Ik ben zelf van de duidelijkheid. Dus kan me gek storen aan verkoopacties die zodanig in elkaar zitten dat je als consument bijna niet meer snapt hoe het in elkaar zit. Kennelijk bedoeld om verwarring te saaien en mensen in feite te dwingen af te zien van deelname. Om zo de nodige kortinggelden in eigen huis te houden. Nu lopen wij zelf niet zo op al die kortingen hoor, maar als ze zich voordoen gaan we er ook niet voor uit de weg. Een leuke aanbieding die echt duidelijk is pakken we zeker mee. Zonder dat we naief zijn. Ook wij weten dat een jeansbroek van E.149,00 voor E. 99,00 vermoedelijk een week eerder gewoon voor E. 109,00 in het vak hing, maar wij hem toen niet opmerkten. Voorbeeldje… Ik ben gek op ketenwinkels die me gewoon iets bieden wat goed is van kwaliteit voor een meer dan betaalbare prijs. Lidl en Aldi waren en zijn daar sterk in, maar zeker ook de alle concurrentie inpakkende Actionketen. Zelfs de ons bekende budgetketens uit Duitsland leggen het op prijsniveau af tegen de Action. Mogen we best trots op zijn, al is niet alle kwaliteit van die lui even goed. Maar dit terzijde.
Onlangs kwamen we voorbij een actie in een van de grotere tuincentra van het land waar ook het dierenleven met alles wat daarbij hoort centraal staat. Royal Canin, een groot voedselmerk in deze handel, bood verpakkingen aan met 25% korting. Grote prijskaarten op de betreffende vakken maakten dat nog eens duidelijk. Met piepkleine lettertjes stond ergens onderaan dat je dat via een of ander cashback-programma zou krijgen teruggestort. Moest je de kassabon scannen en gebruiken ten bewijze van. Ingewikkeld en naar mijn idee ook onnodig. Maar ja, dat spul is aardig aan de prijs en het wordt letterlijk door onze huispoezen ‘gevreten’. Ook voor de lieve kat van schoonmama een verpakking meegenomen. Dat scheelt toch al snel een aardig bedragje. Maar ja, dan moet het wel duidelijk zijn hoe en bij wie je die korting terug kunt halen. Bij de fabrikant van het spul lukte dat niet, ook niet bij de winkelketen. Beide websites zwegen in alle talen.
Dus dan de klantenservice van het betreffende tuincentrum maar eens benaderd. Die belden keurig terug overigens. Met de mededeling dat we bij ‘Scooty’ (naam aangepast)onze cashbackkorting moesten halen. Na een kwartiertje of drie lukte het vrouwlief om dat voor elkaar te krijgen. Omgerekend in arbeidsuren alsnog een dure actie. Het geld stond na twee dagen op de rekening. Allemaal keurig. Maar waarom zo nodeloos ingewikkeld?? Geef die korting gewoon aan de kassa en verreken het even intern met de fabrikant. Of ging het om vergaren van persoonlijke gegevens?? Want we moesten uiteraard NAWT-informatie prijsgeven voordat men upberhaupt tot cashback over ging. Kijk, en dan ben ik er eigenlijk wel klaar mee. Stop met die flauwekul en doe wat de Action doet. Korting geven op het artikel. En dure acties bewaren voor leuke feestjes met de aandeelhouders. Die daar jubelend over straat gaan. Elk jaar meer omzet, meer filialen, meer klanten. Rara hoe dat zou komen…. (Beelden: Internet)

De vrouw die aan een tafeltje tegenover me zat in het restaurantje waar we nog wel eens neerstrijken voor een eenvoudige doch voedzame tosti met thee, zag er uit alsof de liefde voor een belangrijk deel aan haar voorbij was gegaan tijdens haar intussen toch wel wat gevorderde leeftijd. Zij zat samen met haar moeder, een dame van dik in de tachtig, ook wat lekkers te eten en dronk daarbij een rondje of drie koffie met slagroom. Het was aan haar figuur niet te zien, want best mager. Het wat grauwe uiterlijk werd nog wat versterkt door haar kledingkeuze. Tijdens een regenachtige dag zou je haar buiten op straat niet kunnen onderscheiden van de grijze achtergrond. Ze praatte relatief luid met haar moeder. Die gaf op alles vaak instemmende antwoorden. Maar bij het gesprek wat de vrouw toch vooral met zichzelf voerde betrok ze actief ook haar kleine hondje. In een boodschappenwagen naast haar zat dat diertje te kijken naar wat er zoal aan eten en drinken naar binnen ging. En omdat hij ook af en toe een lepeltje slagroom kreeg om af te likken, was hij een al al hondenoor als de vrouw weer eens het een en ander beweerde.
Want een fijn leven had ze niet. Dat bleek wel. Als zij het licht aan stak thuis sloegen de stoppen door, zij gaf doktoren die haar moesten helpen met haar vele klachten, steevast het advies om een andere baan te zoeken. Met de huisbaas lag ze overhoop en dat alles georeerd met een wat scherpe harde klank in de stem. Haar leven leek geen groot genoegen. Geen wonder dat de meeste prinsen op die bekende wit gekalkte paarden door waren gereden. Maar haar stem kreeg een heel andere klank als ze met de hond praatte. Gewoon tijdens het gesprek met haar moeder. Op een manier zoals een liefdevolle moeder praat met een klein kind. Het diertje spitste dan de oren en deed of het hem interesseerde wat vrouwtje hem allemaal vertelde. Zij vroeg ook telkens om bevestiging van het vierpotige langharige minihondje. ‘Ja toch he? Dat zei het vrouwtje….’. Haar moeder knikte dan net als de hond instemmend.
Het was een triogesprek met wonderlijke deelnemers. En ik keek en luisterde en genoot. Want hoe anders zou het leven zijn verlopen van deze vrouw als ze wel de aandacht had gehad van een liefhebbende man? Of zou er wel een zijn geweest maar was die op enig moment op de tram gestapt en nooit meer teruggekomen? Alles kan. Ik had een minuut of 15 de gelegenheid om haar te observeren. Grauwe huid, ongekamd wat grijzig haar, grijze regenjas, een blik in haar ogen zonder enige diepgang. Een gefrustreerd menstype dat als zo vaak haar affectie ergens vandaan toverde en richtte op haar huisdieren. Op enig moment gingen ze er vandoor. Met een klotsende buik zou ik denken. De oude moeder kwam kreunend overeind. Haar dochter duidelijk kwieker. Maar ze keek verder niet om naar de oude dame. Druk als ze was om haar ‘Fikkie’ uit te leggen dat ze nu naar de super zouden gaan en zo meer. Het hondje kwispelde. En daarom gaf ze hem een dikke kus op zijn kopje. Liefde, het komt in alle vormen, soorten en maten…(Beelden: Internet)
Heel eerlijk, in mijn eerste jeugdjaren kwamen nog geen Skoda’s voor. Ons gezin had er domweg in die schrale na-oorlogse jaren geen geld voor, net als het geval was in 99% van alle gezinnen in onze straat die gelegen was in een redelijke doorsnee buurt van Amsterdam-Zuid. Waar een auto in de naoorlogse jaren überhaupt werd gezien als een zeer kostbaar bezit. In die bewuste. indertijd druk bevolkte straat waren toen nog heel wat middenstanders gevestigd en een enkeling daarvan bleek wel in staat een auto te bezitten en te onderhouden. Zo had de groenteman naast ons een Citroen Traction Avant, de eigenaar van snoepwinkel wat verderop in de straat een Triumph Mayflower en de Sperwer-kruidenierster een Tempo driewieler. De melkboer had een driewielige bakfiets en de bakker een soortgelijke met een gesloten bovenkant. Dat had je vroeger nog. Verder kwamen de auto’s die ik als klein kind meemaakte van de garage- annex verhuur- en transportbedrijf, tegenover ons woonhuis. Daar was men in die jaren gek op Opels en de verhuur maakte hen vast aardig rijk, want het bedrijf groeide als kool. Men opereerde er dus ook als transportbedrijf en zo zag je er ook de meest curieuze vrachtwagens voorbij komen die men vrijwel zonder uitzondering had gekocht van de toenmalige legerdump en dan in de eigen werkplaatsen ombouwde.
Een uitzondering was een splinternieuwe Scania Vabis, een noeste Zweedse vrachtwagen waarmee ‘Ome Karel’ als vaste chauffeur het hele land door reed met de lading die het bedrijf voor hem had georganiseerd. Ome Karel en zijn vrouw Tante Corrie waren jaren lang lieve vrienden voor mijn ouders en al snel zaten wij als gezin achterop de Scania onder een schuin opgehangen dekzeil en reden we gewoon in het weekend naar de Veluwe. Het zal ongetwijfeld niet hebben gemogen van de autoriteiten of de bedrijfsleiding van het bedrijf waar hij voor werkte, maar wij kwamen wel ergens zo. Niet dat we daarmee niet vertrouwd waren, want nog een fase eerder in mijn jeugdige leven was er ‘Ome Leo’. Een jeugdvriend van mijn ouders die uit een wat beter gesitueerde familie afkomstig al in 1952 als jonge vent rond reed met een schitterende Chevrolet Styleline waarmee we tot in België reisden, in die jaren een best eind en zonder de juiste papieren hoogst illegaal. Toen de goede man kennelijk verkering kreeg met de vrouw van zijn leven en ook zijn fietsenzaak annex reparatie-inrichting voor brommers, auto’s en alles wat kon rijden steeds drukker werd, was het gedaan met die uitstapjes. En toen was er dus uit eigen straat afkomstig….Ome Karel!
Op zeker moment was het over met de pret en mochten we niet meer meerijden in die Scania, sterker nog, de vrachtwagen moest blijven staan in het weekend, en Ome Karel kocht zichzelf een eigen auto. Een erg fraaie Citroen Traction Avant in de kleur groen, modeljaar 1955, een van de laatste in zijn soort. Nu had die noeste beroepschauffeur een specifiek nadeel in de ogen van mijn ouders, hij reed net even te vaak naar dezelfde bestemmingen, gek als hij was op de Veluwe, en vooral mijn moeder was nu eenmaal verzot op de provincie Limburg. Zo begon mijn, vooral erg technisch ingestelde, stiefvader zich ook te bekwamen in het verhandelen van tweedehands auto’s. Een schreeuwende vraag naar alles wat kon rijden in die jaren bepaalde die keuze. Omdat een auto duur was, en eigenlijk niemand er echt verstand van had, kon je nog wel wat centen verdienen met betaalbare en redelijk betrouwbare tweedehands wagens. ‘Pa’ was wel zo aardig om een belangrijk deel daarvan zelf eerst uit te testen, liefst in het weekend. Dan klopte zijn verkoopverhaal en wist hij ook wat aandacht behoefde. En zo stond er op een zekere dag een Ford Prefect voor de deur. Na veel gedoe (het waren kleine wagens met heel beperkte bagageruimte) stapten we in en reden in een keer door naar Limburg. Valkenburg had een grote aantrekkingskracht op mijn ouders en het snorrende Fordje deed er in die jaren iets van vijf uur over om er te komen. Maar dan had je ook wat.
Hotel was snel gevonden en zo was mijn moeder weer een stuk opgewekter dan voor het vertrek het geval was geweest. Dit soort trips maakten we relatief veel, ook al kachelden we net zo vaak achter Ome Karel en zijn vrouw plus twee dochters aan in hun Citroen. Een zondags ritje naar De Posbank bij Arnhem bijvoorbeeld of even naar de heide bij Apeldoorn. Ergens tussen al die verschillende auto’s die onze familie ter beschikking had zat ineens een Skoda. De eerste die ik meemaakte. Een 1100 uit 1950, een fraai rood exemplaar met een witte kap……(wordt vervolgd) (Afbeeldingen: Archief Yellowbird/auteur – Ook alle teksten zijn van de auteur en behoren bij het verhaal ‘ Leven en werken voor de vliegende pijl uit 2017)
Welk gesprek we in de afgelopen 25 jaren die we hier nu wonen met haar begonnen, het eindige steevast met een soort wereldbeschouwing waarbij zij als positief voorbeeld Cuba noemde. Daar was alles goed. Althans als ik mijn lieve buurvrouw G moest geloven. Een keer in haar leven op dat Castro-eiland op bezoek geweest. Zij was onze naaste buur ter rechterzijde. Toen wij hier kwamen wonen als redelijk jong stel was zij al bezig met haar gepensioneerde echtgenoot een iets rustiger leven te leiden. Die echtgenoot was toen net fulltime thuis en deed de hele dag vrijwel niks. Dat stoorde haar, maar gaf haar ook het alibi om er af en toe eens lekker uit te breken. Naar de P.C. Hooft of Beethovenstraat in onze mooie stad. G. was een stevig karakter. Gemengd bloed waarmee ze een zekere felheid opbouwde die zijn weerga niet kende. Ze was een knappe verschijning, daarbij ook slank bij het magere af. Vegetarisch, maar kookte voor anderen de meest heerlijke gerechten. Je zag dan ook vaak mensen langs komen voor een maaltje. En als zij dan de keukendeur openzette rook het bij ons in de tuin zalig. Diepgaande contacten tussen ons bestonden overigens niet eens. Af en toe even, voor een probleempje bij haar in huis. Lekkage onder het huis, kapot gevroren leidingen, iets met de oven. Overal had ze haar mannetjes voor. Zeker toen ze haar man had laten weten dat het huwelijk wat haar betreft voorbij was. Ze wilde gewoon verder leven en niet amechtig achter de denkbeeldige geraniums zitten. Gymnastiek met een vriendin, bezoeken aan de (volwassen) kinderen. Ze ergerde zich als een van de oorspronkelijke bewoners van ons schone straatje aan sommige ‘nieuwkomers’ die hun auto steevast voor haar deur mikten. Te beroerd om even verderop een eigen plekje op te zoeken.
Ik ben een vliegtuigspotter. Iemand die vanaf zijn jeugd is gefascineerd door het fenomeen van de vliegende metalen vogels. Net als duizenden anderen die dit zien als een serieus te nemen hobby. Elk vliegtuigtype kunnen onderscheiden en ook de maatschappij of luchtmacht die het toestel gebruikt. In die zin had ik een rol kunnen spelen bij een heel bijzonder fenomeen dat na de Tweede Wereldoorlog werd ingezet als verdedigingslinie van ons met kwade bedoelingen bezoekende vliegtuigen uit het Oostblok. In 1950 startte men in ons land namelijk met de bouw van een keten van torens die waren bedoeld om laag vliegende (onder de radarketen van toen) Russische vliegtuigen te spotten, hun richting en bedoelingen in te schatten en dat door te bellen naar de luchtverdediging van toen. Gebouwd op heel wat verschillende plekken, verspreid over heen Nederland. Bemand door het Korps Luchtwachtdienst (KLD) en actief gebruikt tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. In basis torens met een soort betonnen honingraatconstructie en wel op zodanige wijze uitgevoerd dat het niet te veel zou hoeven kosten.
Bovenop die torens een platform en dat was te bereiken met steile metalen of houten trappen. Het systeem heeft uiteraard nooit om het eggie hoeven dienen. De Russen kwamen niet, gelukkig maar, en onze radar- en afluisterapparatuur werd zodanig goed dat we de menselijke observaties niet meer nodig hadden. Van de oorspronkelijke 276 uitkijkposten (een deel was op bestaande hogere bebouwing gevestigd) bleven er maar weinig over. Naar verluid zijn er nog maar 19 zichtbaar in het landschap. Een daarvan bezochten we onlangs. In een plaatsje waar ik zelf nog nooit gehoord had zelfs, Strijensas, midden in de Mariapolder, aan het water niet te ver van de Moerdijkbruggen. Deze is gebouwd op een oude kazemat (1938) en heeft dus een behoorlijk fundament.
Tijdens de open dag die in de lokale krant werd aangekondigd en door een van onze lieve vrienden uit de omgeving opgepikt, beklommen we die toren (gevaar voor eigen leven..) en keken uit over de polder en de rivier. Voor mij is dat geen genoegen, want last van hoogtevrees, maar toch wel even een aardige indruk van hoe zoiets in de praktijk moet zijn gegaan. Kompas, verrekijker, op de rand van de toren aanduidingen van welke plaatsen in een bepaalde zichtrichting te vinden waren. Men houdt de boel hier in ere. Vrijwilligerswerk. En zo hoort het ook. De geschiedenis was mij onbekend. En ik vind het knap te bedenken dat al die lui die dat werk deden ook in dezelfde boekjes als ik indertijd hun basiskennis opdeden om al die Russische vliegtuigen te kunnen onderscheiden van de laagvliegers uit eigen gelederen. Ik ben blij dat ik dit heb gezien. Net als die polder, op de uiterste noordoostpunt van de Hoeksche Waard. Ik was verbaasd dat ook daar mensen wonen…maar dat is een andere discussie…
Leven met de vliegende pijl – Hoe een passie kan leiden tot een ‘waar geloof’….
Skoda was echter bij ons thuis op enig moment het dominante automerk geworden en altijd stond er dan wel een dergelijke wagen ter beschikking van ‘Pa’ of de familie voor de dagelijkse ritten of jaarlijkse vakantietrips. Ze bleken daarbij ruim genoeg voor ons gezin, en ook behoorlijk betrouwbaar voor die periode. En ze waren ook niet bepaald lelijk in vergelijking met wat de rest van de concurrerende merken zoal op de markt bracht in die jaren. En de Tsjechische wagens bleken ook nog eens simpel te onderhouden of te repareren. Daarbij goed betaalbaar. Een aardige voorwaarde tot succes. Toen dus aan het begin van de jaren zeventig de keuze moest worden gemaakt voor mijn eerste eigen nieuwe auto was het allemaal niet zo ingewikkeld. Ik kocht zelf ook een Skoda. Een fonkelnagelnieuwe S100 van het bouwjaar 1971 die ik een paar weken eerder bestelde bij de toen nog actieve dealer Brouwer in Amsterdam-Oud-Zuid. Het leidde tot een langdurige relatie met een merk waarover hele boekwerken te schrijven zouden zijn. Die dikke catalogi zijn intussen ook al door andere auteurs (soms met een beetje hulp van mijn kant)gemaakt, ik zal er af en toe even wat relevante informatie uit lenen. Voor de rest vertel ik hier mijn verhaal, mijn observaties, mijn beslissingen. Dat is altijd onderhevig aan een persoonlijke visie, al dan niet ingekleurd door de eigen herinnering of historische feiten. Ik hoop oprecht dat de lezer zich zal vermaken bij het lezen van dit verhaal over een merkliefhebber die de ontwikkeling meemaakte van Skodarijder naar landelijke verkoopleider en nu weer gewoon merkrijder is geworden. Maar daar zat dan wel ruim 40 jaar tussen. Wordt vervolgd! (afbeeldingen afkomstig uit mijn persoonlijk archief. Alle teksten van de auteur, waar nodig wordt bronvermelding toegepast). Deel 1 over de jeugd volgt op 1-7 a.s.)
Vrouwlief vertelde onlangs een kleine anekdote over ervaringen tijdens haar voorjaarstrip naar Hong Kong. Een stad die haar veel plezier verschafte en haar echt het gevoel gaf in een andere wereld te vertoeven. Wat ook zo was natuurlijk. Haar herinnering ging over het fenomeen straatverkoop daar. En die behelst niet alleen eten, drinken of de bekende prullaria die toeristen graag mee terug nemen als bewijs van hun verblijf daar. Nee, Hong Kong kent een heel specifiek soort verkoop, de klaar-terwijl-u-wacht kleermakers. Een fenoneem dat al decennia lang bestaat. De dames trapten er niet in, mijn toenmalige chef ‘Ruud’ wel! Die ging ergens in de jaren zeventig die kant op om onze agent in die streken eens persoonlijk te ontmoeten en tot grotere handelsdaden te bewegen. Nu was dit voor Ruud geen echt probleem. De man kon verkopen dat het een lieve lust was en hij was daarnaast van de meer dan gezellige Mokumse soort dus kon zaken doen in elke kroeg over de hele wereld.
Hij ging voor minstens een week die kant op en kreeg een aardige vrijbrief mee plus het nodige kasgeld. Het bedrijf op Schiphol draaide intussen onder mijn persoonlijk aansturing vrolijk verder. Het waren drukke tijden toen. Hoe dan ook, toen hij terugkwam uit Hong Kong had hij niet alleen een dikke koffer vol contracten bij zich, de Hong-Kong-agent had zich kennelijk extra uitgesloofd, maar hij droeg ook een nieuw kostuum. Iets waarop je hem zelden kon betrappen. Hij had iets ‘goors’ over zich normaal. Poerde met pennen in zijn oren en veegde dat dan af aan zijn sokken. Zo iemand. Een nieuw pak was dus echt apart. Maar dat bleek ook zijn indertijd uitverkoren kleur. Een blauwe kleur die je in die jaren alleen zag bij de Sovjet-Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot. Communistisch blauw. En ook nog met een glans in de stof. Hij zelf vond het prachtig.
Wij keken er met een zekere ingehouden glimlach naar. Ik hield me in, want hij had voor mij een reeks nieuwe contacten bij zich waarmee ik mijn afdeling aardig kon ophogen in de vaart der volkeren. Hij paradeerde intussen in dat nieuwe pak in de rondte en liet overal en iedereen weten hoe dat was gegaan. Mannetje in zijn hotel, speciaal aanbod, op de hotelkamer even een maatsessie gedaan, volgende dag was het pak klaar. Helemaal in zijn maat en stijl. Hij was er verguld mee. Zeker voor die prijs. Toen ik het verhaal van vrouwlief aanhoorde moest ik weer glimlachen. Aeroflot-blauw kwam weer even voorbij. Het pak was nog van behoorlijke kwaliteit ook. Hij droeg het regelmatig en vele jaren lang. Dus eigenlijk was hij slimmer dan wij hadden ingeschat. Maar die smaak….nee, dat zat niet zo best…
Ik weet niet hoe het de diverse lezers en lezeressen vergaat als ze eenmaal in bed van bewust naar onbewust overgaan en een fase van slapen bereiken die tot dromen leidt, maar bij mij is die fase soms buitengewoon heftig. Alsof Netflix ook een programma kent dat mijn geest in ruste helpt om spanning en sensatie op te roepen die me bij wakker worden aardig de adem beneemt soms. Is dat iets specifieks voor mij of komt het ook bij anderen voor?! Als je even op Google kijkt zie je direct dat een dromer zeker niet uniek te noemen is. Sommige mensen maken de meest fijne dingen mee in hun dromenland. Vrouwen vaak romantischer dan wij mannen. Net als bij de vroegere seksescheiding is bepaald houden vrouwen van avonturen met prinsen op witte paarden die hen lokken in kastelen vol bedienend personeel en minnaars die hen verwennen op een wijze die het normale leven meestal niet in zich heeft. Mannen beleven vooral andere avonturen.
De een is vechtend en rollebollend bezig om de straat te beveiligen, een ander zweeft over daken en kijkt in andere buurten rond. Mensen dromen dat ze tijdens een bedrijfsspeech ineens in hun nakie staan en anderen vallen in het water. Mijn dromen bewegen zich veel in het umfeld van vroeger werk. Met name een specifieke periode, waarover ik in mijn vervolgverhaal nog zal vertellen, waarin de emoties vaak heel hoog opliepen komt telkens weer terug. Soms vermengd met actuele dingen, maar wel een herhalend fenomeen. Sommige dromen ben ik bij het wakker worden snel vergeten, anderen blijven hangen. En dat weer leidt tot een zekere dufheid omdat het gedroom me vast weet te houden en doet nadenken over kennelijk slecht verwerkte emoties. Al ligt de bewuste periode dan ook al dertig jaar achter me. Dan nog.
Een specifieke droom is me uit het verleden altijd bijgebleven al heeft die niks met werk van doen. Een vliegtuig dat op ons vroegere ouderlijke huis neerklettert en op het dak blijft liggen. Ik zie het in de droom dan van afstand en bedenk me dat er mensen maar ook huisdieren in dat pand moeten zitten. En als ik dan naar binnen en boven loop kom ik bekenden tegen die gewoon doorleven en niet willen geloven dat op het dak een brandend vliegtuig te vinden is. Ik zoek de dieren. En die lopen constant voor me weg. Ik krijg ze niet te pakken. Zo frustrerend…. Noem het maar geen bijzondere droom. Zeker als je bedenkt dat ik hem al drie keer in verschillende vormen heb mogen beleven. Frustraties alom. Vermoedelijk toch een al te grote zorg om have en goed. Maar in veel situaties ook zeer vermoeiend. En hoe gaat het jullie op dit punt zoal? Intense of oppervlakkige dromer? Van de warme of de avontuurlijke soort???
Vandaag, twaalf jaar geleden alweer startte mijn weblogaanwezigheid. 12 jaren waarin voor iedereen en ook voor ons persoonlijk veel veranderde en soms, aardig genoeg, ook de nodige zaken hetzelfde bleven. Toch is het wel opmerkelijk om te constateren wat er zoal veranderde. Zo zaten wij hier bij de start van dat geschrijf op het internet in ons persoonlijke leven nog aan te hikken tegen de beslissing om evt. te verhuizen dan wel het huis zodanig te verbouwen dat het meer aan onze persoonlijke smaak zou appelleren. Uiteindelijk kozen we indertijd voor het laatste en is dat de reden dat ik vanaf 2008 met uitzicht op de omgeving kan werken aan mijn creatieve teksten en adviezen vanuit een toen compleet verbouwde en aangepaste ruimte. Die noemde ik daarna mijn ‘Man-Cave’ en ik voel me er nog steeds fijn bij. We hadden in dat ‘startjaar’ nog drie (andere)katten, onze hond dartelde hier nog vrolijk om de voeten en ik was toen drie dagen per week elders in de stad aan de slag met het maken van b-to-b bladen.
Van een crisis was ook in de marketing- en uitgeversbranche in die jaren nog geen echte sprake. Het was een dame die ik toevallig leerde kennen via een webforum waar ik nog wel eens voorbij fietste die me de tip gaf om mijn ‘zo leuk geschreven’ zielenroerselen en opinies eens in een weblogje te verpakken en wereldkundig te maken. Voordien schreef ik op websites van anderen of die fora af en toe eens een column, maar verder? Allles nog op papier! Het ging sindsdien snel. Ik leerde nieuwe mensen kennen. Medeloggers. Sommigen kwamen en verdwenen weer, anderen bleven behoren bij de grote vriendenkring die het webloggen met zich mee bracht en sommigen daarvan behoren intussen tot de ‘inner circles’ van ons leven. Mensen met een passie vaak, misschien wel meer zelfs, soms met een eigen logje en zo lief en aardig dat je ze daarom alleen al wilt omarmen. Allemaal het gevolg van het betere logwerk. In die jaren tijd heb ik ontdekt dat juist het geven van een mening over.. meer mijn ding is dan het plaatsen van zo maar wat foto’s of tekeningen.
Ik ben geen typische dagboekenier! Meer een soort maatschappelijk voyeur die wat hij ziet en meemaakt interessant genoeg vindt om het omgevormd via het www te publiceren. Het moet ‘ergens over gaan’. Soms lukt dat beter dan op andere momenten. Je bedient nooit elke keer iedereen gelijkwaardig. In die afgelopen jaren ben ik bezig geweest met in totaal vijf weblogs. Dit, waar u nu uw ogen over laat gaan, en twee die meer gespecialiseerd waren op het gebied van auto’s en luchtvaart. Daarnaast had ik nog een poetisch blog en een in Belgie dat diende als reddingsboot toen een van de blogaanbieders er ineens geen zin meer in had. Later volgden de sociale media. De speciale blogs verdwenen, groepen op Facebook namen die plek in en ik vond ook Twitter en Instagram op mijn publicitaire pad. De rest van mijn ‘gepassioneerde leven’ probeer ik hier onder te brengen.
Dat ik daarbij soms in uw lezersogen de plank mis sla is op zich niet zo erg, u blijkt gelukkig gemiddeld gesproken tamelijk vergevingsgezind. Daarbij, echte Amsterdammers zijn nu eenmaal ‘jenners’. We voeren soms de druk wat op of zetten u daarmee op het verkeerde been. Zelden of nooit kwam het daarbij tot serieuze persoonlijke problemen. Een enkele keer loop je tekstueel wel eens tegen de verkeerde persoon aan. Dan klikt het niet, wil het niet en lukt het nog minder. In die afgelopen jaren heb ik daardoor veel geleerd. Genoten ook, ik zal het niet verbloemen. Het schrijven van die logjes en alles wat er omheen hangt is een plezierige bezigheid. Maar het heeft geen enkele zin als er geen kip mee leest. En daarvoor dank ik al mijn logvrienden en passanten. Dank dat u de afgelopen twaalf jaar de moeite nam om hier te lezen wat mij zoal beroert, opwindt, bezighoudt. Als het de gezamenlijke scheppers behaagt en mij gegeven ga ik nog even een paar jaar door. Want aan onderwerpen mankeert het zelden of nooit. Vraag blijft of u ze allemaal even leuk zult vinden. Ik denk zeker te weten van niet. Maar dat is natuurlijk mijn mening!
Al een jaar of anderhalf is mijn boek over het leven dat ik leidde met of voor mijn geliefde Tsjechische merk klaar. Het is een aardig verhaal geworden al zeg (schrijf) ik het zelf met alle aspecten die een boek leesbaar maken voor hen die ook maar iets op hebben met handel en wandel in het autovak of meer. Inclusief erg aardige hoogte- of soms bijna dramatische persoonlijke dieptepunten. Een boek schrijven is een ding (ik maakte er immers al eens twee die ook nog werden uitgegeven en werkte mee aan een derde waarvan de uitgever mij nooit meer een exemplaar deed toekomen omdat hij voordien failliet ging helaas..) maar het uitgegeven krijgen is een tweede. Intussen heb ik drie uitgevers benaderd, en het komt er dan telkens op neer dat ik zelf de opmaak en verkoop moet gaan doen en de exemplaren die ik wil verkopen ook eerst zelf moet inkopen.
Ik ben nu eenmaal geen Saskia Noort en men wil rendement op het kapitaal. Zo’n oefening kost al snel honderden euro’s en net zoveel uren om tot enig resultaat te komen. Het weerhield me tot nu om die stappen te zetten. De wereld is veranderd en ik ben nu wel overtuigd dat er een alternatief is. In leesbare onderdelen publiceren via dit medium dat toch gekoppeld is aan de diverse sociale media waardoor ik een belangrijk deel van de doelgroep ook kan bereiken. Gewoon hoofdstuk voor hoofdstuk met de nodige bijpassende illustraties. Dan kan ik ook daarmee meer doen dan in een boek mogelijk is. Moet kunnen. De keuze is een beetje aan de lezers. Doen of niet?! Boek of vervolgverhaal?? Geef me eens een terugkoppeling als je wilt. Ik beloof dat als het een vervolgverhaal wordt de leesbaarheid zodanig is dat je het met veel plezier en belangstelling zult willen lezen. Omdat het toch teruggaat naar de afgelopen 60 jaar. Waarin de wereld om ons heen sterk veranderde. Maar mijn liefde en passie voor dat merk bleef. Ook al ben ik dan niet meer actief betrokken bij de vermarkting van dat spul. Ben benieuwd naar de adviezen die mijn vaste lezersgroep of daarbuiten me zullen geven. Dank bij voorbaat daarvoor…