Polenese…

‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.

Zomerse vertrutting..

Zomerse vertrutting..

Ooit wierpen vrouwen de ketens af van de veelal door mannen en kerken over hen heen gelegde deken van grauwheid en zuur ruikende normen en waarden.

Zij kwamen voor zichzelf op en zagen zich niet meer als alleen maar huisvrouwen die moesten doen wat hun mannen of familie van ze wilde en waardoor het werpen van nageslacht ook door hen zelf werd gezien als ultiem levensdoel. Nee, de vrouw zag zich ineens als een volwassen menstype, trots op wat ze bezat en keuzes makend die het midden hielden tussen doorstuderen, geen huwelijk, geen kinderen willen of zelfs die voor de eigen sekse. De schok die dat veroorzaakte duurde toch al snel een jaar of tien. Het werd pas echt heftig toen vrouwen hun beha’s afdeden en al dan niet in de brand staken waarmee ze opnieuw een stukje vrijheid terugkregen. Veel mannen, indertijd veelal voorzien van lang haar en baarden, jubelden over al die vrijheden, want ook voor hen werd de wereld een beetje leuker. Een dame er bij of zelfs een heer als men daar van was, het kon allemaal en de bekende hippie-cultuur maakte dat de verkoop van spruitjes en bloemkool toch minder groot werd dan voorheen. Later ging die ontwikkeling verder. De bikini’s werden kleiner en kleiner, de ondergoedjes volgden die trend, en de monokini werd op het strand gemeengoed.

De vrouw als volwassen menstype die trots was op haar lijf en volledige bruining zag als ultiem bewijs. Daarbij kwamen er ook speciale naaktstranden voor hen die dat wilden, al moesten heel wat kerkelijke leiders en bestuurders van gebieden waar die stranden of bospercelen te vinden waren wel even slikken bij het idee. De mens was volwassen geworden, zeker in onze streken, en liet zich niet meer in een hokje stoppen. Brazilie werd het voorbeeld voor veel kleding van vrouwen, vrouwelijkheid onderdeel van de voort razende revolutie. Het tuinpak maakte plaats voor de minirok en zo meer. Maar er kwam een kentering. De bevolkingssamenstelling veranderde. Immigratie maakte dat de revolutie van vrouwen een abrupte rem doormaakte. De stranden niet meer het domein van de revolutionairen of hippies. Digitale technieken maakten ook dat privacy nog wel eens werd geschonden. Vond men dat eerst niet zo erg, een leven lang bekend staan om je prachtige borsten of meer op het www is anno nu vaak wel een wat al te grote en vooral ongevraagde eer.

De echte onafhankelijke vrouw toonde zich dapper en ging door op de ingeslagen weg. Maar een generatie later zag je al dat dochters van die hippiemoeders zich ingetogener gingen gedragen. Bloot was eng, preutsheid het nieuwe denken. Steeds groter werden de badbroekjes en beha’s gingen niet meer af, zelfs op het strand. Mannen droegen geen Speedo’s meer maar zwemshorts, en in sommige situaties zelfs onder de douche. In de landelijke zwembaden werden boerkini’s toegestaan, in 2021 ontstaan al bewegingen om aparte zwembaden of uren te maken voor islamitische vrouwen die al dat bloot uit onze samenleving verwerpen en terug willen naar onze Nederlandse geschiedenis anno 1950. De vertrutting slaat toe. De boezem verbannen en weer opgesloten in de veilige cocon van de degelijke beha. Marlies Dekker voor de wat oudere vrouwen die nog een beetje sexy willen zijn. Men koestert nog wel, experimenteert, maar showt veel minder. De revolutie is voorbij. De contra-revolutie onder leiding van mensen die ofwel het geloof aanhangen dan wel menen dat zij die geimigreerde geloofsgenoten moeten beschermen tegen al te veel Nederlandse (westerse) vrijheden, in volle gang. En ik, meninggever en toeschouwer kijk vol verbazing en ontzetting toe.

Jezelf inperken om het zelf gekozen nieuwkomers mogelijk te maken het meegenomen geloof dominant te laten zijn, ik zal er me nooit bij neerleggen. Want wat die revolutie duidelijk maakte is nu juist dat mannen en vrouwen gelijke menstypen zijn, ook al verschillen ze dan fysiek nogal. We hebben mekaar domweg nodig. En bepaald niet alleen om het eten klaar te maken en kinderen te baren. Helaas zien we dat laatste nu net in de kring van de vertrutters steeds meer als norm. En ik kreun. Heb de recente geschiedenis meegemaakt. En weet wat dat deed voor de positie van de vrouw en de vrije mens. U bent gewaarschuwd…..(beelden: archief)

Kroegvrienden…

‘Iedereen’ mocht hem. Althans dat gevoel had hij zelf altijd gehad. Henk, lekker populair in zijn jeugd. Veel vrienden, met wie hij uitging en op de meiden kon jagen. Zijn vader had een eigen bedrijf en hem was zelden iets te kort gedaan. Financieel zeker niet. Hij liep er echter wel de kantjes van af. Het bedrijfsleven was eigenlijk niks voor hem, maar toch had zijn vader hem opgenomen in de onderneming. Ook omdat ‘die ouwe’ dan een oogje in het zeil kon houden. Henk was een vrouwenjager, en daarbij hield hij wel van een glaasje bier. Hij was nergens goed in waar het nuttige zaken betrof, maar kon wel goed biljarten, voetballen, en onderhield zijn sociale contacten. Maar het leukst vond hij toch wel de kroeg. Ook toen hij in dienst zat was hij toch vooral een ‘drukker’ om daarna in de vrije ruimte vooral lol te trappen met zijn maten. Die hadden Henk altijd hoog zitten. Sloegen hem op de schouder en wilden nog wel eens een stapje extra voor hem lopen. Logisch want de meeste rondjes in de kantine betaalde hij. Net als bij het voetballen. Altijd was Henk de gevierde jongen. Toen zijn vader overleed en hij de onderneming erfde moest hij even wennen aan het nieuwe leventje. Hij werd wat serieuzer, maar onderhield wel goede contacten met sportverenigingen en zo meer. Zijn sponsorschap daarvan maakte dat hij vaak werd uitgenodigd voor een hapje en drankje en daar genoot hij met volle teugen van. Het werken ging hem redelijk af. Hij gaf leiding aan dat bedrijf, maar had ook prima mensen om zich heen verzameld op wie hij kon bouwen en die hij graag wilde vertrouwen. In het weekend was er dan het gezin, ja hij was ook nog getrouwd met ongeveer de vijfde vrouw met wie hij een soort van liefdesrelatie had opgebouwd en met wie hij twee zonen kreeg. Op zondag zat hij bij de clubs. En genoot, deelde rondjes uit en werd op het schild getild. Nu hij wat ouder werd, de kinderen in de zaak en hij met een soort pre-pensioen, genoot hij nog het meest van zijn dagen en avonden in de kroeg. Hij genoot van de verhalen, van de sfeer, van de drank. Tot hij ontdekte dat al die drank ook betaald moest worden. Het inzicht dat hij wellicht vriendschap (…) kocht was confronterend. En dus deed hij een stapje terug. Het bleek heel vervelend te werken. Niet alleen werd het ineens een stuk ongezelliger, maar al die ‘vriendschappen’ stelden uiteindelijk niks voor. Als hij geen rondjes gaf, kreeg hij er maar heel weinig van anderen. Zag men hem als een gierige kapitalist. Het werkte ontnuchterend. Hij stopte er mee. Wel jammer dat intussen zijn vrouw was vertrokken en zijn zoons hem niet meer op de zaak wilden zien. Henk, eenzaam mens, door niemand meer gezien. Hij pakte er nog maar een pilsje bij en voelde de tranen in zijn ogen opwellen…. Zoveel jaren voorbij…. en weer alleen!

Do….

Do was letterlijk en figuurlijk een vrolijke tante. Voor haar neefjes en nichtjes, zij had altijd plezier, leefde zich uit, hield zich niet aan welke norm of waarde ook. En bij de familie was wel bekend dat Do in haar leven heel wat mannen (en wellicht zelfs vrouwen) had versleten voor ze iets tot rust was gekomen. Verhalen over haar jeugd, dat dorp waar ze alle mannen het hoofd op hol had gebracht met haar lijf en gedrag. Do hield wel van een verzetje. Een drankje of rokertje ging er altijd wel in, en als ze dan zin had in gezelschap nam ze dat mee naar een plek waar de rest van de samenleving haar niet kon bespieden. Men kon slechts raden wat zij daar dan deed. Maar haar naam was wel gevestigd. Later verhuisde ze naar de grote stad. Kreeg een aardige baan. Eerst in een tankstation, toen bij een notaris. De klanten waren gek op haar. Want service ging Do voor alles. Tevredenheid moest volgens haar in alle toonaarden worden geboden en haar werkgevers waren alleen daarom al gek op haar. Alleen vastleggen aan iemand was niet haar ding. Ze hield van feesten, met alles er op en aan, ze experimenteerde met pillen en poeders, kende de Kama Sutra zowat uit haar hoofd, maar bleef dezelfde vrolijke Do die eigenlijk gewoon Dorine heette maar dat maar een stomme naam vond. Do was ook een graag geziene gast op de familie-bijeenkomsten. Ze kon geweldige verhalen vertellen en maakte de jongere generaties wijs dat als je vandaag niet leefde je morgen spijt zou hebben omdat het dan niet meer kon. Haar ouders, broers, zussen, en goede vrienden, ze luisterden vaak met opgetrokken wenkbrauwen naar wat ze allemaal oreerde maar ook over wat ze droeg aan kleding. Of beter, wat ze bijna niet droeg. Optische verrassingen waren haar niet vreemd. Do was dus een vrolijkerd. En ze werd node gemist toen ze ineens overleed. 80 jaar oud. Geleefd voor tien. Maar haar motto leefde voort…..Leef nu, morgen is het misschien te laat. Maar haar familie zette haar portret toch maar niet zo dominant op de schoorsteenmantel. Het stigma van het fatsoen en zo…..

Verlangen…

Vanaf het prilste begin van zijn actieve herinneringen geloofde hij in zijn eigen succes later. Hij zou rijk worden, een prachtige vrouw vinden en trouwen, briljante kinderen voortbrengen, een bedrijf opbouwen waarmee die kinderen later weer een goed bestaan was gegarandeerd en zo meer. Maar ja, hij woonde in dat dorp, ver van de grote stad. Zijn kansen beperkt, ouders niet rijk of zelfs bemiddeld, al vroeg moeten werken. Het meisje waarmee hij voor het eerst verkering had raakte na die eerste keer in het schuurtje van buurman Bart meteen zwanger en er moest dus getrouwd worden en hij daardoor gedwongen heel hard te werken om zijn kleine gezinnetje aan het eten te houden. Zijn vrouw na de bevalling van hun dochter meteen uitgeteld en jarenlang niet geschikt om te werken. De liefde verdween door de schoorsteen. Een collega op het werk nam voor haar de honneurs waar. Hij genoot kortstondig, tot ook die zwanger raakte en hij best in de problemen kwam. Scheiding, verhuizen, twee kinderen, hard werken, geen kansen op een goede opleiding meer. Vanaf zijn jeugd werd alles voorbestemd door omstandigheden waaraan hij zelf had bijgedragen natuurlijk. Gelukkiger werd hij er niet van, meer berustend. Zijn collega werd wel een goede moeder, lieve echtgenote, werkte ook hard mee en hielp zo om enige welstand te bereiken. Maar hij bleef toch over het algemeen ‘gewoon tevreden’. Van zijn dromen kwam niets uit, hij berustte er maar in. Thuis werd hij vertroeteld, de kinderen (hij kreeg er nog drie met zijn tweede vrouw) waren lief en zaten niet in de weg. Hij kon naar de kroeg, het voetballen, ze bezochten met Kerstmis de kerk, de familie keek tevreden toe. Ergens rond zijn 50e kwam het besef dat het wellicht te laat was om nog van het leven te genieten. Hij kocht zich een motor en ging toeren. Zijn vrouw bleef thuis. Zag niks in dat stomme ding. Maar vond het leuk voor hem. In die bocht van de weg langs het water ging het mis. Hij reed rechtdoor. Bewust of per ongeluk? Hoe dan ook, hij verdween. Met motor en al. Een olievlek was alles wat over bleef van de man en zijn dromen. Zijn weduwe rouwde even, zijn kinderen vertelden nog verhalen over hem. Maar na 1 jaar hertrouwde zijn weduwe met de lokale dominee. Hij was vergeten. Net als al zijn dromen….

Geliefde..

Altijd was zij op zoek geweest naar de ware liefde. Naar die ene die haar dat gevoel kon geven waarnaar zij zo verlangde. Die haar zou opvullen en haar hart sneller kon laten kloppen. Vanaf haar vroegste jeugd had zij er naar gezocht. Haar vader was er eerst geweest, maar ja, dat was haar vader. Vriendjes van school. Ach het mocht wat. Puisterige pubers die wel allerlei zaken van haar verlangden, maar waar zij niets in zag. Nee, het moest mooier, warmer en dieper. Op enig moment had ze het gevoel dat een gloed haar overweldigde, dat de liefde voor die ene bezit van haar genomen had. Dat gezicht van die man, die overgave, die uitstraling, ze was gevallen als een blok en hem gevolgd als een schoothondje. Ze had zich overgegeven aan zijn regels, zijn ritme, zijn wereld. Deed het werk dat hij van haar vroeg, leefde samen met hen die ook die liefde voelden en voelde zich uiterst plezierig. Een ding hield haar wel eens wakker, ze wilde zo graag weten hoe andere vrouwen dat toch deden. Van haar zussen die intussen getrouwd waren en kinderen kregen, hoorde ze wel eens iets over hoe dat allemaal ging. Ze bloosde dan wat en kon slechts dromen van haar geliefde. Ze wilde best een kind van hem, al had ze slechts een vaag idee hoe het dan daarna zou moeten gaan. Met hard werken bleef ze in staat dat verlangen in te dammen. Van uitstel kwam afstel. De tijd ging voort. Haar liefde bleef, het verlangen zakte wat weg. De plicht riep, elke dag weer. In het gebed vond ze haar vreugde. Morgen weer vroeg op….het leven van een non gaat niet altijd over rozen……

Ridder Brandewijn en het eindspel..

Ridder Brandewijn en het eindspel..

Stil was het in het bos. De maan was op zijn volste kracht en verlichtte het woud om de hut heen waarin Ridder Rogier verdoofd lag bij te komen van zijn verwondingen. Plotseling klonk een schelle kreet door de stilte. Het resultaat was een kakafonie van geluiden doordat alle wezens in het bos reageerden op die kreet. Rond de hut was het ook onrustig. De mannen van Ridder Rogier Brandewijn schudden met hun hoofd om de verdoving kwijt te raken die de bosfeeks over hen heen had gebracht. Maar dat lukte niet echt. In feite waren ze weerloos tegen de dreiging die op hen af kwam. Een dreiging die bestond uit een duister figuur die het meeste leek op een mens van vrouwelijke gestalte maar met de haren van een wolf en vurige ogen. Half gebogen liep zij naar de hut waar de ridder nog steeds naakt en afgedekt met wat geneeskrachtige planten en takken half buiten westen lag te luisteren naar al die vreemde geluiden. Hij wilde wel alert zijn, maar was elke kracht in zijn lijf kwijt. Wat gebeurde er allemaal met hem? En waarom lag hij hier, het hield hem al dagen bezig. Maar als die lieve verzorgster dan kwam en hem voedde en zijn wonden schoonmaakte en opnieuw afdekte, sliep hij vaak snel weer in. Vergat alles en had vrede met zijn situatie.

De gestalte buiten liep langs de mannen buiten recht op de ingang van het hutje af, stapte naar binnen en boog zich over de naakte ridder heen. Een grijns kwam op haar (want het was echt een vrouw..) gezicht. Zij ontdeed zich van haar grof geweven mantel, lachte nu met een adembenemende grijns waarbij haar lange hoektanden zichtbaar weren en keek met bloeddoorlopen ogen naar die stevige gestalte onder haar. Langzaam liet ze zich zakken en drukte haar onderlijf op de lendenen van de weerloze ridder. Die reageerde ondanks zijn halve bewusteloosheid primitief en fysiek en voelde de warmte van dat wezen bovenop hem. De vereniging van hun lijven voelde aan als een offerande aan de lust en de mystiek. Zij molk hem uit en toen beiden voelden dat er geen houden meer was aan hun passie beet zij hem in zijn nek. Hij kreunde van pijn en genot, beide emoties vielen samen maar tegelijk voelde hij dat elk leven uit hem werd gezogen via zijn nek maar dat hij via zijn onderlijf een nieuw leven naar binnen voelde vloeien. Toen hij weer bijkwam was het wezen weg, voelde hij zich verkwikt en ontdekte dat zijn wonden waren genezen. Hij had wat meer beharing op zijn lijf dan voorheen het geval was, maar bedekte zich met de kleding die hij kennelijk had gedragen voor hij hier terecht kwam. Buiten maakte hij zijn mannen wakker. Die keken hem met verbazing aan. De Ridder was veranderd. Hij had een baard, maar vooral heel andere ogen. Bloed doorlopen, en veranderd van kleur. Zijn paard vond hij een stukje verderop in het bos. En terwijl hij dat paard besteeg kijk hij nog eens om naar dat hutje en glimlachte. Een beetje enge glimlach….Waarbij zijn wat langere hoektanden zichtbaar werden. Zijn mannen huiverden. Onheil hing boven hun hoofd. Maar welk? Langs de aangevreten lijken van hun voormalige gevangenen rukten zij samen met de ridder op richting hun thuisbasis. De ridder sprak niet veel meer. Hij dacht aan thuis. Daar was iets meer te halen dan dit krachtige lichaam waarin hij verkeerde…. En de rest van het verhaal verdween in de krochten van de geschiedenis. (Het verhaal heeft geen verbinding met andere historische en heroieke sages en legendes die in de buurt van Arnhem worden verteld…)

Spiegelbeeld…

Spiegelbeeld…

Onlangs hoorde ik over een onderzoek van een of andere Nederlandse universiteit waaruit bleek dat veel jongeren een sterk negatief zelfbeeld kennen.

Met name jonge meiden zijn voor 60% ontevreden over wat zij in de spiegel zien. Opmerkelijk want juist jonge mensen zijn natuurlijk mooi van zichzelf. Ze glanzen, alle fysieke onderdelen functioneren probleemloos, ze verzorgen zich nog goed en eten macrobiotisch vanuit overtuiging. En toch… Wat is het referentiekader waaraan men zich spiegelt op die jonge leeftijd? Ik vrees veelal de verkeerde types. Mensen die zich bijna prostitueren op internet met zelf gemaakte vlogs of zoiets. Podcasts waarbij die modellen zich laten zien in een ideale omgeving en outfit. De gemiddelde kijkster meent dan dat haar borsten of buik te dik of te klein zijn, dat jeugdpuistjes slechts hen treft en dat ze ook een scheef gegroeid gebit hebben. Het verkeerde voorbeeld dat onzeker maakt e n soms zelf zeer ongelukkig. Ik vind dat erg.

Was ik er ooit zelf zo mee bezig? Niet echt. Maar ik ben dan ook van de andere sekse natuurlijk. Goed, ik had melkboerenhondenhaar waarmee weinig viel te beginnen, maar voor de rest zat alles op de juiste plek, waren die vroegere puistjes niet echt lang een punt van zelfkritiek en vond ik werken en studeren belangrijker dan het zelfbeeld. De meiden vielen niet in bosjes voor me, nou ja, dat zou nog wel komen, maar het was ook een andere tijd. Seks uit den boze en als je er al aan toegaf dan toch vooral heel voorzichtig. ‘Moeten trouwen’ was een gruwel. Ik weet nog dat ik tot op het strand met overhemd en stropdas was uitgedost. Dat hoorde zo (..) en je gaf dus meer om nette en schone kleding dan om andere dingen.

De spiegel was meer een toevoeging voor mijn moeder, ik zelf keek er slechts in als de das recht moest zitten. Ongelukkig was ik in ieder geval zeker niet door het spiegelbeeld. Later kwam ik nog wel eens mensen in mijn leven tegen die dat wel kenden. Doodongelukkig met hun uiterlijk. Altijd op zoek naar iets wat dat uiterlijk kon verbeteren. En sommigen zijn er nooit mee gestopt. Shoppen tot ze omvallen, make-up in tientallen potjes en doosjes, schoenen in zoveel soorten dat een beetje winkel zich er niet voor zou schamen. Elke modetrend volgend. Nou, het is aan mij voorbij gegaan. Liep er altijd in heel laag tempo achter aan. Alleen dat haar was een dingetje. Dat doorliep wel wat veranderingen. Bewust ook. Van de kuif met de scheiding tot krullen die ik gewoon kocht, daarna een gemillimeterde kop en nu de coupe Gillette. Ook al omdat ik dat makkelijk vind. Nee, aan mij is dat ongelukkige zelfbeeld niet blijven kleven. Maar daardoor heb ik wellicht ook wat medelijden met hen die daar wel onder lijden. 60% van de meiden! Woow. Best een groot deel dus. Zou daar ook deels de vertrutting vandaan komen? Zo bang voor het eigen lijf en het falen daarvan dat bloot geven niet meer kan of mag? Wat hadden wij het voorheen dan eenvoudiger….:) (beelden: Internet/archief)

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Steeds langzamer ging de groep met de ridder in het midden huiswaarts.

Niet alleen omdat een aantal van de eigen soldaten van Ridder Brandewijn gewond was geraakt, maar hij zelf ook en dat begon hem nu op te spelen. Ook onder de paar gevangenen waren een paar mannen er slecht aan toe en vielen soms zomaar neer. Dat vertraagde de thuisreis. Maar dat deed ook het slechte weer dat na de slag aan de rivier over hen heen was gekomen als een gordijn. De regen maakte de paden modderig en zwaar al spoelde het ook de bloedresten van de lijven en het vuil van de kleren die ze droegen. Toen ze weer in het woud terecht waren gekomen en de heuvels beklommen die richting Rosendael leidden werd het donker. Hoewel de bomen de regen wat tegenhielden was het wel duidelijk dat ze kamp moesten maken. Zo konden ze niet door en Ridder Rogier voelde zich niet goed genoeg om ook in de nacht door te trekken, al liet hij dat niet merken. Midden in het woud zagen ze ineens een lichtje. Zou daar iemand wonen? De Ridder stuurde zijn paard die kant op en hoopte dat het een boerderij zou zijn waar hij met zijn mannen onderdak kon krijgen en even op temperatuur komen. Het bleek echter een relatief klein hutje te zijn.

Niet veel meer dan dat. En om dat hutje heen zag hij allerlei voorwerpen in de struiken hangen die hem meteen deden vermoeden dat hier een heks moest wonen. Vanuit zijn geloof had hij daar een afkeer van, maar die heksen uit het woud konden met kruiden nog wel eens iets doen om wonden te verzachten. Dus stuurde hij een van zijn mannen naar de hut om de daar wonende bosfeeks te vragen om hulp. De vrouw die naar buiten kwam was niet oud, zag er niet vies uit, maar liep meteen op hem af en bekeek hem en zijn paard van boven tot beneden. ‘Heer, alles wat ik u kan bieden is ter uwer beschikking’ zei ze met zachte stem terwijl ze het paard langs de hals streelde. Ridder Rogier stapte af, wankelde en zou gevallen zijn als zij hem niet had tegen gehouden. Ook twee van zijn mannen hielpen hem en droegen hem bijna naar de hut van de vrouw die hen voor ging met een olielampje in haar handen dat ondanks de regen toch bleef branden. Ze legden Ridder Rogier in de hut op een bed van oude lappen en takken en ontdeden hem van zijn harnas. Toen pas merkten ze de vele wonden die hij in de strijd had opgelopen. Veel bloed was hij verloren. De vrouw stuurde de mannen weg. Vertelde waar ze bessen en ander voedsel zouden kunnen vinden en dat ze buiten hun kampement konden opzetten. Zij zou de wonden van de ridder wel verzorgen. Toen de mannen van Brandewijn waren verdwenen ontdeed ze Ridder Rogier van zijn zijn verdere kleding en pakte wat potten met kruidenzalf en andere smeersels en begon hem daarmee in te smeren. Zelf maakte hij dat nauwelijks meer mee. De vermoeidheid speelde hem parten, maar het bloedverlies had hem ook verzwakt. Op zijn paard was het nog wel uit te houden geweest, maar nu hij eenmaal lag….. De vrouw bleef een tijd met hem bezig, pakte toen een aantal bladeren en legde die op zijn verwondingen en pakte hem daarna in een soort van oude deken, gaf hem iets te drinken uit een kleine nap en legde haar hand op zijn voorhoofd. Maar dat maakte Ridder Rogier niet meer bewust mee….Hij sliep….koortsig als hij was en doodmoe van…..ja van wat ook al weer??

Ridder Brandewijn – 5 – Intussen thuis..

Ridder Brandewijn – 5 – Intussen thuis..

Terwijl onze ridder orde op zaken stelde in de bossen en op het laagland rondom het latere Arnhem, was zijn droomvrouw in zijn kasteel langzaam bij aan het komen van de avonturen die zij had meegemaakt in diezelfde bossen toen zij met haar vader naast zich onderweg was naar een nieuw bestaan elders.

Haar vader had bedacht dat zij naar een nonnenklooster in de buurt van Munster zouden kunnen reizen en daar dan met pelgrims richting het Heilige Land vertrekken. Hij om zijn zonden weg te laten wassen via doping in de Heilige rivier Jordaan, voor haar zou het een goede bescherming zijn tegen de gevaren van de moderne tijd. Want zijn schone dochter was nog maagd en zou wellicht een vermogende edelman goed kunnen dienen als echtgenote, maar dan wel een die ook in het geloof zijn heil zocht en de familie van zijn toekomstige gemalin kon onderhouden. Helaas had de overval door de bende van Boverie roet in het eten gegooid. Vader was flink in elkaar gemept en zijn dochter aan de haren meegesleurd naar een plek net buiten zijn zicht. En daar onderging ze heel wat vernederingen die zo ernstig waren dat ze er zelfs nu nog niet over durfde te praten. Men had haar onder haar kleed betast en bevoelt en nog steeds voelde ze die handen overal op haar lijf. Het had haar ‘vies’ gemaakt, en nog steeds was ze in onevenwicht en bad ze tot God en diens moeder Maria om haar te beschermen voor wat mogelijk te gevolgen waren van al die onreine handelingen.

Dat ze door Ridder Brandewijn en zijn dienstmaagden was opgevangen en schoongespoeld maakte nog niet dat ze zich beter voelde. Integendeel. Ze voelde nog steeds die angst voor wat die mannen bij en met haar deden maar ook de spanning die dat bij haar had opgewekt. En tegelijk ook dat overweldigende gevoel van de aanblik die Ridder Brandewijn haar had gegund toen hij haar niet alleen had opgevangen maar ook meteen in zijn glimmende harnas te paard achter haar belagers aan was gegaan. Zij wist niet wat verliefdheid was, maar dit gevoel wat haar warm maakte en overspoelde moest daar wel dicht in de buurt komen. Intussen werd ze maar verwend door de vrouwen die in het kasteel van de Heer Brandewijn voor haar zorgden. Ze kreeg heerlijke spijzen te eten, dronk een glas wijn bij het eten, mocht aanzitten bij de familie van de ridder die haar in haar geleende jurk zoveel warmte boden dat ze zich vrijwel meteen thuis voelde. Hier was ze beschermd, ook tegen haar vrome vader die haar maar bij die nonnen wilde onderbrengen en ook nog eens naar dat verre land van Christus wilde sturen. Alsof dat haar geloof extra zou versterken… nee, ze zag er meer in om bij deze familie te blijven, de ridder te dienen, en haar geloof uit te dragen op de wijze die zij zelf als meest voor de hand liggend deed ervaren. En ‘s-nachts in haar bescheiden kamer boven in het kasteel droomde ze van de ridder die haar zou schaken, kussen en beschermen tegen al die enge mannen buiten. En glimlachend werd ze dan wakker. Wachtend op de ridder die haar eer zou verdedigen en de wrede daden van die enge mannen zou wreken. (Dit is een verhaal…..geen verwijzing naar iemand of een gebeurtenis uit het verleden die ooit werd opgetekend in de vaderlandse geschiedenis…)