
Volgens van Dale staat het begrip ego voor een (stevig) gevoel van eigenwaarde. Als iets gegroeid is de afgelopen jaren dan juist dat! Vrijwel iedereen lijdt aan een steeds maar groeiend ego zo lijkt het. De selfiecultuur geeft dat al goed weer, maar zeker ook de uitingen in sociale en andere media. Mensen oreren vooral over zichzelf en zien zich daarbij als het centrum van de wereld. Het feit alleen al dat ik mij in een kring van mensen mag bewegen die op sociale media of eigen blog actief zijn bewijst de stelling. Wie geen last heeft van een te vergroot ego laat zich daar niet gelden. Er is uiteraard enig verschil in de manier van uiten. Zo lijkt Twitter op een soort open riool waar iedere zichzelf als heel belangrijk mens profilerende medeburger een reactie geeft op zaken die hem/haar al dan niet bevallen. Veelal in termen die men in normale gesprekken niet zou uiten. Maar ook de reactiekaders bij de traditionele media die zich op het www uiten worden vaak bevolkt door mensen die de eerste beginselen van fatsoen uit het oog zijn verloren en alleen maar bezig zijn met de wedstrijd wie de meeste beledigingen kan stoppen in een paar korte zinnen. Soms gaat men vanuit dat ego zo ver dat er ook wordt bedreigd.

Hoe dat werkt kunnen de ‘slachtoffers’ je feilloos uitleggen. Wie een stevige mening verkondigt moet overigens niet raar kijken dat er altijd lieden zijn die menen dat je benen breken of dat een of andere ernstige ziekte jou en je familie moge treffen het beste antwoord is op wat jij zoal durft te verkondigen. Overigens zonder dat ik nu meteen dadergroepen aanwijs hoor. Ik heb op dat punt met enige verbijstering gelezen wat voor- en tegenstanders van Zwarte Piet elkaar toewensen. Het is beneden elk peil. Maar het ego van de schrijvers werd er vermoedelijk wel door gestreeld. Ego is ook in de politiek van toepassing. En er zijn politici die daarvan leven. Hun ego steekt boven de middelmaat uit en zij hebben naar eigen idee de waarheid in pacht. Denk aan figuren als Pechtold of Klaver, maar ook nieuwkomer Baudet kan er wat van. Het zal bij het spel horen in die beroepsgroep, maar soms is dat gedrag echt stuitend. Ik stel mij altijd voor hoe ik met deze mensen zou omgaan in een meer normale werksituatie bij een commercieel bedrijf. Er zou zeer stevig worden gesproken met dit soort types. Echt in de smaak vallen ze maar zelden.

Ook in de schijnwereld van de TV maak je ze mee. De ‘nulmensen’ die als zelf benoemde BN-ers verhalen vertellen die niet interessant zijn maar voor hen de ultieme uiting van hun eigen gevoel van waarde. Zij doen er toe en ze krijgen het platform om hun wonderlijke meningen of adviezen te spuien. Ik heb zelf daarom maar het begrip nulmensen geintroduceerd voor die types. Veelal afkomstig uit de kringen van DWDD maar ook bij RTL kent men dit soort lieden. Ze worden gekatapulteerd richting het ‘gewone publiek’ alsof ze de Messias zelf zijn. Waarbij je wellicht moet nadenken over hoe die volgens de media van het jaar 30 van onze jaartelling zelf zijn PR verzorgde en zijn ego dienstbaar maakte aan de mensheid van toen. Wijsheid, en dan bedoel ik de puurste soort, is zelden voorbehouden aan mensen met een groot ego. Het is het een of het ander, samen gaat dat zelden. Nou ja, een enkele keer, zoals bij mij. Maar dat weet u als lezer intussen wel…

Als ik haar tijdens een party, receptie of in een kroeg zou zijn tegengekomen, had ik haar door haar goed verzorgde uiterlijk en redelijk strakke kleding vermoedelijk zelfs als leuk en vrouwelijk omschreven, maar dat beeld werd nu direct geweld aan gedaan door haar gedrag. Locatie; een restaurant waar we ergens theedronken en een broodje aten. De vrouw zat schuin naast me, aan een belendende tafel en koesterde met alles wat ze in zich had aan liefde een klein kleutermeisje. Al snel wist ik dat het kind 2,5 jaar oud was. Erg bewegelijk en luidruchtig. Van wie ze dat had bleek al snel. Van haar oma volgens mijn inschatting. Want die vertelde alles net even te luid voor alle andere mensen in dit restaurant. Sprak met een jonge vrouw aan weer een andere tafel met een soortgelijk kind, maar vooral toch tegen zichzelf. Op een toon die je ook wel eens hoort bij mensen die menen dat alleen hun hond een vorm van intelligentie heeft die zelfs Midas Dekkers nog zou verwonderen. Hele gesprekken met het kleine meisje, maar weinig correctie. Al snel wist het restaurant dat oma zo trots was op haar kleine ‘baby’ en ook zo blij dat ze een paar dagen per week op die kleine mocht passen.
Het gaf haar telkens weer een goed gevoel. Omdat die kleine zo slim was en zo lief. Slim was de kleine zeker, want ze wond oma zo om haar vingertje. Lief was een tweede. Maar ja, leeftijd en zo meer. Oma bleef maar oreren. Haar hele dagelijkse leven kwam voorbij. Toen ze in dat restaurant ook nog eens iemand ontdekte die ze van het werk kende was het hek helemaal van de dam. Hele verhalen en intussen de kleine meid behandelend als een volwassene. Ik dacht er het mijne van. Net zoals ik dat doe bij mensen die zoals ik al beschreef in gezelschap constant met hun hond aan het kakelen zijn. Dat ze zoiets thuis doen, het zal me roesten. Moet je zelf weten en ook ik wil wel eens praten met de poezen hier, maar dan vooral om complimenten uit te delen voor hun grote mensenliefde en bereidheid ons gezelschap te dulden. Als personeel ken ik mijn plek. Maar in het openbaar? Never-nooit. Ook nooit gedaan.
Daarbij, pochen is me vreemd. Dus dat deed ik in het verleden ook niet. Ons kind was weliswaar het mooiste, slimste, snelste, liefste en intelligentste, maar dat ging ik echt niet luidkeels in de Hema of Bijenkorf staan of zitten verkondigen. Nee hoor, niks voor mij. Maar deze dame die ik moest dulden aan een belendende tafel had geen enkele schaamte op dit punt. Haar kleinkind was het centrale draaipunt in haar wereld. Om dat kleine meisje ging het, de rest telde niet. Nou ja, wel om oma zelf die graag de aandacht op zich vestigde. Gelukkig ging ze halverwege het door mij te consumeren broodje weer op stap. Vertelde precies en tot in detail dat ze nu haar jas aan deed en die van de kleine. Dat ze nu het wagentje pakte en de kleine spontaan geacht werd daarin te stappen. Wat de kleine nog deed ook. Slimme meid! Toen ze wegliep keek ze nog eens om zich heen. Oma dan. Of iedereen wel zag dat zij het wel erg getroffen had met haar kleinkind. Van dat beeld wat ik in eerste instantie van haar had gekregen bleef maar weinig over. Deed de bruine glimmende en strak zittende (semi)leren broek niets aan af. Gewoon een selfietut. Op leeftijd! En thuis weinig tot geen aandacht vermoed ik…
In mijn laatste professionele jaren bij en voor importeur Pon, leerde ik nog sterker dan voorheen het fenomeen ‘klantvriendelijkheid’ kennen en zeker ook waarderen. Het zat in de diverse bedrijven binnen die mij toen bekende branches niet in de genen. De klant centraal stellen en jezelf ondergeschikt maken is niet des ondernemers, om het over verantwoordelijke managers maar niet eens te hebben. Vroeg vaak veel aandacht en overtuigingskracht mijnerzijds. In de jaren daarna deed ik mijn advieswerk vanuit het bureau dat ik daartoe had opgericht en kwam o.a. in contact met de wereld van het midden- en kleinbedrijf. Daar was die klant slechts een geldautomaat zo leek het. ‘Zo zijn de regels en zo wordt het spel gespeeld’. Klant was vaak lastig (..) en stelde de meest onmogelijke eisen. Maakte niet uit of ik nu mensen hoorde met winkels of stallen op de markt. Alsof ik dertig jaar terug ging in de tijd. Sindsdien is er wel iets veranderd. Ook mkb-ers beginnen iets te snappen van klantvriendelijk gedrag, al was het maar door de enorme concurrentie van nieuwe winkel(keten)s die het landschap op dit punt verbeterden.
Maar er blijven altijd diehards volharden in het denken vanuit de eigen normen en waarden. De klant als decor, ‘mijn eigen protocol’ van groter belang. Zo kreeg ik onlangs twee voorbeelden aangereikt vanuit een grote bankinstelling op verschillende plekken in de regio waar die instelling kantoren heeft zitten. Medewerkers die het niet de moeite waard vonden af te wijken van de eigen gedragslijn en het begrip klantvriendelijkheid toe te passen. Voorbeeld 1; vestiging in Midden-Nederland. Normaal zit daar erg aardig personeel. Nu was de bezetting anders. Een van de voor ons nieuwe medewerkers was druk met een man die kennelijk zijn hele financiele hebben en houden met hem wilde doornemen. Aan de open en centrale balie, wat ik toch een beetje vreemd vond. In een afgesloten kantoortje zat nog een bankman, maar die had kennelijk een andere rol want keek vooral voor zich uit. Toen bleek dat wij wel erg lang zouden moeten gaan wachten besloten we intussen even iets anders te gaan doen. Boodschappen bijvoorbeeld. Nadat we een minuut of 20 later terug kwamen was de situatie niet veranderd. Maar de medewerker achter de balie merkte ons wel op. ‘Kan ik u helpen?’ vroeg hij terwijl de klant met al zijn papieren nog steeds tegenover hem zat.
Het was toen ik het verhaal schreef over die man die zijn geest kon verplaatsen en uiteindelijk op de foute plek terecht kwam, dat ik eigenlijk wat dieper na ging denken over de scheiding van lichaam en geest. De ziel die eeuwig doorleeft, het lichaam dat tot stof zal vergaan. Het vroegere katholieke geloof heeft ook bij mij haar sporen nagelaten. Gelovigen neigen er zonder twijfel toe uit te mogen gaan van die scheiding. Je verwisselt het aardse voor het hemelse en als je niet braaf was, de hel. Zo wordt het je als gelovig opgevoed kind allemaal bijgebracht en er bestaan hele handleiding in de vorm van de Bijbel en zo meer, hoe dat proces zal verlopen. Omdat wij mensen maar niet kunnen uitgaan van die definitieve dood. Nee, de mens leeft eeuwig door. Over hoe dat dan zal gebeuren maken we ons hooguit illusies, maar de wetenschap is er nog nooit in geslaagd te bewijzen dat er iets onstoffelijks bestaat als een ziel.
Wat wel bijzonder blijft, mensen zijn in staat na te denken, te communiceren, we ontwerpen van alles, we maken muziek, reizen in de Ruimte. Er zijn geen diersoorten bekend waar die evolutie ook plaats heeft gevonden. Dat denkvermogen maakt ook dat we over de zin van ons bestaan zelfstandig kunnen nadenken. Al weet ik niet zeker of mieren dat wellicht ook doen, maar kunnen wij dat denkproces helemaal niet opvangen. Mensen zijn dus vreemde wezens. Vanaf de eerste momenten dat wij rechtop zijn gaan lopen en ons vestigden in holen en later plaggenhutten denken we ook bewust na. Over alles. Het geloof vindt zijn oorsprong in die oerbewoners die elke boom, vulkaan, zon of planeet aanzagen voor ‘goden’ die boven hen werden geplaatst. Over de hele wereld was het eigenlijk nergens anders.
Of je nu naar het klassieke China kijkt, de Zuid-Amerikaanse Indianen bestudeert of het houdt bij de ons meer bekende volken in het Midden-Oosten, aanbeden werd er. En dat moet toch ergens vandaan komen. Dat duidt op een sterk zelfbewustzijn en een gevoel dat dit er niet voor niets is. Dieren vreten elkaar op in de natuur na de dood. Wij begraven. Voortgekomen uit de gedachte dat we ooit zullen opstaan uit diezelfde dood als de ‘Verlosser’ voorbijkomt en ons weer verenigt met ons oude stoffelijke lichaam. Wellicht dat gecremeerden dan ook weer uit hun eigen stof ontstaan, maar dat is mogelijk een brug te ver. Spirituele en niet meteen gelovige mensen, denken dat we na de dood als ziel weer worden geplant in het lichaam van een nieuw leven. Kan een kat zijn, een ezel of een ander mens. Voor sommigen is dat een wens, anderen zien dat toch als angstdroom. Een violist die terug moet komen in het lijf van een slang krijgt het heel erg lastig. Maar er zijn vast mannen die wel eens vrouw willen zijn en omgekeerd. En die elkaar dan in dat nieuwe leven weer tegen het lijf lopen en datgene doen wat ze in hun eerdere leven ook deden, maar dan van de andere kant benaderen. Wie weet hoe leuk dat is. Mits je natuurlijk terug mag komen in een land als het onze waar we nog in vrijheid leven. Je zult maar worden onderdrukt en je eigen karakter hebben meegenomen uit dat Hollandse boerenkoollandje. Krijg je toch problemen. Kortom, veel om over na te denken. Overigens was ik nog niet van plan die splitsing van lichaam en geest nu al door te voeren hoor. Maar er over nadenken kan geen kwaad toch? Hoe denk jij als lezer over deze kwestie. Laat eens weten of ik me alleen de kop zit te breken over dit onderwerp….
Maar bedenk maar eens dat 99% van de mensheid het geld niet heeft om die peperdure zaken aan te schaffen. Zo zit dat ook met andere artikelen. De meeste zaken in een normaal huishouden lijden onder de afschrijvingsregels. En die afschrijving is vaak steil. Veel hoger dan wij ons vaak ook maar kunnen voorstellen. Alle roerende goederen hebben er last van. Zelfs kunst. Want dat wordt wellicht ooit iets waard als we tweehonderd jaar verder zijn, maar nu?? Zeldzaam! Ook al denken veel mensen dan wel dat ze met dat kunstzinnige spul goud in handen hebben. Komt ook doordat ze kijken naar programma’s als Kunst of Kitsch en dan ontdekken dat zij ook een ‘Rembrandt hebben gekocht op de rommelmarkt’. In de praktijk valt dat veelal tegen. Dat doet het ook bij auto’s of motoren. Die schitterende glimmende bolide die je net splinternieuw uit de showroom naar buiten rolde bij de dealer die hem aan je verkocht, is nadat je bent ingestapt al 5% minder waard! En die afschrijving gaat gestaag verder.
Al was het maar omdat de meeste auto’s ook gewoon worden gebruikt, er wordt mee gereden, en die auto lijdt dan onder het fenomeen van het gebruik, het weer, of wat ook. Je schrijft dus gemiddeld per jaar 15% van de waarde af. En bij sommige auto’s gaat dat sneller dan bij anderen. Vraag en aanbod spelen een rol, net als het merk of het type auto dat je koos. Maar zeker ook de kleur. Wit lijkt leuk, maar niemand wil dat tweedehands kopen. Resultaat een witte auto schrijft sneller af dan bijvoorbeeld een zwarte of zilverkleurige. De staat van onderhoud speelt ook een rol. En wie denkt (gezien de vele gesprekken tussen koper en verkoper waarin dit onderwerp passeert) dat zij/haar auto gewoon nog de nieuwwaarde zal opbrengen na vier jaar met 50.000km op de teller snapt het economische systeem niet. In feite zie je slechts bij huizen of ander vastgoed dat het daar anders in elkaar steekt.
Huizen worden in de goede jaren meer waard dan je er ooit voor betaalde. Moet je wel geduld hebben en een markt die gewillig is, maar dan nog. Op een huis schrijf je zelden zoveel af als bij roerende zaken. En dus is dat geen slechte investering. Mits je financieel zodanig bent voorzien dat je een eventuele tegenvaller kunt opvangen. Belangrijk als je terugdenkt aan de crisis van een jaar of tien geleden. Wie toen boven zijn nek gefinancierd was, bleek onder water te gaan en dat is een heel vervelende zaak. Dan schrijf je bij verkoop nog veel meer af dan bij die tv of bank. Maar dat is dan weer iets voor een ander blogje…..
Ach, dacht het jonge stel, laten we eens een kind maken. Dat moet kunnen en past bij de verwachting die mensen van ons hebben. Daarbij was het maakproces uiterst plezierig en soms verdween daardoor het beoogde doel wat buiten beeld als het ging om het genoegen elkaar het leven plezieriger te maken. Maar op enig moment was er dan toch resultaat. Een blozend rond en blond kereltje dat vanaf moment een zijn keel aardig roerde en zijn maag goed vulde met alles wat hem werd aangeboden. Intussen had het stel ook een leuk klein poesje ontdekt bij het dierenasiel. Een kitten van een paar weken oud. Mooi gekleurd en goed gezond. Ook die kwam in huis en hij kreeg de verzorging die het diertje verdiende. Al snel was het gezin gelukkig. Het kind groeide op tot een kruipende peuter, de kitten werd een grote en gecastreerde kater. De jaren vlogen voorbij, het leven gaat nu eenmaal snel. Na de oudste zoon werd het stel gezegend met nog twee kinderen, meisjes dit keer. De kater bekeek die schreeuwerds met enige argwaan en bleef uit de buurt als ze hem al kruipend en later lopend te dicht bij kwamen.
Kinderen zijn leuk, maar niet voor katers die houden van jagen en hun rust op zijn tijd. Toen zoonlief tien jaar oud werd was de kater nog in goede conditie. Hij scharrelde in de woonbuurt rond en stond bekend als een lieverd, maar ook een kat die kleine vogeltjes het leven zuur maakte en af en toe een insluipingspoging deed bij de buren. Bij sommigen daarvan was hij vaste gast. Hij hield er van een dutje te doen, de drukte thuis gaf hem dat recht zo leek hij te denken. Het jonge stel was intussen druk met opvoeden, maar ook keihard werken om het nog zo jonge gezin een goed inkomen te verzorgen. De kater leek voor zichzelf te kunnen zorgen al was hij gaarne bereid zijn bak vol te stoppen met dat wat een kat nu eenmaal achterlaat als dank voor het aangenaam verpozen. De jaren gleden bijna ongemerkt voorbij. De oudste zoon werd al zestien. Stond aan het begin van zijn eigen liefdesleven. Was veel weg, de meiden plaagden hem daarmee.
Zochten uit met wie hij nu weer verkering had. Hij deed het goed op school en zou vermoedelijk door kunnen om te gaan studeren. De kater was intussen ruim middelbaar. Hij werd wat dik, ging minder frequent naar buiten, liep moeizamer de trappen op en af en vond het heerlijk in zijn mandje voor de CV. Op een dag was iedereen druk. Examens vroegen de aandacht, op het werk moest er ook van alles en nog wat worden gedaan en de meiden hadden zo hun eigen besognes. Niemand keek meer om naar de kater. Die leek te slapen, tot ze eens goed keken of hij nog wel ademde. Dat deed hij niet meer. Ingeslapen. Weg van deze wereld. Het gezin verlatend waar hij al die jaren te gast was geweest en wiens dienstbaarheid hem gelukkig had gemaakt tijdens zijn zo snel verlopen leven. 17 jaar oud was hij geworden. Vele tranen werden er geplengd over zijn verscheiden. Hij werd keurig begraven in de tuin van het huis waar de jongelui met hem waren opgegroeid. Hij kreeg een eigen tegen boven zijn grafje. Beschreven met vetvrij krijt. Daarna ging men over tot de orde van de dag. De plicht en zo. Het gezin was nog steeds jong en dynamisch, de ouders hielden nog steeds enorm van elkaar en de passie spatte er soms nog best vanaf. Alleen die kater misten ze. En dus haalden ze op een dag een nieuw exemplaar uit het asiel. Weer een kleintje….Als die net zo oud zou worden als zijn voorganger zouden ze zelf middelbaar zijn als diens leven ook weer eindigde. Ze vonden dat best een confronterende gedachte……
Gezondheid, geluk, liefde, mazzel, succes, vrijheid, geduld en zo meer wens ik u allen toe voor dit fris gestarte jaar 2018! Laten we nou met zijn allen eens zorgen dat we wat meer naar mekaar luisteren, niet meteen veroordelen, ook niet trachten om de eigen overtuiging op te leggen aan anderen. Bekeren is leuk voor hen die daar om vragen, maar 99,9% van de mensen wil dat niet. Kortom, hou het leuk en maak er een lekker jaar van. Dan komt het wellicht allemaal goed met onze kleine en ook de grote wereld……
Er valt natuurlijk best wel iets af te dingen op dat gevoel dat ons allen bezighoudt rond of op Kerstmis. Vrede op Aarde en zo meer komt eigenlijk al een paar eeuwen niet meer voor. Ook niet tijdens het toch wat op die vrede gerichte christelijke Kerstfeest. En dat is jammer want in de leer van de echt grote (in denken en doen) godsdiensten staat het woord vrede over het algemeen hoog op de agenda. Een vrede die je moet nastreven zonder de ander te willen onderwerpen. Kom daar maar eens om in de huidige tijd. Het fanatisme zit zo diep bij sommige opgefokte lieden dat ze juist geen vrede maar terreur en oorlog nastreven. Overal en altijd. In de hoop daarna hun eigen overtuiging terug te zien in o.a. wetten en regels die er slechts op uit zijn anderen te onderdrukken. Is ook niets nieuws want van alle tijden.
Alleen zijn wij daarop hier in ons veilige landje achter de dijken niet echt ingesteld. We zoeken het model van de vredige samenleving en willen goed doen door elkaar cadeautjes of extra plezier te schenken, al is het maar in de vorm van een goed bedoeld gebed of zo. Kerstmis is in eerste instantie het feest van het licht. Door de christenen gekaapt van de noordelijke volkeren uit de oertijd die juist in deze periode de omslag vierden van het donker naar het licht. Paar maanden verder en je wist al niet eens meer dat het ooit zo donker was. Ook die kerstboom is een symbool uit die tijd en los van het aardige van een versierd huis dat lekker geurt naar kaarsen en dennennaalden (om het over bijzondere en smakelijke maaltijden niet eens te hebben), hebben we die breed gedragen in onze harten gesloten. Net als die dikke vent in zijn slede, getrokken door op Coca Cola lopende of zelfs vliegende rendieren. Pas een halve eeuw in ons gestel en nu al breed geaccepteerd.
Kerst is ook een feest om samen te vieren. Met familie, lieve vrienden, beetje kwekken over wat goed is aan het leven. In de hoop dat ook anderen dat gevoel zullen ervaren. Geen feest om uitgebreid met je lekkere hapjes onder een of andere brug te gaan zitten delen met daklozen of zo. Nee, gezellig…met de mensen die er toe doen. Het moet niet te veel afwijken van het gemiddelde natuurlijk… Ik doe daar net zo aan mee als iedereen hoor. Gewoon lekker eten en drinken met familie en goede vrienden. De dieren een extra hapje, de lampjes op volle sterkte. Na de Kerst gaan we aan de slag met het uitzwaaien van alweer een jaar. Daarover later meer. Maar voor nu wens ik alle medeblog(st)gers en reageerders een heerlijk Kerstfeest toe en hoop dat die Vrede op Aarde er nu echt eens komt. Welllicht moeten de haatzaaiers ook eens aanschuiven bij mensen die het goed met hen menen. Komen ze wellicht ook eens tot het ware geloof. En wie daar behoefte aan voelt, morgen geeft de enige echte Paus zijn zegen voor Rome en de wereld. Moet toch helpen zou je denken. Alle beetjes helpen immers…toch?
Zorg regelen lijkt zo simpel. Mensen die het nodig hebben krijgen het en de mensen die ervoor door hebben geleerd en ook nog eens betaald krijgen voor dat werk, verstrekken het. Maar niet in ons land. Van een welvaartsstaat dreigen wij af te glijden naar een plek onder aan de ranglijst van landen die al dan niet goed omgaan met mensen die zorg behoeven. En voor de goede orde, dat zijn lang niet altijd ouderen. Je zult gehandicapt zijn, een soort kwaal hebben die door niemand wordt gezien, maar door jou zelf wel gevoeld of dingen van dien aard. Was voorheen allemaal eenvoudig in vakjes te duwen en op te lossen. Maar dat is wel voorbij. Participeren moet we en dat houdt in dat we allemaal de ouders in de tuin moeten opvangen waar we onze schuren ombouwen tot luxe lofts waar die mensen dan nog een tijdje onder onze hoede blijven. Afvoeren naar een bejaardentehuis is er niet meer bij. Die worden of werden gesloopt en wat overbleef viel ineens onder de veranderdwang van managers met het gevoel dat ze een hotel moesten runnen voor rijkere mensen zonder mening of stem.
De ziekenzorg kent ook zo haar wonderlijke kanten. Zo maakte ik in de woonomgeving van mijn nog altijd best kwieke en zelfstandig levende schoonmama mee dat in de buurt het bejaardencentrum werd gesloten. Gesloopt, omwille van de moderne tijd. Maar dat centrum gaf de toenmalige huisartsenpost een aardige klantenkring. En die zat een flatgebouw verderop bij mijn schoonmama vandaan. Handig en altijd bereid tot een goed gesprek als dat even nodig bleek. Na de sloop van het bejaardencentrum sloot ook de HAP zijn deuren. Kwam nu te zitten in een nieuwbouwwijk op een kwartiertje lopen van de oude. Maar dan wel een kwartiertje voor mensen met een kwieke tred. Zoals ik die heb. Voor een oudere dame met een rollator als ondersteuning best een heel stuk lopen.
Komt ze daar dan aan is er geen lift. Niet erg als je bij de apotheek moet zijn die ook in dat nieuwe gebouw is opgenomen. Wel als je naar de huisarts moet. Die zit op de eerste etage. Geen lift, wel een steile trap. En een soort traplift die even steil omhoog of omlaag beweegt als je op de juiste knoppen drukt. Levensgevaarlijk ding. Eng ook. Maar niet over nagedacht. Nog veel erger is het feit dat de assistentes volgens protocol werken. Dus niet in staat of van plan zijn om je bij een eerste bezoek te helpen met de uitslag zodat je meteen door kunt naar de dokter. No Way! Dan moet je terugkomen. In de middag. Twee keer op en neer voor dat ene gesprek. En men wijkt er niet van af. Een ander voorbeeld. Vrouwlief moet bloed laten prikken in een ziekenhuis. Daar moet ze heen vanwege een specialist die elke keer dat ze daar heen gaat behoefte heeft aan haar bloedwaarden of zo. Zonder afspraak naar binnen. Niet druk, sterker nog, op een Japanse klant met zijn vrouw na zit er niemand in de wachtkamer. Maar om een of andere reden zijn de witjassen druk met van alles, echter niet met het afwerken van hun echte klus. Bloed aftappen en in een buisje stoppen met een labeltje waarop relevante informatie. Ik keek ernaar en kreeg direct kromme tenen. Had ik tijd genoeg voor want we zaten er al snel 20/25 minuten te wachten op niets…
Geen wonder dat die zorg peperduur is en matig wordt ingevuld. Vergeet maar snel dat je cliënt bent. Je bent patiënt. Betaalt elk jaar meer voor die zorg maar krijgt relatief gezien steeds minder service. Vreemd dat dit bij veel dierenartsen nog beter is geregeld. En ik spreek hen er niet op aan die uiteraard de patiënt(en)centraal stellen en bijna onderbetaald hun werk moeten doen. Tuurlijk zie ik de nuance, maar de voorbeelden zijn net even te wrang om niet te vermelden. Participeren is leuk. Maar niet altijd. Wel eens voor iemand mantelzorg gedaan? Bedacht hoeveel tijd en inspanning dat vraagt?! Ach, het zijn maar kleine voorbeeldjes. Nu maar hopen dat dit kabinet daar oog voor heeft of krijgt. Maar ik ben bang dat dit niet meer goed komt. Ik laat alvast maar een schuurtje ombouwen in de achtertuin. Wie weet wie ik er nog een plezier mee doe…wellicht me zelf??
Hoezeer wij denken dat we als mens in staat zijn zaken ijzersterk te maken en voor de eeuwigheid te bewaren, in de praktijk blijkt alles relatief. Zeker ijzer is niet zo sterk als we denken dat het is. Ingebakken problemen zijn roest en vermoeidheid van het materiaal met soms breuk tot gevolg. Dus in die zin is dat materiaal niet zo sterk als wij graag willen geloven. Zelfs onze auto’s gaan gemiddeld een jaar of tien, twaalf mee. In uitzonderlijke gevallen langer. Maar dan heb je wel een bijzonder exemplaar nodig dat zelden aan de elementen wordt blootgesteld en na gebruik opgeborgen in een ruimte waar de omstandigheden optimaal zijn. Veel musea bieden die omstandigheden, maar de gemiddelde gebruiker heeft daar geen ruimte of geld voor. IJzersterk is dus relatief als begrip. En in mijn vroegere vakgebieden was het vaak even relatief simpel om dat te ervaren.
Zeker in de periode tussen 1950-2000 waren bijvoorbeeld auto’s bepaald niet zo sterk als hun imago het deed voor komen. Laten we wel zijn, er zijn of waren merken met een ‘ijzersterk’ imago maar roesten deden ook die als de beste. En soms had je een exemplaar in handen dat een slechte naam had op dit gebied maar in de praktijk buitengewoon sterk bleek en taai genoeg om het langer vol te houden dan het vooraf bepaalde gemiddelde. Wel kon je zien dat bijvoorbeeld de anti-roestvoorzieningen van Britse, Franse en Italiaanse auto’s minder was dan het gemiddelde, bij de Duitsers was het juist weer een stuk beter geregeld. En toen Audi ging werken met aluminium en ‘vol verzinkt’ materiaal bleken die wagens nog eens een hele slag sterker en langer mee te kunnen. Voor veel Aziaten was dit een enorme leerschool. De eerste Japanse auto’s op de markt, (denk aan merken als Hino, Isuzu, Honda of Datsun) roestten bovengemiddeld snel weg, dat overkwam ook de eerste Koreaanse auto’s van het merk Hyundai.
Ongetectyleerd op schepen vervoeren maakte deze vaak flinterdun gebouwde auto’s extra kwetsbaar. Maar die lui leerden snel bij. Ook bij die merken of hun opvolgers die nog wel bestaan, zien we roestpreventie een grote vlucht nemen. Maar ook in andere takken van dienst kom je een inbreuk op het begrip ijzersterk tegen. Treinen, trams, schepen, vliegtuigen, alles lijdt onder vormen van roest of slijtage en het is maar net hoe degelijk men die aparaten in elkaar stak of ze ook langer meegaan dan vooraf bedacht. Maar met mijn ervaringen uit de autobranche heb ik zo mijn voor- en afkeuren. Overigens is ook beton bepaald niet zo sterk als het vaak lijkt. Denk maar eens aan het schandaal dat nu is ontstaan na het instorten van een parkeerdek in Eindhoven en wat men daarna ontdekte aan constructiefouten bij gebouwen die op dezelfde leest geschoeid waren.
Ook betonrot is een bekend genomeen, bij wat oudere gebouwen breken soms hele balcons af doordat het metaal van de bewapening roest en het beton in feite verkrummelt. Dat zelfde fenomeen zie je ook bij veel oude bunkers of forten. Na een paar decennia zijn ze best toe aan renovatie. Vocht en zuurstof maken korte metten met onze metafoor rond ‘ijzersterk’. Gelukkig zijn er tegenwoordig alternatieven. Kunststoffen, keihard, of harsen die nooit zullen roesten, en ook nog in 3D te printen. Zodat we binnenkort de eerste huizen krijgen die uit een enorme printer zijn ontstaan. Gemaakt voor de eeuwigheid. Tot we weer ontdekken dat ook dat weer bepaalde nadelen of zwakten kent. Alles is relatief….oude zegswijze, maar in feite is dat wel zo. Of ken jij, lieve of gewaardeerde lezer(es) voorbeelden van zaken die echt alle tijden kunnen doorstaan?? Wel door de mens gemaakt uiteraard, anders is het niet eerlijk….