Heb ik last van vooroordelen? Ja! Zeker. Ik ben van de observaties en neem als een spons in me op wat de media me melden of juist wat ze menen schoon te moeten poetsen. Dus ik ben vrij zeker van mening dat onder de nieuwe Europeanen een deel niet wil deugen. En dat ik dat deel liever niet zal opzoeken als het even kan. Een all-in-vakantie naar Molenbeek in België lijkt me geen waar genoegen. Net zomin als een verrassingstocht door nachtelijk Slotermeer. Ik heb in wijken gewoond en gewerkt waar je al snel de ervaringen van anderen kon verzamelen als ijkpunt en daardoor gewaarschuwd werd op dusdanige wijze dat je het avontuur niet zelf moet opzoeken. Als je daar niet van houdt uiteraard. Ik ben dus voorzichtig. En als ik denk dat iemand met een buitenlands of apart uiterlijk wellicht iets in de zin heeft dat nadelig voor mij of mijn gezin kan uitpakken bewapen ik me ertegen of loop er omheen. Buiten de problemen blijven is dan de theorie. Bij de al eerder gemelde treinreis kwamen vooroordeel en die voorzichtigheid goed samen. Kennelijk is het op die treinen goede gewoonte om na het controleren van de (digitale) kaartjes reizigers te trakteren op een of andere versnapering. Tegen betaling, maar toch.
Vaak wordt dit uitventen gedaan door jonge mensen. De een kondigt zijn/haar komst aan via de omroepinstallatie waarbij je dan een opsomming krijgt van de te verkopen eet/drinkwaar. Niet in dit geval. Plotseling ging de deur van onze sectie in de wagon open en stapte een moslima binnen. Stevig van postuur, qua hoofddoek en verder uitgedost zoals je dat van deze dames verwacht, maar ook met een rugzak op de schouder en iets aan de zijkant van haar broek waar draden aan vast zaten. Mijn hart stond toch even stil. Elke vezel in mijn lijf was gespannen., Maar toen ik haar stem hoorde wist ik dat de seinen in het lijf weer op groen konden. Vlekkeloos Nederlands, respect- en humorvol verkocht ze haar koffie/thee/limonades en gevulde koeken. En ze deed dat efficiënt. Werkte de hele treinwagon in een flits af. Daarna verdween ze naar de volgende sectie. Later, op station Eindhoven zag ik haar buiten rondlopen. Ze dolde met het NS-personeel en keek op haar zakcomputer naar welke trein ze nu weer moest bedienen. En ik kreeg ineens veel sympathie voor haar en haar job en schaamde mij voor mijzelf. Een momentje slechts. Want ik blijf dat vooroordeel natuurlijk toch koesteren. Al was het maar omdat ik anders een deel van mijn meninggeverij zou verliezen….

Als meninggever van het eerste uur loop je altijd het risico tegen bepaalde zaken (of mensen) aan te lopen die je doen omdraaien van walging of zwijgen uit een soort van gedeelde schaamte. Dat heb ik altijd gehad. Ook en misschien wel meer in het irl. Soms knap(te) ik af omdat mensen me enorm tegenvielen of omdat je het in de rug te steken mes al in het donker zag glinsteren. Maar een van de ‘belangrijker zaken’ in dit verband is voor mij toch ook wel lichamelijke verzorging. Lijfgeuren en onverwachte graspollen op plekken waar ik ze niet verwacht maken dat mijn verwachtingspatroon direct wordt bijgesteld. Want iemand die zichzelf niet goed verzorgt kan toch nauwelijks in staat zijn om voor anderen aardig of professioneel op te treden zou ik denken? Ook roken waar anderen er last van kunnen hebben is mij een kwelling. Zo herinner ik me die lieve nieuwe vrouwelijke collega die in een van mijn vorige levens het bedrijf kwam versterken waar ik toen voor mocht werken. Meteen na haar aantreden werd duidelijk dat er een penetrante zweetlucht om haar heen hing en die vulde al snel de ruimte(n) waar wij allemaal samen zaten voor onze resp. jobs. Pas na een paar dagen durfden we er iets van te zeggen. Ze bleek geen deodorant te gebruiken. Daarna wel kan ik jullie verzekeren!
Ook iemand met enorme zweetvoeten kan de atmosfeer aardig bederven voor mij, letterlijk en figuurlijk. Of versleten kleding (niet dat wat je tegenwoordig zo vaak ziet met die bewuste gaten in jeans of zo), egoïstisch gedrag (wel koffie halen voor jezelf maar niet voor een ander…) pure arrogantie of wellicht nog erger gebrek aan een redelijke algemene kennis van de wereld om ons heen. Allemaal zaken die in meer of mindere mate afknappend werken. Dat doet ook een verkeerde reclamecampagne, waarbij blijkt dat de marketingmensen het leuke idee voor lieten gaan op de juiste positionering van het product of merk. Nog erger taalfouten in een zgn. bodycopy, zoals ik onlangs weer hoorde, een verkeerde meervoudsvorm. Vreselijk! Een website die het niet doet is ook zo iets. Zeker als er veel wervende public relations voor wordt bedreven. Ik maakte dat in de loop van de achter mij liggende jaren allemaal mee en dat is dan niet van harte soms.
En nog steeds een grote afknapper voor mij zijn bloggers of deelnemers aan andere sociale media die geen commentaren toestaan. Nu is het niet zo erg als het gaat over de kat van de buren of hoe snel de goudvis door het aquarium zwemt, maar als je politieke statements maakt en o.a. ‘tegenstanders’ aanvalt, moet je ook commentaren toestaan. Maar nee, dat mag niet. Vooral zij die een politieke mening uiten die niet zo past bij de mijne willen nog wel eens kiezen voor ongewenste resultaten. Je zou eens kritiek kunnen krijgen van anders denkenden. Vaak toch te vinden bij de meer zelf verklaarde ‘politiek correcten’. Doof en blind voor wat anderen vinden van zijn/haar opvattingen. Via een mail heb ik in het verleden nog wel eens keurig gevraagd waarom ze deze mogelijkheid niet toestaan, maar u raadt het vast al, tot nu toe geen antwoord gekregen! Dat is pas echt een afknapper! (foto’s internet/YB )


















