzondere ontwikkeling was de Tu-114 verkeersmachine die in de jaren 50 en 60 vloog voor Aeroflot en 220 passagiers kon vervoeren.
De techniek, vleugels en staart kwamen van de Tu-95 bommenwerper, de romp werd voor passagiersvervoer nieuw ontwikkeld. Een sensatie in luchtvaartland. Er was dus plek voor 220 passagiers en de machine was heel lang het grootste verkeersvliegtuig ter wereld. Maar vloog (de omvang was ook meteen een beperking) relatief kort. Er werden er overigens slechts 30 van gebouwd. Door de SALT2 overeenkomsten tussen Amerika en Rusland werden heel wat Tu-95’s afgedankt en gesloopt. Maar er vliegen er nog genoeg om Rusland’s kracht uit te blijven stralen. Het ziet er niet naar uit dat deze machines snel van de sterkte bij de Rode Luchtmacht zullen verdwijnen. En zo danken we het strategisch evenwicht in de wereld voor een deel aan relatief oude vliegtuigen met een aanzienlijke vernietigingskracht. Hoe wrang ook, als dat evenwicht maar blijft bestaan. (Beelden: Inter/archief)