Leven met de Vliegende Pijl – 46 – Octavia komt – gevolgen!

De door de Belgische designer Dirk van Braeckel ontworpen Octavia was een auto die ons als Skoda-adepten indertijd deed stil vallen van verbazing. Daar stond anno 1996 bij het ontwikkelingscentrum van ons merk een fraai gestileerde wagen met een Passat-achtig formaat en zeer kordate grille, roofkatachtige flanken en een meer dan enorme kofferbak. Dit was een auto met een potentie die ongekend was, maar direct ook de nodige uitdagingen met zich mee zou brengen. Als wij er in ons land al een succes van wilden maken moest er meer gebeuren dan alleen maar een leuke reclame-campagne opzetten of zo. De hele organisatie zou, het bleef vrijwel constant een terugkerend thema, op de schop moeten en dat gold echt niet alleen voor de Nederlandse. Maar wij waren nu eenmaal verantwoordelijk voor Nederland en ontdekten al snel dat we op alle fronten zouden moeten investeren op een tot dan ongekende schaal. Niet alleen werden we geacht de dealerorganisatie nu echt eens op te schonen, de marketingaanpak moest ook op andere leest, onze eigen organisatie kon ook wel weer een forse injectie aan goede man/vrouwkracht gebruiken en onze computersystemen moesten opnieuw worden aangepast voor de nieuwe auto en de steeds weer opgewaardeerde logistiek van de al Duitser wordende fabrikant.

Het was voor ‘Baas Jaap’ teveel van het goede, hij vond zichzelf niet meer de juiste man op die plek voor deze zware job en ergens aan het einde van 1996 gaf hij tot mijn grote verrassing, de pijp aan Maarten en ging in de toen nog binnen Pon bestaande ruimhartige Vut-regeling. Vooraf moest er nog wel ‘even’ een opvolger gevonden worden en dat bleek nog niet zo mee te vallen. Velen werden door Pon-Holdings geroepen, weinigen uitverkoren. En omdat binnen Pon die naam Skoda bepaald nog niet hetzelfde bleek te zijn als die van VW of Audi, bleek die rij kandidaten veelal niet geschikt voor de gestelde doelen. Intussen hadden wij de dealerorganisatie uitvoerig gescreend en vastgesteld dat je met een heel beperkt deel daarvan door zou kunnen in de door Skoda bepaalde toekomst. Dat werden in onze (en fabrieks)ogen Regiodealers. Dan had je een soort middengroep die het wellicht zouden kunnen redden als ze een paar stapjes extra zouden zetten en er was een redelijk grote groep dealers waar we in die nieuwe toekomst niks meer mee zouden kunnen. De basisindeling die wij als MT na lang overleg hadden gemaakt werd op enig moment door Jaap van Rij in het najaar van 1996 voorgedragen bij de toen bestaande bestuursleden van de Dealer Vereniging.

Die lui waren echt perplex. ‘Eindelijk kwam er een Skoda aan die zichzelf zou verkopen en dan moesten er zoveel collega’s weg’. Precies dit antwoord was waar we zo bang voor waren geweest. We moesten dus bijna met de botte bijl aan de slag om de boel te renoveren en dan ging die dealervereniging dwars liggen. Aan de andere kant stond de fabrikant te wapperen met een nieuw contract. Investeerden we niet voldoende in ongeveer alles wat ik eerder beschreef dan stopte de samenwerking. Ook geen optie voor een bedrijf dat tot de Pon-familie behoorde. Dat was ons vanuit Nijkerk wel te verstaan gegeven. En zo investeerden we alsnog in veel onderzoek naar wie, wat, waar zou kunnen blijven doen, welke doelgroepen we nodig hadden om te overtuigen van de kwaliteit van het nieuwe product en tevens in een nieuw stuk software voor ons eigen importbedrijf. Dat was nodig om ook nog wat intensiever te kunnen e-mailen en internetten, indertijd een vrij nieuwe ontwikkeling, maar ook om de fabrikant op relrief simpele wijze inzicht te kunnen geven in wat we hier aan omzetten en marktaandelen draaiden. Door ook nog wat personele wijzigingen door te voeren kregen we intern steeds meer vat op de situatie die op ons af kwam. De organisatie kwam op orde. Met een niet te versmaden uitzondering, de toenmalige dealers! De weerstand tegen de ‘eenzijdige besluitvorming’ bij de importeur werd een opstand, de situatie zelfs grimmig toen sommige dealers zich wendden tot de BOVAG om hun gelijk te halen. Jaap van Rij was echter op zijn eigen specifieke wijze onvermurwbaar, met sommigen rekende hij echt eens en voor altijd af. Gebrek aan solidariteit in het verleden kreeg nu een antwoord. Einde contract! Het jaar 1996 eindigde zo in een slagveld. Ongeveer alles wat we hadden opgebouwd leek in elkaar te storten en die Octavia kwam…en overwon gelukkig uiteindelijk! Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief)

Plicht…

gouden-loeki-awardLeg mij iets op en ik kan je verzekeren dat er er weinig tot niets van terecht komt. Resultaat van een recalcitrant soort karakter dat zich slechts door overtuiging, kennis of ervaring laat bewegen iets te doen dat mij normaal gesproken weinig zinvol lijkt. Gewoon moeten doen wat moet of gezegd wordt heeft voor mij heel wat keertjes geleid tot narigheid. Ik neem een ander mens of diens mening pas serieus als ik zelf kan geloven dat diens kennis of overtuiging de mijne overstijgt. In alle eerlijkheid, zelden overkomen. Zo gaat het ook met taken die moeten worden uitgevoerd. Thuis of voor het bedrijfje dat ik nog steeds bestier. Krijg ik naar mijn eigen mening het idee dat er een keuze is tussen iets saais dat (ook) moet gebeuren en iets creatiefs, is mijn keuze over het algemeen om dat laatste eerst te doen. Het zoet voor het zout. Elke bedrijfskundige of psycholoog zal direct zeggen dat het andersom moet. Doe nu eerst dat lastige klusje en ga dan pas aan de gang met dat leuke creatieve. Maar ja, creativiteit laat zich niet afdwingen. Als ik een idee, plan of tekst in de bol heb zitten kan ik dat niet even wegbergen tot volgende week om het daarna uit een laatje in die bol te halen en net zo op te schrijven als ik het vandaag bedacht. Met het betere debet/creditwerk gaat dat toch eenvoudiger.

altAulRwngaWnRcoO66kd_b0w1ZDjqJ63t5TQU88SBgYM0kVandaar dat ik dat steeds voor me uit schuif. Net als klussen in huis. Wat niet direct hoeft doe ik later wel weer eens, als het echt moet, nou dan doe ik het, puffend en mopperend zoals dat bij me past. Alles wat verplicht wordt staat me dus tegen en ik zal niet aflaten dat te laten weten als ik het alsnog hier en nu moet doen. Er is nog zoveel leuks te doen in de wereld waarin we leven. Daarbij is me jarenlang verweten (..) dat ik niet genoot van het leven en me veel te lang druk maakte over die klanten en de omzet. Nu geniet ik eindelijk (kostte me minstens vijf jaar om zover te komen) wil ik niet alsnog terug zakken in de negativiteit van al die klussen en boodschappen die me niets interesseren. Is het een handige eigenschap? Vast niet, maar dat is omgekeerd ook niet zo bij hen die heel goed zijn in het uitvoeren van zaken die nuttig zijn maar niet leuk. Komen nooit terecht in een creatieve flow.

WP_000961En die flow heb ik nodig om te functioneren. Hou me tegen en ik wordt een chagrijnig type…. Zoals zoveel lieden met deze inslag. Ik kwam ze zo af en toe tegen bij de betere reclamebureaus. Voeten op een bureau, pijltjes smijtend naar een dartbord. Geen inspiratie. Tot die ene klus op hun pad kwam. Niet storen, tot middernacht bezig met de uitwerking en dan de volgende dag het leiding van het bureau en/of de klant overtuigen. Opruimen van een kantoorkamer of bureau hoorde er niet bij. Kwam ik bij zo’n bureau waar alles op orde leek, juist bij de creatieve kant van zo’n studio, wist ik genoeg. Geen goede partner. Zo is het bij mij dus ook. Dus laat me lekker met rust. Ik doe heus datgene wat ik moet doen nog wel, maar wil nu even schrijven. Er moet nog een boek af, hoewel moeten, van wie? De administratie moet klaar, o ja, dat moet echt, dus mocht ik even chagrijnig doen,  weet je waar het door komt….trek het je niet aan. Gaat vanzelf over….