In de jaren die vooraf gingen aan de grote successen met onze merken in de lokale markt, deden we op reclamegebied precies wat de importeurs van ons vroegen. Af en toe voegden we wel iets toe aan die landelijke campagnes. De importeurs belastten ons voor een bijdrage in het reclamebudget per geleverde auto. En daarvoor kreeg je dan een soort communicatieve eenheidsworst. Het systeem was ook bekend bij andere merken, niets nieuws onder de zon. Maar als je moest roeien met de riemen die je bezat en de concurrentie o.a. van mede-merkdealers kwam die ook graag hun aandeel wilden leveren aan het verkopen van die merken in de (of jouw) regio, moest je wel iets bijzonders presteren op reclamegebied. En dat wilde ik als eerzuchtig en communicatief mens graag. Ik liet wel eens wat produceren door de vertegenwoordigers van de toen nog dominante kranten in de regio. Als je maar adverteerde bij die lui kreeg je veel voor elkaar. Maar het bevredigde toch niet helemaal. Ik was, ben en zal altijd zijn, een voorstander van reclame op dealerniveau waarbij die dealer ook vertelt wie hij is en wat hij als toegevoegde waarde te bieden heeft.
Een via via verzorgd contact met een toen fris opgestart Zaans reclamebureau bracht een oplossing. Een nieuwe huisstijl, slogan en opvallende reclames. Elke week iets anders. En opvallen met wat we te bieden hadden. Zowel voor Skoda als Daihatsu deden we dit en we vermeden zoveel als mogelijk was de standaard-uitingen. ‘De Vriendelijke Professionals’ werd ons handelsmerk. En dat kwam goed aan. Ook al kostte het intern heel wat pijn en moeite om het bijbehorende gedrag ook voor elkaar te krijgen. Er zaten mensen in de leiding van het bedrijf die hier helemaal niet mee bezig waren. Het ging hen vaak om extra geld of bestuursmacht, niet om het belang van klanten. Het botste daardoor binnen het MT vaak stevig. Maar toen ik besloot om een brochure te maken waarin we uitlegden wie we waren, welke gezichten hoorden bij welke naam en we ook nog eens visitekaartjes met dat principe lieten drukken, wilden al die lui ineens wel graag met hun kop op de foto. Men zag het voordeel echt wel maar wilde niet te veel moeite doen! Dat was het gewoon. Ik liep daarmee toch wat te ver vooruit op de troepen. Maar die folders gingen als broodjes bij de bakker de deur uit.
Goed voor mailings en ook gaven we ze mee als mensen gewoon folders kwamen halen voor hun evt. aankoop-overwegingen thuis. Dan wisten ze meteen bij wie ze die auto zouden kopen. Geen van onze concurrenten kon of ging mee in die reclameslag. En die reclame viel op. De vakpers pikte de trend op en gaf ons duidelijk complimenten. Trots makend. Want wie opvalt kan rekenen op klandizie. En dat werkte ook zo. Het kostte wat, maar dan kreeg je ook iets. Verder werd alles wat we deden aangepast aan de slogan. We hadden een verjaardagskaartensysteem. Een ingehuurde jonge dame haalde uit ons klantenbestand de mensen die over twee dagen jarig zouden zijn en die stuurden we een leuke kaart. Er lag altijd een cadeautje voor hen klaar. Van alles wat. Gescheiden voor de beide merken. T-shirts, service-aanbiedingen, schaalmodellen. En..klantencontact bracht heel vaak extra werk met zich mee. Daar deden we het tenslotte ook voor.
Sleutelhangers werden aangepast en zo meer. Die campagne werd ook doorgezet toen we al op drie verschillende lokaties actief waren. En dat verspreidde onze dealer-merknaam over de hele stad en regio. En ik leerde zelf heel veel over wat wel en niet op dit gebied kon of werkte in die jaren. Iets wat ik later nog met veel plezier zou toepassen bij mijn werk voor de latere importeur van Skoda. Waar het ook weer bewondering zou oogsten bij de een en verguisd door de ander. Zonder reclame en goede PR kom je er echter niet. Zonder een eigen imago ook niet. En ik kan in ieder geval stellen dat ik daaraan ook in mijn dealerjaren keihard heb gewerkt. Al kostte me dat meer dan alleen wat inspanningen…..veel meer! – Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird Photo/archief)

Tuurlijk, het ligt vast voor een stukje aan mijn verdorven geest of zo, maar als ik een reclametekst hoor voor een zichzelf als bekend en gerenommeerd trainingsinstituut beschouwend bedrijf die start met ‘Je lipstick zit goed, geschoren…etc’ met verwijzing naar de coachings en trainingen van dat al 70-jarig bestaande scholingsadres, krijg ik toch de indruk dat men iets bijzonders vraagt. Want ofwel men wil moderne vrouwen trekken die zich keurig opmaken, een mantelpakje aan trekken, zaken scheren die glad dienen te zijn, hun hoofdharen piekfijn laten verzorgen door een kapper, zelf kunnen rijden en goed navigeren, op weg zijn naar het ‘nieuwe leiderschap’, dan wel zoekt men bij het instituut mannen die hun talibanbaarden scheren, lipstick op doen en erkennen dat ze ook een vrouwelijke kant hebben. Allebei lijkt me lastig. Dus trekt dat ook mijn nieuwsgierigheid richting de website van die lui. Toch eens kijken wat men zelf uitstraalt. Dat valt niet tegen. De beschreven dames komen uitgebreid in beeld. Dus krijg ik in die geest van mij ter onderstreping mee dat deel-ontharen moet voor een nieuw leiderschap. Men biedt daartoe coachings en trainingen aan, nou ja niet voor dat scheren, al zou dat wellicht nog wel eens een goede optie kunnen zijn.
Nee, voor dat leiderschap. Waarmee het in ons land toch wat minder gesteld is als het vrouwen betreft. Tegen de tijd dat deze zodanig zijn opgeleid dat ze in staat zouden zijn de ladder van de carriere tot de hoogste sporten te beklimmen, raken ze verliefd, verloofd en getrouwd en moeten er vaak kinderen komen. Het glazen plafond kent zo haar grenzen. Opvallend is wel dat die reclamespots inderdaad niet zo op mannen zijn gericht, want de enige man die ik zo snel in beeld kreeg op de website droeg een baard. Zijn leiderschap moet komen van een uiterlijk dat ook een DJ niet zou misstaan. Voor mij komt leiderschap niet alleen uit uiterlijk. Ook moet je naar mijn ervaring beschikken over een enorme empathie, kennis, ervaring en in staat zijn teams van medewerkers mee te nemen op weg naar de gestelde doelen en dat met een duidelijke visie of missie die ergens toe zal leiden. Anders wordt leiden meer lijden en dat zie of zag ik toch te vaak in mijn inmiddels aardig in jaren opgelopen carriere. Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren. Dat je dan een training of coaching volgt om de boel iets bij te spijkeren lijkt me niet zo gek. Mits niet te duur.
Want voor een beetje gewauwel moet je niet te veel geld over hebben. Ik heb ook wat van die sessies meegemaakt. En o jee wat werd daar soms ge-oh’d. N=1 is geen goede adviseur als het gaat om dit soort trainingen. Behalve als blijkt dat de trainer goud heeft verdiend door zelf te doen wat hij anderen wil bijbrengen. En die lui zitten nu net meestal eerder bij van die vage of schimmige wellness-bedrijven die je vooral gouden bergen beloven waarop aan de top de grootste dief van allemaal zit. De bedenker vaak! Hoe dan ook, de reclame viel me op. En als algemeen advies is het in deze vertruttende tijden nog niet zo gek. Niks mis met een beetje verzorging.. toch??? En verder geef ik die reclamejongens achter het spotje alle credits. Want die maakten toch dat ik er over nadacht en jullie met mijn flauwekul kon bezighouden…(Beelden: Archief/internet/Google)
Nee, we zijn www-adressen geworden. Met als achterliggende gedachte kennelijk dat je dan niet hoeft te praten met je (potentiele) klanten, maar gewoon alles digitaal kunt afwikkelen. Op zich niet ongewoon, maar als iedereen het doet praten straks alleen onze smartphones en laptops met elkaar. Aardig is ook dat er aanbieders zijn van al die achterliggende technologie die het nog bonter maken. Zoals ze je bij een storing van/in het internet-verbinden niet een telefoonnummer aanbieden voor je klachten, maar een
Kennelijk ook omdat je dan niet door hebt hoe groot zo’n onderneming eigenlijk is. Bij Bol.com of Vodafone schat je dat nog wel op redelijke basis in, bij worldfashionandtrading.com kon het wel eens gaan om een enkele huisvrouw die er een handeltje bij doet in haar uitgebouwde schuur. Het zijn van die zaken die mij bezig kunnen houden. Even maar hoor, want daarna krijgen we het nieuws of de muziek. En ben ik weer even verdoofd. Tot de volgende STER-Reclame. Waarin overigens die spreekafmetjebuurvrouw.nl wel erg vaak voorbij kwam. Kennnelijk gokten ze daar op oververhitte klanten tijdens die warme periode die we meemaakten in de zomerse maanden. En wie dat wil nakijken kan terecht bij watwashetookalweervoorweerindezomervan2018.nl…. Veel succes! (En nee, ik doelde niet op Hunkemoller! Daar doen ze het nu net wel goed…)
In de jaren dat ik mij zakelijk actief door de wereld bewoog om zo te zien mijn eigen bedrijfje nog wat meer op de kaart te zetten bij potentiele opdrachtgevers kwam ik ze vaak tegen. Mooipraters, interessantdoeners, uitvinders van wit garen of buskruit. Gelukkig ben ik voorzien van een stevige dosis zelfkennis, ervaring en het nodige cynisme, waardoor ik die wonderlijke types al snel in de gaten had. Vaak uit op jouw ‘handel’ zonder daar zelf ook maar iets voor te hoeven doen. Immers zij zaten in een unieke (..) handel en hun aanbod was zo bijzonder dat al mijn kennis en ervaring, plus mijn creativiteit en ondersteunende partners er bij verbleekten. Ik heb er heel wat ontmoet. Een beetje ondernemer wordt namelijk lid van ondernemersclubs, van lobby-verenigingen en zo meer. Ik dus ook. Uitwisseling van visitekaartjes was daar schering en inslag. Altijd met het idee dat je iemand zou kunnen vinden die snapte wat jij deed of te bieden had. Pas dan kun je met elkaar praten over wederzijdse belangen.
Onlangs kreeg ik een reclame te horen van een bank die haar ‘unieke diensten voor de zakelijke ondernemer’ aan de man of vrouw wilde brengen en dat deed met de gevleugelde zin: ‘Bel ons dan kunnen we kijken wat wij voor elkaar kunnen betekenen’ of woorden van die strekking. Die zin heb ik vaak gehoord. Wat we voor ‘elkaar kunnen betekenen’. Ik legde dat altijd letterlijk uit in mijn eigen voordeel. Dus…als ik jouw diensten afneem ga jij jouw reclamecampagne of PR-actie via mij laten lopen? ‘Nou nee, zo is het niet, ik bedoelde meer dat ik dan aan jou mijn unieke diensten of die van mijn bedrijf zou mogen leveren’, was dan steevast het antwoord. Altijd hetzelfde beeld. Wel het een maar niet het ander. Hoe zo voor elkaar iets kunnen betekenen?? Ik heb zelf al jaren genoeg wit garen en ook mijn voorraad zelf uitgevonden buskruit is groot genoeg. Blijft lastig in die netwerken.
Een ander iets gunnen als je zelf zo uniek bent dat je dat op allerlei manieren wilt uiten. Zelden op de juiste. Daarvoor heb je dan iemand nodig die je daarbij helpt. Maar daar is vaak geen budget voor beschikbaar. Dat is overigens een probleem dat je bij banken zelden tegenkomt. Daar doen ze veel in eigen beheer. Vandaar dat je bij die reclame deze zin benut. Want als ik dat letterlijk neem zou ik me dus meteen als ondernemer melden en zien hoeveel wit garen en buskruit ik kan leveren in ruil voor een bancair professioneel advies. Ik vrees heel weinig. En weet genoeg over die bank om er nooit zaken mee te doen. Al ben ik dan officieel gestopt, opletten doe ik nog steeds. Opdat u het weet….
De startstappen waren gezet en door de jaren heen zou ik er met wisselend succes een stukje omzet en (extra)inkomen uit kunnen peuren. Dit jaar op 1 april bestond de naam officieel 25 jaar. Best een tijd. Maar dat vierde ik toch maar niet echt. De beslissing was al gevallen om de stekker er wat betreft het advies geven uit te trekken. Genoeg van het gewerk, het gelobby, het zoeken naar klanten. De wereld is veranderd. Mensen bij bedrijven doen veel dingen zelf. En voor de echte communicatieve vaardigheden zoeken ze hulp bij een gratis stagehulp of het neefje van het nichtje in de familie die ook een printer heeft. Daarbij is het maken van een website voor velen een fluitje van een cent geworden. Blijft de creativiteit, de kennis op het gebied van klantentevredenheid/vriendelijkheid en de tekstuele vaardigheden. Dus blijf ik schrijfactief. Maar vanuit het reclamevak worden die zelden meer gevraagd. Malaise in de bladenwereld mocht ik in al die jaren trouwens ook nog ervaren. Print raakte uit, digitaal in. Dat kon ik aardig bijbenen gelukkig.
Toch menen veel mensen zelf wel een tekstje te kunnen bedenken. Je ziet het overal om je heen, die zelfwerkzaamheid. Niks mis mee, als het goed gebeurt. Hoe dan ook, ik stopte met het bureau. Vanaf 8 oktober is het bedrijfje uitgeschreven bij de KvK. De domeinnaam blijft bestaan, de mailadressen, de kennis, de schrijverij maar niet meer de wil om overal soms tegen beter weten in achteraan te hollen. En de herinneringen aan een kwart eeuw leuk werk waar ik het nodige plezier aan beleefde. Maar het is ook mooi geweest. De reddingsboot van 1991 is nu opgeborgen. Bijgeschreven in de herinnering en het digitale archief. Nu nog even die papieren dossiers opruimen. Want die staan me intussen aardig in de weg…..
Wie mij kent en al regelmatig volgt hier op mijn mening blogs weet dat ik iets heb met startups. Met name omdat we in de moderne tijden al zo vaak horen of lezen over faillissementen van voorheen toch bekende bedrijven. Jonge mensen die dan de uitdaging aangaan om een eigen onderneming opzetten en hun ziel en zaligheid er in leggen kunnen rekenen op mijn steun in zekere zin. Een van die mensen is Tamara Mol. Ik heb haar ooit in een werkzaam verleden leren kennen als een steun en toeverlaat bij een reclamebureau dat zich bezighield met allerlei vormen van promotie maken. Tamara was daar accountmanager, maar ze blonk uit door haar inzicht, rust en talent om lastige situaties goed op te lossen. Een talent op zichzelf dus, met de nodige managementkwaliteiten. Ze leerde zich de rug krom om haar kennis en basis nog wat te vergroten. Sportte, maar hield ook van feesten. En wie organiseerde dan daarna de betaalbare taxi’s? Juist!
Ergens in 2006 scheidden onze wegen. Zij trok verder, werkte voor een paar bureaus waar ze nog meer dan voorheen organiseerde en groeide uit tot een onderneemster. Vorig jaar zette ze de stap. Op het juiste moment in haar leven. Ze richtte TOOS op, een naam die gewoon aanhoort maar staat voor Tamara’s Office Ondersteuning & Secretariaten. Ze biedt haar diensten aan bij branche- en ondernemingsverenigingen of projecten voor bedrijven en overheidsinstellingen op gebied van marketing en reclame. Als ze haar secretariaatswerk aanbiedt doet ze dat voor o.a. het behandelen van mail, post, telefoon, website, social media-accounts, maakt ze nieuwsbrieven (en verstuurt ze uiteraard) organiseert bijeenkomsten en zorgt dat ze de spin is in het web van bedrijven en ondernemingen die juist om zo’n duizendpoot verlegen zitten.
In tijden van kostenbesparing op FTE’s een geweldig alternatief. Tamara gelooft er heilig in dat dit een succes wordt, en guess what? Ik ook! Want zo’n TOOS wil je in huis hebben hoor. Het ontlast ondernemers of besturen van die ondernemingsverenigingen die hun werk er vaak bij doen. TOOS komt alles oplossen en naar ik begreep tegen zeer acceptabele tarieven. Haal je geen fulltimer voor in huis. Wel een buitengewoon gedreven onderneemster die werkt voor drie en ook nog eens een fraai plaatje biedt. Uiteraard bied ik haar een paar platforms. Dat verdient ze, al was het maar om wat ze voor mij en mijn werk in het verleden heeft betekend. Voor elke bolleboos een eigen TOOS zou ik denken! Wie meer wil weten moet maar even kijken op haar leuke website:
Er is geen talkshow te bedenken of er komt wel een auteur voorbij die een of ander boek heeft geschreven waarmee de gemeenschap weer wat kan. Juist in deze tijd zijn de stapels nieuwe uitgaven groot. Of ze nu zijn geschreven door een of andere BN-ner die een kookboek baseerde op de gerechten van opa en oma, over getemde sprinkhanen in het circus of masturbatie voor vrouwen die de weg naar hun eigen lustorgaan niet kunnen vinden. Alles wordt uitgebreid gepromoot. Alsof we daarop met zijn allen zitten te wachten. En die zelf benoemde experts komen vaak nog even een minuutje of tien dure zendtijd invullen om over hun expertise te oreren. Schaamteloos wat er dan soms over tafel gaat. Niet dat ik zelf nog met de oren toeter hoor, ik kan wat hebben intussen, maar of het een ander doel dient dan die boekverkopen bevorderen is de vraag. Soms heb ik wel eens het idee dat sommige van die lui niet veel meer zijn dat spiegelkijkers die menen dat de wereld zonder hun adviezen niet verder kan.
Vandaar al die boeken. Kijk, als het nog ergens over gaat, maar je moet eens zien hoeveel ‘expertise’ er zoal voorbij komt. Noem een onderwerp, bijvoorbeeld lastige kinderen die het leven van anderen verzieken, en er is een expert te vinden die als ‘’ettertjes-van-kinderen-opvoedkundige’ door het leven gaat. Zo was er onlangs bij Umberto de Vlaamse sexuologe Goedele Liekens te zien, niet van ons vaderlandse scherm te rammen lijkt het soms, die het onderwerp van de vrouwelijke masturbatie aan de orde stelde. Aan de overkant van de tafel zaten de machorockers van de Golden Earring. Mannen van in de zestig die keken of ze het in hun concertzalen hoorde donderen. In de zaal medestandsters van het fenomeen ‘doe het vooral zachtjes en neem je tijd’ aangevoerd door een mevrouw die alleen al door haar oogopslag niet te vertrouwen leek, maar wel haar boek en praktijkcursussen op dit punt zat te verkopen.
De ene dame wist nog meer te vertellen over het onderwerp dan de andere en ze kregen van de presentator die het allemaal erg spannend vond, ruim de tijd. Als voorlichtingsfilmpje wellicht interessant, maar voor anderen slaapverwekkend. En dan kom je als oudere jongere tot de conclusie dat in feite niet het onderwerp maar de promotie van de boekjes en trainingen het meest schaamteloos waren om naar te kijken en luisteren. Waar zijn de boekenprogramma’s als je ze nodig hebt. Kennelijk dringend nodig, want ook bij DWDD zie ik hetzelfde, net als bij superpresentator (Volgens Sonja Barend dan..) Pauw. Ordinair komt eerst. Maar dat is mijn mening en die wordt daar zelden gevraagd. Terwijl ik die graag had gegeven toen ik bezig was met de promotie van mijn eigen boekwerkjes….Die zijn uiteraard nog steeds bestelbaar of te koop…..Juist nu een leuk cadeau voor de Kerst…..(ISBN 978-90-484-2862-5)







