Apenvirus…

Terwijl we in deze maand een beetje bij komen van de pandemie die afgelopen half jaar over de wereld raasde en niet alleen een gezondheidsrisico voor iedereen in zich had, maar ook een economische crisis met grote gevolgen, is het goed om eens te kijken naar een ander virus dat wij als mensen nog steeds niet hebben kunnen bedwingen. Wel de gevolgen, niet de infecties. Ook al zou dat laatste wel moeten. Het waarom ligt vast in veiligheidsmaatregelen. In dit geval bij intermenselijk verkeer. Of dat nu geslachtelijk is of via bloedtransfusies. Want dit virus verspreidt zich langs de wegen van het lichaamsvocht. HIV (Human Immunodeficiency Virus) heet het en het stamt volgens de moderne geschiedschrijving over dit onderwerp uit Centraal Afrika waar het te vinden is in apen. In de jaren zeventig en vooral tachtig sloeg het ongenadig toe in bepaalde gemeenschappen. En net als bij het huidige COVID-19 virus ging het vanuit slechts een enkel persoon heel snel. Het waarom zat ook in de manier waarop mensen indertijd leefden. De seksuele moraal was erg veranderd, we wisselden sneller van partner en we lieten ook actieve homoseks toe.

En dus springt het virus mee met al dat vocht dat wij mensen daarbij rond sproeien of via ons bloed en nestelde zich in de volgende mens. Zonder dat de dragers het merkten. En die brachten dat dan weer over op anderen. Vanuit Afrika trok het virus naar Haiti, van daar naar Amerika. Binnen de kortste keren sprong het van de een op de ander. Raakte ook mensen die aan de drugs waren en vervuilde spuiten gebruikten. Man/man, maar zeker ook man/vrouw-contact op seksgebied de primaire verspreidingsvorm. Het waarom er zo weinig mee werd gedaan zit vooral in de gluiperige aard van dit specifieke virus. De ziekten die het veroorzaakt komen pas na een jaar of tien naar buiten. En dan is het eigenlijk oncontroleerbaar te laat. Het virus trekt je hele immuniteitssysteem aan stukken en een simpele keelontsteking kan al dodelijk zijn. Patienten die ziek werden kregen de verwante ziekte AIDS en hadden meestal nog maar heel even te gaan voor ze er bijzonder pijnlijk aan overleden. We kennen allemaal nog wel de ernstige beelden van vermagerde slachtoffers met de meest vreselijke kwalen, overdekt door vlekken en zweren.

Je ging er akelig lijdend aan dood. Het antwoord van de medische wetenschap liet even op zich wachten. Eerst vond men het een typisch Afrikaans probleem, later een homoprobleem, dan een voor de drugsscene, maar toen men er echt eens voor ging zitten bleek dat het toch wel een paar miljoen mensen wereldwijd bedreigde in het voortbestaan. Met name in de homoscene woedde AIDS als in een bos vol droge brandende bomen. Ook bekende mensen werden getroffen, Hollywood en de artiestenwereld sidderden. Gelukkig heeft men sindsdien niet stil gezeten. Men vrijde veiliger met condoom voortaan, nam properheid in acht bij die drugsspuiten, er werd veel meer getest en uiteindelijk kwamen er geneesmiddelen om de stap van HIV-geinfecteerd naar AIDS af te remmen of zelfs te stoppen. Ellendig genoeg is daarna een sfeer ontstaan waarin HIV zelf als minder erg wordt ervaren omdat er pillen tegen zijn. Onveilig vrijen kwam weer voor, niet alleen in de homoscene, zeker ook in het oorsprongsgebied; Afrika. Daar is het nog steeds een grote bedreiging voor de volksgezondheid.

Zeker ook omdat men de meest wonderlijke culturele gedragsregels hanteert. Vrije seks is iets wat kennelijk moet en ontmaagden van jonge meiden als middel tegen AIDS komt er nog steeds voor. Overigens stamt dit virus al van heel erg lang geleden. Bij dieren zelfs al miljoenen jaren oud. Verwanten van het HIV-virus vond men in oude kadavers van muizen en kon men traceren tot de tijd van ver voor de huidige primaten. En al die tijd bleef het onopgemerkt. Tot we ineens in contact kwamen met wilde dieren die het bij zich droegen. En daar vinden we meteen de parallel met het huidige COVID-19 virus. We hebben nog lang niet door welke gevaren er nog schuilen voor ons mensen op microscopisch niveau. Wellicht goed om daar toch nog eens over na te denken…(Beelden: Internet)

Isolatie in de ruimte…

De gemiddelde man of vrouw is niet gemaakt voor lange perioden van eenzaamheid. Denk maar eens aan de vele verhalen die over dit thema verschenen. Onbewoonde eilanden, lijken leuk, in de praktijk kan 99,9% van de mensheid daar niet overleven zonder mentaal ziek te worden. Om het over honger en dorst niet eens te hebben. Een paar maanden niet kunnen winkelen of naar de kroeg in coronatijd maakte duidelijk dat velen al symbolisch tegen de wanden klimmen. Moet je eens indenken dat je dan jaren vast komt te zitten in de oneindige ruimte om ons heen. En oneindig is die ruimte zeker. Zodanig dat we als mensheid vermoedelijk niet veel verder kunnen reizen dan pakweg een deurtje verder in een straat die is gelegen in een stad die weer is gesitueerd in een land zo groot als Rusland en dat dan weer op een wereldbol die eerder zo groot is als Saturnus dan de aarde zoals we die kennen. Lichtjaren weg houdt in dat je met de snelheid van het licht vele jaren zult moeten reizen om ergens te komen. Nou, voorlopig zijn onze raketten voorzien van een technologie die tripjes als die van een slak in een teerton mogelijk maken.

En niet veel meer. Hoe dan ook, we plannen trips naar de Maan (opnieuw nadat we in de jaren 60/70 al eerder die kant op gingen) waarvoor je ongeveer een dikke week moet reizen, maar ook naar Mars. En dat laatste is andere koek., Want een jaar ben je zo onder weg. Enkele reis. Want heen en weer is nog best een oefening. En dus selecteert men mensen die in staat zijn die eenzaamheid in de ruimte te doorstaan, maar ook een verblijf op een zeer mensvijandige planeet vol te houden gedurende een periode van wellicht een normaal mensenleven. Tuurlijk zijn de mannen en vrouwen die dit willen doen van oordeel dat ze dit aan kunnen, maar de vraag is of ze zich wel realiseren wat ze dan bedenken. De trips die astro- en kosmonauten maakten naar en in de ruimte (denk aan het ISS) gaven als resultaat te zien dat een jaar in de ruimte het menselijke fysiek aardig verandert. Ons beenderstelsel geeft het op, de spieren verslappen, hoe zeer we ook trainen, en ook de bloedsomloop is een probleem.

Komen die lui dan weer terug op aarde zijn ze een paar centimeter gekrompen en voelen zich tijdenlang niet lekker. Erger lijkt me de optie dat er bij zowel die lange Marsvluchten of de landing op die planeet misloopt en je roemloos ten onder gaat. Of een noodlanding maakt die grote schade geeft aan jouw vervoermiddel en je dan langzaam aan sterft op die rode planeet. Ik moet er niet aan denken, maar ja, ver weg van de Westertoren begint het al te jeuken. Dus ik ben om diverse redenen niet geschikt. Als je besluit om een kolonie te stichten op Mars, en die plannen zijn er, moet je dus ook mannen en vrouwen sturen om die kolonie duurzaam de toekomst in te leiden. Samen zoveel mogelijk kinderen maken, gezinnen stichten die de missie kunnen voortzetten en de basis daar gevestigd desnoods ontginnen. Met een rood waas voor de ogen en vooral verlangend kijken naar die ene blauwe planeet die heel ver weg in de sterrenhemel te zien is. Het lijkt mij vreselijk. Maar goed, ik hoef ook niet. Nee, met beide benen op de aardse grond. Toch net even plezieriger. Maar wie het aandurft is voor mij wel heen held(in)hoor. Ik wens hen behouden vlucht….(Beelden: Internet)

Verhoudingen…

Onlangs las ik bij iemand een pleidooi om ons van de beste kant te laten zien en de verhoudingen met hen die van verre komen te verbeteren door gewoon een stapje terug te doen. Huh…? Doen we dat dan niet al jaren? Het idee beviel of bevalt me niet. Wil je een leuke verhouding met andere mensen moet je gewoon allebei een stap vooruit zetten tot je neus aan neus staat en dan mekaar omhelzen en kussen desnoods(nu even af te raden i.v.m. dat coronagedoe). Maar als een van de partijen achteruit moet om de ander ruimte te geven is het al mis. Ik denk dat als we echt en oprecht zouden mengen met elkaar alles een stuk leuker werd. De mens is in principe op elk gebied gelijk. Fysiek in ieder geval. Kleur onderscheidt wellicht, maar zou je van alle werelddelen en rassen baby’s vanaf moment een bij elkaar brengen en die op dezelfde wijze (heel humaan en zonder geloof) opvoeden ontstond een mensensoort die deze aarde vermoedelijk zonder oorlog of ellende zou laten voortbestaan.

Het is juist dat we zo prat gaan op onze eigen normen en waarden of ons ‘heilige geloof’ dat zorgt voor de ellende. Integratie was niet nodig als we ook zouden trachten macht uit te schakelen en te vervangen door respect. Ondenkbaar natuurlijk in een wereld waarin elke fractie meent dat de tenen worden betreden door anderen of dat wat ik heb bereikt niet voor anderen bestemd of omgekeerd. Er zijn wel eens experimenten geweest op dit punt, veelal niet op prijs gesteld door de grote kerken of machthebbers van andere orde. Het idee alleen al. We hebben behoefte aan jij en zij denken, aan onderdrukking van minderheden (geen onderscheid daarin, want komt overal voor) van vooroordelen en zo meer. Vrouwen (helft van de wereldbevolking) minder waard dan mannen.

 

Dat humanistische beeld van onderlinge verhoudingen die zouden kloppen was ooit ook een ideaal van Baghwan of hippies. Geen vaste partners meer, maar gewoon diegene uitzoeken die je leuk leek of wellicht kon zorgen voor mooie kinderen. Een maatschappelijke chaos, want zeker in ons land moet alles in vakjes passen, maar toch! Juist vakjes maken het lastig om je te richten op hen in andere vakjes. De ingebakken vooroordelen doen verschillen tussen geloofsculturen telkens oplaaien. Heilige boeken als uitgangspunt voor de haat. Zou het niet mooier zijn als we die konden afschaffen en de blik naar buiten richtten? Triljoenen sterren in het heelal, nog meer planeten. Ze zijn er echt. En wij maar denken dat we uniek zijn. Komt dat? Slechts door geloof. Naar binnen gericht, navelstaarderij. Ieder voor zich en god voor ons allen. Ik droom nog even verder. Maar zou het prachtig vinden als we de grenzen op elk terrein eens wat zouden kunnen verleggen. Liefdevol, respectvol, maar ook met open ogen. Weg met die vooroordelen, de afkeer, die wensen en verlangens die vooral door kleinzieligheid en wonderlijke opvoeding vaak worden veroorzaakt. Corona maakte geen enkel onderscheid. Aids doet dat ook niet, kanker niet, tbc niet en voor een krokodil maakt het ook niet tot welke god je bidt als toevallig in zijn weg loopt. Waarom doen wij dat dan wel?? Leg het mij maar uit…Ik ben toevallig door al die zwart/wit-ruzies aardig in de stemming. (Beelden: Internet archieven)

Self service…

Tuurlijk, een taboe voor velen, maar als je bekijkt hoe lang we er al mee worstelen of dit acceptabel menselijk gedrag is of niet, wel een onderwerp om eens aandacht voor te hebben; masturbatie onder mannen en vrouwen. Het waarom zit toch vooral in de becijferingen die tijdens het hoogtepunt van de corona-ellende over ons heen kwamen. Al is de vraag in hoeverre mensen eerlijk antwoord geven op relevante vragen rond dit onderwerp. Zeker in deze toch wat vertrutte tijden best een extra groot taboe. Mensen die door virus en overheid opgehokt werden kregen volgens de media ineens ofwel minder zin in seks met de partner, dan wel meer, maar in het algemeen nam de frequentie van het zich zelf plezieren cijfermatig zeker toe. Nu is dat nog niet zo spannend omdat in die cijfers ook mensen zitten die geen partner bezitten en dus wel het risico lopen droog te komen staan in deze zware tijden. Maar ook onder gehuwden stegen de momenten van zelf opgewekt geluk flink. Men nam de tijd voor zichzelf en dat is verder uiteraard prima.

 

Zeker als je ziet dat het juist ook onder vrouwen opgeld doet. En dat is iets waar we toch even bij stil mogen staan als we bedenken dat pakweg een eeuw of anderhalf geleden vrouwen niet werden geacht zich seksueel te vermaken of te ontladen. Dat was voorbehouden aan mannen en de vrouw diende als opvangplek voor al het door hun partner voorgebrachte zaad, wat dan weer moest leiden tot zwangerschap. Dat een vrouw ook behoefte kon hebben aan een verlossend hoogtepunt was iets dat niet werd besproken. En masturbatie voor man en vrouw zat naar de normen van de toen zwaar het maatschappelijke (KERK)normbesef bepalende beleid en gevoel, in de verdomhoek. De geschiedenis van Onan uit de Bijbel vaak aangehaald als zondig en verspilling van zaad dat weer kon leiden tot nieuwe kleine mensjes die je tenminste kon dopen en aan de kerkvolkeren toevoegen. Op enig moment begon in de psychiatrie van toen een fenomeen de kop op te steken dat men omschreef als vrouwelijke hysterie. Vrouwen werden soms letterlijk bijna gek en kwamen dan in aanraking met de professionele hulpverlening van die jaren.

Toen die tot het inzicht kwam dat er iets fysieks ten grondslag lag aan die hysterie bedacht men na enige tijd en veel onderzoek een elektrisch instrument dat je nu mag zien als voorloper van alle hulpmiddelen die je via internet of speciale winkels gewoon kunt kopen voor de moderne naar ontspanning snakkende vrouw. Toen was dat zeer revolutionair, controversieel maar zorgde ook voor dusdanige verlichting van het leed (deels door de Victoriaans/christelijke moraal veroorzaakt) dat vrouwen na enige tijd als genezen de klinieken uitliepen en ineens wisten wat ze zouden willen van hun mannen. Niet dat die nu meteen begripvol reageerden. Indertijd was de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog best wel een dingetje. En in sommige culturen is dat nu nog zo. Een vrouw dient geen plezier te beleven aan de seksactiviteiten, de man dient dat plezier te voelen, de vrouw even niet. Die mag (be)dienen.  Bedenk maar eens dat in sommige culturen de vrouwelijke genitalien worden verminkt om dat plezier voor altijd weg te nemen. Hoe barbaars mag het zijn?

Dan is zelfs het plezier van het eigen lijf je voor altijd ontzegd. Chagrijn en wellicht hysterie het gevolg. Maar laten we het leuk houden. Het fenomeen van het zelf plezier maken zorgt voor veel ontspanning, bestrijdt slaapgebrek, je hoeft er geen ingewikkelde relaties voor op te bouwen en je mag alle tijd nemen van de wereld. En als we iets hadden in die coronatijd, was het dat wel. Overigens ben ik wel benieuwd naar onze wereld over een maand of wat. Want al die seksgedachten zullen toch ook wel weer leiden tot de nodige zwangerschappen. Behalve daar waar men slechts aan het eigen plezier heeft gewerkt natuurlijk….daar niet.  (Beelden: Internet – info uit het plaatje met cijfers dateert van voor de Cofid19-crisis )

Huisarts vooral doorverwijzer….

Als ik iets van mijn moeder heb overgenomen, dan toch vooral een zekere reservering ten aanzien van de medische zorg. Witjassen zijn vaak mensen van het slechte nieuws, de pijn, de vervelende behandelingen. In die corona-ellende neem ik overigens diep de pet af voor deze beroepsgroep hoor, maar wel genuanceerd. Laten we wel zijn, ze doen hun werk, daarvoor hebben ze gestudeerd en wij zijn geen patienten maar klanten. Zoals ik mijn leven lang klanten ook heb verwend en verzorgd. Maar mijn verhaal gaat dit keer over een andere soort witjassen. De huisartsen onder hen. Toch normaal gesproken de eerste lijn-verzorgers van ons aller fysieke welzijn. Vroeger waren dat mensen die omdat ze gestudeerd hadden en niet meer behoorden tot de kappers/chirurgijnen waartoe ze ooit werden gerekend, status hadden opgebouwd. Als wij vroeger al naar de huisarts moesten, kinderen hadden nog allerlei kwalen die je kon toeschrijven aan de jeugd of contact met straatvuil, want wij speelden daar nog, dan toch wel naar die ‘ene’ waar mijn moeder veel vertrouwen in had. Die zetelde in het chique Amsterdam-Zuid, waar hij in een duur pand de beneden-etage huurde en had omgebouwd tot praktijkruimte annex wachtkamer.

Hij had een Indisch verleden zo ging het verhaal  en was naar mijn idee al een oudere heer toen ik heb wel eens bezocht. Dat was niet te frequent want deze arts deed de meeste kleine ingrepen zelf. Hij knipte zweren open en zo meer, of stak steenpuisten door, kwalen die je toen veel meer zag dan nu. Mijn moeder ging naar hem wel toe als ze iets mankeerde, doorverwijzen had geen enkele zin, daar deed ze toch niet aan mee. Als de huisarts het niet wist dan was het klaar. In geval van grote nood, kwam deze man ook naar ons adres en behandelde of bekeek ons ter plekke. Dat gold ook voor de (voor mij nieuwe)huisarts die ik leerde kennen na mijn trouwen. Die was al in de familie van vrouwlief en zetelde in een nog wat chiquer deel van Amsterdam-Zuid. Werkte op dezelfde wijze. Je kon met alles bij hem terecht, zelfs injecties tegen de meest gruwelijke tropische ziekten als je op reis ging. En als het er op aan kwam bezocht hij ons in zijn statige Volvo.

We hielden hem aan tot het niet meer ging en hij omwille van de leeftijd zijn praktijk opdoekte. Daarna, we waren intussen verhuisd naar het Nieuwe Land, kregen we wisselende huisartsen in een ‘Gezondheidscentrum’ dicht bij onze nieuwbouwwijk. Een goede band opbouwen was er niet bij. Men keek, vroeg vooral aan jou als patient wat jij dacht dat je mankeerde, en stuurde door. Naar specialisten in het lokale ziekenhuis of soms in Amsterdam. De nieuwe zorg, het nieuwe denken. Maar echt leuk was dat niet. Toch waren we tot dat centrum veroordeeld. Nadat we de polder verlieten en terugkeerden naar het 020-gebied kregen we na wat zoeken een nieuwe (vrouwelijke) huisarts. Van de ouderwetse soort. Praktijk aan huis, aardig, Tsjechisch van geboorte, luisterend oor, maar ook wel met een doorverwijzingsdrang. Later ging haar praktijk samen met die van een aantal andere huisartsen, een tandarts en nog wat therapeuten en vormde zich een nieuw medisch centrum. Handig wellicht, maar voor mij geen verbetering. Tuurlijk wordt je geholpen, maar men heeft de arm al bijna standaard richting ziekenhuizen wijzend  in de omgeving. Helpt niet meer dan nodig is en neemt tien minuten voor een gesprek of onderzoekje. Blijft lastig. En geeft meteen een drempel om met bepaalde klachten ter plaatse te gaan. Nog even los van de huidige ellende dat je pas na lang aandringen over een paar dagen terecht kunt. Nee, die oude huisartsen waren zo gek nog niet. Vertrouwenspersonen en in staat om ook op huisbezoek te gaan. Kom daar nu nog maar eens om. Ik chargeer het wat natuurlijk. Past bij de tijd. Maar wie van jullie heeft nog een goede band (voor zover nodig..) met de huisarts van dienst? En altijd dezelfde?? En ook tevreden over advies en communicatie??? Ik ben benieuwd….

Gekte op twee wielen!

Waar ik het in het verleden in een blogje nog wel eens had over asociaal gedrag van wielrenners in het normale leven, tijdens de Coronacrisis werd duidelijk dat zij die op zo’n ranke en lichte tweewieler kruipen of een of andere wijze worden aangetast door een egovirus. Maling aan regels, niks te maken met afstand houden, gewoon Tour-de-Franceje spelen. Met alle gevolgen van dien. Men ragt en rost door het verkeer heen, zoeft op decimeters afstand langs voetgangers, dwars door winkelstraten, neemt rotondes linksom vanwege de snelheid en vindt niet dat rechts voorrang heeft maar de man of vrouw in de strakke pakjes met een sponsorlogo op borst(en)of rug zonder dat die meebetaalt aan de dure hobby. Want beste mensen, dat wielrennen is duur. Een beetje fiets brengt je 2,5-4 mille achteruit, het bijbehorende uitrustingsniveau vraagt 500-1000 Euro extra. En dan krijg je geen elektrische trapondersteuning. Gewoon zelf fietsen. Met die bedragen raak je al snel overtuigd dat een Dumolin of vrouwelijke kampioene in jouw ranke of forse lijf schuilt.

Trappen dus, en gillen dat mensen op zij moeten. Aan handen uitsteken bij het afslaan doen we uiteraard niet, bellen op de fiets of verlichting praat ik maar niet over, vertraagt de luchtweerstand zeker. De glimmende zonnebrillen zodanig spiegelend dat ze kennelijk uitzicht op anderen beperken. Normaal niet zo erg, maar tijdens die periode van gedwongen afstand houden bleek dat voor al die fietsende snelheidsmaniakken ondoenlijk. Men rijdt in groepen, kwekt onderweg de oren van elkaars hoofden, rijdt over wegen en straten die daar niet voor geëigend zijn en verpest het daardoor voor de (ze bestaan) goedwillende eenlingen die lange afstanden overbruggen zonder enige overlast voor derden. Het feit dat ze (samen met motorrijders) speciaal door de overheid ter verantwoording moesten worden geroepen geeft te denken.

Het is een maatschappelijk probleem. En daar waar wegen werden afgesloten, mede door verkeersregelaars of Boa’s bewaakt, omzeilde men zelfs die obstakels om toch maar die recordtijden neer te zetten in het eigen dagboekje. Thuis stond vast de lease-Tesla werkeloos op hen te wachten. Ik ga er maar vanuit dat zij die door de week zo hard kunnen fietsen tijdens kantooruren, dezelfden zijn die zo’n dure leasebak voor de deur hebben staan omdat ze nu eenmaal geen cruciale beroepen uitoefenen. Maar goed ook, want ook bij die lieden in hun batterijauto’s is het gedrag vaak vergelijkbaar. Het moet haast zo zijn dat ze dezelfde mensen trekken. En mijn voorkeur hebben die niet. Olienoten zijn het! Asocialen! Analfabeten. En wie het beter weet mag het zeker even melden…:)

Bevrijdde veel mensen van schakelangst….DAF!

Kijk, een Nederlands merk, met een enorme faam en dito naam, dat moet zeker ook in dit merkenoverzicht even wat aandacht krijgen. DAF, Ooit Van Doorne’s Aanhangwagen Fabriek, was voor de oorlog vooral bekend om juist die dingen. Men zetelde in Eindhoven en het was een van de grote bedrijven die deze Brabantse stad tot economische bloei brachten. Naast trucks, bussen een die genoemde aanhangwagens fabriceerde men voor de oorlog ook pantserwagens op wielen die tijdens de juist vandaag herdachte start van WO2 voor ons land even moeten worden genoemd. Nadat men in de oorlogsjaren werd ingezet voor de Duitse oorlogsmachinerie kwam na de oorlog de productie van trucks en bussen weer snel op gang. De Gebroeders van Doorne bleken uit het juiste hout gesneden. Wie op de weg goed rondkeek in die jaren zag heel wat DAF’s rondrijden. Maar in het luxewagen-segment viel ook het nodige te behalen dacht men en zo was er al snel de zeer verrassende beslissing om een comfortabele en leuk uitziende compacte auto te bouwen voor het typische Nederlandse gezin in die jaren.

Kleine prijzen, beperkte motorinhoud maar met die ene gepatenteerde bijzonderheid, de Variomatic-aandrijving. Een systeem van schijven en rubberen snaren die heen en weer bewogen naarmate de snelheid werd opgevoerd en met een simpel pookje te bedienen was. Vooruit, neutraal of achteruit. Iedere malloot kon er mee overweg. En precies dat werd voor de kleine DAF de nekkenbreker. Want de auto bleek ideaal voor mensen die niet konden schakelen, vrouwen, mensen op leeftijd en invaliden. Met zijn wat pruttelende 600cc grote tweecilinder was het basistype 600 ook geen snelheidswonder, met 95km/u was de koek wel op. Met latere modellen leek men dit te kunnen oplossen, maar toen was het imago toch al te veel beschadigd. Zichzelf serieus nemende chauffeurs wilden er niet in gezien worden al was de verkoop verder nog best aardig.

Via de 750, Daffodil, 33 kwam men uit bij de 44/46-reeks. En die wagens hadden een ander uiterlijk en de maatvoering was iets ruimhartiger. Een iets grotere motor maakte de DAF 125km/u snel. Een echte stap vooruit maakte DAF met de 55. Maar die had dan ook een van Renault overgenomen viercilinder voorin die de top naar 135km/u bracht. Men hield wel vast aan een verbeterde Variomatic. Met deze wagen deden Rob Slotemaker en Rob Jansen mee aan de grote London-Sydney-rally en kwamen ondanks vele hindernissen als 17e aan de finish. Voor een soortgelijke compacte auto een wereldprestatie. En terwijl de personenwagens het lastig hadden bleef het imago van het merk op truckgebied hoog.

Het marktaandeel was indertijd geweldig en DAF innoveerde heel wat van haar trucks (en afgeleide bussen) op zodanig wijze dat transporteurs er vrolijk van werden en telkens weer nieuwe wagens bestelden. Bij de personenwagens intussen volgde de 66 de 55 op. Onderhuids compleet andere wagen met iets meer vermogen en een totaal nieuwe achteras. Puik rijdende karretje dat in Coupe-vorm zelfs nog sportief oogde en met een optionele 1,3 liter motor van Renault ook nog eens naar de 150km/u kwam. Maar wel prijzig intussen want vergelijkbaar met een Ford Capri 1,3 in de prijslijst. En dat was voor velen toch een totaal andere auto. Ook heel anders was de geplande Daf 77. Die zou naast de 66 op de lijn komen te staan.

Een compacte middenklasser met weer wat meer vermogen maar vooral meer uitstraling. Maar die zouden we nooit meer als DAF op de weg zien komen. Nadat men in Borne een nieuwe fabriek bouwde werd de personenwagendivisie verkocht aan Volvo. En dat bouwde al die leuke DAF’s voortaan onder eigen naam. Zo werd de 77 omgevormd tot de 340 en bleek dat de merknaam Volvo voor veel DAF-rijders magneetwerking had. DAF ging verder met haar trucks. In voor- en tegenspoed. Op enig moment ging men zelfs onder water. Werd weer gered, ging weer onder water en werd weer gered. Men werkte samen met Leyland uit Engeland, met Amerikaanse partners en kwam via die contacten weer op het spoor van het Tsjechische Tatra waar men tegenwoordig motoren levert voor diens nieuwe trucklijn Phoenix. DAF is nog steeds een belangrijke leverancier van zwaar materieel. Haar wortels, en aan die kleine personenwagens houden we gewoon de bijbehorende herinneringen. Gekoesterd in een fraai Eindhovens museum en in clubs van actieve rijders. Een Nederlands merk, best iets om trots op te mogen zijn. (Beelden: Yellowbird archief)

Roddelcultuur…

Het zal velen van de lezers of lezeressen bekend in de oren klinken dan wel als herkenbaar lezen, mensen die achter de rug van iemand anders om roddels verspreiden. Soms is het wat onschuldig, staat de spreker/spreekster in de belangstelling, maar als het intensiever wordt en schade aanricht valt het onder pure laster soms. Roddels zijn verhalen over anderen die soms waarheid bevatten, vaak niets meer dan oppervlakkige observaties gekoppeld aan vooroordeel. En echt waar, iedereen maakt zich er schuldig aan. Want we staan graag in de belangstelling, willen aandacht, even de nieuwsbode van dienst zijn. Sommigen beter in dit vakgebied dan anderen. Met name de oppervlakkige roddel, iets onschuldigs over de haarkleur van een buurvrouw of hoe vervelend een kind is van die of die, het is niet zo erg. Maar dat ondergravende soort verhalen waarbij mensen echt worden pijn gedaan dan wel in hun leven of carrière beschadigd raken zijn natuurlijk abject. En omdat ik niet vrij van zonden ben werp ik zeker niet de eerste steen. Voor mij zijn sommige verhalen natuurlijk net zo sappig als voor anderen.

Relaties van zgn. BN’ers en zo, het blijft leuk. Maar ook volkomen foute uitspraken van politici, die veel te dure auto van een straatbewoner, die dame die ineens verschijnt voor het raam van die man waarvan je weet dat hij getrouwd is, het zijn allemaal aardige story’s om tot je te nemen en af en toe verder te geven. Niets menselijks is de meninggever vreemd. Jou wel?? Nooit een verhaal of zgn. geheim doorgepraat? Dan weet ik zeker dat je later als het erop aankomt in de hemel komt. Roddelen of kwaadspreken is eigenlijk een zonde. Binnen bepaalde geloven althans. Maar je krijgt toch de indruk dat maar weinig mensen zich daar iets van aantrekken. Gewoon doorkwekken. Opdat het verhaal kan worden aangedikt. En zo werkt dat ook, want veel verhalen gaan van mens naar mens, maar worden altijd onderweg veranderd of aangedikt. Net hoe de doorspreker dat invult.

En zo kan het zijn dat de man die een onschuldig kusje uitwisselt met een nicht die hij tien jaar lang niet had gezien, aan het einde van zo’n roddel volgens de betweters volop bezig is met een buiten-relationele situatie waarbij de vrouw al zwanger is van zijn derde kind. Roddels zijn voor veel mensen een onderdeel van hun bestaan. Denk maar eens aan de roddeljournalisten die hun bladen en TV-rubrieken vullen. Die geen enkele grens kennen waar het gaat om de zgn. ‘waarheid’. Denk maar eens aan die mensen in het Britse Koningshuis die tot op de WC achterna worden gezeten. Paparazzi worden ze genoemd die vaak schofterig brutale lieden die alles doen voor dat ene plaatje of verhaal. Maling aan normen en waarden. De beuk er in…Ook dat is onderdeel van de roddelcultuur. Ben benieuwd wie daar oprecht van kan zeggen er niets mee van doen te willen hebben. Want onder die steen wil ik dan ook schuilen…(Beelden: Internet)

Fietstocht morgen!

Morgen zou het weer de jaarlijkse optocht van naakte fietsers door het centrum van Amsterdam geven. Altijd een leuk evenement, al moet je het weer wel een beetje mee hebben natuurlijk. Zeker in een stad als de onze waar men elke regel aan de laars lapt weet men deze optocht wel te waarderen. Meestal komen er minstens 200 deelnemers bijeen (worden er nu heel wat minder i.v.m. het Corona-gedoe) om zich al dan niet kleumend te laten aanschouwen op hun tocht van Nieuwmarkt naar Vondelpark. Waarom men dit doet ligt vooral in de geschiedenis. Ooit liepen hier in de stad Wederdopers door de straten die vonden dat naakt zijn de ware mens als gelovige liet zien aan de boven ons gestelde goden. Het liep slecht met hen af. En door de jaren heen werd deze groep herdacht door hen die er al snel een ander stukje invulling bij zochten.

In de jaren zestig deden er soms wel 1000 mensen aan mee, maar toen was men ook nog op weg naar de beha-verbranding en bevrijding van het vrouwelijk lijf. Later herdacht men er mensen mee die aan vreselijke ziekten als Aids waren verdwenen van de aardkloot. Ook toen kwamen vele honderden voorbij om zich de naakte huid toe te vertrouwen aan het weer en de fiets. Tegenwoordig is het vooral een ludieke tocht die aandacht vraagt voor de toenemende vertrutting en ontkenning van het bloot zijn door gefrustreerden of mensen met teveel taboes. Sommige deelnemers zijn al vele jaren aanwezig en dat is aan hun blote lijven te zien. Bij anderen kwam het gevoel van naakt protesteren juist kort geleden en zo is er een prachtig vermenging van oud en jong, man en vrouw, homo of hetero. Er is maar een restrictie van toepassing, geen elektrische fietsen!

Dat zou de stoet ook te veel uit elkaar trekken. Men wil toch juist als groep een statement maken. Kortom, wie ook mee wil doen, van harte welkom. Namens de organisatie geef ik als meninggever even aan dat de tocht morgen om 11 uur vertrekt van de Nieuwmarkt en dan door de Damstraat, Dam, Rozengracht en Mauritskade naar het Vondelpark rijdt. Geklede mensen zijn niet welkom, al zijn mondkapjes wel toegestaan en dat men minstens 1,5 meter uit elkaar rijdt en staat. Ik neem aan dat zij die niet meedoen maar deze groep wel een warm hart toedragen langs de kant staan met warme thee en wat lekkers? Met een beetje goede wil komt men na de finish samen in het Vondeltheater om nog wat leuke dingen door te praten. Veel succes! (Om op tijd te kunnen vertrekken vraagt de organisatie om het liefst een half uur voor vertrek aanwezig te zijn voor Cafe ‘De Wilde Markt’, waar een mobiel toilet beschikbaar is en ook een verkleedplek Uiteraard in deze tijden met veel reingingingsmiddelen en stapels toiletrollen .)    

Het ligt aan mij…

Als regelmatige kijker naar films of series (maar ook als boekenlezer) kan ik mij soms verwonderen (ik vermijd nu de termen ergeren of storen..) aan het gebrek aan realisme in veel van die zelfde verhalen. Laten we wel zijn, de Nederlandse school op het gebied van films(series)maken was heel lang dat je dat realisme wel liet of laat zien. Maar daarmee was Nederland een eiland in de wereld. Want overal elders maken ze verhalen waarbij bepaalde normaal menselijke zaken buiten beeld worden gehouden. Zo zie ik heel vaak dat mensen die ‘s-morgens wakker worden omdat ze worden gebeld door iemand anders die een belangrijke bijdrage aan het bekeken verhaal levert, uit bed springen, in de kleren schieten, een boterham of koffie naar binnen gooien en meteen in actie komen.

Ik weet niet hoe dat jullie vergaat, maar ik moet altijd tenminste even plassen, vind een wasbeurt ook wel even lekker, poets de tanden, trek schone kleding aan, scheer me even en ga dan pas naar buiten. Kan snel, maar zeker niet zoals het in die films vaak toe gaat. Omgekeerd vind ik het knap dat met name dames vol in de make-up op bed gaan liggen en niets afgeven op hun kussensloop. Zelfs lipstick en plakwimpers blijven op de bestemde plekken aanwezig. Ondenkbaar. Nadat men een ongekende vrijbeurt heeft meegemaakt (veelal knap dat men daarbij het ondergoedje aan weet te houden..) houdt men bij nagesprek de lakens om de weke delen heen vast alsof de ander niet mag zien waar hij/zij net zijn/haar zinnen zette. En blijkt dat veel (Amerikaanse) vrouwen tijdens de slaap een beha onder hun (nacht)hemdjes dragen.

Ik geef toe, details, maar voor mij verstorend. Als er al kinderen meedoen in verhalen zijn ze ofwel godsgruwelijk ‘wijs’ dan wel maken ze er een zodanig chaotische rommel van dat je zou denken dat een beetje tucht en orde op zijn plek zouden zijn. Ook aardig is, overigens iets heel anders, dat hoofdpersonen die iets doen bij de politie, altijd een lastig gebied of zelfs gevaarlijke omgeving in hun eentje bezoeken. Komt in het eggie niet voor, altijd met tenminste twee personen. En als het goed gaat slaan ze dan ook nog twee slagen in een klap. Knap hoor, maar toch. Ik weet wel dat vertrutting op de loer ligt natuurlijk en dat in de VS bloot zo goed als taboe is. Maar dat geldt kennelijk ook voor Engeland waar men ook erg bang is voor het naakte menselijk lichaam. En dan heb ik het nog niet over verkeerde auto’s, muziek of kleding voor een bepaalde periode.

Foute vliegtuigen of helikopters in oorlogsverhalen. Allemaal simpele dingen als je iets van vooronderzoek doet. Ik moet altijd wat lachen als ik in Amerikaanse series zie hoe sommige mensen het door de Duitsers bezette Europa tijdens WO2 in en uit reizen alsof ze via een reisbureau een georganiseerde trip boekten. Kon niet, kan niet en oogt meteen lachwekkend. En dan zijn er de blunders. Verhalen die zich afspelen in de Middeleeuwen of soortgelijk, waarin plotsklaps het horloge van een van de hoofdrolspelers zichtbaar wordt…Of stukjes film die niet goed zijn gemonteerd waardoor een bepaald karakter dat eerder al werd gedood ineens weer rondloopt. Ik geef toe, het ligt aan mij….ik kijk te kritisch. Al die jaren al. Soms wordt ik verrast. Klopt er veel, zo niet alles. En dan ben ik meteen positiever over zo’n verhaal of reeks. Maar dat van die mensen die zo maar uit bed stappen en hup aan de slag zijn…dat blijft een dingetje. Of verwijt ik mijzelf nu dat ik dat niet kan noch kon??? Wellicht ben ik menselijker dan menig hoofdpersoon dan. En doe ik daarom al die bij een kwetsbaar mens passende handelingen.. (beelden: Yellowbird archief)