Leven met de vliegende pijl – 17 – Praagse Lente

Het communisme was en is een totalitair systeem en hoewel de Tsjechische bevolking zich ooit in 1948 democratisch (..)had uitgesproken voor dat systeem, bleek het in de praktijk erg restrictief. Socialisme en communisme houden niet zo van individualisme, van persoonlijke vrijheden of de hier zo gekoesterde vrijheid van meningsuiting. In een aantal buurlanden had dit al geleid tot protesten, in de meeste gevallen werden die in de kiem gesmoord door een marionettenregering die precies deed wat men in Moskou had uitgedacht. De revolutie van 1956 in Hongarije lag nog vers in het geheugen van de naar vrijheden snakkende Tsjechen toen zij halverwege de jaren zestig werkten aan een versoepeling van de maatschappelijke en culturele regels om zo een iets plezieriger leven te kunnen leiden. Dit bracht zelfs een nieuwe regering aan de macht die de communistische doctrine verzachtte en zelfs sprak van onafhankelijke vakbonden en meerpartijenstelsels. Een politiek doodvonnis, want in Moskou en de omringende satellietstaten keek men met argusogen naar de zgn. ‘Praagse lente’.

Men was bang voor het domino-effect als de Tsjechen zich op het westen zouden oriënteren en niet meer op de moederpartij in het oosten. In augustus 1968 vielen troepen van het Warschaupact dan ook Tsjecho-Slowakije binnen. Daar riep men stakingen uit, belegde bijeenkomsten waarbij de Russische soldaten met woorden door de lokale bevolking te lijf werden gegaan. Het mocht niet baten. De Tsjechische regering werd naar Moskou afgevoerd, een nieuwe regering onder de hardliner Husak gevormd en het land teruggeworpen naar de ijzige periode van voor de Praagse Lente. Deze enorme dip zorgde ook voor een terugslag in de creativiteit bij de verschillende bedrijven die het land kende. Veel managers en arbeiders werden om politieke redenen gearresteerd en buiten de maatschappij geplaatst. Veel slimme en soms goed opgeleide Tsjechen waren hun land ook ontvlucht. Ook bij Skoda had men te maken met een flinke aderlating op dit gebied en men moest dus wel een pas op de plaats maken. Aan de productiebanden bij de fabriek en de toeleveranciers stond ofwel gedemotiveerde arbeiders, dan wel mensen die gedwongen werden dit werk te doen. Het hielp niet bij de kwaliteit van de op dat moment gebouwde wagens. En toch bleef het merk wonderwel goed verkopen. In 1970 werd de 1000MB opgevolgd door een model dat in feite niet meer was dan een faceliftmodel van die wagen, aangeduid als S100/110.

Nadelen van het concept waren niet echt weggenomen, maar de wagens oogden wel flink wat strakker en moderner. Door de prijzen laag te houden en de uitmonstering redelijk bij de tijd, wist men bepaalde doelgroepen van klanten, ook in het westen, wel aan zich te binden. Het gamma kende basis en luxe uitvoeringen en naar gelang je meer geld over had voor je vervoer, verschilde de bekleding en de motorisering wat van elkaar. In Nederland trachtte men de verkopen nog wat extra op te krikken door de vlot ogende TS-uitvoering, waarbij je een 110L kreeg met opvallende oranje lak en stevige breedstralers op de neus en wat fraaie striping voor een sportiever uiterlijk. Het hielp weinig omdat de wagens ondanks fraaie velgen en bredere banden, nog steeds niet veel sneller reden dan pakweg 135km/u. Dat deed men bij Simca met de bekende Rally-uitvoeringen in die jaren flink beter. Maar de ontwikkeling van de Skoda Coupe, officieel de S-110R, was weer wel een succes. Een erg aardige auto die een compleet ander interieur koppelde aan een vlot en gestroomlijnd uiterlijk, ook al stond ook daar nog steeds de relatief kleine 1100cc grote vierpitter achterin zijn 52 paarden te leveren. Toch een mooi gamma dat het zoals al eerder beschreven zou gaan uithouden tot en met 1976. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief)

 

Hobbyist

Aankopen Bocholt 131107Wie geen enkele hobby heeft of interesse in zaken om zich heen kan zich meestal nauwelijks of niets voorstellen bij malloten zoals ik die in vrijwel alles geïnteresseerd zijn en overal en nergens speuren naar aanvullende onderdelen of leesvoer voor de diverse collecties. Tuurlijk, het ware handiger geweest als ik me had gespecialiseerd, maar dat heb ik niet gedaan dus dan loopt het optisch wel eens wat uit de hand. Wat is dat toch met die verzamelaars. Als ik er een spreek met een soortgelijke passie is vaak een van de eerste opmerkingen dat hij/zij zo graag een eigen museum zou willen aanleggen voor de collecties van puntenslijpers tot motorjachten. Nu is een museum iets meer dan het neerzetten van wat spullen. Je moet ook uitleg geven over wat er staat, de achtergronden kennen van al die producten en af en toe wisselingen doorvoeren in de uitgestalde zaken. Ik dacht altijd dat ik een relatief grote verzamelaar was tot ik een paar jaar terug nog maar op tv een onderwerp zag over mensen die de inhoud van gelukseieren van Ferrero verzamelden. Meer dan 12.000 items in huis uitgestald. Die reizen heel Europa door om een bepaalde serie figuurtjes bijeen te krijgen en zijn zielsgelukkig als ze weer een boodschappenkar vol met trays van die eieren hebben gescoord.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Die ‘vindopwinding’ herken ik wel. Kortdurend maar altijd weer opnieuw aanwezig. Je loopt ergens en ontdekt een bepaald model, een boek of een foto en die ‘moet’ dan mee. Het overkomt mij bijna wekelijks. En ik kan mij van veel van die aanwinsten nog goed herinneren in welke situatie ik me bevond toen ik die zaken tegenkwam. Zoals die keer in 1992 dat ik in Tsjechië in een klein stadje een wat smoezelige rommelwinkel binnenstapte waar ze tot mijn verbazing een hele verzameling fraaie blikken voertuigen verkochten. Van een stoomwals tot een serie Tatra trucks. Het kostte een luttel bedrag  en ik kocht er een hele stapel van. Het bleek een gouden greep want de kwaliteit was prachtig en het spul is nu ook in Tsjechië zeer gevraagd en duur geworden. Indertijd wilde niemand het hebben, nou ja die toerist met een verzameltik….

Het is pas echt leuk als het model een vraagstelling opwerpt. Bijvoorbeeld wie was de fabrikant van het origineel? Of wie produceerde het bewuste model? Bij een aantal modellen vind ik relatief eenvoudig het antwoord uit mijn behoorlijk goed gevulde kasten met gerelateerde boeken, een andere keer via het Internet. Maar er blijven altijd vragen open. Zo heb ik nooit iets zinnigs kunnen vinden over een auto die mij meteen vanaf het moment dat ik het model aanschafte voor zoonlief in diens kinderjaren.

HPIM1506_editedHet gaat om een duidelijke sportwagen van het fraaie merk Osi, aangeduid als Bisiluro uit 1974. De schaal is 1:43, de modelfabrikant Polistil en de vormgeving futuristisch, zelfs nu nog. De auto zou volgens het model zeer geprononceerde dubbele rompen hebben gehad met een centraal geplaatst inzittendendeel. Het model voelt zeer zwaar en degelijk aan en werd na een speelperiode een aantal jaren na de aanschaf in mijn collectie opgenomen. Sindsdien doe ik speurwerk. Niet elke dag, maar toch. Het laat me niet los. Het automerk Osi heb ik kunnen vinden, meer een ontwerpbedrijf dan een serieuze autofabrikant, maar die Bisiluro? Niks van kunnen vinden. Intrigerend! En dan is er het kiepautootje van Meiler, de brandweerauto van Solido (bleek uiteindelijk een Spaanse Simcatruck), en de vliegende auto van Corgi Toys (komt uit een James Bond serie). Allemaal aanwinsten met een verhaal. En dan ben ik nog niet eens bezig over mijn luchtvaartcollectie. Kortom, elke dag is een nieuwe voor deze verzamelaar, het intrigeert, het zorgt voor veel plezier en afleiding en ik ben nog niet toe aan het afstoten van al die zaken. Wel aan het afstoffen, want na een half jaar in de nieuwe kasten en vitrines ligt er toch al weer een behoorlijk laag grijs over sommige deelcollecties…..dat is dan wel weer een nadeel!(2008/1/05)

En jij, medelog(st)ger, ook een passie? Of heb je er helemaal niks mee…….Laat me eens weten als je wilt. IK ben er oprecht benieuwd naar……    

Plicht…

gouden-loeki-awardLeg mij iets op en ik kan je verzekeren dat er er weinig tot niets van terecht komt. Resultaat van een recalcitrant soort karakter dat zich slechts door overtuiging, kennis of ervaring laat bewegen iets te doen dat mij normaal gesproken weinig zinvol lijkt. Gewoon moeten doen wat moet of gezegd wordt heeft voor mij heel wat keertjes geleid tot narigheid. Ik neem een ander mens of diens mening pas serieus als ik zelf kan geloven dat diens kennis of overtuiging de mijne overstijgt. In alle eerlijkheid, zelden overkomen. Zo gaat het ook met taken die moeten worden uitgevoerd. Thuis of voor het bedrijfje dat ik nog steeds bestier. Krijg ik naar mijn eigen mening het idee dat er een keuze is tussen iets saais dat (ook) moet gebeuren en iets creatiefs, is mijn keuze over het algemeen om dat laatste eerst te doen. Het zoet voor het zout. Elke bedrijfskundige of psycholoog zal direct zeggen dat het andersom moet. Doe nu eerst dat lastige klusje en ga dan pas aan de gang met dat leuke creatieve. Maar ja, creativiteit laat zich niet afdwingen. Als ik een idee, plan of tekst in de bol heb zitten kan ik dat niet even wegbergen tot volgende week om het daarna uit een laatje in die bol te halen en net zo op te schrijven als ik het vandaag bedacht. Met het betere debet/creditwerk gaat dat toch eenvoudiger.

altAulRwngaWnRcoO66kd_b0w1ZDjqJ63t5TQU88SBgYM0kVandaar dat ik dat steeds voor me uit schuif. Net als klussen in huis. Wat niet direct hoeft doe ik later wel weer eens, als het echt moet, nou dan doe ik het, puffend en mopperend zoals dat bij me past. Alles wat verplicht wordt staat me dus tegen en ik zal niet aflaten dat te laten weten als ik het alsnog hier en nu moet doen. Er is nog zoveel leuks te doen in de wereld waarin we leven. Daarbij is me jarenlang verweten (..) dat ik niet genoot van het leven en me veel te lang druk maakte over die klanten en de omzet. Nu geniet ik eindelijk (kostte me minstens vijf jaar om zover te komen) wil ik niet alsnog terug zakken in de negativiteit van al die klussen en boodschappen die me niets interesseren. Is het een handige eigenschap? Vast niet, maar dat is omgekeerd ook niet zo bij hen die heel goed zijn in het uitvoeren van zaken die nuttig zijn maar niet leuk. Komen nooit terecht in een creatieve flow.

WP_000961En die flow heb ik nodig om te functioneren. Hou me tegen en ik wordt een chagrijnig type…. Zoals zoveel lieden met deze inslag. Ik kwam ze zo af en toe tegen bij de betere reclamebureaus. Voeten op een bureau, pijltjes smijtend naar een dartbord. Geen inspiratie. Tot die ene klus op hun pad kwam. Niet storen, tot middernacht bezig met de uitwerking en dan de volgende dag het leiding van het bureau en/of de klant overtuigen. Opruimen van een kantoorkamer of bureau hoorde er niet bij. Kwam ik bij zo’n bureau waar alles op orde leek, juist bij de creatieve kant van zo’n studio, wist ik genoeg. Geen goede partner. Zo is het bij mij dus ook. Dus laat me lekker met rust. Ik doe heus datgene wat ik moet doen nog wel, maar wil nu even schrijven. Er moet nog een boek af, hoewel moeten, van wie? De administratie moet klaar, o ja, dat moet echt, dus mocht ik even chagrijnig doen,  weet je waar het door komt….trek het je niet aan. Gaat vanzelf over….