Het was me het jaartje wel mensen. 2015, zo leuk begonnen, met vuurwerk, oliebollen, de beste wensen en zo meer. Maar al snel veranderd in een nachtmerrie toen barbaren toesloegen in Parijs en daar de redactie van een relatief onbelangrijk krantje om zeep hielpen omdat men daar de profeet van de heidenen had beledigd. En zo ging het jaar 2015 nadien door. Van alles aan politiek en militair gedoe, inbreuken op ons normale burgermansleven, angst, afkeer en scheiding der geesten. Want als een ding duidelijk werd in dit bijna afgelopen jaar, tegenstanders groeven en graven zich in en daar komt veelal weinig goeds van. Griekenland, vluchtelingen, Oekraine, Iran, Cuba en als altijd Noord-Korea. Privé was het overigens best een aardig jaar. We deden wat we moesten doen, we bereikten wat we wilden, keken rond waar we het leuk vonden en genoten van wat er werd geboden. We keken in het niet te verre buitenland, onderhielden vriendschappen die ertoe doen en breidden onze huisdierencollectie uit.
Met Punkie die als Pebbels binnen kwam maar een paar onderdelen liet zien die niet bij een vrouwtjespoes en bijpassende naam behoorden. Met zo’n geschiedenis als hij (…) achter zich liet is het een kat om vanaf zijn prille jeugd een mooi leven te gunnen. Hij is totaal anders van doen en laten dan de atleet uit 2014 die wij Pixel noemen. Springt die over ‘gaten’ heen van een meter of twee, is 40cm voor onze nieuwe telg te ver. Hij valt er dan tussen. Zit toch een ander karakter in. Maar allebei even lief en aanhalig. Het vervoer werd ook vernieuwd. De kleine zilveren springbok met zijn sportieve onderstel en trappelende paarden werd opgevolgd door een iets getemder versie in mooie blauwe kleur en als vijfdeurs versie uitgerust met de nodige luxe zaken. Gewoon met de kilometerstand op nul waar die bij de zilveren vanaf nieuw zo snel omhoogliep dat het bijna angstig werd. De ons bekende merkdealer deed een goed bod, wij stapten over.
Sindsdien zijn we al helemaal gewend aan die blauwe en ook aan de (teruggekeerde) luxe van vijf deurtjes. Digitaal zagen we wat mensen (soms via de zijdeur) verdwijnen, nieuwe gasten komen. We genoten van het bloggen en de sociale media, de groepen die we daar konden bezoeken en waar het goed toeven was zorgden voor staken van de activiteiten op de eigen blogs in die richting. Evolutie in het denken, doen en uiten. Hert huis werd van buiten geschilderd, we wisselden wat meubels om voor nieuwe. En zo werd 2015 een jaar als alle andere. Je verwacht er veel van, daarvan komt een groot deel ook uit. Maar er vallen ook wat zaken tegen. Plussen en minnen. We gedenken en herdenken, we vrezen en verwachten. Kortom, veel om over na te denken.
Nog maar een paar uur en we schrijven ook 2015 bij in het archief waarin al die geleefde jaren zijn opgeborgen. Net als de voorgaande. De balans kan weer opgemaakt, het nieuwe agendapapier ligt bijna maagdelijk voor ons opengevouwen klaar. 2016 komt eraan. Laten we er allemaal aan werken dat het voor ons allen een leuk jaar wordt. Zonder te veel geduvel. In goede gezondheid, geluk, veel genoegens en met veel liefde voor de mensen die ertoe doen. Ik wens het u allemaal toe. Op naar een nieuw jaar! Proost!

Het is weer eens december en dat is traditioneel niet mijn beste maand. Afsluiten van een jaar brengt normaal vaak allerlei verplichtingen met zich mee. Dit jaar nog wat meer dan gebruikelijk. Er moeten dingen worden geregeld die ik eerder wellicht overwoog maar nog niet echt deed. Een daarvan is dat ik het vanaf 1 januari a.s. echt rustiger aan ga doen. Het is na 54 jaar hard werken mooi geweest. Maar dit geldt ook voor het van mij bekende blogwerk. In de loop van het afgelopen jaar stopte ik al met het actief vullen van gespecialiseerde blogs die ik een paar jaar lang heb onderhouden. Maar dit is nu met uitzondering van het meer professionele autoblog afgelopen. In 2016 gaan de stekkers er definitief uit. Dat scheelt veel tijd en raakt niet direct de lezers hier. Die zullen wel ontdekken dat ik na tien jaar de frequentie van schrijven op mijn Mening blog ook wat ga verlagen.
Ik heb in die afgelopen blogjaren heel wat onderwerpen de revue laten passeren, menig discussie gevoerd en waar mogelijk mensen de spiegel voor gehouden of op de kast gejaagd. Het was nuttig, leuk en interessant soms, al zeg ik het zelf. Maar de laatste tijd merk ik dat het me soms zwaar valt om ook hier de actualiteit te laten voor wat hij is en te oreren over alledaagse zaken. Hoe vreemd dat wellicht klinkt, dat valt me echt zwaar. Mijn mening geven over bepaalde onderwerpen was de basis van dit blog en daarom ben ik een keer of drie door omstandigheden gedwongen vaak, opnieuw begonnen. Maar ik zie ook wel dat het aantal even actieve bloggers in die tien jaren is afgenomen met een niet meer plezierig percentage.
De grote verschuiving zit voor mij toch vooral in de sociale media waaraan ook dit blog is gekoppeld en hun eigen lezerskringen of dynamiek kennen. Werden vroeger de nodige reacties geplaatst op dit blog zelf, nu zie ik dit gebeuren op met name Facebook of in wat mindere mate Twitter. Nog een reden om de frequentie van schrijven iets te verlagen is dat ik juist op die genoemde media bijna per seconde kan reageren op wat er zoal in de wereld om ons heen plaatsvindt. Voor zover nodig natuurlijk. Maar het is wel leuk om daar mee bezig te zijn als de tijd me niet mankeert. En dat laatste is een extra reden om hier wat minder tijd door te brengen dan voorheen gebruikelijk.
Bij de presentatie van de Top-2000 voor dit jaar bleek dat een paar politiek geladen nummers de top-10 van die lijst zijn binnengekomen. Nummer 1 dit jaar is John Lennon met zijn ‘Imagine’. Min of meer veroorzaakt door de verontwaardiging over de barbaarse aanslagen door heidenen op de joods/christelijke maatschappij die in Frankrijk op zich ondergeschikt is aan de Republiek. Naieven blijken vaak creatief als het gaat om hun al dan niet gespeelde verontwaardiging of verdriet. Na de aanslag op de redactie van een niets zeggend maar kritisch krantje in dat zelfde Frankrijk begin dit jaar is naiviteit t.a.v. die barbaren wel erg dom. Maar goed, het ging mij om de inhoud van het liedje dat op nummer 6 in die tophitlijst staat. Het gaat om het werkje van Claudia de Brey. Licht overschatte dame met een gulle lach en volgens mij verkeerde politieke inslag. Door de gastenlijst van het VARA-propaganda-programma DWDD bekend geworden en daar dan ook regelmatig te gast. Haar liedtekst spreek veel mensen aan. Wel vanuit verschillende invalshoeken, al zal zij dat niet zo zien.
Claudia is kennelijk bang voor rechts, met name de extreme vorm daarvan. Mochten de PVV’s of FN’s van deze wereld de baas worden en anders denkenden over de grenzen zetten zet Claudia haar huis open voor hen die dat zou treffen. Mensen die al jaren lijden onder de arrogantie van de macht, zo goed merkbaar bij het zonder pardon neerzetten van hele wijken voor nieuwkomers in buurten of dorpen die daar niet voor geschikt zijn, zien in de teksten van Claudia ook invulling voor hun angsten. Immers het lijkt er op ‘dat hun straat, buurt, stad of land’ wordt overgenomen door hele groepen mensen die ook nog eens vijandig staan t.o.v. hun gastheren/vrouwen. Parijs is in dat opzicht een opmaat voor hun angstige twijfels. ‘Mag ik dan bij jou’ is een vraag zonder echt antwoord. Toen in de tweede W.O. joodse mensen werden afgevoerd en bedreigd met de dood in de gaskamers konden zij bij sommige maar lang niet alle Nederlanders terecht. Met gevaar voor eigen leven nam die minderheid onderduikers op in hun huis. Of vluchtelingen uit gebieden in ons land die door de toenmalige oorlog enorm waren getroffen. Prachtige voorbeelden van gezien of over gehoord of gelezen.
Heldendom is niet dat je meteen gewapende weerstand biedt aan de vijand, maar dat levert meestal minder lintjes op. Zoveel is zeker. Zouden we in voorkomende situatie weer in staat zijn om mensen onder te laten duiken? Wie van ons is bereid om dit direct te doen? Ongeacht geloof, herkomst, politieke opvatting of wat ook? De vraag stellen is hem beantwoorden. Weinigen denk ik. De hele vluchtelingen(..)problematiek van nu vertelt veel over onze instelling op dat gebied. OK, familie en vrienden zouden we direct onderdak bieden en brengen. Dat is toch een onderdeel van je eigen leven. Maar vreemden? Hele gezinnen? Voor veel mensen is het onderdak brengen van een huisdier al te veel gedoe, zelfs als dit dier een tocht richting asiel zou moeten maken indien we niet bereid zouden zijn tot opvang. ‘Gedoe, druk, overlast, kosten’, de moderne mens is niet zo sociaal. En dus is de inhoud van dat liedje van die Claudia de Brey vooral mooi als symbool. Moeten we het vooral meezingen, maar er geen conclusies of verplichtingen aan verbinden. Want de meeste mensen zijn gewoon niet in staat of bereid om hun eigen leventje zomaar open te stellen voor anderen. Laten we daarover gewoon eerlijk zijn. Onlangs zag ik de aanbiedingen van NS/Thalys voor tripjes naar Parijs. Lekker goedkoop, leuk voor een dagje winkelen in de Lichtstad. De barbaren spelen geen rol meer. Het leven moet door. Laten we dan ook die emoties eens beheersen. We zijn gewoon egoistische lieden! Klaar! Ik lees het wel als we het oneens zijn……dan kom ik wel naar jou…:) (Foto’s: NPO/internet/Yellowbird)
Als meninggever van het eerste uur loop je altijd het risico tegen bepaalde zaken (of mensen) aan te lopen die je doen omdraaien van walging of zwijgen uit een soort van gedeelde schaamte. Dat heb ik altijd gehad. Ook en misschien wel meer in het irl. Soms knap(te) ik af omdat mensen me enorm tegenvielen of omdat je het in de rug te steken mes al in het donker zag glinsteren. Maar een van de ‘belangrijker zaken’ in dit verband is voor mij toch ook wel lichamelijke verzorging. Lijfgeuren en onverwachte graspollen op plekken waar ik ze niet verwacht maken dat mijn verwachtingspatroon direct wordt bijgesteld. Want iemand die zichzelf niet goed verzorgt kan toch nauwelijks in staat zijn om voor anderen aardig of professioneel op te treden zou ik denken? Ook roken waar anderen er last van kunnen hebben is mij een kwelling. Zo herinner ik me die lieve nieuwe vrouwelijke collega die in een van mijn vorige levens het bedrijf kwam versterken waar ik toen voor mocht werken. Meteen na haar aantreden werd duidelijk dat er een penetrante zweetlucht om haar heen hing en die vulde al snel de ruimte(n) waar wij allemaal samen zaten voor onze resp. jobs. Pas na een paar dagen durfden we er iets van te zeggen. Ze bleek geen deodorant te gebruiken. Daarna wel kan ik jullie verzekeren!
Ook iemand met enorme zweetvoeten kan de atmosfeer aardig bederven voor mij, letterlijk en figuurlijk. Of versleten kleding (niet dat wat je tegenwoordig zo vaak ziet met die bewuste gaten in jeans of zo), egoïstisch gedrag (wel koffie halen voor jezelf maar niet voor een ander…) pure arrogantie of wellicht nog erger gebrek aan een redelijke algemene kennis van de wereld om ons heen. Allemaal zaken die in meer of mindere mate afknappend werken. Dat doet ook een verkeerde reclamecampagne, waarbij blijkt dat de marketingmensen het leuke idee voor lieten gaan op de juiste positionering van het product of merk. Nog erger taalfouten in een zgn. bodycopy, zoals ik onlangs weer hoorde, een verkeerde meervoudsvorm. Vreselijk! Een website die het niet doet is ook zo iets. Zeker als er veel wervende public relations voor wordt bedreven. Ik maakte dat in de loop van de achter mij liggende jaren allemaal mee en dat is dan niet van harte soms.
En nog steeds een grote afknapper voor mij zijn bloggers of deelnemers aan andere sociale media die geen commentaren toestaan. Nu is het niet zo erg als het gaat over de kat van de buren of hoe snel de goudvis door het aquarium zwemt, maar als je politieke statements maakt en o.a. ‘tegenstanders’ aanvalt, moet je ook commentaren toestaan. Maar nee, dat mag niet. Vooral zij die een politieke mening uiten die niet zo past bij de mijne willen nog wel eens kiezen voor ongewenste resultaten. Je zou eens kritiek kunnen krijgen van anders denkenden. Vaak toch te vinden bij de meer zelf verklaarde ‘politiek correcten’. Doof en blind voor wat anderen vinden van zijn/haar opvattingen. Via een mail heb ik in het verleden nog wel eens keurig gevraagd waarom ze deze mogelijkheid niet toestaan, maar u raadt het vast al, tot nu toe geen antwoord gekregen! Dat is pas echt een afknapper! (foto’s internet/YB )
Ik kreeg de afdeling Kredieten toegewezen en kwam daar terecht als ‘jongste bediende’. Dat was behoorlijk hard werken. Administratief licht werk, afgewisseld met sjouwen van dossiers. Ook bijhouden van een index kaartsysteem. De computers van nu kwamen pas een paar jaar later in zwang. En waren toen net zo groot als die hele afdeling waar ik indertijd acteerde. Ik deed mijn werk samen met een stuk of zes recruten afkomstig van soortgelijke scholen als ik doorlopen had, die werden ingewerkt door lieden die al een jaartje langer op die baantjes hadden gezeten. Na een jaar werken schoof je dan zelf een stukje omhoog in de hiërarchie. In dat eerste jaar stelde je niet zo veel voor. Het was buffelen voor je geld en dat geld viel niet zo mee als je achteraf kijkt wat je dat eerste jaar in het loonzakje kreeg. Fl. 87,50 bruto! (omgerekend naar nu E. 40,00) Daar hield je dan iets van zeven tientjes aan over. Per maand! En daarvoor moest je echt nog pezen! Niks respect, niks aanzien, gewoon jongste bediende! Ik leerde er veel. Na een jaar buffelen schoof ik dus ook een plekje op. Andere administratieve handelingen, nieuwe taken, minder druk op de ketel. Ik begon me daar dan ook echt senang te voelen. Er verschenen ook nieuwe ‘’dames’ op de afdeling die me interesseerden. Want ook bij de (strikt gescheiden) vrouwenafdeling ging die opvolging zoals bij de jonge mannen. Elk jaar nieuwe aanvoer. Er vielen overigens ook mensen af die het niet vol hielden. Het was ook best zwaar.

De macht van print is sterk afgenomen en de lezer maakt zelf wel uit of hij iets ‘goed vindt’ of niet. Het internet is geduldig en wat vandaag plaatsvindt staat binnen een kwartier over de hele wereld online. Het blijft dan opmerkelijk dat men bij die aanbieders nog steeds terughoudend is met uitnodigingen voor media-events richting publicisten die zich vooral richten op online of die gewoon een leuk boek over een bepaald onderwerp willen schrijven. Er zijn bedrijven, merken en PR-mensen die dat heel goed doen en anderen die er maar niet aan willen. Blijft me verbazen. Alsof dat beperkte en terughoudende denken in de toekomst het eeuwige leven heeft, het tegendeel is waar. De jongere generaties lezen geen bladen of kranten (of een boek..)meer, die kijken naar YouTube of andere kanalen vol wetenswaardige en bewegende beelden. Daar zit ‘de handel’ zou ik denken. Maar goed, ik zit zelf niet meer aan die andere kant. In de loop van de jaren dat ik voor mijzelf zorg en schrijf over mobiele zaken valt het me echter best op hoe veel moeite je soms moet doen om relevante informatie los te weken bij maatschappijen, fabrikanten of importeurs rond de door hen geleverde goederen of diensten. Soms gaat het vlot, in andere gevallen wil het maar niet lukken. En dat is vervelend, want zo’n merk of bedrijf geef je dan uiteindelijk toch minder aandacht.
Nieuws is echt overal te vinden, maar een leuke test, een eigen ervaring, of een paar leuke plaatjes, zelf geschoten bij een artikel, kan soms het verschil maken. Toch blijft men vaak terughoudend rond dat internet. En dat is jammer. Nogmaals, ik klaag niet over de goeden, zijn er voldoende om me bezig te houden, maar vooral over die instellingen die het maar niet willen snappen. Net zo als ik maar niet snapte dat sommige van die lui men mijn producten vroeger altijd maar moest neersabelen. Scheelde daarna soms best een paar tickets richting een leuke introductielocatie. En echte vrienden werd ik met sommige journalisten nooit. Zal nu wel net zo zijn…..toch? De geschiedenis herhaalt zich vast…
Het is echt toeval dat ik op deze zondag de 22e november even aandacht vraag voor een werkpaard dat het bijna 22 jaar vol heeft gehouden in onze huishoudelijke situatie. Een partner die zijn werk zonder morren deed in maar liefst twee achtereenvolgende woonadressen en die het ook nog eens moest zien uit te houden op een paar vestigingsplekken. AEG laat je nooit in de steek, was de slogan toen we indertijd onze loei betrouwbare wasmachine kochten. Een rib uit het lijf maar dan had je maar wat. En zo kwam hij splinternieuw ons huis binnen in 1993 toen de vorige machine van hetzelfde merk het net daarvoor had begeven. We woonden nog in de polder en de nieuwe machine ging richting de badkamer waar alle aansluitingen voor dit soort apparatuur in de poldergemeenschap van toen waren gesitueerd. Hij verhuisde mee terug naar het oude land. Werd aangesloten in de oude keuken. Want in ons ‘nieuwe’ huis zaten die aansluitingen (en afvoer spoelwater) nu eenmaal in die kookomgeving opgenomen. Daar draaide hij zijn diensten trouw tot hij in 2007 plaats moest maken voor de nieuwe keuken die we ons toen veroorloofden en hij een speciaal ingerichte plek kreeg op zolder, niet ver van mijn nieuw verbouwde werkplek annex museum.
Dat zorgde wel eens voor erg veel getril in de vitrines die ik heb staan om wat zaken uit te stallen. De centrifuge van de aloude AEG neigde nog wel tot een imitatie van een helikopter. Op zich inspirerend, maar ik had er soms best wel wat moeite mee. Toch bleef hij daar staan. Nam veel ruimte in, in de jaren negentig bouwde men nog echt omvangrijke machines op dit gebied, tot……. Precies een week geleden begon hij tijdens een was van beddengoed ineens enorm te stinken. Niet dat dit wasgoed nu zo vies was, nee, dit stonk naar elektra. En op enig moment stond hij stil. Muurvast, en de stop voor de zolderetage lag er uit. Foute boel. De aloude waspartner was overleden. Na 22 jaar best netjes. We zochten een waardige opvolger en die hebben we gevonden. Keurig thuis gebracht en geinstalleerd. Zelfde merk, de helft kleiner en een stuk comfortabeler vanwege de niet meer af- maar oplopende leeftijd op de toekomst ingericht.
Eens zien of die machine dat record nog gaat breken. Als hij dat doet en ik dat zelf nog mag meemaken is het merk echt niet stuk te krijgen. Zou dat voor de mens in het algemeen ook gelden? Ik vrees van niet. Maar als wij gaan stinken is die tijd wel in zicht. Gelukkig is dat nu nog niet zo ver. De oude wasmachine ging mee met de leverancier van de nieuwe. Veel gesteun van de mannen die het dode gewicht van twee trappen af moesten torsen vertelde het verhaal. Adieu oude elektrische vriend! Welkom elektronische opvolger!








