
Een van de meest bijzondere wagens die leasepa in mijn jeugdige jaren kortstondig in zijn wagenpark had staan was een Duitse Hansa. Een wat wonderlijk gevomde auto uit de stal van Carl Borgward. Hansa was bij dat toen nog grote automerk een van subfabrikanten, net zoals Goliath en Lloyd. Toch was dat sub-effect best wel relatief want Hansa kende ook meer dan grote en luxe modellen die soms onder de dubbele naam van zowel Borgward en Hansa uit werden gebracht. Uitgerust met een krachtige 6-cilindermotor van 2.3 liter die zelfs met automaat kon worden uitgerust. Anno 1952 best een duur ding, waardoor de verkopen bij ons in Nederland beperkt bleven. Naar ik meen kocht ooit volkszanger Johnny Jordaan er ook een….

Hoe dan ook, de auto die in onze familievloot acteerde voor dit verhaal was van een andere orde en droeg een (toen best unieke) boxermotor voorin met een inhoud van 1100cc. Hansa’s als deze kwamen eind jaren vijftig op de markt en waren leverbaar als sedan, stationcar en coupe. De vormgeving leek wat op die van Goliath en dat was geen extra verkoopargument. Alleen kreeg je bij dat merk dan weer een tweetaktmotor en was de Hansa altijd viertakt gemotoriseerd. Technisch was er weinig mis met de wagens van dit merk. Maar ze waren ook relatief onbekend. Als ik wel eens foto’s zie uit de jaren 50/60 waarin auto’s op onze wegen en in onze steden dienen als illustratie, is zelden of nooit een Hansa terug te vinden.

Nederlanders waren meer van merken als Opel of VW en ook nog de nodige Franse of Engelse merken. Meteen ook het grote euvel van alle merken uit de Borgward-stal. Relatief prijzig, mooi van techniek, betrouwbaar, maar vrijwel onbekend. En dat gaat door tot in onze huidige tijd. Ik durf te wedden dat de meeste lezer(essen)s hier nog nooit van Hansa hebben gehoord. Nu ging het ook nog eens ten onder tijdens het grote faillissement van Borgward als geheel in 1961. Van de in totaal pakweg 50.000 na-oorlogse Hansa’s die werden gebouwd zijn er nog maar weinig over. En die zijn nu prijzig. Die uit ons voorraadbestand van toen was na een dag alweer verkocht. Waren we er voordien wel een zondag mee weggeweest en hadden als kinderen die wonderlijke klank van een boxermotor voor het eerst van ons leven gehoord. Verder herinner ik me er niet veel van….Zoals dat gaat bij verdwenen auto’s en merken…. (Beeld: Archief)







Een wat? Een Gatso! Nooit van gehoord? Kan! Want dit automerk bestond maar kort en bouwde naar verluid precies acht auto’s. Een merk uit Nederland, opgezet door de indertijd befaamde coureur Maus Gatsonides. Geboren in 1911 in Nederlands Indie, en via een aardige carriere in de techniek op enig moment terechtgekomen bij Ford Nederland. Na de oorlog bouwde hij zijn eerste eigen auto. Onder de naam Gatford, wat ook wel een verwijzing was naar zijn oude werkgever en meteen duidelijk maakte met welke techniek hij het meest verwant was. Hij verbouwde daartoe ook Ford’s. 
Al met al zijn er naar de verhalen uit de geschiedschrijving precies acht auto’s gebouwd. Een daarvan werd zeer beroemd in ons land, de ‘Platje’, een zeer lage, fraai gelijnde sportwagen die na enige tijd een zwervend bestaan leidde door ons land. Ik heb de wagen in mijn jeugd nog eens zien staan bij het lokale garagebedrijf waar ik tegenover woonde. Men had plannen om de wagen te restaureren en weer racewaardig te maken, maar dat bleek toch best een opgave. En dus verdween de ‘Platje’ op enig moment weer richting een nieuwe eigenaar.
Nu is die auto ergens in Oost-Nederland onderdeel van een grote historische collectie. Gatsonides had intussen zijn faillissement meegemaakt en kwam in dienst van Ford Engeland waar hij o.a. zijn race-en rallyervaringen omzette in klinkende munt en ook de nodige successen want hij won in een Ford de Tulpenrally. Als technisch ingenieur was hij ook verantwoordelijk voor de befaamde (of beruchte) Gatsometers die de overheid inzette in de strijd tegen hardrijders. Veel van die dingen kwamen bij de politie in gebruik tot grote ellende van notoire hardrijders. Gatsonides werd uiteindelijk 87 jaar oud.
Na zijn overlijden werd hij gecremeerd. Zijn vele verdiensten voor autorijdend Nederland en Ford bewaard gebleven in de nodige boekwerken. Ooit een grote naam. En zijn Gatso racewagen rijdend bewijs dat hij in staat was tot meer dan alleen maar wat loos gepraat. (Beelden: Internet)