Je hoort als mens tenminste een zekere vorm van eerlijkheid na te streven maar daarnaast ook in te zien dat echt heel eerlijk zijn soms kan leiden tot de grootste conflicten. Diplomatie moet je dan toch zien toe te voegen opdat je niet de hele dag wordt vastgepind op wat je tegen de een of de ander oraal of schriftelijk hebt geuit. Mannen weten al vaak uit ervaring dat ze tegen hun vrouw beter wat kunnen overdrijven in positieve zin dan dat ze echt eerlijk zijn als deze of die vraag aan hen wordt gesteld. Als de vrouw gekookt heeft en de man aangeeft dat wat ze aten niet echt lekker klaar werd gemaakt, kon het wel eens leiden tot een groot probleem. Dat geldt ook voor door haar uitgezochte kleding, die ze dan ook nog naar dat feestje van zijn werk wil aantrekken. Zeg nooit dat je die keuze niet mooi vindt, het wordt je jarenlang nagedragen…. Ook op het werk is het niet zo slim om echt eerlijk te zeggen wat je vindt van je chef(fin) of b.w.v.s. over het bedrijf zelf. Grote kans dat je bij een kennelijk niet meer te omzeilen functioneringsgesprek een en ander te horen krijgt.
En over die door mij ongewilde en qua nut zelden begrepen gesprekken gesproken, ik was zelf altijd erg eerlijk tegen hen die tegenover me zat. Confrontaties over wie nu eigenlijk het slechtst functioneerde in de ogen van de ander kwamen wel eens voor. Eerlijkheid die vaak niet echt op prijs werd gesteld. Gek genoeg zie je de balans bij dit onderwerp nogal eens de verkeerde kant op slaan. Veel mensen zijn ronduit oneerlijk als het er op aan komt. Ze liegen, bedriegen, roddelen en steken je figuurlijk een mes in de rug als dat hen zo uitkomt. Best zaken om rekening mee te houden in de omgang met anderen. Een partner die het altijd met je eens is lijkt me saai, al pleit ik niet voor constante discussies, maar het moet wel open en eerlijk allemaal. Dat geldt ook voor de dingen die je niet bevallen. Nu moet je dan niet meteen beginnen met ‘waarom doe je dit of dat toch altijd verkeerd?!’ want dan weet je op voorhand dat er ellende van komt.
Een subtielere manier van vertellen is handiger. Eerlijkheid met mate is dus eigenlijk een betere dan recht voor zijn raap vertellen wat je er van vindt. Blijf daarin ook verstandig en diplomatiek en wees af en toe even hoffelijk als het zo uitkomt. De ander vindt dat vaak heel plezierig. Ben ik zelf altijd eerlijk geweest? Vast niet, er zal ook bij mij wel eens wat zijn overdreven, licht aangedikt, of buiten beeld gehouden. Soms kwam dat beter aan op het moment dat het zich voor deed. En ik denk dat dit voor de meeste van mijn lezers hier of elders het geval is. En ik ben wel benieuwd naar de verhalen over dit fenomeen van jullie kant. Wel eens opmerkelijke dingen gezegd of verzwegen uit hoofde van de eerlijkheid? Laat ff weten als je wilt of kunt…..




Nadat de medische molen als resultaat en conclusie opleverde dat ik in een redelijke conditie verkeer maar dat ik wat moet letten op mijn cholesterolniveau startte ik zelf maar met een soort van dieet wat moet zorgen voor verlaging van alles behalve al te veel leefgenot. Dus ook geen alcoholische drankjes meer, geen suiker in de thee, en verder minder, minder minder van alles wat ik normaal naar binnen werk(te). En dat wordt dan automatisch vast ook gemerkt door onze favoriete hoofdstedelijke banketbakker Kwekkeboom waar we voorheen erg graag na een stevige wandeling neerstreken voor een bakkie thee met een lekker broodje kroket (vrouwlief neemt steevast iets anders…). Die kroketten van deze lui zijn nationaal beroemd en dat zit hem toch in de vulling en structuur. Een lekkernij waarbij mij de tranen uit de ogen lopen als ik eraan denk dat ik die nooit meer zou mogen verorberen. Een kroket is natuurlijk een in het vet gebakken ding, vol vlees en saus, wat zout plus nog zoiets en goed heet gebakken (krokant maar niet te bruin) zijn ze het lekkerst. Een genoegen! Tot mijn besluit om op dat minder-minder-minder te gaan zitten, waren we toch tenminste een keer per week te gast bij die lui. Dat hakt er in. Zet het nu vermijden ook zoden aan de dijk? Vast niet, maar symbolische beslissingen zijn ook van waarde.
Het is trouwens opvallend hoe wij Nederlanders met die kroketten omgaan. De meeste van die dingen worden genuttigd bij een snackbar, liefst lopend op straat, en dan maar proberen tong en binnenkant gehemelte niet te verbranden. Daarmee is de kroket al decennialang een arbeidersgerecht geworden terwijl het ooit, lang geleden alweer, meer iets was voor de hoge heren en dames, als gerecht tussen voorspijs en hoofdgerecht. En je had ook heel wat verschillende soorten weet ik nog. Als kind maakte ik mee dat mijn moeder bij een heel bijzondere gelegenheid nog trakteerde op garnalenkroketten, dat was echt iets aparts, en dat at je echt niet met je handen of zo. Daar werd met mes en vork van genoten. Tegenwoordig is die kroket een lunchgerecht. Ik heb vaak aan mijn buitenlandse gasten van toen moeten uitleggen wat dat voor dingen waren, wat erin zat en hoe het smaakte. Goede exemplaren werden naar waarde geschat. Hoe donkerder gebakken en hoe meliger gevuld, des te minder enthousiasme.
Wij Nederlanders zijn er in ieder geval gek op. Iedere vaderlander eet er 22 per jaar. In totaal worden er 350 miljoen per jaar gemaakt. Een deel van de kwaliteit waar ik zelf zo van hou. Maar nu even niet. Ik moet afzien, lijden, hongeren, houtjes bijten…. Daarom wellicht dit smakelijke blogverhaal. Voor hen die er straks lekker in bijten, ga je gang. Eet smakelijk en denk aan mij….
Het was mijn passie voor vliegtuigen die mij als jong mens deed besluiten een ‘carrière’ bij een grote bankinstelling op te geven en te gaan voor een baan bij een luchtvrachtkantoor op Schiphol. Het werk daar was wel iets heel anders dan wat ik gewend was geweest op dat grote bankkantoor in hartje centrum Amsterdam. Omdat we maar met twee mensen ons bedrijf (met hoofdkantoor in Rotterdam en een groot kantoor met loodsen in Amsterdam) in de luchtvaart vertegenwoordigden moest je ook echt alles zelf doen. Dus na een dagje vrachtbrieven maken en manifesten plus de benodigde paperassen voor de douane hier of elders, moest je dan de dozen of kisten die mee moesten met de bestemde vluchten zelf voorzien van de benodigde stickers en dat spul dan uitklaren en aanbieden bij ofwel het afhandelkantoor van KLM of Aero Ground Services. Je liep of reed daarbij over het platform van Schiphol en dat was in de zomer leuk, in de winter wat minder. Mijn toenmalige chef deed overigens precies het omgekeerde.
Hij was altijd meer een importman geweest en deed nu het werk van een declarant. Maar dat kantoor werd door onze inspanningen uit de klei getrokken en al snel groter en groter. Binnen de kortste keren werd er voor dat importgedeelte een man aangetrokken die de declaraties zou doen, en voor het loodswerk kregen we een ‘vrijmaker’ in dienst. Iemand die goed kon omgaan met de douane en de afhandelaars. Voor de export was er intern niet zoveel belangstelling. Niet dat het niet liep hoor. Het was ook op dat deel van het bedrijf gewoon druk. Dat kwam nu volledig op mijn nek terecht. En dat was soms best zweten. Nu hadden we door actief verkopen al snel een breed klantenbestand. Waaronder een bedrijf in Nijverdal dat dieren verhandelde. Van kanaries tot bruine beren. En die eigenaar daar had weinig op met kantooruren. Als hij bedacht dat er iets vandaag naar een klant moest dan meldde hij dat meestal pas tegen de avond. Dáág thuisdiner. Vanuit Nijverdal kwamen de kisten of dozen met dieren dan (hopelijk op tijd) per Spoorexpresse (jaja toen nam de NS nog vracht mee in haar treinen) aan op het Amsterdamse CS, waar ik het spul dan als export-verantwoordelijke op haalde, voorzag van de voor luchtvracht benodigde labels, en transporteerde naar Schiphol, waar het uitklaringsproces kon plaatsvinden en de tijdige aanlevering bij de KLM. Vaak bestemd voor de Swissairvlucht die heel laat in de avond naar Bazel vertrok. Een andere keer moest het mee met de Japan Air Linesmachine naar Tokio.
Nu had ik wel rijervaring met de bedrijfsauto (een Ford Taunus) maar nog geen rijbewijs. Dus dat vervoer van huis naar CS en tussen CS en Schiphol moest ik dan maar op eigen gelegenheid regelen. In de praktijk hield dat in; op de brommer! Mijn toenmalige chef keek niet zo nauw. Vooral in de winter geen pretje. En hoe ik die diertjes in hun smalle behuizing door de ook toen vaak schrale wind mee wist te nemen is achteraf gezien een veiligheidswonder. Was de missie dan gelukt reed ik op dat zelfde brommertje in de donkerte en koude weer terug naar huis en stapte volkomen verkleumd in bed bij mijn toen nog piepjonge echtgenote die me gelukkig vaak weer wist op te warmen tot meer normaal menselijk niveau. Mijn geklaag over deze wel erg geimproviseerde situatie deed chef Ruud besluiten om niet alleen mijn rijbewijs te laten verzorgen (in 9 lessen behaald via een collega die er als instructeur bij beunde) maar ook een nieuwe VW Bus aan te schaffen die ik daarna mee naar huis kreeg als er weer een dierenzending aan kwam. Het scheelde veel. Al bleef ik er wel op mopperen. Maar ik leerde er echt veel van. Problemen oplossen, hoe groot de uitdaging ook was. Lukte altijd. Nog profijt van. Alleen ga ik daarna niet meer met de Puch naar Schiphol. Toen dat VW Busje mijn vaste vervoer werd, ging die de deur uit. Daar heb ik lang spijt van gehad. Maar ach, je kunt niet alles bewaren. Ben al blij met de herinneringen…
Onlangs was het weer eens zo ver. Ik had een verkoudheid opgelopen. Zo eentje die zorgt dat de neus vol zit met water waarvan je geen benul hebt waar het vandaan komt, een keel die aanvoelt of er met een ruwe rasp overheen is geschaafd, een hoofd dat nergens tegen kan omdat er een pijntje in zit dat je het leven vrijwel onmogelijk maakt. Maar het meest vervelend, die intense kou die in je lijf vast lijkt te zitten. Het begon op dinsdagavond. Schrale keel, wat snufferig. Woensdag was het al ontwikkeld tot een heftige verkoudheid en de nacht naar donderdag werd er nauwelijks geslapen. Nauwelijks adem te halen en alles verstopt. Ik voelde me zielig en alleen, ondanks de goede zorgen van vrouwlief. Mannen en ziek zijn, het blijft allemaal wringen. Ik ben niet zo’n klager hoor, maar als ik zo’n moment van ongesteldheid moet doorstaan voel ik me echt akelig en tot niets in staat. Zelfs schrijven doet me pijn.
Vrouwlief neigt er dan naar om me zo ziek als ik dan ben, te willen laten wandelen, want als je buiten loopt wordt je vanzelf beter, maar ik klapper van de kou, wil niet naar buiten maar naar bed. Wat ik zelden of nooit doe. Slechts migraine krijgt me gestrekt. Nee, ik neem wel een mix van Paracetamolletjes en vitamine C om de dag door te komen. Ik zit dan op een elektrisch kussentje, zet de kachel een tandje hoger en probeer me door de dag heen te slaan. Hete thee is goed voor de keel, en ik lees weer wat meer dan normaal al het geval is. Deken om me heen, en vooral een beetje zielig gevonden worden. Verwend, aandacht, arm om me heen, al is dat laatste dan weer niet zo handig i.v.m. mogelijk besmettingsgevaar. Want die verkoudheden draag je heel gemakkelijk over. Zoals ik het kreeg zou ik het vrijgevig hebben kunnen ronddelen. Niks te beroerd voor. Na een paar dagen ging het beter. Ik wist niet eens meer dat ik verkouden was geweest en ook niet waarom ik er zelfs een blog aan heb besteed. Maar ach, wie weet herkent iemand dit…. Dan was het nier voor niets, dat lijden bedoel ik uiteraard…
Stel dat er een populariteitsschaal zou bestaan die tussen de rapportcijfers 0 en 10 jouw eigen populariteit zou moeten omschrijven vanaf pakweg je 12/13e levensjaar en nu. Welk cijfer zou jij dan aan jezelf toekennen? Ik denk dat de meeste mensen zichzelf ergens rond de 6-7 inschalen. Omdat ze nauwelijks van zichzelf weten hoe populair ze waren of zijn. We staan niet voor niets constant met onze smartphone selfies te maken toch? Om dat cijfer wat ons allen behept wat op te vijzelen. Wie in zichzelf gelooft komt vanzelf in een club van mensen terecht waarmee het goed omgaan is. Zij die er buiten vallen hebben of krijgen het moeilijk. Het euvel van de onzekerheid in de jeugd helpt vaak niet. We willen zo graag als we pakweg 13 jaar oud zijn, we verlangen naar dat geheimzinnige van de andere sekse maar willen ook dat onze vriendenkring, al dan niet op school, ons erkend als ‘leuk’ om mee om te gaan. En dus gaan we ons uitsloven. Trekken kleding aan die past bij het al dan niet zelf gekozen imago.
De sterkste karakters behouden een eigen stijl. De mooiste en echt leuke exemplaren worden nagestaard en zijn vaak ook na 30 jaar nog steeds populair en voor andere mensen aantrekkelijk. De minder fraai uitgeruste jongens en meisjes, kijk, niet iedereen stond vooraan toen Onze Lieve Heer de schoonheid uitdeelde, moeten het doen met aankleding, vleien en roddelen. Want dat laatste lijkt een voorwaarde om op te vallen. Wie veel weet te vertellen over anderen krijgt vanzelf aandacht. Maar of je daar nu echt populair door wordt? Hoe dan ook, we beseffen als we jong zijn nauwelijks hoe ons uiterlijk en gedrag, vaak door genen en hormonen ingegeven, onze populariteit beinvloedt. Wie verkeerde keuzes maakt, al vroeg de andere sekse weet te betoveren, ervaringen op doet die anderen ofwel vermijden dan wel gewoon niet in staat zijn mee te maken, komt vaak hoog uit de bus in de populariteitspolls.
Al snappen we zelf dan vaak niet eens hoe dat zo komt. Als ik naar mijzelf kijk en hoe mijn jeugd of pubertijd verliep zie ik dat ik zelf qua rapportcijfer wel ergens rond de 7 uit zal komen. Ik kwam redelijk voor mijzelf op, was een ‘verteller’ en kon zo in die lastige periode van het leven aardig de blonde bol boven water houden. Al snel wist ik dat ik voor de toekomst moest gaan werken en studeren. Het leerde me ook dat je echt populair maken bij een chef of werkgever slechts dan lukt als je jezelf weg cijfert en blijk geeft van een kameleonkarakter. Wat ik niet had of heb. Ik had wel veel ambitie. En dus werd de carriere verlegd, net als de studie.
Het heeft me veel geleerd. Werd ik er populairder door? Vast niet. Maar het kon en kan me niet zoveel schelen eerlijk gezegd. Nog steeds niet. Mijn mening is er een die niet zo snel meebuigt met die van anderen. Wat recht is blijft recht en wat krom is blijft krom. Gelukkig mag ik mij verheugen op enige populariteit in eigen kring…..:) Ook iets waard. Maar ik ben wel benieuwd hoe dat bij jullie is lieve lezers en lezeressen. Was je zelf lekker populair zo aan het begin of tijdens je pubertijd? En hoe is dat nu ontwikkeld? Weet men je nog te vinden en te waarderen? En hoe komt dat denk je? Ieder trucje wat ik nog niet ken maakt me direct nieuwsgierig…..(Beelden: internet)
Valt het jullie ook op dat zodra er zicht is op een beetje afwijkend weer ergens een ‘weeralarm’ met kleuren wordt afgegeven? 2 cm sneeuw is goed voor code geel, oranje of rood. Dreigend onweer of storm zorgen voor dito aanduidingen. Alsof we ineens zijn veranderd in watjes die niet meer weten hoe om te gaan met dat soort bijzonder weer. Nu was het deze eerste maand van het nieuwe jaar 2017 wel zo dat bijna 500 ongelukken en aanrijdingen plaatsvonden toen we voor het eerst in lange tijd weer eens een dagje sneeuw en ijzel in ons land meemaakten. Men gleed van de weg, schaarde, draaide om de as of schoot in een sloot. Vaak veroorzaakt door datgene wat ons Nederlanders veelal parten speelt; zelfoverschatting en gladde of verkeerde banden. Wij fietsen ook bij ijzel gewoon door. Niet verstandig.
Misschien is het wel zo dat die waarschuwingen zijn gericht aan hen die maling hebben aan elke vorm van voorzichtigheid. De Selfie in de sneeuw belangrijker dan opletten op de weg. Het kan allemaal. Maar ik heb zelf in mijn leven heel wat echt zwaar weer meegemaakt en reed ook altijd door. Zoals die keer in de jaren tachtig dat Nederland echt compleet vast liep en de files enorme vertragingen veroorzaakten. Ik werkte in die tijd in Amsterdam en zat qua verantwoordelijkheid op een dealerbedrijf voor mijn favoriete merk. We woonden in die periode in Almere en moesten die avond als altijd terug naar huis. De sneeuw lag echt heel dik op straat en er werd minder geveegd of gepekeld dan nu.
Mijn toenmalige bedrijfsvoertuig was een Skoda Rapid Coupe, een heel fijne wagen, motor achterin. Volgens de fabrikant (en mijn verkoophandleiding) een groot voordeel omdat de motor op de aangedreven wielen stond. Klopt zeker, want de sportief ogende Skoda ging als de brandweer dwars door al die sneeuw heen waar anderen met doorslaande wielen moeizaam vooruit glibberden. In de polder werd het een stuk lastiger. Daar was de berg sneeuw nauwelijks ingereden, de polder was toen nog niet zo in trek als nu het geval is. We waren laat en ik stuurde de intussen door een intense sneeuwval zelf ook wit geworden auto die daardoor langzaam aan een soort rijdende sneeuwpop was veranderd, richting ons huis. Een straat voor de afslag naar onze buurt stond daar toen de enige postbus uit de omgeving en wij hadden een hele stapel enveloppen met inhoud bij ons die echt weg moest. Dus ik draaide gewoontegetrouw de straat in waar die bussen stonden en…..liep muurvast. Er lag iets van een meter sneeuw en de Skoda kon niet meer voor- of achteruit. We knokten ons door de portieren naar buiten. Deden eerst de post in de bus, die net nog maar net boven de opgewaaide sneeuw uitstak en begonnen met graven. Na een kwartiertje noeste arbeid was het gedaan en waren we weer vrij. Dat waren nog eens sneeuwbuien. Eenmaal thuis lag er een meter sneeuw tegen de garage- en huisdeur. Weer graven. Kortom….Code rood? Watjes…..! (Beelden: Internet)
Mijn oude tandarts is er mee gestopt. Ik heb haar tot voor kort, 24 jaar lang laten frunniken aan mijn op zich sterke gebit. Meestal zonder al te veel gedoe, soms was het een vrij pijnlijke oefening. Maar ergens in 2015 ging er iets mis in haar persoonlijke leven. Ze werd ziek, en niet een beetje ook. Dat kwam uiteindelijk wel weer goed hoor. In 2016 was ze er weer en hielp me nog even van een pijnlijke plek in een boventand af door middel van wat geboor en gewroet, gevolgd door een verdovende vulling. Altijd naar de zin, vriendelijk, service with a smile. Maar in november vorig jaar ineens een brief. ‘Ik stop er mee!’. En de verwijzing dat je als ‘client’ naar een drietal collega’s van haar toe kon voor verdere behandeling. Ik heb haar uiteraard een bedankbriefje geschreven en de hoop uitgesproken dat het haar verder goed zou blijven gaan. Mijn leeftijd, stoppen doet dan feitelijk pijn, maar als er verder niks loos is valt er een nog goed leven op te bouwen in relatieve stilte.
De nieuwe tandarts die ik koos zetelt in hetzelfde gebouw als waar de huisarts en de eerder genoemde familie van Dracula zetelen. Gemakkelijk, want vlak bij mijn woonadres, en bij aanmelden een professionele organisatie waar je in de computer wordt opgenomen en de oude tandartsdossier worden gedigitaliseerd. ‘In Mei krijgt u een mail voor een afspraak’ was de toezegging. En zo kwam er weer rust in de tent. Want laten we wel zijn, de tandarts is leuk voor het onderhoud van je gebit en de evt. oplossingen van pijnlijke problemen, maar een echte innige relatie bouw je er zelden mee op. Ik ben er overigens niet bang voor, gek genoeg, maar zoek het ook niet onnodig op. Tot…begin januari. We aten een beetje soep met een crackertje, en verdraaid, juist dat laatste ding zorgde voor een afgebroken hoektand.
Knak, krak, halve tand in de hand. Nu was die bewuste tand al lang geleden voorzien van een nieuw kunstmatig gevormd stuk, gevolg van een vervelend ongelukje in 2000 toen ik een metalen balk met Luxaflex op mijn gezicht kreeg. Precies toen ik net begonnen was met mijn bedrijfskantoor in eigen huis. De oude tandarts repareerde mijn zichtbare boventanden die allemaal waren afgebroken. Kennelijk is er nu een zwakke plek ontstaan. En moest ik bellen voor een afspraak. Na twee dagen kon ik terecht. “Het was te druk’. Oei, dat werd afzien. En niet te veel (glim)lachen. Rot gezicht. Als u dit leest is de boel weer professioneel gerepareerd en weet ik zeker dat ook met de nieuwe tandarts een goede relatie zal ontstaan. Aardige dames, professionele aanpak, goed werk. Maar wat een ellendige behandelstoel zeg…ik lag zowat op mijn kop. Maar goed, alles moet wennen….
Dat blijft toch bijzonder met die artsen in dit land. Zodra je met wat ook hun kant op komt schrijven ze vrijwel direct een verwijsbrief uit voor een bezoekje aan de familie van Graaf Dracula die met enige belangstelling hun tapuitrusting in je lijf steken om zo jouw bloed tot zich te nemen voor nader ‘onderzoek’. U snapt vast wel wat ik bedoel. Onlangs ging er iets in mijn lijf tekeer dat zich in al die jaren daarvoor nooit had voorgedaan. Alsof er een bougie te veel vonken af gaf waardoor de motor die ons aller leven in stand houdt een tandje bij liep. Nu verkeer ik met dank aan een vrij gematigde (..) levensstijl in aardige conditie. Benauwd was ik niet bij het kilometers wandelen en trappen op of afrennen. Nee, alleen die overslag die het een paar dagen vol hield. Ga dan maar niet Googlen mensen, want je schrikt je gek of maakt je tenminste ongerust. Ik in ieder geval deed dat wel en sprak toch maar af met de altijd lieve huisarts waar ik alleen heen ga als het echt niet anders meer kan.
Had daar de bloeddruk zijn gemeten was die vast extra hoog geweest. Niet direct door haar verschijning, hoewel het vast heeft bijgedragen, maar vooral door dat getap. Ik ben er niet van en kijk er ook niet naar. Op een nuchtere maag zijn er leukere zaken om te consumeren. In ieder geval is het gedaan en moet ik wachten op de uitslag. De Huisarts wil aan de hand daarvan een ‘behandelplan’ opstellen. Ik ben zelf daarmee alvast begonnen. Helemaal geen suiker meer in de thee, minder vet of tussendoortjes en nog wat meer bewegen. Ik weet het allemaal zelf wel en was al zo aardig onderweg. Als dat hart me niet in de war had gebracht. En opmerkelijk, een dag na mijn bezoek aan de huisarts, eind vorig jaar, was de kwaal weg. Net zo plotseling als die was gekomen. Dus…hoezo behandelplan? (Beelden: Internet)
Het beperkte zich toch wat tot praktische zaken met Sinterklaas en iets bijzonders tijdens mijn verjaardag. Veel van mijn eerste Dinky Toys stammen uit die periode. Eens per jaar mocht het iets kosten en ik kan me die blijdschap nog goed herinneren als er weer een doosje gevuld met zo’n Brits model door mijn ouders voor me werd neergezet. De meeste er van bezit ik nog. Maar ook boeken over mijn luchtvaartpassie of een schaalmodel dat je zelf moest bouwen wilde in de loop van de jaren nog wel eens voorbij komen. De rest van het jaar was het vaak niet zo vrolijk allemaal, je koesterde wat je kreeg en poetste soms de lak zowat van de modellen of las de boeken letterlijk stuk. Wat is dat toch veranderd. De verjaardag is nu meer een statistisch gegeven. Weer een jaar ouder, de geest blijft qua leeftijd een heel stuk achter bij het gegroefde spiegelbeeld.
Soms schrik ik van dat laatste, vindt mensen met wie ik qua generatie opgroeide en nog mee maak of weer eens ontmoet, ‘ouder geworden’ en blijf dat beeld voor mijzelf aardig confronterend vinden. Daarbij komt die leeftijd soms met gebreken. Schrikbarende zaken soms. Dingen die angstig kunnen maken ook al vallen ze dan uiteindelijk weer mee als je er de huisarts mee lastig hebt gevallen. Maar toch…. De tijd van de glanzende huid, de onuitputtelijkheid, de eindeloze weg naar de toekomst, het valt allemaal wat weg en je koestert nu maar dat je er nog mag zijn en zo kunt genieten van zaken als geluk, gezondheid en liefde.
Wat ik me uiteraard wel afvraag is of de kinderen van nu nog steeds zo zouden genieten van hun presentjes als ik dat indertijd deed. Als ik zie wat er aan cadeau’s wordt gegeven tijdens de officiele feestdagen en dan optel wat verjaardagen brengen, maar ook hoe kinderen soms worden verwend door het jaar heen, vraag ik me echt af wat die generatie van nu echt zal bewaren voor de toekomst. Wie weet is dat ook wel goed want dan mis je ook het nostalgische van die verjaardagen die je naast een hoop plezier ook terug doen kijken naar een periode die toch niet altijd even leuk was. Ook al willen we dat ‘vroeger’ nog wel eens overdreven oppoetsen. Net als die modellen die ik in die periode kreeg. Of die boeken. Die mij ook vormden tot de persoon die ik nu ben. Nog steeds. Van harte proficiat spiegelbeeld, ben jij echt net zo oud als ik???