Op de 25e juni vorig jaar verruilde onze grote vriend Yde het tijdelijke voor het eeuwige. Zijn overlijden kwam als een grote schok. En anders dan je wel eens meer hebt bij dit soort gebeurtenissen, ebden de schokgolven niet zo maar weg. Nee, hij bleef intussen een jaar lang onderdeel van het dagelijkse leven. Gesprekken, anekdotes, data. Hij bleef in onze gedachten. Dat is toch wel typerend voor iemand met een grote wijsheid en interesse. Iemand die oprecht bezig kon zijn met de wereld om ons heen en daar een mening over vormde die weliswaar stellig, nooit in beton gegoten was. Het afscheid van Yde maakte ook duidelijk dat zelfs de grootste en stevigst gewortelde eik kan worden geveld door zoiets akeligs en afschuwelijks als de ziekte waaraan hij leed. Een strijd die door allerlei complicaties niet te winnen bleek. Afscheid nemen was niet echt mogelijk, hij vertrok zonder enig overleg. Niks voor hem. Altijd plande hij zijn reizen goed, dacht na, nam veel bagage mee, en liet weinig aan het toeval over. Zijn laatste reis was minder gepland en dat zorgde ook voor die beschadigingen bij allen die hem wat beter kenden, de familie uiteraard op de eerste plek. Onlangs was er een feestje in die familie. Goed georganiseerd, geweldige gastvrijheid, leuke sfeer. Maar wat misten we hem. Altijd goed voor een verhaal, voor een grap, voor een overweging over de ‘Fransen’ die de wereld al heel snel beter zouden kunnen maken ‘als…’. Zijn stoel staat nog steeds in huis. Ik heb er sindsdien nooit meer in gezeten. Past niet bij het eerbetoon. Een jaar geleden alweer. En nog steeds doet het pijn. Is dan het bewijs niet echt geleverd dat de man behoorde tot de intieme vriendenkring waarvan een gemiddeld mens er vaak maar zo weinig heeft? We nemen een glaasje op zijn herinnering. En houden zijn herinnering in ere! Salut!
Tagarchief: herinnering
Bewijs geleverd……
Tijdens mijn voorbereidingen op het nog uit te brengen boek over mijn leven met en voor het automerk met ‘de Vliegende pijl’ in het logo zocht ik heel wat oude albums af naar plaatjes die mijn jeugdjaren en de stempels die deze zetten op mijn latere keuzes voor dat merk met die pijl konden onderbouwen. Zo was er ooit lang geleden een Studebaker in gebruik bij mijn leasepa. Een witte met rode bekleding, die ik me nog goed kon herinneren. Maar in de foto-albums die in de familie bestaan was het bewijs voor dat Amerkaanse rijgenot niet terug te vinden. En het was toch echt geen fantasie, maar werkelijkheid. Die kwam deels doordat broerlief en ik vaak anekdotes ophaalden uit de tijd dat onze moeder met bontjas en mooiste jurk aan op vrijdagavond in de (voor zijn tijd) enorme slee stapte om zich in stijl te laten vervoeren naar het hier toen nog bekende etablissement Slotania in het Amsterdamse Slotermeer. Daar wil je nu niet meer gezien worden, gevaarlijke hoek van de stad, maar toen echt creme-de-la-creme voor een hapje en drankje. Mijn ondernemende oom Frits woonde daar om de hoek in een chique flat en die schoof dan met zijn gezin aan om de week uit te luiden en een vorkje bij te steken.
De Studebaker was een best grote auto naast de toch ook best imposante Opel Kapitan van Oom Frits. Maar waarom werd die Studebaker indertijd niet op de gevoelige plaat gezet? Ik bleef zitten met raadsels. Wel plaatjes van vele Skoda’s, IFA, Hansa, DKW etc., maar geen Studebaker. Was het wellicht omdat mijn moeder liever een Pontiac had gehad voor de deur? Of omdat de vette Yank er na enige tijd motorisch de brui aan gaf en aan een stevige motorrevisie moest. Feit is dat ik me die ritjes met dit luxe auto zelf ook nog goed kon herinneren. Al was het maar omdat mijn straatvrienden met bewondering keken naar die wekelijkse uitjes waarbij ik in mijn beste kleding mee mocht op de achterbank. Geen groter genoegen dan vol gas de straat uitrijden.
Wellicht was dat later de reden voor die motorschade? Onlangs zat ik op visite bij broerlief en we scharrelden door een blikken trommel vol oude plaatjes die nog kwamen uit de nalatenschap van ons beider moeder. Die is al een tijdje geleden gaan hemelen, maar die foto’s waren nooit echt boven water gekomen. Nu dus wel, en tussen alle bekende en onbekende mensen zagen we ineens dat ene bewijs voor het bestaan van die Studebaker uit onze jeugd. Ons moeder centraal in beeld. Met een guitige blik, achter het stuur van de enorme auto, terwijl ze zelf helemaal niet kon rijden. Maar wel ook in een bosomgeving, ergens in Nederland. Favoriet uitje van mijn moeder die gek was op de natuur. En zo werd een oude herinnering bevestigd en kwam een stukje historie terug uit een periode waar we als ‘kinderen’ best met een dubbel gevoel aan terugdenken. Maar dat is niet de schuld van die schitterende Studebaker. Meer van de toenmalige inzittenden…
Het einde van het rekbare leven…
Een van de dingen waar wij mensen maar niet goed mee om weten te gaan is de dood. Nu is de ellende ook dat van alle mensen die ons voor gingen over de drempel van het tijdelijke naar het eeuwige, niemand is terug gekomen om even uit te leggen wat die dood nu precies voor ons allen in petto heeft. En dus gissen we er op los, koesteren ons in een of ander geloof dat het na de fysieke dood nog een tijdje door zal gaan ten bate van onze ziel of vrezen we dat einde omdat we dan niet meer onder dierbaren kunnen verkeren. Feit is dat heel veel mensen bezig zijn om die dood ver van ons te houden. We willen weliswaar allemaal oud worden, liefst in goede conditie en hopen dan op het 100-jarigenschap of nog wat verder, maar het moet wel leuk blijven. Mensen rekken lijf en geest zo ver mogelijk op en door de moderne wetenschap zijn we ook in staat om wat vroeger leidde tot het einde, nu via allerlei kunstgrepen uit te stellen. We bestrijden kwalen, geven onze genen wat extra kunstmest en andere stimulansen mee om langer door te gaan en weten nu al dat de volgende generaties moeiteloos naar de 100 jaar zullen gaan, mogelijk zelfs 120 jaar verder kunnen.
Bedenk daarbij maar eens dat aan het begin van de 20e eeuw die gemiddelde leeftijd eerder bij 60-65 lag dan bij de huidige 78/80. Kortom, het leven is rekbaar, de dood komt uiteindelijk zelfs voor de oudste bewoners van deze aardkloot als een onafwendbare beslissing op ons af. Dan doen we ons best om dat voor hen die het treft zo goed en rustig mogelijk te laten verlopen en herdenken daarna hen die ons ontvallen. We trachten herinneringen vast te houden en ook via tastbare zaken te zorgen dat de overledenen recht wordt gedaan. Over tien jaar is die herinnering al aardig vervaagd vrees ik. Meestal gaat dit zo en na een paar decennia ben je als mens ook op dat punt verdwenen. Opgegaan in het stof van de vele miljarden mensen die ons voor gingen in die weg naar het einde.
Schilders, schrijvers en componisten maken nog wel eens kans herinnerd te worden, mits talentvol, en een enkele dictator ook nog wel. Maar de gemiddelde mens? Vrees van niet, ook al doen sommige nabestaanden van min of meer bekende mensen nog zo hun best om die nagedachtenis in leven te houden. Onlangs zag ik een programma over oude toneelspelers. Grote namen uit het verleden bleken bij hen nog te leven, maar bij een jonger publiek, de huidige 30-40-jarige waren die namen compleet onbekend. Opgegaan in het verleden, verdwenen in het grote niets. Net als geldt voor normale mensen. Wellicht dat er over 100 jaar weer eens over wordt nagedacht. Maar de kans daarop is klein. Je moet dus bij leven aan je eigen imago werken en dan genieten van alle loftuitingen die je passen. Want eenmaal over en uit is men je zo vergeten….
Dierenliefde….
Als er dieren in een bos aan me voorbij lopen of ik zie iets op tv over roofdieren in de jungle krijg ik er geen enkel echt emotioneel gevoel bij. Sorry voor hen die deze dieren zien als veredelde huisdieren, ik heb er weinig mee. Maar kom niet aan de huisdieren. Net als veel anderen dicht ik mijn poezen of vroegere hond bijna menselijke karaktertrekken toe en kan ik enorm genieten van het gespleten karakter dat veel van die diertjes vertonen. Voor en tegen, lief en puberaal baldadig. Ik kan er door smelten. En dat is altijd zo geweest. Van jongs af aan met huisdieren opgevoed. Altijd een hond of kat in de buurt en soms kon je daarmee de gesprekken voeren die met de in een wat meer georganiseerd gezin aanwezige mensen zouden moeten plaatsvinden. En het leek soms of die dieren je dan begrepen. Nu was het met die hond van vroeger thuis best wel lastig om even goed met hem te praten. Zijn haren hingen altijd voor zijn ogen en als je hem de keuze gaf tussen ‘verse waar’ of een gesprek was zijn primaire keuze niet zo lastig.
Zelden zo’n sukkel meegemaakt. Groot, sterk, maar met de intelligentie van een pinda. Als het er op aan kwam, mijn stiefvader had hem ook een beetje voor de veiligheid in huis gehaald, niet gek gezien de handel waarin hij toen zat, had je niets aan het beest. Hij zag dan te weinig om in te schatten wie hij nu moest ‘pakken’ en dus werden de huisgenoten aangepakt en konden de meeste kwaadwillenden probleemloos weg lopen. We zaten wat bij de Eerste Hulp. Maar nam je hem mee op straat was het een prima metgezel. Mythische proporties nemen de verhalen over het beest aan, en dat geldt ook voor de zaken die ik meemaakte met onze Purdy, de enige hond die ik in mijn eigen huis ooit heb aangeschaft. Wat een schat van een beest was dat en wat een plezier hadden we er mee. Maar dan vergeet ik wel voor het gemak de vernielde meubels, deursponningen, de opgegeven kussens, en de narigheid van de eindfase van ‘zijn’ leven.
Huisdieren zijn geweldig, als alles goed gaat. En je hebt naast vreugde aan het begin ook veel verdriet aan het eind. Geldt voor de meeste mensen die ik ken en iets hebben met hun huisdieren. Ze zijn trots op ‘hun diertjes’, vertellen er (net als wij) graag over, en zijn compleet van de leg soms als zo’n diertje naar de dierenhemel is gegaan. Kom daar maar eens om bij dieren in het wild. Je hecht je er niet aan en als er eentje dood gaat is dat ‘de natuur’. Genuanceerd dus, die dierenliefde. En soms lopen die zaken dwars door elkaar als we het zielig vinden dat vee wordt geslacht, vissen gevangen en wilde dieren in dierentuinen of circussen opgevoerd. Lastige kwestie die soms leidt tot heftige discussies. Mag hoor, zeker hier. Dus…komt u maar!
Genieten van simpele zaken
Zet mij op een Amsterdams terras aan een leuke gracht, in goed gezelschap en bij een aardige versnapering en ik geniet. Kan ook op een zelfde soort lokatie aan de Rijn hoor, zoals we wel eens deden in Rees of Emmerich. In het zonnetje, kijken naar wat er zoal voorbij komt en een gesprek dat ergens of zelfs nergens over gaat. Het kan mijn gelukshormonen aardig prikkelen. Simpele lieden hebben niet zo veel nodig denk ik. Nou ja, een soort bescherming in de vorm van een huisje, een paar diertjes en/of hobbies voor de ontspanning en op de juiste tijden wat liefde, eten en drinken wellicht. Onlangs had ik op Facebook nog een discussie over wat mensen gelukkig(er) kan maken. Is dat puissante rijkdom, een verlichting van persoonlijke armoede of genezing van een of andere akelige kwaal? De stelling was al snel dat rijke mensen niet gelukkiger zouden zijn dan arme. Ik vind dat een lastig te verdedigen stelling. Rijkdom kan het leven namelijk flink gemakkelijker maken en zorgen dat je niet de hele dag hoeft te piekeren hoe je deze week weer rond komt met je bescheiden budget of hoe je af kunt komen van bepaalde pijnen.
Want, gezondheid is vrijwel niet te koop, de genezing of onderdrukking van onnodige pijnen vaak wel. En de rijkeren onder ons hebben dan meer kansen op een draagbaar leven dan zij die gewoon weinig of zelfs helemaal niks bezitten. Hoe zeer we ook ons best doen mensen, de scheiding der geesten op inkomensgebied is steeds groter aan het worden. De echte rijken, ik heb het nu niet over hen die door middel van hard werken een aardig inkomen verdienen, nee, de e c h t rijken verdienen in ons land meer dan ongeveer de helft i.v.m. de rest onzer bevolking. De drie rijkste families hebben meer te verteren dan vele miljoenen anderen. En dat wordt niet beter. Dus is dat geluksgevoel een beetje ongelijk verdeeld, al zal het best zo zijn dat als je een vierde Ferrari of vijfde Jaguar aan je garage kunt toevoegen, je toch een beetje minder opgewonden raakt dan bij de eerste auto van dit type. Voor anderen kan het een nieuwe fiets zijn of een andere camera. Maar mensen, ik weet nog dat ik een paar jaar geleden ineens werd geveld door een akelig lichamelijk gebrek dat er toe leidde dat ik mij moest overgeven aan de bekwame handen van een chirurg in het lokale ziekenhuis. Het was een akelige periode, en ik weet nog dat ineens niets meer telde voor me. Ik kon niet echt meer genieten van wat mijn leven nu nog steeds aangenaam maakt, het interesseerde me niet, ik wilde af van die kwaal. Zo zie je wel meer hoor.
Onlangs in de omgeving nog meegemaakt. Een paar gevallen van akelige dreigende ziekten zien ontstaan bij goede vrienden en bekenden. En dan zie je vrijwel dezelfde reactie. Dat WK voetballen is ondergeschikt aan wat er moet gebeuren en de triviale zaken van hoe de buren hun auto afbetalen of dat de buurman een nieuwe vriendin heeft met medeweten van zijn echtgenote is ineens compleet onbelangrijk. Geluk is dat je weer gezond wordt en dat je die momenten van herstel intens kunt beleven. Zou het nu ook zo zijn dat je op oudere leeftijd anders om zult gaan met die geluksmomenten? Dat je koestert wat nog is en zo min mogelijk om kijkt naar wat ooit was? Omdat je anders wellicht ongelukkig wordt door het idee dat je ‘dit’ of ‘dat’ nog had willen doen, nooit deed, en daar nu jezelf wel voor de kop voor kunt slaan? Geen idee, moet nog een beetje volwassener worden om die ervaring zelf te ondergaan. Voordien maar zoveel mogelijk van al die momentjes genieten die weinig kosten, maar in mijn leven en optiek zo kostbaar zijn.
Selectief geheugen
Voor iemand als ik ben, is het onthouden van zaken uit een lang geleden verdwenen verleden soms lastiger dan voor andere mensen. Ik beschreef al bij een eerdere gelegenheid de bijeenkomst met vroegere jeugdvrienden die me allerlei namen noemden van lieden die bij mij allang in een zwart gat waren verdwenen. Maar ik kon wel weer feilloos opnoemen welke auto’s in welk jaar in dienst kwamen bij het tegenover ons huis gelegen garagebedrijf en ook welke vliegtuigen er op welk moment over onze straat heen richting Schiphol toerden. Het is maar waar je interesses liggen. Zo ging het mij ook vaak in werksituaties. Ik ben meer een werkbij dan een dartelende koningin met aanmatigende luxe streken. Werk gaat voor het meisje en vrouwlief weet wel dat ik dat al die jaren zeer letterlijk nam. En dus doet zich in dat geheugen ook op dat punt het zelfde verschijnsel voor. Ik heb kennelijk een delete-knop voor zaken die ik als onbelangrijk of triviaal afdeed indertijd, maar weet me andere dingen nog tot in detail te herinneren. Mensen die mij een streek leverden kunnen dus soms rekenen op volkomen vergeving, domweg omdat ik niet meer weet WAT ze me flikten, anderen zullen geen rustig moment meer genieten als het aan mij ligt, zij lagen dwars op de koers die ik voer richting het doel van de taak waarvoor ik was gesteld.
Daarbij ken ik ooit een vrij groot loyaliteitsgevoel en stelde ik dat vaak in dienst van hen die boven mij waren aangesteld. De taak werd uitgevoerd, door roeien en ruiten, en dat wordt je dan best wel eens nagedragen. Maar no hard feelings s.v.p., zelden was iets echt persoonlijk bedoeld hoor….. In het derde boek wat ik nu aan het schrijven ben komt dit soort zaken ook voorbij. Ik merk aan mijzelf dat ik vrij afstandelijk kan schrijven over zaken die voor anderen wellicht als heel vervelend zijn overgekomen. Ik noem het maar een typisch gevalletje ‘bijkomende schade’. Hoe ik nu toch tot deze filosofische benadering van mijn selectieve geheugen kom zit hem in iets eigenaardigs wat me onlangs overkwam. Ooit werkte ik als jonge vent op Schiphol. De branche kent inmiddels grote veranderingen, ik ben er in 1977 uit vertrokken. De wereld van de vierwielers trok me nog meer dan die van de gevleugelde vrienden. Maar die vroegere concullega’s organiseerden een erg aardige reunie voor oud-managers uit die periode en wij kwamen onlangs bij elkaar. Ouder geworden, soms ook wijzer, en zeker in zijn algemeenheid fysiek een stukje zwaarder. Gezellige sfeer, dikke verhalen, soms verrassende zaken.
Uit alle aan de lange stamtafel georeerde verhalen bleek dat bij sommige figuren wrok leefde t.o.v. anderen. Ook mij viel dit ten deel. Na 40 jaar! Dan moet het wel heel erg zijn geweest. Maar ik heb geen benul waar de man in kwestie het over had! En een deel van de door hem aangehaalde en in zijn frustratie meespelende hoofdrolspelers van toen is gaan hemelen of geemigreerd, zoek dan je gelijk maar even… Nou ik niet hoor. Het zal wel. Wat ik niet meer weet kan nooit zo erg geweest zijn, en als je na vier decennia nog niet over de frustratie heen bent ben je wat weinig buiten geweest. Mijn leven is verder gegaan, mijn wereldbeeld duidelijk vergroot en Peyton Place niet mijn favoriete serie. Hoe heetten de hoofdrolspelers daarvan ook al weer….? Kortom, wat zei of deed jij op 23 augustus 1975? En wat op 3 december van datzelfde jaar? Als je dat nog weet vind ik het knap. Bij mij is de delete-knop daarvoor allang geleden ingedrukt. Had allemaal vast niks met het werk te maken. En dat vind ik toch het belangrijkste…..
