‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.
Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.
De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??

Was ik een fan? Nee! Niet meteen. Ik vind dat ze aardig zong en sommige van haar hits zing ik nog wel mee ook, maar ze was van een generatie of twee na mij en dan begint het gevoel voor moderne smaak toch iets te tanen. Opvallen deed ze overigens wel. Haar stem heel anders dan bij die riedeltjeszangeressen van tegenwoordig die zonder adlips schijnbaar niet kunnen functioneren. ‘Mens, zing toch eens rechtuit…’ zeg ik dan vaak. Amy Winehouse was van een andere orde. Als dat strotje open ging wist je wat ze wilde vertellen. En een uiterlijk zoals je bij weinig andere dames van de microfoon zag. Wonderlijk getoupeerd haar, een scherpe neus, onder de tattoo’s en in haar latere levensfase bijster mager. Amy leed aan een minderwaardigheidscomplex en verbloemde dat met haar talent, maar voor de echte verdoving zocht ze die in alcohol en drugs. En dodelijke cocktail. Maar het meisje was gedreven door haar echte talent. 
Ze schreef een nummer over die verslaving en hoe mensen haar wilden laten afkicken, wat ze nooit deed. ‘Rehab’ heette dat nummer en werd een grote hit. Maar als artieste bleek ze ook onbetrouwbaar door dat wangedrag. Haar angst voor de grote boze wereld maakte dat ze steeds meer ging gebruiken, al dan niet geholpen door haar vriendjes van het moment. Het richtte haar uiteindelijk ten gronde. Op 27-jarige leeftijd was het over en uit. Ze overleed op 23 juli 2011. Zeven jaar later reist een tentoonstelling over haar leven de wereld rond. Onlangs was die in Amsterdam te zien, bij het Joods Historisch Museum. Mooi gemaakt, lekkere muziek, mooi opnamen. Zonde van dat talent. Maar een mooi eerbetoon. Zelfs ik kon er van genieten. En dat op mijn leeftijd…… (Foto’s: Wikipedia/internet)
De eerder verhaalde opvolging van Tommie door een nieuwe navigator voor in de auto maakte dat we op de dag van aanschaf van die nieuwe wegwijzer in zakformaat onderweg waren van Hoorn naar onze eigen hoofdstedelijk omgeving, maar dan wel via de IJsselmeerdijk en de weggetjes die daarlangs leiden. Een aan te raden route voor als je wilt onthaasten of houdt van schapen tellen. Af en toe even stoppen en op de dijk naar het water en de boten kijken. Vanuit Warder, een van de gehuchtjes daar, kan je bij goed zicht Amsterdam zien liggen. Een tussenstop voor een broodje en wat thee maakten we in Edam. Nu ligt dat b.w.v.s.. op fietsafstand van Amsterdam, ik ben er in mijn bewuste leven nooit echt geweest. Wel in de buurgemeenten Monnickendam of Volendam. Maar Edam kende ik alleen van de kaas die men daar maakt met een wereldwijd bekende klank.
Dat Edam is best een aardig plaatsje. Onderdeel van de Gemeente Edam-Volendam kent het in totaal 28.500 inwoners. De naam van het stadje is afgeleid van het feit dat men indertijd gelegen was aan de rivier de IJe of E. En dat leidde dan weer tot Edam. Dat riviertje mondde ooit uit in de Zuiderzee, maar werd later omwille van de veiligheid (bij slecht weer en hoogwater wilde de boel nog weleens blank komen te staan) afgesloten. De haven van de stad was daarmee een zinloze onderneming geworden, men richtte zich dus uit nood op andere vormen van nering bedrijven. Kaashandel was daarvan een heel belangrijke en dat deed men met verve toen de (zee)havens dicht moesten.
Toch is goed te zien als je in het buitengewoon fraaie historische hart van de stad loopt dat men hier goed geld verdiende in de jaren van die handel. De huizen zijn buitengewoon rijk, de trapgevels doen denken aan Amsterdam en ook de grachtjes helpen bij dat beeld. Er staat een heel fraaie kerk, de St.Niklaas, die een toren heeft die je elders in het land niet ze snel zult aantreffen. Die toren noemt men een speeltoren en stamt uit de 15e eeuw. Voor wie zoekt naar vermaak, dat is er genoeg. Een museum, de nodige horeca, rondvaarten, markten, en voor wie een leuke foto wil maken in de vorm van een selfie op locatie moet daarvoor echt even op de brug bij de Dam gaan kijken vlak bij het stadhuis. Wonderlijke stenen constructie, maar bij glad wegdek niet aan te raden met glad schoeisel. Edam was een prima tussenstop. Wij genoten er even van de gastvrijheid en de omgeving. Net als een bundeltje toeristen die er vermoedelijk per fiets verdwaald waren geraakt maar er nu blij verrast rondliepen. Met iets lekkers in de hand vaak. Helaas geen brokken kaas. Die nam men vermoedelijk mee naar huis.
Nog zo’n plek die we wel kenden van naam maar nooit eerder bezochten, Heusden! Vestingstadje aan de Bergsche Maas. Klein, er wonen slechts 1500 zielen, maar met een centrum dat je echt eens gezien moet hebben. Plaats met een geschiedenis ook. En die geschiedenis gaat ver terug. In het gemeentewapen zelfs tot in de tijden van Alexandrië en haar koningin Catherina. Heusden zelf dateert ergens uit de 8e eeuw. De plaats zou in 829 na Christus door de Noormannen zijn verwoest. Deze noeste Scandinavische strijders trokken vaak met hun schepen tegen de stroom in de rivieren op in onze lage landen en roofden, verkrachtten of verwoestten alles wat ze tegen kwamen. Vandaar dat in de 12e eeuw een kasteel te vinden is op deze plek. Strategisch gelegen. In de rug Brabant, aan de overkant van de rivier Holland en verbindingen met het Graafschap Kleve. Maar door deze positie ook interessant voor de diverse toenmalige krijgsheren om in te nemen.
Hertog Jan van Brabant deed dat al in 1279. Tachtig jaar later werd Heusden met alles erop en eraan verkocht aan het Graafschap Holland en bleef het onderdeel van dat belangrijke gewest. Heusden werd intussen getroffen door flink wat rampen. In 1569 via een belegering die werd uitgevoerd door de Spanjaarden. Die verwoestten Heusden opnieuw. De stad werd meerdere keren getroffen door de pest. Ook niet fijn. En in 1572 brandde de boel ook nog eens compleet af. Later was het weer raak toen de heropgebouwde stad samen met het kasteel werden getroffen door de bliksem en weer werd verwoest. Daarna bouwde men een vesting om de stad heen die heel lang standhield tegen vijanden van buitenaf. In de Tweede W.O. trokken de Duitsers echter door Heusden heen en bliezen delen van de omwalling op, net als het stadhuis en de twee kerktorens. De tactiek van de verwoeste aarde. In 1968 is men begonnen om het oude stadje en de wallen er omheen stevig op te knappen.
Terug te brengen naar haar oude luister. Een stevige klus, want de boel was best in verval geraakt. Die restauratie duurde 40 jaar, maar is nu afgerond. En het resultaat mag gezien worden. Terwijl wij er waren regende het gestaag, maar dan zie je toch nog wel wat een mooi stadje dit is. Het verkeer wordt er via een verkeersplan door de straatjes geleid. Je kunt er prima wandelen, er zijn havens, leuke bruggetjes, uitkijkpunten, molens enz. enz. Stel je van het winkelaanbod niet te veel voor. Dat is er vrijwel niet. Maar voor wie houdt van de vaderlandse geschiedenis is dit zowat een verplicht nummer. Wij komen hier zeker nog eens terug bij mooier weer. Het maakte nieuwsgierig. Altijd een goed teken als je ergens komt waar je wel veel over hoorde maar nooit eens binnen reed. Dat gemis is nu weg….
Ik geef direct toe dat ik ergens nog wel een restantje katholicisme in me heb zitten. Niet zo zeer voor wat betreft de godsdienstinhoud, maar wel met sommige uiterlijkheden van het instituut. Gek op kerken gebleven. Prachtige historische gebouwen vaak. En de beleving van het enige ware geloof (..) is natuurlijk omgeven door veel optische verfraaiing die mij wel bekoort. Als het dan toch moet, dan maar zo. En niet anders! Hoe dan ook, een kerk die al een flinke tijd op het verlanglijstje stond om nog eens vanbinnen te bekijken was de St. Jans-basiliek in Den Bosch. Een van de bezienswaardigheden van die verder ook zo gezellige stad. Maar de keren dat wij er voorheen waren was er telkens een reden om het gebouw niet te bezoeken. Steigers in verband met een verbouwing of restauratie, een toegangsprijs die men vroeg om erin te mogen (doen wij principieel niet aan mee) of lange files voor de ingang. Toen we dan ook onlangs weer eens in Den Bosch verkeerden en we er zo maar zonder enig probleem in mochten, dachten we: ‘Kijk, dit is onze kans’ en we liepen er vol verbazing in rond. Dit is geen kerk, dit is geen kathedraal, dit is een basiliek. Brabantse gotiek, prachtige ornamenten, dito gebrandschilderde ramen. Van oorsprong daterend uit 1366 werd de kerk door de loop van de jaren heen uitgebouwd tot een kathedraal en in 1929 gekroond tot basiliek.
Wat je ziet is prachtig. Er zijn overal afbeeldingen te zien die te maken hebben met de katholieke leer door de jaren heen. Het orgel is een prachtig ding dat al stamt uit 1617 maar waaraan een heel verhaal kleeft voor wat betreft de bouw en afstemming van het geluid. Pas in de 18e eeuw kwam het ding echt op toon. Best lang voor een orgel. Maar dan heb je oog wat. De St. Jan is 115mtr lang, 62 meter breed, het koepelgewelf in het midden is 41 meter hoog. De hoogste toren kent een lengte van slechts 73 meter. Dichter bij God kon men indertijd niet komen kennelijk. Maar vanuit diens troon ‘in den hemel’ zal hij dit eerbetoon aan zijn bestaan vast niet kunnen missen. Terwijl de St. Jan best een indrukwekkend complex is, blijkt dat in de omgeving weinig tot niets lijkt op de bouwstijl van deze kerk. Dat zie je op andere plekken weleens anders. Hij lijkt in veel opzichten op andere kerken in het Brabantse, maar heeft weer niets van de majestueuze kerken die door bouwmeester Kuypers zijn neergezet. En ja, ook deze kerk viel ooit in handen van de hervormden. In 1629 werd de eerste dienst van die stroming gehouden in de St. Jan. Pas in 1810 kregen de katholieke gelovigen met dank aan Napoleon hun eigen kerk en bisdom weer terug.
Een paar jaar later vloog de westertoren (nee niet die in de hoofdstad…) in brand. Twaalf jaar later was de schade pas hersteld. Maar toen was er meteen een heel klokkenspel in gehangen, een oude wens van de katholieke gemeenschap. U ziet, ik heb mijn huiswerk gedaan. Tijdens ons bezoek zagen we nog een expositie over de Lijkwade van Turijn. Interessante expositie over een van de meest bediscussieerde zaken uit de katholieke geschiedenis. Maar hoogst interessant ook. Na al die jaren dus toch bezocht. En weer het e.e.a. bijgeleerd. Ook dat is nuttig. Want wie niets meer (bij) leert is klaar om er definitief mee op te houden. En dat was ik niet van plan. Maar dat waren al die ‘belangrijke en rijke lieden’ die in de St. Jan begraven liggen ook niet. Geeft te denken…..
Op het tripje dat we onlangs maakten met onze vriendjes uit de polder kwamen we ook dit keer traditiegetrouw bij elkaar op voor beiden een uurtje rijden van de resp. woonomgeving. Die ontmoetingsplek ergens in het noorden van Brabant. Dat doen we al een paar jaar zo en het werkt prima. Lekker een bakkie doen met een taartje bij de lokale banketbakker en daarna naar een daar gelegen super-discount-store waar we altijd met iets naar buiten komen wat we voorheen nooit zelfs maar zouden hebben overwogen te kopen. Geweldige winkel met een enorm breed aanbod. Daarna gaan we dan door naar de bestemming van onze trip. Dit keer ging dat iets anders dan gepland. De auto zetten wij bij die ontmoetingen altijd neer voor de grote katholieke kerk van dat Brabantse plaatsje. Gemakkelijk te vinden en de auto veilig onder de ogen van de lokale parochie. Deze maal werden we bij terugkeer verrast. Tientallen leden van een landelijk bekende motorclub hadden zich verzameld rond een lijkwagen.
Bij aankomst daarvan werden de vele Harley’s even op volle toeren hoorbaar gemaakt. Indrukwekkend.
En de parkeerplaats kende maar een enkele uitgang. Op enig moment beende een van de stevige motormannen op ons af. Dat voelde niet goed. Angst is een slechte raadgever, maar ook ik lees de kranten… Het viel mee. De man sprak ons keurig netjes aan. Of we ook bij de familie behoorden. Dan konden we nu evt. naar binnen. Wij vertelden dat we met onze auto’s vast stonden op de parkeerplaats en er graag uit wilden. Geen probleem, hij regelde dat even. Twee tellen later was er een uitgang van de parkeerplaats vrijgemaakt en reden we langs de opgestelde mannen. Dankjewel! Een stille zucht van verlichting verliet mijn keel…. Ach een beetje kwekken met zo’n man is prima, maar dit waren er wel erg veel……


Na deze kop voor dit verhaal weet ik al dat een deel van de lezers zal afhaken. Al was het maar omdat iedereen zo zijn of haar eigen waarden hanteert op dit gebied. En ik zie door de generaties heen ook grote verschillen onder ouders bestaan. Maakt niet uit van welke volksstam je afkomstig bent, welk geloof je aanhangt of dat je afkomstig bent uit een rijk of arm milieu. Ettertjes kom je overal tegen en heel wat kinderen groeien op in de gedachte dat het leven slechts bestaat uit de drie m2 die zij zelf in dat eigen wereldje uitmaken. Het valt niet te verklaren dat kinderen ‘alles mogen’ en vrijwel niets meer ‘hoeven’. Hoe anders was dat in onze jeugdige tijden. Opvoeding was gemiddeld genomen streng. Ouders en opvoeders schroomden niet om met harde hand discipline te brengen bij hun nageslacht. Geen geduvel, geen kwajongensstreken, je kon een pak slaag verwachten.. Op school niet anders. De katholieke broeders waar ik indertijd mijn scholing genoot hielden de knoet er goed onder.
Elke afwijking van regels of gedrag werden streng en soms stevig fysiek bestraft. Maakte niemand zich druk over. Kinderen moesten gehoorzamen en werden nog lang niet gezien als prinsen of prinsesjes zoals je dat nu zo veel ziet. Het ego-gedrag dat sommige moderne kinderen laten zien was ons vreemd. Je wilde overigens ook graag leren ‘voor later’. Je wist dat je gedoemd (..) was te gaan werken en als je dit dan deed was een goede opleiding nodig. Ouders namen zichzelf vaak als voorbeeld. De geslaagden of de minder bedeelden. ‘Zie hoe het mij verging, als jij nu gewoon lekker doorleert kom je een stuk verder (of tenminste net zo ver als ik)’. Huiswerk diende gedisciplineerd gemaakt te worden, en wie met een slecht rapport thuiskwam hoefde niet te rekenen op veel begrip. Je kreeg dan gewoon ‘op je lazer’. En dan trof ik het thuis nog niet eens zo slecht. Slaan was meer mijn moeder dan mijn ‘leenvader’ voorbehouden. Mijn moeder kon niet goed tegen dwars liggen en haar karakter was er een met een kort lontje. Deed je wat ze wilde was alles tof, maar o wee als je eens dwars lag. Nu haalden we dat niet eens zo vaak in ons hoofd hoor. Maar aan tafel kon het wel eens leiden tot stevige discussies als we iets moesten eten wat wij echt niet lustten en Ma er toch op bleef aandringen dat we het spul naar binnen zouden werken.
Qua kookkunst en smaak hield ze meer rekening met de smaak van haar partner dan met die van ons. Ik heb wat de meest vreselijke groenten naar binnen gewerkt met behulp van appelmoes of glazen water. De oorlogstrauma’s speelden daarbij en rol. Maar toen ik eenmaal de deur uit was gegaan, werden door mij heel wat van die groenten in de ‘ban’ gedaan en nooit meer gegeten. Maar aan de andere kant, ik was en ben best blij met wat me toen is bijgebracht. Sociaal denken is een voordeel, kritisch kijken naar wat je wordt voorgeschoteld ook. Een zekere creativiteit ook en natuurlijk de wens en het verlangen om er in het leven iets van te bakken. Verwend werd ik nooit. Dat paste ook niet bij die tijd en al helemaal niet bij ons gezin. Intussen kijk ik naar een groepje jonge puberjochies die met steentjes staan te gooien naar een vuilcontainer in de straat, daarbij natuurlijk ook geparkeerde auto’s rakend. Hun ouders letten niet op, of kijken naar een andere kant weg. Want stel je voor dat je ze moet aanspreken op dit gedrag…….Nee, dat past niet in de huidige tijd. Prinsjes zijn het. En die moeten bij voorbaat al bejubeld worden. Ook als het gewoon ettertjes zijn……



Hij oogde niet echt oud. Jaar of 40/45. Vlot type, T-shirt, zo’n hangende jeansbroek zonder riem waardoor zijn merkboxerband zicht- en leesbaar was. Kale kop, net als ik. Hij stonk naar drank. Niet dat me dat nu meteen zorgen baarde, maar om half elf in de ochtend is mij persoonlijk wel erg vroeg. Hij stapte hijgend na mij de lift in van het gebouw waar ik voor familiebezoek te gast was. Moest een paar etages lager zijn. Zodra de lift zich in beweging zette begon hij tegen me te praten terwijl hij zijn smartphone uit zijn broekzaak opviste. ‘Tis toch wat he’, zei hij met tamelijk luide stem, licht hijgend nog steeds, ‘vroeger had je helemaal geen benul van het bestaan van die dingen, je had het ook niet nodig. Maar nu, je ken nie zonder he.’. En om het bewijs te leveren van nut en noodzaak ging het ding af en drukte hij op drie of vier knoppen om een gesprek aan te nemen. Lukte niet. Misprijzend keek hij naar het op zich slimme ding. Toen naar mij. ‘Nou dat wordt terugbellen……’zuchtte hij. De alcoholwalm kwam me tegemoet. Intussen had hij zijn etage bereikt en stapte uit. Wenste me een geweldige dag verder en liep naar de toegangsdeur van de hal waar ook de lift zijn tussenstop had gevonden.
Ik vervolgde mijn reis, hangend aan de liftkabels, naar een paar etages hoger. Dacht na over wat hij zei. Ik ben, ik schat het netjes in, twintig jaar ouder dan de betrokken vent, weet ook nog dat we geen smartphones hadden of diens voorgangers. Maar ik weet ook dat ik mijn eerste mobieltje een jaar of twintig geleden toevoegde aan de spullen die behoorden bij werkstatus en gemak. Je kon met die eerste dingen vooral bellen. Handig onderweg, al waren de batterijen dan vrij snel leeg. Maar ik was ook veel in het buitenland en dan was die telefoon ook mijn levenslijntje naar de thuisbasis. Later kon je sms-sen, dat was een prachtige toegevoegde waarde. Met een handsfree-set was er met die toestellen ook in de auto te bellen. Het comfort en gebruiksgemak werd er steeds groter door. Om over te gaan in die smartphone-generatie waardoor ik nu een toestel heb waarmee ik betere foto’s maak dan met veel van mijn compacte digitale camera’s, mijn socials bedien, een agenda bijhoudt, kijk hoe het weer onderweg zal zijn, het laatste nieuws kan bijhouden zodat de kranten overbodig werden en ook nog kan mailen en whatsappen.
Het ding helpt me via satellieten bij het reisroutes kiezen, zoekt of boekt de dichtstbijzijnde restaurants als dat nodig is of de benodigde parkeergarages. Kortom, Smart is echt Smart en ik geniet daarvan. Met dank aan zoonlief die me aan die machinerie wist te helpen. Kostte wat moeite maar eenmaal over stag ben ik een adept. Ik kan me niet eens meer voorstellen hoe het is zonder…… De Smartphone verving veel wat vroeger allemaal apart moest worden bijgehouden. Kortom, geweldige dingen. En oh ja…..je zou er ook mee kunnen bellen natuurlijk. Mits je weet waar de knop zit om aan te nemen. En daar ga ik net als die liftreiziger onlangs ook vaak de mist mee in. ‘Kan altijd terugbellen’ is dan ook mijn conclusie. Maar of dat nu zo ‘smart’ is…?