Het oude Engelse automerk Hillman nam na de tweede wereldoorlog al snel weer haar vooroorlogse succesmodel Minx in productie. Men maakte het zich daarbij redelijk gemakkelijk door die auto min of meer te baseren op het oudere type. En zo kwam daar ook dezelfde motor in te hangen, een 4-cilinder van net geen 1200cc die het hield bij 35pk en een top bood van ergens rond de 100km/uur. Maar de Minx had een goede naam en de auto werd in het Verenigd Koninkrijk nog best verkocht ook. Niet in de laatste plaats omdat er ook een cabrioversie van ontstond die als Drophead Coupe op de markt werd gebracht. Voor (omgerekend) 500 Euro meerprijs reed je de Minx met de zon op je bolletje.
In 1948 pakte Hillmann de vormgeving van de succesvolle auto aan en kreeg de auto een veel strakker uitlijk. Weg waren de los staande spatschermen en het ‘korte kontje’ met opstaande bagageklep. De nieuwe Minx had een echte kofferbak. De prijs van de auto steeg ook, hij was zo’n 450 Euro duurder dan zijn voorganger. Daarvoor kreeg je weliswaar een leuker uiterlijk, geen verbeterde techniek. Hetzelfde motortje dreef de even zware Hillman nu aan waardor de veel vlotter ogende wagen er qua prestaties niet op vooruit ging. Maar Hillman behield wel haar voorsprong op de toenmalige concurrentie door ook van deze Minx weer een ‘Convertible’ uit te brengen. In 1950 werd de Minx nog eens grondig beetgepakt en kreeg de auto een nog wat vlotter uiterlijk.
Daarbij kwam er meteen ook een andere, wat zwaardere, motor beschikbaar zodat de MInx nu ook net even sneller werd. Een paar jaar later voegde Hillman een vlot ogende compacte driedeursstationcar aan het gamma toe, die als Husky door het leven zou gaan. Dat wagentje had een wat lagere prijs dan de sedanversie en was daardoor op zich al succesvol. Maar het kon wat nog extremer. Hillman ging naar Amerika en ontwikkelde voor die markt de nu zeer gezochte ‘Minx Californian’ die was uitgerust met 1.4 liter motor van 47pk. Daarmee was deze extra luxe uitgeruste Hillman zowaar 115km/u snel.
Het Amerikaanse avontuur duurde overigens niet zo lang, na drie jaar staakte men de pogingen om Amerikanen van de Engelse technische kwaliteiten te overtuigen. In plaats daarvan werd de Minx telkens weer gemoderniseerd, aangepast aan de tijd en daardoor ook flink wat vlotter. Zo kreeg de wagen in 1956 een panoramisch achterruit en een iets teruglopende daklijn. En telkens was er een cabrio- en stationcar om het publiek een brede keuze te kunnen bieden. Uiteindelijk staakte men de productie van de Minx in 1967, toen de wagen in allerlei verschillende gedaanten 30 jaar in productie was geweest. Hij werd afgelost door de Hunter die een totaal ander ontwerpgedachte liet zien en eindelijk wat aansprekender prestaties. Maar de Minx zal altijd verbonden blijven aan de periode van heropbouw van de Engelse auto-industrie na de tweede wereldoorlog. Al was het maar doordat er ook de nodige Dinky- en Corgimodellen van bestaan. Overigens zijn die modellen zeer gewild en prijzig. Dat geldt niet voor overgebleven Minxen in het echt. Alleen de Convertibles zijn gevraagd. Maar dan wel graag mint. En dat is bij veel Britse auto’s uit die jaren wel wat veel gevraagd vaak.

De paniek was onlangs groot toen bleek dat de Britten in meerderheid, hoe klein die dan ook was, stemden voor het uit de EU stappen. Op het vasteland van Europa werd met een soort (gespeelde) verbijstering gekeken naar die uitslag. Men gaf direct als stoer commentaar dat als die Britten dan ‘zo graag wilden, ze ook maar snel moesten vertrekken’. Maling aan die andere helft van de mensen in dat grote land die hun best hadden gedaan om het Verenigd Koninkrijk in de EU te houden. Denk aan de Schotten, de Noord-Ieren en een deel van de Welshmen. De Engelse jeugd wil bij Europa behoren, die ziet de toekomst voor een eiland als het Britse minder rooskleurig dan een zelfde in een grotere omgeving als het Verenigde Europa. Maar het past bij de Britse sentimenten ten aanzien van de Brusselse beleidsmakers. Men zoekt naar zaken en argumenten die de ‘onafhankelijkheid van het land’ ondermijnen. De Britten hebben net als wij te maken met veel werkloosheid, met de gevolgen van massa-immigratie, met een teruglopende economie en een veranderende wereld waarin het Britse Imperium van vroeger achter de horizon is verdwenen.
De Britten hebben aan eigen wetgeving vastgehouden, ze doen de dingen al die jaren op hun eigen houtje, trekken zich niets aan van ‘Brussel’ maar de sentimenten bij de tegenstanders zijn en kleuren toch anders. Laten we wel zijn, Engeland is een natie die volkomen anders is dan wat je zoal op het vasteland van Europa tegenkomt aan naaste of verdere buren. Men rijdt nog steeds aan de verkeerde kant van de weg, drinkt in de pubs liters bocht die ze daar als bier omschrijven, ze nodigen je als vreemde zeker niet thuis uit, ze eten er beroerd (al zijn de ontbijten niet te versmaden)en het land is in de afgelopen decennia overlopen door mensen uit de eigen vroegere Gemenebestlanden voordat er überhaupt sprake was van immigratie in de moderne zin van het woord. Britten zijn zuipschuiten als ze hier te gast zijn. Ze zijn dol op onze Coffeeshops. Niet voor de koffie maar omdat ze hier kunnen blowen wat in hun land niet kan en strafbaar is bovendien. Over eigen wetgeving gesproken! De meest verschrikkelijke gedragingen van voetbalsupporters maakten hen niet geliefd en als ze eenmaal aan zee verkeren blijven ze het liefst een beetje hangen rond hun eigen all-in-resorts.
Het land bestaat uit een lappendeken van volken die samen het Verenigde Koninkrijk vormen. Ik noemde de Schotten al. Totaal ander volk dan de Britten. De Welshmen en Noord-Ieren net zo. Lijken net zoveel op Londenaren als Tukkers hier bij ons op Amsterdammers. Kortom, al die emoties zijn in feite gebakken lucht die is opgediend door de tegenstanders van de EU. Populisme ten top. Al is er veel af te doen aan de toegevoegde waarde van die Brusselse bestuurdersclub die vooral bestaat uit bureaucraten die zichzelf kiezen en ook nog eens goed voor het eigen inkomen zorgen. Met 28 landen gaan de dingen anders dan zonder die besluitvorming. Natuurlijk. Het compromis is dan uitgangspunt. Maar daar houden de Brexit-kiezers niet van. Die willen weer de vrijheid die ze voor 1979 gewend waren. Die krijgen ze nu terug. Eens zien hoe lang het ze goed gaat. Ik gun het ze van harte. Maar reken maar dat het niet zo mee zal vallen. Voor ons verandert er echt niet zo veel. En met een dalend Pond is het weer een aardiger vakantiebestemming. Nu dat weertype nog. Want dat is best een lastige in het V.K. Zal ook wel de schuld zijn van Brussel. Zoals alles. We’ll meet again, don’t know how, don’t know when…….



















