Leerschool…

Leerschool…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: ybb-418097-clashes-img_8308.jpg

Als je de recente conflicten bekijkt waarbij de VS zijn betrokken zie je vaak vooral succesvolle uitvoeringen van acties, gevechten, aanvallen en zo meer. Veelal met een stevige overmacht aan materieel en ook nog eens superieur in technologie of vuurkracht. Dat was altijd wel zo, maar er zijn ook heel wat smetjes op het blazoen van de Amerikanen te vinden waar het hun technologie of strategie betreft. Daarin staat de huidige president en zijn staf echt niet alleen. Een van de periodes vol daarvan was de luchtoorlog boven Vietnam in de jaren 1965-1972. Hoewel de Amerikanen eigenlijk helemaal niet wilden optreden in de strijd tegen de Vietkong of het Noord-Vietnamese leger, werden ze er door de anti-communistische doctrine binnen de politieke verhoudingen in Washington stukje bij beetje toe gedwongen. Men was bang dat als Zuid-Vietnam onder het rode juk zou komen te vallen veel andere buurstaten zouden volgen. En dus nam men de handschoen (door de Fransen in stukken en brokken achter gelaten) op en stuurde troepen en materieel naar dat verscheurde land. Met name de snelheid waarmee men de militaire opbouw organiseerde maakte ook dat veel minder getrainde mensen de strijd moesten gaan voeren met o.a. materieel als vliegtuigen die domweg niet voor deze vorm van oorlog voeren waren ontworpen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: ybb-418097-clashes-achterkant-img_8309.jpg

Veel van de Amerikaanse jachtvliegtuigen en bommenwerpers waren bedoeld voor het Europese theater, niet voor een strijd in een tropische land met een meer dan taaie tegenstander. En dus leed de VS al snel fikse verliezen. Daarbij bleek dat met dank aan de Sovjet-Unie en China de Noord-Vietnamezen beschikten over grote aantallen redelijke moderne Migs. En die bleken een plaag voor Amerikaanse eskaders. Opvallend was ook dat de volgens de toenmalige strategen in het Pentagon superieure luchtdoelraketten die men meenam onder de vleugels om de vijand uit de lucht te blazen mocht die zich vertonen, in 8 op de 10 gevallen niet functioneerden. En dat bleef vele jaren lang zo. Daarbij vlogen de Amerikanen op eigen navigatie en zonder echte ruggensteun van radarstations, waardoor ze vaak werden verrast door die verrekte Mig’s. Bij de Vietnamezen ging alles juist centraal geleid en koppelde men de strategie ook aan de inzet van grond/luchtraketten die heel wat slachtoffers maakten onder de laag vliegende Amerikaanse toestellen. Een gelukje had men, de Russische ‘Atoll’ raketten waarmee de Migs onder hun vleugels rondvlogen deden het even slecht als de Amerikaanse exemplaren. In de loop van de jaren ontwikkelden de Amerikanen nieuwe strategieen, voerden vliegende radarstations aan waarmee men de eigen eskaders kon aansturen, maar voorzag o.a. de machtige F4C/D Phantoms van boordkanonnen die veel effectiever waren bij het bestrijden van de tegenstanders. Uit dit beknopte overzicht maken jullie wellicht op dat het superioriteitsgevoel bij de Amerikanen (zie Trump-doctrine) wellicht enige bescheidenheid behoeft. Voor mij was het wel een eye-opener toen ik het boek las dat een uitgebreid verslag geeft over juist deze periode in de Vietnamoorlog. De propaganda van toen gaf toch echt een ander beeld. Hoe dan ook, een top-boek dat ik 8 jaar geleden alweer aanschafte en onlangs uitlas. 342 pagina’s dik, in de Engelse taal en beschikbaar onder ISBN-nummer 978-1-59114-519-6.

Dreiging in de nacht…Lancaster!

Dreiging in de nacht…Lancaster!

Een tijdje terug had medeblogster Liesbeth een verhaal over het Oorlogsmuseum in Overloon waar een expositie werd gehouden waarin een stel crashdelen van een Lancaster bommenwerper centraal stonden.

Die Lancaster-bommenwerper was in zijn tijd een geweldig ontwerp van Avro uit Engeland (v/h A.V.Roe naar de oprichter) dat een strategisch doel moest dienen tijdens W.O.2. De viermotorige machine was indrukwekkend, puik gebouwd en in staat om tot ver in Duitsland doelen aan te vallen en dan ook weer terug thuis te komen. De machine viel in de klasse van de eerder beschreven Boeing B-17 van de Amerikanen. Met vier Rolls Royce Merlin motoren was het een toestel met een andere filosofie wellicht, het resultaat was hetzelfde.

Vernietiging van Duitse doelen. Als basis voor dit geweldige ontwerp nam Avro de totaal mislukte tweemotorige Manchester bommenwerper die twee Vulture-motoren had met een hoge mate van onbetrouwbaarheid. De Lancaster bleek precies het tegenovergestelde. De nieuwe machine was zwaar bewapend, kon een paar ton bommen meetorsen, vloog rond de 400km/u snel en opereerde vooral in de nachtelijke uren. Dat gaf de formaties een veel betere bescherming dan die Amerikaanse vliegende forten die overdag opereerden. De Britten hadden al snel heel nieuwe technieken ontwikkeld die de Lancasters zeer effectief lieten doen wat ze moesten. Men gebruikte zgn. padvinders, De Havilland Mosquito’s, die vooraf doelen met fakkels aanduidden waarop de doelen konden worden geidentificeerd, en ook zelf ontwikkelde bommenrichtapparatuur voor een nog wat betere nauwkeurigheid.

Overigens waren de Duitse flak en de door de Luftwaffe gebruikte nachtjagers in die jaren van de oorlog nog aardig in staat om aan ook die Britse formaties grote schade toe te brengen. Soms verloren de Britten in een enkele nacht ook 20-25% van hun vliegtuigen en bemanningen. Maar de commandant van de vele squadrons van Bomber Command, Harris, gaf niet toe en bleef elke nacht nieuwe formaties sturen. Totale vernietiging van steden als Hamburg, Bremen, Berlijn, en later ook Dresden was het gevolg. Anders dan de Amerikanen bombardeerden de Britten uit vergelding, want de Duitsers bleven ook van hun kant maar aan de gangen met vernietiging van Britse steden, ook al deed men dat op een wat andere schaal dan de Britse bommenwerpers.

Die Lancaster bleek een geweldig wapensysteem. Doorontwikkelingen waren de Lincoln maritieme verkenner en bommenwerper, de Lancastrian verkeerskist van na de oorlog en de York passagiersmachine die de techniek van de Lancaster combineerde met een nieuwe romp. Een befaamde Lancaster was de machine die met een enkele zware en stuiterende bom aanvallen deed op de Roerdal-stuwdammen om zo een deel van het gelijknamige Duitse gebied onder water te zetten. De aanval lukte, het gevolg bleek relatief weinig schade aan te richten. Na de oorlog verdwenen de meeste Lancasters richting smeltovens en slopers. Een enkel exemplaar bleef bewaard. De nodige verhalen werden opgetekend. Ook van kisten die boven ons land uit de lucht waren geschoten.

Ik heb ooit zelf nog eens het verhaal verteld van de overlevenden uit de ‘Fema Dora’ een Lancaster die op het Lakereiland in de Kaag noodlandden, hun Lancester achter lieten en na verraad door ‘foute Nederlanders’ meteen krijgsgevangen werden gemaakt. Hoe dan ook, er vliegt in Engeland een enkele Lancaster bij de befaamde Battle-of-Britain-Flight. Dat toestel is ook een paar maal in Nederland geweest en ik heb het daarbij diverse malen op de foto gezet. Een indrukwekkend toestel uit een afschuwelijke periode in de geschiedenis, maar nodig gemaakt doordat totalitaire regimes met maling aan democratische waarden, dood en verderf zaaiden in voorheen vrije landen. Juist ook die Lancaster hielp een van die regimes op de knieen te krijgen. Alleen daarom al moeten we die kisten en hun dappere bemanningen koesteren. (beelden: Yellowbird archief)

Observaties van de vijand…

Ik ben een vliegtuigspotter. Iemand die vanaf zijn jeugd is gefascineerd door het fenomeen van de vliegende metalen vogels. Net als duizenden anderen die dit zien als een serieus te nemen hobby. Elk vliegtuigtype kunnen onderscheiden en ook de maatschappij of luchtmacht die het toestel gebruikt. In die zin had ik een rol kunnen spelen bij een heel bijzonder fenomeen dat na de Tweede Wereldoorlog werd ingezet als verdedigingslinie van ons met kwade bedoelingen bezoekende vliegtuigen uit het Oostblok. In 1950 startte men in ons land namelijk met de bouw van een keten van torens die waren bedoeld om laag vliegende (onder de radarketen van toen) Russische vliegtuigen te spotten, hun richting en bedoelingen in te schatten en dat door te bellen naar de luchtverdediging van toen. Gebouwd op heel wat verschillende plekken, verspreid over heen Nederland. Bemand door het Korps Luchtwachtdienst (KLD) en actief gebruikt tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. In basis torens met een soort betonnen honingraatconstructie en wel op zodanige wijze uitgevoerd dat het niet te veel zou hoeven kosten.

Bovenop die torens een platform en dat was te bereiken met steile metalen of houten trappen. Het systeem heeft uiteraard nooit om het eggie hoeven dienen. De Russen kwamen niet, gelukkig maar, en onze radar- en afluisterapparatuur werd zodanig goed dat we de menselijke observaties niet meer nodig hadden. Van de oorspronkelijke 276 uitkijkposten (een deel was op bestaande hogere bebouwing gevestigd) bleven er maar weinig over. Naar verluid zijn er nog maar 19 zichtbaar in het landschap. Een daarvan bezochten we onlangs. In een plaatsje waar ik zelf nog nooit gehoord had zelfs, Strijensas, midden in de Mariapolder, aan het water niet te ver van de Moerdijkbruggen. Deze is gebouwd op een oude kazemat (1938) en heeft dus een behoorlijk fundament.

Tijdens de open dag die in de lokale krant werd aangekondigd en door een van onze lieve vrienden uit de omgeving opgepikt, beklommen we die toren (gevaar voor eigen leven..) en keken uit over de polder en de rivier. Voor mij is dat geen genoegen, want last van hoogtevrees, maar toch wel even een aardige indruk van hoe zoiets in de praktijk moet zijn gegaan. Kompas, verrekijker, op de rand van de toren aanduidingen van welke plaatsen in een bepaalde zichtrichting te vinden waren. Men houdt de boel hier in ere. Vrijwilligerswerk. En zo hoort het ook. De geschiedenis was mij onbekend. En ik vind het knap te bedenken dat al die lui die dat werk deden ook in dezelfde boekjes als ik indertijd hun basiskennis opdeden om al die Russische vliegtuigen te kunnen onderscheiden van de laagvliegers uit eigen gelederen. Ik ben blij dat ik dit heb gezien. Net als die polder, op de uiterste noordoostpunt van de Hoeksche Waard. Ik was verbaasd dat ook daar mensen wonen…maar dat is een andere discussie…