Laat de Koning in dit land zijn paleis verbouwen of een door de regering gekocht vliegtuig benutten en je hoort onmiddelijk uit bepaalde kring dat we dat hele koningshuis wel kunnen afschaffen. Want te duur! Een president…dat is het! Zelfde geldt voor de democratie. Voor heel wat mensen ter rechter of linkerzijde van het politiek perspectief is het maar lastig dat aan die andere kant zoveel afwijkende meningen mogen worden verkondigd. Nog erger is het gesteld bij de godsdiensten met een vermenging van geloof en politiek of bestuur. Anders denkenden zijn ongewenst. In feite verlangt men naar een sterke man (vrouwen zijn veelal niet gewenst) die de zaken eens goed regelt hier. Neem van mij maar aan dat uit de geschiedschrijving blijkt dat dictaturen per definitie geen goed nieuws zijn. Dat waren ze al niet in de tijden van de Romeinen of Farao’s.
Een heerser die men als God behandelde en alle democratische spelregels aan de laars of sandaal lapte. In latere tijden kennen we heel wat figuren en systemen die ongekend wreed waren richting onderdanen. En altijd vanuit die ene God, dat bijna autistische geloof in eigen onfeilbaarheid of de angst dat iemand in de omgeving in staat zou zijn de macht over te nemen. Grote voorbeelden genoeg. En heus, ook aan de linkerkant van het politieke spectrum was men vaak net zo weinig invoelend. Denk maar eens aan Lenin en Stalin, aan de Castro’s, Mao, Pol Pot en Chavez, Maduro of de Kimdynastie in Korea! Vele miljoenen verloren hierdoor het leven. We kenden aan de andere kant van dat zelfde spectrum ook lieden als Hitler, Mussolini, Franco en de Japanse premier Tojo die ook heel wat levens op hun konto mochten bijschrijven.
Erdogan en Poetin zijn de moderne equivalenten daarvan en onlangs zag ik in een documentaire over het ‘moderne Turkije’ hoe de angst daar regeert. Wie niet met Erdogan is, is automatisch tegen hem. Een redenatie die geen ruimte laat voor debat of interpretatie. In ons landje vinden we de discussie interessant, we zijn met zijn 18 miljoenen vooral bezig met onze eigen (afwijkende) mening en nemen zelden iets aan van bovendanen of mensen met een andere mening dan die van ons zelf. Vandaar ook de vele politieke stromingen, actiegroepen en belangenorganisaties. Zodra je een dictatuur zou hebben werden die allemaal opgerold kan ik je verzekeren. Zo gaat het altijd binnen die dictaturen. Een enkele God, slechts een partij, een stroming en dat soms gecombineerd. De heldenverering van de oercommunist en massa-knaevelaar Kim Jong Un in Noord-Korea vertelt het verhaal.
Als al die Koreanen ooit nog eens met elkaar door een deur kunnen wordt het extra wennen voor de mensen uit het noorden. Want die zijn al sinds 1948 opgevoed en opgeleid in de communistische doctrine dat de Grote Leider altijd gelijk heeft. En wee degene die daar vanaf wijkt. Heropvoedingsgestichten zijn een typische uitwas van dictaturen. Sommige tpolitieke tegenstanders gaan er heen en worden onderworpen aan de meest ellendige kwellingen, anderen overleven dit zelfs niet. Als je dit dus zo bekijkt doen we het in Nederland nog niet zo slecht. Tuurlijk zijn we het oneens, tuurlijk voeren we het debat, en vinden we ons volstrekt niet met sommige maatregelen of wetten. Maar je mag dit hier dan ook zijn. Nog wel. Tot we toegeven aan de wens alsnog een dictatuur in te stellen ten bate van die groep die het hardst gilt of respect wil verkrijgen. Pas dan ontdekken we wat we weg gaven toen we stelden dat we het wel zonder koning W.A. of gekozen parlement zouden kunnen stellen. Ik zou er nog eens de geschiedenis op nakijken! Gewoon om te zien wat een ellende een dictatuur zal zijn. Dus bewaak de democratie en onze rechten op een vrije mening. Verwanselen daarvan is het begin van het eind…

Toch had ik bij de Marketing Round Tables ook wel eens een klein zakelijk meningsverschil uit te vechten met die slimme Alfred Rieck. Want bij de Fabia was niet alles alleen maar Hossanah in de Hoge. De Tsjechen bedachten ook een erg lelijke variant op het thema, de sedan. Gewoon een Fabia Hatchback, die om een of andere reden een vrij lelijke ‘kont’ opgeplakt kreeg. Kennelijk omdat er in Finland, Griekenland of verre deelstaten van Rusland belangstelling voor bestond. Om de kosten te drukken moesten ook de West-Europese markten mee doen om die wagens te verkopen. Toen mij tijdens een MRT in Frankfurt werd gevraagd hoeveel van die sedans ik wilde bestellen voor onze markt, gaf ik aan: ‘nul’. Het was voor het eerst dat Alfred Rieck me boos aankeek. Wij hadden nooit echt ruzie, maar over deze auto en diens verkoopkansen waren we het niet eens. En wat mij betreft tot nu toe nog steeds terecht. Sedans waren (en zijn) geen handel in ons land. Het marktaandeel van soortgelijke Volkswagens (de Polo kende in Nederland ook een weinig succesvolle sedanversie) was bijster klein, met Skoda moesten we dus rekenen op flink wat winkeldochters als we zo door zouden gaan.
Hij had weliswaar veel mee, maar ook best wat zaken tegen. Toch gaf ook deze auto weer extra veel hoop voor de toekomst. Het gamma werd breder en breder en we zouden als merk straks een steeds groter deel van de markt kunnen bedienen. De introductie van de nieuwe auto, later aangeduid als de Superb, werd gezien voor 2001. In de periode daar aan voorafgaande werd internationaal tijdens die marketingbijeenkomsten veel gepraat over de kansen en mogelijkheden. Als ik achteraf terug kijk naar wat voor auto dit in feite was geworden moet ik stellen dat de verwachtingen heel wat hoger waren dan de uitkomsten. Ook al was het een meer dan puike en zeer comfortabele auto, die het platform deelde met een in China verlengde VW Passat-bodemplaat en rijkelijk mocht worden gewinkeld in de schappen van zowel VW als Audi voor de motoren. Voor veel dealers was het een ultieme demonstratiewagen. Ook dat was wel iets waard. Ze schaamden zich niet meer voor hun eigen merk en gingen zelfs met hun caravan er achter in de grote Skoda op vakantie. Wordt vervolgd! (beelden: Yellowbird archief/Skoda)
Die Octavia had dus heel veel voeten in de aarde gehad. En dan te bedenken dat wij er in 1997 maar een handjevol exemplaren van kregen geleverd. Als stoutste jongetje uit de importeursklas, immers, we hadden die dealerorganisatie na al het gedoe eind 1996 bepaald niet op orde en verkochten mede daardoor veel te weinig Felicia’s, werden we achteraan gezet bij de uitlevering van de toch al schaarse voorrraadwagens. Maar uiteindelijk kregen we na stevig onderhandelen toch voldoende auto’s om elke serieuze dealer van een demowagen en een enkele op voorraad te kunnen voorzien en konden er ook nog wat Octavia’s in de persvloot worden ondergebracht. Vooronderzoek had uitgewezen dat veel mensen die geen Skoda reden of daarmee ervaring hadden, met een schuin oog keken naar die mogelijke nieuwe middenklasser Octavia. Zij verwachtten zeker geen auto als de Octavia uiteindelijk bleek te zijn. Eigenlijk had men in vooronderzoeken laten blijken dat men bij het woord Skoda eerder dacht een door VW ter beschikking gestelde oude Passat die tegen een budgetprijs zou worden aangeboden. De voorgaande modellen van Skoda waren meestal onbekend of werden wat lacherig benaderd. Duidelijk was dat die Octavia voor het imago nog een hele zware oefening was of werd. Klanten vinden voor een auto als deze zonder dat je vanuit je andere modellen een logische doorstroming kon verwezenlijken was best een uitdaging.
De Felicia, hoe goed ook, was ook al geen grote magneet gebleken voor nieuwe klanten, alles leek af te gaan hangen van die nieuwe middenklasser die Skoda bouwde in die spiksplinternieuwe fabriek in Mlada Boleslav, ver weg van de oude productielijnen die men had overgenomen uit de Favorit-tijd. Toch, hoe je het wendde of keerde, de Felicia moest, volgens de filosofie van de Duitse managers, voor 75% van de omzet zorgen en de Octavia de rest doen. Dat viel nog niet mee. Gelukkig bleken er wat zaken mogelijk. We manoeuvreerden tussen hoop en vrees, zochten voorzichtig onze weg, bouwden de interne organisatie uit tot een meer professionele en zetten een nieuw dealernetwerk op dat ook op langere termijn soelaas zou bieden. En intussen bleven de leveringen aan ons land op een relatief laag pitje. Terwijl de publicitaire molens wel driftig maalden, de autopers (eindelijk) laaiend enthousiast was over die nieuwe Skoda en de links naar Volkswagen en haar technieken niet onder stoelen of banken stak. We kozen met het door Skoda internatonaal aangewezen nieuwe reclamebureau (Grey International) voor een vrij heftige reclamecampagne. Maakten ons daarmee los van de oudere modellen die Skoda ooit bouwde en in ons land leverde en maakten bijna ons excuus voor die wagens uit die oude tijd, om in een weerspannige markt ruimte te kunnen scheppen voor de veel hoger te positioneren Octavia.
Het werkte fantastisch, de campagne sloeg enorm aan, we wonnen er verschillende prijzen mee, maar vervreemdden ons meteen ook van de oude puur op prijs kopende klantenkring. Toch moest dat gebeuren, anders waren we nooit gekomen tot het volume dat werd nagestreefd door de steeds zelfverzekerder fabrikant en zouden nieuwe klanten de deuren van de Skoda-dealers massaal zijn blijven voorbij gaan. Die campagnes vielen overigens ook minder goed in Tsjechië. Prijswinnend? Effectief? Het mocht wat. Maar we haalden wel hun ‘grootse geschiedenis’ onderuit. Het leverde veel ingewikkelde gesprekken op in Tsjechië. Dreigend werd ons soms te verstaan gegeven dat dit echt niet kon. Maar in mijn karakter zit ook iets van een rebel. Zeg me dat iets niet mag en ik ga er juist voor om het tegendeel te bewijzen. En die campagne deed meer dan zijn werk. Grey en Pon Mobiel hadden dus gewoon gelijk! Dat werd ons later door de gang der dingen ook bewezen. Iets verder in de tijd haalden we samen met Grey nog een geintje uit waarop men in Tsjechie grote kritiek had. Dat had van doen met de situatie dat men ons min of meer ongevraagd een stuk of wat gele Felicia’s leverde in de LX-uitvoering. Wagens die vermoedelijk bestemd waren geweest voor de Tsjechische PTT of zo, want die kleur was net niet ‘helemaal lekker‘. Toen ik de auto’s zag bedacht ik opnieuw een list. We zouden er een speciaal actiemodel van maken, aangeduid als ‘Yellix’ en die dan heel bewust richten op vrouwelijke klanten. Immers, leuke geel gerande mattenset, striping, wat tierelantijntjes en een campagne die zou inslaan als een bom.
Die campagne met een grote knipoog ging er vanuit dat je als vrouw na aankoop van zo’n auto kans maakte op een weekend weg met een hunk. Eens iets anders dan een bos bloemen of zo. Voor het doel van de campagne lieten we de huisfotograaf, Don v.d. Vaart, zijn gang gaan en die drapeerde een bruin gebrande en van het Scheveningse strand opgepikte spierbundel over de motorkap van zo’n Yellix heen, waarbij het model in een gele strakke zwemslip duidelijk liet zien wat hij te bieden had. De campagne werkte. Er werden flink wat van die Yellixen verkocht en een van de Felicia kopende dames won uiteraard een weekend met zo’n man. Hoe dat verder gegaan is vertelt het verhaal niet of ik heb het verdrongen. Maar feit is dat we zo aardig vlot van die gele Felicia’s af waren. De campagne trok wederom de aandacht van Frank Farsky in Praag. Of die nu spionnen bezat in ons land, ik weet het niet, maar telkens wist hij eerder van onze campagnes dan sommige van onze dealers. Hoe dan ook, ik stond weer op de kaart en bij hem op de figuurlijke Praagse mat. De omzet die ik genereerde interesseerde hem minder. Hij vond dat we gewoon met de normale campagnes van Skoda moesten werken en niet zoveel creativiteit aan de dag moesten leggen. Pfff. Farsky, de man die ons in Tsjechië zo fel bekritiseerde werd gelukkig uiteindelijk zelf opzij gezet, men nam daarvoor in de plaats een in mijn ogen geweldenaar in dienst, Alfred Rieck, die binnen de kortste keren schoon schip maakte met veel oude lijnen binnen de internationale Skoda-organisatie. Een man ook die van Nederlandse geboorte was en snapte hoe wij Hollanders reclame maken. Dat scheelde uiteindelijk veel gedoe en wij werden gezien als lichtend voorbeeld voor veel andere landen. Dat was echt een heerlijke periode. Intensief overleg, steun, en op gang komende leveringen. Niemand had meer iets te mekkeren, Skoda lag nu ook in Nederland op koers! Althans deels in theorie! Wordt vervolgd (Beelden: Skoda/Yellowbird archief)
Volgens het dikke Nederlandse woordenboek zoals uitgegeven door van Dale is een discussie een ‘bespreking waarbij de deelnemers trachten door argumenten de oplossing voor een probleem te vinden’. Ook de term ‘gedachtenwisseling’ komt daarin voorbij. Oftewel het op enig niveau trachten consensus te vinden op inhoud voor een aangedragen onderwerp. Kijk, als je samen een doelstelling hebt om iets te bereiken kan dit redelijk goed verlopen. Maar o wee als de partijen met verschillende uitgangspunten of weinig bereidheid naar de ander te luisteren zo’n gesprek aangaan. De wereld vergaat zowat. En in dat kader vallen de discussies te bezien die op veel sociale media of in onze samenleving lopen. Over het milieu, de massa-immigratie, Zwarte Piet, het beleid van het kabinet of hoe bijv. de straattegels zijn neergelegd in ongeacht welke gemeente of woonstek van de deelnemers. Ingegraven zijn dan vaak de meningen. Men is fanatiek, soms sekte-achtig en het reflecteert meteen hoe de huidige maatschappij is veranderd in een soort loopgravenoorlog tussen voor- en tegenstanders van een bepaald onderwerp. Men gaat elkaar verbaal te lijf, maakt het al snel persoonlijk en schroomt niet om elkaar voor rotte vis uit te maken. Jijbakken is niemand vreemd zo lijkt het wel eens. Ik bekijk en neem soms ook deel. Niets menselijks is me vreemd tenslotte….
En kom er dan achter dat anders dan in die mooie volzin van Van Dale het elkaar overtuigen van het eigen gelijk een vrijwel onbegonnen oefening is. Eenmaal in de eigen loopgraaf is kennelijk slechts beschieten van die waarin de ander zich verschanst oplossing voor een slepend probleem. Het vocabulair waarmee deze discussies lopen is soms ongekend breed. En omdat men veelal toch de scholing of opvoeding mist die past bij het deelnemen aan het fenomeen discussie komen al snel verwensingen en ziekten voorbij. Of stelt men vast dat de tegenstander in de discussie wel moet behoren tot een door de ander verafschuwde groep medemensen. Racisten, fascisten, blanke of witte mannen, oud, ziek in de bol, uitkeringstrekker, ongewenste immigrant etc. Het zal u bekend in de oren klinken. Want het hoort ook bij de verruwing van de maatschappij. Niet in de laatste plaats opgehitst door de media, waar men de ene of de andere partij ook nog wel eens in de hoek zet. En daar doen populistische politieke stromingen van beide zijden van het spectrum ook graag aan mee. Nu is ook mijn standpunt relatief vaak gebaseeerd op zwart of wit. Nooit grijs. Dus kom je sneller in discussies aan de volgens anderen ‘verkeerde kant’ te staan omdat juist die lieden op mij werken als rode lap op een steenbokstier. Onlangs was het weer zo ver. Ging over de idioterie van het benutten van kinderen voor zgn.
klimaatdemonstraties.
Ík ken voldoende voorbeelden van mensen waar dit niet zo is. Waar het vuur soms oversloeg in explosieve discussies of zo, maar dat is dan toch wel beter dan die zwijgzaamheid die wellicht voortkomt uit een totaal gebrek aan interesse voor de ander. Ik observeer het zo vaak als ik ergens zit te eten of een bakkie doe. Dit soort stellen. Mensen die me een saai leven lijken te leiden. Wat doe je nog samen, wat bindt je dan nog!? Of zijn er mensen die me kunnen claimen dat ook zwijgende partners gelukkig zijn samen?! Wat ik zie is dat met name jonge mensen vaak heel veel babbelen. Die dromen nog en geloven dat het leven met die ene (..) geweldig gaat worden. Maar hoe weet je dat? Nergens garanties te verkrijgen hoor. Wat nu zo leuk lijkt is over een paar jaar wellicht dood- en doodsaai. Of de versierder van ooit blijkt later een gedegen praatjesmaker die zijn verhalen vooral deelt in de kroeg of op het sportveld. Alles is mogelijk. Een timide meisje nu kan later dodelijk saai blijken, die meid die voor zichzelf opkomt later een feeks. Probeer het midden maar te vinden bij die bewerkingen. Hoe dan ook, ik zie het vaak voorbij komen. En verbaas me. En praat of schrijf erover. Opdat we tot in lengte van jaren iets hebben om over te communiceren. Want dat laatste moet! Zo staat het in de wetten van de Meninggever beschreven…. (Beelden: Yellowbird/Internet)
Wat zijn we toch vaak lichtgeraakt en wat krijgen leden van de Lange Tenen Brigade in ons land daarbij vaak ook veel publiciteit. Men is daarbij niet veel meer dan gefrustreerd over vermeend persoonlijk onrecht en krijgt hulp uit de hoek van lieden die menen dat we voor iedereen uit groepen minderheden altijd vriendelijk moeten zijn. Opmerkelijk! Zo mag niet meer worden geprofileerd op etniciteit, ook al struikel je bij justitie over verdachten uit bepaalde bevolkingsgroepen of landen. We mogen niet meer ‘voor Israel’ zijn, omdat we dan automatisch worden gezien als anti-islam of tegen de Palestijnen. Wie dat laatste politiek verkoopt krijgt meteen een stempel ‘rascist’ of erger mee, en wie Zwarte Piet gewoon op kleur wil houden moet zich volgens anarchisten en frustristen in dit land diep schamen. Het lijkt wel of de gekte heeft toegeslagen. Onlangs verscheen een wetenschappelijk onderbouwd verhaal van een gerespecteerde professor die eens had gekeken hoe het nu zat met die vooral door Surinaamse actievoerders steeds maar weer aangehaalde ‘slavenhandelarenmentaliteit’ van ons volk.
Het bleek met de historische Nederlandse bijdrage aan die handel nogal mee te vallen. Wij waren ook in het verleden bepaald niet de gangmakers van deze handel in mensen die op zich natuurlijk al verwerpelijk genoeg was. Maar dat willen die actievoerders niet weten. Die willen excuses, gevolgd door schadevergoedingen. Je wordt er echt een beetje mallotig van. Alsof de recente geschiedenis geen enkele rol meer speelt en we op school niets meer leren over de vaderlandse historie. Katholieken moeten zich schamen voor het misbruik binnen hun kerk, ook al kan 95% van de leden binnen die godsdienst natuurlijk helemaal niks doen aan dat leed. Vrouwen moeten zich schamen voor hun lijf. Bloot mag niet meer, voor je het weet ben je een ‘hoer’ of erger. Ben je tegen het logge en ondemocratische bestuursniveau van Brussel wordt je weg gezet door bepaalde elitaire lieden als ‘kletskop’ of ‘rechtse populist’. Wie het waagt zich te ergeren aan de enorme en ongecontroleerde instroom van migranten krijgt een soortgelijk stempel mee.
Iedereen heeft ergens wel een persoonlijk taboe en wijst graag met zijn vingertje naar anderen die meningen verkondigen die niet de hunne zijn. Nieuw in deze discussie zijn de grachtengordelbetweters die menen dat onze wereld slechts kan worden gered als we met elektrische auto’s gaan rijden. Ik heb ze hier al eens de revue laten passeren. Onlangs was ik weer eens in discussie met zo’n vogel. Overtuigd van zijn gelijk, ‘zeker wetend’ dat diesel en benzine maar ook gas voor het vervoer van ons allen op korte termijn zal verdwijnen. En dat we ons moeten schamen voor onze meer realistische keuzes. Zelf natuurlijk rijdend in een Tesla van de baas, maar dit terzijde.
Tegenargumentatie werd afgedaan met N=1 onderzoeken uit eigen kring. Tegenwerpingen waren allemaal onzin, en ik als protesteerder een ‘Petrol head’. Een Geuzentitel die ik intussen met verve voer. Omdat ik voor het realisme ben en niet van de valse dromen. Die laatsten zijn bedrog zo is me wel duidelijk geworden in de tot nu toe beleefde jaren. Laten we dus in dat kader zaken benoemen die er toe doen en oplossingen zoeken die voor iedereen acceptabel zijn. En laten we hopen dat de toch wat linkse media eindelijk weer eens tot hun zinnen komen en fictie weten te scheiden van feiten. Want daar mankeert het nog wel eens aan. Tot grote ergernis van mij. En tot mijn schrik zie ik dat mijn tenen niet meer in de sokken passen…. O jee….
Wie mij kent weet dat ik een afkeer heb van alles of iedereen die ons land onderuithalen. Of wil verzorgen dat wij als geboren en getogen Nederlanders een hekel krijgen aan ons zelf, onze geschiedenis, onze cultuur of onze gewoonten. Ík laat me dat door niemand aanpraten. Omdat er elders in de wereld ook zoveel aan te merken valt en sommige groepen niet voor niets kiezen om in ons hier opgebouwde paradijsje te komen wonen. Hetzelfde voel ik bij mijn eigen stad. De omgeving waar ik ben geboren, opgegroeid, naar school ging, woonde tijdens de eerste jaren van mijn huwelijk en meer. Waar ik het soms hartstochtelijk oneens kan zijn met de bestuurders. Die van deze grote stad een dorp willen maken, die voorkeur geven aan instroom in plaats van behoud van het goede en vertrouwde. Bestuurders die ook vaak van een politieke signatuur zijn dat ze onder de termen van mijn toorn moeten mogen vallen. Moet je maar niet voor zo’n stroming politiek gaan bedrijven. Ik heb er niks mee en zal er ook nooit iets mee krijgen.
Mits je bijvoorbeeld voor de arbeiders en ouderen een sociaal programma uitvoert. Het opschrijven ervan is bij politici vaak erg makkelijk, bij de dadendrang mankeert het veelal. Dus ja, ik ben soms kritisch op de stadsbestuurders, niet zozeer op die prachtige stad zelf. Waar ik wekelijks hele wandelingen maak en dan geniet van de cultuur, de historie, de fraaie waterpartijen of groene parken. De bevolking is over het algemeen genomen vriendelijk en dat kan niet van elke stad worden gezegd. Kortom, ik ben een Amsterdammer in hart en nieren en laat me daarop voorstaan. Zo niet de ex-Amsterdammer en blogger die mijn gemoederen aardig wist te verhitten toen hij vanuit zijn eigen verkozen provinciale zijlijn weer eens ouderwets te keer ging over de stad, de toeristen, het verkeer en zo meer. Er deugde maar weinig van en hij wist zelf natuurlijk welke oplossingen nodig waren. Niemand anders! Ik was het vaak niet met hem eens. ‘Schijten in je eigen nest’ noem ik dat, omwille van goedkeurende commentaren van mensen die onze stad niet kennen of slechts van imago.

Zwart is zwart en wit is wit. Zoeken naar grijstinten heet een compromis. En dat is dan zoveel als een schikking tussen partijen waarbij ieder daarvan een beetje toegeeft. Hoe vaak het ook lijkt alsof dit land sterk is in het sluiten van compromissen, in de praktijk van alle dag zijn we dat niet echt. Komt ook omdat mensen tegenwoordig over niets en nergens een mening hebben en die vaak en luid verkondigen. Vanuit iets van (beter)weten of omdat ze iets delen van derden waarvan ze de waarheid zelf onderschrijven of vermoeden dat het gedeelde juist is. Bij politieke of geloofskwesties zie je dit veel voorbij komen. Je hebt tegenstanders van Wilders en die zijn ingegraven over diens anti-islam denken, terwijl de voorstanders precies het tegenovergestelde vinden. Zodra je dan met modder gooit die gericht is op de mensen met de andere mening is elke discussie op niveau al op voorhand verloren. Om over het compromis maar te zwijgen.
Zo gaat het ook over de islam als geloof of de uitwassen die deze stroming met zich meebrengt, of pakweg de al dan niet stijgende zeespiegel in relatie tot ons menselijk handelen. Je bent voor of je bent tegen. Het compromis komt er bijna nooit uit. Dat zorgt ook voor veel geschreeuw, gescheld, vervloeken van tegenstanders en zelfs het boycotten van mensen die het niet met jou eens zijn. Je zult vast weleens zo’n situatie zelf hebben meegemaakt of ervaren en daar het jouwe van denken. Ik zal echt niet achteraan gaan staan als hiervoor de vinger moet worden opgestoken. Discussies op inhoud moet je altijd voeren. Maar zodra het persoonlijk wordt, mensen die je helemaal niet kennen allerlei persoonlijke getinte verwijten jouw kant op slingeren is het voor mij snel klaar. Zwart is zwart, wit is wit. Grijs komt niet voor. Al is gedekt grijs in driedelig kostuum nog best wel aardig om bij gelegenheid aan te trekken. Of is een zilvergrijze auto in mijn optiek nog steeds erg fraai. Maar dat zullen anderen weer met me oneens zijn. Die vinden een T-shirt met opbollende haargroei daaronder interessanter of willen per se een gifgroene of felrode auto berijden. Van mij mag dat. Altijd. Mits je me maar niet gaat wijsmaken dat het een beter is dan het andere. Want dan bereiken we echt geen compromis. Never! Nooit!
De tijd vliegt, ik roerde het wel eens eerder aan. Zeker als je voorbij de 50 bent lijkt het wel of je van een glijbaan af vliegt in de richting van het einde van je leven. Nu bedoel ik dat niet zo als het wellicht leest, maar het lijkt wel zo te zijn dat naarmate je ouder wordt de dagen geen 24 maar slechts twaalf uren kennen. Even terugkijkend in een archief kwam ik er achter dat ik in juni dit jaar precies tien jaar lang mijn wetenswaardigheden en meningen deel met de wereldwijde weblezers en medesocials. Aangestoken door iemand die ik had leren kennen op een Webforum startte ik indertijd schoorvoetend met een weblog waarin ik korte en op dat moment nauwelijks relevante informatie deelde. Dat werd al snel anders. Medebloggers werden ‘aangesloten’ en omgekeerd keek ik regelmatig wat anderen zoal oreerden. Dat kon gaan over de kat van de buren of de verkeerssituatie in Gent. Soms kwam er iemand voorbij met een ondeugend verhaal, dan weer iemand die een compleet ziekteproces tot in detail beschreef.

Wie mij hier volgt weet dat ik mij vaak buitengewoon kan ergeren aan de staat waarin de ‘media’ in ons land verkeren. Pluriformiteit is soms ver te zoeken, het ‘linkerdeel van de samenleving’ wordt vaak wel erg goed bediend. Met name de VARA heeft een soort claim op het absolute gelijk en vindt kennelijk ook dat je andersdenkenden geen kans hoeft te geven op het uiten van een eigen of afwijkende mening. Dat is soms schrijnend! Propaganda vermoeit. Eenzijdigheid ook. Zo raakte ik onlangs op mijn autoblog in een serieuze discussie over een elektrische auto. Deze Amerikaanse nieuwkomer wordt gemaakt door een fabriek die op elke nu verkochte auto iets van 18.000 dollar toelegt. Hun nieuwe modellen zijn geen koopjes en je mag dus best kritisch zijn vond ik. Nou buiten de waard gerekend. Het merk kent zo haar progressieve volgers en die sprongen massaal in de bres voor het merk en vonden mijn conclusie dat deze nieuwe elektrische auto geen ‘’koopje’ zou worden wel erg bevooroordeeld. Ik was een zgn. ‘Petrol Head’ wat zoveel is als iemand die gek is op auto’s die rijden op benzine en diesel. En ik was ook fout geïnformeerd…., had geen verstand van auto’s en kende die wereld helemaal niet.
Altijd leuk om die claim op het gelijk een ander te onthouden. Zonder te weten wie je tegenover je hebt. Kom je in politieke discussies ook zo vaak tegen. Nu was mijn verhaal gebaseerd op zaken die ik haalde uit Amerikaanse en Duitse media. Dus ik was redelijk geïnformeerd, maar dat bleek in de discussie geen soelaas te bieden. Ook niet dat ik toch wel een paar decennia in dat autowereldje heb rondgelopen. De jakhalzen beten zich vast in mijn kuiten en vonden dat ik mijn conclusies maar snel moest herzien. En dat deed en doe ik dus niet. Never, nooit als ik gelijk heb. En voor hen die ik moet geruststellen, als ik geen gelijk heb geef ik dat best vaak toe. Mijn nadeel (of voordeel) is dat ik breed geïnteresseerd ben in vrijwel alles, maar er zijn voldoende mensen die juist smalle interesseterreinen kennen en die kunnen mij nog weleens verrassen. Soms tot grote blijdschap van deze meninggever hoor. En dan is een ruiterlijk excuus op zijn plek. Maar niet in het onderhavige geval. Of zoals onlangs rond de zgn. ‘vluchtelingen’. Zolang de instroom bestaat uit mensen die hier niks te zoeken hebben en de voorstanders van die grote volksverhuizing vinden dat wij hier te lande nog wel 250.000 mensen per jaar kunnen toelaten komen we er niet uit. Dan maar tot het gaatje.
Deed ik daarom ook in de discussie over die elektrische auto. Tot mijn stomme verbazing zag ik onlangs dat vrijwel alle media, aandacht gaven aan die zelfde nieuwe auto van dat merk met de T in de neus. Zonder enige vorm van zelfkritiek verslag doend van de rijen mensen die nu reserveerden voor een auto die pas in 2018/9 leverbaar zal zijn. Van een bedrijf dat nu eerst nog moet zoeken naar een productiefaciliteit en geld om dat ding te bouwen. Kijk, dan ben ik zo vrij om fijntjes te wijzen op merken als General Motors, Opel, Volkswagen, Nissan, Renault, smart, Volvo en zo meer. Die bieden allemaal elektrische auto’s aan. Even schoon, even handig en stil. En stukken goedkoper. Maar kennelijk minder modieus. En daar vallen die media toch voor. Maar het heeft dan niets met kennis van zaken of journalistiek te maken. En zo is het, en daar moet u het dan maar weer even mee doen…