Werken op Schiphol – 26 – Terug na 13 jaar!

Werken op Schiphol – 26 – Terug na 13 jaar!

Zoals te lezen valt in mijn vervolgverhaal over werken voor en leven met de Vliegende Pijl, kwam ik op enig moment als dealer-directeur in conflict met de toenmalige aandeelhouders en was het nodig om op korte termijn door te schakelen naar iets anders.

Ik zocht en vond steun bij de toenmalige importeur van het mij zo aan het hart liggende merk, maar die kon me niet meteen plaatsen op een plek die ik ambieerde. En dus liep ik rond met toch een wat ongeduldig en onrustig gevoel over ‘wat nu’. Mijn oude vriend Victor die ik indertijd aan zijn baan en roeping had geholpen reageerde. Ook hij had diverse bedrijven gediend nadat ik was vertrokken bij dat vroegere transportbedrijf en had nu een aardige job bij een relatief onbekend maar wel erg druk logistiek bedrijf aan de zuidkant van Schiphol.

‘Of ik zin had om daar de sales en organisatie te ondersteunen naast de directeur van dienst’. Dan had hij meteen de vriendendienst uit 1970 met een wederdienst goed gemaakt, zo was zijn redenatie. Het eerste gesprek met die betreffende directeur verliep trouwens zeer plezierig moet ik stellen. Het geboden salaris leek prima, de baan uitdagend en de omgeving (weer vlakbij de start/landingsbanen) vertrouwd. Het tweede gesprek een paar dagen later verliep bepaald anders van sfeer en toon, het had me moeten waarschuwen. Maar ik had de antenne net even verkeerd afgesteld, dus verkocht mijzelf met overtuiging als de juiste man op de goede plek. Een paar weken later zat ik in die functie achter een relatief simpel bureau. De sfeer bij dat bedrijf was bijzonder. Men was net door een lastige fusie heen gegaan en zocht nu weer een eigen weg. Had Duitse en Amerikaanse aandeelhouders, die moesten met elkaar door de deur. De directeur bleek een van de aandeelhouders (wist ik toen nog niet) en schipperde een beetje tussen twee werelden.

Gelukkig was er in het verleden een stel erg grote accounts binnengehaald en werd er keihard gewerkt door het team. Samen met mij traden nog meer mensen in dienst op diezelfde dag van 1990, dat hielp wel mee om de weg in de structuur van die tent te vinden. Qua werk was er niet veel veranderd t.o.v. wat ik tussen 1965/77 bij dat eerder beschreven bedrijf had meegemaakt. Ik kon waar nodig al snel een handje bij steken. Of ik nooit was weggeweest. Maar er was ook veel onrust in die tent. Emotionele gesprekken tussen directeur en MT maakten me (ik zweeg toen nog..) duidelijk dat er veel mis was. De Duitse aanpak van het bedrijf was vreemd genoeg veel ‘wilder’ en ‘avontuurlijker’ dan de Amerikaanse. Daar was men gewend dat ‘New York’ bepaalde wat er in ons land gebeurde, maar daar had onze directeur maling aan. En zo waren er soms heel bijzondere gesprekken met de Amerikaanse partners. De aangeleverde ‘Sales leads’ waren talrijk maar nauwelijks serieus te nemen. Men stuurde van alles en nog wat op en verwachtte dan dat ik daar met de auto actief op af ging. Na een aantal compleet zinloze ritten voor dat doel staakte ik met deze inzet. Het bracht niks. Handiger was om eens te kijken hoe we meer konden verdienen aan de handel die uberhaupt al lekker doorliep bij dit bedrijf. En zo zette ik me in voor een getrapt tariefsysteem dat voor buitenlandse en soms binnenlandse relaties keuzes bood voor welke prijs men wat kon verwachten. Want men wilde indertijd heel graag met de KLM vliegen voor de prijs van Aeroflot, en dat was nogal een verschil. Onder mijn regie werd dit anders. En zo verdienden we aardig wat geld. Op zowel export als import zaten daar overigens teams van kanjers, die erg veel werk verzetten. Maar weinig erkenning kregen. Het waarom ontdekte ik pas later….. (beelden: archief/internet) (Zie ook: Leven met de Vliegen Pijl – 30 27/1/19 en 31 van 3/2/19)

Boerderijmuseum

WP_20150715_016Als uit de grootste stad van ons land afkomstig jong mens was een boerderij iets waar koeien rondliepen of hard werkende lieden met een paar stukken gereedschap ons toekomstige voedsel van de akkers haalden. Daarbij kwamen de verhalen van mijn moeder die in de oorlog nog wel eens moet boerenmensen van doen had gehad tijdens strooptochten die iets te eten moesten opleveren. Het totaalbeeld wat ik van dat boerenleven had was nooit al te positief. Nou ja, op de kinderboerderij wellicht. Als kind kon je daar kennismaken met een stel lieve diertjes die zelfs aaibaar waren. Die de nek omdraaien voor een lap vlees kwam in mijn jeugdige bolletje niet op. Vlees of kip kwamen van slager of poelier. Des te opmerkelijk wellicht dat juist ik me onlangs liet overtuigen om eens een kijkje te nemen in een museumboerderij. Dat complex is te vinden in de Meierij, niet ver van het Brabantse gehucht Heeswijk-Dinther.

WP_20150715_007Dat museum is helemaal opgebouwd op, rond en in een oude boerderij en men heeft voor dat doel de kalender stopgezet in 1900. En dat is voor moderne stadsmensen of voor hen die in ieder geval een zekere ontwikkeling kenden in de afgelopen decennia, een confronterende ervaring. De centrale expositie is opgebouwd in een boerderij die tot de jaren zestig nog in gebruik was. Een gemengde boerderij. Kortweg;  veeteelt en landbouw onder een dak. De boerderij zelf is er een van de oude soort met een woonhuis (waar men vaak met een man of tien samenleefde) een voorstal en een achterstal. Veel van de zaken die je krijgt voorgeschoteld zijn, in de tijd bekeken,  inventief en soms zelfs slim. Zoals het vroegere verwarmingssysteem met een centrale houtkachel/open haard die bij gebruik ook meteen het water in de stal warm maakte, maar ook kon worden gebruikt voor roken van worsten. Niets op deze boerderijen ging verloren, alles was bruikbaar en niets werd zo maar weggemikt. De slaapruimten zijn verhalen op zich waard.

WP_20150715_015Bedstee voor 4 kinderen en als het moest een vijfde er dwars tussen in. Boer en boerin half zitten in hun eigen hokje en de baby (je moest toch wat als je vroeg naar bed ging) op een soort plankier er boven. Het vee stond een ruimte verderop. Van koeien tot kippen, van varkens (vooral voor de slacht) tot wat ook. Als het maar bruikbaar en/of eetbaar was. In de achterste ruimte staan de gereedschappen en de wagens. Want kerkelijk (katholiek)was men in die dagen zeker en de kerk moest  op zondag bezocht. Het waren drukke en zware tijden. Werken, werken, werken en op zondag dat uitje naar de kerk. Interessante locatie dit museum, al werd het boerenleven hier en daar wel wat erg  overdreven positief of juist negatief gepresenteerd. Het complex wordt nu onderhouden voor een stichting door 75 vrijwilligers, deels afkomstig van dit soort boerenbedrijven. Die houden ook de tuinen bij (men eet groenten van eigen grond) en geven workshops voor de lokale jeugd.

WP_20150715_023Een erg aardig uitje dat niet de wereld kost, maar je wel even leert relativeren over wat er allemaal moest gebeuren op zo’n boerderij om het voedsel voor de stadsmensen te produceren. Je vindt het museum aan de Meerstraat 28 in Heeswijk-Dinther en de boel is hier open van april-september op dinsdag/woensdag tussen 10-12u of in de weekenden tussen 13-16.00u. Het spul is niet gratis, kost een paar Euri p.p. aan toegang, en je kunt wat bijdragen leveren aan de kas door een bakkie koffie te nemen met een plakje Brabantse cake. Erg leuk voor kinderen, laat ze wel even googlen wat bepaalde zaken kunnen betekenen. Want gerst, vlas, tarwe en zo meer zijn geen alledaagse termen voor kinderen. Zeker niet uit de stad. En die termen worden hier regelmatig gebruikt.