‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.
Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.
De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??

Was ik een fan? Nee! Niet meteen. Ik vind dat ze aardig zong en sommige van haar hits zing ik nog wel mee ook, maar ze was van een generatie of twee na mij en dan begint het gevoel voor moderne smaak toch iets te tanen. Opvallen deed ze overigens wel. Haar stem heel anders dan bij die riedeltjeszangeressen van tegenwoordig die zonder adlips schijnbaar niet kunnen functioneren. ‘Mens, zing toch eens rechtuit…’ zeg ik dan vaak. Amy Winehouse was van een andere orde. Als dat strotje open ging wist je wat ze wilde vertellen. En een uiterlijk zoals je bij weinig andere dames van de microfoon zag. Wonderlijk getoupeerd haar, een scherpe neus, onder de tattoo’s en in haar latere levensfase bijster mager. Amy leed aan een minderwaardigheidscomplex en verbloemde dat met haar talent, maar voor de echte verdoving zocht ze die in alcohol en drugs. En dodelijke cocktail. Maar het meisje was gedreven door haar echte talent. 
Ze schreef een nummer over die verslaving en hoe mensen haar wilden laten afkicken, wat ze nooit deed. ‘Rehab’ heette dat nummer en werd een grote hit. Maar als artieste bleek ze ook onbetrouwbaar door dat wangedrag. Haar angst voor de grote boze wereld maakte dat ze steeds meer ging gebruiken, al dan niet geholpen door haar vriendjes van het moment. Het richtte haar uiteindelijk ten gronde. Op 27-jarige leeftijd was het over en uit. Ze overleed op 23 juli 2011. Zeven jaar later reist een tentoonstelling over haar leven de wereld rond. Onlangs was die in Amsterdam te zien, bij het Joods Historisch Museum. Mooi gemaakt, lekkere muziek, mooi opnamen. Zonde van dat talent. Maar een mooi eerbetoon. Zelfs ik kon er van genieten. En dat op mijn leeftijd…… (Foto’s: Wikipedia/internet)
Onlangs was ik met heel lieve vriendjes in gesprek. Het ging over het onderwerp ‘vriendschap’ en wat de inhoud daarvan eigenlijk kon betekenen voor betrokkenen. Vooropgesteld, vriendschap is een keuze. Van beide kanten. En ik ben van de soort mensen die meent dat vriendschap niet beperkt hoeft te blijven tot mensen van dezelfde leeftijd of hetzelfde geslacht. Als mensen leuk zijn, bij je passen, je het warme gevoel geven dat ze er altijd voor je zijn, dat ze onderdeel van jouw leven willen zijn zonder er meteen iets voor terug te verlangen, neig ik al snel naar de stelling dat dit dan ‘echte vriendschap’ is. Van die soort ken ik er in de loop van mijn intussen vele jaren best een aantal. Niet alleen voor het delen van je dieptepunten uiteraard, al lijkt dat meer voor de hand te liggen dan het delen van je evt. hoogtepunten. Maar het gaat uiteraard ook om zoet en zout, om leut en verdriet. Echte vrienden snappen ook dat je weleens wat minder in je vel zit of dat je iets anders wilt doen dan zij in de bol hadden.
Ze claimen jou net zomin als jij dat omgekeerd bij hen doet. Drempelloos van elkaar genieten. Dat maakt het leven leuker, warmer, geeft meer inhoud. Want bedenk je maar eens hoe het leven moet zijn zonder mensen om je heen die je echte vrienden mag noemen. Veel van mijn persoonlijke vrienden zijn mensen die ik via het ‘werk’ als collega leerde kennen. Mensen die je daardoor toch dagelijks meemaakte en die al dan niet op jouw frequentie bleken te zitten. De rest daarvan ben je na vertrek vaak snel vergeten. Verdwenen in het mandje van de geschiedenis, ook al hebben die zelf waarschijnlijk weer een heel andere groep mensen om zich heen die zij weer hun vrienden noemen. Soms bewegen vrienden zich ook in jouw eigen familiekring of omgekeerd. Als de band sterk is blijkt het elastiek soepel…. Maar in al dat geïdealiseer realiseer ik me ook dat er in de loop van de tijd ook mensen door de mand vielen, niet echt de vrienden waren die jij ervan verwachtte.
Mensen die kennelijk gingen voor het eigen gewin, die zochten naar persoonlijk vertier, of eenzijdig keken naar wat jij hen te bieden had. Maar omgekeerd nauwelijks bereid bleken iets terug te geven. Ik zag dat indertijd al bij mijn moeder. Die was van het type ‘verwendevriendendanvindenzemevastleuk’. Dat lukte maar met mate. Het bracht uiteindelijk niets. Bij haar begrafenis stonden alleen familieleden aan haar graf. En een paar echte vrienden van ons. Vanaf het eerste uur. Uit respect, en om ons te ondersteunen. Maar die mijn moeder zelf niet eens had gekend. Kijk, dat is pas echte vriendschap. En die koesteren we. Hoe is dat bij jullie lieve lezers? Ook van die geweldige vriendschappen waar je helemaal blij van wordt? En zijn dat er nu (nog) veel of weinig? Ik ben benieuwd.
Zwart is zwart en wit is wit. Zoeken naar grijstinten heet een compromis. En dat is dan zoveel als een schikking tussen partijen waarbij ieder daarvan een beetje toegeeft. Hoe vaak het ook lijkt alsof dit land sterk is in het sluiten van compromissen, in de praktijk van alle dag zijn we dat niet echt. Komt ook omdat mensen tegenwoordig over niets en nergens een mening hebben en die vaak en luid verkondigen. Vanuit iets van (beter)weten of omdat ze iets delen van derden waarvan ze de waarheid zelf onderschrijven of vermoeden dat het gedeelde juist is. Bij politieke of geloofskwesties zie je dit veel voorbij komen. Je hebt tegenstanders van Wilders en die zijn ingegraven over diens anti-islam denken, terwijl de voorstanders precies het tegenovergestelde vinden. Zodra je dan met modder gooit die gericht is op de mensen met de andere mening is elke discussie op niveau al op voorhand verloren. Om over het compromis maar te zwijgen.
Zo gaat het ook over de islam als geloof of de uitwassen die deze stroming met zich meebrengt, of pakweg de al dan niet stijgende zeespiegel in relatie tot ons menselijk handelen. Je bent voor of je bent tegen. Het compromis komt er bijna nooit uit. Dat zorgt ook voor veel geschreeuw, gescheld, vervloeken van tegenstanders en zelfs het boycotten van mensen die het niet met jou eens zijn. Je zult vast weleens zo’n situatie zelf hebben meegemaakt of ervaren en daar het jouwe van denken. Ik zal echt niet achteraan gaan staan als hiervoor de vinger moet worden opgestoken. Discussies op inhoud moet je altijd voeren. Maar zodra het persoonlijk wordt, mensen die je helemaal niet kennen allerlei persoonlijke getinte verwijten jouw kant op slingeren is het voor mij snel klaar. Zwart is zwart, wit is wit. Grijs komt niet voor. Al is gedekt grijs in driedelig kostuum nog best wel aardig om bij gelegenheid aan te trekken. Of is een zilvergrijze auto in mijn optiek nog steeds erg fraai. Maar dat zullen anderen weer met me oneens zijn. Die vinden een T-shirt met opbollende haargroei daaronder interessanter of willen per se een gifgroene of felrode auto berijden. Van mij mag dat. Altijd. Mits je me maar niet gaat wijsmaken dat het een beter is dan het andere. Want dan bereiken we echt geen compromis. Never! Nooit!
Weet je het wellicht nog? Een jaar geleden alweer haalden we onze kleinste poes op uit het lokale dierenasiel. Die poes met een heel verhaal. De kitten die met zijn broertjes en zusjes door een of andere schoft was gedumpt en zonder eten of drinken in een vuilcontainer had gezeten. Gelukkig gered en door ons daarna uitverkoren. Nou ja, hij koos ons uit met zijn brutale manier van doen. Sindsdien is hij uitgegroeid tot ‘kleine urk’. Want poes bleek kater, de oorspronkelijke naam werd gewijzigd. Hij onderging de dingen die kittens dienen te ondergaan. Hij vrat en vreet als een bootwerker, palmt ons in met zijn lieve charme en ligt het liefst op ons of tegen een van ons aan. Voor grote huisgenoot Pixel is hij beurtelings speelgenoot of prooi. Die kan niet zo goed kiezen wat hij het leukst vindt aan dat kleine zwart/witte monster. Zal ook komen door zijn wat kleinere bouw. Pixel is zowat twee keer zo groot als hij.
Anders dan Pixel is de kleine ook liever lui dan moe. Slapen kan hij als de beste. Vooral overdag. ’s-Nachts gaan hij dan spoken. Onderzoeken wat leuk is en wat niet. Omdat hij dan ook weet dat Pixel in een soort zelf verkozen coma ligt. Die is overdag veel actiever, maar slaapt in de nacht als een roosje. Is het een miauwende kat? Nee! Hij piept wat in het rond. Vooral als hij ontdekt dat hij de deur niet kan open maken. Want hij is ofwel te lui om dat te leren dan wel hij vertikt het gewoon. Hij kan verleiden, kopjes geven, knorren, maar praktische zaken is hij niet zo sterk in. Zoals goed springen. Waar onze Pixel afstanden overbrugt van 1,5-2 meter is voor de kleine Punky 50cm al een erg grote barrière. En het ziet er niet naar uit dat hij dat ook nog zal leren. Want dat moet je dan toch wel een keertje oppikken als kat zou je denken. Zeker als je grote voorbeeld het keer op keer voor doet…
Een kater met een handleiding dus. Met een kopje als een clown, een karakter vol liefde en overgave, maar weinig praktisch inzicht. Tot er een vlieg of mug in de kamer is. Dan ineens zie je iets wat lijkt op het gedrag van een gemiddelde huiskat. Maar als het te lang duurt snelt hij terug naar zijn uitrustplek en knort vol genoegen over zijn avonturen. Alleen jammer dat we dat niet zo goed begrijpen. Na een jaar weten we in ieder geval dat we in ons gezin een paar aardige karakters op vier poten onder een dak hebben verzameld. Van harte gefeliciknord Punk! We genieten van je!
De eerder verhaalde opvolging van Tommie door een nieuwe navigator voor in de auto maakte dat we op de dag van aanschaf van die nieuwe wegwijzer in zakformaat onderweg waren van Hoorn naar onze eigen hoofdstedelijk omgeving, maar dan wel via de IJsselmeerdijk en de weggetjes die daarlangs leiden. Een aan te raden route voor als je wilt onthaasten of houdt van schapen tellen. Af en toe even stoppen en op de dijk naar het water en de boten kijken. Vanuit Warder, een van de gehuchtjes daar, kan je bij goed zicht Amsterdam zien liggen. Een tussenstop voor een broodje en wat thee maakten we in Edam. Nu ligt dat b.w.v.s.. op fietsafstand van Amsterdam, ik ben er in mijn bewuste leven nooit echt geweest. Wel in de buurgemeenten Monnickendam of Volendam. Maar Edam kende ik alleen van de kaas die men daar maakt met een wereldwijd bekende klank.
Dat Edam is best een aardig plaatsje. Onderdeel van de Gemeente Edam-Volendam kent het in totaal 28.500 inwoners. De naam van het stadje is afgeleid van het feit dat men indertijd gelegen was aan de rivier de IJe of E. En dat leidde dan weer tot Edam. Dat riviertje mondde ooit uit in de Zuiderzee, maar werd later omwille van de veiligheid (bij slecht weer en hoogwater wilde de boel nog weleens blank komen te staan) afgesloten. De haven van de stad was daarmee een zinloze onderneming geworden, men richtte zich dus uit nood op andere vormen van nering bedrijven. Kaashandel was daarvan een heel belangrijke en dat deed men met verve toen de (zee)havens dicht moesten.
Toch is goed te zien als je in het buitengewoon fraaie historische hart van de stad loopt dat men hier goed geld verdiende in de jaren van die handel. De huizen zijn buitengewoon rijk, de trapgevels doen denken aan Amsterdam en ook de grachtjes helpen bij dat beeld. Er staat een heel fraaie kerk, de St.Niklaas, die een toren heeft die je elders in het land niet ze snel zult aantreffen. Die toren noemt men een speeltoren en stamt uit de 15e eeuw. Voor wie zoekt naar vermaak, dat is er genoeg. Een museum, de nodige horeca, rondvaarten, markten, en voor wie een leuke foto wil maken in de vorm van een selfie op locatie moet daarvoor echt even op de brug bij de Dam gaan kijken vlak bij het stadhuis. Wonderlijke stenen constructie, maar bij glad wegdek niet aan te raden met glad schoeisel. Edam was een prima tussenstop. Wij genoten er even van de gastvrijheid en de omgeving. Net als een bundeltje toeristen die er vermoedelijk per fiets verdwaald waren geraakt maar er nu blij verrast rondliepen. Met iets lekkers in de hand vaak. Helaas geen brokken kaas. Die nam men vermoedelijk mee naar huis.
Ik verleg de verhalen over ervaringen met (horeca)bedrijven en instanties vanuit mijn Belgische schaduwblog voorlopig maar even naar dit intussen redelijk gewortelde mening blog. Dat scheelt me dubbel werk en ik denk dat de lezersgroep er ook wat groter mee is of wordt. Onlangs waren we te gast bij een van de vestigingen van de Toekanketen. In Vught deze keer. Ik kende deze vestiging nog niet, hij lag wat verscholen aan de lokale wegen rond Den Bosch, maar strategisch ten opzichte van de omgeving die we wilden verkennen. Zie daarvoor de eerdere blogjes over de St.Jan en Heusden. Zoals alles bij Van der Valk was de incheck efficiënt. Het hotelgebouw maakt een qua indeling ‘Britse’ indruk. Dat wil zeggen ‘rommelig’, je moet echt je weg zoeken.
Men gebruikt diverse gebouwen die met elkaar verbonden zijn via loopbruggen en trappen. Er zijn liften, maar ook die moet je ook zoeken. Op het tijdstip dat wij arriveerden, net iets te vroeg, kregen we zonder probleem de kamers toegewezen die we hadden geboekt. Ze lagen in een tweede gebouw op de begane grond. De auto kon er via de achterkant voor de deur worden gezet. Scheelt veel sjouwen als je de nodige bagage bij je hebt. Het bordes dat daartoe diende was overigens van de simpele soort. Grondplaten van grind, geen afscheiding tussen de kamers onderling, en bij de ene kamer wel een paar tuinstoelen, bij de andere niet. Opmerkelijk. Dat gold ook voor de kamer die ons was toegewezen.
Ik ben kritisch, zeker, maar voor de prijs van het gebodene wil ik ook wel een kamer die voor mekaar is. Nou dat viel iets tegen. Zo vonden we een enorme vlek in een van de geleverde fauteuils. Ook lag de kap van de grote schemerlamp op de grond. Die was ook stuk. Dat constateerden we meteen. Melding gemaakt bij de receptie (eindje lopen door die gangen en trappen). Dat zou men direct oplossen. Bij terugkomst op de kamer na een ronde door Den Bosch bleek dat ook het geval. Nieuwe kap op de lamp. Vlek nog in de stoel en de lamp zelf deed het niet. Had men dat niet even kunnen controleren? Een ander opmerkelijk aspect was dat het ligbad aan de lage kant was. In andere hotels met de toekan voor de deur zijn die vaak hoger. Dat is comfortabeler.
Dat geldt zeker ook voor de in die badkamer gebruikte ornamenten. Niet rond, maar hoekig, hypermodern wellicht, maar goed voor veel blauwe plekken, maar erger nog, door de positie t.o.v. de gebruiker, gevaarlijk heet. Zowel vrouwlief als ik kwamen er met ons linkerdijbeen akelig mee in aanraking. Hier keek men niet naar de menselijke maat. Bedden kregen van ons overigens een heel hoog cijfer. Heerlijk hard, genoeg stevige kussens, rustige omgeving, we sliepen als een roos. Het ontbijt (in een echt ongekend omvangrijke zaal) was van grote klasse. Bedenk het en men bood het aan. Kost wat, maar je krijgt ook echt iets. Zo wil je het en dit was een compliment waardig. Daar heeft men aandacht voor. Meer dan voor die kamers. En dat is jammer. Anders had men in Vught van ons een hoger cijfer gekregen dan het nu wat magere cijfer 7. House-keeping moet hier echt nog eens leren hoe het hoort. Wellicht in de leer gaan bij die mensen van het restaurant. Want die snappen het wel!
Nog zo’n plek die we wel kenden van naam maar nooit eerder bezochten, Heusden! Vestingstadje aan de Bergsche Maas. Klein, er wonen slechts 1500 zielen, maar met een centrum dat je echt eens gezien moet hebben. Plaats met een geschiedenis ook. En die geschiedenis gaat ver terug. In het gemeentewapen zelfs tot in de tijden van Alexandrië en haar koningin Catherina. Heusden zelf dateert ergens uit de 8e eeuw. De plaats zou in 829 na Christus door de Noormannen zijn verwoest. Deze noeste Scandinavische strijders trokken vaak met hun schepen tegen de stroom in de rivieren op in onze lage landen en roofden, verkrachtten of verwoestten alles wat ze tegen kwamen. Vandaar dat in de 12e eeuw een kasteel te vinden is op deze plek. Strategisch gelegen. In de rug Brabant, aan de overkant van de rivier Holland en verbindingen met het Graafschap Kleve. Maar door deze positie ook interessant voor de diverse toenmalige krijgsheren om in te nemen.
Hertog Jan van Brabant deed dat al in 1279. Tachtig jaar later werd Heusden met alles erop en eraan verkocht aan het Graafschap Holland en bleef het onderdeel van dat belangrijke gewest. Heusden werd intussen getroffen door flink wat rampen. In 1569 via een belegering die werd uitgevoerd door de Spanjaarden. Die verwoestten Heusden opnieuw. De stad werd meerdere keren getroffen door de pest. Ook niet fijn. En in 1572 brandde de boel ook nog eens compleet af. Later was het weer raak toen de heropgebouwde stad samen met het kasteel werden getroffen door de bliksem en weer werd verwoest. Daarna bouwde men een vesting om de stad heen die heel lang standhield tegen vijanden van buitenaf. In de Tweede W.O. trokken de Duitsers echter door Heusden heen en bliezen delen van de omwalling op, net als het stadhuis en de twee kerktorens. De tactiek van de verwoeste aarde. In 1968 is men begonnen om het oude stadje en de wallen er omheen stevig op te knappen.
Terug te brengen naar haar oude luister. Een stevige klus, want de boel was best in verval geraakt. Die restauratie duurde 40 jaar, maar is nu afgerond. En het resultaat mag gezien worden. Terwijl wij er waren regende het gestaag, maar dan zie je toch nog wel wat een mooi stadje dit is. Het verkeer wordt er via een verkeersplan door de straatjes geleid. Je kunt er prima wandelen, er zijn havens, leuke bruggetjes, uitkijkpunten, molens enz. enz. Stel je van het winkelaanbod niet te veel voor. Dat is er vrijwel niet. Maar voor wie houdt van de vaderlandse geschiedenis is dit zowat een verplicht nummer. Wij komen hier zeker nog eens terug bij mooier weer. Het maakte nieuwsgierig. Altijd een goed teken als je ergens komt waar je wel veel over hoorde maar nooit eens binnen reed. Dat gemis is nu weg….
Ik geef direct toe dat ik ergens nog wel een restantje katholicisme in me heb zitten. Niet zo zeer voor wat betreft de godsdienstinhoud, maar wel met sommige uiterlijkheden van het instituut. Gek op kerken gebleven. Prachtige historische gebouwen vaak. En de beleving van het enige ware geloof (..) is natuurlijk omgeven door veel optische verfraaiing die mij wel bekoort. Als het dan toch moet, dan maar zo. En niet anders! Hoe dan ook, een kerk die al een flinke tijd op het verlanglijstje stond om nog eens vanbinnen te bekijken was de St. Jans-basiliek in Den Bosch. Een van de bezienswaardigheden van die verder ook zo gezellige stad. Maar de keren dat wij er voorheen waren was er telkens een reden om het gebouw niet te bezoeken. Steigers in verband met een verbouwing of restauratie, een toegangsprijs die men vroeg om erin te mogen (doen wij principieel niet aan mee) of lange files voor de ingang. Toen we dan ook onlangs weer eens in Den Bosch verkeerden en we er zo maar zonder enig probleem in mochten, dachten we: ‘Kijk, dit is onze kans’ en we liepen er vol verbazing in rond. Dit is geen kerk, dit is geen kathedraal, dit is een basiliek. Brabantse gotiek, prachtige ornamenten, dito gebrandschilderde ramen. Van oorsprong daterend uit 1366 werd de kerk door de loop van de jaren heen uitgebouwd tot een kathedraal en in 1929 gekroond tot basiliek.
Wat je ziet is prachtig. Er zijn overal afbeeldingen te zien die te maken hebben met de katholieke leer door de jaren heen. Het orgel is een prachtig ding dat al stamt uit 1617 maar waaraan een heel verhaal kleeft voor wat betreft de bouw en afstemming van het geluid. Pas in de 18e eeuw kwam het ding echt op toon. Best lang voor een orgel. Maar dan heb je oog wat. De St. Jan is 115mtr lang, 62 meter breed, het koepelgewelf in het midden is 41 meter hoog. De hoogste toren kent een lengte van slechts 73 meter. Dichter bij God kon men indertijd niet komen kennelijk. Maar vanuit diens troon ‘in den hemel’ zal hij dit eerbetoon aan zijn bestaan vast niet kunnen missen. Terwijl de St. Jan best een indrukwekkend complex is, blijkt dat in de omgeving weinig tot niets lijkt op de bouwstijl van deze kerk. Dat zie je op andere plekken weleens anders. Hij lijkt in veel opzichten op andere kerken in het Brabantse, maar heeft weer niets van de majestueuze kerken die door bouwmeester Kuypers zijn neergezet. En ja, ook deze kerk viel ooit in handen van de hervormden. In 1629 werd de eerste dienst van die stroming gehouden in de St. Jan. Pas in 1810 kregen de katholieke gelovigen met dank aan Napoleon hun eigen kerk en bisdom weer terug.
Een paar jaar later vloog de westertoren (nee niet die in de hoofdstad…) in brand. Twaalf jaar later was de schade pas hersteld. Maar toen was er meteen een heel klokkenspel in gehangen, een oude wens van de katholieke gemeenschap. U ziet, ik heb mijn huiswerk gedaan. Tijdens ons bezoek zagen we nog een expositie over de Lijkwade van Turijn. Interessante expositie over een van de meest bediscussieerde zaken uit de katholieke geschiedenis. Maar hoogst interessant ook. Na al die jaren dus toch bezocht. En weer het e.e.a. bijgeleerd. Ook dat is nuttig. Want wie niets meer (bij) leert is klaar om er definitief mee op te houden. En dat was ik niet van plan. Maar dat waren al die ‘belangrijke en rijke lieden’ die in de St. Jan begraven liggen ook niet. Geeft te denken…..
Op het tripje dat we onlangs maakten met onze vriendjes uit de polder kwamen we ook dit keer traditiegetrouw bij elkaar op voor beiden een uurtje rijden van de resp. woonomgeving. Die ontmoetingsplek ergens in het noorden van Brabant. Dat doen we al een paar jaar zo en het werkt prima. Lekker een bakkie doen met een taartje bij de lokale banketbakker en daarna naar een daar gelegen super-discount-store waar we altijd met iets naar buiten komen wat we voorheen nooit zelfs maar zouden hebben overwogen te kopen. Geweldige winkel met een enorm breed aanbod. Daarna gaan we dan door naar de bestemming van onze trip. Dit keer ging dat iets anders dan gepland. De auto zetten wij bij die ontmoetingen altijd neer voor de grote katholieke kerk van dat Brabantse plaatsje. Gemakkelijk te vinden en de auto veilig onder de ogen van de lokale parochie. Deze maal werden we bij terugkeer verrast. Tientallen leden van een landelijk bekende motorclub hadden zich verzameld rond een lijkwagen.
Bij aankomst daarvan werden de vele Harley’s even op volle toeren hoorbaar gemaakt. Indrukwekkend.
En de parkeerplaats kende maar een enkele uitgang. Op enig moment beende een van de stevige motormannen op ons af. Dat voelde niet goed. Angst is een slechte raadgever, maar ook ik lees de kranten… Het viel mee. De man sprak ons keurig netjes aan. Of we ook bij de familie behoorden. Dan konden we nu evt. naar binnen. Wij vertelden dat we met onze auto’s vast stonden op de parkeerplaats en er graag uit wilden. Geen probleem, hij regelde dat even. Twee tellen later was er een uitgang van de parkeerplaats vrijgemaakt en reden we langs de opgestelde mannen. Dankjewel! Een stille zucht van verlichting verliet mijn keel…. Ach een beetje kwekken met zo’n man is prima, maar dit waren er wel erg veel……