
Fokker 70 PH-KVI
Medio oktober dit jaar eindigt een tijdperk in ons land. Het tijdperk-Fokker. Dan namelijk gaan de laatste Fokker 70’s uit dienst bij KLM’s dochter CityHopper. Opgevolgd door Braziliaanse regionale vliegtuigen. Met dank aan een D66-minister (Hans Wyers)die ooit de bekende vliegtuigfabrikant Fokker de nek om draaide en de toekomst van de Nederlandse luchtvaartindustrie gelijk vermoordde. Bij gebrek aan inzicht. Inzicht wat Fokker altijd wel heeft gehad. Precies de juiste vliegtuigen bouwend voor een alsmaar groeiende markt. Dat deed de ondernemer Anthony Fokker al ver voor de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de eerste variant van die wereldbrand koos hij opportunistisch voor de Duitse zijde en zette daar vele honderden van zijn befaamde jachtvliegtuigen af. Toen de oorlog voor de Duitsers verkeerd afliep was hij zo slim om zijn hele productielijn op de trein te zetten en onder te brengen in het neutrale Nederland. Waarmee ook onze luchtmacht ineens beschikte over hypermoderne jachtvliegtuigen en verkenners.
Alsof we ineens zouden kunnen beschikken over de JSF zonder aan de ontwikkeling mee te hoeven betalen. De door Albert Plesman opgezette KLM had snel behoefte aan betrouwbare vliegtuigen. Fokker sprong in dat gat. En KLM kocht ongeveer elk ontwerp van de slimme Fokker. Die overigens nog veel meer successen boekte in de Verenigde Staten. Maar een ding zag hij over het hoofd. De komst van metalen vliegtuigen. Fokker bouwde toen nog met hout, aluminium en linnen. Dus toen KLM alsnog koos voor de ‘blikken Douglas’ DC-2 leek Fokker naast de flinke orders van de nationale carrier te vissen. Maar slim zakenman als Fokker was, hij verkreeg de licentierechten voor zowel de DC-2 als de grotere DC-3 en werd zo opnieuw een grote leverancier van moderne vliegtuigen. Zelf zou hij de groei van zijn bedrijf niet meer meemaken.
Net voor de 2e Wereldoorlog overleed hij. Zijn bedrijf kwam tijdens de oorlog in handen van de Duitsers en bouwde voor de bezetter onder dwang Duitse vliegtuigen. Na de oorlog werd het bedrijf snel opnieuw heringericht en startte men met de bouw van trainers, zoals de fameuze S-11, bouwde men een sportvliegtuig (de Promotor) dat helaas geen echt succes kende maar kwam men ook met de Fokker F-27 Friendship. Een verkeersvliegtuig dat werd opgebouwd met een hoogdekker-constructie, gelijmde metalen delen en twee Britse Rolls-Royce turboprops. Het toestel werd een enorm succes, meer dan 700 verkocht en dat wereldwijd. Een straalopvolger werd de Fokker F-28 Fellowship uit de jaren zestig. Ook dat toestel werd een groot succes. In de jaren tachtig kregen die ontwerpen modernere zusjes in de Fokker 50, 100 en de latere 70.
Maar de wereldmarkt was intussen aardig veranderd. Veel kleinere fabrikanten legden het loodje, verkochten hun toestellen met flinke verliezen of werden opgeslokt door bedrijven als Boeing, Airbus of British Aerospace. Fokker leverde ook weer aan de KLM en uit die periode stammen ook die Fokker 70’s die nu verdwijnen. Vliegtuigen die ideaal bleken voor de regionale lijnvluchten bij KLM en haar dochter CityHopper. Maar in oktober is het voorbij. Geen Fokkers meer en de kans dat er ooit nog nieuwe vliegtuigen met die naam zullen verschijnen is verspeeld. De Nederlandse overheid heeft er geen geld voor over en de maatschappijen van nu kiezen voor vliegtuigen van de plank. Boeings, Airbussen, Embraers of Bombardiers. Fokker wees de weg, maar kon en mocht niet verder. Blijft jammer. Gelukkig staan er heel wat van deze fameuze vliegtuigen in diverse musea. En zo hoort het ook. Want deze naam mogen wij eigenlijk nooit vergeten. Ik doe dat zeker niet. Heb ik heel wat Fokkers mogen meevliegen en dat was een waar genoegen. Maar nu wordt dat pure nostalgie. Vandaar dit blogje…(Beelden: Yellowbird collectie)

Voor veel mensen is 1953 ver voor hun tijd, of ze zijn het jaar bijna vergeten. Maar in Zeeland wordt het verhaal van dat rampjaar doorgegeven via de anekdotes die van generatie op generatie overeind blijven of uitvergroot. Onlangs was ik voor het jaarlijkse uitje in die natte en vooral vlakke provincie voor het eerst in het plaatsje Stavenisse. Oorspronkelijk een eiland tot die enorme springvloed Tholen en St.Philipsland te pakken nam. Het geisoleerde Stavenisse liep compleet onder. Waar elders in die hoek mensen natte voeten kregen stond men in Stavenisse relatief snel tot de nek in het koude water en werd een deel van het plaatsje compleet van de aardbodem geveegd. En dat ging zo snel dat heel wat mensen het leven verloren. 8,8% van de bevolking. En heel wat koeien, schapen en ander vee. Ook erg was dat zij die dat nog konden voor zover mogelijk in pyjama of nachthemd vluchtten naar hogere punten die indertijd slechts te vinden waren in de kerktoren of het stadhuis.
Daar huisden op enig moment tijdens die ramp tientallen mensen in de kou maar wel beschermd tegen het wassende water. Hulp kwam niet of veel te laat, Stavenisse werd 8 dagen lang min of meer vergeten. Om dit verhaal levend te houden bestaat er in het oude gemeentehuis een soort mini-museum dat men aanduidt als het Watersnoodhuis Stavenisse. Voor een luttel bedrag krijg je daar een gids mee die je via allerlei simpele hulpmiddelen en een hoop enthousiasme uitlegt wat daar in Stavenisse plaats heeft gevonden. Het lieflijke plaatsje van nu was toen een en al ellende. Maar de gids maakte het verhaal mooi, zakelijk en to-the-point. Hij showde de lage en hoge plekken, maakte beeldend hoe op de kamer waar het grootste deel van de expositie te zien is wel 80 mensen op elkaar gedrukt stonden te kijken naar hoe hun huizen of boerderijen compleet werden weggevaagd door het woedende water.
Geen dijk leek bestand tegen deze oerkrachten. Als je wilt kun je in een filmzaal beelden bekijken over de ramp die dit plaatsje tekende. Zodanig dat we er nu nog over kunnen horen of lezen. Door middel van een gids die er alles aan deed om duidelijk te maken hoe zijn opa en oma, maar ook zijn vader en moeder moeten hebben geleden onder alles wat hier plaatsvond. Want bij de uitgang gevraagd naar zijn leeftijd, vertelde hij dat hij net 15 was geworden. Kijk, als dat niet het bewijs is dat men het hier aan mekaar doorgeeft, dan niks. Men moet nog even kijken naar de Nederlandse taal, want de D en T zijn nog niet helemaal goed gebruikt op sommige plekken. Maar ja, kniesoor die daar op let. Het verhaal werd heel goed verteld. Complimenten op zijn plek voor de jeugdige gids! Mocht je in de buurt zijn, ga zeker even langs daar.


Morgen en overmorgen herdenken en vieren we weer datgene wat ons in de Tweede Wereldoorlog werd aangedaan en wat daar op volgde. Die herdenking is nodig opdat we blijven beseffen wat het inhoudt als een volkomen foute doctrine in staat is om ons vrije leven totaal op de kop te zetten of die zelfs in te drukken. Als mensen worden weggesleept omdat ze anders denken, een vrije mening willen uiten of omdat ze net even wat anders geloven dan de totalitaire dictatuur wil toestaan. In de nu nog te herdenken oorlog waren het vooral de Joden die leden onder de brute verkrachting van hun rechten, maar en passant namen de Nazi’s ook homoseksuelen, zigeuners en Slavische dwangarbeiders mee in hun vernietigingsdrang die ontstond vanuit een waanbeeld van superioriteit.
Is dat tegenwoordig ondenkbaar? Bepaald niet.
Ik heb me wel eens afgevraagd hoe dat nu zou moeten als we inderdaad evt. weer eens worden overlopen door een of andere enge doctrine die daarna start met gewelddadige onderdrukking van alles wat niet welgevallig is. Zouden wij als moderne mensen anno 2017 in staat of bereid zijn anderen te helpen die mogelijk slachtoffer zouden kunnen worden van deze idioterie. Zouden we vervolgden opnemen en beschermen? Ergens op een oude zolder of kelder laten genieten van iets van protectie? Met gevaar voor ons eigen leven? Zouden we slachtoffers van vernietiging van huis en haard een onderdak bieden zolang dat nodig is? Die op zich vreselijke en tot de verkeerde politieke stroming behorende Claudia de Brey heeft er wel een aardig liedje over geschreven ook al deed ze dat met het bekende ‘politiek correcte gedachtengoed’ dat alle gevaar van rechts komt en ontkent ze daarmee waar het gevaar echt vandaan zal komen als het komt. Maar haar liedje stelt wel een vraag die ook mij bezig houdt. ‘Mag ik dan bij jou’ als het fout gaat?! En die idioten achter bepaalde doctrines menen dat hun tijd is gekomen en de hordes oprukken tegen het vrije westen? De wijze waarop wij aankijken tegen echte vluchtelingen in oorlogsgebieden geeft op dit punt weinig hoop.
De overwegend linkse media halen alles door elkaar, al dan niet bewust, waardoor wij de echte vluchtelingen niet meer (h)erkennen en ons richten op de verkeerden. Daardoor zitten miljoenen mensen in de ellende. Mag ik dan bij jou is ook hun vraag, alleen wordt dat niet meer gehoord doordat ze worden overstemd door hen die om economische redenen deze kant op komen. Geholpen door een industrie die er waarschijnlijk zelf beter van wordt. Maar die kennelijk niets geeft om echte ellende in oorlogsgebieden. Geld lijkt de oplossing, maar is het niet alleen. Dat zou ook blijken als we zelf met dit soort fenomenen van doen kregen. Oorlog is verschrikkelijk. Ik wil me niet eens voorstellen dat dit hier plaats zou vinden. Dat we alles kwijt zouden raken wat ons dierbaar is. En dat we dan ook nog eens zouden ondervinden dat onze vraag om onderdak of hulp wordt afgewezen omdat onze situatie niet goed wordt ingeschat. Ben benieuwd wie jullie, lezers van mijn blog of sociale media, direct onderdak zouden verschaffen in een soortgelijke situatie. Even los van de eigen kinderen, ouders of naaste buren. Wie?
Soest ligt op een wat verhoogd niveau. Dat zie je terug aan de huizen daar. Men kijkt er letterlijk op de omgeving neer, maar dat is verder vooral figuurlijk ook zo bedoeld hoor. Zandgrond en een mooie historie die al terug gaat naar de tijden dat het oerijs hier welig tierde en de latere Romeinen er nog wel eens doorheen trokken hebben het gebied hier net zo gevormd als de latere bewoning van het Koninklijk Paleis in buurtgemeente Soestdijk of de ooit in de buurt gevestigde vliegbasis van Soesterberg. Dat zand in de bodem heeft niet alleen een dempende werking op de omgeving, het is er lekker rustig als je de doorgaande straten vermijdt, maar die bodem verbergt ook het nodige aan interessante zaken. Die graaf je niet zo maar even op, daar moet je eerst met gespecialiseerde apparatuur naar zoeken. En dat is nu precies wat mijn goede vriend Hans met zijn maten daar in de omgeving regelmatig doen. Al dan niet met toestemming van de lokale agrarische bevolking in de regio lopen ze als het weer het toelaat met hun detectie-apparatuur heen en weer te schuifelen over de Soester akkers op zoek naar…..ja naar wat eigenlijk? Als Hans begint te vertellen over zijn bijzondere vondsten raak ik er vaak al snel door verbaasd.
Vandaar ook deze expositie. Gewoon om kennis te delen en mensen te kunnen uitleggen welke ‘lagen’ de geschiedenis van Soest eigenlijk kent. Hans is daar goed in, dat weet ik, en als gepensioneerd overheidsdienaar maakt hij graag tijd vrij voor hen die met serieuze vragen naar hem toe komen. En mocht je daar behoefte aan voelen speelt hij ook nog even een riedeltje op het in het museum aanwezige kerkorgel…. Ik heb het allemaal van nabij mogen meemaken en dat is alleen al een reden om het iedereen aan te raden dit fraaie museum eens te bezoeken. Want naast deze expositie is er nog veel meer te zien in dit meer dan stijlvolle gebouw aan de Steenhofstraat 46, 3764 BM Soest. Toegangsprijzen bezoek Museum Soest. Bezoekers tot en met 12 jaar € 1,00, Bezoekers 13 jaar en ouder € 5,– Entree en rondleiding € 6,00
Het was mijn passie voor vliegtuigen die mij als jong mens deed besluiten een ‘carrière’ bij een grote bankinstelling op te geven en te gaan voor een baan bij een luchtvrachtkantoor op Schiphol. Het werk daar was wel iets heel anders dan wat ik gewend was geweest op dat grote bankkantoor in hartje centrum Amsterdam. Omdat we maar met twee mensen ons bedrijf (met hoofdkantoor in Rotterdam en een groot kantoor met loodsen in Amsterdam) in de luchtvaart vertegenwoordigden moest je ook echt alles zelf doen. Dus na een dagje vrachtbrieven maken en manifesten plus de benodigde paperassen voor de douane hier of elders, moest je dan de dozen of kisten die mee moesten met de bestemde vluchten zelf voorzien van de benodigde stickers en dat spul dan uitklaren en aanbieden bij ofwel het afhandelkantoor van KLM of Aero Ground Services. Je liep of reed daarbij over het platform van Schiphol en dat was in de zomer leuk, in de winter wat minder. Mijn toenmalige chef deed overigens precies het omgekeerde.
Hij was altijd meer een importman geweest en deed nu het werk van een declarant. Maar dat kantoor werd door onze inspanningen uit de klei getrokken en al snel groter en groter. Binnen de kortste keren werd er voor dat importgedeelte een man aangetrokken die de declaraties zou doen, en voor het loodswerk kregen we een ‘vrijmaker’ in dienst. Iemand die goed kon omgaan met de douane en de afhandelaars. Voor de export was er intern niet zoveel belangstelling. Niet dat het niet liep hoor. Het was ook op dat deel van het bedrijf gewoon druk. Dat kwam nu volledig op mijn nek terecht. En dat was soms best zweten. Nu hadden we door actief verkopen al snel een breed klantenbestand. Waaronder een bedrijf in Nijverdal dat dieren verhandelde. Van kanaries tot bruine beren. En die eigenaar daar had weinig op met kantooruren. Als hij bedacht dat er iets vandaag naar een klant moest dan meldde hij dat meestal pas tegen de avond. Dáág thuisdiner. Vanuit Nijverdal kwamen de kisten of dozen met dieren dan (hopelijk op tijd) per Spoorexpresse (jaja toen nam de NS nog vracht mee in haar treinen) aan op het Amsterdamse CS, waar ik het spul dan als export-verantwoordelijke op haalde, voorzag van de voor luchtvracht benodigde labels, en transporteerde naar Schiphol, waar het uitklaringsproces kon plaatsvinden en de tijdige aanlevering bij de KLM. Vaak bestemd voor de Swissairvlucht die heel laat in de avond naar Bazel vertrok. Een andere keer moest het mee met de Japan Air Linesmachine naar Tokio.
Nu had ik wel rijervaring met de bedrijfsauto (een Ford Taunus) maar nog geen rijbewijs. Dus dat vervoer van huis naar CS en tussen CS en Schiphol moest ik dan maar op eigen gelegenheid regelen. In de praktijk hield dat in; op de brommer! Mijn toenmalige chef keek niet zo nauw. Vooral in de winter geen pretje. En hoe ik die diertjes in hun smalle behuizing door de ook toen vaak schrale wind mee wist te nemen is achteraf gezien een veiligheidswonder. Was de missie dan gelukt reed ik op dat zelfde brommertje in de donkerte en koude weer terug naar huis en stapte volkomen verkleumd in bed bij mijn toen nog piepjonge echtgenote die me gelukkig vaak weer wist op te warmen tot meer normaal menselijk niveau. Mijn geklaag over deze wel erg geimproviseerde situatie deed chef Ruud besluiten om niet alleen mijn rijbewijs te laten verzorgen (in 9 lessen behaald via een collega die er als instructeur bij beunde) maar ook een nieuwe VW Bus aan te schaffen die ik daarna mee naar huis kreeg als er weer een dierenzending aan kwam. Het scheelde veel. Al bleef ik er wel op mopperen. Maar ik leerde er echt veel van. Problemen oplossen, hoe groot de uitdaging ook was. Lukte altijd. Nog profijt van. Alleen ga ik daarna niet meer met de Puch naar Schiphol. Toen dat VW Busje mijn vaste vervoer werd, ging die de deur uit. Daar heb ik lang spijt van gehad. Maar ach, je kunt niet alles bewaren. Ben al blij met de herinneringen…
Als ik de vele ‘kenners’ en angsthazen in met name het ‘linkse kamp’ moet geloven is het aantreden van Donald Trump als Amerika’s president de opmaat naar een nieuwe wereldoorlog. De man wordt daarbij afgeschilderd als een idioot, dom, bullebak etc. Nu zijn er wel eens minder opvallende lieden tot president gekozen in dat grote land, maar om nu meteen te spreken over een dreigende oorlog gaat mij wat ver. Laten we wel zijn, de meeste oorlogen zijn niet gestart door de V.S. maar door andere landen. Wij in Europa hebben op dat punt een slechte naam, maar ook in Het Midden-Oosten kon en kan men er wat van om over het nog wat verder gelegen Verre Oosten maar niet eens te spreken. Als je terugkijkt naar bijvoorbeeld een jaar als 1967 zie je dat we daar een echte oorlog zagen in het Midden-Oosten. Israel vocht in dat jaar tegen de omliggende buurlanden die er ook toen al op uit waren om de joodse staat met behulp van de Sovjet-Unie van de aardbodem te vegen. Het pakte anders uit. Israel won en behield een aantal ‘bezette’ gebieden als veiligheidszone. De gevolgen daarvan ondervinden we nu, vijftig jaren later, nog. Maar laten we wel zijn, ook toen was er al sprake van extreem terrorisme.
Dat terrorisme werd toen al gepraktiseerd door de Palestijnen maar zeker ook door de IRA, ETA en nog een aantal groeperingen die het ergens mee oneens waren. De VS had intussen een erfenis overgenomen van de Fransen. De oorlog in Z.O. Azie. Met name de Vietnamoorlog was in die periode aan het ontwikkelen tot een echt grootschalig conflict waarbij het vrije westen stond tegenover het communisme van de Sovjet-Unie en China. Het is allemaal 50 jaar geleden, maar was die wereld dus echt zoveel veiliger als de huidige? Veel van de toenmalige hoofdrolspelers doen nog steeds hun best hun al dan niet terechte doelen te bereiken via donder en geweld. Maar wij mensen zijn nogal selectief in ons geheugen en missen veelal een aardige dosis realisme of kennis van de geschiedenis. Bedenk ook maar eens dat het nog minder dan 50 jaar geleden is dat de Sovjet-Unie met steun van haar bevriende (..) naties in het oosten van Europa (de meesten nu lid van de EU) een einde maakten aan de net ontwikkelde Praagse Lente in Tsjecho-Slowakije.
Het prachtige land met zijn aardige inwoners werd bezet door troepen van het voormalige Warschau-Pact. De spanningen in de wereld liepen er stevig door op. Expansiepolitiek van bijvoorbeeld Poetin baseert zich op diezelfde doctrine. Maar aan de andere kant, wat de NATO en EU sinds de Wende in 1989 hebben gedaan in Oost-Europa is ook een bron van ergernis voor de huidige Russische leiding in het Kremlin. Overigens was in 1967 het regime in Noord-Korea ook al aan de macht en deed dezelfde onmenselijke dingen als men nu nog uitvoert. Alleen was er nog geen nucleaire dreiging van die kant. Nu wel. En nog even een feitje; het was de democratische president Kennedy die de wereld echt op het randje van WO3 bracht toen hij de toenmalige Sovjet-Leider Chroetsjov de wacht aan zegde omdat die op Cuba raketten wilde installeren. In de achtertuin van de VS. Dat was nog eens een jaar of vijf eerder dan 1967! De Amerikaanse strijdkrachten gingen toen naar de hoogste staat van paraatheid. De volgende stap was oorlog geweest. En wij in Nederland sidderden. Nu zetten we als NATO raketten in de achtertuin van Rusland neer. En vinden het vreemd dat daar een stevige vorm van dreiging tegenover wordt gezet. Het kan allemaal verkeren. Net zoals we nu op een bepaalde manier tegen Israel aan zijn gaan kijken en op vakantie Vietnam bezoeken. Andere tijden, nieuwe zeden. Maar die angst en onzekerheid is er dus altijd geweest. Kijk maar eens terug naar die jaren en beoordeel zelf maar eens wat er nu zo anders is als toen. Het zal je verbazen hoeveel overeenkomsten we kennen met toen. En dat alleen al zou een waarschuwing moeten zijn om niet meteen in de angsthazerij te vervallen. Het evenwicht in de wereld is soms even ver te zoeken maar komt altijd weer in het midden te liggen. Vaak is dat nu net de plek waar wij wonen. Koesteren maar die plek!
In onze wijk zijn een paar jaar geleden van die ondergrondse vuilcontainers geplaatst. Beetje graafwerk en hup. Nieuw systeem, werkt prima. Maar ik ontdekte onlangs ook dat de bewoners ergens na de jaarwisseling hun oude kerstbomen van de ‘afvallende naaldensoort’ keurig naast die containers plaatsen. Niet de bedoeling, maar toch. Overigens worden die containers vaak ook oneigenlijk gebruikt. Een van de aannemertjes uit onze buurt wil nog wel eens een halve aanhanger spullen in dat ding dumpen, kennelijk om zich een ritje grofvuil-stortplaats te besparen of zo. Hoe dan ook, die kerstbomen deden me ineens terugdenken aan een heel andere tijd. Dik vijftig jaar geleden. In de huizen uit mijn jeugd stonden ook bomen. Niet van die Nordmannen of andere dure soorten, maar gewoon kerstbomen. Die dingen stonden er van pakweg een week voor de kerst tot een dag of tien later. Mooi opgemaakt met engelenhaar en ballen. Maar omdat we vrijwel allemaal met kolen stookten (olie en gas moesten nog worden uitgevonden..) werden die bomen kurkdroog en lieten al snel hun prikkende naalden vallen. Reden om ze direct na de kerst de deur uit te mikken. Die enkele uitzondering daar gelaten. En daar op straat was een cultureel evenement aan de gang dat je tegenwoordig niet meer zo ziet.
De zgn. kerstbomenjacht. Jongelui, ik ook, stroopten de straten af voor de afgedankte bomen, verzamelden en bewaakten ze daarna. Want dat oude groen ging dienen als brandstof voor het oudejaarsvuur dat in veel van die buurten gewoon midden in de straat werd ontstoken om 12.00 middernacht tijdens de Oudejaarsviering. Spannende dagen, want je moest bijna militair denken rond die bomenjacht. Je werd benoemd door de grotere jongens als ‘jager’ of als ‘bewaker’. En dat was nodig ook, want in belendende straten en buurten deed men precies hetzelfde en wie de grootste berg bomen bezat had ook het grootste vuur. Er wilde nog wel eens een knokpartijtje uit voort komen. Gelukkig was het een fenomeen dat iedereen in onze straat aansprak, dus de jonge lieden die als automonteur of smid in de buurt actief waren wilden wel een handje bijsteken als het op vechten aan kwam. En dat maakte veel verschil.
Net als de pluimpjespistolen en geweren die we bij de bewaking van die bomen gebruikten. Dwong respect af. Als ik het nu terughaal voor dit blog denk ik wel eens, jeminee, wat een risico voor die verrekte bomen…. Maar een fenomeen was het en als ik nu wel eens kijk op Google of Wikipedia zie ik dat het ook in andere steden en dorpen in die jaren heel normaal was. Toen ik die straat verliet om elders te gaan wonen was ik ook niet meer op de hoogte van hoe men dat met de kerst allemaal regelde. In de nieuwe woonbuurt kwam het niet voor, daar woonden geen jongelieden die er mee bezig waren. Ik hoorde het nog wel eens van mijn ouders. Die woonden in die periode na een verhuizing juist op dat punt in die straat waar wij vroeger de vuren stookten. En dat maakte soms nerveus, zo’n groot vuur voor de deur. Intussen is het ondenkbaar geworden. Overal staan auto’s en scooters, de huizen zijn allemaal gekocht door mensen met een andere mentaliteit of afkomst. Nee, geen bomen meer en al helemaal geen vuren. Men zet ze gewoon bij de vuilcontainer. En niemand die er naar omkijkt. Er is veel veranderd in de loop van al die jaren….
geregelde wereld anno 2016, maar een jaar of 50 geleden ging het qua bijzonder zaken doen toch nog een stukje anders in ons land en zo kon het gebeuren dat er ondernemers opstonden die nog een avontuur aangingen. Terwijl ze in feite de wind tegen hadden maar zich daar niet door lieten leiden. Een van die lui was luchtvaartpionier John Block. Een man die bij Martinair vanaf het begin bij dat bedrijf deel uitmaakte van de directie, maar qua karakter niet zo goed paste bij de degelijke en strenge Martin Schroder. Block was een totaal ander type. En dus zocht hij naar mogelijkheden om een eigen charterbedrijf op te zetten. Vanwege alle tegenwerking vanuit zijn oude werkgever, maar ook de KLM en de regering, besloot hij in eerste instantie om op het Maastrichtse vliegveld Beek zijn vergunning aan te vragen.
Transavia zou de maatschappij gaan heten en voor de (on)duidelijkheid voegde Block daar ‘Limburg’ aan toe. Vliegtuigen waren toen nog genoeg te vinden. DC-3’s, DC-4- en DC- 6 toestellen stonden wereldwijd te kust en te keur te koop. Block financierde zijn onderneming via allerlei wegen, en wist ook langs diezelfde wegen uiteindelijk aan een vloot DC-6 toestellen te komen die al snel werden gespoten in het nieuwe kleurenschema van zijn onderneming. En zoals het hem als proactieve ‘baas’ van het spul betaamde verkocht hij al vluchten voor opdrachtgevers terwijl hij nog niet eens mocht vliegen. Maar op 14 november 1966 kwam die vergunning er dan toch en twee dagen later steeg de eerste DC-6 van Transavia op. Richting Italië met het Nederlands Danstheater gezelschap als passagiers.
Sindsdien is er veel gebeurd. Transavia werd een begrip op de chartermarkt, later op de vakantievluchtenmarkt en sinds een aantal jaren als low-budget-airline onder auspiciën van Air France-KLM waar het als een van de weinige divisies winst maakt. Transavia wordt al heel lang niet meer geleid door ondernemers als Block. Die verdween al snel toen Transavia een meer gestructureerde vorm aan nam met nieuwe aandeelhouders. De vloot veranderde. De oude propellervliegtuigen verdwenen en er kwamen Franse Caravelles in dienst. Er zijn vast nog mensen die zich herinneren dat je met de TROS met zo’n toestel naar Groningen kon vliegen om daar een uitzending van die omroep bij te wonen. Het hield de machines ook in de wintermaanden actief. Op enig moment, lang geleden, kocht Transavia splinternieuwe Boeing 737’s.
Een toestel dat nu, in zijn nieuwste vorm, nog steeds de ruggengraat vormt van het bedrijf. De kleuren van Transavia veranderden ook, net als haar rol in de luchtvaart. En anders dan je bij Martinair zag dat na vertrek van de oude garde werd ontmanteld door de aangestelde managers zonder visie of kennis van de markt, bleef Transavia succesvol actief. Nu dus al weer ruim 50 jaar. Toch iets om even bij stil te staan. Vandaar dit blogje… Heb je zelf ervaringen met Transavia door de jaren heen? Laat maar lezen hier. Ik vind dat zelf erg aardig. (Foto’s: Yellowbird, LPAC, internet, archief)
Ze is helaas al weer een paar jaar hemelen, maar ik kwam haar naam onlangs weer eens tegen en vond het best een goed idee om er wat schrijfwerk aan te wijden; Farah Fawcett! In de jaren 70 en 80 een grote Amerikaanse ster die haar carrière ooit begon als model voor shampoo en scheerzeep. Opvallend, maar zeker, zij had een haardos die er zijn mocht. Amerikaanser kon je ze bijna niet krijgen in die tijd, qua sterrendom dan. Farrah behoorde niet tot de rondborstige soort tv- of filmsterren. Daar zaten haar talenten niet. Wel in haar schitterende glimlach, mooie stem en haar sexy uitstraling. Ze werd pas echt beroemd toen ze opdook in de reeks ‘De man van zes miljoen’ waarin ze haar toekomstige man Lee Majors tegenkwam. Toen een grote meneer in het Amerikaanse TV-landschap. Weer later werd ze hoofdrolspeelster in de reeks ‘Charlie’s Angels’. Vanaf 1976 trad ze daar in op en dat maakte haar niet alleen tot een sekssymbool, haar weelderige kapsel maakte haar ook tot voorbeeld voor veel vrouwen over de hele wereld.