Het fenomeen Co Prins

Co Prins 2Er was een tijdperk dat zelfs ik iets had met voetballen. Niet omdat ik die sport nu zo goed kon beoefenen, als we het ‘putten’ in de straat even vergeten voor het gemak. Als ik in clubverband speelde was dat vaak als keeper of als halfspeler. Niks in de voorhoede. Maar wel effectief. Zeker als een tegenstander me voorbij wilde en ik dan de van Co Prins overgenomen ‘schoffel’ toepaste was ik lastig te passeren. Co Prins zegt ie? Wie? Nou, van de vele fenomenen die het Amsterdamse voetbal ooit kenmerkten was dit een grote. Geboren in 1938 en gevoetbald voor god en de duivel was hij als gevolg daarvan voor niemand bang. Zeker niet voor scheidsrechters of spelers van de tegenpartij. Het onderuit halen van een tegenstander deed hij effectief. Hij speelde jarenlang bij Ajax, Oranje, maar ook in Duitsland en Amerika. In België werkte hij jarenlang als trainer. Man van een grote mond en ik denk een klein hartje. Typische Amsterdammer. Minder begaafd als de alom betreurde maar ook bejubelde Johan uit Betondorp.

Co Prins 4Zijn karakter was een ding om rekening mee te houden. Ik maakte hem eens mee in een kroeg aan de Amsterdamse Amstelstraat waar mijn lease pa regelmatig zat voor de ‘autohandel’ in die jaren. Cootje Prins zat daar ook regelmatig. En dat was goed te merken. Een jaar later zag ik hem spelen in het Olympisch Stadion. Hij speelde zoals hij sprak. Zoals later Hazes zong of zoals die volkszanger in Vinkeveen in diens stamkroeg lachte. Amsterdammers van toen waar je nu met een lampje naar moet zoeken in de hoofdstad. Co Prins’ manier van spelen sprak mij als jeugdig talent (..) op het voetbalveld zeer aan. Het maakte me overigens ook niet geliefd als speelgenoot op de velden. Men voetbalde het liefst aan de andere kant van het veld als ik was opgesteld. De Prinstechniek leidde niet tot veel applaus.

Co Prins 3Het gestrekte been en zo. Gelukkig kreeg je toen nog geen gele kaarten. Co Prins intussen verhuisde na zijn Amerikaanse avontuur naar clubs als MVV, Vitesse en Helmond Sport. Effectief, maar ook niet geliefd. Zijn carrière kreeg nog een extra impuls toen hij meespeelde in de film Escape to Victory die ging over een voetbalelftal in WO2. Hij was te zien op tv bij de NCRV en speelde fanatiek zaalvoetbal. Een man met een karakter, zoveel was wel duidelijk. Hij overleed plotseling aan hartfalen tijdens een partijtje voetballen in Antwerpen. Werd maar 49 jaar oud. En is bij veel mensen allang vergeten. Maar niet bij mij. Te lang als voorbeeld gediend. Maar of dat nu zo’n goed voorbeeld was achteraf bezien? Ach, ik ben nooit een echt talent geweest in dat voetbalwereldje. Hij wel! Onbegrepen vaak, maar toch! (Beelden: Internet)

Scheiding der geesten

Russian soldiers in Moscow 0514 BnL4ZLECMAE4V48Binnen de vrijheid van meningsuiting wil nog wel eens enig onderscheid worden gemaakt tussen datgene wat ‘ik’ en ‘jij’ aan argumenten gebruikt om een mening te uiten. Er zijn mensen die vinden dat ‘zij’ altijd gelijk hebben en dat hun politieke doelen zodanig hoogwaardig zijn en daardoor correct dat eenieder die daar iets tegenover stelt mag worden gezien als niet goed ingelicht, beneden alle waardigheid of gewoon als behorend bij een door hen als abject benoemde stroming. Geen onderwerp waarbij dit niet van toepassing is. Of het nu gaat over politiek, voetbal, geloof of de keuze van een automerk, mensen zijn het vaak fundamenteel met elkaar oneens en dat leidt dan tot beste of vreselijkste discussies. Nu is dat allemaal niet erg als het op de inhoud gaat, maar de laatste tijd wil er nog wel eens een beetje fysiek geduw en getrek bij horen en wil de een de ander ook nog wel wat bedreigen. Dat laatste is uiteraard beneden elke waardigheid, het geeft ook de armoede aan van de argumentatie aan de kant van de bedreiger.

Exc.1Opvallend is dat die bedreigers in alle kampen zitten. Dus niet voorbehouden aan extreme moslims, wat racistische rechtsen of anarchistische krakers. Bij de familie de Mol werd gedreigd door een man op leeftijd die naar later bleek last te hebben van geestelijke afwijkingen. Het misdadige kantje van diens denken onderdeel van de ziekte waaraan hij leed. Het is al snel heftig als mensen discussieren. Niet in de laatste plaats doordat men zich vaak wat laat ophitsen of indoctrineren door anderen. Die ophitserij leidt dan weer tot extremisme en eventueel zelfs het vrijwillig melden voor vreemde terrorismedienst. Je kunt ook lid worden van een motorclub of je aansluiten bij een bende die het leven van anderen ondragelijk maakt. Het gelijk aan je kant hebben, het is me wat. Velen hebben wellicht gelijk, ze krijgen het meestal niet. Zeker niet in de politieke arena. Daar gelden andere regels. Je bestrijdt mekaar op woorden en slaat elkaar daarna op de schouders. ‘Hebben we toch weer mooi geregeld’.

WP_20150214_002Dat zien burgers ook, je kunt het 24 uur per dag live volgen. En je mening vormen over die politieke mores. Waar alles lijkt te draaien om de macht en de burger maar moet zien dat hij zijn weg vindt. Maar waag het dan niet om af te wijken van de geaccepteerde norm, de zelf benoemde politiek correcte elite wijst al snel en verwerpt ook. Het cordon sanitair rondom Wilders geeft op dat punt een aardig voorbeeld. En als het gaat om de macht zie je principiele partijen nog wel eens instemmen met zaken die niets met die eigen principes te maken hebben. Sterker nog, daar haaks op staan. D66 is het (slechtste) voorbeeld, net als GroenLinks dat ooit instemde met een Kunduz-missie op kromme voorwaarden. Bij het voetballen zie je soortgelijke zaken. Sommige supportersclubs hebben zo’n hekel aan de concurrentie dat ze niet anders meer weten te doen dan er op slaan. Of mekaar uitschelden voor alles wat mooi en vooral lelijk is. Vaak ook een gevolg van gebrek aan woordenschat. Het maakt de sport er niet leuker op. Maar dat geldt voor die andere voorbeelden ook. Wat is het dan fijn dat je als Mokummer kunt zeggen dat je Rotterdam best een mooie stad vindt, dat bepaalde stromingen best zinnige dingen oreren en Harley Davidsons heerlijke motoren zijn om te zien of te horen. Maar ook ik, zelfs ik, moet af en toe bekennen toe te geven aan de emotie van het moment. En dan de strijd aan te gaan met hen die vanuit de zelf gebouwde ivoren toren oreren of menen dat het ene geloofsboek moet staan boven alle andere. Ik weet echt zeker dat dit niet zo is. En dan scheiden de geesten. Voor even, want morgen is alles vast weer anders.

Voetbalnationalisme

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAls iets bewijst dat alle volkeren dezer aarde zich nauwelijks verenigen in een of andere clubverband, dan toch wel het onbegrensde nationalisme dat ons allemaal bevangt tijdens een of ander voetbaltoernooi. Waar normale mensen zich over het algemeen zelden uitlaten over hun sterke vaderlandse gevoelens, laat 22 veel te duur betaalde kerels achter een bal aan hollen en de inwoners van landen waar die elftallen vandaan komen worden min of meer gek. Bij het WK in Brazilië bleek dat ook ons toch normaal zo nuchtere volkje ineens redelijk grenzeloos plat kan zijn in haar uitingen. Of noemen we halve straten vol oranje aankleding, de verzamelzucht van hamsters, juichpakken, of andere zaken die door de commercie worden en door ons alle verorberd alsof we niet meer weten wat normaal is, gewoon gedrag? Nederland smeedt een eenheid? Tja, wellicht is het ook een uiting dat wij oer-Nederlanders laten zien dat als je er bij wilt horen in dit land, oranje echt de enige kleur is die telt. En we murmelen luidkeels de teksten van het Wilhelmus mee met de pretentie die inhoudelijk ook nog te kennen. Niets is minder waar natuurlijk. Maar wij zijn echt niet de enige. Zelfs landen met een veel korter verleden dan het ons vieren uitbundig feest als ‘hun team’ er in is geslaagd een andere team weg te spelen. Uitzinnig worden die lui, alsof ze de finale zelf al hebben gespeeld. WP_005515Ik was net in de week van de laatste wedstrijden voor het Duitse elftal voor die lui richting de  achtste finales zouden gaan bij de oosterburen te gast. Anders dan wat je hier bij ons ziet kent de Duitse supporter geen enkele maat bij het uitdragen van zijn nationalisme. Auto’s vol vlaggen, spiegels bedekt met de bekende Duitse kleuren. Winkels die uitpuilen van de nationale meuk. Daar zijn wij in Nederland nog kinderen bij. Zelfs berijders van toch op zich nette merken doen er aan mee en bankmedewerkers zochten op straat nieuwe klanten, uitgedost in het voetbaltenue van Die Mannschaft. De zuiderburen kregen het ook te pakken. Hun Rode Duivels mochten voor het eerst sinds 1848 (ik overdrijf..) mee doen met het WK en speelden op zijn zachts de tegels niet uit de straat. Toch werden de Belgen een in hun enthousiasme voor hun team. En zo gaat dat over de hele wereld, ook in Europa. Weinig supporters voor het Europese team als dat er ooit zou komen. We zoeken de trots in ons zelf, bij onze herkomst en vinden al het nieuwe dat de globalisering ons heeft gebracht, eigenlijk maar niks. Laten zien dat we  Nederlanders, Franse, Duitsers, Zwitsers of zelfs Belgen willen zijn. Maar geen wereldbewoners. OLYMPUS DIGITAL CAMERAOf overtuigde globalisten. Het is naar mijn idee wel een statement richting al die overheden die maar grenzeloos willen werken. Die ons het keurslijf van de EU in willen helpen, of de dwangbuis van het multiculturele denken. Dat laatste zal pas werken als we in staat zijn nieuwe medebewoners dat gevoel van Oranje of Zwart/rood/geel mee te geven zoals de taal of de cultuur. Misschien moet Roy Donders ook eens gaan denken aan juichjurken voor allochtone vrouwen in dat verband. Tot dan gaat het nationalisme nog wel even verder vrees ik. Daar helpt zelfs het afgekeurde plan voor een super-provincie niet meer tegen. Zelfs niet als die provincie Europa heet. Want dat willen we eigenlijk helemaal niet….