Boeken en bieb…

Boeken en bieb…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-423015-de-pijp.jpg

Met dank aan de vroegere opvoeding en scholing was en ben ik een gretig lezer. Van alles en nog wat, ik verslond en verslind het. Geen digitale flauwekul, een boek is van papier, voelt en ruikt vaak lekker en is meestal het bewaren waard. En zo groeide en groeit de persoonlijke bieb met het jaar, nog net niet met de dag. De eerste nieuwe boeken voor dit jaar 2025 zijn met dank aan de recente verjaardag alweer ingeschreven.

Ik hou alles netjes bij, maak foto’s van covers, opdat ik geen doublures in handen krijg. Dat is altijd zonde van je centen of de inspanningen om wat je niet blieft weer terug te moeten brengen naar de leverancier. En omdat ik alles bij houd kan ik aardig aangeven dat het ene jaar meer toevoegingen kende dan het andere. Of dat ik het ene jaar wat meer historische titels toevoegde en het andere wat meer op de liefhebberijen gerichte. Wat ik ook zie is dat de prijzen van nieuwe boeken door de recente jaren heen bekeken nauwelijks zijn gestegen. Ook al willen vooral de linkse stromingen ons doen geloven dat een BTW-verhoging zou lijden tot een culturele ramp, in de praktijk van alle dag blijkt dat die boeken jaren geleden best al prijzig waren en nog zijn.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-424.-the-concorde-story-5th-edition-img_8502.jpg

Daarbij zijn heel wat van vroeger bekende uitgeverijen gestopt en de grondstoffen zoals papier aardig duur geworden. Ik weet niet hoe het jullie gaat op leesgebied, maar bij mij komen er jaarlijks zo’n 70 nieuwe titels bij (ik tel geleende boeken niet mee). Daarmee breid ik de collectie dus telkens wat uit, maar ik voer ook af en toe wat af. Vorig jaar een kleine 20 boeken richting kringloop. Veel studieboeken uit oude vakgebieden. Ik hoef die kennis niet meer op te halen, dat zit al in de bol. Toch was vorig jaar er uberhaupt wel een van krimp op boekengebied.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: wp_20160126_014.jpg

Deels veroorzaakt door de grote stapel nog te lezen exemplaren. En….ik lees soms zoals al eens eerder beschreven drie titels door elkaar heen. Dan nog loop je achter…. Maar ja, het moet ook geen werken worden…. Vorig jaar, 2024, kwamen er 30 nieuwe luchtvaart-gerelateerde titels bij, 13 serieuze strips (waaronder de Buck Danny-reeks) 8 auto-gerelateerde titels, 8 cultureel/historische boeken, 3 die gingen over vervoer per spoor of tweewielers, 1 over specifieke humor, een enkele biografie en nog een boekwerk over schaalmodellen. Dat maakt het voor sommigen vrij specialistisch wellicht, maar in de jaren daarvoor was de verdeling weer totaal anders. Een enkele titel deel ik na uitlezen weer hier en maak een relevant blogverhaal naar aanleiding van de inhoud van zo’n boek. Dat vind ik dan wel weer extra aardig. Zeker als tegenwicht voor soms breed geuite vooroordelen of namaakfeiten uit andere bronnen. Kortom, lezen en weten is belangrijker dan zo maar wat uiten. En dat laatste mijd ik graag. Wie van jullie is ook een verstokte lezer(es)?? Ik ben benieuwd…….(beelden: Archief)

De jacht…

De jacht…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: boek-ddr-.jpg

Voor verzamelaars, en ik ben er wel zo een van de serieuze soort, is de jacht op iets bijzonders soms belangrijker dan het bezit er van. Ik hoef maar rond te kijken, lezen of luisteren in de kringen van lieden die er dezelfde drang op nahouden en ik zie dat ik maar weinig afwijk van het gemiddelde op dat gebied. En wie niets verzamelt moet nu maar even stoppen met lezen. Verzamelaars zoeken net zo lang tot ze vinden wat ze willen toevoegen aan hun collectie. En die collectie is zelden of nooit compleet te krijgen. Dat laatste is eigenlijk ook niet leuk.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: p6270001_edited.jpg

Want wanneer je alles van een bepaald onderwerp in huis, paleis of schuur hebt staan, liggen of hangen is de lol van de hobby er feitelijk vanaf. Ik zag ooit een reportage over een Japanse meneer met een speciaal aangepast en vergroot huis. Hij had 250.000 automodellen uitgestald staan. En was nog lang niet klaar met zoeken. Of die man die ballpoints verzamelde in een TV-programma dat Leonie ter Braak een paar jaar geleden presenteerde. De man had naar ik meen 500.000 van die schrijfstokken in huis.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-915407-tatra-wp_20150422_008.jpg

Toegegeven, dat vraagt minder ruimte voor de opslag dan een soortgelijk aantal vliegtuigen of auto’s, laat staan boeken, maar toch, over het hele huis verspreid stonden ladekasten en vitrines met dat schrijfgerei uitgestald of opgeborgen. En dan de grootste lol….je bent op zoek naar… Ik heb dat vaak gehad. Uit de brede stroom aan informatiedragers kwamen en komen vaak aankondigingen rond een nieuw item wat je echt ziet zitten in jouw collectie. Iets wat prachtig zou passen bij….Maar je nog niet hebt. Dan wordt het wachten. Soms sparen….

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: herinrichting-boeken-en-mappen-280203.jpg

Ik heb dat heel wat jarenlang van mijzelf moeten doen. En als je dan eindelijk dat onderwerp van verlangen in je handen houdt wordt je soms euforisch van genoegen. Dan wordt het voorzichtig uitgepakt en neergezet en bewonderd. Als ik iets tweedehands vind, en dan is het vaak meer verrassend dan gepland, komt er het moment van oppoetsen, registreren, en uitstallen. Natuurlijk wordt alles gefotografeerd en in bepaalde groepen gedeeld. En dan zijn daar weer verzamelaars die datzelfde beleven wat mij vaak ook nog zo bezighoudt. En dat beperkt zich niet slechts tot schaalmodellen of zo. Ook boeken kunnen me soms bezighouden en verleiden. Zo vond ik ooit een eerste deel van een kennelijk brede reeks boeken over de luchtvaart in de vroegere DDR.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: nieuwe-beer.300803.jpg

Nou de informatie over die geschiedenis en de foto’s in dat prachtig uitgevoerde eerste deel maakten dat ik in de navolgende jaren graag trips naar Duitsland maakte om bij de Mayrische Buchhandlung te speuren of men alweer een nieuw deel beschikbaar had. Als een kind zo blij kon ik dan huiswaarts keren met een volgend deel in de kofferbak. En alles uiteraard gelezen en de informatie opgezogen. Later kwamen daar ook boeken over andere zaken uit de DDR bij en ook die bereikten mijn naslag-bieb. Kortom, de jacht is eigenlijk nog leuker dan het bezit, al neemt u dat als lezer uiteraard met een korrel zout. Het genoegen van gebruik, vasthouden of kijken naar.. is voor een ‘echte’ zoals ik er een ben, ook heel groot.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: p4083706.jpg

Zo kocht ik nog wel eens wat fraaie modellen op kleine schaal. Soms pak ik een stoel of kruk, zet de lampen goed gericht op een vitrinekast en ga er voor zitten. Dan bewonder ik de schoonheid van die kleine stukjes industriele kunst en voel me net als iemand die in het Rijksmuseum voor de Nachtwacht smelt of voor een beeld van Rodin. En ach…bedenk maar dat iemand die veel rookt of drinkt flink meer geld uitgeeft dan ik. En in de kringen van verzamelaars is het trouwens prima toeven heb ik wel gemerkt in al die jaren. Zelfde passies, informatie delen, gezellig kwekken en soms wat ruilen of over en weer handel bedrijven. Het is allemaal een deel van mijn leven geworden en nog steeds. Een deel dat ik nog niet wil of kan missen…..Die groei van begonia’s bestuderen is nog niet echt mijn wereld…U wilt me wel excuseren.. (Beelden: Archief)

Reunie…

Reunie…

Halverwege vorige maand was het dan zover. Een reunie van een oude werkkring waar ik tussen 1992-2000 mijn boterham met beleg verdiende en waar ik hier in mijn verhalen rond ‘Leven met de vliegende pijl’ al eens het nodige over (be)schreef. Die reunie was bedoeld om de mensen van toen bij elkaar te brengen die zo hard werkten om dat Tsjechische merk weer op de kaart te zetten na een lange periode van wat mindere tijden. Met name een jongere generatie medewerkers zag die samenkomst wel zitten en zette zich stevig in.

Men deed ook diverse pogingen om mijn weerstand tegen het evenement weg te halen. Ik moest er bij zijn, want speelde een belangrijke rol in dat verleden. Nu had ik persoonlijk wel wat bezwaren. Niet in de laatste plaats door wat me een jaar of 12 geleden overkwam bij een soortgelijke bijeenkomst met vroegere Schiphol-medewerkers uit de jaren 60/70. Een van de oudere heren in dat nu van toen, was niet blij met mijn komst om iets wat ik hem zou hebben geflikt een halve eeuw geleden. Tot op de dag van vandaag weer ik nog niet wat hij bedoelde, maar bevorderlijk voor de sfeer was het allemaal niet.

Ik heb toen na dat debacle besloten dat ik dit soort gelegenheden aan me voorbij zou laten gaan. Er is altijd wel iets, en soms kunnen mensen dingen niet verwerken die ze (mogelijk)zijn geflikt. Ik heb dat zelf ook hoor, niks menselijks is me vreemd, maar ach. Tijd heelt veel wonden en soms moet je ook beseffen dat het leven niet oneindig is waardoor de kans op een reunie als deze wellicht nooit meer komt. Enfin…ik trok dus naar Leusden waar het evenement werd gehouden in het kantoorgebouw/showroom dat wij ooit zagen bouwen en een paar jaar mochten bezetten. Goed om te zien hoe het na een jaar of 20 elkaar niet meer zien met de meesten ging. Sommigen net als ik duidelijk op leeftijd gekomen, anderen nog even knap en pittig als toen. Maar vooral hoe men de carriere na die Pon-tijd vorm had gegeven. De meest bijzondere keuzes kwamen voorbij. Een deel van die aardige lieden volgde ik al via de diverse sociale media en dat doe ik dan men een soort vervangende trots. Wat er toen al inzat is nu naar buiten gekomen. Van de oude garde was er een heel stel niet. Hemelen was hen kennelijk ook niet vreemd, zelfs hard werkende mensen blijven zichzelf. Maar wat er wel bij was bleek plezierig in gezelschap tijdens deze bijeenkomst en de diverse presentaties (ik mocht zelf veel te kort.. ook iets vertellen over vroeger..) meer dan interessant. Afsluitend lekker eten en nog meer bijkletsen. Drempels verdwenen, de verhalen sterk, net als de drank. Ik aan de thee (‘op dat punt niks veranderd jij’)maar kwekte lekker mee. Kortom een meer dan leuke bijeenkomst, die nog lang wordt gekoesterd… Met dank aan de jongelui die dit organiseerden. De digitale beelden vertellen voor de aanwezigen het verhaal. Zo ook voor mij. En deze bijeenkomst door mij in het hart gesloten…. (beelden: Diverse aanwezigen)

Veiligheid..

Veiligheid..

Ooit, in een wereld van pakweg 50 jaar geleden, waren we gewend aan een aantal verkeersdoden dat we nu zouden toeschrijven aan terreur, gekte, rampen en zo meer. Meer dan 3000 mensen per jaar verloren jaarlijks het leven, nog veel meer raakten gewond in ons dagelijkse verkeer. Hoe dat kwam? Er reden veel minder auto’s rond, wel veel meer brommers, fietsers etc. Als het mis ging was het meteen ook goed fout. Een beetje auto van toen had vrijwel nul veiligheidsvoorzieningen, de gordel draagplicht kwam pas in 1971 in de wetgeving te staan en ook toen waren er heel wat tegenstanders met de wonderlijkste gedachten over wat je kon overkomen met die dingen om.

Dat je bij een crash zonder gordel dwars door de voorruit werd gelanceerd met alle gevolgen van dien, of gespietst werd op het onbeschermde stuurwiel, men had geen idee. Tegenwoordig zitten auto’s helemaal vol met die veiligheidssystemen en het worden er elk jaar meer. Airbags op alle plekken, ABS, noodremsystemen voor in de stad, kooiconstructies die ook voetgangers beschermen, digitale sensoren die voor van alles en nog wat waarschuwen, ook als je van je baan afraakt of in slaap dreigt te vallen. Dat zijn er nog maar een paar.

Bij fietsers zie je nu pas eigenlijk het besef dat heel hard rijden op een elektrische fiets (fatbike) zonder enige bescherming wellicht niet zo handig is. Bedenk maar dat men in Duitsland al heel lang de helmplicht kent voor fietsers. Hier vrijwel onbekend. Jonge types zonder enige kennis van de regels raggen op hun trendy fietsjes overal dwars doorheen en worden geschept omdat ze de snelheid van het overige verkeer niet kunnen inschatten. Onlangs in Amsterdam (een van de door extreem links bestuurde steden) waar je met de auto nog maar 30km/u mag rijden werden we links en rechts ingehaald door die tweewielers. Zonder besef van richting aangeven knalt men je voorbij, vliegt de stoepen op en af en kijkt je boos aan als je voorrang neemt omdat men ook die basis regels niet kent. Niet zo gek om dan te zien dat juist deze groep verkeersdeelnemers ook afgelopen jaar weer aan de top stond van de ongeval statistieken met een dodelijke afloop. Gelukkig daalde het aantal verkeersdoden in ons land wel stevig, met een procent of tien, waarbij het aantal mensen dat het leven laat als inzittende van een auto steeds verder afneemt. Bij de overleden mensen op een tweewieler reden er 40% van op een elektrische fiets. In de statistieken (in totaal 684 doden) zien we dat het aantal voetgangers op 71 staat en dat ook 53 mensen in of op een scootmobiel het leven lieten. Confronterende gegevens. En voor de goede orde, van alle fietsende slachtoffers kwam maar liefst 32% om het leven zonder ook maar in contact te zijn geweest met andere verkeersdeelnemers, men viel gewoon ongelukkig…. Cijfers liegen niet. Feiten zijn keihard. Ik pleit voor een helmplicht voor hen die op een elektrische fiets rijden of op een racefiets. Gaat vast schelen. Net zoals die gordels in auto’s….(beelden: Archief)(Bron:CBS)

Zondagse herinneringen…

Zondagse herinneringen…

Zomerse zondagen…. In de jeugd vaak het domein van de tripjes naar de Veluwe of zo. Met vrienden van de ouders. De Posbank op of bij familie van die vrienden op bezoek die daar overal en nergens bleken te wonen. Wolven waren er nog niet, maar wilde zwijnen wel en ook herten. Maar erger waren de zondagen als we nergens heen gingen en ons als kinderen thuis moesten zien te vermaken. Veel van de jeugdvrienden van toen verkeerden dan wel elders, ze zaten op de camping of waren weg getrokken naar het Amsterdamse Bos. Dat zat je echt met je ziel onder je arm als naar vrijheid snakkend kind wat ik toch wel was. De hele week was het al een en al verplichting waaraan je moest voldoen en de drukte van de woonstraat was dan ook afleidend.

Op zondag deed de verhuurafdeling van dat grote garagebedrijf in de straat nog wel wat zaken. Met name de aangeboden VW-busjes gingen dan grif weg. Huisvaders van grote gezinnen hadden daar wel iets mee want dan kon de hele kinderschare met limonade en broodjes worden ingeladen voor een avontuurlijke rit naar de heide van Bussum of zo. Gingen wij zelf niet onderweg dan keken we met belangstelling wat er allemaal voor types in die wagens stapten. Sommige van die chauffeurs reden alleen op zondag eens in de maand wat rond met vrouw en kroost.

En dat ging vaak niet te soepel. Voyeurisme van de bovenste plank. Later kon je dan in de om de hoek gelegen Van Woustraat kijken naar alle dagjesmensen die per auto naar onze stad kwamen om daar vertier te zoeken en vinden. Soms helemaal uit Duitsland vandaan en nog wel eens via de Bollenstreek naar Amsterdam gereden want dan hadden zo een bloemenslinger op de motorkap vastgebonden zitten. Vreemde gewoonte. Maar omdat je indertijd geen 24uurs economie kende en de lokale middenstand vaak nog sloot op zondag was een ijsje kopen of zo er voor ons niet bij. Best vervelend. Bij slecht weer binnen blijven, nou ja, je kon ook naar een of ander (katholiek) filmzaaltje waar ze vaak ‘Koiboifilms’ (..) draaiden voor de jeugd en dat kostte een kwartje of zo. Thuis was het vaak niet leuk want dan stond daar een of andere klassieke zender op en moest je ‘je kop houden’ i v m de fraaie muziek. Nou dat vonden wij als kinderen niks. Dus hoopte je op zonnig weer. Zodra je ontdekte dat er nog wat straatvriendjes met hun ziel onder de arm liepen was je blij. Zelfs de minder populaire goden waren beter dan je zelf moeten zien te vermaken. Als ik er aan terugdenk voel ik slechts grote leegten. Zondag was dus pas leuk als we ergens heen reden. Nu is mijn voorkeur juist omgekeerd. Ik vind het pas fijn als ik op die dag nergens heen hoef. Omdat ik me altijd weet te vermaken met iets of niets…. Kortom….er is veel veranderd in al die jaren….En bij jullie??? Ook herinneringen aan speciale zondagen??? (Beelden: archief)

Vakanties…

Vakanties…

Terwijl een deel van de bevolking alweer zweet laat stromen omdat het werken en de dagelijkse plichten vroegen om aandacht, zijn er ook die nu nog genieten van vrijheid, blijheid. Gewoon lekker in een of ander ver oord bezig zijn met ontspannen, buiten de deur eten, foto’s maken voor later en zo meer. Ik zelf neem nooit meer echt en lang vakantie. Het na-drukke leven heeft zo haar voordelen.

Dagtrips kan ik nu namelijk altijd maken wanneer ik maar wil en doe dat waar het kan ook. Als de behoefte zich voordoet plannen we iets in wat zo min mogelijk invloed heeft op het leven van de ons uitgekozen hebbende mede-familieleden. Was ik nooit ergens heen geweest in mijn leven had ik daardoor nu wellicht gefrustreerd thuis gezeten, maar niks is minder waar. Als het gaat om het buitenland ben ik echt op heel wat plekken geweest. In ons land ook redelijk wat plekken bezocht door de jaren heen.

Van noord tot zuid, van oost tot west. Sommigen daarvan blijven in de gedachten, anderen toch wat sneller vergeten. Wij reisden vaak per auto, relatief veel in een of andere vliegende vriend, deden wel eens wat per bus of trein, voor echt korte tripjes benutten we de fiets en als het echt niet anders kon stapten we op een boot. Anders kom je niet op de Waddeneilanden bijvoorbeeld al ben ik daar meer heen gevlogen dan gevaren.

Ik heb hier wel eens beschreven welke bestemmingen mij het meest aan het hart zijn gaan liggen. Schotland, Tsjechie, Duitsland, Florida en ook lang geleden Turkije. Minder had ik op met Frankrijk, terwijl ik het bij de Belgen ook leuk vond. Maar ooit, heel lang geleden, was ik al blij met de familietrips naar Limburg.

Eens per jaar, met de auto, Valkenburg als uitgangspunt. Dat is nooit meer uit het gestel gesleten. Het stadje zelf toeristisch wellicht, de omgeving veel minder en de sfeer ook toen al aardig ‘buitenlands’. Mijn eerste Duitse trip was vanuit Valkenburg naar Monschau, later zou ik er honderden keren komen. Niet zo zeer in dat kleine Eifelstadje, nooit meer geweest na die eerste trip, maar wel op en in vele andere Duitse plaatsen waar het goed toeven was of is. Ik vond Italie ook leuk en soms erg mooi, deels ook door de cultuur daar en die geweldige geschiedenis. Barcelona een prachtige en levendige stad.

En natuurlijk was daar Portugal met haar prachtige Algarve waar we zoveel gelopen en gebadderd hebben. Nee, vakantie is niks mis mee. Je doet er andere ervaringen op dan thuis. Je slaat je vleugels uit, vergroot de kennis. Maar ik vind het tegelijk ook gedoe. Voor sommige landen moest je indertijd lek geprikt worden tegen allerlei enge ziektes, we hebben op sommige plekken best wat ongedierte gezien, je kon er het water niet drinken, soms waren de faciliteiten bepaald niet zoals voorspeld en zorgde een hittegolf voor totale apathie. En nee, toen had men het nog niet over klimaatverandering zoals nu, maar was men eerder bang voor een nieuwe ijstijd. Maar ik zat uit nood verscholen in de schaduw van een palmboom of zo aan de Egeische zee. Kortom, vakantie kent ook zo haar stressmomenten. Ik ben blij om waar ik allemaal ben geweest. Zou toch jammer zijn als je nu moet vaststellen dat je eigenlijk nog naar dit of dat land had willen reizen of naar die of die stad. Dat gevoel mis ik. Zijn er nog zaken waar ik nog heen wil? Zeker! Maar ja, de praktijk van alle dag maakt dat lastig invullen. Dus berusten we maar. Dat op zich ontspant ook….en kost minder…… (beelden: Prive-archief)

Parijs…

Parijs…

Voor jullie als lezers nu denken dat ik een geweldig wervend verhaal ga schrijven over de Parijse hoofdstad kom ik met een teleurstelling. Parijs en ik lagen mekaar door de jaren heen niet zo. Ook al heb ik redelijk vaak best veel van de stad gezien, de Eifeltoren beklommen, Versailles bezocht en op leuke terrassen zitten eten. Maar echt in het hart kwam die Franse hoofdstad nooit te zitten. Zelf denk ik dat dit vooral zat in die bewoners daar. Ik vond ze over het algemeen niet zo aardig en dat zal zeker vooral ook aan mij of mijn verwachtingen hebben gelegen. De eerste keer dat ik er op bezoek was vloog ik er heen op uitnodiging van Air France dat haar faciliteiten daar wilde tonen aan de mensen (zoals ik) die konden beslissen over waar lading heen ging en met welke luchtvaartmaatschappij.

We schreven 1972 en de machine waarmee we vlogen was een toen splinternieuwe Boeing 727-200 die de aloude Caravelles moest vervangen. Dat lukte goed, alleen niet op die bewuste reisdag, want een bommelding (ja die had je toen met dank aan de Palestijnen uit die periode nog regelmatig) hield ons een paar uur aan de grond. Zonde van de tijd. Maar goed een spoedcursus ‘wat valt er te zien in Parijs’ maakte eenmaal daar wel iets goed.

De meeste keren dat ik er daarna op bezoek ging was dat omdat op het vliegveld Le Bourget tweejaarlijks een gigantische luchtvaartshow werd georganiseerd en wij daar als liefhebbers en toenmalige professionals perskaarten voor kregen om alles eens goed te bekijken. Dat combineerden we dan vaak met een paar dagen vertoeven in Parijs. In gezelschap was dat best aardig. Je keek eens hier, je at eens daar en je zocht naar winkels die niet of nauwelijks te vinden waren. Ja, die hele dure in het centrum waar wij nooit slaagden.

Hoe dan ook, ik was altijd weer blij als ik de stad achter me kon laten. En ja, ik weet dat er grote liefhebbers van de stad zijn die ik nu vast bijna beledig. Maar ik genoot tien keer meer in Londen of Berlijn. Om het over Praag maar niet te hebben. Dat Parijs bekoorde me minder al heeft het best veel te bieden hoor. En kijk ik vaak naar de laatste etappe van de Tour de France om dan steeds vrouwlief te vervelen met opmerkingen over waar we toen en toen liepen tijdens dat en dat bezoek. Wellicht maakte de stad onbewust eigenlijk best indruk op me, zonder dat ik het wil toegeven. Ik ging veelal met de auto die kant op. Het rijden in die stad een groot avontuur. En als je met een paar man in colonne op weg naar of van het hotel bezig bent om je weg te vinden is het extra opletten geblazen. En bedenk maar dat we indertijd nog geen navigatieapparatuur of zo kenden.

Het ging allemaal nog met de kaart op schoot en met geschat bestek. De heftigste ervaring heb ik hier al eens eerder verteld. Toen ik op weg naar de door vele honderdduizenden mensen bezochte luchtvaartsalon vrouwlief in Parijs kwijt raakte. Het was juni 1973, deze maand precies 51 jaar geleden. We vlogen naar Parijs maar kwamen per huurauto terug. En hoe dat toen ging zit me nu nog pijnlijk in de vezels. Wil je nooit meer meemaken. En zo doofde de eventuele prille liefde voor de Franse hoofdstad. Ik kwam er daarna nog wel regelmatig, maar altijd hielden we mekaar als stel in de jaren die volgden extra goed in de smiezen. Want eenmaal spoorloos in Parijs betekende echt heel lang moeten werken om dat spoor terug te vinden. Bij toeval keek ik onlangs mijn vlieglogboek weer eens na en zag die ene bewuste vlucht en datum en bedacht me hoe anders onze wereld er toen uitzag. Leek onbekommerd, was het niet. En naar Parijs reizen we al decennia lang niet meer….Je snapt nu wel waarom…. (Beelden: persoonlijk archief en ik sta nog in beeld ook)

Inruil….

Inruil….

Voor veel mensen is hun bankstel, fiets of pakweg de koelkast iets wat met grote zorg is uitgezocht, aangeschaft en daarna intens gebruikt. Veelal maken we er van alles op of soms in gebruik bij mee. We koesteren herinneringen, al dan niet mooi. En toch accepteren we het feit dat bij vervanging de restwaarde van dat spul al na een relatief korte periode tot bijna nul is gedaald. En probeer maar eens een zitbank in te ruilen bij levering van een nieuwe. Mooi niet! Geen schijn van kans zelfs.

Die fiets lukt nog net, en een (af)wasmachine of CV-installatie (onlangs nog meegemaakt) gaat na vele jaren trouwe dienst direct naar de sloop. Waarom denken we dan als gemiddelde consumenten dat onze auto gewoon altijd zijn nieuwwaarde blijft vertegenwoordigen? OK, de verkoopprijzen voor tweedehands auto’s zijn anno 2024 wat hoger dan voorheen, met dank aan de echt uitblijvende verkoop van nieuwe exemplaren, maar dan nog moeten we genoegen blijven nemen met een zekere afschrijving op onze trouwe vierwieler.

Dat is voor sommigen onder ons logisch, maar er bestaat een categorie autokopers die meent dat hun oude en specifieke eigen auto meer waard is dan een nieuwe. Rationele argumenten worden daarbij vaak niet genoemd. Men baseert dat idee op wat men met die auto heeft meegemaakt, dat hij zo fijn reed/rijdt, de keren dat hij (of zij voor sommigen) zo goed is vertroeteld en technisch onderhouden (al werd dit vaak gedaan door een slimme oom of neef). Dat de huidige auto nog zo mooi glimt is vaak ook een argument. Kortom, de inruilprijs moet wel heel overtuigend zijn wil men jou, de verkoper, de order gunnen. Een beetje verkoper (zie blog 23-4 jl) heeft daar wel een antwoord op. Baseert zich op prijslijsten die voor elk merk gelden na een paar jaar en een zekere kilometrage en onderhouds/schadehistorie. Daarbij spelen zaken als uitrusting, kleur, model, type, motor etc ook een grote rol.

Immers een oranje-gekleurde auto is lastiger doorverkopen dan een zwart of grijs exemplaar. En dan is er nog die top-10 van meest gezochte occasions. Daar zie je steevast de nodige VW’s, Fords of KIA’s, maar een hoop andere merken en modellen zijn niet of minder in trek. Dat bepaalt mede de inruilprijs voor die trouw gediende vierwieler als die voor die bewuste klant toe is aan vervanging. Gek genoeg zie je dan vaak dat niet het bij te betalen bedrag op de nieuwe aankoop een grote rol speelt maar juist die specifieke inruilprijs. Alsof men er een beker mee kan winnen door die ‘domme verkoper’ een rad voor ogen te draaien. Dan zijn sommige particulieren ineens echte geldwolven. Opdat ze bij verjaardagen op hun lauweren kunnen rusten of bewondering oogsten vanwege hun vermeende slimheid. Maar het geld rolt zelden naar twee kanten. Want als de verkoper een te hoge inruil biedt is er iets mis met zijn inschatting of heeft hij ergens nog een troefkaart in de mouw zitten. Hoe vaak zag ik niet dat die nieuwe aankoop (tweedehands) minder goed was dan men ‘voor dat geld’ verwachtte. Kortom, als mensen net zo sluw omgingen met hun fiets, bankstel of die koelkast bij vervanging als met hun auto zat de economie heel anders in elkaar en hadden kringloopwinkels het een stuk lastiger. En? Zelf ook een verkoper als het om die oude auto of fiets gaat? En mooie verhalen te vertellen als het lukte?? Ik ben benieuwd…. (beeld: Archief)

Innovatie….

Innovatie….

Toen ik het op 5 april jl had over onze ontwikkeling t.o.v. afkomst als zoogdier op twee poten, schoot me daarna ook iets in de bol wat bewijst dat wij mensen door de jaren heen aardig zijn doorontwikkeld. We zijn slim, technisch begaafd en in staat tot wonderbaarlijke uitvindingen. Onlangs zag ik een Engelse dame bij Ivo Niehe die decennialang was opgetrokken met Afrikaanse Chimpansees, Volgens haar waren die dieren maar 1 of 2% afwijkend van ons mensen. Immers zij leerden na jaren ook omgaan met routine, ontwikkelden gereedschappen en zo meer.

Nou ik maak daar graag een beetje gehakt van. Niet van die apen natuurlijk, ik vind die beesten prima in de dierentuin of pakweg een of andere niet door mij bezochte jungle, maar als broedervolk zijn ze me net even te harig. De mens is in een aantal opzichten wel 100% slimmer dan die bejubelde apen. Bedenk maar eens dat alles waar wij tegenwoordig gebruik van maken, in wonen, rijden, en zo meer afkomstig is uit meer dan creatieve technische geesten die elk detail kunnen uitdenken of dat in het verleden hebben gedaan.

Neem een simpele fiets. Dit voorbeeld voor de meer milieuvriendelijke types onder mijn lezers. Kijk eens hoe zo’n ding in elkaar steekt. En hoe elk schroefje, boutje, verflaagje, laspuntje, echt alles door mensen is uitgedacht en dat die samenstelling der onderdelen die fiets vormt die als het goed is vele jaren lang mee zal gaan. De elektrische fietsen van tegenwoordig voegen daar nog eens een factor 10 aan toe. Zelfde geldt voor de auto.

Wij stappen er in, ge(mis)bruiken die voertuigen, we leveren ons er aan over, maar zelden wordt bedacht hoe ingewikkeld de constructie is welke wij ‘de automobiel’ noemen. Vele tienduizenden onderdelen samen werken zodanig dat wij pakweg 20 jaar gebruik kunnen maken van zo’n ding dat in weer en wind de diensten verricht. Of neem een vliegtuig. O wee als dat iets mee misgaat. Linkse tuinkabouters schreeuwen al snel moord en brand als een stukje van zo’n vliegtuig los laat, maar we bedenken niet dat zo’n vliegende machine uit honderdduizenden onderdelen bestaat die allemaal van een losse hoop (op het oog) rommel wordt samengesmeed tot een vliegend toestel vol mensen en lading. En dat dan jaren lang op grote hoogte, tegen stevige snelheden en onder de meest extreme omstandigheden.

Iets van trots en bewondering zou ons daarbij passen. Zeker als je ziet dat we ook in staat zijn om naar of in de Ruimte te reizen. Maar die trots geldt ook voor gewone huishoudelijke apparatuur natuurlijk. Een televisie, stofzuiger, de koffiezetmachine en zo meer. En wat te denken van de laptop waarop ik hier deze teksten tik of die smartphone die je met de hele wereld verbindt maar vaak wordt behandeld als een oude bos violen. Kortom, moet je eens gaan nadenken over alles wat wij als mensen uitvonden en ook dat over elk onderdeeltje is nagedacht. Wellicht dat je dan net als ik overtuigd raakt van onze superioriteit. Of het gaat je net als mij gebeurde ook verbazen. Zijn we eigenlijk slimme types….Slimmer dan die apen, of al die andere dieren die maar een beetje nutteloos in zo’n bos of tuin rondlopen of kruipen…. Maar nu ben ik ironisch natuurlijk…. (Beelden: Archief)

Uitgebromd…

Uitgebromd…

En dit slaat zeker niet op mijn over het algemeen vrij vrolijke natuur of een neiging om op alles en iedereen te brommen of fitten. Nee hoor, heel letterlijk, ik ben uitgebromd. Was ooit wel een jonge maar heel enthousiaste brommerrijder. Immers, fietsen was op zich best aardig maar had ik in mijn jonge jaren voldoende gedaan. Daarbij was de sociale druk in onze vroegere woonstraat zodanig groot dat je wel mee moest met de rest van de leeftijdgenoten. En waar veel lieden van dezelfde leeftijd opgroeiden en de wens tot opvallen ook toen al sterk aanwezig bleek, was de doorgroei van een fiets naar een met een motor aangedreven ‘brommer’ logisch.

Opvallend, bromfiets rijden leerde je van je Pa of een vriendje die deze kunst al onder de knie had gekregen. Mijn eerste brommer, ik was net 16 jaar oud, kreeg ik nog cadeau van mijn leasepa. En die kende zijn Pappenheimers, hij had al twee total-loss fietsen bij mij meegemaakt en mijn vijf jaar oudere broer Rob had ook de nodige brommers aan gort gereden, dus een vijfdehands HMW werd mijn deel. Ik heb er al eens over geschreven in het verre verleden.

Ik leerde er mee op zo’n ding rijden, maar een succes was die vermoeide Duitse brommer niet. Een met hard werken te betalen tweedehands opvolger was een Locomotief met Sachsmotor. Een hele stap vooruit en ik kon met mijn toenmalige verkering(en) uit de voeten. Het was een werkpaard. Zijn opvolger toch meer een opvallend gestylede mini-motor van hetzelfde merk, drie versnellingen, klein stuur, grote tank. Ik heb er heel wat avonturen mee beleefd.

Veel ook in relatie tot de diverse andere hobby’s die het jongmens Meninggever er op na hield. Na nog veel langer sparen en hard werken (ja kom er maar eens om, maar zes dagen per week in het aanschijns van…) bestelde ik mij een splinternieuwe Puch. Met chroom, budyseat, verhoogd stuur en nog zo wat zaken. Toen hij werd afgeleverd regelde overbuurman en vriend Fred dat het uitlaatpotje werd doorgeslagen opdat het Oostenrijkse wonder op wielen de 65km/u aantikte. Dat reed uiterst plezierig.

En bleek ook voor mijn woon/werkverkeer van toen handig. De witte Puch deed wat hij moest doen. Tot mijn toenmalige chef de bureau op Schiphol vond dat ik wel toe was aan een ‘auto van de zaak’. Rijbewijs was intussen behaald (paste in de volgorde..) en dus mocht ik de VW Bus van het bedrijf voortaan meenemen, mits ik buiten kantooruren maar beschikbaar was voor spoedklussen… Dat kantoorwerk op Schiphol ging toen niet over lekker onderuit zitten. De klant had altijd gelijk en ging voor alles. Dus…. Intussen was de Puch alleen nog mijn vervoer in het weekend geworden. Busje bleef dan verplicht voor de deur, Puchje was voor de sociale contacten en sleet verder nog slechts door het poetsen. Op enig moment veranderde mijn sociale status. Een auto was onontbeerlijk en we gingen nu daarvoor aan de spaarslag. De Puch werd verkocht en het geld dat dit opleverde legden we bij die gedroomde nieuwe auto. Maar dat zou nog even duren. Intussen was ik uitgebromd. En zag je ook dat het fenomeen bij anderen steeds meer verdween. Intussen is de wereld veranderd. Men wil scooters, liefst elektrische. Maar die overgebleven brommers van toen, intussen een jaar of 60 oud, gaan voor (heel) veel geld van de hand. Bedenk maar eens dat je voor de prijs van een goede bromfiets van toen nu een aardige tweedehands auto kunt kopen. Het kan verkeren. Dit soort verhalen staan ook mooi beschreven in het boekje ‘Mijn broer die had er ook zo een’ door Jack Botermans en Wim van Grinsven uitgebracht door Terra Lannoo BV isbn nummer 978 90 5897 926 1. Gekocht bij een Kringloopwinkel voor een mooi prijsje. Echt een aanrader voor hen die deze periode hebben meegemaakt. Net als ik. Ik denk er nog wel eens aan terug. Maar verlangen is anders. Wie wel eens in de winters van toen op zo’n ding dwars door de wind een kilometer of 30 lang moest rijden weet dat fysiek afzien bepaald ook aanwezig was. En dat dan zelfs een VW Bus heel veel comfortabeler was, want kachel aan boord. Maar nostalgie moet je koesteren natuurlijk. En ik doe dat…bij deze…. (Beelden: archief)