
Blijft een bijzonder fenomeen. Die kerstviering. Voor veel mensen op aarde is dat fenomeen juist helemaal niks. Anderen gedenken dan vooral de vlucht van de vrolijke bolle broeder die volgens de Coca-Cola-overlevering vanaf de Noordpool in zijn door rendieren getrokken slede door de lucht dartelend afzakt naar het zuiden om de halve wereld van cadeautjes te voorzien. In christelijke kring zit er toch wel een heel ander verhaal aan vast. Men gedenkt daar in alle eerbied de geboorte van een profeet die in staat bleek meer dan 2000 jaar miljoenen mensen aan zich te binden. Jezus Christus. Geboren in Bethlehem volgens het verhaal uit een relatief arm gezin na een risicovolle reis vanuit Nazareth in het Heilige Land, en ook nog eens neergelegd in een kribbe waar de os en de ezel zorgden voor enige warmte in de koude nacht van de winterse nachten….

Als van oorsprong katholieke kinderen kregen wij dit verhaal vroeger uiteraard ieder jaar op school uitgebreid voorgelezen en de bijbehorende rituelen namen we allemaal met graagte tot ons. Jezus zou de wereld verlossen van den boze. Een onschuldig kind dat de zoon van God moest zijn geweest en zo akelig een jaar of 32 later aan zijn eind zou komen. Maar dat kerstfeest had meer in petto dat dit mooie verhaal. Thuis in de jeugd werd er toch wat meer uitgepakt dan normaal. Er kwam iets van kip op tafel, en die normaal spaarzaam gedekte tafel werd apart bekleed en vol gezet met lekkere hapjes. Er was een boom (met echte kaarsjes…) versiering en we zongen kerstliedjes mee in het gezin. Sfeer heel belangrijk. Is dat veel veranderd?

Nou, wel iets. Dat geloof is intussen aardig weg gevlogen door de jaren heen, de versiering is elk jaar anders, de kip mocht een ander stukje lekkers zijn of soms zelfs iets vegetarisch om de dieren uit de stal toch meer eer te geven dan alleen maar onderdeel van dat oude verhaal. We vieren met familie, vrienden, met mensen waar we van houden of om geven. En we proberen ook onze dieren die warmte te geven die hoort bij het fenomeen kerstfeest. Zelfs in deze lastige tijden… Tegelijkertijd moet je dan denken aan hen die niks meer hebben. Slachtoffer van een oorlog, terreur, extremisme, scheiding of domme pech. Op straat, geen onderdak, geen geld, geen warmte…niks. Kijk, dat maakt veel relatief. Af en toe even aan denken, bedragje overboeken naar organisaties die echt iets doen aan deze ellende van anderen. Het Leger des Heils of Rode Kruis. Waar men vanuit christelijk denken of domweg ingebakken humanisme anderen helpt. Omdat men daarin wil geloven. Als dat zo is heeft het Kerstverhaal weinig ingeboet aan die warmte uit de jeugd. Kan die bolle uit de VS in zijn slee niets aan veranderen……Hoho hoho…(Beelden: Prive)





Noemde computerproblemen als oorzaak, maar later bleek dat men toch echt onderuit was gegaan. Nagegeven, men betaalde uiteindelijk wel de uitstaande schulden. Wij waren aan het klooien met onze toen nog maar zo jonge kater Punkie. Dat arme diertje redde het niet en moest helaas aan zijn eind geholpen worden. Wat een emoties. 1,5 jaar oud geworden. En de oorzaak? Een auto-immuunziekte die zijn hele gestel aantastte bij gebrek aan eten en drinken na zijn geboorte. Zo triest. Tijd heelt vele wonden, het dempt tenminste de scherpste pijnen. Het regende ook in die bewuste week drie jaar terug. Maar dat weerhield niet om een paar dagen later in de trein te stappen en Roermond weer eens te bezoeken. Leidde af. En blijft een lekkere stad aan de Maas.
Zou er nu niet eens over nadenken. Niet om die stad, wel om het gedoe in het OV. Zo’n trip van 2 uur met een mondkapje op in een gele rups vol mensen waarvan je niet weet wat ze allemaal hebben gedaan aan preventie, of juist niet, het bekruipt me nu, toen totaal niet. Blijft toch vreemd niet? Sommige zaken zullen nooit meer helemaal hetzelfde worden. Ongedwongen ergens heen is nu best een dingetje geworden. Niet omdat je zelf de regels niet volgt of accepteert, meer omdat je weet dat er lieden zijn die er toch wat onbeholpen naief mee omspringen. Een bezoekje aan een supermarkt vertelt het verhaal. Men kruipt je in de nek, ook het daar werkende personeel, het deed me toen niks, nu wel. In drie jaar tijd veranderde de wereld. Zowel in het groot als in het klein. En wij allemaal hebben er mee van doen. Of we nu willen of niet. (Beelden: Yellowbird collectie)
Het is bijna eind december en we maken ons niet alleen op voor feestdagen of een nieuw jaar, maar ook voor de Top2000 van Radio 2. Althans, een paar miljoen luisteraars in ons land doen dat. En de ultieme nummer 1 op die lijst, nu al vele jaren, is Bohemian Rhapsody van Queen. Terecht! Als iets deze periode mooi afsluit en ons naar een nieuw jaar over doet gaan is het wel dit nummer van Queen. Ik hoorde het voor het eerst in 1975/6. Op het toenmalige Schipholse kantoor. Was indertijd nog een beetje aan het zoeken naar wat ik er van vond. Maar toen ik het een paar maal had gehoord wist ik dat dit een klassieker voor de toekomst zou worden. En die band die het gemaakt had…..de best ever! Je hoeft maar naar ooit geregistreerde live-concerten te kijken en je weet hoe goede pop/rockmuziek moet klinken. Freddy Mercury, zo tragisch overleden aan Aids toen er nog niets tegen die ziekte te doen viel, een ongekend fenomeen. Wat een stem, wat een uitstraling. De gitaarsolo’s van Brian May, het trekt sporen in je plafond maar ook de ziel.
Heerlijk! Nu nog steeds iets om echt voor te gaan zitten. Deden we in de afgelopen maanden een paar maal. Documentaires en concerten. Op beelddragers, die je af en toe als de stemming er naar is uit het archief haalt en afdraait. Prachtig. En wat klopten die composities! Ik heb uiteraard wel meer artiesten en bands waar ik wat bij voel, maar Queen steekt boven allemaal uit. En dan denk ik o.a. aan dat schitterende (over-the-top) nummer Barcelona met die Spaanse onlangs overleden operazangeres. Die me dan weer doet denken aan Bianca Castafiori uit de Kuifje-stripboekenreeks. Radia Gaga, Bycicle etc etc. Bij die concerten kom je ook nummers tegen die je helemaal niet kent. Geen succes geworden, maar uitgevoerd met dezelfde passie als al die hits. En die stem van die Freddy Mercury…Alles op topvolume. Kom daar maar eens om nu in een tijdperk waarin riedeltjeszangers/ressen worden gezien als ultiem.
Waarin tekstbeheersing helemaal niet meer nodig lijkt, net als goed op toon zingen. Het lijkt wel of we ook op dat punt de smaak volledig zijn kwijtgeraakt. Nee, voor mij is Queen wel het summum. De nummer 1 band. Ook al zal er een hele generatie lezers bestaan die nu denken: ‘Waar heb je het over?’. Zoals ik vroeger had als mijn ouders oreerden over Mario Lanza of Rudolph Shock. Een band uit een periode ver voor hun eigen bestaan….’ouwe meuk’. Maar wel meuk met kwaliteit. Geen sleet, geen roest, geen braampje. Alles loepzuiver en dynamisch. Dynamiek is zo belangrijk in de muziek. Maar ja, ik ben al wat ouder en de jaren zeventig liggen ver achter ons. We gaan op weg naar 2019. Maar bij de overgang naar dat jaar moet Bohemian Rhapsody zijn doel dienen. De ultieme oudejaarssong. Ik zing hem luidkeels mee…Proost….op Freddy!!! En o ja, er is een film verschenen over het fenomeen Mercury en Queen. Draait nu in ons land en trok al heel wat fans! (Beelden: Internet)
Als je in de oud-Hollandse tradities vandaag pakjesavond viert, al dan niet in aanwezigheid van de goede oude Sint en zijn zwart geschminkte assistent, hoop ik dat je dit vooral doet voor de kinderen of de gezelligheid. En dat je in staat bent om alle frustraties of schuldgevoelens van je af te werpen. Immers, de claims van al die gefrustreerden die menen dat Zwarte Piet een slavenrol vervult t.o.v. een knechten misbruikende schijnheilige heeft van ons feest niets begrepen. En benut dit feestje om eigen claims op schadevergoedingen vanwege een mogelijk slavernijverleden neer te kunnen leggen bij hen die weliswaar het feest vieren, maar in dat verre verleden zelden reden hadden voor feesten. Integendeel. Het merendeel van de geboren en getogen Nederlanders leefde in die jaren in grote armoede. Wie dat niet wil of kan geloven zou verplicht een rondje door de Amsterdamse Jordaan of andere toenmalige achterstandsbuurt in Nederland moeten maken. En zien waar soms enorme gezinnen werden ondergebracht in krotten, waar het water op de vloer en de wanden stond en de ratten af en toe een hapje namen uit de ledematen van de aanwezigen. Armoede troef dus.
En de rijke handelaren die mogelijk betrokken waren bij die slavenhandel hadden maar ook heel weinig op met die arme paupers in hun stad of dorp. Maar dit terzijde. Het fenomeen Zwarte Piet is een wonderlijke samenstelling van een beroet gezicht, en een pakje dat nog het meest doet denken aan wat nobelen aantrokken in de tijd van de Tachtigjarige oorlog. Zwierig, zelfverzekerd en helemaal niet in dienst van die oude man die zelfs niet in staat was om zijn ‘grote boek’, toch een equivalent van de Bijbel uit vroeger jaren, te dragen. Net zoals misdienaren dat doen tijdens de heilige katholieke missen. En ook die dragen bijzondere pakjes. Aankleding die niet meer van deze tijd is, maar dat geldt ook voor het geloof op zich. Wie dat nu weer wil invoeren overschrijdt grenzen van de persoonlijke vrijheid die ons volk nu eenmaal sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft bevochten. Schijnvertoningen passen bij ons.
Laten we wel zijn, 50 jaar geleden was een kerstboom in bepaalde kringen verboden. Heidens gebruik. Nu overal in zwang. De befaamde pakjesavond werd min of meer vervangen door surprise-party’s onder vrienden of collega’s. En dan elkaar maar gedichten schrijven met de meest vreselijke inhoud. Om daarna een cadeautje te krijgen waar je helemaal niet op zat of zit te wachten. Dat was vroeger wel anders. Wij zaten om de kachel, toen nog op kolen gestookt, zongen ons de blubber aan die oude smartlappen die rond dit feest hangen en kregen dan een hartverzakking als er ineens op de deur werd geramd. In de gang stond dan een wasteil (die van ons zelf..) vol pakjes. Net als we dan op het gemakje aan het uitpakken van deze vele presentjes begonnen, stapte ‘pa’ dan binnen. Die was altijd net even sigaretten wezen halen…jaja. In de door de Sint gebrachte pakjes zelden wat je had gevraagd…wel sokken, ondergoed, een bootje dat niet wilde blijven drijven, een auto van een gulden etc. etc. Veel gedoe voor weinig. Maar je was er apentrots op. Een feestje voor de kinderen. Tegenwoordig gekaapt door een kleine groep volwassenen die nog steeds meent dat alles wat in onze samenleving plaats vindt hen kwetst. Op hun tenen wordt gestaan omdat ze er anders uit zien. Maar vaak komt dat eerder door hun eigen afwijkende gedrag. Als men daar nu eens mee ophoudt wordt het wellicht weer een echt leuke samenleving. Pas je gewoon aan en wacht op dat bonzen op de deur. Wie weet zit er wel een pakje in die teil. Ook voor jou. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Ik wens alle lieve bloglezertjes een fijne Sinterklaasavond toe! (Beelden: Internet)
Zoals dat binnen huwelijken nu eenmaal gaat. Wie meent dat altijd alles over die bekende rozen moet hobbelen snapt het niet helemaal. Elastiek rekt vaak aardig mee, soms knapt het. Dat van ons hield het zelfs onder spanning aardig vol. Kameraadschap en liefde hield ons samen. Dat tweede gevoel zit meestal diep. Zorgt ook voor respect. Kameraadschap is dat je dingen ‘samen’ doet, ook al zijn ze dan verschillend van karakter of inrichting. Wat wij samen vooral altijd goed hebben gekund is praten. Over van alles en niks. Kwekkerdekwek. Dat zat voor dat het officiële karakter van onze band werd gesmeed al goed. Hele wandelingen maakten we als jeugdige a.s. partners en praatten of filosofeerden dan flink wat af.
geregelde wereld anno 2016, maar een jaar of 50 geleden ging het qua bijzonder zaken doen toch nog een stukje anders in ons land en zo kon het gebeuren dat er ondernemers opstonden die nog een avontuur aangingen. Terwijl ze in feite de wind tegen hadden maar zich daar niet door lieten leiden. Een van die lui was luchtvaartpionier John Block. Een man die bij Martinair vanaf het begin bij dat bedrijf deel uitmaakte van de directie, maar qua karakter niet zo goed paste bij de degelijke en strenge Martin Schroder. Block was een totaal ander type. En dus zocht hij naar mogelijkheden om een eigen charterbedrijf op te zetten. Vanwege alle tegenwerking vanuit zijn oude werkgever, maar ook de KLM en de regering, besloot hij in eerste instantie om op het Maastrichtse vliegveld Beek zijn vergunning aan te vragen.
Transavia zou de maatschappij gaan heten en voor de (on)duidelijkheid voegde Block daar ‘Limburg’ aan toe. Vliegtuigen waren toen nog genoeg te vinden. DC-3’s, DC-4- en DC- 6 toestellen stonden wereldwijd te kust en te keur te koop. Block financierde zijn onderneming via allerlei wegen, en wist ook langs diezelfde wegen uiteindelijk aan een vloot DC-6 toestellen te komen die al snel werden gespoten in het nieuwe kleurenschema van zijn onderneming. En zoals het hem als proactieve ‘baas’ van het spul betaamde verkocht hij al vluchten voor opdrachtgevers terwijl hij nog niet eens mocht vliegen. Maar op 14 november 1966 kwam die vergunning er dan toch en twee dagen later steeg de eerste DC-6 van Transavia op. Richting Italië met het Nederlands Danstheater gezelschap als passagiers.
Sindsdien is er veel gebeurd. Transavia werd een begrip op de chartermarkt, later op de vakantievluchtenmarkt en sinds een aantal jaren als low-budget-airline onder auspiciën van Air France-KLM waar het als een van de weinige divisies winst maakt. Transavia wordt al heel lang niet meer geleid door ondernemers als Block. Die verdween al snel toen Transavia een meer gestructureerde vorm aan nam met nieuwe aandeelhouders. De vloot veranderde. De oude propellervliegtuigen verdwenen en er kwamen Franse Caravelles in dienst. Er zijn vast nog mensen die zich herinneren dat je met de TROS met zo’n toestel naar Groningen kon vliegen om daar een uitzending van die omroep bij te wonen. Het hield de machines ook in de wintermaanden actief. Op enig moment, lang geleden, kocht Transavia splinternieuwe Boeing 737’s.
Een toestel dat nu, in zijn nieuwste vorm, nog steeds de ruggengraat vormt van het bedrijf. De kleuren van Transavia veranderden ook, net als haar rol in de luchtvaart. En anders dan je bij Martinair zag dat na vertrek van de oude garde werd ontmanteld door de aangestelde managers zonder visie of kennis van de markt, bleef Transavia succesvol actief. Nu dus al weer ruim 50 jaar. Toch iets om even bij stil te staan. Vandaar dit blogje… Heb je zelf ervaringen met Transavia door de jaren heen? Laat maar lezen hier. Ik vind dat zelf erg aardig. (Foto’s: Yellowbird, LPAC, internet, archief)
Dit jaar – 19 september a.s. om precies te zijn – is het honderd jaar geleden dat het eerste vliegtuig landde op een drooggemalen, drassig stukje grond in de Haarlemmermeer. Een stukje grond dat later bekend zou worden als Schiphol. Die plek markeert een bijzondere geschiedenis waarvan je inmiddels al het nodige bij mij hebt kunnen lezen. Schiphol is in die 100 jaar uitgegroeid tot een mainport in de luchtvaartwereld die jaarlijks ruim 58,2 miljoen reizigers ontvangt, waar 1,6 miljoen ton vracht passeert en waar 65.000 mensen direct hun brood verdienen. Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Reizigers, zakenmensen en goederen bereiken via Schiphol ons land of gaan vanaf hier op wereldreis. Dit verrijkt ons land niet alleen in economisch opzicht maar ook emotioneel. Door Schiphol komen we contact met andere wereldburgers, het is een start- of eindpunt van onvergetelijke ervaringen en mooie herinneringen. Herinneringen die ook mij niet vreemd zijn. Immers voor een beetje hoofdstedeling was Schiphol heel lang in feite het vliegveld in de ‘achtertuin’.
Hemelbreed lag het iets van 12 kilometer van mijn geboortehuis vandaan en door de toenmalige positie van platform en banenstelsel werden wij regelmatig geconfronteerd met die bijzondere buurman. Vliegtuigen kwamen over onze straat heen, ik zag ze uit de ramen van mijn school en later uit die van het kantoor waar ik in het centrum van de stad werkte. Het virus van de luchtvaartgekte heeft zich vast in die periode in mij genesteld. Leuk hoor, die baan op kantoor bij een bankinstelling, Schiphol trok me toch meer. Van mijn jongste jeugd af was ik gefascineerd door wat zich daar allemaal afspeelde en op mijn 12e dreinde ik al zo lang tot mijn ‘pa’ mee ging naar de KLM Technische Dienst waar ik graag wilde gaan werken. Voor de luchtvaart was het een zegen dat men daar adviseerde dat ik nog beter even kon doorleren. Mijn technisch inzicht bleek om en nabij het nulpunt te bewegen, zou voor de veiligheid van die vliegtuigen weinig hebben bijgedragen. Eind 1965 was het dan zo ver. Na een korte stage bij Martinair stapte ik binnen bij een luchtvrachtkantoor op het aloude Schiphol en werd aangenomen. De rest is ook hier al eens verhaald. Historie! Schiphol bleef sindsdien in het bloed.
Als spotter, als werknemer, als passagier, auteur van diverse uitgaven, altijd was er die luchtvaart. Ik weet nog dat wij verhuisden naar de polder. Ik ontdekte dat het veel te ver weg was van Amsterdam en Schiphol. Ik hoorde de vliegtuigen niet meer. Dat vond ik vreselijk, erger nog, mijn luchtvaartradio waarmee ik het ‘verkeer’ tussen de toren op Schiphol en de vliegtuigen altijd volgde, werkte niet meer. Wat een geluk toen ik door andere omstandigheden ineens weer dichtbij de luchthaven kwam te wonen. Alles werd weer normaal, ik genoot weer als voorheen. En dat doe ik nog. Vliegtuigen hoor ik, zie ik, en als ik er behoefte aan heb ga ik even langs om ze van dichtbij te bekijken. Het Schiphol van nu is onvergelijkbaar veranderd. Was het vroeger een open ruimte waar je nog lekker kon genieten van al die zaken die een vliegveld leuk maken, tegenwoordig is Schiphol nog strenger beveiligd dan vroeger Soesterberg. Maar dat komt door de veranderde tijden. Na kapingen door Palestijnen, 9/11 en de verder gaande expansie van het veld zelf, worden eisen gesteld aan de omgeving die het voor malloten zoals ik lastig maken om ouderwets te genieten. En toch blijf ik vervangend trots op het fenomeen Schiphol. Lawaai? Hoezo? We eten er ook allemaal van hoor. Die luchtvaartsector rond en op de luchthaven zorgt voor 200.000 banen. Denk die maar eens weg. Kortom, ik vind het een felicitatie waard. En zie ook meteen dat ik een dagje ouder ben geworden. Want ik praat nu net zo over vroeger als de generaties voor mij die Plesman en de modder van vroeger nog hadden gekend. Al bladerend door mijn oude fotoalbums komt er weer veel terug. Daar stop ik nu mee, net als met dit blogverhaal………U wilt vast ook nog wel iets kwijt over Schiphol….toch?
Juist in deze periode van het jaar is het fenomeen eenzaamheid best een probleem. Veel mensen hebben daar mee te maken, lijden er onder of zijn domweg zo diep weg gezonken dat ze bijna geen uitweg meer zien. Gezelligheid overal, lichtjes, cadeautjes, maar voor sommigen geen automatisme. En dat is triest. Onlangs zag ik een reclamespotje van de Duitse supermarktketen Edeka die daarin wees op de positie van ouderen die het moeten stellen zonder aandacht van hun kinderen en daardoor bijna in afzondering door deze maand vol festiviteiten heen moeten. De betrokken hoofdpersoon bedacht een list. Hij stuurde een overlijdensbericht, waarop zijn kinderen en kleinkinderen ineens wel tijd hadden en allemaal tegelijk op zijn adres aankwamen. In het mooie pak of dito jurk. Tot grote verrassing van de gasten bleek pa springlevend, had de tafel gedekt en lekker eten gekookt. Hij stelde in zijn finale zin, dat hij niet meer wist hoe hij zijn familie bij elkaar moest krijgen. Het geeft te denken. 
Hele tv-programma’s worden er aan besteed, zonderlinge mensen soms, maar in de meeste gevallen heel normale mannen en vrouwen die gillen om een beetje aandacht. Soms komt die eenzaamheid overigens niet door verdriet in een persoonlijk leven. Kan ook zijn dat ze als jonger mens anderen verdriet deden en daardoor door God en iedereen verlaten zijn geraakt. Robert Long zong er ooit eens een liedje over met een doeltreffende tekst. Naar ik meen over Juffrouw van Dam waar nooit eens iemand kwam. Maar die in haar jonge leven een etter van het zuiverste water was geweest. Dat kan ook, maar laat ik hopen dat die dames en heren de echte uitzondering vormen. Naar de rest mag best eens wat meer worden omgekeken. Want eenzaamheid lijkt mij vreselijk!