Terwijl hij zelf druk doende was met de overgang van het importbedrijf naar Pon, werkte Jaap van Rij, intussen algemeen directeur van de nieuwe onderneming na vertrek van Ab Iserief die van zijn pensioen ging genieten, ook aan de toekomst van de nieuwe Skoda-divisie binnen de koopmansmentaliteit van de Nijkerkse holding. En hij zocht daarvoor nieuw elan binnen zijn team. Wilde mij in dat kader graag naast zich om te zien of een noest maar enthousiast trekpaard mee kon helpen de vastgelopen importkar uit de modder te halen. Ik was daar zeker voor in en doorliep met enige glans alle tests die Pon vond horen bij zo’n job. Een gesprek met de hoogste baas van toen binnen Pon Holdings, de heer Wim de Grefte, verliep ook uiterst positief. Die waarschuwde me daarbij nog wel voor het bijzondere karakter van de nieuwe mensen die in Tsjecho-Slowakije voor VW nu Skoda aanstuurden en wenste me veel succes met deze toch wel uitdagende job. Eind maart 1992 stapte ik op de plek naar binnen waar ik indertijd in 1977 als startend bij dat Amsterdamse dealerbedrijf nog achter de balie was verwezen. Als opvolger voor de man die dat toen had gedaan. Het nieuwe importbedrijf werd Pon Mobiel genoemd. Persfoto’s rond mijn aanstelling werden gemaakt, een nieuwe Favorit stationcar (op LPG) als persoonlijk vervoer in gebruik genomen en een actieschema voor de komende weken en maanden doorgeakkerd.
Dat hield ook in dat ik meteen zou beginnen om naast de normale werkdagen ook nog eens acht zondagen lang aan de slag te gaan tijdens zgn. ‘Skoda Road Shows’ die door het hele land verdeeld bij clusters van dealers om de hoek werden gehouden en mensen moesten trekken die zo kennis konden maken met de nieuwe Skoda’s van dat moment. Veel was er op dit punt niet veranderd, er moest gewoon heel hard voor het merk worden gewerkt en intussen moest ik ook nog even het land door om alle dealers in hun eigen habitat te leren kennen. Het bleken soms confronterende situaties. Ook bleek al snel dat de interne organisatie bij Pon Mobiel zelf, een erfenis van het vroegere De Binckhorst, rammelde als een oude diesel bij vriesweer.
Er waren daar nog steeds wat oudere mensen in dienst die ‘het allemaal al hadden meegemaakt’ en daarnaast soms persoonlijk weinig zagen in mijn aanstelling of aanpak. Ik was immers een lastige en eigenwijze oud-dealerman, ‘kon nooit iets zijn’. Daarmee moest dus in overleg met Jaap van Rij worden afgerekend. Dat lukte aardig, al zou het nog een paar maanden duren voor we de situatie zodanig hadden gewijzigd dat een werkbare toestand ontstond. Nieuwe en vooral jonge mensen werden gezocht en gevonden, een vlottere aanpak gerealiseerd en ook kennis gemaakt met de nieuwe VW-mensen in Praag en Mlada Boleslav.
Vier weken na mijn aanstelling zat ik daar al voor het eerst na een lange rit in mijn company-car, samen met Jaap van Rij. In een keer door naar Praag, dan overleggen, een paar dagen cursus, in de avonduren weer overleg, en op de terugweg via een adresje in Karlo Vivary waar men wel de onderdelen te koop had die we in de toenmalige fabriek niet konden vinden. Daarnaast maakte ik kennis met de marketingmanager van Skoda, ene Frank Farsky, die met een zwaar aangezet Amerikaans accent Engels sprak. Hij had jaren in Canada geleefd en was nu verantwoordelijk gemaakt voor de Skoda-marketingaanpak. Aardige man, maar hij had buiten de waard gerekend toen ik met hem kennis maakte. Ik wees hem fijntjes op het feit dat imago van het merk in ons land en technische afwerking van de Favorit nog verre waren van ideaal. Dat lag natuurlijk ook voor een deel aan de naar omzet gezien enorme voorraad oudere wagens die wij in Nederland hadden staan, maar zelfs de leukste nieuwe actiemodellen die de Duitsers al snel lieten bouwen door de fabrieken in Mlada Boleslav, hadden nog steeds (al dan niet getinte) ramen die niet helemaal naar beneden konden.
Volgens Farsky was er geen technische oplossing voor dat probleem. Jaap van Rij en ik reden daarop als een speer naar een accessoirehandel in Praag en kochten ons een set raamgeleiders die gewoon in een Favorit pasten en dat probleem meteen oplosten. Die gaven we als relatiegeschenk aan Farsky. Later zou die nog eens vermelden dat het feit dat de latere Favorits ramen kenden die wel helemaal naar beneden gingen aan ons, Nederlanders, te danken was. Maar dat was wellicht iets bezijden de waarheid. In Tsjechië vindt je namelijk net als in Engeland heel wat bedrijfjes die zich bezighouden met ontwikkelingen op automobielgebied die zich wat naast de gebruikelijke merken bewegen. Zo ook het kleine ombouwbedrijf van MTX (het vroegere Metalex) waar men op basis van de Favorit een alleraardigste Roadster bouwde die deels met wat kunststoffen carrosseriedelen was gemaakt, maar technisch een paar aardige innovaties in zich droeg.
Zo was de auto lager op zijn vering gezet, kreeg bredere banden, een verbindingsstang tussen de voorste veerbenen, een aangepast interieur en een stoffen neerklapbare kap. Achterop stond een stevige spoiler op de daardoor redelijk zware kofferbakklep. Een prachtig autootje dat ook nog eens goed reed. Jaap van Rij was er bij een eerder bezoek aan Praag op gestuit en had er meteen twee besteld. Die werden door hem als Skoda Favorit in ons land gehomologeerd, maar waren officieel door Skoda zelf niet goedgekeurd. Maar deze wagens hadden dus wel die slimme langere raamgeleiders en nog wat aardige dingetjes die men bij de ‘fabriek’ niet toepaste. Hoe dan ook, dat eerste bezoek aan de fabriek als verkoopleider leidde ook tot de nodige nieuwe informatie. We wisten al snel hoe de Duitsers bezig waren om het hele proces bij Skoda te keren naar Duits model. Die fabriek zelf was een stuk opgeruimder en schoner dan voorheen, draaide op flink hogere toeren en we zagen op het fabrieksterrein verschillende alleraardigste nieuwe uitvoeringen staan en rijden die wij bij ons helemaal niet kenden. Dat gaf hoop. Opvallend waren in dat kader ook de ambulances en verlengde Pick-up’s die men zeer professioneel benutte. Een warm bad voor iemand zoals ik. Maar eerst moesten we zien dat we de naar omzet relatief grote voorraden in Nederland staande Favorits, een groot deel Forman Stationcars, zouden slijten via de toenmalige dealers in ons land. En dat zou nog een fikse kluif worden. En intussen behaalde men bij Skoda zelf al heel snel het ISO9000 certificaat. Indicatie over hoe snel het allemaal ging daar. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)

Voor de ene mens is ultiem geluk om in een hutje op de heide met zijn/haar geliefde te genieten van de stilte en natuur. De ander wil in de hoofdstedelijke P.C. Hooftstraat of elders credit-cards doen gloeien door het gebruik en weer anderen zien zich al de hele winter doorbrengen op een of andere cruise-schip. Ik geef er geen oordeel over. Ieders keuze is mij om het even. Mits ik niet wordt gedwongen dezelfde passies te voelen of te leven naar andermans model. Persoonlijk geluk heeft van doen, voor mij althans, met hoe mijn omstandigheden zijn, mijn gezondheid, mijn geliefden, hoe het de huisdieren om me heen vergaat en of ik bijvoorbeeld in staat ben/blijf mijn passies of hobbies uit te oefenen. Neem een factor weg en mijn geluksgevoel daalt. Zoals een jaar of tien geleden door een plots optredend fysiek euvel dat me meer dan zes weken in de greep hield en uiteindelijk eindigde in een medische ingreep die het euvel wegnam en mijn geluksgevoel weer terug bracht. Gezondheid is een heel belangrijke voorwaarde voor dat geluk. Wellicht enige welvaart, opdat je niet in armoede moet leven en elke dag na moet denken over hoe je nu de eindjes weer aan mekaar moet knopen. Geldt ook voor het verlies van huisdieren. Komt soms als een mokerslag jouw persoonlijke geluk verstoren. Sluipende ziekten, die niet kijken of het dier jong of oud is, maar gewoon vernietigend hun werk doen. Enorm verstorend voor mijn geluksgevoel.
Zij die dat als mens zelf ook ervaren, laten overigens soms een verbazingwekkende levenslust zien. Knokken zich een weg terug naar verbetering van de situatie. Al zijn er voldoende voorbeelden van hen die uiteindelijk opgeven, in passiviteit vervallen en op de bank liggend wachten tot hun lot wordt verbeterd door derden. Geluk is in ons land uiteraard veel eerder te bereiken dan elders in de wereld. Geen misverstand. Oorlog, terreur, onderdrukking, geloofsgekte, maar ook de verkeerde afkomst bezitten of een seksuele voorkeur die anderen niet aanstaat maken dat je soms moet vrezen voor je leven, maar zeer zeker ook voor een goed bestaan. Er is nog veel mis in de wereld en van achter onze dubbele beglazing in een doorzonwoning met een fraaie (lease)auto voor de deur is het gemakkelijk oordelen. Wat we dan als volk ook vaak doen. Daarbij maakt geld trouwens zeker niet altijd gelukkig. Want gezondheid is niet te koop. Je kunt de beste doktoren of specialisten wellicht betalen, maar uitbehandeld is uitbehandeld. En dan moet je ook met veel geld maar zien hoe je verder gaat. Geluk is ook dat je in de liefde een beetje mazzel hebt en iemand naast je weet die onvoorwaardelijk voor je gaat.
Om desnoods de schijn van geluk overeind te houden. Ook daarvan heb ik best wat voorbeelden gezien. Een huwelijk dat in feite bestond uit leugens en bedrog richting buitenwereld, maar toch overeind bleef. Door dik en dun, storm of wind. Samen blijven, vaak tegen beter weten in. Veelal zijn het de vrouwen die dan veel op moeten offeren. Omwille van het geluk voor hun kinderen. Nou, als het echt niet gaat en je tegen beter weten een facade overeind houdt, stop er dan maar mee. Zinloze oefening en maakt je als mens doodongelukkig. En daarbij moet je ook maar bedenken dat het gras bij de buren altijd groener lijkt. Vandaar dat ik iedereen adviseer om die tuinen te bestenen. Dan zie je dat geluk of ongeluk toch even minder met een blik vol afgunst. Hoe dan ook, geluk zit vaak in kleine dingen. Als ik om me heen kijk is dat in mijn geval aardig gelukt. En ik wens dat u allen als lezers/mede-bloggers ook toe. Want geluk maakt ook dat je gezonder blijft. Zelf de slingers ophangen, feestje vieren, hoe onzinnig ook, en dat geluk koesteren. Want het kan zo maar ineens over en uit zijn. En ook daarover zijn al heel wat publicaties verschenen. (Beelden: Internet)
Het verlies van twee geliefde en kattenmaatjes in slechts 13 maanden tijd, waarbij de leeftijd toch wel erg wrang makend was, (2,5 resp. 4,5 jaar) maakte dat ons oorspronkelijke plan om met drie katten ons huis tot een extra warm thuis te maken dan wel te houden, plotsklaps volledig in duigen viel. Altijd zijn er in ons leven huisdieren geweest. Altijd katten, een keer ook een geweldige hond. Zij die mij al wat langer volgen weten hoe wij die dieren koester(d)en. Wij verzorgen ze alsof ze in een paleis wonen, maar krijgen er ook heel veel voor terug. Een tevreden dier is domweg lief en geeft onbaatzuchtig affectie op elk gewenst moment. Dus na de enorme dip die het gevolg was van het recente verlies van onze lieve Pixel waren we niet alleen verdrietig maar ook wat in de war. Dat kwam mede doordat onze nog wat jonge Prins Percy (1,5 jaar oud) zijn zwarte maatje enorm bleek te missen. Hij was de weg kwijt, zijn voorbeeld was verdwenen. Het was gewoon zielig om te zien en dat brak ons al gekwetste hart dus nog eens extra. Dat werd al snel nadenken over ‘wat nu’. Een paar opties bleken lastig invulbaar.
Risico nemen met katten waarvan de herkomst onbekend was leek ons ook niet meer de juiste weg. Het redden van de ooit zo letterlijk weggesmeten Punky bleek ons uiteindelijk ook onmogelijk en dat besef snijdt nog eens extra in de al zo gevoelige ziel. Nee, we moesten maar eens een paar andere opties aflopen. En dat deden we. Met behulp van onze kinderen! Zoeken naar qua karakter sociale katten die het ook met het prinsje zouden kunnen vinden maar waarvan ook duidelijk was wie vader en moeder waren. Relatief snel vonden we een adres waar een nestje raskatten zonder stamboom werd aangeboden. Het contact verliep meteen goed, de bewuste dame was communicatief (er waren er ook geweest die helemaal geen reactie gaven als we vragen stelden..) en nodigde ons op een zondag uit te komen kijken naar welk diertje eventueel bij ons zou passen. Kittens, twee katertjes en twee poesjes. Vader en moeder zaten bij het nestje. Niet al te groot van formaat, wat de kans op mastodonten op latere leeftijd beperkte. Deze katten kunnen nog wel eens stevig van formaat en gewicht worden. Zoals ons Prinsje die nu ook al aardig aan de maat is. We keken welke van die diertjes zich bij ons wilde nestelen.
Een van de jonge grijs met wit gekleurde katers deed dat. Meteen knorren, actief over ons heen lopen en zich vast laten houden. Die werd het! Maar de dame in kwestie haalde ook nog even de ‘meisjes’ er bij. Een zeer gevlekt exemplaar waarop al een verkoopoptie zat en een witje. Die witte bleek net als haar broertje lief en actief. Geen doetjes. We smolten en besloten toen in een soort opwelling toch te gaan voor twee. Paar dagen later opgehaald. Samen in een reismandje. Rustig, al werd er af en toe wel gepiept. Thuis gekomen begroet door Prins Percy. Even wennen, maar na een dag of twee/drie was het oude jongens krentenbrood. De kleine witte gaf Percy kopjes en speelde met hem. Grijsje is actief in het vechtwerk, maar kan ook als een bewusteloos diertje op je schoot verkeren. Samen zijn ze sterk. Ze eten als bootwerkers, spelen met alles wat we aan krabpalen en ander spul in huis hebben en zorgen er voor dat alle meubels intussen zijn afgedekt alsof we in een ‘warzone’ verkeren. Maar wat een plezier weer. Vooral Percy heeft er weer lol in. Speelt en rent (voelt zich nog een kitten met zijn 1,5 jarige leeftijd, al weegt hij dan bijna 5 kilo) en is zijn downperiode duidelijk kwijt. Net als wij. Nooit zullen we onze Pixel vergeten. Nooit! Maar een paar zonnestralen zorgen wel dat we de lente weer in zicht hebben. En o ja, witje heet Pebbles en grijsje Presley……Aangenaam!
Terwijl ik in 1990 dus qua werkomgeving even langs de zijlijn van de Skoda-organisatie geparkeerd stond en mijn professionele pijlen voor even richtte op een Duits/Amerikaans logistiek bedrijf met een groot intern organisatorisch probleem na twee achtereenvolgende fusies, hield ik wel via een achterdeur contact met mijn favoriete automerk. Via de importeur maar ook via een niet zover van Schiphol gevestigde kleine dealer die ik al jaren kende en met wie de samenwerking als collega’s altijd plezierig was geweest. Daar had men ook een stevig probleem met de verkopen van de nieuwe Favorit. Ook daar was de klantenkring niet gewend aan de prijs die de Tsjechen vroegen voor die nieuwe voorwielaandrijver maar men had er ook zelf niet echt de fincaniele kracht en de macht om er iets ten positieve aan te veranderen. Een wat oubollig en iets verscholen pand, langs een weg die ‘binnenkort’ zijn doorgaande karakter zou verliezen en een importeur die toch wel graag zag dat er struktureel iets ging veranderen in de aanpak. Omdat ik intussen na een gevolgde studie op gebied van communicatie had besloten om ook een eigen reclameadviesbureautje op te zetten, greep ik de geboden kans aan om voor deze dealer een aardige show op te zetten die in een bepaald gepland weekend zou plaats vinden en via reclame en publiciteit moest zorgen voor extra aandacht.
Het pand werd voor die reden extra schoongemaakt en opgeruimd, uitnodigingen verstuurd, vlaggen opgehangen en voldoende show auto’s bij de importeur geregeld. Voor klanten die iets extra’s wilden haalden we wat Daihatsu’s bij een collegadealer in Hoofddorp. Het bleek voor de betreffende dealer enorm succesvol. Ongekend veel belangstellenden kwamen in dat showweekend een kijkje nemen en er werden zelfs weer de nodige nieuwe en tweedehands auto’s verkocht. Dealer natuurlijk zeer tevreden, maar ook directeur Jaap van Rij die even langs kwam en met wie ik een praatje kon maken. ‘Kijk, dat is wat ik zo mis in de organisatie, daadkracht…!’. Het gaf me een goed gevoel. Intussen bleek al snel dat AZNP/Skoda in Tsjecho-Slowakije financieel vrijwel aan de grond zat. Gevolg van de in 1989/90 gemaakte omslag van het communistische naar het kapitalistische systeem waardoor veel interne markten weg waren gevallen. Omdat de ontwikkeling van de Favorit in de jaren daarvoor ook flink wat van de beschikbare reserves had opgeslokt kon Skoda’ s personenwagenfabriek in feite niet meer verder. Daarom gingen de productielijnen langzamer draaien en de kwaliteit werd er daardoor ook niet beter op. Al was er intussen wel een stationcar en een pick-up, de geplande sportieve coupe en de sedan op basis van de Favorit Hatchback kwamen er helemaal niet meer. De Tsjechische regering, sinds 1948 ‘eigenaar’ van alle aandelen in Skoda, zette de autodivisie van de staal- en wapenfabriek intussen te koop.
Een paar belangstellenden meldden zich al snel. Zoals Renault dat wel iets zag in de productielijnen van de Tsjechen om daar dan in licentie eigen budgetmodellen te laten bouwen. Ook Fiat kwam nog even langs, maar het meest interessant bleek toch Volkswagen. Dat concern onderhandelde stevig en goed, maar dat deden de Tsjechen van hun kant ook. Lieten zelfs werknemers meedenken bij de definitieve keuze voor een fusiepartner. En toen VW beloofde dat Skoda Automobilova als zelf scheppende industrie in stand zou worden gehouden en er een enorm bedrag (10 milard DM!)zou worden geïnvesteerd in het Tsjechische merk, ging men in Praag akkoord en kregen de Duitsers in eerste instantie 28% van de aandelen in handen. Maar ook 100% zeggenschap op gebied van techniek en vermarkten van de nieuwe auto’s. Dat was eind 1991 beklonken. Onderdeel van deze oefening was ook dat men bij Volkswagen wilde dat alle importeurs overal dezelfde zouden moeten zijn die ook al VW en Audi verkochten in hun desbetreffende landen. En dat maakte weer dat in ons land met enige spoed de meest wonderlijke onderhandelingen moesten worden gevoerd tussen de houdstermaatschappij van De Binckhorst en Pon Holdings. De eerste wilde om allerlei redenen Skoda niet kwijt, de laatste zag er weinig in een merk naar zich toe te halen dat op dat moment via ruim 80 dealers minder dan 1000 auto’s op jaarbasis importeerde en verkocht. Want zo diep was de verkoop in een korte periode wel gezonken. De meeste dealers hadden in de jaren voor de Favorit slechts ‘op prijs verkocht’ en konden de concurrentie met merken in het segment waar de Favorit nu zat, domweg niet aan. Zowel het merk, haar importeur als de dealers zaten in zwaar weer. En het was maar de vraag of men daar snel weer bovenop zou kunnen komen. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird collectie)
Al eerder maakte ik de lezer van mijn blogs duidelijk dat 1 en 1 gewoon 2 is en niet 3 of 4. Nu bewezen is dat o.a. GroenLinks-voorman Jesse Klaver slecht kan rekenen is het niet zo gek dat juist uit die hoek de meest onheilspellende cijfers komen die je met de wetenschap van nu gewoon met een vrachtschip zout moet nemen. Een van die becijferingen waarop de hele milieubeweging en deze populistische stroming in Den Haag haar agenda baseren, gaat over uitstoot. Van bijvoorbeeld CO2. Volgens deze stromingen de oorzaak dat het soms wat harder waait en binnenkort de Noord- en Zuidpool ijsvrij zouden zijn. Oplossing; stoppen met autorijden, vliegen, varen en zo meer. Want dat zijn de boosdoeners. Wie daarna even op adem is gekomen, het reddingsvest en vlot aan de wilgen hangt en gewoon kijkt naar de echte waarheid op dit punt ontdekt al snel dat het met die uitstoot door het verkeer zeer meevalt.
Het waarom zit toch in het opgeworpen vijandsbeeld over links. Symbolen als Schiphol of autowegen zijn de veelal uit dorpen afkomstige milieugekkies toch doornen in hun ogen. Dus past men altijd dezelfde goocheldoostruc toe, waaruit slechts een enkele act de aandacht trekt. Belastingen heffen! Die dan niet worden gebruikt om het milieu te helpen, maar gewoon in de schatkist worden gestort waarmee dan weer ‘leuke dingen voor bepaalde stromingen’ kunnen worden gedaan. Want zuiver op de graad past net zo min bij deze lieden als de feiten goed weergeven. En ik kan me er aardig over opwinden. Het zal u zijn opgevallen intussen… Want het zijn die verdraaide cijfers die maken dat we te maken krijgen met heffingen en lasten waarop niemand zit te wachten, maar die wel zorgen dat onze persoonlijke vrijheid steeds verder wordt ingeperkt. Om die van anderen grenzenloos te maken, zo lijkt het wel eens. En daartegen zal ik mij blijven verzetten. Ook omdat liegen niet mag! Zelfs niet in de politiek. En wie het er niet mee eens is moet me maar zien te overtuigen van het tegendeel van o.a. die uitstootcijfers door het CBS. (Beelden: Yellowbird/internet)
Ik vrees dat de naam van deze actrice weinigen ook maar iets zegt, eerlijk gezegd deed het dat mij bij ook niet tot ik bij toeval aanliep tegen de erg aardige Netflix-reeks Miss Fisher’s Murder Mysteries. Een serie die speelt in de jaren 20 van de vorige eeuw en nog dat bedaagde leven van toen in het verre Australie verbeeldt. Waar kuisheid nog gebod was en homofilie zonde. Maar men ook de doodstraf toepaste bij moordenaars. In deze genoemde reeks zijn dat slechts illustratieve details. Lichtvoetig danst Miss Fisher door het leven, en lost en-passant allerlei zaken op. Ze lijkt een heel wild leven achter zich te hebben gelaten, deels in Europa en ook nog in of net na WO1.
Ze is er kennelijk niet slechter van geworden, want rijdt in die serie Hispano-Suiza en dat was zelfs voor de rijken in dat land Down Under best iets bijzonders. De reeks is er een vol herkenbaarheid en dat maakt hem goed te verteren. Je kijkt terug naar een simpele wereld. En die frivole detective-by-choice Miss Phryne Fisher wordt met verve gespeeld door de charmante actrice Essie Davis. In Australie een naam van jewelste, hier totaal onbekend vrees ik. Ook al speelde ze dan ook een rol in de serie Game of Thrones. Maar dat deed ze ook in de SF-film The Matrix Reloaded. Davis, die eigenlijk Esther heet, maar een artiestennaam toch aardiger vond, werd geboren op 7 januari 1970, is dus net als ik zelf een Steenbok van sterrenbeeld en gaat derhalve geen stap opzij als het haar carriere betreft. Haar fraaie toetje en dito lijf zorgden voor de rest denk ik. Maar dat is geen negatieve benadering hoor. Integendeel, deze dame speelde al snel in een Shakespeare-theatergezelschap en kan dus meer dan mooi kijken of pruillippen trekken. En vanaf 1995 kende ze diverse nominaties voor prestigieuze prijzen, terwijl ze er daarvan ook diverse mee naar huis mocht nemen.
Een dame dus die als actrice aandacht verdient net als erkenning. Voor Miss Fisher werd ze genomineerd, haar latere rol in de film The Babadock leverde haar drie nominaties en drie prijzen op. Kijk, dan kan een mens toch echt een beetje acteren. Heeft ze het van een vreemde? Nee! Haar vader was artiest en stimuleerde haar ook om acteerwerk te gaan doen. Intussen trouwde ze in 2002 en kreeg twee kinderen. Het weerhield haar er niet van door te zetten in haar vakgebied en in vooral het Engelstalige deel van onze wereld carriere te maken. Een carriere die mij slechts door haar rol als Miss Fisher voor ogen kwam. En nu ook bij jullie lezers van mijn Meningblog even aan de observerende ogen voorbij trok. (Beelden: Internet)
Intussen haalde importeur De Binckhorst in die laatste jaren van dat decennium iemand in huis die een grote rol zou gaan spelen in mijn verdere carrière. Jaap van Rij! Man van vele merken op zijn CV, kende het dealerwerk, maar had ook de nodige ervaring binnen Pon opgedaan. Fysiek stevig van bouw, vlot in de omgang, netjes, maar geen man met wie je als dealer graag in discussie ging. Het tweemanschap Iserief en Van Rij bleek een gouden greep voor de organisatie. Zeker toen men het bij de leiding van Motokov/Skoda voor elkaar wist te boksen om de Europese introductie van de Favorit in Amsterdam te doen tijdens de Personenauto-RAI van februari 1989. Dat gaf ons als dealers een extra stimulans. En dus zorgden we tegen die tijd voor een showroom waarin niet alleen een Favorit stond uitgestald maar ook een keurige demo met fraaie lichtmetalen velgen voor de deur. Proefrijders die men doorstuurde vanaf de RAI konden zo prima terecht. De introductie was een groot succes, de aandacht van pers en publiek was enorm en de auto werd geweldig ontvangen. Maar, er zaten ook wel wat negatieve kantjes aan die nieuwe Skoda.
Zo was de prijs t.o.v. de oudere modellen best behoorlijk gestegen. Skoda had flink moeten investeren om die nieuwe wagen te kunnen ontwikkelen en vroeg er ook naar onze mening domweg een te hoge prijs voor terug. Daarbij had men door die al eens genoemde situatie op de communistische thuismarkt ook wat ingebakken problemen meegeleverd. Zo konden de portierruiten niet helemaal naar beneden. Heel vreemd. De afwerking had ook wel wat beter gekund, want al snel bleek bij de demowagen dat o.a. de ontgrendeling van de deuren het een na de ander begaf. Een euvel dat vrijwel alle Favorits van die eerste serie vertoonden. Maar bij ons begaf ook de bediening van de kachel het na drie keer heen en weer schuiven, vervelend, omdat er (nog)geen onderdelen voor in huis waren bij de importeur. Omdat ik zelf nogal graag wilde bewijzen dat die Favorit een fijne en goed te verkopen auto was reed ik er vanaf de introductie dus zelf zoveel als kon in en dat werden in die eerste dagen heel wat zeer warme ritjes. Maar rijden deed die Favorit verder uitstekend! Weinig op aan te merken verder.
Toen ik van mijn toenmalige holdingchef een doppendoos cadeau kreeg, hij vond met zijn kenmerkende cynisme over a-technische mensen, dat ik ‘maar eens moest leren sleutelen‘, en die doos benutte om rammeltjes aan de demo-Favorit te verhelpen bleek dat heel wat onderdelen van die eerste wagens gewoon niet goed genoeg vast zaten. Het kostte me als amateur-sleutelaar een uurtje dat alsnog voor elkaar te krijgen. Daarna rammelde de wagen absoluut niet meer. Het werd vanaf dat moment een vaste post op onze nulbeurtenlijst bij elke aflevering van een nieuwe Favorit. En dat bleek een goede greep. Opmerkelijk was ook dat de Favorit in een zeer beperkt kleurengamma leverbaar werd. Anders dan wij op de prototypen gezien hadden die o.a. goud metallic gespoten waren geweest. Wit, donkerrood, beige, vaalgroen of vaalblauw. Daarmee was het wel klaar. Het weerhield veel kopers niet om er een aan te schaffen. Het merendeel daarvan kwam echter uit een ouder model Skoda en al snel stond ons terrein helemaal vol geparkeerd met die relatief jonge wagens die niet alleen een lange statijd kenden maar ook vrijwel geen belangstelling van nieuwe kopers veroorzaakten. Ons probleem op financieel gebied werd er niet kleiner door.
Daarbij besloot de importeur om ons als duo-merkdealer onder druk te zetten en stelde weer een nieuwe collega-dealer aan in Amsterdam-Noord. Als Amsterdamse dealer waren we nu voorzien van heel wat concullega’s. Dit besluit was koren op de molen van de interne lobby bij ons bedrijf om ons los te maken van Skoda en vol te gaan voor Daihatsu. Daar had men net de nieuwe Applause geïntroduceerd en er kwamen wat nieuwe kleintjes aan. De druk vanuit die importeur werd ook weer opgevoerd en men wilde snel doorbraken forceren zodat ons bedrijf in zijn geheel het rood van Daihatsu zou kiezen als lijfkleur en het door een van hun stafleden aangeboden peperdure computersysteem zouden introduceren om alles bij ons dealerbedrijf organisatorisch op te lijnen. Ik was degene in ons MT die dat niet accepteerde. De discussies hierover waren soms zeer heftig. Zo heftig dat ik als (intussen) vestigingsdirecteur in een rechtstreekse strijd verwikkeld raakte met de aandeelhouders.
Die hadden om allerlei redenen, waaronder de druk vanuit Daihatsu om die Skoda-vent weg te werken, aanleiding om op enig moment te besluiten dat het beter zou zijn dan maar geforceerd uit elkaar te gaan. Het kwam na dertien jaar keihard werken voor dit bedrijf en merk(en) als een stevige schok voor me. Maar het was ook niet mogelijk gebleken om een compromis te vinden voor de merkenstrijd die mede aanleiding was voor het conflict. Toch zou het nog tot medio 1992 duren voor men bij het betreffende dealerbedrijf Skoda echt uit de showroom liet verdwijnen. Maar dat lag nog in de toenmalige toekomst verscholen. Importeur De Binckhorst nodigde me de volgende dag na die definitieve breuk met de aandeelhouders al uit voor een gesprek. De leiding van het importbedrijf begreep mijn intussen hopeloze positie, de reden van de breuk en zegde steun toe. Iemand met zo’n Skoda-hart en verleden moest voor de organisatie behouden blijven. Maar daar zou nog even wat tijd voor nodig zijn. En in die tussenliggende periode vond ik relatief snel een op het eerste gezicht aardige managementjob op Schiphol. Na 13 jaar terug in het oude metier dat ik ook voor mijn dealerperiode had doorlopen. Met als eerste vervoer de Skoda Favorit demowagen die ik mee had gekregen als onderdeel van een regeling met de vroegere aandeelhoudersfamilie. Het zou maar kort mijn enige link zijn met het Tsjechische merk. Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)
Het was in de buurt van mijn jeugd en tijdens de prille pubertijd dat ik ontdekte dat veel straten in mijn woonomgeving waren benoemd naar klassieke schilders. Grofweg tussen de Tolstraat (overblijfsel uit de tijd dat er ook echt een tol werd geheven als je daar de stad in wilde) en de singel die we nu als Ruysdaelkade kennen werden alle straten naar schilders genoemd. Dat was simpel en ook handig. Maar er waren ook uitzonderingen. Niet ver van ons huis en aan de oevers van de Amstel werd in de 19e eeuw de enorme St. Willibrorduskerk buiten de Veste gebouwd, diens geschiedenis belichtte ik al eens enige tijd geleden. Opvallend daarbij was dat de aanpalende straten een afwijkende naam kregen van het patroon met die schilders. De langste straat werd de St. Willibrordusstraat, een dwars daar op gelegen korte verbindingsweg tussen die straat en de Ceintuurbaan werd de Servaes Noutsstraat. Een straat waaraan ook mijn vroegere lagere school gelegen was.
En die historische figuur schilderde in de beste tradities van zijn familie wel eens een portretje maar hij werd veel bekender als klokkenspeler in de 17e eeuw. Dat deed hij zo goed dat hij zelfs indruk maakte op de Russische Tsaar Peter de Grote bij diens bezoek aan de hoofdstad in die periode. Servaes Nouts was een bijzonder heerschap. Hij was creatief, maar geen echte zakenman. Hij trouwde een vrouw die vooral scenes trapte bij hogergeplaatsten in de stad wat nu niet meteen goede reclame voor haar echtgenoot was. Maar de man werd wel stadsklokkenist en mocht ook de klokkenspelen van o.a. de Zuiderkerk en die van het (oude) stadhuis onderhouden. Dat spelen ging hem zo goed af dat veel gegoede burgers graag wilden weten dat ze weer eens een concert van Nouts hadden bijgewoond.
Nouts wilde graag hogerop en veranderde op enig moment zijn naam in Nuyts, waardoor hij meer aanzien kreeg. Maar dat aanzien hielp hem niet aan rijkdom. Hij woonde bepaald niet op stand en moest van een schamel gemeentelijk inkomen zien rond te komen. Zijn tweede huwelijk kon hij pas vieren toen hij door de toenmalige burgemeester een hoger salaris kreeg toegemeten. Zijn tweede huwelijk was met een flink jonger buurmeisje dat hem adoreerde, precies wat Nouts nodig had om gelukkig te worden. Hij overleed op 65-jarige leeftijd in 1693, zijn jonge vrouw volgde hem al na vier maanden in het graf. Een man die uiteindelijk zijn eigen straat kreeg. Een kort straatje weliswaar en in een buurt vol grote en bekende schilders. Die kerk is intussen verdwenen. De plaats waar die stond is nu het Servaes Noutsplantsoen geworden. En zo heeft hij hier bij mij ook weer even aandacht gehad. Zeer gegund. (Beelden: Yellowbird/Makelaar/Inrternet/Wiki)
Waar ik ooit geweest ben op plekken waar ook toeristen kwamen, altijd viel me op dat er een groep mensen was die elk monument of prachtig kunstobject vastlegde op foto of film met zichzelf of een van de familieleden er voor. Kom je thuis zie je Yamamoto of diens vrouw voor dat object staan. Ten bewijze van het feit dat men ‘daar en daar’ geweest was. Als ik indertijd fotografeerde vond ik het onderwerp toch echt 100 keer interessanter om vast te leggen dat die meninggever die er met zijn koppie voor moest gaan staan. Ik vond en vind mijzelf niet zo fotogeniek en heb meer bevestigingsdrift door de mening dan door mijzelf vast te leggen op de digitale beelddrager. En als ik dat ook zou doen (een enkele keer laat ik mij vast leggen voor een mooi vliegtuig of zo..) plaats ik het weer niet op de sociale media. Hooguit als het echt relevant is voor een verhaal. Zoals mijn persoonlijke vervolgverhaal. Dan past het. Maar dan zijn het vaak beelden die door een ander zijn geschoten.
Maar in dat mijn zit ook IK besloten. En in die periode waren smartphones nog niet in. Kennelijk zijn sommige cursisten in het digitale tijdperk helemaal los geslagen. Ik, ik, ik, en tegen de rest zeg ik als selfist ‘stik’. Tuurlijk, ik chargeer het iets, maar toch. Let maar eens op. Men is zo bezig met het eigen leven(tje) dat men helemaal voorbij gaat aan de omgeving. Het wordt werken via al dat geselfie of gevlog, en bij een enkeling leidt dit nog tot inkomen ook. Knap gedaan. Wordt je toch nog een ster in je eigen leven. Maar is dat een verdienste? Kijk, dat belangrijke mensen iets van zichzelf laten zien is voor mij ok. Maar mister of miss nobody? En allemaal met dezelfde wens….beroemd worden. Thuis op de bank. Met filmpjes over zichzelf. Hoe bedenk je het. Nee, dan waren die Japanners toch een stuk hun tijd vooruit. En soms ook leuker. Want die kwamen er thuis pas achter wat ze onderweg niet zagen. Omdat ze met hun rug naar object of historie stonden. Net als die selfiemensen, die staan met hun rug naar de samenleving. Nou, daar heeft uw meninggever geen last van. Nog lang niet. Geen beelden van mij hier. Of er moet echt iets heel belangrijks te melden zijn. Zoals dat ik even moet stofzuigen…. (Beelden: Internet/Yellowbird photo-archief)
In al die jaren dat we naar onze mening qua verkoopinspanningen toch wat martelden met die wagens waarvan de motor achterin zat en de concurrentie ons links en rechts passeerde met moderner technieken, zat men in het Skoda-thuisland gelukkig niet echt stil. Men had zelf ook wel door dat er eigenlijk te lang was gewerkt op basis van het principe dat met de 1000MB in 1964 was begonnen en in feite onder politieke druk in 1976 was doorgezet met de derde generatie modellen volgens dit al wat achterhaalde principe. Begin jaren tachtig was men daarom gestart met de ontwikkeling van een opvolger die meteen moest voldoen aan de laatste normen op het gebied van wegligging, veiligheid, interieurruimte, en zo meer. Van begin af aan werd duidelijk dat zo’n auto dan tenminste voorwielaandrijving moest krijgen en een dwars voorin geplaatst motorblok. Door deze ruimte besparende constructie ontstond ook een grote mate van interieurruimte voor inzittenden, een ruime kofferbak en het idee dat daar dan een grote klep boven moest worden aangebracht. Voor het concept ging men niet verder met in eigen huis bedachte oplossingen maar zocht die in Italië. Bij Bertone.
Dat befaamde ontwerphuis maakte van die nieuwe Skoda een erg aardig en goed uitziend model dat in een klap een eind zou maken aan de vermeende oubolligheid van het merk met die volgens sommigen, vreemde wagens waar de motor achterin zat. Bertone tekende een scherpe carrosserielijn, met wat vouwranden in de flanken, smalle koplampen en redelijk grote achterlichten. Omdat Skoda zocht naar een model dat mogelijkheden zou geven om net als vroeger ook bedrijfswagens en stationwagens aan te kunnen bieden aan een breed publiek, zat dat al in het ontwerp verwerkt. Schetsen van die eerste Bertone-modellen geven aan dat de nieuwe auto een groot succes was toebedacht. In een vrije Westerse markt was dat ook zeker zo gegaan.
Maar niet in een nog door communisten bestuurd land. Daar moest, vanwege de kosten en de werkgelegenheid, liefst alles in eigen Tsjecho-Slowaaks beheer worden gefabriceerd en slechts als het niet anders kon elders ingekocht. En zo werd het oorspronkelijke concept van Bertone in de loop van de ontwikkelingsjaren richting productie steeds meer aangepast aan de mogelijkheden van de eigen industrie. De kleine koplampen maakten plaats voor redelijk grote units die door het Tsjechische PAL werden gefabriceerd. En zo ging dat met een hele reeks van onderdelen die de nieuwe auto zouden maken tot wat hij later werd. Een van de meest belangrijke keuzes was het vasthouden aan de aloude lichtmetalen motoren uit de bestaande reeks modellen, aangepast voor de nieuweling, die intussen de fabrieksaanduiding 136L had gekregen.
Er moest veel worden gedaan om dat bekende blok aan te passen aan de moderne auto die hij moest voortstuwen. Maar een nieuwe carburateur van het Duitse merk Pierburg en wat pas en meetwerk door de firma Porsche voor de versnellingsbak verfijnden de nieuwe auto verder. Medio 1986 had men de eerste prototypen gereed en was men zo ver dat de eerste beelden konden worden verstrekt aan de lokale pers. Voor velen een verrassing, maar meteen ook bijna een doodklap voor de verkoop van de oude modellen in het westen. Om de motivatie op dat punt bij importeurs en dealers omhoog te houden werden al in december 1987, ver voor de actuele introductie, dealerreizen naar Praag gemaakt waar men de eerste prototypen in een groot hotel uitstalde. Ook ik vloog er heen en bekeek die eerste auto. Aangeduid als de Favorit stond daar een auto die wat leek op een Talbot Horizon of VW Golf, maar verder herkenbaar Skoda bleek te zijn. Een totaal andere aanpak, al was er op de afwerking van die eerste prototypen nog best wel iets aan te merken. Het gaf in ieder geval wel het gevoel dat we een grote toekomst tegemoet zouden gaan. En dat wij als dealer keuzes zouden moeten gaan maken als die Favorit echt zo succesvol zou worden als de mensen van het Tsjechische exportbedrijf Motokov en de Nederlandse importeur zelf inschatten. Terug thuis op het honk werd intern veel gepraat over hoe we om zouden gaan met die nieuwe Skoda. Immers, ook bij Daihatsu kwamen nieuwe modellen op ons af, en ons bedrijf stond door alle verbreding naar andere vestigingen en de noodzaak van nieuwe demo- en voorraadauto’s financieel opnieuw aardig onder druk. Omdat ik intussen binnen het MT duidelijk de enige voorstander was van een volwaardig toekomstig Skoda-dealerschap ontstond er in de gelederen van het bedrijf best wat gedoe over al deze beslissingen. De familie die de aandelen in handen had meende dat we beter alle kaarten op het Japanse merk konden zetten en Skoda na bijna dertig jaar agentschap buiten de deur moesten mikken. Mijn lobby was erop gericht om juist de best veeleisende Japanners minder toe te geven en met die nieuwe Skoda een andere koers te gaan varen. Het zou een strijd worden die nog tot eind 1989 zou gaan duren. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)