
Onlangs aten we bij Corendon in Badhoevedorp. Ik hoor jullie denken, ‘ja en…..??’. Maar dit was wel op een speciale lokatie, die mij persoonlijk uiteraard zeer aansprak. Immers het hoofdkantoor van deze grote Turkse hotel/reisorganisatie is daar gevestigd en men exploiteert er ook een hotel naast een prachtige vergaderfaciliteit waarvan een echte Boeing 747-400 in hun eigen kleuren deel uitmaakt. Nu heeft Corendon nooit met de 747 als vliegtuigtype gevlogen. Het bewuste vliegtuig (ex KLM) is ooit overgedaan aan hen, overgespoten in hun kleuren, daarna naar Schiphol terug gevlogen en over de weg getransporteerd naar Badhoevedorp. Een dure en door velen aanschouwde onderneming. Nou, dat toestel staat dus in de tuin van het grote restaurant wat men hier ook exploiteert en (naar wij zagen) veel internationale gasten trekt.

Vanuit de plek waar je zit in het restaurant kijk je tegen die Boeing op, voor mij toch een enorme bonus. Daarbij staat die grote kist in een fraaie tuin wat de sfeer verhoogt. Dat doet ook de bijna chique ambiance in dat restaurant van Corendon. Het is weliswaar een ‘all-you-can-eat’ restaurant op bepaalde dagen, maar op de dag dat wij er waren bleek het etende volk rustig, het aanbod overweldigend, smakelijk en goed voor een volle maag. Het aantal tafels heb ik niet geteld, maar dat je er een paar honderd man kunt laten eten, is geen van de waarheid afwijkende observatie. Van soep tot waanzinnig veel lekkere toetjes, bedenk het en het wordt aangeboden. Wokken doet men hier niet. Men bakt er wel het nodige en daar staan mensen voor in de rij. Salades in meterslange gekoelde vitrines voor hen die gaan voor vegetarisch of gewoon een smakelijke side-dish met wat groens of zo.

Het was dus culinair een echt te gekke kennismaking. Daarbij is de staf die er rond loopt zeer attent en snel, men vraagt keurig of jouw bord na gebruik mag worden meegenomen (elke gang een ander bord…) en dat gebeurt op een meer dan correcte wijze. Dingetje wat ik iets minder vond, de parkeerplekken voor het restaurant zijn er ook voor hotelgasten en naar ik zag tientallen taxi’s. Dat is onoverzichtelijk. Moet beter kunnen. En de betaalde parkeerplaats (5 euro) moet je even optellen bij het bedrag dat je uitgeeft aan de maaltijd. Maar, al met al, een dikke 9.5 voor Corendon. Hier komen we nog eens terug. Al was het maar om die Boeing….(Beelden: archief)


Het jaar 1970 was aangebroken. En dat zou in vele opzichten toch een jaar vol veranderingen blijken. Ons bedrijf was intussen uitgegroeid tot een volwassen afdeling van dat internationale expeditiebedrijf dat schoorvoetend en met enige afstand naar het fenomeen luchtvracht had gekeken. We hadden een sterke import- en exporttak en onder baas Ruud Breems liep de sales op rolletjes. Mede doordat we via onze buitenlandse agenten steeds meer Sales Leads ontvingen die door hem (en soms ook door ons als afdelingschefs) werden opgevolgd met als resultaat nog meer handel. Daarnaast veranderde de hele sector ook. De aloude propellervliegtuigen die Schiphol ooit bevolkten en vracht vervoerden op een wijze die nog het meest deed denken aan de vroegere kustvaart, werden afgelost door professionele vrachtmachines met straalaandrijving, als de DC-8-55F.
Ook zette KLM nieuwe DC-9-33RC’s in, verkeersvliegtuigen die overdag passagiers meenamen maar in de nacht werden omgebouwd tot vrachtmachines. En die losten de laatste oude DC-7F’s af die met een Ierse bestemming vertrokken vanaf Schiphol voor een laatste krachtinspanning bij nieuwe gebruikers. Groot was ook de impact van de komst van de Jumbojet. De Boeing 747 kwam in dienst. Eerst nog wat schoorvoetend bij Pan American dat er mee van New York naar Amsterdam ging vliegen en dan door naar Brussel. Zo’n kist nam niet alleen 350 passagiers mee, in het ruim was plek voor dik 25 ton vracht, en dat was net zoveel als in een DC-8 vrachtmachine. Luchtvracht werd daardoor ook steeds professioneler en groeide als kool als je naar de cijfers keek. En dat zorgde er voor dat het concurrentie-umfeld in onze tak van business ook heftiger werd. Maar over werk viel niet te klagen. Zo zeer zelfs dat ik behoefte had aan een krachtige collega die me in korte tijd zou kunnen assisteren met wat ik zoal moest doen op kantoor of soms onderweg. Bij toeval liep mijn goede vriend Victor (ik heb rond zijn overlijden een paar jaar terug nog wel eens zijn verhaal verteld) rond met een wens iets anders te doen dan waar hij nu mee bezig was.
Hij had een achtergrond met nogal wat takken van werksport, maar was ook op veel plekken van de wereld geweest waarvan ik slechts de naam kende. Vic was wel in voor een baan op Schiphol en al snel was hij vaste kracht en vooral van grote waarde. Binnen een paar weken zat hij al op een door ons aangestuurde chartervlucht van British Midland onderweg naar Hong Kong. Hij sprak zijn talen, was slim, een oliemannetje op de juiste plek en in staat om de klant in dat verre oord te overtuigen van het feit dat wij onze uiterste best deden diens lading goed naar Nederland te halen en te distribueren door Europa. Maar toen de Boeing waarin hij vloog ergens onderweg een probleem kreeg met een van de Rolls Royce motoren was hij niet te beroerd sjouw- en reparatiewerk te verrichten. Met de crew van die kist hield hij nog lang contact. Voor mijzelf kwam een ander evenement in zicht. Verhuizing. Opnieuw. Naar de toen nieuwste wijk van Amsterdam, de Bijlmermeer. Waar de flats groot en nieuw waren en de lucht toen nog zuiver. Omdat er geen parkeerplekken waren, anders dan een modderig weggetje tussen de flats door, stond het Schipholse VW-busje daar elke nacht. Op een nacht bleek het aangereden. Dader op het kerkhof, maar de schade flink. Het leidde ertoe dat Ruud Breems vond dat ik mijn vervoer maar anders moest gaan regelen. De bus mocht niet meer mee naar de Bijlmer. En dat leidde er toe dat ik eind van 1970 een eigen auto bestelde. De al eerder (zie: Leven met de Vliegende Pijl)beschreven eerste nieuwe Skoda S-100. De zaken werden anders, de verhoudingen binnen het bedrijf ook. Maar dat stond allemaal nog gepland voor de toekomst. (Beelden: Yellowbird archief)