Wie mij de afgelopen tien jaar heeft gevolgd als lezende blog fan zal het niet zijn ontgaan dat ik voor mijn (steden)trips graag richting het Duitse land afreis. Dat is vaak gevolg van de combinatie; land, steden, winkels, eten, gastvrijheid en bereikbaarheid. Met een beetje geluk rijd ik binnen twee uur de meeste van de ons geliefde bestemmingen zo aan vanuit onze Hoofdstad. Halverwege september dus weer eens naar Aken. De oude Karelstad ondergaat een metamorfose. Men pakt de oude binnenstad flink aan en volgt daarbij de trends uit de andere grote Duitse steden op het gebied van winkelfaciliteiten. Eind vorig jaar ging een nieuw overdekt winkelcentrum open dat een enorme aanwinst is voor de stad die de laatste jaren wel wat kraakte in de economische jas door de crisis etc. Wij zagen door de loop van de jaren heel wat van oudsher bekende winkels verdwijnen en de lege panden niet meer opgevuld worden. Zo raakte je dan bekende namen kwijt zonder dat er veel voor terug kwam. Maar met de komst van dat nieuwe centrum is dat in een klap opgelost.
Prachtig gebouwd (men deed er ook een paar jaar over) en voorzien van etages vol winkelplezier, maar ook een breed aanbod van horecazaken. Waar je terecht kunt voor allerlei voedsel uit de hele wereld. Wij aten er heerlijk Indiaas, maar dat had ook Chinees, Turks of Japans kunnen zijn. Bedenk het en het wordt aangeboden. Betaalbaar en zeer smakelijk. Er is (logisch) veel bewaking aanwezig en ook de schoonmaakploeg doet haar best alles tiptop in orde te houden. Toiletten zijn er ook, jammer dat je daarvoor tenminste 50 cent per persoon moet betalen aan een (buitenlandse) chagrijnige dame. Maar het moet gezegd, verder is dit winkelcentrum een aanwinst. Aken pakte ook uit met allerlei culturele evenementen. Men was even hoofdstad voor allerlei digitale congressen en er liep een zomers festival vol muziek en speciale markten.
Voor ons trouwens minder interessant. Wij waren meer bezig met onze vaste adresjes op het gebied van liefhebberij en kleding. Maar het totaalpakket is zo plezierig dat je er graag terugkomt. Aken is een leuke en mooie stad. We kennen hem door de vele bezoekjes in voorgaande jaren en dat helpt bij het vinden van de juiste plekken. Parkeren deden we in een Parkhaus onder een groot hotel. Hele dag voor zeven hele Euro’s. Ook dat is aantrekkelijk i.v.m. andere steden. U snapt het wel, we genoten. En dat komt dus mede doordat het aanbod van winkels nu flink groter is dan het ooit was. Oud werd ingeruild voor nieuw. Maar wie zijn weg kent zal verslaafd raken aan deze stad. Die nu al druk is, want er komen veel (Limburgse) Nederlanders en Belgen die de stad ook waarderen om zijn gastvrije manier van bezoekers verwennen. Er zijn helaas ook wel heel wat zwervers te vinden. Bescheiden zittend bij hun hoedje of petje. Meer dan ik me van vroeger kan herinneren. Maar dat is een verschijnsel dat je in Duitsland wel meer ziet. Wir Schaffen Dass heeft kennelijk ook zo haar schaduwkanten.

Veel vrouwen zijn volgens mij van mening dat 99% van de mannen afkomstig is van Mars en zij zelf van Venus. Mannen zijn vaak grof, snappen niets van emoties, willen maar een ding als het er op aan komt en dat is zeer zeker niet de vuilniszakken buiten zetten. Mannen zelf zien hun leven pas echt ingevuld als ze in huis of daar in de buurt een ruimte hebben waar ze zich kunnen terug trekken. Nooit veel verder gekomen dan de oermens die in zijn grot levend allerlei handige of wellicht zelfs nutteloze zaken binnensleepte en bewaarde. Mannen met interesses in nog iets anders dan het huishouden, klussen, kinderen of de mooiste aller scheppingen, de vrouwen in ons leven, vullen die ruimten op met alles wat ze leuk of interessant(er) vinden. De een doet dat met zijn motorfiets(en), de ander met in blisters verpakte dames op schaal, stripboeken, tv-schermen om alle sportwedstrijden te volgen, er zijn mensen met museale verzamelingen schaalmodellen, treinenbanen, of wat ook.
Leuk om in te vertoeven, liefst met vrienden voor het ‘Amstelbier-gevoel’. Niks voor vrouwen. Die vinden dat vaak kinderachtig. Wat die mannen dan weer niet begrijpen en daarop reageren met nog meer terugtrekkende bewegingen. In feite zouden veel mannen wel twee huizen willen bezitten. Een voor het gezin, waar ze dan zeker een keer het vlees komen snijden per week, en die eigen omgeving waar niets hoeft, veel mag en geen kritiek bestaat op het eigen gedrag. Die zgn. ‘Man-Caves’ zijn een internationaal fenomeen. Ik lijd er zelf ook aan hoor. Geen nood, de laatste die dat niet zal toegeven. Omgeven door de dingen die van belang zijn geniet ik van vroeger en nu, en ook de toekomst. Ik schrijf er o.a. deze blogs en ben dan ook extra gestimuleerd door wat ik zie of wat voor het grijpen ligt.
Lukt je echt niet als je in de huiskamer het gesprek gaande moet houden of naar tv-programma’s moet kijken die je feitelijk niet echt interesseren. Vrouwen hebben veelal heel andere interesses. Niet bevooroordelend bedoeld hoor. Maar het is niet anders. Onlangs was ik weer eens op bezoek bij iemand die zo’n enorme ‘Man-Cave’ helemaal voor zichzelf had. Vol met een museum waar hij alles over wist, wat andere collecties (tot op het toilet hing het vol met vitrines en schaalmodellen). Zijn vrouw kwam er naar zijn zeggen twee keer per jaar langs. Als de caravan er werd gestald en als dat ding er begin van het zomerseizoen weer uit werd gehaald. Zijn passies deelde ze niet. Ook dat is een typische vrouwelijk trekje. Geen interesse tonen voor wat manlief zoal uitspookt. Daarbij drinken ze zelden bier en kunnen ook geen echt grote verhalen opdissen. Daarin zijn wij mannen uniek. Vandaar dat we ons zo graag onder vrienden terugtrekken. Proost mannen! En als je nog geen mannengrot bezit, wacht niet te lang er een te bouwen of in te richten. Echt waar, het redt je relatie. Mits je op tijd ook die vuilniszakken buiten zit of de hond even een rondje laat maken. Dan is alles top op Venus en kun jij snel afreizen naar Mars!
Ze is helaas al weer een paar jaar hemelen, maar ik kwam haar naam onlangs weer eens tegen en vond het best een goed idee om er wat schrijfwerk aan te wijden; Farah Fawcett! In de jaren 70 en 80 een grote Amerikaanse ster die haar carrière ooit begon als model voor shampoo en scheerzeep. Opvallend, maar zeker, zij had een haardos die er zijn mocht. Amerikaanser kon je ze bijna niet krijgen in die tijd, qua sterrendom dan. Farrah behoorde niet tot de rondborstige soort tv- of filmsterren. Daar zaten haar talenten niet. Wel in haar schitterende glimlach, mooie stem en haar sexy uitstraling. Ze werd pas echt beroemd toen ze opdook in de reeks ‘De man van zes miljoen’ waarin ze haar toekomstige man Lee Majors tegenkwam. Toen een grote meneer in het Amerikaanse TV-landschap. Weer later werd ze hoofdrolspeelster in de reeks ‘Charlie’s Angels’. Vanaf 1976 trad ze daar in op en dat maakte haar niet alleen tot een sekssymbool, haar weelderige kapsel maakte haar ook tot voorbeeld voor veel vrouwen over de hele wereld.
Weet je wat ik niet snap aan de internationale politieke verhoudingen? We hebben in de afgelopen jaren heel wat vijandsbeelden gecreëerd, maar leven zakelijk vaak op zeer goede voet als je ziet welke technologie er links en rechts wordt geleverd. Kennelijk zijn we als het om Dollars of Euro’s gaat een heel stuk minder principieel dan in de uitingen voor de publieke of politieke bühne. We boycotten Rusland vanwege de heftige intimidatiepolitiek van het Kremlin, maar leveren wel hele autofabrieken aan die lui en laten de Russen vliegen in de allernieuwste passagiersvliegtuigen van Boeing of Airbus. Als er een land is dat in het verleden goed bleek in het kopiëren van Westerse technologie dan toch wel Rusland. Zo kwamen ze bijvoorbeeld in 1946 al uit met een grote strategische bommenwerper van ontwerper (..)Tupolev, de TU-4, die 1 op 1, tot de laatste schroef, gekopieerd was van de Amerikaanse B-29’s die per ongeluk waren geland op een Sovjet-vliegbasis na een aanval op Japan.
Dat die technologie ook nu weer wordt benut door de Russen bewijst het feit dat in hun oorlogshandelingen tegen de rebellen die Syrië willen bevrijden van IS of Assad, klonen van Amerikaanse kruisraketten werden ingezet. Hun legervoertuigen zijn ook min of meer gekopieerde Hummers. Ik zou er dus toch eens over nadenken als we weer een mooie commerciele order kunnen scoren in dat land. Dat geldt ook voor China. Wie in dat land als fabrikant aan de slag wil moet wettelijk voorgeschreven domweg samenwerken met Chinese partners. En men wil daar ook liever niets inkopen, maar zelf bouwen. Met alle voorspelbare gevolgen van dien. Ooit leverde het luchtvaartconcern McDonnell-Douglas een assemblagelijn voor haar verkeersvliegtuig uit de MD80/90 reeks aan de Chinezen. Die konden zo tegen lagere kosten Amerikaanse vliegtuigen bouwen. Intussen werd McDonnell-Douglas na een overname Boeing en gingen de Chinezen lopen met de Amerikaanse technologie. Resultaat; een eigen verkeersvliegtuig dat wel erg lijkt op die aloude McDonnell-Douglassen. Ook andere fabrikanten als Airbus lopen dat risico omdat de Chinezen niet schromen technologie te kapen.
Wie mij kent weet dat ik een afkeer heb van alles of iedereen die ons land onderuithalen. Of wil verzorgen dat wij als geboren en getogen Nederlanders een hekel krijgen aan ons zelf, onze geschiedenis, onze cultuur of onze gewoonten. Ík laat me dat door niemand aanpraten. Omdat er elders in de wereld ook zoveel aan te merken valt en sommige groepen niet voor niets kiezen om in ons hier opgebouwde paradijsje te komen wonen. Hetzelfde voel ik bij mijn eigen stad. De omgeving waar ik ben geboren, opgegroeid, naar school ging, woonde tijdens de eerste jaren van mijn huwelijk en meer. Waar ik het soms hartstochtelijk oneens kan zijn met de bestuurders. Die van deze grote stad een dorp willen maken, die voorkeur geven aan instroom in plaats van behoud van het goede en vertrouwde. Bestuurders die ook vaak van een politieke signatuur zijn dat ze onder de termen van mijn toorn moeten mogen vallen. Moet je maar niet voor zo’n stroming politiek gaan bedrijven. Ik heb er niks mee en zal er ook nooit iets mee krijgen.
Mits je bijvoorbeeld voor de arbeiders en ouderen een sociaal programma uitvoert. Het opschrijven ervan is bij politici vaak erg makkelijk, bij de dadendrang mankeert het veelal. Dus ja, ik ben soms kritisch op de stadsbestuurders, niet zozeer op die prachtige stad zelf. Waar ik wekelijks hele wandelingen maak en dan geniet van de cultuur, de historie, de fraaie waterpartijen of groene parken. De bevolking is over het algemeen genomen vriendelijk en dat kan niet van elke stad worden gezegd. Kortom, ik ben een Amsterdammer in hart en nieren en laat me daarop voorstaan. Zo niet de ex-Amsterdammer en blogger die mijn gemoederen aardig wist te verhitten toen hij vanuit zijn eigen verkozen provinciale zijlijn weer eens ouderwets te keer ging over de stad, de toeristen, het verkeer en zo meer. Er deugde maar weinig van en hij wist zelf natuurlijk welke oplossingen nodig waren. Niemand anders! Ik was het vaak niet met hem eens. ‘Schijten in je eigen nest’ noem ik dat, omwille van goedkeurende commentaren van mensen die onze stad niet kennen of slechts van imago.


Gezondheid is bijvoorbeeld niet te koop, en soms worden er figuurlijk aanslagen gepleegd op ons samenzijn. Maar we zijn en blijven een goed team. De fundamenten sterk en als er dan wat kalk van het gebouw valt stort dat huis niet meteen in. Aardbevingsbestendig wellicht. We maakten heel wat mee samen, en dat allemaal simpel begonnen toen zij kwam werken op een plek bij een grote bankinstelling waar ik toen al een jaar op de loonlijst stond. Een ‘bankstel’ dat door sommigen om ons heen weinig toekomst werd toegedicht. Net iets voor ons, dan maar bewijzen dat het anders is. Intussen toegetreden tot de leeftijd van de ’50Plussers’. Maar nog altijd samen. Handleidingen nooit gelezen, ervaring geeft meer ruimte tot improvisatie. Water en wijn mixen en af en toe gewoon toegeven aan de wensen van de ander. Het kwam wel goed. Nog steeds een goed team. En dat vieren we vandaag. Dus we zijn er even niet….er wordt gegeten. Of zoiets. Daar moeten we het nog even over hebben. En feliciteren ons zelf….met elkaar….dank u!
En dat maakt mijn plezier in de achterliggende jaren toch een stuk minder groot. Ooit, in een grijs en ver weg gelegen verleden, begon ik met deze liefhebberij door op de fiets vanuit mijn woonhuis of school naar het toenmalige Schiphol te fietsen en daar dan over de heg te kijken naar die startende en landende vliegtuigen. Dat werd later weer wat anders. Zomer en winter, warm of koud, altijd een paar uurtjes per week zitten op een van de toenmalige terrassen met een bakkie warme chocolademelk en dan maar kijken naar al die vertrekkende en aankomende vliegtuigen. De meeste daarvan nog voorzien van zuigermotoren en propellers. De eerste jets maakten het de oren in die tijd best wel eens lastig. Want die kisten van toen waren nog niet van de milieuvriendelijke soort. Met de brommer later ook wel eens naar de andere vliegvelden die vanuit Amsterdam binnen redelijke tijd bereikbaar waren. Hilversum, Soesterberg, Rotterdam-Zestienhoven. Zag je weer eens iets anders dan het standaardwerk. Wist ik veel in die tijd.
Samen zaten ze op de bank. Ze waren jong nog, de relatie net begonnen. Het was zeker gezellig en modern ingericht, haar idee. De warmte van deze bijzondere zomer maakte hem onrustig. Ook zij schoof heen en weer. De kleding luchtig, te warm in huis voor al te veel bedekking en dat leidde soms enorm af. Plotseling ging hij rechtop zitten. Keek haar liefdevol aan met zijn bruine en heldere ogen. Zij keek hem terug aan. Smolt zowat. ‘Zullen we het een keer proberen?’ vroeg hij op rustige toon. ‘Het lijkt mij heerlijk en het moet er toch een keer van komen’. Ze kromp ineen. Het idee dat het hier en nu ineens zou komen tot een enorme dadendrang beangstigde haar. Daarbij, ze was er niet op gekleed. ‘Kunnen we daar niet nog even mee wachten? ‘ Ik weet niet of ik het wel wil, ik ben er niet klaar voor en heb er ook geen enkele ervaring mee’ stelde ze oprecht en met haar klaterende stemgeluid vast. O wat hield hij van haar. Zeker als ze hem afwees, dan werd ze extra aantrekkelijk. Hij ging dan proberen om haar te overtuigen te doen wat hij graag wilde, te laten zien wat hij lekker en aantrekkelijk aan haar vond, maar hij wist dat ze dan een extra barrière zou voelen om hem tegemoet te komen.
Ik kan me nog goed herinneren wat ik vond van die eerste Sciencefiction reeks die onder de naam Star Trek werd uitgezonden. Eerst in Duitsland, later ook in ons land. Het was net of er een andere wind woei door Tv-land. De hoofdrolspelers van de bijzondere soort, de verhalen voor dit tijd ongekend, net als de techniek die was bedacht door Gene Roddenberry. Die was op zijn eigen manier geniaal. Want bedenk maar eens dat deze reeks nu 50 jaar oud is, op 8 september jl. werd dat feit gevierd. Onlangs nog maar zag ik in de bios de laatste speelfilm in dit genre. Geniaal gemaakt en bijzonder spectaculair. Je zit met een 3D-bril op te genieten van wat er zoal over je heen walst. Dat was een halve eeuw geleden wel anders. De beeldbuis werd weliswaar gevuld met ruimtevaartuigen en dito wezens, als je goed keek zag je wel dat het allemaal van decormateriaal was gemaakt. Zeker als we kijken naar latere reeksen van dezelfde serie.
Ik was gek op ‘Voyager’ met die geweldige Captain Janeway (nu te zien als Red in Orange is the new black), Seven of Nine en de gewelddadige Borg, een ras dat andere rassen gewoon overnam, verbouwde en dan opnam in hun eigen digitale bijenkorf. Fantastisch bedacht en soms met een knipoog naar het toenmalige politieke klimaat. Want Star Trek waarschuwde ook. Tegen doctrines of geloven die alles en iedereen willen opslokken om zo onze wereld als vrije mensen te kunnen domineren. In de jaren tachtig gebruikte men die metaforen voor de dreiging door de communisten, later kwamen daar natuurlijk de extremisten voor in de plaats. Star Trek kent ook zijn eigen fanclubs. De zgn. ‘Trekkies’ die zich identificeren met alle karakters van de diverse, al dan niet afgeleide, series. Ze komen regelmatig bij elkaar en kleden zich soms zoals hun helden of laten zich zelfs met grime of erger verbouwen. Zo zijn er gevallen bekend van fans die hun oren medisch lieten verbouwen tot die zoals de Vulcan Spock die droeg. En die Spock werd decennia lang vertolkt door Leonard Nimoy.
Een acteur die best nog wel eens spijt zal hebben gehad van die keuze, hij kwam nooit meer van het imago af dat met die rol van doen had. En als je kijkt naar wat Roddenberry allemaal bedacht in die beginjaren sta je versteld over wat er zoal is uitgekomen van de toen als ‘idioot’ betitelde techniek. Denk maar eens aan de draagbare ‘communicators’ die de crew van de Enterprise gebruikte als men onderweg was. Zie de moderne smartphones en je snapt wat ik bedoel. Of het gebruik van ‘fasers’, het antwoord op onze pistolen van toen. Lasertechnieken zorgen er voor dat we al aardig op weg zijn om die wapensoorten te ontwikkelen. Of we ook knoeperhard (Warp Speed) door de ruimte zullen gaan vliegen is maar de vraag. Vanuit de natuurwetten is dat nog onmogelijk, maar je weet maar nooit. Ook de transporters, dingen waarmee mensen van de ene plek naar de andere kunnen worden verplaatst, zonder een stap te verzetten, worden nu bestudeerd als technische mogelijkheid.
Je weet maar nooit. Gene Roddenberry is allang overleden en werd op zijn verzoek de ruimte in geschoten. Hij ondergaat nu hoe het moet zijn als je in het echt ruimtevaarder bent. Voor de fans blijft het verklede leven op onze Aarde. En de hoop dat ook in de toekomst producenten en regisseurs heil blijven zien in het genre. Want als je vijftig jaar bestaat ben je belangrijk voor veel mensen en zorg je ook als fenomeen voor inspiratie. En dat zou je bijna een geloof kunnen betitelen. En in dit geval, een heel leuk geloof. Met heel veel fans, wereldwijd!
‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.
Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.
De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??