We waren zeer benieuwd hoe het eten er zou zijn en zeker ook de vaak door andere bezoekers geroemde ambiance. Ron Gastrobar in Ouderkerk a.d. Amstel is een van de vestigingen van deze door meesterkok en prima ondernemer Ron Blauw opgezette keten. Befaamd om de goede keuken, in dit geval een Indonesische. Meester Ron Blauw zelf was tijdens ons bezoek aan deze vestiging niet te vinden in het restaurant. Het wordt gedreven door een team van zijn gespecialiseerde chefs. Deze zaak is te vinden aan de Amstelveense en zuidelijke kant van Ouderkerk, vlak bij het vermaarde Groot Paardenburg en Loetje. De entree doet niet vermoeden dat hier een redelijk ruim restaurant achter ligt. Dat is in een soort T-vorm opgezet, waarbij de bovenste streep van de T aan de achterkant te vinden is. Mooi ingericht dat restaurant, weinig mis mee. Dat geldt ook voor de menukaart, al is dat meer een folder dan een echte kaart. De gerechten zijn interessant, maar de prijzen ‘stijf’. De grote rijsttafel die wij bestelden was nog wel te doen, maar alles wat je extra bestelde kostte geld. Een fles water (zonder bubbels) zelfs 6 euro. De wijn, van behoorlijke kwaliteit, 22 Euro. Toetjes zijn allemaal 9 Euro. Dat zijn geen budgetprijzen.
Overigens was het eten verfijnd lekker. Je overeet je er overigens niet aan, ons van oudsher bekende Indische restaurant Djago in Amsterdam-Zuid biedt domweg grotere porties, maar de smaak was zeker op hoog niveau. Dat gold niet voor de bediening. Die was (gestoken in uniform van een of ander cateringbedrijf) netjes, efficient, maar weinig persoonlijk. En het geluidsniveau in het restaurant is domweg te hoog. We konden aan de toegewezen tafel met goed fatsoen niet met elkaar praten zonder de stem stevig te verheffen. Dat is in goed gezelschap best een nadeel. Er was door de vriendin uit ons gezelschap die ons had geintroduceerd in het restaurant vooraf bij reserveren aangegeven dat we een jarige in ons midden hadden. ‘Daar zou men iets leuks voor doen’. Nou? Niks! Gewoon niet geregeld. En als je dat dan bij elkaar optelt zie je dat het rapportcijfer niet hoger komt dan 7.5. En dat ligt echt niet aan het eten. Dat was top. Maar er is meer nodig om je een leuke avond in een goed restaurant te bezorgen. En helaas was dat nu net de zwakke schakel hier.

Vrouwlief wilde er graag een keer heen. Het Zwolse Museum De Fundatie. Aan de buitenkant van het centrum gelegen, niet ver van het station daar. Direct herkenbaar aan de ‘tulband’ die dient als bovenste deel van een verder prachtig en stijlvol gebouw. Regionaal museum voor kunst en cultuur. Vol kamers en zalen en in die tulband bij mooi weer een aardig uitzicht over de oude provinciehoofdstad Zwolle. Onlangs waren we daar dus, de trein bracht ons er in een uurtje reistijd. Het was heel erg nat buiten, het zicht beperkt tot pakweg 100 meter en dat niet zozeer door mist maar door een constant vallende motregen. Zwolle glom, niet van trots. Wel van de nattigheid. Het museum bood uiteindelijk warm onderdak. Er liep een expositie rond het ‘Zie de mens – 100 jaar, 100 gezichten’ thema. Op zich interessant, maar uiteindelijk niet zo aan ons besteed. Het was mij zeker te somber allemaal en wat ik zag van beroemde kunstenaarsnamen deed me huiveren bij het idee dat daar door liefhebbers en musea grof geld was betaald.
Ik zou het niet in de kamer willen hebben staan of hangen. Het was er ondanks dat aardig druk. Leek wel of half (bejaard) Zwolle was uitgelopen voor deze expositie. Even de bordjes lezen bij de verschillende objecten bleek vrijwel onmogelijk. Nou ja, het zorgde wat ons betreft voor een snelle rondgang. We beklommen de vele trappen in het museum om boven in die tulband nog even te zien wat daar zoal was uitgestald. Het was vrij modern allemaal en zeker qua onderwerpen onherkenbaar. Leuk voor de liefhebber, maar wederom niet voor mij of vrouwlief. Omdat ook het uitzicht op de stad door de regen werd verpest, namen we al snel het besluit om het museum maar te verlaten. We hebben het nu tenminste gezien. We weten waar het ligt en wat je in die tulband kunt bekijken. Niet echt onze smaak. Gelukkig was het centrum vlakbij en vermaakten we ons nog even in de schitterende boekhandel Wanders en bij de bekende banketbakker van Orsouw aan de Grote Markt. Daarna namen we de trein en reden terug naar het westen. Waar het nog net zo nat en grauw was als in Zwolle. Geen weer om in te lijsten. Maar ja, herfst!
In de jaren dat ik mij zakelijk actief door de wereld bewoog om zo te zien mijn eigen bedrijfje nog wat meer op de kaart te zetten bij potentiele opdrachtgevers kwam ik ze vaak tegen. Mooipraters, interessantdoeners, uitvinders van wit garen of buskruit. Gelukkig ben ik voorzien van een stevige dosis zelfkennis, ervaring en het nodige cynisme, waardoor ik die wonderlijke types al snel in de gaten had. Vaak uit op jouw ‘handel’ zonder daar zelf ook maar iets voor te hoeven doen. Immers zij zaten in een unieke (..) handel en hun aanbod was zo bijzonder dat al mijn kennis en ervaring, plus mijn creativiteit en ondersteunende partners er bij verbleekten. Ik heb er heel wat ontmoet. Een beetje ondernemer wordt namelijk lid van ondernemersclubs, van lobby-verenigingen en zo meer. Ik dus ook. Uitwisseling van visitekaartjes was daar schering en inslag. Altijd met het idee dat je iemand zou kunnen vinden die snapte wat jij deed of te bieden had. Pas dan kun je met elkaar praten over wederzijdse belangen.
Onlangs kreeg ik een reclame te horen van een bank die haar ‘unieke diensten voor de zakelijke ondernemer’ aan de man of vrouw wilde brengen en dat deed met de gevleugelde zin: ‘Bel ons dan kunnen we kijken wat wij voor elkaar kunnen betekenen’ of woorden van die strekking. Die zin heb ik vaak gehoord. Wat we voor ‘elkaar kunnen betekenen’. Ik legde dat altijd letterlijk uit in mijn eigen voordeel. Dus…als ik jouw diensten afneem ga jij jouw reclamecampagne of PR-actie via mij laten lopen? ‘Nou nee, zo is het niet, ik bedoelde meer dat ik dan aan jou mijn unieke diensten of die van mijn bedrijf zou mogen leveren’, was dan steevast het antwoord. Altijd hetzelfde beeld. Wel het een maar niet het ander. Hoe zo voor elkaar iets kunnen betekenen?? Ik heb zelf al jaren genoeg wit garen en ook mijn voorraad zelf uitgevonden buskruit is groot genoeg. Blijft lastig in die netwerken.
Een ander iets gunnen als je zelf zo uniek bent dat je dat op allerlei manieren wilt uiten. Zelden op de juiste. Daarvoor heb je dan iemand nodig die je daarbij helpt. Maar daar is vaak geen budget voor beschikbaar. Dat is overigens een probleem dat je bij banken zelden tegenkomt. Daar doen ze veel in eigen beheer. Vandaar dat je bij die reclame deze zin benut. Want als ik dat letterlijk neem zou ik me dus meteen als ondernemer melden en zien hoeveel wit garen en buskruit ik kan leveren in ruil voor een bancair professioneel advies. Ik vrees heel weinig. En weet genoeg over die bank om er nooit zaken mee te doen. Al ben ik dan officieel gestopt, opletten doe ik nog steeds. Opdat u het weet….
geregelde wereld anno 2016, maar een jaar of 50 geleden ging het qua bijzonder zaken doen toch nog een stukje anders in ons land en zo kon het gebeuren dat er ondernemers opstonden die nog een avontuur aangingen. Terwijl ze in feite de wind tegen hadden maar zich daar niet door lieten leiden. Een van die lui was luchtvaartpionier John Block. Een man die bij Martinair vanaf het begin bij dat bedrijf deel uitmaakte van de directie, maar qua karakter niet zo goed paste bij de degelijke en strenge Martin Schroder. Block was een totaal ander type. En dus zocht hij naar mogelijkheden om een eigen charterbedrijf op te zetten. Vanwege alle tegenwerking vanuit zijn oude werkgever, maar ook de KLM en de regering, besloot hij in eerste instantie om op het Maastrichtse vliegveld Beek zijn vergunning aan te vragen.
Transavia zou de maatschappij gaan heten en voor de (on)duidelijkheid voegde Block daar ‘Limburg’ aan toe. Vliegtuigen waren toen nog genoeg te vinden. DC-3’s, DC-4- en DC- 6 toestellen stonden wereldwijd te kust en te keur te koop. Block financierde zijn onderneming via allerlei wegen, en wist ook langs diezelfde wegen uiteindelijk aan een vloot DC-6 toestellen te komen die al snel werden gespoten in het nieuwe kleurenschema van zijn onderneming. En zoals het hem als proactieve ‘baas’ van het spul betaamde verkocht hij al vluchten voor opdrachtgevers terwijl hij nog niet eens mocht vliegen. Maar op 14 november 1966 kwam die vergunning er dan toch en twee dagen later steeg de eerste DC-6 van Transavia op. Richting Italië met het Nederlands Danstheater gezelschap als passagiers.
Sindsdien is er veel gebeurd. Transavia werd een begrip op de chartermarkt, later op de vakantievluchtenmarkt en sinds een aantal jaren als low-budget-airline onder auspiciën van Air France-KLM waar het als een van de weinige divisies winst maakt. Transavia wordt al heel lang niet meer geleid door ondernemers als Block. Die verdween al snel toen Transavia een meer gestructureerde vorm aan nam met nieuwe aandeelhouders. De vloot veranderde. De oude propellervliegtuigen verdwenen en er kwamen Franse Caravelles in dienst. Er zijn vast nog mensen die zich herinneren dat je met de TROS met zo’n toestel naar Groningen kon vliegen om daar een uitzending van die omroep bij te wonen. Het hield de machines ook in de wintermaanden actief. Op enig moment, lang geleden, kocht Transavia splinternieuwe Boeing 737’s.
Een toestel dat nu, in zijn nieuwste vorm, nog steeds de ruggengraat vormt van het bedrijf. De kleuren van Transavia veranderden ook, net als haar rol in de luchtvaart. En anders dan je bij Martinair zag dat na vertrek van de oude garde werd ontmanteld door de aangestelde managers zonder visie of kennis van de markt, bleef Transavia succesvol actief. Nu dus al weer ruim 50 jaar. Toch iets om even bij stil te staan. Vandaar dit blogje… Heb je zelf ervaringen met Transavia door de jaren heen? Laat maar lezen hier. Ik vind dat zelf erg aardig. (Foto’s: Yellowbird, LPAC, internet, archief)
Elk jaar kijk ik graag een beetje terug naar wat we zoal deden in zo’n kalenderjaar als het huidige. Omdat een mens zoals ik dat ben, zoveel onderweg is en niet schroomt om dan even een paar uurtjes rond te rijden in ons land of daar buiten. Het ene jaar reiken of reizen we dan soms verder dan in het andere. Door de jaren heen hebben we zo heel wat plekken leren kennen die we normaal nooit zouden hebben gezien of bezocht. Je moet er iets voor over hebben, maar dan leer je de leukste plekken in binnen- en buitenland goed kennen. Dat doen we overigens ook per trein, bus, fiets of gewoon lopend hoor. De auto is er voor de andere stekjes die we op de agenda zetten. Ik zet ze toch eens achter elkaar. Geteld tot eind medio november dit jaar…
Duivendrecht, Mijdrecht, Haarlem, Aalsmeer, Weesp, Wormer, Purmerend, Volendam, Amstelveen, Naarden, Uithoorn, Almere, Diemen, Sassenheim, Noordwijk, Katwijk, Rijnsburg, Goudswaard, Roosendaal, Oud-Beijerland, Hoofddorp, Soest, Hilversum, Baarn, Bunschoten/Spakenburg, Soesterberg, Eemnes, Leiden, Schiphol, Kleve, Hoorn, Breukelen, Dongen, Eindhoven, Vught, Zuid-Beijerland, Zierikzee, Abcoude, Heinsberg, Amstelhoek, Woerden, Ter Aar, Oude Meer, Waddinxveen, Zwanenburg, Bocholt, Deventer, Twello, Teuge, Voorthuizen, Den Bosch, Utrecht, Bilthoven, Lelystad, Harderwijk, Hardenberg, Nordhorn, Denekamp, Scharendijke, Ouddorp, Valkenburg (ZH), Rosmalen, Wijk en Aalburg, Heusden, Woudrichem, Gorinchem, Leerdam, Edam, Beek (GLD), Hendrik-Ido-Ambacht, Nieuw-Lekkerland, Zeewolde, Driemond, Aken, Heerlen, Herzogenrath, Geldern, Zwolle, Laten, Lage en Hoge Vuursche….
Natuurlijk hebben we soms echte en serieuze redenen om die plekken te bezoeken. Een markt, vrienden, familie, musea, speciale winkels, bedenk het maar. Soms kwamen we er ook zo maar toevallig langs en besloten er dan toch maar even een kijkje te nemen. Het is ook slechts een aardige doorsnede van onze reislustigheid in deze vaderlandse streken of net achter de grens. Sommige plaatsen bezochten we diverse malen, andere slechts een enkele keer. Kan volgend jaar zo maar anders zijn. En de score van dit jaar wijkt weer voor 50% af van die in vorige jaren. Daarbij, vrouwlief en ik reizen soms ook nog wel eens apart ergens heen. Ook dat moet kunnen. Hoe dan ook, we zijn op onze manier lekker druk en dat is ook een oorzaak voor soms wat minder aandacht voor het geschrevene op dit en uw blogs. U wilt mij wel vergeven mag ik hopen? De auto wacht al weer….een volgende bestemming lonkt…
Een van de oudere musea in de hoofdstad is het Allard Pierson. Nummer drie in de aangekondigde reeks musea die we in oktober aandeden. Tegenwoordig gevestigd aan de Turfmarkt in het gebouw waar vroeger ooit de Nederlandsche Bank te vinden was. Prachtig museum met een ronduit schitterende Egyptische collectie. Die was de reden om er eens binnen te wandelen. In extreme rust kijken naar die fraaie oude cultuur is een genoegen. En het museum stalde de boel prettig uit. Voor Egypte hoef je geen trap op of af, al is het officieel op de eerste etage gevestigd. Daar waar ook de kassa zit. Klein klimmetje nodig vanaf de ingang. Het is en blijft toch bijzonder om te zien hoe ver die Egyptenaren uit het pre-islamtijdperk al waren. Duizenden jaren geleden al een machtig land met grote vorsten die bij hun status behorende bouwwerken oprichtten en er een redelijk consistente religie op na hielden. Zij geloofden minder in goden die ze niet zagen, meer in aardse zaken die ze als goddelijk ervoeren. De graftempels waren enorm, de bekende Pyramides zijn daar een mooi overblijfsel van. Tijdens ons bezoek liepen er twee specifieke exposities die aansloten op hetgeen hier het hoofdthema is.
Onder de titel ‘Ontmoetingen met de Oriënt’ kwamen deze keer twee zeer actieve onderzoekers en Egyptologen aan de beurt en onder de aandacht. De Brit Flinders Petrie die leefde van 1853-1942 en als grootste schatgraver in Egypte bekend zou worden. Hij vulde met zijn vondsten heel wat museumcollecties. Een andere pionier was Emilie Haspels. Een Nederlandse archeologe die zich vooral richtte op culturen die ooit in het midden van Turkije leefden en daar heel wat wetenschappelijk waardevolle vondsten bloot legde. Zij overleed in 1980, maar liet een geweldige hoeveelheid materiaal en kennis achter waar veel musea nu nog plezier aan beleven. Iets dieper in het Allard Pierson is een afdeling te vinden waar je zelf zou mogen meehelpen om van scherven een echte oude pot te maken. Of een stenen pijp. Allemaal vondsten uit de Amsterdamse bodem, waar men ze vaak uit oude beerputten boven water haalde. Veelal tijdens nieuwbouwprojecten. Denk maar eens aan de metrobouw zoals die nu ook nog plaatsvindt. Wij waagden ons er niet aan, maar interessant was het wel.
Net als de manier waarop dit museum omgaat met kennisoverdracht aan kinderen. Er mankeert nogal wat aan de geschiedenisleer op scholen. En dus pakt het museum haar specialisatie beet en geeft workshops voor klassen vol kinderen die spelenderwijs kunnen leren hoe het leven was in de Egyptische tijd. Met Playmobil spullen en een hoop zelf tekenen of kleien. Maar dan blijft die kennis wellicht toch beter hangen. Wie zijn geschiedenis kent heeft in de toekomst nog iets te zoeken. Dolenden eindigen vaak in een zelf verzonnen verhaal of verwrongen beeld van die zelfde geschiedenis. De bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd. Allard Pierson is simpel te vinden tegenover de Rederij Kooij van de rondvaartboten en aan de andere kant van het water dat het Rokin scheidt van de Turfmarkt. Parkeren is hier niet mogelijk, het ov is de beste optie. Of je moet wandelen zoals wij dat altijd doen.
Onze vriendjes hadden de reservering gedaan zodat we na onze hoofdstedelijke museale tocht en de altijd leuke wandelingen door de binnenstad van Mokum, hongerig en wel zeker zouden kunnen aanschuiven. En dat voor een betaalbare prijs. Hun keuze was op basis van een eerdere goede ervaring Humphreys aan de Amsterdamse Spuistraat. Waar je voor nog geen drie tientjes p.p. een drie-gangen-keuzemenu krijgt dat echt genoemd mag worden. Dat geldt ook voor de drukte en de bediening. Humphreys heeft kennelijk een goede naam, het restaurant zat tijdens ons bezoek in de vroege avonduren tot de nok toe vol. Dat zijn, neem van mij maar aan, heel veel tafeltjes, en dito aantallen gasten. Een gekakel van jewelste is het gevolg en je moet soms even inschikken om anderen ook stoelschuif- en zitruimte te geven. Maar wij zaten op een prima plek en werden bediend door een jonge dame die drie avonden in de week hier werkte en verder studeerde aan de Frank Sanders-musicalacademie. En die we daarna meteen in de harten sloten waardoor de sfeer werd er alleen nog maar beter door werd. De gerechten zijn zonder meer lekker en verzorgd te noemen. Voldoende keuze ook per gang. En de extra frietjes die wij bestelden werden zonder probleem gratis verstrekt. Zo zie je het graag in een restaurant. De wijn van het huis was van de zachte soort. Paste overal bij, een allemansvriend. Maar dat is precies wat wij zochten. Net als die grote karaf water die op tafel kwam. Over alles is nagedacht. De toiletruimte was onder in de kelder. Lastig voor ouderen die slecht ter been zijn, maar verder keurig verzorgd. Alles bij elkaar opgeteld verdient Humphreys voor de prijs/kwaliteitsverhouding en die geweldige bediening wat mij betreft een dikke 9! Zij hebben ook vestigingen in Arnhem, Breda, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leeuwarden, Nijmegen, Rotterdam (2x), Uden, Utrecht en Zwolle. Aanbevelenswaardige keten!
Het tweede museum dat ik onlangs binnen de periode van twee dagen bezocht was de Hermitage in Amsterdam. Het was de bedoeling om er al eerder heen te gaan, maar dat kwam er om e.o.a. reden steeds niet van. Maar uiteindelijk is het dan toch gelukt. Samen met onze Soester vriendjes op een mooie dag in oktober. ‘Catharine de Groote – Zelfgeslepen diamant’. In de sfeervolle Hermitage, altijd goed voor exposities van kunstzinnig werk uit het grote museum in Sint-Petersburg, Rusland. Tot en met 15 januari 2017 te bekijken, tegen een geringe meerprijs op je normaal gratis MJK-toegang.
De werken die men uitstalde zijn soms prachtig, maar de onderwerpen in veel gevallen wat minder fraai. Waren die mensen in die tijd zo lelijk of hadden de schilders hun dag niet? Catherina de Groote was een vrouw met twee gezichten. Eerzuchtig, steenrijk. Machtig, en invloedrijk. Ze kende de andere koningshuizen uit die periode en hield van corresponderen met filosofen als Voltaire en Diderot.
Catherina wilde de Pruisische koning Frederik verslaan waar het om kunst verzamelen ging en intussen verborg zij af en toe een minnaar of drie voor de buitenwereld. Of die allemaal tegelijk langs kwamen is de vraag. Maar dat zij dominant zal zijn geweest….het moet wel. Geslepen en glimmend was de geweldige tsarenkroon die stijf stond van de diamanten en parels. De uitgestalde kroon in de Hermitage is een kopie, stamt uit 2012, en is bedoeld om over de wereld te reizen. Het origineel vermoedelijk zo duur dat je dat risico niet durft te nemen om hem uit te stallen. Catherina is met haar voorkeur voor de kunst en de letteren ook actief geweest om al haar schatten onder dak te krijgen en zo stichtte zij 250 jaar geleden het Hermitage waaraan het Amsterdamse filiaal zijn naam dankt.
Erg aardig waren de monitoren met daarop te zien filmfragmenten van bekende sterren die deze in het echt niet al te fraaie vorstin ooit uitbeeldden. Marlène Dietrich, Jeanne Moreau, Catherine Deneuve, Catherine Zeta-Jones en Keira Knightley zetten soms een erg mooie tsarina neer. Mooier dan ze op die oude schilderijen bij de observator overkomt. Want complimenteus is anders. Maar ga zeker kijken als je interesse hebt in dit stukje geschiedenis. Al was het maar omdat je o.a. een kaart te zien krijgt waarop het Europa uit die tijd. Waarbij meteen opvalt hoe verdeeld en klein Duitsland was en hoe verscheurd het huidige Polen. En ook hoe goed die Nederlandse schilders uit de betreffende periode waren. Die hangen hier niet. Dat is meer voor een andere kant van het museum….Waar je zeker ook even heen moet gaan als je er toch bent…
Hij werd uiteindelijk slechts 70 jaar oud. Tellly Savalas, acteur die werd geboren als Aristotelis en zijn roots in Griekenland had liggen. In de VS vooral bekend als acteur en door zijn markante kop vrijwel altijd opvallend. Zijn meest bekende rol wellicht die van politieman Kojak. Kreukvrij, recht door zee, en in de jaren zeventig mateloos populair. Die serie liep precies vijf jaar. Hij kwam via zijn eigen radioshow de filmwereld binnen. En dat meteen met verve. 122 rollen in films en series op tv. Bekend werd hij o.a. in de oorlogsfilm ‘The Battle of the Bulge’, Kelly’s Heroes’, The Marcus-Nelson Murders en Escape to Athena. Zijn bijna vette lach, kale kop en sprekende ogen maakten hem geschikt voor rollen als schurk of juist het tegenovergestelde. Held met een knipoog. Charmant natuurlijk en dat was ook in zijn echte leven een reden om drie keer getrouwd te raken en bij verschillende vrouwen vijf kinderen te verwekken. Hij maakte ook het een en ander mee. Zoals een zeer ernstig auto-ongeluk toen hij in het leger zat. Telly Savalas was ook niet bereid tot het doen van concessies als hij ergens heen moest reizen. Er werd door hem niet gevlogen. Te veel angst voor die vliegende toestellen. Dus als je hem in Europa wilde laten acteren om maar iets te noemen, kwam hij per boot. Dat was veel producenten toch te ingewikkeld en zo liep hij nog wel eens een belangrijke of interessante rol mis. Zijn broer George Savalas was trouwens ook acteur en was o.a. te zien in de beroemde serie Kojak waar hij naast Telly detective Stavros uitbeeldde. Telly Savalas overleed veel te vroeg natuurlijk. In 1994, aan de gevolgen van prostaat- en blaaskanker. Triest einde voor een man die toch voor de filmindustrie best belangrijk is geweest. Ik kwam zijn verhaal tegen toen ik wat achtergrond informatie zocht voor de Buick Century Regal 1973 waarmee hij altijd reed in Kojak. En dan denk je ‘Oh ja, hij…’ en bedacht ik me dat een klein eerbetoon aan deze acteur moest kunnen. Hebben jullie zelf ook nog herinneringen aan deze man?? Vertellen hoor…..

