
Een van de toenmalige goede vrienden van mijn ouders was de in onze straat zeer goed bekend staande ‘Ome Karel’. Hij woonde tegenover ons in een benedenhuis dat hij huurde van zijn werkgever, het bekende verhuur- en transportbedrijf Ouke Baas. Die firma was in de jaren vijftig groot geworden doordat men naast de verhuur van luxe wagens ook trucks in dienst had voor allerlei transportopdrachten, deels o.a. grondverzet dat door de enorm uitdijende nieuwbouwwijken van de stad zorgden voor ‘altijd werk’. Ome Karel was chauffeur op een Scania Vabis truck en had al een lange staat van dienst in dat soort diensten. Noest, groot, sterk, de trucks altijd stevig in de knuisten.

Ritjes met de Scania met zijn eigen en onze familie staan me nog goed bij. Alles achter op de laadbak met kussens en onder het ladingzeil. Het kon allemaal nog in die jaren. Ik beschreef het al eens in mijn epos over ‘Leven met de Vliegende Pijl’ van 1-7-2018. Ome Karel had een vroeger leven, waarover niet veel werd gesproken i.v.m. met zijn nieuwe liefde, maar uit dat vroegere huwelijk had hij twee volwassen zonen, die beiden in de voetsporen van pa waren terecht gekomen en op vrachtwagens hun brood verdienden. Een echte chauffeur dus die Ome Karel en we zijn heel wat delen van het land met hem doorgetrokken. Later in luxe wagens, wij vaak in een Skoda, hij in een Citroen Traction Avant die hij bijna nieuw kocht en die nog jaren mee zou gaan.

De trucks bleven zijn broodwinning, maar rijden toch ook zijn passie. Tot hij op enig moment een vreemd fysiek verschijnsel ging vertonen. Hij begon te trillen tijdens het rijden. Dat was vreemd en voor hem en zijn vrouw beangstigend. Daarna ontstonden ook vreemde gedachten. Hij neigde er naar op bruggen en viaducten de reling op te zoeken. Corrigeerde dat dan wel, maar het was toch geen goede indicatie. Doktoren constateerden op enig moment dat hij leed aan een typische beroepskwaal, ‘chauffeursziekte’, waardoor vanuit de ruggengraat spierspasmen worden doorgegeven aan handen en benen en je zo de controle verliest over wat die ledematen allemaal zouden moeten doen. Het zou niet beter worden volgens de analyses. Het betekende einde carriere voor de man, en uiteindelijk werd hij min of meer een wrak. Het fijne wist en weet ik er niet meer van hoor, wel dat hij in dat benedenhuisje naast de garage zijn einde vond, maar dat was al na mijn vertrek uit die buurt. Geen van de betrokkenen leven meer, ik kan het niet meer navragen of opzoeken. Geen familieleden op de sociale media, maar wellicht moet ik het nog eens wat dieper uitspitten. Hoe dan ook zag ik toen ik er op Google naar zocht dat die Chauffeursziekte nog steeds kan ontstaan en vooral hen treft die vele jaren achter mekaar achter het stuur van een truck of taxi verkeren. Beetje bijzonder, maar ook voor altijd aan mijn persoonlijke geschiedenis verbonden. Want die stoere Ome Karel die helemaal geen oom was maar zich wel zo gedroeg, was ooit een baken van rust in mijn vaak zo turbulent verlopende jeugd en dit einde gunde ik hem zeker niet. (Beelden: Archief)












Kom er nu maar eens om. Kinderen die consequent buiten spelen. Ondenkbaar zo lijkt het wel eens. Was in mijn jonge jaren wel anders. Wij leefden min of meer op straat. Logisch want je zat een deel van de week opgesloten in een strenge katholieke school of een stringent regime thuis. Orde moest er zijn en ledigheid was het kenmerk van de duivel. Maar buiten was alles vrij en los en kon de fantasie haar werk doen. Zo waren wij als jongens van die Amsterdamse straat veel bezig met gezamenlijke spelletjes. Of het nu oorlogje, naspelen van de Olympische spelen, schieten met pijltjes of slagbal met rondjes betrof. Altijd buiten. Zowel na school tot het eten klaar stond, als daarna. TV speelde nog nauwelijks een rol. Wat we om ons heen zagen was voldoende inspiratiebron. Ik had het ‘geluk’ dat in die straat een aantal grote autobedrijven te vinden was. Kon toen nog in dat deel van de stad, waar het ook nog wemelde van de mkb-ers. Die lui reden met trucks en bestelauto’s door onze straat heen en weer en dat gaf een aparte impuls aan een spel waar we als 11-13-jarigen best gek op waren.
Het op de stoeptegels krijten van hele wegen en steden en daar dan met je miniatuurauto’s overheen rijden. Dinky Toys was in die jaren een bekende fabrikant van dat spul en als je geluk had kreeg je er wel eens een voor de verjaardag. En dan combineerden we samen die vloten voertuigen tot een nabootsing van het toen actuele verkeer. Ik weet nog goed dat ik bij elke Dinky-Toys truck die ik dan eens per jaar als cadeau ontving altijd weer te horen kreeg dat ik er niet mee naar buiten mocht. Logisch, want zo’n model kostte een rib uit het familielijf. Op mijn achtste een Brits busmodel van de BOAC. waarmee ik dan alsnog hele routes reed op straat. Op mijn 11e kreeg ik de zo lang begeerde Dinky Transporter met Bedford trekker. Daarmee kon je dan vier (Britse)personenwagens vervoeren. Zo’n Bedford kostte indertijd 11 gulden. Dus moest ik heel voorzichtig mee doen en ook lang als het even mocht…
Ook een grote Leyland Octopustruck met aanhanger werd zo mijn deel. Nou…ze deden al snel dienst op de straatstenen en liepen daardoor uiteraard links en rechts toch wat lakschade op. Jammer, maar helaas. Je speelde er zo voorzichtig mogelijk mee, maar die Leyland moest ook zand en stenen vervoeren…. Niet bevorderlijk, al bleef de basis-constructie gewoon onaangetast. Toen ik wat later in mijn leven overstapte naar de wereld van de luchtvaart en me vooral interesseerde voor alles wat vliegen kon kwamen de Dinky’s in een doos te staan en bleven daar tot er in de familie een opvolger gevonden was die er mee kon spelen.
Liefst niet buiten uiteraard want….. Twee generaties na mij vermaakten zich alsnog met de Britse voertuigen op schaal. Ergens in de jaren tachtig kwamen ze terug bij mij. En werden gerenoveerd. Mooi gemaaklt en toonbaar. Gek genoeg met nog steeds de originele bandjes. Dat was een wonder maar ook een teken voor hoe sterk die miniatuurwagens van toen werden gemaakt. Al weer decennia lang staan ze te pronken in mijn bescheiden maar qua vloot wel wat gegroeide miniatuurmuseum. Met al die herinneringen van vroeger gekoppeld aan die fameuze naam Dinky Toys. Kom daar nu nog maar eens om. Het bedrijf zelf ging overigens eind jaren zeventig financieel onder water toen jongelui uit die generatie liever achter een spelcomputer zaten dan speelden met miniatuuur-auto’s. Was een teken aan de wand. Niet veel veranderd….Ik wel! (foto’s: Yellowbird collectie)




Eens in de zoveel jaar wordt in het chique Amsterdam-Zuid een kunsttentoonstelling op straat georganiseerd die van heinde en verre bezoekers trekt. Het gaat niet om een paar schilderijen of zo, maar meestal om grote objecten die men dan plaatst in de plantsoenen van het woongebied vol miljoenen kostende woningen eromheen. Vanaf het station WTC tot pakweg de Beethovenstraat staan de chique lanen dan vol met bijzonder kunstzinnig werk. Art Zuid heet het fenomeen en we zijn er vanaf moment een dat men er mee startte elke keer te gast. Zo ook dit jaar. Vol verwachting. Nou dat viel wat tegen.
Men heeft dit jaar gekozen voor moderne lineaire kunst. Obstakels, kunstwerken kan ik het niet eens noemen, die bestonden uit een mislukt hekwerk met een liggende metalen paal erop, een ingepakte boomstronk, een in het grind begraven kiepwagen. Allemaal zaken waar je zelfs vanaf het tekstplaatje dat keurig aan gaf wat de kunstenaar er zelf in zag, niets kon herkennen. We liepen de route af en kwamen tot de slotsom dat deze editie aan ons voorbij zou gaan qua enthousiasme. Deze editie is bepaald niet de beste, al zullen ware kunstliefhebbers er heel anders over denken. Ik ben toch meer van de zaken waar je in kunt verdwijnen, op kunt klauteren, die zelfstandig bewegen, of waar je om moet lachen.
Kunst moet naar mijn mening niet alleen de kunstenaar zelf dienen, maar ook de toeschouwers. Wij liepen erlangs en keken ernaar. Maar dat was het wel. Op enig moment sloegen we een zijstraat in en keken dan nog liever naar de fraaie bomen die we langs een mooie hoofdstedelijke gracht zagen staan, dan naar die wonderlijke bouwsels met kunstzinnige achtergrond. Waarom men koos voor deze richting is me niet duidelijk. Art Zuid communiceert veel over de editie van dit jaar en laat ook heel andere dingen zien dan wij op straat zagen staan. In ieder geval langs de ons bekende route.
Wellicht dat we zaken hebben gemist, maar wat we zagen hadden we ook best kunnen missen. En dat gaf geen goed gevoel. Maakte de dag er overigens niet minder om want we knoopten er een stevige wandeling aan vast. En die was wel leuk.










