Zoals u heeft kunnen lezen in mijn blogverhaal van 8 maart jl. moest ik afgelopen weken een dag of wat voor mijzelf zorgen. Vrouwlief was op reis en dat vraagt de nodige inventiviteit mijnerzijds. Maar een ding is zeker, ik at niks wat ik zelf niet kan pruimen. Het waarom ligt besloten in het antwoord op de vraag of ik een lastige eter ben. Ja! Ik lust bepaald niet alles. En gruw van experimenten op dat punt. Dus geen liflafjes zonder gevoel dat het de maag enigermate vult. Ik heb bepaalde groenten sinds mijn onafhankelijkheidsverklaring een jaar of 50 terug, op de verbanlijst staan. Die komen er niet meer in. Oorzaak en gevolg! Thuis werd vroeger van alles en nog wat op tafel gezet wat ik niet lustte. We moesten dat dan alsnog opeten. Onder dwang desnoods. Soms met enorme hoeveelheden appelmoes om de smaak te compenseren.
Spruitjes, Savoije kool, tuinbonen, raapstelen, ik vond het allemaal vreselijk. Bloemkool was er ook zo een. Als we op vrijdag geen vlees aten, het katholieke geloof speelde toen nog een rol in huize Meninggever, kookte mijn moeder vaak gestoofde aal. Dat was op zich nog lekker ook. Maar die bijgeleverde wortelen kon ik maar moeilijk waarderen. En zo ging dat door. Eenmaal gewend geraakt aan de kookkunsten van mijn schoonmoeder ontdekte ik heel andere groenten en gerechten. Smakelijk en voedzaam. Later kwamen de gerechten uit andere landen. Indisch, Chinees, Italiaans, Grieks, Spaans, Italiaans, Tsjechisch zelfs, het was allemaal lekker.
Maar die groenten uit de jeugd kwamen en komen er niet meer in. Dat houdt in dat wij hier soms met twee pannen werken en apart gekookte gerechten. Vrouwlief is wel van de Hollandse pot. Veel meer dan ik. Maar veelal lukt het prima om samen een gerecht te nuttigen dat wij beiden lekker vinden. Maar die lucht van spruiten is voor mij nog steeds een brug te ver en reden om alle ramen tegen elkaar open te zetten. Hoe dan ook, wie mij uitnodigt om lekker te komen eten krijgt meestal vooraf op wat ik wel en niet blief. Beter eerlijk dan confrontatie achteraf. Dus geen broccoli s.v.p. en al die andere soort dingen. Er is nog zoveel wat ik wel lust. Maak het me niet zo moeilijk dus. Of nodig me dan maar niet uit. Maar ik merkte dat dit bij de lieve vrienden en familie er niet in zat. Ik was meer dan welkom en de pot werd aangepast. Leidde tot gezelligheid en smakelijk eten. Echt smakelijk. Zoals ik het graag wil. Aanmatigend ook, maar dat is me zelf goed bekend….(Beelden: Internet)

Maar liefst dertien pausen droegen ook mijn naam en dus zal er wel een link te vinden zijn naar de katholieke kerk bij het verkrijgen van die naam na mijn geboorte. Best logisch als ik naar mijn achtergrond kijk, al zie ik ook wel dat ik deze naam vooral toch te danken heb aan vernoeming naar mijn biologische vader die hem ook al droeg. Zo ging dat indertijd, vernoeming was een soort eer voor degene wiens naam werd gebruikt voor de nakomeling. En dus bepaalt die naam ook vaak de periode waarin je bent geboren. Ik denk dat mijn naam maar weinig meer voor komt in de moderne lijst van namen voor jongens anno 2017. Nee, ik ben echt een kind van mijn tijd. Maakt me niet minder trots hoor. Die naam heeft een uitleg die er zijn mag. ‘Leeuw’ de meer normale vertaling, maar er is ook een verwijzing naar ‘sterk door genade’. Of dat laatste nu echt een karaktereigenschap is die ik bezit is zeer de vraag.
Maar ik laat het me uiteraard graag aanleunen. De wijsheid die ik hiervoor oreerde komt uit een boek over voornamen dat ik onlangs in nieuwstaat vond bij een kringloopwinkel voor een prikkie. Redelijk recent uitgegeven, en met uitleg over ongeveer elke voornaam die je maar denken kunt. Mooie inspiratiebron voor hen die geen benul hebben hoe ze hun kind over een paar maanden gaan (be)noemen en er ook nog iets origineels aan toe willen voegen. Dat was in mijn tijd wel anders. Nog los van al die Latijnse namen die je eigen roepnaam iets chiques moesten geven, maar die vooral door het aangehangen geloof van de ouders werden ingegeven. En voor elke gelegenheid kwam er wel iets bij. Een katholieke vormnaam of zoiets. Door de jaren heen zijn we op het gebied van namen vrijer geworden. En zoeken het in de bijzondere thema’s. Jan, Piet, Klaas, Henk, Joop, het is allemaal voor het verleden gereserveerd. Modern en aansprekend moet het zijn en dat houdt in dat je over een jaar of veertig wellicht een naam draagt waarvan niemand snapt waarom je die ooit kreeg.
De vernoeming naar voetbal- of andere sterren is er zo een. Los van Johan Cruyff zijn er maar weinig sporters die na een halve eeuw nog door het leven gaan als halve afgoden. In mijn specifieke situatie zie je ook dat de godsdienst geen echte invloed meer heeft en dus dat die typische naam geverij die daarbij hoorde niet meer wordt toegepast. Dat doet men dan in andere stromingen toch wat anders. Bedenk maar eens dat er heel wat Mohammeds worden geboren, als verwijzing naar de profeet van dat relatief nieuwe geloof. In de Christelijke kerken is men gek op de naam Jezus maar is vernoeming toch een beetje heiligschennis. Nee, dan is Johannes (naar De Doper) beter. Maar dat leidt dan weer in de praktijk tot Jan of Joop en omdat die namen zo ouderwets aan doen zoeken we het meer in moderner equivalenten. Of je daar dan net zo trots op zult zijn als ik ben op mijn naam is de vraag. Een echte Leeuw kan dat, ook al ben je dan qua sterrenbeeld gewoon een Steenbok….
Nu ben ik altijd wel letterlijk een aardig verhalende dromer geweest, maar dan wist ik wel waardoor e.e.a. werd opgewerkt. Algemeenheden, angsten, zaken die me raakten in de huidige of zeer recente geschiedenis. Vertaald naar een verhaal waar ik zelf een rol in speelde. Maar als die dromen de echte geschiedenis gaan vertellen, waarbij mijn carrièremoves een rol spelen, wordt het toch wel vervelend. Ik sloot sommige van die tijdperken af door iets compleet anders te gaan doen en de vorige fase te vergeten of mee te nemen als aardige leerschool. Wat ze meestal ook waren. Ook als ik zelf een paar negatieve beslissingen nam in zo’n tijdperk, dan nog leer je er als mens van. Als het goed is en je in staat bent over je eigen feilen heen te kijken. Dat laatste is niet iedereen gegund heb ik wel ontdekt en juist die mensen kom ik dan altijd weer tegen als ik met die dromen bezig ben. Malloten, nikskunners, allesweters, jaloerse lieden, misgunners, wraakzuchtigen, roddelaars, kortom het bekende rijtje types die je in het echte leven zo dwars kunnen zitten als jouw weg van zwart naar wit loopt of van helder naar eerlijk.
Ze maakten kennelijk veel indruk. Althans voldoende om me dwars te zitten in de slaap. Terwijl de mensen waar je echt iets aan had, waar je veel van leerde, die aardig liefdevol en vriendelijk waren en soms zelfs dat niet eens, geen hoofdrol krijgen aangeboden in dat snurkende verhaal dat alleen in de eigen geest wordt verfilmd. Nee, dat boek maakte meer los dan me soms lief is. Als dat nu net zo gaat met de inhoud is het goed. En voor wie daar interesse in heeft, ja, de laatste ronde correcties nadert zijn einde. Het moet dit jaar gaan lukken om het in druk richting lezers te krijgen. Wellicht dat die dan met mij mee kunnen dromen over een wereld die bijna niet meer bestaat maar zoveel invloed had op mijn persoonlijke ontwikkeling. Toch iets waard….al is het maar een reeks bijzondere dromen. En jullie beste lezers? Hoe zit het met jullie dromen???
Het was mijn passie voor vliegtuigen die mij als jong mens deed besluiten een ‘carrière’ bij een grote bankinstelling op te geven en te gaan voor een baan bij een luchtvrachtkantoor op Schiphol. Het werk daar was wel iets heel anders dan wat ik gewend was geweest op dat grote bankkantoor in hartje centrum Amsterdam. Omdat we maar met twee mensen ons bedrijf (met hoofdkantoor in Rotterdam en een groot kantoor met loodsen in Amsterdam) in de luchtvaart vertegenwoordigden moest je ook echt alles zelf doen. Dus na een dagje vrachtbrieven maken en manifesten plus de benodigde paperassen voor de douane hier of elders, moest je dan de dozen of kisten die mee moesten met de bestemde vluchten zelf voorzien van de benodigde stickers en dat spul dan uitklaren en aanbieden bij ofwel het afhandelkantoor van KLM of Aero Ground Services. Je liep of reed daarbij over het platform van Schiphol en dat was in de zomer leuk, in de winter wat minder. Mijn toenmalige chef deed overigens precies het omgekeerde.
Hij was altijd meer een importman geweest en deed nu het werk van een declarant. Maar dat kantoor werd door onze inspanningen uit de klei getrokken en al snel groter en groter. Binnen de kortste keren werd er voor dat importgedeelte een man aangetrokken die de declaraties zou doen, en voor het loodswerk kregen we een ‘vrijmaker’ in dienst. Iemand die goed kon omgaan met de douane en de afhandelaars. Voor de export was er intern niet zoveel belangstelling. Niet dat het niet liep hoor. Het was ook op dat deel van het bedrijf gewoon druk. Dat kwam nu volledig op mijn nek terecht. En dat was soms best zweten. Nu hadden we door actief verkopen al snel een breed klantenbestand. Waaronder een bedrijf in Nijverdal dat dieren verhandelde. Van kanaries tot bruine beren. En die eigenaar daar had weinig op met kantooruren. Als hij bedacht dat er iets vandaag naar een klant moest dan meldde hij dat meestal pas tegen de avond. Dáág thuisdiner. Vanuit Nijverdal kwamen de kisten of dozen met dieren dan (hopelijk op tijd) per Spoorexpresse (jaja toen nam de NS nog vracht mee in haar treinen) aan op het Amsterdamse CS, waar ik het spul dan als export-verantwoordelijke op haalde, voorzag van de voor luchtvracht benodigde labels, en transporteerde naar Schiphol, waar het uitklaringsproces kon plaatsvinden en de tijdige aanlevering bij de KLM. Vaak bestemd voor de Swissairvlucht die heel laat in de avond naar Bazel vertrok. Een andere keer moest het mee met de Japan Air Linesmachine naar Tokio.
Nu had ik wel rijervaring met de bedrijfsauto (een Ford Taunus) maar nog geen rijbewijs. Dus dat vervoer van huis naar CS en tussen CS en Schiphol moest ik dan maar op eigen gelegenheid regelen. In de praktijk hield dat in; op de brommer! Mijn toenmalige chef keek niet zo nauw. Vooral in de winter geen pretje. En hoe ik die diertjes in hun smalle behuizing door de ook toen vaak schrale wind mee wist te nemen is achteraf gezien een veiligheidswonder. Was de missie dan gelukt reed ik op dat zelfde brommertje in de donkerte en koude weer terug naar huis en stapte volkomen verkleumd in bed bij mijn toen nog piepjonge echtgenote die me gelukkig vaak weer wist op te warmen tot meer normaal menselijk niveau. Mijn geklaag over deze wel erg geimproviseerde situatie deed chef Ruud besluiten om niet alleen mijn rijbewijs te laten verzorgen (in 9 lessen behaald via een collega die er als instructeur bij beunde) maar ook een nieuwe VW Bus aan te schaffen die ik daarna mee naar huis kreeg als er weer een dierenzending aan kwam. Het scheelde veel. Al bleef ik er wel op mopperen. Maar ik leerde er echt veel van. Problemen oplossen, hoe groot de uitdaging ook was. Lukte altijd. Nog profijt van. Alleen ga ik daarna niet meer met de Puch naar Schiphol. Toen dat VW Busje mijn vaste vervoer werd, ging die de deur uit. Daar heb ik lang spijt van gehad. Maar ach, je kunt niet alles bewaren. Ben al blij met de herinneringen…
Valt het jullie ook op dat zodra er zicht is op een beetje afwijkend weer ergens een ‘weeralarm’ met kleuren wordt afgegeven? 2 cm sneeuw is goed voor code geel, oranje of rood. Dreigend onweer of storm zorgen voor dito aanduidingen. Alsof we ineens zijn veranderd in watjes die niet meer weten hoe om te gaan met dat soort bijzonder weer. Nu was het deze eerste maand van het nieuwe jaar 2017 wel zo dat bijna 500 ongelukken en aanrijdingen plaatsvonden toen we voor het eerst in lange tijd weer eens een dagje sneeuw en ijzel in ons land meemaakten. Men gleed van de weg, schaarde, draaide om de as of schoot in een sloot. Vaak veroorzaakt door datgene wat ons Nederlanders veelal parten speelt; zelfoverschatting en gladde of verkeerde banden. Wij fietsen ook bij ijzel gewoon door. Niet verstandig.
Misschien is het wel zo dat die waarschuwingen zijn gericht aan hen die maling hebben aan elke vorm van voorzichtigheid. De Selfie in de sneeuw belangrijker dan opletten op de weg. Het kan allemaal. Maar ik heb zelf in mijn leven heel wat echt zwaar weer meegemaakt en reed ook altijd door. Zoals die keer in de jaren tachtig dat Nederland echt compleet vast liep en de files enorme vertragingen veroorzaakten. Ik werkte in die tijd in Amsterdam en zat qua verantwoordelijkheid op een dealerbedrijf voor mijn favoriete merk. We woonden in die periode in Almere en moesten die avond als altijd terug naar huis. De sneeuw lag echt heel dik op straat en er werd minder geveegd of gepekeld dan nu.
Mijn toenmalige bedrijfsvoertuig was een Skoda Rapid Coupe, een heel fijne wagen, motor achterin. Volgens de fabrikant (en mijn verkoophandleiding) een groot voordeel omdat de motor op de aangedreven wielen stond. Klopt zeker, want de sportief ogende Skoda ging als de brandweer dwars door al die sneeuw heen waar anderen met doorslaande wielen moeizaam vooruit glibberden. In de polder werd het een stuk lastiger. Daar was de berg sneeuw nauwelijks ingereden, de polder was toen nog niet zo in trek als nu het geval is. We waren laat en ik stuurde de intussen door een intense sneeuwval zelf ook wit geworden auto die daardoor langzaam aan een soort rijdende sneeuwpop was veranderd, richting ons huis. Een straat voor de afslag naar onze buurt stond daar toen de enige postbus uit de omgeving en wij hadden een hele stapel enveloppen met inhoud bij ons die echt weg moest. Dus ik draaide gewoontegetrouw de straat in waar die bussen stonden en…..liep muurvast. Er lag iets van een meter sneeuw en de Skoda kon niet meer voor- of achteruit. We knokten ons door de portieren naar buiten. Deden eerst de post in de bus, die net nog maar net boven de opgewaaide sneeuw uitstak en begonnen met graven. Na een kwartiertje noeste arbeid was het gedaan en waren we weer vrij. Dat waren nog eens sneeuwbuien. Eenmaal thuis lag er een meter sneeuw tegen de garage- en huisdeur. Weer graven. Kortom….Code rood? Watjes…..! (Beelden: Internet)











