Succesvolle Borgward-dochter; Lloyd!

Succesvolle Borgward-dochter; Lloyd!

Alweer zo’n Duits merk dat allang geleden verdween omdat moeder Borgward de concurrentie met de grote Duitse fabrikanten van toen niet langer kon volhouden en ten onder ging.

Maar tijdens de hoogtijdagen van de Duitse na-oorlogse heropbouw mateloos populair was. Lloyd bouwde na de tweede W.O. vooral kleine auto’s. Als je goed keek zag je een te heet gewassen Isabella in de Lloyd 300/400/600 reeks en trok mede daardoor de compacte auto veel kopers die ook in de markt waren voor een BMW Isetta of Messerschmitt Kabinenroller. De eerste Lloyds nog gemaakt van triplex dat werd overtrokken met leerdoek. Voorin een 2 cilinder tweetaktblokje dat door de jaren wel iets groeide, maar toch niet veel meer snelheid te bieden had dan 75 tot 85km/u.

Qua indeling waren het zeer compacte maar min of meer volwaardige autootjes, al zal een VW UP! van nu er als een reus uitzien als je die er naast ziet staan. Lloyd was wel zo slim om ook een soort tegenhanger voor de Fiat Multipla uit te denken, die als LT500/600 reeks in de showroom te vinden was. De techniek kwam van de kleine sedans maar de vormgeving bood ruimte aan zes personen. Hij was er zelfs met een verlengde carrosserie en ook als besteller werd het ding aangeboden. Een leuk autootje al moest je dan geen enkele haast hebben als je er mee reed. In 1957 verscheen de volledig stalen Alexander. En dat was toch iets meer auto.

De vormgeving nog steeds sterk gelijk aan de grotere Borgwards, technisch nog steeds een tweetakt, nu met 19pk en goed voor 100km/u. Die Alexander was een goed ding en bleek ook sterk. Een opgevoerde (..) versie werd als TS aangeduid en had zomaar 25pk onder de korte motorkap. Daarmee was 110km/u haalbaar. Een ander onderstel hield al die pk’s (..) in bedwang, maar er was ook een automatische bak leverbaar op de 600cc grote Tweetaktmotor. Een combi was bij de kleine Lloyd’s ook nog een leuke optie. Best bijzonder in deze klasse. Een erg exclusief ding was de door Frua uit Italie ontwikkelde sportcoupe. Een wagen die iets weg had van een gekrompen Renault Floride, allemaal rood gespoten, maar in zeer beperkte aantallen gebouwd.

Wie er nu een zoekt moet diep in de buidel tasten. Een Arabella was dan een betere optie wellicht, een echte vierzitter die door Borgward wat overhaast op de markt werd gezet in de nadagen van het concern. De wagen oogde zeer elegant, had een viercilinder motor voorin, haalde 130km/u maar barstte van de kinderziekten. Daardoor alleen al verkocht de grote Lloyd matig. Echt de tijd om de fouten te corrigeren en de markt nog wat extra te bewerken kreeg Lloyd niet meer. Moeder Borgward gaf er de brui aan, zoog dochtermerken als Hansa en Lloyd mee in de ondergang. Einde oefening! Intussen zijn er wel wat liefhebbers voor de wagens van het merk te vinden. Meer in Duitsland dan in Nederland, maar toch. En als je er een ziet, weet je ook weer waarom we in de huidige tijd toch maar een stuk meer gewend zijn geraakt aan veiligheid, ruimte en prestaties. (Beelden: archief)

Kasteel aan de Angstel…

Kasteel aan de Angstel…

Bij een toevallige rit via via naar onze thuisbasis onlangs, ontdekten we onderweg ineens een kasteel waarvan wij het bestaan al die jaren nooit eerder hadden ontdekt.

OK, het ligt wat verscholen, het kent geen grote militaire geschiedenis wellicht zoals die meestal in de vaderlandse boeken op dat gebied werd opgetekend, maar toch de moeite van het vermelden waard. Kasteel Loenersloot gaat dit blog over. Prachtig gelegen aan de op dat punt vrij smalle Angstel, de verbinding tussen Amstel en Vecht, werd dat kasteel al in de 13e eeuw op de kaart van onze historie ingetekend. In eerste instantie bouwde men slechts een verdedigingstoren, in de loop van de eeuwen die volgden werden diverse families eigenaar van die toren en bijbehorende gebouwen, maar pas in de 19e eeuw voorzag men de toren van kantelen en werd het aanpalende kasteel tot wat het nu is. Met de bossen er omheen werd het geheel een prachtige buitenplaats waar je als bezoeker ook deels in mag wandelen.

De adelijke familie die het kasteel ooit als laatste bewoonde droeg het in 1985 over aan een Stichting die het beheer van slot en omgeving op zich zou nemen. Sinds 2011 is het beheer van dat hele spulletje in handen van de Stichting Utrechts Landschap welke haar taken gezien de staat waarin alles verkeert zeer serieus neemt. Zo is het Kasteel intussen een beschermd monument en mag je er op gezette tijden even een kijkje nemen, uiteraard met een gids als begeleiding. Over de eventuele militaire geschiedenis van het Kasteel kon ik niet zoveel vinden. Het lag ooit aan die toch best belangrijke vaarweg tussen Amsterdam en Utrecht, als je nu in de omgeving kijkt zie je alleen maar provinciale en snelwegen in de omgeving.

Het Kasteel ligt ook op steenworp afstand van de spoorlijn tussen die twee grote steden en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt op ongeveer dezelfde afstand ten oosten van het landgoed. Juist dat maakt het Kasteel dat wij nu ontdekten tot zoiets bijzonders. Omsloten door bomen en struiken is het in de zomer vrijwel niet te zien vanaf de weg of het water, al hebben de bootbezitters die de Angstel afvaren (niet te grote plezierscheepjes kunnen met passen en meten onder de voor het kasteel gelegen ophaalbruggetje door) wellicht een net even beter zicht op het perceel. Hoe dan ook, een mij tot recent onbekend Kasteel dat ik met veel plezier bekeek en daarna in een blogverslagje hier neerzette. Het ligt aan de Rijksstraatweg in Loenersloot, niet te ver van de Provinciale Weg N201 Hilversum-Haarlem. (beelden: eigen archief)

Liefdes-B&B’s…

Liefdes-B&B’s…

RTL heeft deze zomer op haar tv-zender RTL4 als tegenwicht voor de overdaad aan (Olympisch) sportnieuws en ter verzachting van de Corona-ellende een aardig concept bedacht en uitgewerkt.

Een leuke formule waarin Bed & Breakfast-eigenaren in het buitenland op zoek gaan naar de Nederlandse liefde van hun leven. Gepresenteerd door Ad Rooyakkers. En dat moesten dan uiteraard vrijgezelle mensen zijn van het andere geslacht, om het geheel nog een beetje in evenwicht te houden. Het bleek een gouden formule. Want onder al die types vond ik toch wel wat lieden die ik graag een keertje in een training ‘omgang met andere mensen’ zou willen opnemen. Met name de B&B eigenaren blijken soms horkerig tot op het bot, luisteren niet naar de verhalen van hun gasten of potentiele liefdes of zijn alleen maar bezig met wat die ander voor hen kan betekenen. Het veroveren van het hart van die ander kennelijk totaal ondergeschikt.

Sommige van die lui zijn echt verschrikkelijk, anderen naar mijn idee nog wel te redden. Onder de potentiele liefdes zijn er ook die je meteen in je hart sluit, anderen vielen nauwelijks op of waren zo weggelopen uit de serie ‘De Luizenmoeder’. Ik ben van nature niet zweverig maar kennelijk is dat iets wat onder vrouwen tussen de pakweg 40-65 aardig leeft. Bij gebrek aan een goed liefdes/seksleven denk ik? Want laten we wel zijn, liefde gaat wellicht in eerste instantie door de maag, het bed speelt ook een aardige rol, vandaar dat we ook kijken naar romantische B&B plekken toch? Nou, die geweldig gemaakte reeks laat zien dat seks of fysieke aantrekkingskracht soms dagen of zelfs weken lang geen enkele rol speelt in de dating tussen al die kandidaten. Van sommige vrouwelijke B&B exploitanten begreep ik wel dat die nog/weer vrijgezel waren. Hun eisenpakket voor de vaak als doetjes opererende kandidaat-minnaars zodanig groot dat ze eigenlijk een klusjesman/tuinman/schilder/monteur zoeken die wellicht ooit ook het hart van die dames kan of mag veroveren. De mannen zoeken vooral een ‘maatje’, maar wel een die ook handig is in het klussen en koken.

Nou, ik had als kandidaat na een enkele dag bij een paar van die vrouwen zelf de koffers al snel weer gepakt. ‘Maar ja’ stelde Mevrouw Meninggever stellig ‘jij bent al getrouwd’. Neemt niet weg dat ik wel het onderscheid kan zien tussen pure aantrekkingskracht en frustratie. Tussen warm en koud, tussen vlees en ivoor. En van dat vlees is in vrijwel elke uitgezonden situatie geen sprake. Wel van hard werken, wringende gesprekken en met name mannen die het aantrekkelijk zijn voor vrouwen of zelfs het woord charme niet beheersen of zelfs maar kennen. Dus denk je als kijker dan na over een mogelijk script waarin men bij de eindredactie juist dat afstandelijke cultiveerde om de reeks langer te laten duren. Immers, de prijzen liggen altijd klaar aan de finish. Tenenkrommend die gesprekken met hen die al redelijk snel naar huis worden gestuurd of zelf opstapten. Wat zullen hun familie en vrienden wel niet van ze vinden of hun zakenrelaties, want een deel was nog actief op dat punt. Kortom, een geweldig kijkspel, maar wat een bijzondere lieden allemaal. Het een had vast veel met het ander van doen. Normale mensen zijn saai, bijzondere types zelden. (Beelden: Internet en niet uit de bewuste serie)

Polenese…

‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.

Zomerse vertrutting..

Zomerse vertrutting..

Ooit wierpen vrouwen de ketens af van de veelal door mannen en kerken over hen heen gelegde deken van grauwheid en zuur ruikende normen en waarden.

Zij kwamen voor zichzelf op en zagen zich niet meer als alleen maar huisvrouwen die moesten doen wat hun mannen of familie van ze wilde en waardoor het werpen van nageslacht ook door hen zelf werd gezien als ultiem levensdoel. Nee, de vrouw zag zich ineens als een volwassen menstype, trots op wat ze bezat en keuzes makend die het midden hielden tussen doorstuderen, geen huwelijk, geen kinderen willen of zelfs die voor de eigen sekse. De schok die dat veroorzaakte duurde toch al snel een jaar of tien. Het werd pas echt heftig toen vrouwen hun beha’s afdeden en al dan niet in de brand staken waarmee ze opnieuw een stukje vrijheid terugkregen. Veel mannen, indertijd veelal voorzien van lang haar en baarden, jubelden over al die vrijheden, want ook voor hen werd de wereld een beetje leuker. Een dame er bij of zelfs een heer als men daar van was, het kon allemaal en de bekende hippie-cultuur maakte dat de verkoop van spruitjes en bloemkool toch minder groot werd dan voorheen. Later ging die ontwikkeling verder. De bikini’s werden kleiner en kleiner, de ondergoedjes volgden die trend, en de monokini werd op het strand gemeengoed.

De vrouw als volwassen menstype die trots was op haar lijf en volledige bruining zag als ultiem bewijs. Daarbij kwamen er ook speciale naaktstranden voor hen die dat wilden, al moesten heel wat kerkelijke leiders en bestuurders van gebieden waar die stranden of bospercelen te vinden waren wel even slikken bij het idee. De mens was volwassen geworden, zeker in onze streken, en liet zich niet meer in een hokje stoppen. Brazilie werd het voorbeeld voor veel kleding van vrouwen, vrouwelijkheid onderdeel van de voort razende revolutie. Het tuinpak maakte plaats voor de minirok en zo meer. Maar er kwam een kentering. De bevolkingssamenstelling veranderde. Immigratie maakte dat de revolutie van vrouwen een abrupte rem doormaakte. De stranden niet meer het domein van de revolutionairen of hippies. Digitale technieken maakten ook dat privacy nog wel eens werd geschonden. Vond men dat eerst niet zo erg, een leven lang bekend staan om je prachtige borsten of meer op het www is anno nu vaak wel een wat al te grote en vooral ongevraagde eer.

De echte onafhankelijke vrouw toonde zich dapper en ging door op de ingeslagen weg. Maar een generatie later zag je al dat dochters van die hippiemoeders zich ingetogener gingen gedragen. Bloot was eng, preutsheid het nieuwe denken. Steeds groter werden de badbroekjes en beha’s gingen niet meer af, zelfs op het strand. Mannen droegen geen Speedo’s meer maar zwemshorts, en in sommige situaties zelfs onder de douche. In de landelijke zwembaden werden boerkini’s toegestaan, in 2021 ontstaan al bewegingen om aparte zwembaden of uren te maken voor islamitische vrouwen die al dat bloot uit onze samenleving verwerpen en terug willen naar onze Nederlandse geschiedenis anno 1950. De vertrutting slaat toe. De boezem verbannen en weer opgesloten in de veilige cocon van de degelijke beha. Marlies Dekker voor de wat oudere vrouwen die nog een beetje sexy willen zijn. Men koestert nog wel, experimenteert, maar showt veel minder. De revolutie is voorbij. De contra-revolutie onder leiding van mensen die ofwel het geloof aanhangen dan wel menen dat zij die geimigreerde geloofsgenoten moeten beschermen tegen al te veel Nederlandse (westerse) vrijheden, in volle gang. En ik, meninggever en toeschouwer kijk vol verbazing en ontzetting toe.

Jezelf inperken om het zelf gekozen nieuwkomers mogelijk te maken het meegenomen geloof dominant te laten zijn, ik zal er me nooit bij neerleggen. Want wat die revolutie duidelijk maakte is nu juist dat mannen en vrouwen gelijke menstypen zijn, ook al verschillen ze dan fysiek nogal. We hebben mekaar domweg nodig. En bepaald niet alleen om het eten klaar te maken en kinderen te baren. Helaas zien we dat laatste nu net in de kring van de vertrutters steeds meer als norm. En ik kreun. Heb de recente geschiedenis meegemaakt. En weet wat dat deed voor de positie van de vrouw en de vrije mens. U bent gewaarschuwd…..(beelden: archief)

Prikdiscussies..

Prikdiscussies..

Als ik dit schrijf zijn de besmettingscijfers voor dat verrekte Chinese virus spectaculair flink aan het stijgen.

Met name jongeren zorgen voor ongebreidelde groei van de getallen. Eenmaal een vinger gekregen van de overheid pakken zij (logisch) de hele hand, en maken zich uit de voeten richting feeststranden hier of over de grens. Bij terugkomst blijkt dat zij net als bij SOA’s en andere ziekten, de nodige magneetwerking uitoefenden op hen die besmettingen bij zich droegen en met wie dat feesten en meer zo leuk leek. Dat er dan ook een Deltavariant wordt opgevoerd als soort van secondenlijm om ongevaccineerden flink te pesten is pure pech. Pech is ook dat zoveel mensen niet wensen te worden gevaccineerd dan wel zo angstig zijn voor de vaccins dat ze daarvoor hele Facebook/Twitter/Instagramgroepen aanmaken waar je nog iets kunt leren op het gebied van amateur-virologie.

Ik heb er theoretische verhalen gelezen van mensen die menen dat elk shot tegen COVID-19 ons lijf voorziet van veranderd DNA waardoor we los van een grote talenknobbel op termijn ineens spruitjes uit de oren zullen zien groeien. Anderen weten zeker dat met die prikken ook piepkleine probes in ons lijf worden gespoten die allerlei zaken over ons gedrag en medische situatie doorgeven aan de overheid. Ook het magnetisme van sommige prikken leek een eigen leven te leiden. Wetenschappelijk is hiervan weinig tot niets te bewijzen, maar binnen de antivaxxers werken die verhalen als de bijbel of koran voor de gelovigen. Erger is nog dat men hen die wel worden gevaccineerd bespot, uitmaakt voor alles wat mooi of lelijk is en zeker weet dat de ongevaccineerden langer zullen leven. Tja. Over dat gif en zo meer toch even een paar zinnen. Juist die mensen die geen vaccinaties wensen zitten in de hoek waar chips en kaasblokjes samen met bier hun weg naar overbemeten buiken en magen weten te vinden. Veelal wordt er gerookt, onveilig seks bedreven, te hard gereden, liefst op de motor zonder pak of helm, men eet te veel suiker, zout, vet, beweegt slechts van en naar de keuken, leeft van een uitkering en vindt de zon een prima bron om de hele dag in te liggen zonder anti-bruiningscreme.

Want ook dat is in veel gevallen gif. Ik overdrijf wellicht iets, ik weet het, en er zijn vast mensen die vanuit geloofsoverwegingen of omdat het zo is dat ze buitengewoon angstig zijn voor prikken, ik ben er ook zo een, niet uitkijken naar dat vaccineren. Maar dat verrekte virus zoekt nu net die mensen graag op en doet hen het gevaar extra breed verspreiden. Die jongeren worden overigens zelf zelden echt ziek, de ouderen met wie ze in contact komen des te meer. En echt, de besmetting is heel snel voor elkaar te brengen. Zouden we dat virus wel serieus nemen wanneer we allemaal onder de groene bulten zouden komen zitten als we besmet werden? Vast! Nu weigert zo’n 30% om allerlei redenen hierboven genoemd, de beschermende prik. Een deel in bepaalde hoeken van de samenleving. Het zij zo. Maar mekker dan ook niet als je ziek wordt en ineens aan allerlei slangen en infusen komt te liggen op de IC. Eigen schuld dikke bult. Verder is het mij goed. Mits ik maar geen gemiauw aan moet blijven horen over mijn beslissing om wel (zelfs twee keer) gevaccineerd te zijn. Het voelde voor mij aan als een soort bevrijding. Weer meer kunnen doen zonder me constant zorgen te hoeven maken. Dat alleen al…… Maar ook dat ik net een beetje bijdraag aan het niet meer overbrengen van dat virus. Dat was me die twee prikken wel waard…(Beelden: Archief)

Was maar kort zelfstandig; Lincoln!

Was maar kort zelfstandig; Lincoln!

Was het meneer Leland die het merk in 1921 oprichtte beter vergaan had het merk Lincoln vermoedelijk nu nog onafhankelijk bestaan.

Maar het lot was hem niet gunstig gezind en al in 1922 moest hij zijn wat exclusieve modellen bouwende autofabriek overdoen aan Henry Ford die er al zijn dienst ‘Cadillac’ van maakte, oftewel een luxe merk dat het op moest nemen tegen de duurste wagens van General Motors. Daardoor is Lincoln in onze streken veelal een wat onbekend merk gebleven, want slechts de beter gesitueerden konden zich een dergelijke limousine veroorloven. De modellen van na de oorlog waren deels van jaren eerder, Lincoln behield de modelvoering maar zette in haar Continental van toen een stevige V12 die 5 liter groot 130paarden beschikbaar stelde aan zijn aan de oorlogsjaren flink verdiend hebbende eigenaren. Zoevend over de wegen was het wel een auto om mee en in gezien te worden.

Tot 1948 in productie gebleven. Daarna veranderde de styling compleet en werden ook Lincolns glad ogende wagens met o.a. voorruiten uit een stuk (toen nog bijzonder) en een overdaad aan chroom. De modelnaam Cosmopolitan. De V12 was verdwenen, een stevige V8 verving hem en daarvan genietend had de Lincoln-chauffeur ook nog eens elektrische ramen ter beschikking en een even elektrische voorbankverstelling. Daarna volgde Lincolns met namen als de Capri en Custom, terwijl in 1956 de zeer uitbundig gestylede Premiere het daglicht zag. De vormgeving was zo bijzonder dat Lincoln er zelfs prijzen mee won.

Maar de grote klapper was toch wel de enorme Continental Mk.II uit het zelfde bouwjaar. De auto kostte net zoveel als vijf toch ook niet meteen kleine Mainlines van Ford, maar de orders stroomden er voor binnen. Lincoln bouwde de wagens echter met de hand, niks lopende band-werk, en dat beperkte de leveringen. Een Lincoln als deze doet nu veel geld. Dat geldt minder voor de in mijn ogen veel aardiger Mk.III die met zijn schuine koplampen en een naar binnen hellende achterruit de stijl van alle Ford’s uit die tijd volgde maar ook een V8 van dik 7 liter mee kreeg waarmee de 200km/u in zicht kwam. En dat anno 1958.

Zowel de Continental’s van latere bouwjaren als andere modellen van het merk groeiden maar door. Werden langer, lager, zwaarder en werden dan ook met steeds zwaardere motoren geleverd. Op een litertje benzine keek je niet als je Lincoln reed en bij een verbruik van 1:3 was dat ook verstandig. De 7,5 liter grote V8 haalde bij de versie van 1968 intussen 370pk, woog 2.2 ton en was 1,5 meter langer dan een beetje VW Kever uit die periode. Een enorme grille maakte indruk op de medeweggebruikers. En dat bleven die Lincolns doen door de jaren heen die volgden. Veel Lincolns werden in de VS ook nog eens verlengd tot TownCar Limousines, wagens waarmee de rijken en welgestelden zich graag lieten vervoeren met de nodige extra’s aan boord.

Wie wel eens in de VS op bezoek is geweest heeft dat soort wagens vast wel eens gezien. Later ging het Lincoln minder naar den Vleze. Maar het is nog steeds actueel en bouwt nu o.a. de zeer aansprekende Navigator SUV die wederom boven alles uitstijgt en de nodige nieuwe rijken aanspreekt. De huidige generatie sedans is van een minder opvallende omvang dan vroeger. Net zoals GM deed bij Cadillac. De smaak van de kopers veranderd. Men denkt wat meer om het milieu, maar wil nog wel heel veel comfort. En dat biedt een Lincoln. Alle waar naar zijn geld, maar je krijgt veel auto voor die centen. Zo had meneer Leland het graag gezien indertijd. (Beelden: Yellowbird archief)

De eerste keer….

De eerste keer….

Al eerder beschreef ik wat eerste keren van dit of dat uit mijn leven.

Veel er van is al wat langer geleden. Zo ook de eerste keer dat ik als jong mens het luchtruim koos aan boord van een piepklein toestel van Martin’s Air Charter en mijn woonstek van boven kon bekijken. Later deed ik dat nog een keer en voelde me al een heel ervaren passagier, want twee keer 20 minuten vliegervaring…veel van mijn straatgenoten en familieleden waren nog nooit ‘omhoog’ geweest. Werkend bij een grote bankinstelling (dat deden wij indertijd als jong mens op heel jeugdige leeftijd en leerden ‘s-avonds alles bij wat bij een carriere bij zo’n instelling hoorde) kwam een oudere collega ter ore dat er een malloot rondliep die helemaal gek was op vliegtuigen en alles wat er mee van doen had. Hij bleek een uit het Gooi afkomstige prive-vlieger te zijn die er altijd op uit was om zijn ‘uurtjes’ te maken vanaf en boven Hilversum.

En zo kwam het tot een contact dat leidde tot een afspraak waarbij een collega van de bank, mijn toenmalige verloofde en mijn oudere broer Rob deelgenoot zouden worden van een zaterdags uitje en vluchtje in een echt kleine machine die werd aangeduid als een Piper Tripacer. Daar kon je net aan met drie mensen in zitten en de cockpit was zo eenvoudig als een Volkswagen Kever uit die periode. Omdat broer Rob zelf een auto bezat reden wij naar dat bescheiden stukje vliegweide tussen Hilversum en Loosdrecht en vulden daar de nodige formulieren in. Stortte het toestel neer zou dat niet voor de verantwoording zijn van de piloot of zoiets. Maar ja, je bent jong dus dat risico nam je wel. Vliegen, daar ging het om. En hup in volgorde van twee om twee gingen we de lucht in. De piloot maakte een paar mooie bochtjes boven de Loosdrechtse plassen, we bekeken de wijken van Hilversum, genoten van het geraas van de motor, hielden ons intussen vast aan wat lussen en keken naar de piloot die op een of andere raadselachtige wijze de weg terug naar het vliegveld wist te vinden. Na een uurtje of twee was de pret over. Koffie met appeltaart voor de passagiers, een hand voor de piloot uit dank (afrekenen moest vooraf) en wij praatten nog na. 16 was ik, en al aardig ervaren als zei ik het zelf. Wist ik veel. Er zouden nog heel wat vluchten en vluchtjes volgen. Maar die eerste keer in zo’n piepklein ding blijft me goed bij. Zoals veel eerste keren van wat ook. Zal vast voor meer mensen gelden. Is dat wel zo maakt het mij uniek, en dat is dan voor het eerst….(beelden: eigen archief)

Tax..

Tax..

En nee dit blogverhaal gaat niet over opnieuw een door de linkse elite aan ons opgelegde extra belasting omdat we het wagen om te leven zoals we doen, het gaat over een artiest met die naam, Wally Tax.

Aanleiding was de toevallige confrontatie met zijn graf op de fraaie Oosterbegraafplaats in Amsterdam. En het besef dat voor de meer bekende Herman Brood onze stad nog een ander fenomeen kende met een stevige rock en roll imago. Tax was de zoon van een Nederlandse vader en Oekrainse moeder. Hij werd geboren in 1948 en werd voor het eerst bekend met zijn band de Outsiders. Daarbij viel op dat de Engelse teksten een wat duidelijke Mokumse tongval meekregen van de al snel langharige Wally Tax. Overigens was Wladimir zijn officiele doopnaam, maar ja, Amsterdammer, dan heb je al snel een bijnaam. En die adopteerde hij zelf ook maar. De band waarmee hij optrad, De Outsiders, maakte hun hoogtijdperiode mee in de jaren 60 en scoorden ook heel wat hits. Vaak had men dan een behoorlijke kwaliteit ingebouwd voor de achtergrondmuziek en akoestiek. Aan het einde van de jaren zestig zakten de successen in en stapte Tax over op een ander project. Een nieuwe band werd opgezet, Taxfree, die zelfs nog een plaat op kon nemen bij Jimi Hendrix. Maar dat nummer werd nauwelijks verkocht. De band viel al snel uit elkaar en Tax ging alleen verder

Een typisch fenomeen uit de jaren zestig. Leven als God in Frankrijk, maar ook zoekend naar vastigheid. Die meende hij te vinden in een partner. Dat pakte ongelukkig uit toen die dame door invloeden van buitenaf en een zware ziekte op relatief jonge leeftijd overleed. Wally Tax zocht zijn heil toen steeds meer in drugs en drank. Zijn grote frustratie dat een deel van de natie hem domweg niet meer herkende. Dat gedrag maakte ook dat een reunie die men in de jaren 90 opzette met de andere leden van de oude band The Outsiders, op niets uitdraaide. Er verscheen nog een biografie over hem, gemaakt voor zijn 50e verjaardag, waarin hij zinspeelde op vriendschappen met de groten der aarde. Elvis, Janis Joplin en zo meer. Of dat allemaal waar was?

Kan ook branie gecombineerd met frustratie over uitblijvende erkenning zijn. Volgens sommigen maakten een getraumatiseerde jeugd dat Tax het leven maar moeilijk aan kon bij tegenslagen. Afkicken van de heroine kon en wilde hij niet. In 2002 verscheen de laatste CD van Tax, gitaarrock waarmee hij ooit was begonnen. Het werd niks. Zijn naam was weg, zijn imago intussen verwoest. Op 10 april 2005 overleed hij. In Amsterdam, waar hij zoals ik al schreef, ook werd begraven. Zelf zo arm als een kerkrat werd zijn fraaie grafsteen met bij elkaar gesprokkeld geld van vrienden en collega’s neergezet op de plek waar ik het zag staan. Een Amsterdams fenomeen met veel minder naam en faam dan zijn later zo bekend geworden collega Herman Brood. Beiden verslaafd, maar de een toch lichtmoediger dan de wat zwaar op de hand zijnde Wally Tax. Ik ken hem nog wel van ‘ontmoetingen’ in de stad waar hij nog wel eens door het centrum zwierf. Op zoek naar mogelijkheden om weer een shot te scoren. Maar ook een man die schreeuwde om erkenning. Een typisch mens uit de jaren zestig. Kortom uit de periode van voor de vertrutting waarin we nu verkeren. (beelden: Internet)

Kroegvrienden…

‘Iedereen’ mocht hem. Althans dat gevoel had hij zelf altijd gehad. Henk, lekker populair in zijn jeugd. Veel vrienden, met wie hij uitging en op de meiden kon jagen. Zijn vader had een eigen bedrijf en hem was zelden iets te kort gedaan. Financieel zeker niet. Hij liep er echter wel de kantjes van af. Het bedrijfsleven was eigenlijk niks voor hem, maar toch had zijn vader hem opgenomen in de onderneming. Ook omdat ‘die ouwe’ dan een oogje in het zeil kon houden. Henk was een vrouwenjager, en daarbij hield hij wel van een glaasje bier. Hij was nergens goed in waar het nuttige zaken betrof, maar kon wel goed biljarten, voetballen, en onderhield zijn sociale contacten. Maar het leukst vond hij toch wel de kroeg. Ook toen hij in dienst zat was hij toch vooral een ‘drukker’ om daarna in de vrije ruimte vooral lol te trappen met zijn maten. Die hadden Henk altijd hoog zitten. Sloegen hem op de schouder en wilden nog wel eens een stapje extra voor hem lopen. Logisch want de meeste rondjes in de kantine betaalde hij. Net als bij het voetballen. Altijd was Henk de gevierde jongen. Toen zijn vader overleed en hij de onderneming erfde moest hij even wennen aan het nieuwe leventje. Hij werd wat serieuzer, maar onderhield wel goede contacten met sportverenigingen en zo meer. Zijn sponsorschap daarvan maakte dat hij vaak werd uitgenodigd voor een hapje en drankje en daar genoot hij met volle teugen van. Het werken ging hem redelijk af. Hij gaf leiding aan dat bedrijf, maar had ook prima mensen om zich heen verzameld op wie hij kon bouwen en die hij graag wilde vertrouwen. In het weekend was er dan het gezin, ja hij was ook nog getrouwd met ongeveer de vijfde vrouw met wie hij een soort van liefdesrelatie had opgebouwd en met wie hij twee zonen kreeg. Op zondag zat hij bij de clubs. En genoot, deelde rondjes uit en werd op het schild getild. Nu hij wat ouder werd, de kinderen in de zaak en hij met een soort pre-pensioen, genoot hij nog het meest van zijn dagen en avonden in de kroeg. Hij genoot van de verhalen, van de sfeer, van de drank. Tot hij ontdekte dat al die drank ook betaald moest worden. Het inzicht dat hij wellicht vriendschap (…) kocht was confronterend. En dus deed hij een stapje terug. Het bleek heel vervelend te werken. Niet alleen werd het ineens een stuk ongezelliger, maar al die ‘vriendschappen’ stelden uiteindelijk niks voor. Als hij geen rondjes gaf, kreeg hij er maar heel weinig van anderen. Zag men hem als een gierige kapitalist. Het werkte ontnuchterend. Hij stopte er mee. Wel jammer dat intussen zijn vrouw was vertrokken en zijn zoons hem niet meer op de zaak wilden zien. Henk, eenzaam mens, door niemand meer gezien. Hij pakte er nog maar een pilsje bij en voelde de tranen in zijn ogen opwellen…. Zoveel jaren voorbij…. en weer alleen!