Gelijk….

Gelijk….

Mij zit het in de genen! Ik geef het toe. Gelijk is gelijk, zwart is zwart en wit wit! Maar tussen gelijk hebben en dat krijgen zit veelal een wereld. Dat merk je altijd en overal. Zo zijn er grote staatslieden die menen dat hun gelijk het enige is en dat van anderen niet telt. Zo zagen we de vorige Amerikaanse president Trump vasthouden aan zijn eigen beeld van gelijk rond de verkiezingen die hem tot winnaar deden uitroepen precies hetzelfde doen als zijn voormalige tegenstander Hillary Clinton die ook niet kon geloven dat deze man, Donald Trump, haar had verslagen. Haar gelijk was vooral moreel meende ze, maar dat telt niet in een numerieke strijd. Gek genoeg speelt gelijk een grotere rol dan de letterlijke betekenis van het woord in heel wat soms hoog oplopende discussies en ruzies. Vrijwel nooit hebben twee tegenovergestelden allebei gelijk. Kan vrijwel niet. Het compromis moet dan oplossing bieden. Beetje toegeven dat jouw gelijk wellicht net zo min hard is als dat van een ander.

Maar dat is voor veel mensen en stromingen lastig. Immers, zij weten altijd ‘zeker’ dat ze gelijk hebben. Terwijl de andere kant met feiten kan staven dat dit niet zo is. Waar komt dat gelijk dan vandaan? Nou veelal uit interpretatie. De Bijbel valt op verschillende wijzen uit te leggen en dat geeft veel afsplitsingen van het enige ware geloof een eigen gelijk. Zelfde zie je in het Jodendom en de islam. Fanatieke volgers opleverend en ruzies en oorlogen tot gevolg. Socialisten hebben dit net zo. Gelijke rechten voor alles en iedereen, maar net meer rechten voor de bestuurders van land, provincie of stad. Is dat geclaimd gelijk? Bedacht? Voor hen die het er niet mee eens zijn een onverteerbaar soort gedrag van die andere kant. Gelijk zijn als tussen rassen onderling. Gewoon normaal gedrag, je houden aan de wet, zelfde taal, zelfde normen en waarden. Maar als je dat niet wilt en maling hebt aan die normale gedachtegang. Heb je dan gelijk of niet?

Vanuit jouw visie vast, maar is het ook daadwerkelijk zo?? Gelukkig is in het verkeer alles geregeld….toch? Rechts heeft voorrang en voor rood stoplicht stop je om de anderen voor te laten! Simpel, maar in de praktijk heeft iedereen een soort ‘gelijk’ ontwikkeld en tellen die regels toch vooral voor anderen en niet voor hen die maling hebben aan die Wegenverkeerswet. Kortom, de samenleving is net als een intermenselijke relatie. Nooit is de claim van het gelijk 100% onderbouwd met feiten of ervaringen. Of toch wel? Ik zelf ondervind vooral dat op het gebied van geschiedschrijving veel verandert. Ik heb er wel eens eerder wat over geschreven. Zelfs die feiten vallen te veranderen ten gunste van hen die graag gelijk willen hebben. Het verbaast me….nog steeds. Maar het verandert mijn denken niet. Want ik heb altijd gelijk. Ook op dit punt. En wie dat betwist moet het maar even melden…. (Beelden: archief/internet)

Werken op Schiphol 27 – Nieuwe frustraties!

Werken op Schiphol 27 – Nieuwe frustraties!

De organisatie bij dat fusiebedrijf was net een beetje op orde, op elke afdeling hadden we nu voldoende man/vrouwkracht om de enorme stroom lading aan te kunnen, toen de volgende verandering zich al weer aandiende.

Het enorme moederbedrijf in Duisburg (D) dat de hele boel op enig moment had overgenomen legde alle logistieke aansturing in handen van een groot Duits transportbedrijf uit de buurt van Frankfurt. Daardoor moest de systematiek overal ter wereld waar men kantoren had opnieuw op de schop en alle voertuigen plus drukwerk opnieuw compleet worden aangepast. Eigenlijk wilde men vanaf moment een weer met de teller op nul beginnen. Marketing/verkooptechnisch een ramp natuurlijk. Met een zeer beperkt reclamebudget moesten we zien dat we ook deze boodschap over de buhne kregen.

Een persconferentie werd belegd waarbij ik de ‘chef’ van dienst moest ondersteunen. Maar dat was geen echte prater in het openbaar. Daarbij kwamen er ook nog mensen over uit het hoofdkantoor om te zien hoe wij dat aanpakten. En daar kwam ineens een adder uit de mouw op persoonlijk vlak. De manager die ik al zo vaak had zien ruzie maken met mensen uit de organisatie in New York en anderen, dronk zichzelf moed in bij veel gelegenheden maar ook voor deze zo belangrijke persconferentie. Mijn haren stonden daardoor recht overeind. Ik wist ineens ook waarom dat sollicitatie-traject zo vreemd was verlopen. De man had een Januskop. Twee gezichten. Hoe dan ook, we knokten ons door de persmiddag, ik ontwierp een aardige reclame-campagne voor in de vakbladen, we gaven opnieuw opdracht aan de spuiter om de bestelwagens van andere kleuren te voorzien en een relatie die ik nog kende uit mijn dealertijd kwam langs voor nieuwe naamstriping. Intussen legden we in woord en beeld onze klantenkring (en die was groot) uit wat die nieuwe naam voor hen betekende. Nog meer potentie, meer service, meer mogelijkheden.

Maar intern kraakte de boel daarna wel. Administratief raakten we steeds meer achterop. Automatisering moest gaan plaatsvinden, maar dat stond nog in de kinderschoenen. Via een andere oude relatie uit mijn dealertijd haalden we wat computers en wat boekhoudsoftware in huis om zo de boekhouding juist te kunnen voeren, we huurden een vent in die dat werk goed aan kon maar al snel commentaar gaf op de drankzucht van de ‘baas’. En die kritiek deelden wij als MT zelf ook. Het was een serieus probleem aan het worden. Ook klanten klaagden er nu over. En ik kreeg dat als Sales/Operationsmanager van dienst niet meer recht gepraat. De druk steeds groter, de klantenkring idem, maar intern een zootje. Gemor en geklaag steeds groter. Toen er op enig moment een gigantische planten- en bloemenshow die we samen met Nederlandse export-instituten zouden opzetten in een Zuid-Amerikaans land compleet verpest leek te worden doordat onze chef in dronken conditie allerlei wonderlijke beslissingen nam zonder overleg, en zelfs de door het hoofdkantoor in Duisburg bij ons geplaatste vrouwelijke Financial Controller daar schande over sprak was de boot aan. Met een aantal collega’s uit het MT stuurden we een brief naar Frankfurt. Dit kon niet zo doorgaan…toch? Dat pakte daarna fout uit. Als aandeelhouder was de verantwoordelijk manager in ons kantoor vrijwel onaantastbaar. Het MT werd in plaats daarvan aangepakt. Men hield niet zo van klokkenluiders in Duitsland. De Duitse dame werd teruggeroepen en opzij gezet, wij namen als groep onze verantwoordelijkheid en vertrokken. Ik laat de details voor wat ze zijn, maar het werd een leegloop. En zo eindigde mijn tweede optreden in de Schipholse logistiek. Tijd voor iets anders. Ik had intussen mijn eigen reclame-adviesbureau, een studie afgerond op dat gebied, de eerste klanten bediend. Maar er lonkte ook een bijster leuke en avontuurlijke job in autoland. Daarover schreef ik in mijn andere verhaal al uitgebreid. Een paar maanden na het avontuur op Schiphol stapte ik over. En dat was weer een avontuur op zich….Maar heb ik al beschreven….(Beelden: Yellowbird archief) (voor het vervolg zie: Leven met de Vliegende Pijl – 31 en 32 van 030219 en 100219)

Werken op Schiphol – 19 – Eindelijk op stap…

Wie appelen vaart, zal ze ook eten, zo gaat dat in veel vakgebieden, maar in de luchtvaartsector werkte dat bepaald niet zo in die jaren. De verhalen van de heren (dames werkten er toen nog niet of nauwelijks) verkopers bij de luchtvaartmaatschappijen over hoe goed een airline zijn taken kon vervullen voor jou als ‘IATA-agent’ zaten veelal vol superlatieven. Maar als je een lading met die lui vervoerde en hij bleef ergens onderweg steken op een transfer-vliegveld deed dat veel af aan die prachtige verhalen. En vroeg je je af waarom het toch zo vaak fout ging. Zelfs bij rechtstreekse vluchten, zonder tussenstop, waren er maatschappijen die in staat bleken jouw lading onderweg kwijt te raken. Met alle gevolgen van dien. Tegelijk professionaliseerden die maatschappijen hun hele logistieke proces ook in die jaren en breidden sommige vliegvelden uit tot enorme omvang waarbij Schiphol, ook in diens moderne (Centrum)vorm verbleekte. Af en toe viel er dan wel eens een ticket op het bureau van baas Breems die daarvan dan gretig gebruik maakte om zijn licht op te steken  elders in Europa of de wereld. Ook als het om beslissingen ging die met mijn export-afdeling van doen had. Ik vond dat toch minder plezierig, want het leken, zo bleek vaak uit de verhalen, heel interessante trips vol gezelligheid te zijn.

En met sommige van die airlines en hun vertegenwoordigers had ik meer dan goede contacten. Toch duurde het ruim zes jaar voor de eerste van die lui mij ook eens op de lijst zette voor een soortgelijke trip. Het was British European Airways (BEA) dat toen in een fase verkeerde samen te moeten gaan met de BOAC wat zou moeten gaan leiden tot het nu nog bestaande British Airways. Hun thuisbasis was Heathrow Airport en daar had men diverse vrachtcomplexen waar bij onze lading regelmatig veel mis ging. Men nam een stuk of 15 export-managers mee op deze trip, waaronder ik. Februari 1972 werd dat bezoek ingepland en uitgevoerd. In een enkele dag op en neer. Naar een land waar op dat moment overal stakingen plaatsvonden en dat alleen al zorgde voor avontuurlijke bezoekjes. De lunch in een restaurant vol kaarsjes omdat er geen elektriciteit werd opgewekt tijdens de stakingen. Op Heathrow zag ik wel waarom het soms fout ging bij die transfers, maar men beloofde ter plekke beterschap. Ik benutte ze daarna nog jaren lang trouw. Vreselijk aardige lui en tijdens deze trip zeer gastvrij. Daarbij vlogen we op en neer in een Britse Trident passagiersmachine die me altijd al intrigeerde. Prachtige kist, mooie trip en extra ervaring.

Een paar maanden later deed Finnair het nog eens dunnetjes over. Maar liefst een driedaagse trip naar Helsinki. Wij gebruikten die lui vooral voor zendingen naar New York, maar ook hun Europese netwerk was prima verzorgd. Met een Super Caravelle van de Finnen vloog ik samen met Ruud Breems (jawel een duo-uitnodiging die mij ook het gevoel gaf serieus genomen te worden) en nog een stel directeuren van agentschappen naar die toen al snel donker wordende Finse hoofdstad. Waar we naast de (redelijk beperkte) faciliteiten van Finnair vooral genoten van gastvrijheid inclusief sauna en de stad zelf. Een top-airline en ook een prachtige belevenis. Kort daarna opnieuw op stap, dit keer naar Parijs met en voor Air France. De toen splinternieuwe Boeing 727-200 had door een bommelding enorme vertraging, onze trip daardoor wel erg beperkt, maar na wat rond gehobbeld te hebben door de stad Parijs, weer op tijd terug op het vliegveld voor de retourvlucht. Dat waren toch ineens drie trips in een jaar tijd. Het begon er op te lijken zo en ik kreeg meer sympathie voor de airlines die dit hadden verzorgd. Opvallende afwezig..KLM. Als thuiscarrier kon die kennelijk hooguit rondwandelingen verzorgen op Schiphol. Voor ons als Nederlandse luchtvrachtbedrijven had men verder weinig te bieden. Men verlangde wel dat je minstens 50% van je omzet aan hen gunde. Zo hield men ook controle over de handel. Ik werd er nooit een groot voorstander door van de maatschappij die ik nu op handen zou dragen. Want de organisatie was ook toen puik, al zag ik dat niet zo in die jaren. Ik wilde, alleen al vanuit mijn liefde voor de luchtvaart en de nieuwsgierigheid naar die buitenlandse steden, zelf ergens heen vliegen en kijken. Gelukkig kwamen daar later nog de nodige uitnodigingen voor binnen.  (Beelden: Yellowbird archief)

Pandhouse…

Wie mij kent (of hier volgt) weet dat ik niet zo van het kamperen of logeren ben. De reden is simpel, ik slaap domweg slecht in een andere omgeving en denk als ik niet slaap te veel na over de poezen thuis die me missen of andere zaken die ik al dan niet goed heb geregeld voor ik vertrok. Uitnodigingen voor tripjes houd ik dan ook vaak wat af en beperk ze tot een minimum. Al wil een goede hotelkamer met bad en andere geneugten me nog wel eens overtuigen van nut en noodzaak. Onlangs deed dit laatste zich weer voor. Onze lieve vriendjes in de Hoeksche Waard (Thamara, blogster van het eerste uur baat daar samen met haar echtgenoot een B&B uit sinds een jaar of 1,5) drongen maar aan op een verblijf opdat we dan een ongekende ervaring zouden beleven en ook om te zien of hun formule klantvriendelijk is en deugt.

Nou over dat laatste hoeven ze zich geen zorgen te maken. Hun appartement ligt op de bovenste etage van het pand dat zij zo liefdevol en met veel inzet verbouwden van kerkgebouw/ontmoetingsruimte tot woonhuis. Dat appartement heeft een eigen opgang, is voorzien van drie kamers, een aparte badkamer, keuken en alle comfort nodig voor een aangenaam verblijf. Sinds hun start als B&B eigenaren is het ook een aardig succes. Heel wat gasten uit binnen- en buitenland vonden hun weg naar deze streken en als ik het vanuit mijn marketing-achtergrond bekijk is het een onverwacht succes.

Immers, je verwacht niet dat mensen op de kop van de Hoeksche Waard hun intrek nemen als ze bijvoorbeeld in Rotterdam moeten werken. Of tripjes maken tot in Brussel al toe. Maar dat zit toch anders in elkaar. Voor veel mensen zijn die afstanden waar wij Nederlanders tegenaan kijken peanuts en de omgeving van het Pandhouse (zoals de B & B is gedoopt) biedt rust, winkels, vrij parkeren en gezellige horeca. Handig als je hier wilt vertoeven.

Wij verbleven onlangs in het Pandhouse tijdens een vliegende zomerstorm (Francis) maar zelfs dat was een avontuurlijk genoegen. Ook voor de Meninggever. De boel is smaakvol en ruim ingericht, een goede en hete douche.., keuken met alle benodigde faciliteiten, kortom, je zou het hier best een paar weken kunnen volhouden. En dan het uitzicht….je kijkt vanuit het voorraam over de stad Oud-Beijerland heen en zeker 15 kilometer ver weg.

Het (extra reserveren..) ontbijt was overdadig en heerlijk. En voor de goede orde werd ons geserveerd vanuit de gedachte dat wij doorsnee gasten speelden die hier onze daagjes doorbrachten, anders was het niet eerlijk. Gastvrouw/heer zijn echt in hun rol gegroeid. Hebben in de praktijk van alle dag veel zaken moeten leren, doen dat nog steeds, maar snappen heel goed waar het over gaat in deze gastvrije business. Ik geef hen alleen daarom al een rapportcijfer 10, al is dat lichtelijk bevooroordeeld natuurlijk. Het appartement is ook een tien waard, domweg door de beschikbare ruimte en het thuisgevoel dat je meteen bekruipt. Is het geschikt voor mensen die wat slechter ter been zijn? Nee! Want je moet via een buitentrap best een stukje klimmen. Maar sportieven en gezonden onder ons zullen deze ‘hindernis’ met liefde nemen. Wil je in het centrum vertoeven en genieten van het leuke en bij velen onbekende historische stadje Oud-Beijerland, 2 minuten lopen en je staat er in het oude en gezellige centrum.

De haven ligt er achter, je zou b.w.v.s. zo op je boot kunnen stappen. Wij deden dat niet, maar stapten na dit geweldige verblijf in de rode bolide op weg naar huis. In de zekerheid dat het Pandhouse voor ons nog wel eens vaker een slaapplek zou kunnen zijn. En dat wil in mijn geval iets zeggen. Via Booking.com is een overnachting te reserveren. Al moet je wel even vooruit plannen, want het succes zorgt voor een redelijke bezettingsgraad. Een ontbijt bijbestellen (geringe meerprijs) is mogelijk. Zou ik doen…zeker als je iets te vieren hebt. En wat dat laatste betreft; na 12 uur ‘s-nachts wordt je wel geacht een beetje rustig aan te doen. Want er wonen mensen onder natuurlijk…… Rapportcijfer: 9,5! Meer dan verdiend…Maar is eigenlijk gewoon een 10 natuurlijk! Dat halve puntje zit hem vooral in die bereikbaarheid voor hen die slecht trappen kunnen klimmen. Detail!   (Beelden: Thamara)

Werken op Schiphol – 14 – 1970

Het jaar 1970 was aangebroken. En dat zou in vele opzichten toch een jaar vol veranderingen blijken. Ons bedrijf was intussen uitgegroeid tot een volwassen afdeling van dat internationale expeditiebedrijf dat schoorvoetend en met enige afstand naar het fenomeen luchtvracht had gekeken. We hadden een sterke import- en exporttak en onder baas Ruud Breems liep de sales op rolletjes. Mede doordat we via onze buitenlandse agenten steeds meer Sales Leads ontvingen die door hem (en soms ook door ons als afdelingschefs) werden opgevolgd met als resultaat nog meer handel. Daarnaast veranderde de hele sector ook. De aloude propellervliegtuigen die Schiphol ooit bevolkten en vracht vervoerden op een wijze die nog het meest deed denken aan de vroegere kustvaart, werden afgelost door professionele vrachtmachines met straalaandrijving, als de DC-8-55F.

Ook zette KLM nieuwe DC-9-33RC’s in, verkeersvliegtuigen die overdag passagiers meenamen maar in de nacht werden omgebouwd tot vrachtmachines. En die losten de laatste oude DC-7F’s af die met een Ierse bestemming vertrokken vanaf Schiphol voor een laatste krachtinspanning bij nieuwe gebruikers. Groot was ook de impact van de komst van de Jumbojet. De Boeing 747 kwam in dienst. Eerst nog wat schoorvoetend bij Pan American dat er mee van New York naar Amsterdam ging vliegen en dan door naar Brussel. Zo’n kist nam niet alleen 350 passagiers mee, in het ruim was plek voor dik 25 ton vracht, en dat was net zoveel als in een DC-8 vrachtmachine. Luchtvracht werd daardoor ook steeds professioneler en groeide als kool als je naar de cijfers keek. En dat zorgde er voor dat het concurrentie-umfeld in onze tak van business ook heftiger werd. Maar over werk viel niet te klagen. Zo zeer zelfs dat ik behoefte had aan een krachtige collega die me in korte tijd zou kunnen assisteren met wat ik zoal moest doen op kantoor of soms onderweg. Bij toeval liep mijn goede vriend Victor (ik heb rond zijn overlijden een paar jaar terug nog wel eens zijn verhaal verteld) rond met een wens iets anders te doen dan waar hij nu mee bezig was.

Hij had een achtergrond met nogal wat takken van werksport, maar was ook op veel plekken van de wereld geweest waarvan ik slechts de naam kende. Vic was wel in voor een baan op Schiphol en al snel was hij vaste kracht en vooral van grote waarde. Binnen een paar weken zat hij al op een door ons aangestuurde chartervlucht van British Midland onderweg naar Hong Kong. Hij sprak zijn talen, was slim, een oliemannetje op de juiste plek en in staat om de klant in dat verre oord te overtuigen van het feit dat wij onze uiterste best deden diens lading goed naar Nederland te halen en te distribueren door Europa. Maar toen de Boeing waarin hij vloog ergens onderweg een probleem kreeg met een van de Rolls Royce motoren was hij niet te beroerd sjouw- en reparatiewerk te verrichten. Met de crew van die kist hield hij nog lang contact. Voor mijzelf kwam een ander evenement in zicht. Verhuizing. Opnieuw. Naar de toen nieuwste wijk van Amsterdam, de Bijlmermeer. Waar de flats groot en nieuw waren en de lucht toen nog zuiver. Omdat er geen parkeerplekken waren, anders dan een modderig weggetje tussen de flats door, stond het Schipholse VW-busje daar elke nacht. Op een nacht bleek het aangereden. Dader op het kerkhof, maar de schade flink. Het leidde ertoe dat Ruud Breems vond dat ik mijn vervoer maar anders moest gaan regelen. De bus mocht niet meer mee naar de Bijlmer. En dat leidde er toe dat ik eind van 1970 een eigen auto bestelde. De al eerder (zie: Leven met de Vliegende Pijl)beschreven eerste nieuwe Skoda S-100. De zaken werden anders, de verhoudingen binnen het bedrijf ook. Maar dat stond allemaal nog gepland voor de toekomst. (Beelden: Yellowbird archief)

Werken op Schiphol – 13 – Spel van harde vingers…

Wie mij nu nog hoort of ziet hameren op toetsenborden van computers of laptops zal al snel constateren dat ik nog behoor tot de generatie van de mensen die op een typemachine hebben gewerkt. Dat deed ik al in mijn bankjaren, waar ik profijt had van mijn op school behaalde typediploma (Katholiek onderwijs kende zo haar praktische kanten), en waardoor ik ook zoveel eigen magazines had kunnen maken. Keurig met tien vingers tikken en met een wat lichte touche van de toetsen. Dat werd op Schiphol heel anders. Airwaybills met iets van 20 kopiebladen, certificaten met carbonpapier er tussen, manifesten en noem maar op. En dat alles op oude schrijfmachines die we veelal beschikbaar hadden gekregen van de andere kantoren. Hermes (met de groene toetsen)het preferente merk voor die machines. Ze tikten fijn, maar een ferme aanslag was dus nodig.

En in de snelheid van werken was er geen tijd voor gevoeligheden. Rammen dus, en snel ook nog. Al snel was tien vingers geen optie meer. De wijsvingers deden het werk, hard en bekwaam, de duimen voor de spatiebalk. Door de jaren heen werden die machines beter. En er was een soort hierarchie ten aanzien van gebruik. Toen het aantal mensen op kantoor toenam schoven de oudere machines door naar lagere functies, de nieuwste exemplaren waren ofwel voor de afdelingschefs zoals ik, of voor de (later aangetrokken) secretaresses. Voor het tikken van brieven of speciale bankdocumenten was die harde aanslag niet zo goed. Moesten foutloos en je mocht ook geen letters uit het papier rammen. Er waren er bij die dat heel goed beheersten. Ik niet. Snelheid had mijn voorkeur. Nou dat lukte aardig.

En bedenk je maar eens dat je indertijd heel wat te tikken had. Ik heb al eens aangehaald wat je voor de beoefening van dit vak nodig had aan documenten. Een aparte vorm was de zgn. consolidatie-zending. Daarbij zette je dan een grotere zending op richting een populaire bestemming, denk aan New York of zo, en verzamelde lading voor die trip van diverse verschillende klanten. Dat bouwde je dan op tot pakweg 500 kg totaalgewicht, verdeeld over 10 zendingen. Dan zette je een Master-Airwaybill in elkaar, een Manifest en toen verschillende House-AWB’s die veelal de naam droegen van het bedrijf waar ik toen werkte. Je kocht die 500kg in als General Goods bij de airline die het mocht vervoeren, kreeg daarvoor een kilotarief van pakweg 8 gulden de kilo en verkocht die via HAWB’s dan weer voor 9,50 per kilo of zo. De klant had groot voordeel, immers het tarief voor 25 kilo naar de VS lag eerder bij de 25 gulden per kilo dan in de buurt van die door ons geboden kiloprijs.

Maar je verdiende er zelf ook lekker aan. Maar moest er ook het nodige voor doen. In totaal 11 Airwaybills maken. Want elke klant zijn eigen leveringscondities, soort goederen, en dus ook aparte douane-dokumenten. Was je wel even mee bezig en alles op die schrijfmachine. Mijn collega’s op Import deden alles net even anders, maar hadden dan weer afleveradressen in ons land waar ze soms naast een beurtvaartadres ook een kostennota voor moesten maken. Het getik op al die Schipholse kantoren was niet van de lucht. In de jaren zeventig ontstond er wel een evolutie op gebied van schrijfmachines trouwens. Ze werden elektrisch. Dat hielp om niet alleen sneller te werken, de aanslag was ook veel geleidelijk. Daarnaast ontstonden de nieuwe IBM-machines met het slimme ‘bolletje’ waarmee je niet alleen lekker kon werken, maar ook het lettertype kon wisselen, als je een andere bolletje bijbestelde. In mijn nadagen op Schiphol (waarover later meer) kwamen er machines met een magneetkaart in gebruik. Dan tikte je alles op die kaart, zette die later in een vooraf geprogrammeerde lay-out vast in een kastje naast de schrijfmachine en die deed snel en los van jouw vingers zijn werk. Ik maakte er zelf nooit gebruik van maar het bedrijf was er voor brieven en andere officiele zaken gek op. Later, ik zat al in de auto’s, vond ik dat je zo min mogelijk moest schrijven en zo veel als kon uittikken. Dat maakte de administratie duidelijker en netter. Maar daartoe moest ik zelf mijn eigen oude schrijfmachine meenemen naar dat toenmalige kantoor. Maar dat is een ander verhaal….en al eerder verteld. (Beelden: Yellowbird collectie)

Werken op Schiphol 12 – Rangen, standen en andere zaken…

Indertijd was het niet gewoon om de qua functie boven jou gestelde aan te spreken met ‘je en jij’. De dingen moesten nog veranderen op dat punt, maar mijn basis was toch ook die bank waar ik vandaan kwam en daar hield men zeker niet van over de grenzen van de beleefdheid heen gaan. Ruud Breems was dus voor mij gewoon ‘Meneer Breems’. Niet voor niets 20 jaar ouder dan ik en teven mijn chef. Voor de hogere heren in Amsterdam en Rotterdam was ik ook niet ‘mijn voornaam’ maar gewoon ‘Meninggever’. Oftewel, je werd bij je achternaam benoemd. Meer mocht je ook niet verwachten. Onderling was het voor de jongeren die langzaam aan het bedrijf instroomden wel normaal elkaar bij de voornaam te noemen. Dat keurig nette jargon gold ook voor de ouderen onder de vertegenwoordigers van de airlines waarmee je van doen had, maar zeker ook met de heren van de douane. Geen haar op je hoofd die deze lieden met je/jij aansprak. Onbetaamdheid was ondenkbaar en het waren geen mensen met veel humor noch gevoelig voor kleine cadeautjes. Beleefdheid en afstand, dan kwam het wellicht goed.

Goed kwam het ook met de handel. Baas Breems was een geweldige verkoper en hij trok heel wat handel naar binnen. Zoveel zelfs dat we al snel op zoek moesten naar extra werkkrachten. Ondersteunende mensen op Import en export. We huurden regelmatig vervoer in. Niet in de laatste plaats doordat het intussen van Schiphol-Oost naar Den Bosch verhuisde Berg Electronics elke dag heel veel lading genereerde wat voor het gebruikte VW-busje best te veel was. Soms haalden we er een tweede 1-tonner bij, in andere gevallen was 4,5 ton vervoer nodig. Gelukkig genoeg had onze chauffeur Jaap een groot rijbewijs dus kon hij die wagens dan rijden. Maar ik beken dat ik in noodsituaties soms zelf in zo’n bak achter het stuur kroop en naar de klant toe reed om zo geen enkele vertraging op te lopen. Je lette wat minder op de regels dan nu. Ik zou dat nu niet meer doen natuurlijk. Naast het vrachtgebouw was intussen een nieuw gebouw verschenen, het Freeport Building en daar zetelden o.a. Aero Ground Services en nog wat bedrijven. Wij konden er weer een eigen Entrepot huren en inrichten en zo nieuwe klanten aantrekken die in Nederland een soort distributiecentrum wilden opzetten voor hun Europese lading. Een daarvan was ITT Schaub-Lorenz. Een radiofabrikant die allerlei apparatuur leverde onder eigen naam of submerken.

Wij deden de transithandel voor hen op gebied van wereldontvangers en die soort dingen. Hun vertegenwoordiger was een wat dikke man die in Amsterdam-West woonde en alle vrouwen op ons kantoor, intussen hadden we wat assistentes, met meer dan gewone belangstelling volgde. Toch was het wel een leuke klant en ik kocht er tegen een aardige korting mijn eerste radio/pickup-combinatie. Waren we best trots op in die jaren. Een andere klant deed in allerlei strikjes en versierseltjes voor beha’s en slipjes. Duizenden werden er daarvan naar Nederland gevlogen vanuit de fabrieken in de VS en dan weer doorgestuurd naar klanten in heel Europa die deze garnerinkjes weer op de eigen niemendalletjes plaatsten. Al die handel kwam op de nek van de twee basis-afdelingen die wij opereerden terecht, vandaar ook die assistentes. Die tevens administratieve zaken deden als factureren en inboeken van al dat spul. Het werd het zeker gezelliger op. Maar de stress werd niet minder. Deels doordat zowel baas Breems als de mensen die de afdelingen aanstuurden zoals ik, beter waren in het bedrijven van de handel dan al die procedures die intern op onze schouders rustten. En al snel bleek dat we bijvoorbeeld wel een cashflow-probleem kregen door mensen of bedrijven die slecht of niet betaalden. Dat leidde tot veel stevige gesprekken met de leiding vanuit Rotterdam. En op enig moment het aanwijzen van een directie-secretaris om de leidinggevende kwaliteit van Ruud Breems bij te schaven en daarnaast het terugroepen uit de pensioensituatie van oud-directeur Vos van kantoor Amsterdam. Die moest de administratie bij ons onder de loep nemen als een soort accountant en ons daarin bijspijkeren. Met beiden moest je geen ruzie maken. Het is me indertijd op dat punt goed af gegaan. En je leerde enorm veel. Zo werd me het besef extra bijgebracht dat debet en credit twee verschillende zaken waren en administratief inzicht toch wel een vereiste om extra succesvol te zijn als chef-export wat ik intussen was geworden. (Beelden: Internet-Archief)

Wat gisteren normaal was….

Vorig jaar, op Koningsdag, liepen we ons de blaren op de voeten. Zoals ieder jaar. Vrijmarkten af, en genieten van de sfeer in onze stad. Van de vroege ochtend tot de late namiddag. Heerlijk. Speuren naar die bijzondere zaken die je normaal met een lampje moet zoeken maar nu voor een habbekrats op een kleedje liggen uitgestald. Nou…dit jaar, gisteren dus, was dat er niet bij. Corona houdt ons binnen, een ‘ophokplicht’ wordt een ‘intelligente lockdown’ genoemd. Niet met meer dan twee mensen samen en dan ook nog als je die echt kent. Dus niks drukke straten vol scharrelende en feest vierende mensen. Maar deze situatie heeft meer vervelende zaken in zich. Wij hebben toch een bepaald patroon ingebakken zitten rond onze sociale contacten. Wij bezoeken onze vrienden regelmatig, doen de familie uiteraard in een zelfde schema en houden er ook van om ergens heen te rijden en te genieten van winkels, trekpleisters of horeca. Al weken is dat nu weggevallen.

En dat vraagt gewenning. Want dat binnen zitten is niet alles, al lees ik nu veel en klus af en toe. Vind ik dat leuker dan al die normale zaken? Nee! Maar ja. We hebben geen keuze. Omgekeerd weet ik dat veel mensen die ons na aan het hart gaan onze kant op willen komen. Gaat niet. De geplande tripjes zijn afgeblazen. Leuke evenementen waar we met vrienden heen zouden kunnen zijn uit de agenda gestreept. Sommigen van onze vriendjes maken hetzelfde mee. Smeekbedes komen tot ons….’we willen zo graag’. Maar we doen vol dedain dat wat Rutte ons vroeg. We houden afstand. Niet leuk, maar ook een ‘per ongeluk’ besmetting is er een te veel. Het werpt ons terug op ons zelf. Gelukkig zijn wij dat hier gewend. Gaan ons gang en kunnen samen aardig door de dag heen komen. Voordeel is wel dat we minder geld uitgeven aan terrasjes, benzine, broodjes, etc.

Nadeel, je stompt toch wat af. Ik zoek altijd naar leuke dingen voor de hobby’s, komt nu vrijwel niks meer van. En omdat het zich niet beperkt tot Nederland, zijn onze ritjes Duitsland nu ook even ongewenst. Gelukkig daalden de benzineprijzen wel wat in ons land, die ene keer in de 14 dagen dat ik nu de tank bijvul merkte ik dat wel. Maar wat je toch vooral mist zijn intermenselijke contacten. Geen knuffels, niet even bijpraten over wat anderen meemaken, leuke zaken delen, soms ook de minder fijne dingen. Gelukkig kunnen we er af en toe nog wel even uit. Boodschappen doen. We moeten ook voor een ouder zorgen, en dat maakt dat we de dingen combineren. Het wordt een soort uitje. Alleen al om het steeds veranderende protocol. Je kunt je ergeren aan hen die maling hebben aan het afstand houden. Zou ik normaal niet over nadenken. Kortom, het vraagt gewenning dit gedoe. Of het echt ooit gaat wennen? Ik vrees toch van niet. Maar ja, weinig keuze dus. Voor jullie, lezers en lezeressen, zal het niet veel anders zijn. Ben wel benieuwd hoe jullie door deze dagen heen komen. En wie je zoal mist…..(Beelden: Yellowbird)

Werken op Schiphol – 7 – Groei en levende maden…

Ik moet Ruud Breems, anno nu,  zeker nageven dat hij onze dienstverlening kon verkopen. Hij had een enorme flair en reed of vloog naar overal en nergens om bedrijven en mensen te overtuigen dat voor hun luchtvrachtverzendingen maar een expediteur op Schiphol in aanmerking kwam, dat bedrijf van ons. Daarbij hadden de beide stadskantoren van het bedrijf indertijd zgn. ‘acquisiteurs’ op de weg die ook het product luchtvracht meenamen in hun portfolio. Dat deden ze weliswaar met veel plezier maar weinig kennis van zaken en dan werd er wel eens iets beloofd dat echt niet kon. Mouwen passen en zien dat je het oploste was dan niet voldoende. Toch zorgde het er wel voor dat we een steeds grotere klantenkring kregen en we langzaamaan behoefte kregen aan uitbreiding van het aantal werknemers. Al was het maar omdat we ook de meest wonderlijke bedrijven aan ons koppelden. Zo was er een bedrijf uit Nijkerkerveen, Bosch, waar men als groothandel deed in levende maden voor de sportvisserij. Die beestjes werden gekweekt op koeienkadavers (aldus het verhaal) en dan in 50-100 grote metalen blikken verpakt en met luchtvracht naar Nederland gestuurd waar ze bij die firma aan de rand van de Veluwe weer in bassins werden gemikt waaruit men dan schepsgewijs de visserijwinkels bevoorraadde.

Ik heb wel eens gedacht dat Ruud Breems deze zendingen zelf wilde binnenhalen omdat hij een verwoed sportvisser was. Anders verklaar ik niet dat je zoveel ellende op je hals wilde halen bij het behandelen van deze transporten. Want ze kwamen met regelmaat uit Engeland en vlogen dan mee op de vrachtvluchten van KLM. Uitgevoerd met DC-7F’s. En juist dat maakte dat er nog wel eens wat vertraging was omdat die kisten af en toe storingen vertoonden. En dat was in de winter niet zo erg, immers, maden ontwikkelen hitte als ze samen zijn en dat werd wel gekoeld door de winterse koude, maar o wee als het warmer was buiten. Dan stonden de blikken bol. En soms overleden die diertjes dan door de hitte. En hadden we de poppen aan het dansen. Claims van de klanten, afwijzingen van KLM en gedoe met verzekeraars. De kerels die deze ladingen kwamen halen namens de afnemer, controleerden daarom altijd die blikken als ze die op Schiphol moesten inladen. Dat ging simpel, deksel er af, kijken of er genoeg bewoog, hand en arm erin, beetje roeren en dan op de hand kijken of er voldoende leven in die maden zat. Het zal duidelijk zijn dat ik ze vooraf of daarna de hand niet schudde. Toch waren dat aardige mensen hoor en ze verdienden er goud mee. Ruud Breems nam nog wel eens een potje van dat spul af voor zijn eigen behoeften. Was vaak een gratis aardigheidje van de klant.

Maar op een dag liet hij de maden staan op kantoor. Na het weekend waren we voorzien van bergen zwarte vliegen. Want het ging snel met die dieren. Jaren later zaten er nog vliegenlijken in de TL-bakken en het plafond. Maar verder was dit slechts een voorbeeld van welke diversiteit aan klanten we meemaakten. Naast de aloude elektronica van Berg was er ook de klant Bell Helicopters die vanuit Schiphol spoedzendingen verstuurde over de hele wereld. Mijn klant, want export, maar niet de makkelijkste. Als men iets verstuurde stond ergens een heli met pech aan de grond en moest er rap worden gevlogen. En dat ging niet altijd volgens plan. De toenmalige maatschappijen redeneerden soms nog wel eens krom, en lieten passagiers voorgaan op vracht. Zeker toen men nog met heel wat kleinere toestellen vloog dan later het geval was. En dan nog even voor de sfeerbeelden…Als je anno 2020 rondkijkt op Schiphol zie je dat logistiek overal rond en op de luchthaven zijn plek heeft. Giga gebouwen, eigen loodsen, in Hoofddorp, Aalsmeer, maar ook op Schiphol-Zuid. In de periode die ik beschrijf was er nog maar een enkel vrachtgebouw van tien etages waarin iedereen uit de business geconcentreerd zat en bouwde men aan het nieuwe onderkomen voor de Aero Grounddienst die veelal de wat bijzondere carriers onder haar afhandeling had zitten, maar ook entrepotruimten kon bieden aan bedrijven zoals het onze. En dat was nodig. Want een nieuwe reeks klanten meldde zich. Waarover later meer. (Beelden: Internet/Yellowbird/Google)

Roddelcultuur…

Het zal velen van de lezers of lezeressen bekend in de oren klinken dan wel als herkenbaar lezen, mensen die achter de rug van iemand anders om roddels verspreiden. Soms is het wat onschuldig, staat de spreker/spreekster in de belangstelling, maar als het intensiever wordt en schade aanricht valt het onder pure laster soms. Roddels zijn verhalen over anderen die soms waarheid bevatten, vaak niets meer dan oppervlakkige observaties gekoppeld aan vooroordeel. En echt waar, iedereen maakt zich er schuldig aan. Want we staan graag in de belangstelling, willen aandacht, even de nieuwsbode van dienst zijn. Sommigen beter in dit vakgebied dan anderen. Met name de oppervlakkige roddel, iets onschuldigs over de haarkleur van een buurvrouw of hoe vervelend een kind is van die of die, het is niet zo erg. Maar dat ondergravende soort verhalen waarbij mensen echt worden pijn gedaan dan wel in hun leven of carrière beschadigd raken zijn natuurlijk abject. En omdat ik niet vrij van zonden ben werp ik zeker niet de eerste steen. Voor mij zijn sommige verhalen natuurlijk net zo sappig als voor anderen.

Relaties van zgn. BN’ers en zo, het blijft leuk. Maar ook volkomen foute uitspraken van politici, die veel te dure auto van een straatbewoner, die dame die ineens verschijnt voor het raam van die man waarvan je weet dat hij getrouwd is, het zijn allemaal aardige story’s om tot je te nemen en af en toe verder te geven. Niets menselijks is de meninggever vreemd. Jou wel?? Nooit een verhaal of zgn. geheim doorgepraat? Dan weet ik zeker dat je later als het erop aankomt in de hemel komt. Roddelen of kwaadspreken is eigenlijk een zonde. Binnen bepaalde geloven althans. Maar je krijgt toch de indruk dat maar weinig mensen zich daar iets van aantrekken. Gewoon doorkwekken. Opdat het verhaal kan worden aangedikt. En zo werkt dat ook, want veel verhalen gaan van mens naar mens, maar worden altijd onderweg veranderd of aangedikt. Net hoe de doorspreker dat invult.

En zo kan het zijn dat de man die een onschuldig kusje uitwisselt met een nicht die hij tien jaar lang niet had gezien, aan het einde van zo’n roddel volgens de betweters volop bezig is met een buiten-relationele situatie waarbij de vrouw al zwanger is van zijn derde kind. Roddels zijn voor veel mensen een onderdeel van hun bestaan. Denk maar eens aan de roddeljournalisten die hun bladen en TV-rubrieken vullen. Die geen enkele grens kennen waar het gaat om de zgn. ‘waarheid’. Denk maar eens aan die mensen in het Britse Koningshuis die tot op de WC achterna worden gezeten. Paparazzi worden ze genoemd die vaak schofterig brutale lieden die alles doen voor dat ene plaatje of verhaal. Maling aan normen en waarden. De beuk er in…Ook dat is onderdeel van de roddelcultuur. Ben benieuwd wie daar oprecht van kan zeggen er niets mee van doen te willen hebben. Want onder die steen wil ik dan ook schuilen…(Beelden: Internet)