Geliefde..

Altijd was zij op zoek geweest naar de ware liefde. Naar die ene die haar dat gevoel kon geven waarnaar zij zo verlangde. Die haar zou opvullen en haar hart sneller kon laten kloppen. Vanaf haar vroegste jeugd had zij er naar gezocht. Haar vader was er eerst geweest, maar ja, dat was haar vader. Vriendjes van school. Ach het mocht wat. Puisterige pubers die wel allerlei zaken van haar verlangden, maar waar zij niets in zag. Nee, het moest mooier, warmer en dieper. Op enig moment had ze het gevoel dat een gloed haar overweldigde, dat de liefde voor die ene bezit van haar genomen had. Dat gezicht van die man, die overgave, die uitstraling, ze was gevallen als een blok en hem gevolgd als een schoothondje. Ze had zich overgegeven aan zijn regels, zijn ritme, zijn wereld. Deed het werk dat hij van haar vroeg, leefde samen met hen die ook die liefde voelden en voelde zich uiterst plezierig. Een ding hield haar wel eens wakker, ze wilde zo graag weten hoe andere vrouwen dat toch deden. Van haar zussen die intussen getrouwd waren en kinderen kregen, hoorde ze wel eens iets over hoe dat allemaal ging. Ze bloosde dan wat en kon slechts dromen van haar geliefde. Ze wilde best een kind van hem, al had ze slechts een vaag idee hoe het dan daarna zou moeten gaan. Met hard werken bleef ze in staat dat verlangen in te dammen. Van uitstel kwam afstel. De tijd ging voort. Haar liefde bleef, het verlangen zakte wat weg. De plicht riep, elke dag weer. In het gebed vond ze haar vreugde. Morgen weer vroeg op….het leven van een non gaat niet altijd over rozen……

Ridder Brandewijn en het eindspel..

Ridder Brandewijn en het eindspel..

Stil was het in het bos. De maan was op zijn volste kracht en verlichtte het woud om de hut heen waarin Ridder Rogier verdoofd lag bij te komen van zijn verwondingen. Plotseling klonk een schelle kreet door de stilte. Het resultaat was een kakafonie van geluiden doordat alle wezens in het bos reageerden op die kreet. Rond de hut was het ook onrustig. De mannen van Ridder Rogier Brandewijn schudden met hun hoofd om de verdoving kwijt te raken die de bosfeeks over hen heen had gebracht. Maar dat lukte niet echt. In feite waren ze weerloos tegen de dreiging die op hen af kwam. Een dreiging die bestond uit een duister figuur die het meeste leek op een mens van vrouwelijke gestalte maar met de haren van een wolf en vurige ogen. Half gebogen liep zij naar de hut waar de ridder nog steeds naakt en afgedekt met wat geneeskrachtige planten en takken half buiten westen lag te luisteren naar al die vreemde geluiden. Hij wilde wel alert zijn, maar was elke kracht in zijn lijf kwijt. Wat gebeurde er allemaal met hem? En waarom lag hij hier, het hield hem al dagen bezig. Maar als die lieve verzorgster dan kwam en hem voedde en zijn wonden schoonmaakte en opnieuw afdekte, sliep hij vaak snel weer in. Vergat alles en had vrede met zijn situatie.

De gestalte buiten liep langs de mannen buiten recht op de ingang van het hutje af, stapte naar binnen en boog zich over de naakte ridder heen. Een grijns kwam op haar (want het was echt een vrouw..) gezicht. Zij ontdeed zich van haar grof geweven mantel, lachte nu met een adembenemende grijns waarbij haar lange hoektanden zichtbaar weren en keek met bloeddoorlopen ogen naar die stevige gestalte onder haar. Langzaam liet ze zich zakken en drukte haar onderlijf op de lendenen van de weerloze ridder. Die reageerde ondanks zijn halve bewusteloosheid primitief en fysiek en voelde de warmte van dat wezen bovenop hem. De vereniging van hun lijven voelde aan als een offerande aan de lust en de mystiek. Zij molk hem uit en toen beiden voelden dat er geen houden meer was aan hun passie beet zij hem in zijn nek. Hij kreunde van pijn en genot, beide emoties vielen samen maar tegelijk voelde hij dat elk leven uit hem werd gezogen via zijn nek maar dat hij via zijn onderlijf een nieuw leven naar binnen voelde vloeien. Toen hij weer bijkwam was het wezen weg, voelde hij zich verkwikt en ontdekte dat zijn wonden waren genezen. Hij had wat meer beharing op zijn lijf dan voorheen het geval was, maar bedekte zich met de kleding die hij kennelijk had gedragen voor hij hier terecht kwam. Buiten maakte hij zijn mannen wakker. Die keken hem met verbazing aan. De Ridder was veranderd. Hij had een baard, maar vooral heel andere ogen. Bloed doorlopen, en veranderd van kleur. Zijn paard vond hij een stukje verderop in het bos. En terwijl hij dat paard besteeg kijk hij nog eens om naar dat hutje en glimlachte. Een beetje enge glimlach….Waarbij zijn wat langere hoektanden zichtbaar werden. Zijn mannen huiverden. Onheil hing boven hun hoofd. Maar welk? Langs de aangevreten lijken van hun voormalige gevangenen rukten zij samen met de ridder op richting hun thuisbasis. De ridder sprak niet veel meer. Hij dacht aan thuis. Daar was iets meer te halen dan dit krachtige lichaam waarin hij verkeerde…. En de rest van het verhaal verdween in de krochten van de geschiedenis. (Het verhaal heeft geen verbinding met andere historische en heroieke sages en legendes die in de buurt van Arnhem worden verteld…)

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Steeds langzamer ging de groep met de ridder in het midden huiswaarts.

Niet alleen omdat een aantal van de eigen soldaten van Ridder Brandewijn gewond was geraakt, maar hij zelf ook en dat begon hem nu op te spelen. Ook onder de paar gevangenen waren een paar mannen er slecht aan toe en vielen soms zomaar neer. Dat vertraagde de thuisreis. Maar dat deed ook het slechte weer dat na de slag aan de rivier over hen heen was gekomen als een gordijn. De regen maakte de paden modderig en zwaar al spoelde het ook de bloedresten van de lijven en het vuil van de kleren die ze droegen. Toen ze weer in het woud terecht waren gekomen en de heuvels beklommen die richting Rosendael leidden werd het donker. Hoewel de bomen de regen wat tegenhielden was het wel duidelijk dat ze kamp moesten maken. Zo konden ze niet door en Ridder Rogier voelde zich niet goed genoeg om ook in de nacht door te trekken, al liet hij dat niet merken. Midden in het woud zagen ze ineens een lichtje. Zou daar iemand wonen? De Ridder stuurde zijn paard die kant op en hoopte dat het een boerderij zou zijn waar hij met zijn mannen onderdak kon krijgen en even op temperatuur komen. Het bleek echter een relatief klein hutje te zijn.

Niet veel meer dan dat. En om dat hutje heen zag hij allerlei voorwerpen in de struiken hangen die hem meteen deden vermoeden dat hier een heks moest wonen. Vanuit zijn geloof had hij daar een afkeer van, maar die heksen uit het woud konden met kruiden nog wel eens iets doen om wonden te verzachten. Dus stuurde hij een van zijn mannen naar de hut om de daar wonende bosfeeks te vragen om hulp. De vrouw die naar buiten kwam was niet oud, zag er niet vies uit, maar liep meteen op hem af en bekeek hem en zijn paard van boven tot beneden. ‘Heer, alles wat ik u kan bieden is ter uwer beschikking’ zei ze met zachte stem terwijl ze het paard langs de hals streelde. Ridder Rogier stapte af, wankelde en zou gevallen zijn als zij hem niet had tegen gehouden. Ook twee van zijn mannen hielpen hem en droegen hem bijna naar de hut van de vrouw die hen voor ging met een olielampje in haar handen dat ondanks de regen toch bleef branden. Ze legden Ridder Rogier in de hut op een bed van oude lappen en takken en ontdeden hem van zijn harnas. Toen pas merkten ze de vele wonden die hij in de strijd had opgelopen. Veel bloed was hij verloren. De vrouw stuurde de mannen weg. Vertelde waar ze bessen en ander voedsel zouden kunnen vinden en dat ze buiten hun kampement konden opzetten. Zij zou de wonden van de ridder wel verzorgen. Toen de mannen van Brandewijn waren verdwenen ontdeed ze Ridder Rogier van zijn zijn verdere kleding en pakte wat potten met kruidenzalf en andere smeersels en begon hem daarmee in te smeren. Zelf maakte hij dat nauwelijks meer mee. De vermoeidheid speelde hem parten, maar het bloedverlies had hem ook verzwakt. Op zijn paard was het nog wel uit te houden geweest, maar nu hij eenmaal lag….. De vrouw bleef een tijd met hem bezig, pakte toen een aantal bladeren en legde die op zijn verwondingen en pakte hem daarna in een soort van oude deken, gaf hem iets te drinken uit een kleine nap en legde haar hand op zijn voorhoofd. Maar dat maakte Ridder Rogier niet meer bewust mee….Hij sliep….koortsig als hij was en doodmoe van…..ja van wat ook al weer??

Confrontatie

Confrontatie

Toen mijn broer Rob onlangs overleed (ik schreef er in februari een verhaal over) kwam het uiteraard ook tot een afscheidsplechtigheid en uitvaart.

Dan kom je mensen tegen die je in tijden niet hebt gezien en je zelf in de herinnering hebt zitten als jong en nog vol plannen en levenslust. Bij die gelegenheid bleken die lui ineens allemaal aardig volwassen te zijn geworden. En confrontatie met je eigen evolutie van jong mens tot oudere heer op weg naar de laatste muur. Althans zo voelde dat even. Immers, kinderen in de herinnering moeten gewoon jong kunnen blijven maar groeien net zo door in hun leven als jij in dat van jezelf. Ooit was ik de jonge god op de brommer die met wapperende haren allerlei avonturen tegemoet ging. Ik maakte carriere, werkte hard, studeerde daarnaast en bouwde ook nog eens een gezin op. Van puber tot jong volwassene en zo meer. Mensen waar je vroeger in die jeugd soms intens mee omging, raakte je voor een deel onderweg kwijt.

De jeugdvrienden uit de straat, een enkele uitgezonderd, verdwenen uit je leven en ik moet soms diep in de kuil van het geheugen graven om nog namen van die lui boven geestelijke aarde te krijgen. Van school weet ik vrijwel niks meer, het euvel heb ik al eens uitgelegd hier, ik ben dus geen type voor reunies of zo. Van het eerste werk hield ik een vriend over voor het leven. Lief en leed gedeeld vanaf jong. Maar hij is wat ouder dan ik en ook bij hem begint dat zichtbaar te worden. In onze vroegere familie was er soort vertoonstrijd tussen de twee zussen waarvan mijn moeder er een was. Elk jaar kijken wie de meeste cadeautjes had gegeven aan de kinderen met Sinterklaas of op verjaardagen.

De tante had vier kinderen en dat waren dus mijn neven en nichten. Omgerekend naar nu moeten ook die intussen al flink op leeftijd zijn. De boven ons liggende generaties zijn er niet meer. Maar ik heb die lui uit de generatie onder hen jaren niet meer gezien of gesproken. Zal dus best zo zijn dat daar allerlei zaken zijn gepasseerd die mij niet bereikten. Is dat spijtig? Niet meteen. De liefde moet van twee kanten komen en kennelijk zat die afgunst er vanuit de ouders ingestoken ook in bij de jongere generatie. Jeugd is prachtig, en je moet er van genieten. Ouder worden is ook leuk, vooral als je dat gezond van lijf en leden mag beleven. De geest nog voldoende jeugdig om zich als zodanig te uiten, maar de confrontatie met de spiegel wordt elke keer heftiger. En als de spiegel het al niet doet, dan toch wel die ontmoetingen met naasten die je een tijdje niet hebt gezien. Het leert extra te relativeren, te koesteren en wellicht ook te corrigeren. Bekeert u voor het te laat is! Maar wat is dan het ware geloof. Ik blijf maar vasthouden aan dat ene, geloof in mijzelf en zij waar ik van houd en die mij die liefde ook terug gaven en geven. Daarop valt een aardig leven te bouwen. En vast te houden…. En? Kijken jullie hier anders naar? Altijd iedereen vast kunnen houden uit de jeugd??? Of toch ook een paar losse eindjes zonder invulling?? Laat maar komen die verhalen…..(Beelden: Persoonlijke ego-archief)

Ontmoetingen…

Ontmoetingen…

De boel ging op zijn gat door Corona (Covid19) en daardoor staakten we als mensen ook zoveel mogelijk het reizen naar andere oorden dan het dorp om de hoek, of de bossen in de eigen achtertuin.

Mensen verlangen naar andere oorden, soms omdat ze het Nederlandse weertype wat minder vinden of omdat ze het nu eenmaal leuk vonden andere culturen te ontmoeten. De vliegerij is dan de aangewezen weg, al gaan jaarlijks ook heel wat vakantievierders met auto en caravan op stap. Sommigen rijden dan tot diep in Frankrijk of nog verder. Zij die naar verre oorden reizen doen dat het liefst met de modernste aller vervoersvormen, het vliegtuig. Logisch. Ik weet nog dat vrouwlief een paar jaar terug naar Hong Kong reisde.

Duurde op de heenweg 12 uur. Lang? Zeker! Maar met de boot had ze er vele weken over gedaan. Nu kon ze vanaf moment uno na aankomst meteen beginnen met verkennen. Een soortgelijke reistijd bracht ons ooit samen (via New York) in Florida. De cultuurschok is dan groot, maar ook ‘lekker’. Je bent eigenlijk binnen een beperkt aantal reisuren in een wereld die zo afwijkt van de onze dat het daardoor alleen al een leerschool is. Een Turkse rondreis leerde ons vele jaren her dat dit volk in eigen land gastvrij en vriendelijk is. Maar ook dat jij je dient aan te passen bij de veelal islamitische levenswijze en ook dat de vrouw in die cultuur toch een wat andere soort mens is dan de man.

Je moet dan wel wel even wennen. Toen we een aantal malen in het Verenigd Koninkrijk waren geweest en daar intussen heel wat van de omgeving en steden hadden bekeken, dachten we dat Schotland wel een aardige aanvulling zou zijn en dat de mensen daar gewoon hetzelfde waren als elders in het VK. Mooi niet. Heel andere mensen, vol humor, aardig in de omgang en het eten….nou ja, even wennen. De Ieren bleken altijd in voor een gesprek over hun eigen geschiedenis of wat dies meer zij. Met de Tsjechen kon ik het prima vinden, maar zag ook dat hun gevoel voor humor totaal anders is dan het onze. Het leed van derden kan hen tot enorme lachaanvallen brengen, waar wij toch enige schroom vertonen bij het zien van hetzelfde.

De trots van de Italianen op hun eigen land zal ik nooit snappen, maar het is wel vermakelijk als je ziet hoe men daar de boel organiseert. En reken maar dat ik het gesprek over bepaalde zaken die ons als Europeanen verbindt of verdeelt graag aan ging of ga. Zijn er ook culturen die je minder positief bij bleven? Jawel! Ik vond de Grieken niet aardig. Hooghartig en zeker niet gastvrij. Ook de Polen konden niet meteen op mijn sympathie rekenen, maar dat kwam vermoedelijk ook door de grauwe laag van het communisme dat die lui toen nog over zich heen hadden liggen. Ook met de Fransen bouwde ik nooit een band op. Met de Duitsers gaat het daarentegen altijd lekker, net als met de Belgen, of indertijd de Portugezen.

Ook met Scandinaviers waren de banden vaak plezierig. En niet te vergeten de Israeliers die ik in mijn actieve jaren ontmoette. Altijd plezierige contacten en gesprekken. Maar ook in eigen land zijn sommige culturen anders dan die waaruit je zelf afkomstig bent. Als geboren en getogen Amsterdammer weet ik dat maar al te goed. En besef ik ook dat die eigen cultuur best uniek is zolang hij blijft bestaan. Een Fries is geen Limburger, een Drent geen Zeeuw en dus een Amsterdammer geen Groninger. Dat (h)erkennen is al heel wat gewonnen. En ook dat je voor al die ontmoetingen niet kunt zonder moderne vervoermiddelen. Met de trekschuit, het zeilschip of de loopfiets doe je niet veel meer tegenwoordig…E n o ja, ik heb nog heel wat landen en culturen niet genoemd. Wil niet zeggen dat ik ze niet leerde kennen uiteraard…U wilt me als lezer wel vergeven. Toch? (Beelden: Archief)

Ridder Brandewijn droomt en treedt op…

Ridder Brandewijn droomt en treedt op…

Nadat de dame zich had gelaafd aan de spijzen en het bier en Ridder Rogier zich afvroeg wanneer hij haar zou kunnen veroveren, hij vond zelf dat elke vrouw hem toebehoorde zodra ze de kasteelbrug over waren gestoken, hield hij zich toch ook in en bood aan om haar zich te laten opfrissen en wellicht van kleding te wisselen. Haar oude plunje kon dan worden verbrand.

De aantrekkelijke vrouw ging graag op zijn aanbod in. Een van de dienstmaagden nam haar mee naar de ‘badkamer’ voor de vrouwen die in een van de gewelven was ondergebracht en waarbij men via een inventief stelsel van buizen die langs de open haarden werden geleid warm water kon verzorgen voor in de tobbes. Hij verlangde dat zijn personeel zich net zo goed verzorgde als hij zelf deed. Toen de vrouw was verdwenen ging Ridder Rogier kijken bij haar vader. De geneesheer had hem verzorgd en meldde dat de man best wel veel kwetsuren had over gehouden aan de ontmoeting met de struikrovers in het bos. Hij stelde wat vragen en wist al snel dat dit tweetal was overvallen door de bende van Bart Boverie, een beruchte schurk uit de omgeving die nog nooit had gewerkt, maar wel altijd geld nodig had voor hem en zijn troep. Als ridder en man van adel kon Rogier er niet omheen dat hij weer eens moest optreden. Nu was die vrouw die hij nu gastvrij ontving er nog goed vanaf gekomen, maar eerdere gevallen van ontering waren hem al vaker ten ore gekomen. Tijd om die Boverie eens een lesje te leren. Hij verzamelde dus een groep van zijn mannen, veelal gehard in de vele conflicten die hij had uitgevochten, maar ook die soms met hem naar het Heilige land waren getrokken om daar de christelijke waarden te verdedigen tegen islamitische indringers. Hij had er zin in, het bloed stroomde weer door zijn lijf. Een gevecht aangaan met rovers als deze bende van Boverie gaf hem een extra stimulans. Hij voelde zich weer jong. Dus trok de geharde ridder zijn gevechtstenue aan, deed daarover heen zijn metalen harnas, pakte zijn altijd scherp geslepen zwaard en zocht zijn paard op. Uit de verhalen van de gasten wist hij wel waar hij die boeven zou moeten vinden. Maar voor hij vertrok keek hij nog een keer om en zag tot zijn verbazing de vrouw die hij had opgevangen in een prachtige jurk achter een van de ramen naar hem kijken. Ze bleek goudblond haar te hebben, een schitterend figuur en een mooie glimlach. Nu wist hij waarvoor hij het deed. Deze vrouw moest van hem worden. En daartoe zou hij desnoods doden. Even later gaf hij zijn paard de sporen. Zijn mannen volgden hem..op weg naar de bossen van Rosendael waar die smerige Boverie zich vast zou hebben verstopt. De vrouw keek hem inderdaad na en voelde haar lijf gloeien toen ze zijn brede figuur in wapenuitrusting de poort uit zag rijden. Hoog op zijn paard, zijn mannen om zich heen. Zou ze dan wellicht niet het klooster in hoeven, zoals haar vader had besloten?? (Verhaal uit de fantasie ontsproten…dus geen geschiedkundige onderbouwing)

Vroeger..beter??

Vroeger..beter??

O, o, wat is het toch een lastige tijd tegenwoordig…..vroeger was het toch echt een stuk beter!

Je hoort het sommige mensen met een verlangen naar die vroegere jaren vaak zeggen. Het leven was simpeler, althans dat is de redenatie, je had minder last van criminaliteit en andere ellende en je wist tenminste wie je vrienden of vijanden waren. Ik heb de leeftijd bereikt dat ik een beetje overzicht heb van hoe fijn dat leven vroeger wel niet was. Niet alles was zo fraai als het nu wel eens wordt voorgesteld, al maakt het wel iets uit hoe oud je bent. Mensen die geboren zijn in de jaren 70 of daarna hebben toch een andere geschiedschrijving voor ogen dan ouderen. Ik stam uit de periode van na de oorlog en weet nog goed dat voor ongeveer iedereen in onze woonbuurt of op de scholen die ik bezocht, keihard werken nodig was om de eindjes aan elkaar te knopen. De oorlog had er hard ingeslagen. Er was maar weinig keuze aan leuke of lekkere dingen in de toenmalige kruidenierswinkels, de eerste supermarkten beschreef ik al eens eerder.

Je had een slager in de straat, bakker, melkman, kolenboer, en waar wij woonden ook een sigarenwinkel, annex -minimarkt (ja, ook toen al) en een radio/tv-winkel waar welgestelden hun eerste zwartwit-tv konden kopen. Een auto was voor de meeste gezinnen een brug te ver, een brommer kwam eerst, maar veelal moest je met het toenmalige openbaar vervoer of op de fiets om ergens te komen. Geloof bepaalde tot welke clan je behoorde. En je behoorde niet om te gaan met anders denkenden. Zelfs niet in de Amsterdamse buurt waar ik opgroeide aan de zuidkant van de Amstel.

De opleiding dus ook in de eigen kring. Daarbij verplicht naar de kerk, streng begeleid door de daartoe aangestelde ‘broeders’. Ouders hielden van tucht en orde, dus deed je iets fout kreeg je er van langs. De mattenklopper was geduldig. En heus, dat was heel normaal. Net zoals die katholieke opleiders er fysiek op los sloegen als je afweek van de norm. En dat in klassen waar 35-40 leerlingen meer normaal dan uitzonderlijk waren. Hoezo individuele aandacht? Feit is ook dat die wereld van toen op kindniveau geen echte diversiteit op etniciteit kende. Een enkel Chinees gezin, soms een kind uit een Italiaans gastarbeidersgezin, maar verder? Allemaal Hollandse koppies. De echte immigratie vaak gekomen uit Drenthe of Friesland. Van veel verder kwam men niet. De huizen van toen waren veelal keurig netjes met de beschikbare middelen overeind gehouden huurwoningen. Vaak stammend uit de 19e eeuw waar men in etages boven elkaar woonde. Ons huis bestond uit drie officiele kamers, maar we hadden ook een tussenkamer die als slaapkamer voor de ouders diende, een aparte keuken met het toilet daarachter en op zolder een separate opbergruimte. Het was voor die tijd niet eens zo gek allemaal.

Men was al blij een halve woning te kunnen krijgen in de toen ook al krappe Amsterdamse woningmarkt. Is er veel veranderd? Nee, niks! Internationaal ook niet. Oost en West bestreden elkaar in Korea, later in Vietnam, Cuba, het Midden-Oosten. Men smeet atoombommen op atollen, dreigde met raketten. Over milieu werd niet moeilijk gedaan. Immers je was al blij als de kolenkachels brandden. En met wat geluk en vakmanschap deden ze dat. Uitstoot was een non-issue. Gold ook voor auto’s en brommers. Een deel reed op tweetakt, daarvan slaan nu alle alarmbellen groen uit van ellende, maar toen was dat een efficiente en veel voorkomende aandrijfbron.

Mensen die uiteindelijk een auto bezaten maar het onderhoud lastig konden betalen deden dat dan vaak zelf wel even en lieten de oude olie uit het vehikel dat ze wilden vertroetelen zo in het riool lopen. Wassen deden ze de auto langs openbare stromen, het vuile water werd daar prima afgevoerd. Gold ook voor het toenmalige atoomafval. In vaten, verpakt in oude schepen en die dan laten zinken in Noordzee of oceaan. Was voor later zorg. Pas ergens in de jaren tachtig veranderde er het een en ander. Omdat we 15 jaar eerder pas het juk van de jaren vijftig van ons af konden schudden. Een mentaliteit die naar spruitjes rook of naar wierook. Ik maakte het allemaal mee. Leerde er van. Nooit meer terug naar die tijd. Genieten van het moderne leven. Nooit meer geknecht, armoede, godsdienstbeknotting, of de middeleeuwen. Ik snap dus niet dat er mensen zijn die dat wel zien als ultiem. Zij die het wel doen moeten het maar zeggen. Ben benieuwd wie hier ook dat verleden zo koestert dat het roze ziet. Want ik doe dat niet……En ik gaf maar een paar voorbeelden uit die oude tijd! (Beelden: Archief)

Ridder Brandewijns avonturen..

Ridder Brandewijns avonturen..

Ridder Rogier Brandewijn leefde in zijn kasteel als een goddelijk heer in Frankrijk. Omringd door zijn trouwe pages en dienstmaagden had hij een mooi leven. Hij ging af en toe eens op jacht en at de oogst van al dat gejaag en geschiet de week er na met smaak op. Hij ging ter kerke, hield zich aan de leer en trachtte een vrouw te vinden die hem kon helpen aan nageslacht om zijn kasteel, het fraai in de bossen gelegen en al eeuwen in de familie verkerende Vaetenburg, later te besturen zoals hij dat had gedaan. Ridder Rogier was een grote vent. Voor zijn tijd zeker. 1.80mtr lang en breed gebouwd was hij best een imposante verschijning en heel wat dames uit adelijke kringen hadden hem wel eens smachtend aangekeken. Maar de meesten vond hij te dik, verveeld of onverzorgd. Zelf hield hij van badderen in de tobbe en zijn baard werd met een barbiersmes bijgewerkt. Nee, geen wildebras die Rogier. Op een dag werd er aan de deur van zijn kasteel geklopt. De wachters deden de poort open en zagen een man en een vrouw die vroegen om onderdak en bescherming tegen de nachtelijke kou en gevaren in het bos. Gastvrij als Rogier was stond hij hen toe in de daartoe bestemde verblijven te overnachten. Een stuk brood en wat koude kip konden ze bij de kokkin halen en het bier werd in kannen op de houten tafel gezet. Toen de gasten aten kwam ridder Rogier zelf even kijken hoe het hen verging. De man was een wat ouder iemand, onbelangrijk in zijn ogen, maar die vrouw, veel jonger, was fraai van gestalte en had een prachtig gelaat. Zij oogde als een prinses, maar wel een die gezien haar haveloze kleding aan lager wal was geraakt. Het intrigeerde hem. Hij groette de vrouw, negeerde de man en vroeg waar zij vandaan kwamen en waarheen ze onderweg waren. Met fonkelende ogen keek de vrouw hem aan en vertelde dat ze op de vlucht waren. Zij waren op weg geweest naar het Heilig Land maar onderweg door struikrovers overvallen en die hadden niet alleen hun bescheiden bezittingen doorzocht op eventuele rijkdommen, maar haar ook betast en bespot. Het was voor haar een traumatische ervaring geweest. Maar ze had zich verdedigd met haar handen en een tak uit het bos en zo die armzalige troep verjaagd. Haar vader (aha dacht Ridder Rogier….) had veel blauwe plekken opgelopen en moest eigenlijk worden verzorgd. Ridder Rogier liet daarop zijn geneesheer (niet veel meer dan de barbier die er wat handelingen ‘bij deed’) opdraven om de oudere man te verzorgen. Hij zette zich daarop tegenover de jonge vrouw en raakte al snel onder de indruk van haar verhalen maar ook haar verschijning….. (wordt vervolgd)

Fantasie

Terwijl hij uit het raam van zijn kamer keek bedacht hij zich al mijmerend dat hij die blonde vrouw die af en toe bij hem langs kwam, graag eens een lesje zou leren. Ze deed altijd zo badinerend tegen hem. Praatte met hem alsof hij dement was of zo. Hij had wel een plannetje om haar een keer aan zich te binden. Hij zou haar beetpakken, de armen omdraaien, zou haar de kleren van het lijf scheuren en haar daarna aan zich onderwerpen. Geen genade, geen gevoel voor haar ach en wee geklaag. Dan zou ze weten wie hij was. Nooit meer belerend toegesproken. Maar gewoon overgave aan lust en plezier. En hij zou dat een dik uur volhouden. Dan was ze daarna zeker verliefd op hem en kon hij met haar aan tafel om zich vol te vreten met halve kippen met friet, waarbij het vet van zijn kin op haar blote borsten zou druipen en ze hem alleen maar liefdevol zou aankijken. Natuurlijk kocht hij haar dan de nodige mooie zaken waar ze vast voor zou vallen. Gouden kettingen, diamanten, de mooiste kleding en een sportwagen. Die mocht ze dan samen met hem benutten. Kap open, hun haren wapperend in de wind. En ze zouden samen op vakantie gaan naar Nice of Zuid-Italiaanse badplaatsen waar ze zich in het mondaine leven zouden storten. Zo maar, zonder zorgen. Hij voelde de opwinding door zijn lijf stromen, hij voelde zich heerlijk en zag het allemaal voor zich. Intussen begon het buiten te regenen. De herfst…..het zat normaal al in zijn botten, nu even niet. Achter hem ging de deur open en kwam een blonde verzorgster zijn kamer in. ‘Zo meneer de Klugt, zal ik u even lekker naar de douche brengen, want u zit daar nu al veel te lang in de pyjama he?’ En ze pakte de handvaten van zijn rolstoel, draaide die stoel om en reed naar de ruime doucheruimte waar hij om haar hals hangend op de toiletpot werd gezet. Een blik in haar ruim vallende blouse kon hij niet stoppen, het ging vanzelf……En hij zuchtte diep. Het leven was mooi geweest…ooit!

Jarige JOB

Jarige JOB

Ik was een jong en zeer onstuimig ventje toen ik vrouwlief leerde kennen. Zij een jaar jonger en in mijn ogen zeer interessant omdat ze al snel deed wat ik leuk vond in alle opzichten. Zo ging ze mee op de brommer naar het winterse Schiphol om vliegtuigen te kijken, een van mijn passies indertijd. We konden ook altijd over van alles een hele boom opzetten. Kwekkerdekwek. Wandelden door de stad, kilometers lang. Het gaf een band. Veel zaken uit de individuele jeugd waren soms met dezelfde meetlat te meten. In die jaren niet zo gek, ouders toch een beetje geschuffeld na de oorlog in onze ogen. We werkten allebei bij een bankinstelling, ik een jaar langer dan zij. In die afdeling waar wij zaten waren de ‘dames’ toch een beetje spannend maar ook door de indeling van dat gebouw afgezonderd. De oude tijden maakten die scheiding der seksen nog noodzakelijk. Er werd ook streng op toegezien. Gelukkig vonden we altijd een plekje om ons even terug te trekken. Dat gaf een band. En die band werd vastgelegd. We trouwden jong. Niet omdat het moest maar omdat het mocht. Samen tegen de wereld, een nieuwe start. En zo knokten we ons omhoog vanuit een soms wat beladen verleden. Zij de vrouw met het overzicht, liefdevol, een eigen carriere. Ik de man die zocht naar erkenning via het harde werken. En ook die altijd weer een rol spelende carriere. Het moest en zou er van komen. Inmiddels hebben we heel wat stormen samen genomen. Niet altijd zonder averij, kan ook niet, maar gelukkig nog wel steeds pratend met elkaar. Over van alles en nog wat, en die wandelingen zijn er ook nog. Vandaag is ze jarig. Vrouwlief, na al die jaren. We zitten in de leeftijd der risicovollen bij dat verrekte virus. Gezondheid dus belangrijker dan wat ook. Al is geluk dan best een aardige bonus. Op Dierendag vierden we dat samenzijn, helaas op veel bescheidener wijze dan we wel eens gewend waren. Moest van de premier, dus dat doen we dan. De verjaardag zal vermoedelijk ook wat rustiger verlopen. Neemt niet weg dat we nog wat jaartjes verder willen in gezondheid en geluk. Ik wens het haar natuurlijk zeer toe. Waarmee ik dat ook voor mezelf veilig stel. Want zo zit dat na al die jaren…PROFICIAT SCHAT!