Boeing’s Stratocruiser…

Boeing’s Stratocruiser…

Had ik in de afgelopen maanden wat aandacht voor de toestellen van Douglas en de invloed die deze machines hadden op de ontwikkeling van de civiele luchtvaart, dit keer neem ik de lezer mee naar een tijd waarin Boeing op weg was naar de status van grote vliegtuigbouwer. Maar dat was in de jaren 40 en 50 nog niet zo normaal. Boeing was vooral de bouwer van zware bommenwerpers tijdens WO2.

Denk aan de B17’s die dagelijks in grote formaties vanuit Engeland naar Duitsland trokken om daar industriele complexen plat te gooien en de enorme B29’s die hetzelfde deden boven Japan. Met name dat laatste toestel was een zeer complex en geavanceerd toestel. De technieken van deze machine werden nog wat verder uitgewerkt in ontwikkelingen als de B50 bommenwerper, maar zeker ook in een transportvliegtuig dat als C-97 in dienst zou komen van de USAAF nog tijdens WO2 en in staat bleek enorm lange afstanden met een aardige last militaire vracht of soldaten af te leggen.

Een dergelijk toestel was voor de civiele luchtvaart van net na de oorlog ook wel een soort droom, al was het een dure gedachte. Met de techniek van die bommenwerper, maar met een romp die toen al een dubbeldeks-constructie kende (bovendek passagiers, beneden slaapplekken en een bar..) kwam Boeing met de Model 377 Stratocruiser. En die vond meteen emplooi bij een paar grote luchtvaartbedrijven uit de VS en ook het Brits BOAC (nu British Airways) bestelde de machines.

De toestellen konden afhankelijk van de inrichting 55-100 passagiers in grote mate van (toenmalig) comfort vervoeren en al snel deden ze dienst op routes over de grote oceanen. De vier 3500pk sterke Pratt &Whitney radiaalmotoren gaven de wat plomp uitziende machine een snelheid van 475km/u wat best langzaam was i.v.m. de toestellen van Douglas en Lockheed. Maar de Boeing kon 6.500km ver komen zonder tussenlandingen en dat comfort aan boord trok veel passagiers die normaal per schip zouden reizen. Toch werd de grote Boeing geen echt succes. In totaal zijn er van de civiele uitvoering slechts 55 gebouwd.

Een paar daarvan stortte ook nog neer, met dank aan de al uit de oorlog bekende problemen met de krachtige maar kwetsbare motoren. Toen de eerste straalverkeersvliegtuigen verschenen was het meteen over en uit met deze mastodonten uit hun tijd. De militaire varianten hielden het langer vol. Tweedehands exemplaren kwamen o.a. bij de Israelische Luchtmacht terecht waar ze nog tot in de jaren 70 actief waren. Toestellen die door de Amerikanen uiteindelijk in de woestijn werden opgeslagen, kregen soms ook een tweede leven. Ze werden o.a. omgebouwd tot zgn. Guppy en Super Guppy vliegtuigen waarmee raketonderdelen voor het Apolloprogramma werden vervoerd, en die zelfs actief waren voor Airbus Industries om vleugels voor de in Europa gebouwde passagiersvliegtuigen te transporteren. Bij de meeste Guppy’s waren dan wel de vier radiaalmotoren vervangen door betrouwbare turboprops. Een bijzonder toestel dus, met een aparte geschiedenis. Wie dezer dagen in een Boeing straalmachine stapt moet zich realiseren dat deze fabrikant in haar geschiedenis ook toestellen had zitten die niet meteen zo succesvol werden als de huidige serie 737 of 787! Maar daarom help ik de lezer graag even met ophalen van de historische kennis…. (Beelden: archief Yellowbird)

Muiderberg…

Muiderberg…

Het was mooi weer en we zochten begin vorige maand even een bestemming voor een wandeling in een omgeving die fraai is maar niet te druk. Nou dan ben je in deze badplaats aan het oude IJsselmeer goed op je plek. Van oudsher is Muiderberg een plek waar je als Amsterdammer heen kunt voor pootjebaden en zon icm zand, al is alles er van een totaal andere orde en omvang dan je wellicht kent van Zandvoort of Bloemendaal dan wel andere badplaatsen aan de kust of zelfs de Randmeren.

Muiderberg is een bestemming die al meer dan een eeuw mensen trekt met….stilte en veel ondiep water voor de kust. Ideaal voor kinderen, en indertijd goed bereikbaar omdat de vroegere Gooische Stoomtram Maatschappij er naartoe reed. Ook de NBM bussen hadden vanaf Amsterdam-Oost daardoor als erfopvolgers van die tram een speciale lijn richting Muiderberg in het rijschema zitten. Tegenwoordig is het een lommerrijke omgeving, prachtig wonen voor de mensen die het zich kunnen veroorloven, en nog een beetje afgesloten voor het drukke toeristenverkeer.

Smalle straatjes in het centrum, beperkte parkeergelegenheid, wat winkels en verder een soort mini-boulevard op de dijk van het IJsselmeer waar ik in vroeger tijden het kruiende ijs nog wel eens tegenop zag kruipen. Want in de jeugdjaren reden we hier zomer en winter nog wel eens heen voor wat vermaak. En dat deed ik later met zoonlief ook.

Vanuit Amsterdam een half uurtje rijden en voor dat kind een geweldige omgeving waar hij kon graven en spelen zonder dat je meteen angst hoefde te hebben dat hij meteen kopje onder ging. We zagen dat er nu een behoorlijke horeca-faciliteit op het strandje is neergezet met terras en kinderspeelplekken. Je kunt er allerlei vaartuigen huren en dan op dit deel van het meer spelevaren.

In de nabije verte heb je uitzicht op Almere-Poort aan de overkant van het Gooimeer en als je goed oplet zie je de kust van Noord-Holland en zelfs een stukje van Amsterdam. De scheepvaartroutes zorgen voor wat beweging en geluid op afstand. Zittend op een van de vele bankjes en later wandelend door de omgeving was het een genoeglijke dag. Met allerlei herinneringen die ineens weer terugkwamen. Muiderberg, gelegen tussen Muiden en Naarden, niet ver van de brug over het meer die naar de Flevopolder leidt, lastig bereikbaar, maar dat wil men vast zo houden hier. Want al wandelend viel ons de stilte op. Een verborgen pareltje aan het water. Dus…niet verder vertellen graag…Maar als je kunt, toch eens bezoeken….valt vast niet tegen.. (Beelden: Prive)

Afkeer van ..ismen!

Afkeer van ..ismen!

Toen we begin oktober werden geconfronteerd met opnieuw een beestachtige aanval op een democratie door moslim-terroristen met vele vele honderden doden tot gevolg wist ik het zeker. Ik heb een ingebakken afkeer van ‘ismen’. Moslim-terrorisme, anarchisme , communisme, namaaksocialisme, overtrokken kapitalisme etc. Slechts een enkel isme kan bij mij door de weerstand heen doen breken, maar dat is er dan ook een die meestal het oog streelt en het hart verwarmt. Al die andere (veelal fanatieke) groepen en sektes maken me vaak eerder zeer boos.

Wat moet ik met #iq80-types die aanvallen uitvoeren op de democratie of vrije meningsuiting? Met klimaat-extremisten of mensen die zo’n hekel hebben aan andere stammen dat ze die als het even kan in de pan hakken of verkrachten. Ik bezit sinds de moorden op #pimfortuyn en #theovangogh geen vergevingsgevoelens meer voor de dadergroepen die daar achter zitten. Ben je het ergens niet mee eens? Gewoon in discussie gaan en proberen je gelijk te behalen. Maar wie steelt, verkracht, moordt heeft niets meer te willen of te eisen. Einde oefening, afvoeren richting riool of vuilnisbak.

Tuurlijk, ik weet dat er ook onder mijn lezers mensen zullen zijn die zeggen ‘ja maar…’ en dan met argumenten komen waarom je de ene groep wel mag veroordelen en de andere niet. Iets met ethisch verheven voelen of maling hebben aan feiten die wellicht net even anders liggen dan in de eigen mening verankerd. Zo ging het ook weer na die Hamas-aanval op onschuldige Israelische burgers. Vooral in linkse kringen…’Ja maar…’.

Ook bij de gruwelijke daden van IS in het Midden Oosten waren er nog steeds lieden in ons land die meenden dat er wel verzachtende omstandigheden te vinden waren waarom je andersdenkenden mocht onthoofden of levend verbranden. ‘Ja maar’…het komt er bij mij niet meer in. Sorry. Ik ben opgevoed met de tien geboden waarin er een heel duidelijk naar voren werd gehaald, ‘Gij zult niet doden’. Dus wie dat wel doet vanuit het krankzinnige denken van een of ander zelf bedacht of tot norm verheven ‘isme’ komt wat mij betreft in de Hel. En als dat op Aarde kan, dan graag. Ik zie die zondaars graag lijden. ‘Ja maar….ze hebben ook familie en vrienden toch?’. Wat mij betreft geen argument. Wie moordt en/of martelt heeft geen rechten meer. En ontneemt die ook bij zijn wellicht onschuldige achterban. Kortom….ik sta niet achter het Zionisme voor wie dat zou kunnen denken, ik ben net zo tegen het fundamentalisme. Zeker ook aan de moslim-zijde. Als die geloven eens weg werden gehaald was er allang vrede in die gebieden waar nu alle ellende ontstond en nog bezig is. Beter is het om dat isme te belijden waar ik voor val, ook al doe ik er zelf zelden aan mee, het in vele opzichten bevrijdende nudisme. Allemaal gelijk, flink koud in de winter, maar heerlijk warm en luchtig in de zomer. Ik geef toe dat met je blote billen op een heet asfaltlaagje gaan zitten niet fijn is maar voor de ‘goede zaak’ moet het groen-extremisme (weer een) maar iets over hebben. En groot voordeel, als we allemaal bloot en gelijk zijn is het vast veel plezieriger op Aarde…. Ik wens u een ‘Isme-vrije’ toekomst toe… (Beelden: archief)

Wolseley – Brits en iconisch..

Wolseley – Brits en iconisch..

Wanneer een automerk kan bogen op een geschiedenis die al start aan het einde van de 19e eeuw hebben we te maken met een historisch merk. Ik beschreef er in mijn alfabetische serie verhalen over automerken een aantal die dat genoegen konden doen smaken. Wolseley is er ook zo een. De eerste personenauto van het merk reed in 1895 al rond. Overigens ontworpen en gebouwd door meneer Herbert Austin die later onder eigen naam nog de nodige faam zou krijgen. (zie Austin blog 271019)Wolseley zat altijd wat aan de bovenkant van de markt, zonder meteen de echt dure en chique merken concurrentie aan te doen. Maar een Wolseley was niet voor iedereen bedoeld. Geld verdienen was overigens niet hun grootste pluspunt.

Al in 1927 ging de boel failliet en nam Morris de handel over en lijfde het merk volledig in. En door de overname van Wolseley werden die auto’s van Morris betere wagens. Wolseley bleef gewoon eigen auto’s bouwen maar deelde wel vaak de techniek daarvan met Morris. Na de oorlog kwam het merk terug van weggeweest met de nodige klassiek aandoende wagens die allemaal een zekere luxe uitstraalden. In 1952 verscheen de 4/44. Een vlot aandoende auto met naar keuze een 1250cc motor van 47 pk of met een 1.5 liter die 56pk’s meebracht. De auto was prachtig luxe en chique en lederen bekleding was uiteraard onderdeel van de uitrusting.

Doordat Morris nu ook samenwerkte met Austin en MG kwam er ook een sportieve versie van op de markt onder de naam Magnette. Een zustermodel van de Morris Six was de Wolseley 6/80. Een zespitter met bovenliggende nokkenas gaf de auto met zijn 80pk’s voldoende vermogen om anno 1950 de Britse politie te interesseren er een serie van aan te schaffen. De enorme neus en grille stonden garant voor voldoende uitstraling als je er mee onderweg was. De Wolseley’s uit de jaren die volgden werden weliswaar steeds meer gemoderniseerd, ze bleven aardig conservatief al hadden ze technisch wel al de nodige modernisering ondergaan.

Kopklepmotoren waren anno 1954 bij de meeste merken nog niet ingeburgerd, Wolseley had dat wel voor elkaar. In 1956 kwamen er automaten beschikbaar wat het chique karakter nog eens extra bevestigde. Een Morris Minor in andere verpakking was de Wolseley 1500 uit 1957. Juist dat chique karakter en wat andere carrosserie van de Wolseley zorgde er ook voor dat ze in Nederland ook bekend raakten. Dat gold ook voor de latere variaties op het door Pininfarina getekende ontwerp van de Austin Cambridge dat als Wolseley 15/60 en 16/60 zorgde voor dat kopers van deze modellen zich net even meer verheven konden voelen boven de massa dan in een Austin of Morris zustermodel.

Overigens maakte dat qua roestvorming niet veel uit, want die was in deze periode aardig actief. Met de modellen uit de jaren zestig kreeg dat Wolseley-badge steeds meer een chique karakter. Zo had je anno 1965 in je 6/99 of 6/110 een zescilinder motor, bekrachtigde schijfremmen e n een overdrive. Ook een Borg-Warner-automaat was leverbaar terwijl het je verder niet ontbrak aan fraai houten dashboards of lederen bekleding.

Grappig genoeg was ook deze reeks in trek bij de Britse politie. Maar dat was ook meteen de laatste Wolseley in politie-uniform. Latere Wolseley’s waren vooral auto’s van de zustermerken met een sausje van het chique merk qua uitmonstering. Denk maar eens aan de Mini of Austin 1100, die werden uitgerust met allerlei leuks uit de schappen van het comfortmerk. De grille maakte direct het onderscheid. Gold ook bij de Wolseley 18/85 en SIX, een wagen die baseerde op de Austin/Morris 1800. Helaas zou het opwaarderen van Austin’s en Morrisjes met Wolseley kenmerken eigenlijk ook zorgen dat het ooit zo mooie merk verdween. Tuurlijk deed men nog wel eens aan badge-engineering, maar het merk ging toch ten onder. Net als zoveel andere Britse merken van mooie oude tijden en dingen die hadden kunnen gaan zoals ze niet gingen….

Vrijdag de 13e…

Vrijdag de 13e…

Het kan zijn dat je het vanochtend even hebt gemist, maar het is die bijzondere dag die eens in de zoveel tijd veel mensen parten speelt. Die blijven vandaag thuis, doen geen klussen, houden hun apparatuur of cv-ketel uit, gooien bij elke stap zout over hun linker schouder en zouden het liefst in bed blijven liggen. Vrijdag de 13e is een dramatische dag voor bijgelovigen. En zij worden veelal gevoed door verhalen van derden dat nu net op die dag grote rampen of kleinere plaatsvonden in de prive-sfeer. Waar dat vandaan komt?

Het kan zijn uit de Bijbel waarin sprake was van een dertiende gast aan tafel bij het Avondmaal van en met Christus. Die 13e gast was Judas en die zorgde er voor dat hij zijn predikende voorganger aan het kruis hielp nagelen. Ook in bijgelovige kring gaat men uit van 12 als een soort rustgevend getal, en 13 een verstoring van die orde. Dat Christus ook nog eens op (Goede)Vrijdag is ge-executeerd maakt dat bijgeloof extra beladen. In de verre oudheid waren er trouwens al wetten waarbij de 13e werd weggelaten. Of zoals we wel eens hebben leren kennen, bij de Chinezen moet je niet aankomen met een kamernummer 13 of de 13e etage van een gebouw.

Tegenbewegingen kwamen er ook. De Thirteen Club in de VS werd bijvoorbeeld zo beroemd (nooit meer dan 13 gasten aan tafel op de 13e dag van de maand in kamer 13 van een toen befaamd gebouw). Maar het ging ook wel eens gruwelijk mis. Zo liet Koning Filip IV van Frankrijk op vrijdag de 13e oktober van het jaar 1307 honderden ridders van de Orde der Tempeliers oppakken en vastzetten, martelen en executeren. Niet meteen een geluksdag voor die lui dus. Op vrijdag 13 september 1940 werd Buckingham Palace door de Luftwaffe gebombardeerd. Of een gigantische cycloon die op 13 november 1970 vele tienduizenden doden maakte in Bangladesh dan wel de ramp met de Costa Concordia op de Italiaanse kust in januari 2012. 30 doden het gevolg. Pure pech of noodlot? Hoe dan ook, er gebeurt altijd wel iets bijzonders op die vrijdagen de 13e. Ik zou dus maar een beetje voorzichtig doen, en als er niets vreemds plaatsvindt…prijs je gelukkig. En geniet van het feit dat het noodlot ons allen goed gezind was. En zo niet, ik neem aan dat je dan wat je overkwam wel met mij en de andere lezers wilt delen…toch? Happy 13th!! (Beelden: archief/internet)

Botte marketing-les…

Botte marketing-les…

Kijk, een van de lessen die ik leerde in mijn professionele carriere is dat je moet doen wat je zelf predikt. Dus als je meent dat jouw merk auto, drank, brood of pakweg je geloof het beste is wat de mensheid kon of kan voortbrengen dat je dit dan ook door eigen gedrag uitdraagt. Is bij die geloven of religies al erg lastig, maar in het geval van marketing en verkoop en zeker ook de politiek is het kennelijk buitengewoon ingewikkeld. Een volkspartij die zegt te staan voor de gewone man, de arbeidersklasse of zoiets, moet geen voorman/vrouw kiezen van het type Kaag, want dan ben je meteen ongeloofwaardig. Ben je voor het welzijn van de dieren moet je niet allerlei bbq’s organiseren, want dan val je direct door de mand. Een dikke kapitalistische voorman van de PvdA/Groenlinks is dus voor mij meteen ongeloofwaardig en ik snap dan ook niet dat er zoveel linksige types achteraan lopen. Net zo min als ik snap dat je achter de dame van de SP aanloopt met haar prachtige mantelpakjes en jurkjes. Die hoort vanuit haar achtergrond in Mao-pakken rond te lopen. Nou zo is het dus ook op andere terreinen van toepassing.

Ik snapte nooit dat wij indertijd dealers in de organisatie hadden die bij een meeting of training op kwamen dagen in een Mercedes of BMW. Je gaat naar het sportveld, de familie of de kerk met de auto die je verkoopt. Ik zelf was daarbij aardig zuiver in de leer, maar ja, dat kwam ook pas na een paar jaar natuurlijk. Al doende leert men. Dus vind ik ook dat winkels die staan voor goede kwaliteit of veel voor weinig, dan wel (voorbeeld) betaalbaar eten, in het eigen restaurant geen bestek moeten verstrekken dat absoluut niet is opgewassen tegen de te stellen taken voor dat spul. Ik heb het als voorbeeld maar even over de Hema. Een bedrijf waar men jarenlang goede kwaliteit voor betaalbare prijzen predikt te verkopen. Nou dat geldt niet voor dat bestek in hun restaurants. Al enige tijd erger ik me gek aan het feit dat je met de verstrekte messen de (verder heerlijke en dik belegde broodjes) niet kunt doorsnijden. Toch een kerntaak voor dat soort gereedschap. Dat moet toch beter kunnen zou je denken. Geldt ook voor hun stoelen. Die maken een krasgeluid van heb ik jou daar op de veelal stenen vloer van die winkel. Kwestie van een paar vilten glijertjes en hup opgelost. Maar nee hoor, in zowat elk filiaal is het een gekras en gekleppen van jewelste. Ik snap dat niet. Zal wel een oekaze vanuit het hoofdkantoor achter zitten, maar het klopt niet bij het best vriendelijke imago van deze zaken.

Ook enkele vorken van dat bestek krijg je soms zo krom in handen dat kennelijk iemand anders er voordien ook mee heeft getracht de etenswaar in bedwang te houden en daarbij Uri Geller-achtige krachten uitoefende op het dunne materiaal waaruit die vork is gemaakt. Dat moet beter kunnen Hema! Nu leidt het tot ergernis. Terwijl er met die broodjes helemaal niks mis is. Leg vijf cent op de prijs van elk aangeboden gerecht of versnapering en je kunt jezelf duurder en beter (vooral scherper) bestek veroorloven. Maakt mij in ieder geval gelukkig(er). (Beelden: prive)

Ontwerp door de jaren heen…

Ontwerp door de jaren heen…

Wie een beetje into auto’s is en ook al wat jaartjes meedraait zal meteen kunnen aangeven dat de auto door die jaren heen enorm van uiterlijk is veranderd. Tegenwoordig lijken auto’s allemaal op elkaar? Nou, dat deden ze vroeger ook hoor. Als ik tien vooroorlogse modellen naast elkaar zet zien ze er vrijwel allemaal hetzelfde uit. De detailverschillen veelal alleen terug te vinden in merk-emblemen (vaak een groot ornament boven op de radiator) en onderhuids.

Maar het gros van de auto’s van toen was hoekig van vorm, had een tweetal koplampen die uitstaken boven de voorste spatschermen en als je geluk had zat je er redelijk droog in. Tijdens en na de oorlog werden de ontwerpen voor auto’s uitbundiger. Lucht- en ruimtevaart deden hun aanwezigheid gelden. Raymond Loewy (Amerikaanse ontwerper van grote naam en faam) was een man die deze trend handen en voeten gaf bij een aantal merken.

Vleugels, ornamenten, brede grilles en lage (Step-Down) carrosserie waren in de jaren vijftig schering en inslag. Begin jaren zestig werden de vleugels vervangen en halverwege die periode werden auto’s compacter, zuiniger en ook meer betaalbaar. In Europa en elders deed de hatchback zijn intrede. Geen klassieke sedan meer met een uitstekende kofferbak maar een derde of vijfde deur die toegang gaf tot een kleine bagageruimte maar door het wegklappen van achterbank of stoelen maakte dat je alsnog bijna kon verhuizen.

In Nederland waren met name de driedeursvarianten daarvan mateloos populair, immers goedkoper dan een versie met vijf deuren…. Doordat met name de Europese merken, maar later ook de Japanners en Koreanen werkten met relatief kleine motoren, konden de ontwerpen voor hun stadsauto’s of compacte types ook anders worden vormgegeven.

Hoewel onderscheidend qua merk of landsaard, het verschil tussen hen was ook toen al lastig te maken. In de jaren tachtig zagen we de opkomst van de 4WD-terreinwagens. Van piepklein (Suzuki) tot enorm groot en log (LandRover). Maar vergis je niet, dat type bleek van groot belang voor de totale markt.

Je torende immers hoog boven de massa uit, kon eventueel de modder in en zo’n wagen was ook in staat aanhangers en trailers te trekken, desnoods tegen een helling op waar je met je gemiddelde Opeltje of Fiat geen schijn van kans had. Die trend zette door tot in de huidige tijd. Een SUV is niet veel meer of minder dan een 4WD in burgermansverpakking.

De nieuwe leaserijder droomt van de modder maar zal er nooit komen. Maar stoer oogt het wel. Zelfs in de uitvoering die tegenwoordig past bij de elektrische voertuigen die ons door een wereldvreemde overheid worden opgedrongen. Peperduur, loodzwaar, maar zodanig vormgegeven dat het net is of je er zo de modder me in kunt. Ik zou adviseren dat niet te doen.

Zet er tien naast elkaar van verschillende merken en echt, je herkent ze vrijwel niet. Net als voor de oorlog. Want de reden dat die dingen zo op elkaar lijken is vooral de gedachte dat de massa niet wil opvallen, maar vooral wil lijken op wat de buren doen. Dat is voor de huidige generatie rijders net zo als voor hen die 30, 40 of 50 jaar geleden voor een bepaalde auto kozen. Was ooit Opel de norm, later Volkswagen, nu willen die jongelui vooral een Kia of Lynk&Co. En die andere merken hebben nog wel eens het nakijken. Tot ze komen met een onderscheidende auto. Dan rent men weer naar de showroom van dat merk en bewondert het ontwerp, steevast tegenwoordig aangeduid als ‘design’…..Mijn overzicht is natuurlijk niet compleet. Er waren ook nog stationcars, MPV’s, Sportcoupe’s, Cabriolets etc. Maar het ging om het idee… (Beelden: Archief)

Tsjechisch hitwonder…

Tsjechisch hitwonder…

Bij toeval zag ik onlangs bij een tweedehands-spullenwinkel een tweetal lp’s in het schap staan van de Tsjechische zanger Karl Gott. Een man die hoewel in Pilzen geboren vooral in Duitsland grote successen behaalde. Een man ook die naar schatting 50-100 miljoen platen verkocht, waarvan zeker 23 miljoen in Duitsland. Op handen gedragen omdat hij na een wonderlijke carriere in zijn (toen nog communistische)thuisland Tsjecho-Slowakije een buitenlands succes zocht en vond in Duitstalige landen.

Hij was te zien en te horen tijdens festivals in Cannes indertijd, maar deed ook een show van zes maanden in Las Vegas. Toch vrij bijzonder voor een Tsjechische artiest. In 1968 vertegenwoordigde hij Oostenrijk tijdens het Eurovisie Songfestival maar behaalde daar slechts een bescheiden 13e plaats. Gott was in de landen om ons heen een gevierde artiest en kwam veel voorbij in allerlei shows of was soms zelf gastheer in programma’s waarin andere artiesten optraden. Volgens de overlevering was hij als zanger zo invloedrijk dat zijn muziek inspiratiebron werd voor vocalist Chet Baker in die jaren.

Intussen nam Gott 120 albums op, zoals al eerder te zien, met groot succes. Meeste albums zong hij vol met Duitse of Tsjechische liederen, maar ook de nodige andere talen waren aan hem wel besteed, wat zijn imago in veel landen goed deed. Daarnaast zong hij het titellied voor de Duitse TV-serie Maja de Bij. Dat hij 20 keer een Tsjechische muziekprijs won zegt veel over de waardering in eigen land voor deze bijzondere zanger. Helaas vond hij zijn einde in 2019 op 80-jarige leeftijd toen hij aan acute Leukemie overleed in zijn thuisstad Praag. Zijn oeuvre blijft als nagedachtenis bestaan. En omdat ik de man nog wel ken uit van die schlagerprogramma’s die de Oosterburen nog wel eens uitzonden vele jaren geleden, maakte ik er maar een blogverhaal over. In de hoop dat ik daarmee weer wat stof van die oude platen af heb geblazen. (beelden: Internet/Prive)

Onderscheidend geluid…

Onderscheidend geluid…

Wie zoals ik altijd bezig is geweest met de logistieke wereld van alles wat vliegt of rijdt krijgt vanzelf een soort extra sensor voor niet alleen beeld maar ook geluid. Ik schreef daar in het verleden al eens over. Met die sensor kan ik ook de geluiden van vliegtuigen of auto’s onderscheiden en ik weet nog goed hoe de oude NBM-bussen klonken die in de hoofdstedelijke Wibautstraat warm stonden te draaien voordat hun dienst aanving richting het Het Gooi.

Anders dan je wel eens tegenkomt bij de soms erg wonderlijk redenerende grachtengordelgeneraties die menen dat alles wat momenteel vliegt of rijdt geen enkel geluid mag maken (dit in tegenstelling tot hun eigen door en door verwende kroost..) ben ik van mening dat elk voer/vlieg/vaartuig een eigen soort geluid moet doorgeven aan de omliggende wereld.

Al was het maar omdat ik die geluiden fraai vind. Zo zijn daar de vliegende toestellen van dat land dat zichzelf zo in de nesten werkte door onder vrijwel dictatoriaal regiem een buurland binnen te vallen en daar dood en verderf te saaien; Rusland. Dat land kende ooit een geweldige en ook omvangrijke vliegtuigindustrie die naast een reeks militaire toestellen ook de nodige civiele machines de lucht in stuurde. Bedenk maar eens dat hun ooit door de Sovjet-staat bestierde maatschappij Aeroflot een dikke 11.000 toestellen in gebruik had. Gemaakt door grote namen als Antonov, Beriev, Mil, Ilyushin of Tupolev. En over dat laatste ontwerpbureau schreef ik onlangs (15-9) al een heel verhaal.

De toestellen van Tupolev waren allemaal bijzonder en maakten ook een geheel eigen geluid. Juist die toon van de straalmotoren maakte dat je meteen wist dat er een Rus onderweg was. Ik vloog er zelf wel eens een paar maal in en dat vond ik een waar genoegen. Al waren dat dan machines in Tsjechische dienst en wist ik dat die net een tikkie beter werden onderhouden. De typerende krijs van de Tu-134A was een waar genoegen voor een enthousiasteling als ik ben. De grotere Tu-154-reeks had ook haar eigen geluid.

De eerste reeks gaf een soort gil af als de startmotoren de turbofans aan de slag hielpen, latere versies kregen een meer conventioneel soort startcyclus. (https://www.youtube.com/watch?v=Uejeh7T2VM4). Bij de Britten had je de BAC111 met zijn typerende huilgeluid voor de Rolls Royce motoren wanneer die aan de slag gingen en bij de DC-8-63 van o.a. KLM was elke motor goed voor een heel specifiek bijgeluid voor de start van de krachtige straalmotoren. Toestellen als deze boden je ook in de start een geluidsniveau van 120dB wat tegenwoordig ondenkbaar is geworden. Voor de Russen maakt dit niks uit. Die kennen Timmermans niet en denken vooral aan het eigen belang en vervoer. En niemand die daar klaagt. Soms kent zo’n dictatuur zo haar eigen pluspunten….. Maar nu ben ik niet helemaal serieus uiteraard….(beelden: Archief)

DDR Middenklasser; Wartburg!

DDR Middenklasser; Wartburg!

Hoewel als het op auto’s aankomt uit de DDR met name de Trabant de meeste mensen nog wel iets zegt, was er in dat communistische deel van Duitsland nog een tweede fabrikant van belang te vinden. En die dankte haar bestaan in het oosten vooral aan de erfenis nagelaten door zowel BMW als DKW. Immers die fabrikanten bouwden tot in WO2 nog gewoon auto’s in dat ene verenigde Duitsland maar verkeerden na afloop van de oorlog ineens aan de ‘verkeerde kant’ van het IJzeren Gordijn.

De fabrieken werden deels door de Russen leeggeroofd en wat overbleef genationaliseerd en opnieuw op de benen gezet voor een langzame maar zekere nieuwe start in die totalitaire heilstaat. In het Oost-Duitse Eisenach startte men de productie van auto’s al snel weer op. Eerst als EMW, erfopvolger van BMW met wagens die voorheen ook daar vandaan waren gekomen. Later werd die fabrikant omgedoopt tot VEB Automobilwerk Eisenach. Daar zette men IFA’s in elkaar, in feite Oost-Duitse DKW’s met de bijbehorende tweetaktmotor.

Uit dat wagentype onwikkelde AWE de eerste Wartburg, aangeduid als model 311/2. Een op zichzelf sierlijke auto met een 3 cilinder tweetakt voorin en aandrijving op de voorwielen. Deze wagens waren anders dan de kleinere Trabants niet van kunststof gemaakt, maar van metaal. Naast een sedan kwam er ook een Coupe op de markt, een stationcar (Camping Limousine), een cabriolet en een afgeleid sportwagen die veel leek op een Italiaans ontwerp.

De speelse extra luxe of sportieve modellen waren de leiding in de DDR van toen veel te frivool en die werden al snel stopgezet zodat alleen de sedan en stationcar overbleven voor de volkskameraden. Deze reeks werd gebouwd tot men in de tweede helft van de jaren zestig overstapte op de Wartburg 353.

Dat was best een forse maar ook strak gelijnde auto die jaren lang toe moest met een driecilinder-tweetakt van net geen 1000cc. De wagens vooral bestemd voor de echte diehard partijkaders en overheidsambtenaren. Naast een sedan kwam er ook weer een stationcar van uit en daarnaast een pickup met diverse opbouwen boven de laadbak zodat een echte bestelauto ontstond. De Wartburg 353 bleef jaar na jaar in productie. En was altijd maar matig leverbaar voor normale kameraden.

Dat kwam ook door de relatief lage aantallen die men in de oude fabriek van Eisenach produceerde. Zelfs met inzet van andere productielijnen lukte het niet goed om die aantallen op te vijzelen. Nadat de wagens tot ver in de jaren tachtig waren gemaakt op de oude bekende wijze, nam men bij de communistische leiding van land en economie het besluit om de Wartburgs uit te rusten met nieuwe viertaktmotoren van VW. Daartoe moest de Wartburg worden aangepast en de productielijn tijdelijk stil gelegd. Uiteindelijk verscheen de auto met een wat andere neus en met een 1.3 liter VW Golf motor onder de motorkap.

Toen de eerste exemplaren net beschikbaar kwamen stortte de DDR als zelfstandige staat in (Wende) en was de auto ineens niet meer van interesse voor de ‘Ossies’ die liever een westerse tweedehands auto kochten. Wartburg overleefde die overgang niet. Maar de technologie en kennis van de arbeiders en ingenieurs ging niet verloren. Opel liet er op enig moment motoren en versnellingsbakken maken en zo bleven heel wat mensen in het nieuwe Duitsland aan de slag. De Wartburgs zijn overigens ooit ook geimporteerd in Nederland. De kwaliteit was prima, maar de uitstoot van de oude tweetaktmotoren deed ze de das om. Tegenwoordig worden heel wat opgevoerde exemplaren in het vroegere Oost-Duitsland gebruikt voor rallies of races en daarbij doen die wagens het gewoon goed. Niet zo gek als je bedenkt wie de voorouders waren van deze auto’s. Dat vertaalt zich toch. (Beelden: archief)