Weet je wat ik meestal vervelend vind? Nee? Nou dat je op voorhand al weet wat het einde van een verhaal is als je er nog aan moet beginnen. Geldt voor tv-series, films, boeken of exposities. Exposities zal je denken? Ja, uitstallingen van zaken die met een verhaal van doen hebben. Een zo’n expositie bezocht ik onlangs. In de hoofdstedelijke afdeling van de Russische Hermitage waar het altijd goed toeven is als men weer eens een of meerdere tentoonstellingen voor het publiek heeft georganiseerd. Onlangs ging een daarvan over de familie Romanov. Dat was de tsarenfamilie in het Rusland van tot pakweg 100 jaar geleden. Machtige heersers die vooral aan de macht kwamen doordat ze die zichzelf hadden toebedacht en deze macht kostte wat het kost wilden vasthouden.
Met alle gevolgen van dien. Rijkdom corrumpeert en het volk leed in die tijd onder extreme armoede, gebrek aan scholing en/of enige vorm van medische zorg. De Russische adel had het goed, heel goed en de Romanov’s waren zelfs zo rijk dat de meeste van hun paleizen ver uit torenden boven die van de grootste vorsten in de rest van Europa. De afstand tot het volk was derhalve zo groot dat men geen idee had van alles wat afwijkend was of revolutionair en als men daar al iets van wist werd het opgeruimd. De straffen waren meedogenloos en streng. Daarbij hadden de tsaar en zijn familie meestal helemaal geen tijd om zich met het volk te bemoeien. Zelfs grote rampen namen zij ter kennisgeving aan, het te organiseren bal ter ere van het een of ander ging altijd voor.
Deze afstand werd de familie uiteindelijk fataal. Zeker toen de Eerste Wereldoorlog door gebrek aan inzicht voor de Russen zeer slecht verliep, kregen de revolutionairen vat op de samenleving en wisten ze hele groepen mensen aan zich te binden. Marx, Lenin, en hun trawanten kregen het vuurtje brandend, niet in de laatste plaats doordat de tsaar volkomen verkeerd reageerde op de ontwikkelingen. Uiteindelijk werd hij met zachte dwang aan de kant geschoven en namen de bolsjewieken de macht in Rusland over. Het lot van de familie Romanov was daarmee bezegeld. Op een kwade dag in 1918 werd deze afgeslacht. De haat was zo groot dat zelfs de hondjes werden vermoord. Nog steeds is dit een schandvlek op het blazoen van het Rusland van toen. Maar wat daarna zou volgen onder verantwoording van de volgers van Lenin of Stalin was zelfs met de minst kritische benadering van de doctrine die het tsarisme opvolgde, niet te bevatten.
Neemt niet weg dat de expositie in de Hermitage er een is van groot belang, veel interesse, en je daar zaken ziet die je niet voor mogelijk houdt. Een van de zalen van het oude gebouw aan de Amstel is omgevormd tot een kopie van de befaamde Passage in St. Petersburg, inclusief winkelruiten waarachter spullen uit die periode. Hoe bloederig het einde, het verhaal van de tsarenfamilie moet je toch even gaan bekijken. De expositie staat nog tot 17 september dit jaar in de Hermitage ter beschikking. Daarna moet je afreizen naar Rusland om bepaalde onderdelen ervan te kunnen bekijken. Maar, dit is echt een aanrader! Doen. Heb je een MJK? Neem dan een combikaart en maak gebruik van de kans om drie exposities in een keer mee te nemen en een audiotour. Meerprijs is dan E. 2,50. Meer dan de moeite waard! En die afkeer van het einde kennen verdween als sneeuw voor de zon.

Weet je nog dat ik een paar weken geleden in een blogverhaaltje aandacht vroeg voor mijn vriend Hans die samen met zijn vrienden de omgeving van Soest onderzoekt met zo’n metaaldetector? Vast toch? Nou die toen beschreven expositie is een succes! Het trekt heel wat mensen naar het Museum Soest die daar normaal niet zo snel zouden binnen stappen. En dat gun ik Hans ook zeer. Hij staat niet voor niets soms week in week uit in zijn speciale outfit in de modder te trappen om zaken te vinden die voor ons en wellicht toekomstige generaties van belang zijn. En ook een geschiedkundig belang dienen.
En over gebruik gesproken, naast talloze pijpenkoppen (de meest gevonden bodemschatten in ons land) vindt Hans ook klosjes die werden gebruikt om wol te spinnen, maar ook allerlei godsdienstige (lees Christelijke) uitingen. Ringetjes, oud gereedschap, kogelhulzen, oude spijkers, maar ook troep die op het oog niets waard is, maar wel goed vertelt hoe de ontwikkeling van de techniek ging in de loop der jaren. Een oud automodel van ver voor de oorlog. Er zit geen lak meer op en de bodem is verdwenen, maar de carrosserie verraadt dat het een oude Amerikaanse auto op schaal was vanuit de jaren dertig. Ooit verloren speelgoed van een wat rijker kind.
Hans legde ons tijdens het bezoek aan zijn (..) expositie ook uit hoe die bodem op zich in elkaar steekt. Er hangt een soort doorsnede van de grondlagen aan de wand en daarbij zie je dat hij met zijn vrienden in de bovenste lagen van de aarde onder hem woelt. Daaronder zit een zandlaag (typisch voor die omgeving) en daaronder een keiharde laag met allerlei sendimenten van vroegere planten en desnoods bouwsels uit de pre-historie.
Wat dat spuiten betreft, heel aardig is ook dat in het Museum Soest nu ook een leuke maar bescheiden collectie te vinden is over de Brandweer Soest. Van modellen tot een oer-oude waterpomp, communicatie-apparatuur en zo meer. Ben je er toch, kijk dan ook even bij die collectie rond. Je staat verbaasd over hoe primitief die vuurbestrijders hun taken erg lang hebben moeten doen. Kortom, oud is leuk, meuk is geschiedenis en van die historie kunnen we veel leren. Ik deed dat ook, met Hans als gids. En dat werd een leuke zaterdagmiddag. Tot begin juli loopt deze expositie nog in Soest en als je er heen wilt moet je het wel een beetje gaan plannen. Maar heb je gegarandeerd ook een aardige middag.
In onze wijk zijn een paar jaar geleden van die ondergrondse vuilcontainers geplaatst. Beetje graafwerk en hup. Nieuw systeem, werkt prima. Maar ik ontdekte onlangs ook dat de bewoners ergens na de jaarwisseling hun oude kerstbomen van de ‘afvallende naaldensoort’ keurig naast die containers plaatsen. Niet de bedoeling, maar toch. Overigens worden die containers vaak ook oneigenlijk gebruikt. Een van de aannemertjes uit onze buurt wil nog wel eens een halve aanhanger spullen in dat ding dumpen, kennelijk om zich een ritje grofvuil-stortplaats te besparen of zo. Hoe dan ook, die kerstbomen deden me ineens terugdenken aan een heel andere tijd. Dik vijftig jaar geleden. In de huizen uit mijn jeugd stonden ook bomen. Niet van die Nordmannen of andere dure soorten, maar gewoon kerstbomen. Die dingen stonden er van pakweg een week voor de kerst tot een dag of tien later. Mooi opgemaakt met engelenhaar en ballen. Maar omdat we vrijwel allemaal met kolen stookten (olie en gas moesten nog worden uitgevonden..) werden die bomen kurkdroog en lieten al snel hun prikkende naalden vallen. Reden om ze direct na de kerst de deur uit te mikken. Die enkele uitzondering daar gelaten. En daar op straat was een cultureel evenement aan de gang dat je tegenwoordig niet meer zo ziet.
De zgn. kerstbomenjacht. Jongelui, ik ook, stroopten de straten af voor de afgedankte bomen, verzamelden en bewaakten ze daarna. Want dat oude groen ging dienen als brandstof voor het oudejaarsvuur dat in veel van die buurten gewoon midden in de straat werd ontstoken om 12.00 middernacht tijdens de Oudejaarsviering. Spannende dagen, want je moest bijna militair denken rond die bomenjacht. Je werd benoemd door de grotere jongens als ‘jager’ of als ‘bewaker’. En dat was nodig ook, want in belendende straten en buurten deed men precies hetzelfde en wie de grootste berg bomen bezat had ook het grootste vuur. Er wilde nog wel eens een knokpartijtje uit voort komen. Gelukkig was het een fenomeen dat iedereen in onze straat aansprak, dus de jonge lieden die als automonteur of smid in de buurt actief waren wilden wel een handje bijsteken als het op vechten aan kwam. En dat maakte veel verschil.
Net als de pluimpjespistolen en geweren die we bij de bewaking van die bomen gebruikten. Dwong respect af. Als ik het nu terughaal voor dit blog denk ik wel eens, jeminee, wat een risico voor die verrekte bomen…. Maar een fenomeen was het en als ik nu wel eens kijk op Google of Wikipedia zie ik dat het ook in andere steden en dorpen in die jaren heel normaal was. Toen ik die straat verliet om elders te gaan wonen was ik ook niet meer op de hoogte van hoe men dat met de kerst allemaal regelde. In de nieuwe woonbuurt kwam het niet voor, daar woonden geen jongelieden die er mee bezig waren. Ik hoorde het nog wel eens van mijn ouders. Die woonden in die periode na een verhuizing juist op dat punt in die straat waar wij vroeger de vuren stookten. En dat maakte soms nerveus, zo’n groot vuur voor de deur. Intussen is het ondenkbaar geworden. Overal staan auto’s en scooters, de huizen zijn allemaal gekocht door mensen met een andere mentaliteit of afkomst. Nee, geen bomen meer en al helemaal geen vuren. Men zet ze gewoon bij de vuilcontainer. En niemand die er naar omkijkt. Er is veel veranderd in de loop van al die jaren….
Mensen onderscheiden zich van de gemiddelde hond, aap, kat of mier door een paar extra vermogens die maken dat wij ons zelf als superieure wezens in de ‘schepping’ of evolutie beschouwen. Zo denken wij (in veel gevallen) na over wat we doen, maken muziek, bouwen hele steden of landen, voeren oorlogen en zijn in veel gevallen tevreden met slechts een enkele partner. Maar wat ons ook onderscheidt van de dieren om ons heen, wij kunnen lopen. Op twee benen wel te verstaan. Een kind wordt al beoordeeld op het vermogen zo snel mogelijk op die twee pootjes te kunnen rond hobbelen en als het wat groter en halfvolwassen is op denkbeeldige exemplaren zelfstandig het leven in te gaan. Dat lopen lijkt dus vanzelfsprekend maar is het bepaald niet. Om te zien hoe bijzonder dat vermogen is moet je eens op een terrasje gaan zitten kijken naar wat er zoal voorbijloopt. En dan vooral naar het hoe!
Elk mens heeft zijn eigen stijl. Je ziet schuifelaars, wijdbeners, x-beners, heupwiegers, mensen met een kromme rug, anderen met een rechte en de nodige zwaaiende armen. Er lopen er tussen met een vorm van chimpanseegedrag, armen wijd en een soort opvanghouding voor alles wat om hen heen beweegt. Mensen hobbelen, hinken, rennen of wat voor vorm van voortbeweging je ook maar wilt bedenken. Het is het gevolg van de evolutie. Want wij stammen allemaal af van een naakte aap of oermens die op handen en voeten liepen. We klommen in bomen, we deden allerlei zaken die we nu als primitief beschouwen. En de vrouwtjes showden met dat wat hun mannetjes kon aantrekken. De billen en later borsten, showen, pronken, dus aantrekken maar. Wie nu in het rond kijkt ziet dat gedrag nog steeds. De billen worden geaccentueerd door de vrouwtjesmensen die op zoek zijn naar erkenning, de borsten pront vooruit, de lipjes getuit. Kleding daarop aangepast.
Vrouwlief wilde er graag een keer heen. Het Zwolse Museum De Fundatie. Aan de buitenkant van het centrum gelegen, niet ver van het station daar. Direct herkenbaar aan de ‘tulband’ die dient als bovenste deel van een verder prachtig en stijlvol gebouw. Regionaal museum voor kunst en cultuur. Vol kamers en zalen en in die tulband bij mooi weer een aardig uitzicht over de oude provinciehoofdstad Zwolle. Onlangs waren we daar dus, de trein bracht ons er in een uurtje reistijd. Het was heel erg nat buiten, het zicht beperkt tot pakweg 100 meter en dat niet zozeer door mist maar door een constant vallende motregen. Zwolle glom, niet van trots. Wel van de nattigheid. Het museum bood uiteindelijk warm onderdak. Er liep een expositie rond het ‘Zie de mens – 100 jaar, 100 gezichten’ thema. Op zich interessant, maar uiteindelijk niet zo aan ons besteed. Het was mij zeker te somber allemaal en wat ik zag van beroemde kunstenaarsnamen deed me huiveren bij het idee dat daar door liefhebbers en musea grof geld was betaald.
Ik zou het niet in de kamer willen hebben staan of hangen. Het was er ondanks dat aardig druk. Leek wel of half (bejaard) Zwolle was uitgelopen voor deze expositie. Even de bordjes lezen bij de verschillende objecten bleek vrijwel onmogelijk. Nou ja, het zorgde wat ons betreft voor een snelle rondgang. We beklommen de vele trappen in het museum om boven in die tulband nog even te zien wat daar zoal was uitgestald. Het was vrij modern allemaal en zeker qua onderwerpen onherkenbaar. Leuk voor de liefhebber, maar wederom niet voor mij of vrouwlief. Omdat ook het uitzicht op de stad door de regen werd verpest, namen we al snel het besluit om het museum maar te verlaten. We hebben het nu tenminste gezien. We weten waar het ligt en wat je in die tulband kunt bekijken. Niet echt onze smaak. Gelukkig was het centrum vlakbij en vermaakten we ons nog even in de schitterende boekhandel Wanders en bij de bekende banketbakker van Orsouw aan de Grote Markt. Daarna namen we de trein en reden terug naar het westen. Waar het nog net zo nat en grauw was als in Zwolle. Geen weer om in te lijsten. Maar ja, herfst!
Elk jaar kijk ik graag een beetje terug naar wat we zoal deden in zo’n kalenderjaar als het huidige. Omdat een mens zoals ik dat ben, zoveel onderweg is en niet schroomt om dan even een paar uurtjes rond te rijden in ons land of daar buiten. Het ene jaar reiken of reizen we dan soms verder dan in het andere. Door de jaren heen hebben we zo heel wat plekken leren kennen die we normaal nooit zouden hebben gezien of bezocht. Je moet er iets voor over hebben, maar dan leer je de leukste plekken in binnen- en buitenland goed kennen. Dat doen we overigens ook per trein, bus, fiets of gewoon lopend hoor. De auto is er voor de andere stekjes die we op de agenda zetten. Ik zet ze toch eens achter elkaar. Geteld tot eind medio november dit jaar…
Duivendrecht, Mijdrecht, Haarlem, Aalsmeer, Weesp, Wormer, Purmerend, Volendam, Amstelveen, Naarden, Uithoorn, Almere, Diemen, Sassenheim, Noordwijk, Katwijk, Rijnsburg, Goudswaard, Roosendaal, Oud-Beijerland, Hoofddorp, Soest, Hilversum, Baarn, Bunschoten/Spakenburg, Soesterberg, Eemnes, Leiden, Schiphol, Kleve, Hoorn, Breukelen, Dongen, Eindhoven, Vught, Zuid-Beijerland, Zierikzee, Abcoude, Heinsberg, Amstelhoek, Woerden, Ter Aar, Oude Meer, Waddinxveen, Zwanenburg, Bocholt, Deventer, Twello, Teuge, Voorthuizen, Den Bosch, Utrecht, Bilthoven, Lelystad, Harderwijk, Hardenberg, Nordhorn, Denekamp, Scharendijke, Ouddorp, Valkenburg (ZH), Rosmalen, Wijk en Aalburg, Heusden, Woudrichem, Gorinchem, Leerdam, Edam, Beek (GLD), Hendrik-Ido-Ambacht, Nieuw-Lekkerland, Zeewolde, Driemond, Aken, Heerlen, Herzogenrath, Geldern, Zwolle, Laten, Lage en Hoge Vuursche….
Natuurlijk hebben we soms echte en serieuze redenen om die plekken te bezoeken. Een markt, vrienden, familie, musea, speciale winkels, bedenk het maar. Soms kwamen we er ook zo maar toevallig langs en besloten er dan toch maar even een kijkje te nemen. Het is ook slechts een aardige doorsnede van onze reislustigheid in deze vaderlandse streken of net achter de grens. Sommige plaatsen bezochten we diverse malen, andere slechts een enkele keer. Kan volgend jaar zo maar anders zijn. En de score van dit jaar wijkt weer voor 50% af van die in vorige jaren. Daarbij, vrouwlief en ik reizen soms ook nog wel eens apart ergens heen. Ook dat moet kunnen. Hoe dan ook, we zijn op onze manier lekker druk en dat is ook een oorzaak voor soms wat minder aandacht voor het geschrevene op dit en uw blogs. U wilt mij wel vergeven mag ik hopen? De auto wacht al weer….een volgende bestemming lonkt…
Een van de oudere musea in de hoofdstad is het Allard Pierson. Nummer drie in de aangekondigde reeks musea die we in oktober aandeden. Tegenwoordig gevestigd aan de Turfmarkt in het gebouw waar vroeger ooit de Nederlandsche Bank te vinden was. Prachtig museum met een ronduit schitterende Egyptische collectie. Die was de reden om er eens binnen te wandelen. In extreme rust kijken naar die fraaie oude cultuur is een genoegen. En het museum stalde de boel prettig uit. Voor Egypte hoef je geen trap op of af, al is het officieel op de eerste etage gevestigd. Daar waar ook de kassa zit. Klein klimmetje nodig vanaf de ingang. Het is en blijft toch bijzonder om te zien hoe ver die Egyptenaren uit het pre-islamtijdperk al waren. Duizenden jaren geleden al een machtig land met grote vorsten die bij hun status behorende bouwwerken oprichtten en er een redelijk consistente religie op na hielden. Zij geloofden minder in goden die ze niet zagen, meer in aardse zaken die ze als goddelijk ervoeren. De graftempels waren enorm, de bekende Pyramides zijn daar een mooi overblijfsel van. Tijdens ons bezoek liepen er twee specifieke exposities die aansloten op hetgeen hier het hoofdthema is.
Onder de titel ‘Ontmoetingen met de Oriënt’ kwamen deze keer twee zeer actieve onderzoekers en Egyptologen aan de beurt en onder de aandacht. De Brit Flinders Petrie die leefde van 1853-1942 en als grootste schatgraver in Egypte bekend zou worden. Hij vulde met zijn vondsten heel wat museumcollecties. Een andere pionier was Emilie Haspels. Een Nederlandse archeologe die zich vooral richtte op culturen die ooit in het midden van Turkije leefden en daar heel wat wetenschappelijk waardevolle vondsten bloot legde. Zij overleed in 1980, maar liet een geweldige hoeveelheid materiaal en kennis achter waar veel musea nu nog plezier aan beleven. Iets dieper in het Allard Pierson is een afdeling te vinden waar je zelf zou mogen meehelpen om van scherven een echte oude pot te maken. Of een stenen pijp. Allemaal vondsten uit de Amsterdamse bodem, waar men ze vaak uit oude beerputten boven water haalde. Veelal tijdens nieuwbouwprojecten. Denk maar eens aan de metrobouw zoals die nu ook nog plaatsvindt. Wij waagden ons er niet aan, maar interessant was het wel.
Net als de manier waarop dit museum omgaat met kennisoverdracht aan kinderen. Er mankeert nogal wat aan de geschiedenisleer op scholen. En dus pakt het museum haar specialisatie beet en geeft workshops voor klassen vol kinderen die spelenderwijs kunnen leren hoe het leven was in de Egyptische tijd. Met Playmobil spullen en een hoop zelf tekenen of kleien. Maar dan blijft die kennis wellicht toch beter hangen. Wie zijn geschiedenis kent heeft in de toekomst nog iets te zoeken. Dolenden eindigen vaak in een zelf verzonnen verhaal of verwrongen beeld van die zelfde geschiedenis. De bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd. Allard Pierson is simpel te vinden tegenover de Rederij Kooij van de rondvaartboten en aan de andere kant van het water dat het Rokin scheidt van de Turfmarkt. Parkeren is hier niet mogelijk, het ov is de beste optie. Of je moet wandelen zoals wij dat altijd doen.
Het tweede museum dat ik onlangs binnen de periode van twee dagen bezocht was de Hermitage in Amsterdam. Het was de bedoeling om er al eerder heen te gaan, maar dat kwam er om e.o.a. reden steeds niet van. Maar uiteindelijk is het dan toch gelukt. Samen met onze Soester vriendjes op een mooie dag in oktober. ‘Catharine de Groote – Zelfgeslepen diamant’. In de sfeervolle Hermitage, altijd goed voor exposities van kunstzinnig werk uit het grote museum in Sint-Petersburg, Rusland. Tot en met 15 januari 2017 te bekijken, tegen een geringe meerprijs op je normaal gratis MJK-toegang.
De werken die men uitstalde zijn soms prachtig, maar de onderwerpen in veel gevallen wat minder fraai. Waren die mensen in die tijd zo lelijk of hadden de schilders hun dag niet? Catherina de Groote was een vrouw met twee gezichten. Eerzuchtig, steenrijk. Machtig, en invloedrijk. Ze kende de andere koningshuizen uit die periode en hield van corresponderen met filosofen als Voltaire en Diderot.
Catherina wilde de Pruisische koning Frederik verslaan waar het om kunst verzamelen ging en intussen verborg zij af en toe een minnaar of drie voor de buitenwereld. Of die allemaal tegelijk langs kwamen is de vraag. Maar dat zij dominant zal zijn geweest….het moet wel. Geslepen en glimmend was de geweldige tsarenkroon die stijf stond van de diamanten en parels. De uitgestalde kroon in de Hermitage is een kopie, stamt uit 2012, en is bedoeld om over de wereld te reizen. Het origineel vermoedelijk zo duur dat je dat risico niet durft te nemen om hem uit te stallen. Catherina is met haar voorkeur voor de kunst en de letteren ook actief geweest om al haar schatten onder dak te krijgen en zo stichtte zij 250 jaar geleden het Hermitage waaraan het Amsterdamse filiaal zijn naam dankt.
Erg aardig waren de monitoren met daarop te zien filmfragmenten van bekende sterren die deze in het echt niet al te fraaie vorstin ooit uitbeeldden. Marlène Dietrich, Jeanne Moreau, Catherine Deneuve, Catherine Zeta-Jones en Keira Knightley zetten soms een erg mooie tsarina neer. Mooier dan ze op die oude schilderijen bij de observator overkomt. Want complimenteus is anders. Maar ga zeker kijken als je interesse hebt in dit stukje geschiedenis. Al was het maar omdat je o.a. een kaart te zien krijgt waarop het Europa uit die tijd. Waarbij meteen opvalt hoe verdeeld en klein Duitsland was en hoe verscheurd het huidige Polen. En ook hoe goed die Nederlandse schilders uit de betreffende periode waren. Die hangen hier niet. Dat is meer voor een andere kant van het museum….Waar je zeker ook even heen moet gaan als je er toch bent…
Hij werd uiteindelijk slechts 70 jaar oud. Tellly Savalas, acteur die werd geboren als Aristotelis en zijn roots in Griekenland had liggen. In de VS vooral bekend als acteur en door zijn markante kop vrijwel altijd opvallend. Zijn meest bekende rol wellicht die van politieman Kojak. Kreukvrij, recht door zee, en in de jaren zeventig mateloos populair. Die serie liep precies vijf jaar. Hij kwam via zijn eigen radioshow de filmwereld binnen. En dat meteen met verve. 122 rollen in films en series op tv. Bekend werd hij o.a. in de oorlogsfilm ‘The Battle of the Bulge’, Kelly’s Heroes’, The Marcus-Nelson Murders en Escape to Athena. Zijn bijna vette lach, kale kop en sprekende ogen maakten hem geschikt voor rollen als schurk of juist het tegenovergestelde. Held met een knipoog. Charmant natuurlijk en dat was ook in zijn echte leven een reden om drie keer getrouwd te raken en bij verschillende vrouwen vijf kinderen te verwekken. Hij maakte ook het een en ander mee. Zoals een zeer ernstig auto-ongeluk toen hij in het leger zat. Telly Savalas was ook niet bereid tot het doen van concessies als hij ergens heen moest reizen. Er werd door hem niet gevlogen. Te veel angst voor die vliegende toestellen. Dus als je hem in Europa wilde laten acteren om maar iets te noemen, kwam hij per boot. Dat was veel producenten toch te ingewikkeld en zo liep hij nog wel eens een belangrijke of interessante rol mis. Zijn broer George Savalas was trouwens ook acteur en was o.a. te zien in de beroemde serie Kojak waar hij naast Telly detective Stavros uitbeeldde. Telly Savalas overleed veel te vroeg natuurlijk. In 1994, aan de gevolgen van prostaat- en blaaskanker. Triest einde voor een man die toch voor de filmindustrie best belangrijk is geweest. Ik kwam zijn verhaal tegen toen ik wat achtergrond informatie zocht voor de Buick Century Regal 1973 waarmee hij altijd reed in Kojak. En dan denk je ‘Oh ja, hij…’ en bedacht ik me dat een klein eerbetoon aan deze acteur moest kunnen. Hebben jullie zelf ook nog herinneringen aan deze man?? Vertellen hoor…..
Die Museum Jaar Kaart heeft als groot voordeel dat je een interesse die je toch al bezit, verbreding van de kennis om zo een beter oordeel te kunnen vormen over de invloed van de geschiedenis op ons aller heden en toekomst, nog wat kunt uitbreiden. En zo was ik onlangs in twee achter elkaar liggende dagen binnen in maar liefst drie musea. Ik zal er hier in de komende blogs nog even verslag van doen, want die exposities onderscheiden zich nogal in aanbod en uitvoering. Het eerste museum dat ik bezocht was er een dat ik nooit eerder van binnen zag; het Singer Museum in het chique Laren. Men had er een alleraardigste expositie binnengehaald die als thema had de verzamelaar en kunsthandelaar Buffa die ooit een aardige winkel bezat in de hoofdstedelijke Kalverstraat. Kom daar nu nog maar eens om op die plek. Het Singer vraagt een kleine toeslag op die expositie en dat is gezien het gebodene wellicht iets overdreven, maar goed. Je bent in goed gezelschap van een kunstkenner en oud-blogger die me na een jaar of 4/5 weer eens wilde zien om wat bij te praten. De expositie bood wat aardige werkjes, o.a. van Kees van Dongen, maar ook veel somber ondefinieerbaar werk waar ik dan niet echt enthousiast over werd. Ik wil graag herkennen wat ik zie en somberheid is niet zo mijn ding in de kunst. 