1876

1876

De gemiddelde mens heeft er tegenwoordig in huis of binnenzak een stuk of wat. Sommigen zelfs twee of meer, afhankelijk van hoe belangrijk je bent (of hij/zij zich voelt) en of je altijd bereikbaar moet of wilt zijn. Ik heb het over telefoons. Tegenwoordig noemen we die dingen iPhones of smartphones en in sommige huishoudens zijn er ook nog van die bekabelde exemplaren te vinden die al dan niet verbindingen in huis leggen met andere bewoners op andere etages of pakweg het thuiskantoor in de tuin. Maar precies op deze datum, 10 maart in het jaar 1876 was het Alexander Graham Bell die voor het eerst een werkende verbinding op afstand tot leven wekt met de woorden: ‘Mister Watson, hier komen, ik heb u nodig’.

Die Watson was zijn assistent en verkeerde in een andere ruimte. De van oorsprong Schotse Bell werkte jarenlang aan het idee dat het mogelijk moest zijn met gebruik van het toen nog heel moderne kabelnet van de telegraaf spraaksignalen door te sturen. Dat was deels ook hoe hij het graag naar de buitenwereld ventileerde want er waren meer uitvinders bezig met iets soortgelijks. Maar Bell was het verst in zijn onderzoek en was dus op de genoemde datum zo ver gevorderd dat hij al dan niet met wat gekopieerde onderzoeken van anderen in staat bleek zijn uitvinding in de praktijk te testen. Hij vroeg er ook meteen patent op aan, wat ook niet zonder slag of stoot verliep omdat ook anderen die hiermee bezig waren soortgelijke claims lieten vastleggen. Uiteindelijk was het Bell die aan het langste eind trok. Sindsdien is de wereld langzaam maar zeker verbonden via spraak- en beeldtelefoons. Eerst nog wat schoorvoetend en met name aansluiting op dat wondernet voor de rijken der aarde.

Veelal via centrales elders in het land verbinding vragen en maken met mensen die dan werden opgeroepen om antwoord te geven aan de beller. Voor het gewone volk kwamen er op enig moment openbare telefooncellen waar je voor een paar centen ook kon bellen. Bedrijven namen vaak als eersten telefoons in gebruik, zodat het contact met leveranciers en afnemers vlotter kon verlopen. De meeste telefoons nog via bekabeling die vaak armdik door straten heen liepen in de ontwikkelde gebieden en via allerlei wonderlijke buitenpandse kabelspanners in de wat rommeliger landen dezer aarde. Na de komst van de satellieten gingen die telefoons er ook anders uitzien. We spraken met mensen in andere werelddelen via die stukjes ruimtetechniek. En die leidden weer tot de huidige generaties mobiele telefoons en smartphones waarmee de meeste mensen nauwelijks tot niet meer bellen maar appen en mailen. Bell kon daar slechts van dromen. Net als veel uitvinders na hem. Feit is dat de telefoon ons allemaal dichter bij elkaar heeft gebracht. En dat er zelfs lijnen zijn gelegd tussen leiders van landen die normaal niet met elkaar zouden spreken maar waartussen de spanning nogal eens heel hoog kon oplopen. Bellen als het dreigt fout te gaan. En dat alles met dank aan de Schot Bell. Vandaag, precies 147 jaar geleden…. Blijft de vraag wie van jullie nu nog steeds aan de vaste lijn hangt of alleen nog maar mobiel actief is…. (Beelden: Archief/Wiki)

Duitse Diva uit Zweden…

Duitse Diva uit Zweden…

In onze CD-collectie zitten wat exemplaren met muziek uit de periode van WO2. Vaak zijn dat geweldige jazznummers of big bands van toen die muziek brachten die men ook nog wel eens ten gehore brengt in op het onderwerp ingestelde musea. Sfeer is alles als het over die periode ging, met name als we denken aan de bevrijding die door de geallieerden met veel bloed en verlies aan menslevens is bewerkstelligd. Maar aan de andere kant van het spectrum van spelers in dat wereldconflict stonden de Duitsers die ondanks hun verderfelijke doctrine en zoveel angst en verdriet zaaiende optreden ook hielden van de nostalgie van het land voor die vreselijke oorlog. Toen met name in de grote Duitse steden heel wat grote artiesten optraden en een zeker gevoel voor smaak en vermaak veelvuldig voor kwam. Een van de artiesten die in Duitsland mateloos populair werden was de Zweedse Zarah Leander. Haar bijzonder stem (een contra-alt) en de liedjes die zij zong zijn vrijwel onverbrekelijk verbonden aan het Duitsland zoals de inwoners daar het indertijd graag koesterden. Heel wat van haar werk is op de plaat gezet en klinkt nog steeds gewoon ‘lekker’. Leander was geboren in 1907, studeerde als kind zang, piano en viool.

Ze stond voor het eerst op het toneel toen ze zes jaar oud was. Later werkte ze als secretaresse en trouwde met Nils Leander en kreeg twee kinderen. Haar zang- en acteercarriere bouwde steeds verder uit in haar thuisland Zweden. Ook zong ze coverversies van o.a. het bekende nummer van Marlene Dietrich ‘Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt’. In 1931 was ze gescheiden van haar man maar behield diens familienaam. Ze reisde door Europa en de VS waar ze o.a. wat films maakte met Zweedse regisseurs. Toen ze met de Duitse filmindustrie ging samenwerken besloot ze daar ook te gaan wonen. Tot 1942 bleef ze het land van Adolf Hitler trouw en die zag haar als een prima promotie voor het Duitse regime. In boeken over ‘de vrouwen van Hitler’ wordt haar naam ook vaak genoemd. Hij was gek op haar. Dat plakte wel een vervelend label op haar roem. Na de oorlog kostte het dan ook veel moeite om in dat opzicht eerherstel te verkrijgen. Gek genoeg lukte dat goed in haar eigen thuisland Zweden. In 1974 was het echter over en uit en overleed ze na een beroerte. Ze werd 74 jaar oud. Maar ze laat wel dat oeuvre achter dat als je er naar luistert nog steeds dat bijzonder gevoel opwekt dat het in het Duitsland van voor Hitler eigenlijk prima toeven was. Wat jammer dat die doctrines die uit zijn op de totale onderwerping van andere mensen altijd zo destructief zijn. Zelfs voor de kunst- en cultuursectoren. Hoe dan ook, een bijzondere zangeres….(beelden: Wiki/Internet)

Watersnood en klimaat..

Watersnood en klimaat..

Deze maand is het precies 70 jaar geleden dat een belangrijk deel van het zuidwesten van ons land onder water liep, wat in onze Vaderlandse Geschiedenis te boek blijft staan als de Watersnoodramp. Gevolg van een aantal op een of andere wijze elkaar versterkende factoren leidde dit tot een catastrofe die tot op de dag van vandaag in die getroffen gebieden ver strekkende gevolgen heeft gehad. Onlangs deden wij op uitnodiging in het toen verdronken land rond Strijen (ZH) waar het water in dat rampjaar tientallen mensen voorgoed van de aardbodem deed verdwijnen, een rondrit om te zien hoe dat er toen in 1953 aan toeging. En dat Strijen lag helemaal niet aan zee maar kreeg het water eigenlijk binnen door de stuwing van hoogwater in de omringende waterpartijen die de dijken deed bezwijken. Maar die dijken hadden ook bewezen zwakke plekken waar men in het verleden slechts met los zand gaten had gedicht om zo geld te besparen.

Menselijk falen en zeker feilen als oorzaak nummer e e n. Daarbij hadden we in ons land net de oorlog meegemaakt en was het geld voor grootschalige aanpak van de slechte dijken volgens de toenmalige regering in die gebieden niet beschikbaar. Ondanks waarschuwingen van experts dat het wel eens gruwelijk mis kon gaan bij zware stormen. De berekeningen van de betreffende experts spraken boekdelen. Zeker als je nu ziet hoe dat toen in die rampnacht fout ging. Springtij en een ongekend heftige storm boven de Noordzee die nu net uit de verkeerde richting de wind deed blazen en zo met ongekende kracht onze kusten beukte. Van Texel tot Walcheren, overal was de schade groot en moest men menselijke verliezen nemen. Over dat bij dieren praten we liever niet, maar hele kuddes vee, paarden maar ook honden en katten spoelden weg en verdronken.

Net als zo vele mensen. Die werden totaal verrast, vluchtten soms op daken van hun huizen om dan te ontdekken dat het onderliggende pand gewoon wegspoelde. Wie dat kon redde het vege lijf, ging naar hoger gelegen gebieden, klom in kerktorens en hoopte dat het goed zou komen. Communicatie was anno 1953 buitengewoon slecht geregeld. Dus wisten de bestuurders in ons land van toen nauwelijks wat er loos was en deed het journaille in eerste instantie niet te veel met de eerste berichten rond deze enorme ramp. Zoals wij indertijd zagen in het fraaie en indrukwekkende Watersnoodmuseum van Ouwerkerk, werden we nu ook in Strijen met de neus op de keiharde feiten van toen gedrukt. Hele straten weggevaagd, boerderijen, maar zeker ook andere gebouwen. Soms zie je in herbouwde of gerepareerde huizen de waterstand van toen aangeduid met tegeltjes of een opdruk in de gevel. Je kunt het je nauwelijks voorstellen.

Want bedenk maar dat we toen van geluk mochten spreken dat West-Nederland niet nog meer overlast heeft gekend van die watersnood, het had heel wat erger kunnen zijn door onze manier van wonen en bouwen. Noodgedwongen altijd onder de waterspiegel. Bij de komst van de zee staat dan al snel ook jouw huis tot op de tweede etage in het opkomende water. Een voorspelling die ons ook nu weer wordt gedaan door de linkse lobby die ook bij de op zich erg aardige documentaires over die ramp van toen niet kon laten om bij de politieke voorkeur behorende voorspellers weer het doemdenken over de ‘klimaatveranderingen’ de revue te laten passeren. Klimaat is politiek geworden. De feiten verdraaid, de cijfers gemanipuleerd. Men mijdt het niet om over de rug van de toenmalige doden de eigen indoctrinatie te verkopen. Schadelijk gedrag. Zeker als je in plaatsjes als Strijen ziet wat die ramp van toen nu nog doet met de inwoners die dat deels meemaakten. In het lokale museum leer je veel. Over de invloed van grote stormen door de eeuwen heen op ons land. Net zoals ik dat zag in Volendam, op Urk en in Spakenburg. De verhalen zijn daar heftig, de cijfers indrukwekkend. Maar we leerden er veel van en bouwden hoge en brede dijken en gingen totaal anders om met de waterhuishouding. Waarbij de linkse kerk echt niets toevoegde. Integendeel. Bedenk dat maar als je straks nog eens nadenkt over wat die politieke stromingen ons eigenlijk te bieden hebben, behalve hun retoriek en gebrek aan historische kennis. Maar daarover later meer….(Beelden: Prive)

Tele-visie…

Tele-visie…

Als ik terugkijk in de tijd zie ik ons als gezin met beperkt budget kijken naar de eerste televisie-uitzendingen van die tijd. Stiefpa had bij een van zijn handeltjes een Philips TV-toestel als betaling ingenomen. Meer een enorme glanzend opgewreven meubel met daarin een klein TV-toestel voorzien van een vrijwel rond scherm dat een groenachtig beeld uitstraalde. De bijbehorende antenne werd op het dak van ons huurhuis geplaatst waardoor stiefpa meer op het dak dan in de huiskamer vertoefde, want iedere meeuw of duif die voorbij vloog veranderde het beeld beneden in een ruisende brij. Hoe dan ook, we waren in onze woonstraat een van de eerste gezinnen met zo’n radio waarin ook beelden werden vertoond. En dat dan ook nog met zeer beperkte uitzendtijden. Voor ons kinderen waren er de woensdagmiddagen waarin de kinderprogramma’s voorbij kwamen.

Dappere Dodo, Kantjil en zo meer. In de avond waren er stichtelijke woorden per zendgemachtigde want die moesten allemaal hun eigen zuil bedienen. Geen onvertogen woord in die tijden, en natuurlijk altijd een opgeheven vingertje en de nodige handige tips. Later kwam daar het NTS-Journaal bij, en het weerbericht dat steevast door een vrijwel onzichtbare man met een lipstick op een glimmende landkaart werd ingetekend. Door de jaren heen werden de TV’s qua meubel kleiner, qua beeld stukken beter. En werd de programmering ook veel aantrekkelijker. Toch bedenk ik me bij het terugkijken naar een geschiedenisfeit uit de jaren twintig dat wij in ons land pas relatief laat de voordelen en plezier van de televisie ontdekten. Immers, de techniek van dat fenomeen was uitgevonden door de Schot John Logie Baird in 1926. Hij deed dat op het Royal Institute of London in beperkte kring, maar toch. Het zou nog dertig jaar duren voor wij in Nederland een goed werkend TV-programma zouden uitzenden voor de massa. De Amerikanen waren ons wat dat betreft al dik tien jaar voor, maar dat is in veel situaties zo.

Na de periode van de zwart/wit-tv’s kregen we kleur, stereo, kabel en nu dan digitale tv en kunnen we kiezen uit 20 aanbieders waar je simpel en tegen betaling qua vermaak voor kunt gaan. Denk maar aan Netflix in dat kader. Omroepen verloren hun kleur, de zuilen zijn gesloopt en de boodschap weer zeer eenduidig. De norm is wat de politiek sterkste stroming uitgezonden wil zien zo lijkt het wel eens. En afwijkende meningen wil men het liefst de mond snoeren. Wat nooit veranderde is het feit dat we voor dat hele bestel van ons via de belastingen moeten betalen. En je slechts indirect invloed hebt op de inhoud. Wie zich daar aan stoort kan naar de commercielen of de al eerder genoemde streamingsdiensten. Want het vingertje bleef op het publieke net. Alleen komt het nu van een andere sekte. In kleur, stereo en ook nog gedurende vele uren uitzenden. Maar het blijft een technisch mooi fenomeen. (beelden: Archief)

Oorlogsdreiging..

Oorlogsdreiging..

Tuurlijk, als kind geboren na de Tweede Wereldoorlog werd je wel bijgebracht dat die oorlog op de ouders en grootouders maar ook iedereen die je leerde kennen van iets oudere leeftijd, wel een paar snaren had geraakt van emotie, ellende en honger. Op die manier werden we ook opgevoed. Omdat mijn leasepa in de oorlog persoonlijk het e.e.a. had meegemaakt, het juiste werd nooit duidelijk, wilde hij bijvoorbeeld niets meer met Duitsers van doen hebben.

Ook in de handel was hij daarin halsstarrig al kwam er toch wel eens een Opel, Hansa of DKW voorbij. Maar eerlijk is eerlijk, die had hij vaak al in een dag verkocht. Hoe dan ook, oorlog was een traumatische gebeurtenis. En helaas leefden we ook toen niet in een echt veilige wereld. Oost en West vochten elkaar de tent uit. De Sovjets bouwden aan de grens tussen Oost- en West-Duitsland hoge muren met prikkeldraad en bewapende grenswachten. Beide grootmachten testten op grote schaal kernwapens en ook in ons land was de dienstplicht en daarop volgende opleiding niet gericht op vredestaken.

Ieder moment kon de vijand immers komen… We zijn dat nu vrijwel vergeten of hebben er zelfs nog nooit over gehoord, maar in 1962 verkeerde de wereld opnieuw op het randje van een nieuwe Wereldoorlog. Dat kwam door een schaakspel tussen die beide grootmachten. De Amerikanen zetten raketten neer in Turkije en wilden zo de Navo versterkten aan de zuidoostflank van ons werelddeel. Dat was iets te veel van het goede voor de Sovjets en die maakten misbruik van de frustraties op Cuba waar de communisten de boel hadden overgenomen maar President Kennedy trachtte via een invasie uitgevoerd door huurlingen in de Varkensbaai de boel ten goede te corrigeren. De Sovjet-Unie gaf daarna opdracht atoomraketten te stationeren op dat eiland en zo dictator Castro te helpen aan een stukje afweer richting de vermaledijde Yanks. Nou die laatsten ontdekten die opstellingen via hun spionagevliegtuigen en reageerden direct. Ze sloten de vaarwegen rond Cuba af toen bleek dat Rusland opnieuw raketten per schip naar dat eiland transporteerden. Het Kremlin werd woest en zette de boel op scherp. Controle van haar schepen zou leiden tot ellende. Kennedy, toen de president in het Witte Huis bracht daarop de Amerikaanse strijdkrachten wereldwijd in Alarmtoestand wat inhield dat de grote B52’s bommenwerpers atoomwapens aan boord kregen en constant in de lucht bleven (bijgetankt onderweg), onderzeeboten hun raketten richtten op de Russische steden en de overige NAVO-leden ook in staat van opwinding verkeerden. De spanning was dagen lang om te snijden. Uiteindelijk bond Moskou in, maar niet nadat men als eis rond het terugtrekken van de Cubaanse raketten ook voor mekaar kreeg dat Kennedy zijn raketschild uit Turkije terughaalde. Pas daarna schaalde men in de VS ook de alarmtoestand af. Ik kan me die spanning nog goed herinneren. En de angst die ineens bij de ouders van ook mijn toenmalige straatvrienden merkbaar was die alles op TV en in de krant uitgebreid volgden. Het schaakspel en wapengekletter was best eng. Want het had ook ernstige effecten voor ons in Nederland gehad. Net als dat gedoe wat ons nu zo bezig houdt in en rond Oekraine. Wie echter denkt dat oorlog en spanning iets is van deze tijd of de geschiedenis heeft het dus mis. We hadden er al eerder mee te maken. En niet zo maar een beetje. De geschiedenis herhaalt zich gewoon. Of we dat leuk vinden of niet… (Beelden: Internet/Archief)

Vluchtelingen…

Vluchtelingen…

Te pas en te onpas wordt met name door linkse stromingen en de daarbij aangesloten of aangestuurde media de term ‘vluchteling’ benut voor propagandistisch eigen gewin. Men wil en zal immigratie hier door de strot duwen van de geboren en getogen Nederlanders, ook al zit die industrietak zo vals en gemeen in elkaar dat elk bestaand verdrag er voor met voeten wordt getreden.

Immigranten zijn veelal geen echte vluchtelingen, die laatste groep is echt met alles wat men bezit of kan vervoeren (denk aan geliefde huisdieren) onderweg naar een plek waar het veilig is. In het verleden was het begrip ‘vlucht’ veel duidelijker aan te geven, nog niet besmet met wat lieden als Kaag, Klaver of Kuiken en hun vaak extremistisch denkende aanhang er graag van maken. Met name mensen uit landen in Europa die sterk leden onder onderdrukking, oorlog of daden van terreur namen op enig moment de benen en trokken vaak door ons continent naar die plek waar men zich veilig waande. In 1956 waren dat bijvoorbeeld de arme Hongaren.

Na een jaar van strubbelingen rond het zeer onderdrukkende en verstikkende communistische juk was het dappere Hongaarse volk het zat en kwam in verzet tegen de zittende regering. Via demonstraties en uitingen van onvrede die zich vooral richtten op communistische symbolen als beknotting, vaandels en beelden, eiste men meer democratische rechten en vrijheden. Toen de liberale regering Nagy (spreek uit Notsch) zelfs plannen maakte uit het Warschau-Pact te stappen en niet-communisten op te nemen in de gelederen sloeg de vlam in de pan.

De Sovjet-Unie viel met tanks Hongarije binnen (de parallel met Oekraine is schrijnend) en trachtte de geest weer in de wodkafles te krijgen. 2500 tanks en 200.000 soldaten moesten de klus klaren. Maar de Hongaren pakten zelf direct de wapens op en vochten fel terug. In de straten van Boedapest was die oorlog het hevigst en kostte het maar liefst 12.000 Hongaren het leven. Het geweld, de felheid van het verzet, de vreselijke terreur die het gevolg was van deze opstand die door het Hongaarse volk zo pijnlijk werd verloren bracht ook een vluchtelingenstroom op gang.

Zij die dat konden pakten hun biezen en trokken naar het westen. Veelal niet communistische burgers die de druk van de Sovjet-Unie kwijt wilden. Hier in ons land werden ze zeer warm onthaald. Vluchtelingen moet je helpen. En wij verkeerden als burgerij toch al in een anti-communistische stemming dus het kwam allemaal goed uit. Veel Hongaren bleven hier en integreerden snel. Nu, in 2022, moet je echt goed zoeken om nog mensen te vinden die zich als Hongaar afscheiden van de rest van Nederland. En het zelfde gold voor de Tsjechen die in 1968 een zelfde koekje van communistisch deeg gepresenteerd kregen. Ook toen vluchtten mensen massaal naar hier en werden gastvrij opgenomen in ons land. Weinigen gingen daarna weer terug. Het communisme toch echt een brug te ver voor de vaak hoog opgeleide Tsjechen. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden te noemen van vluchtelingen die door de eeuwen heen hier een warm onthaal kenden. Gelukszoekers ging het vaak anders, en wie niet wil horen bij onze samenleving maar wel de voordelen daarvan wenst op te strijken krijgt er van langs. Wat dan bij de leden van de linkse kerk weer de verwijzing doet oproepen als zijn wij allemaal facistisch van aard of erger. Het kan verkeren zei Brederode al. Maar die had nog nooit van #linksliegt #woke of #cancel gehoord. Gelukkig maar… Want het is een ramp als nieuws zo eenzijdig en zonder hoor of wederhoor wordt gebracht. Of zonder enig historisch besef. Zie hoe de veelal linksige media vaak hijgerig berichten over landen als Polen of Hongarije. Men kwaakt maar wat. Maar ik ken het verhaal der Hongaren wel en neem er nog steeds de pet voor af en buig diep… (beelden: Archief/internet)

Kamfer

Kamfer

Niets menselijke is ons vreemd als individu, dus als we ons zelf een juk omhangen met zware geestelijke stenen en menen dat we in ons leven zonder van buiten komende aantrekkelijkheden of vleselijke lusten kunnen omdat het geloof of de daar op ingestelde sekten ons hiertoe aanzetten, valt of viel dat in de praktijk altijd erg zwaar. Een middel om die lichamelijke lusten te onderdrukken was een lichte toevoeging van kamfer aan het eten of drinken. Bij zowel mannen als vrouwen onderdrukte het een wellicht wat te sterk libido en zo kon je dan jarenlang in een klooster verblijven zonder dat je de Opperheer ontrouw werd en al dan niet de hand aan je zelf of de medebroeders of zusters sloeg. Kamfer is een wonderlijk goedje.

Het zit verwerkt in mottenballen, wordt gebruikt als desinfectiemiddel, men benut het bij het balsemen, zit in vuurwerk, het beschermt je tegen insecten, men verwerkt het in anti-jeukmiddelen en zo meer. Ook tegenwoordig is de stof in pillen, poeders en drankjes gewoon verkrijgbaar al zal dit vooral in de alternatieve winkels zijn. Het op zich best giftige spul kan bij teveel gebruik ook zorgen voor epilepsie-aanvallen, verwarring, irritaties, spierkrampen en zo meer. Tel dit nu eens op bij wat je vaak vanuit die oude geloofsverhalen naar buiten ziet komen en trek je eigen conclusies.

Veel zieners en profeten zaten wellicht aan dit spul?? Geen idee natuurlijk, maar ware het goedje ook aan pastoors, kapelaans, dominees en andere kerklieden gegeven zaten we nu wellicht niet met al die Metoo en kerkschandalen. Waarbij ik direct aanteken dat ik denk dat als je de katten niet op het spek bindt en gewoon goed te eten geeft dat hele kamferspul niet nodig zou zijn. Laat die zo gelovige lieden gewoon trouwen of tenminste van de vleselijke lust gebruik maken. Als er al een oppergod bestaat zal hij of zij zeker snappen dat wat je zelf in de schepping hebt ingebakken zeker ook bedoeld is geweest om te gebruiken. Zoals we (ook in kloosters) ook doen met andere zintuigen en kennelijke onderdelen van het menselijke lichaam. En de erfzonde van de christenen zat niet in het seksuele maar in het verbod van God om van een boom te eten. Adam en Eva, naakt op aarde gezet om van elkaar te genieten, maar die boom…daar moesten ze niet van eten. Hoe lastig kan het zijn zou je denken. Daarbij, vanuit mijn huidige blik op de wereld, een naakte Eva voor mijn stoel, bank of bed zou me niet eens aan fruit doen denken. Nee hoor, dan heb ik te druk met andere dingen. Maar ja, dat mag natuurlijk niet. Dus maar een kamferpilletje nemen dan? Of toegeven aan?? U mag het zeggen…. (beelden: internet)

Reinheid…

Reinheid…

Toen ik ooit het verhaal hoorde dat de fraaie bepoederde dames aan het Hof van Versailles hun ingewikkelde jurken en rokken met daaronder baleinen maar geen echt ondergoed, gewoon optilden als ze iets kwijt moesten uit blaas of darmen kreeg ik toch visioenen over hoe het in dat paleis moet hebben gestonken. Bij een bezoek aan dat Paleis een aantal jaren geleden zag ik wel op de trappen allerlei wonderlijke sporen, uitgebeten door…ja wat eigenlijk. Daarnaast kende men speciale stoelen op de eigen kamer waar je de darminhoud kwijt kon om daarna weer lekker te gaan slapen… De fantasie sloeg op hol. De geschiedenisboeken vertellen het verdere verhaal. Anders dan wij nu denken stonken mensen in die dagen van Louis een uur in de wind. Lekker badderen deden ze wel een keer in de fontein of zo, eens per jaar. De voeten werden nog wel door een bediende gewassen wellicht…maar verder..?. Intussen groeide en bloeide er van alles onder die op zich prachtig uitziende kleding. Men bepoederde zich, deed een pruik op de vol luizen zittende vette haren en zag er respectabel uit. Bij arbeiders was het in die tijd niet veel anders. Een toilet bestond nog niet, dus een houten emmer ergens in of achter het huis de plek om je te ontlasten. Stank en ongedierte zorgden voor een bijzondere atmosfeer, zeker bij warm weer. In sommige steden was men gewoon om die potten gewoon uit het raam leeg te mikken of desnoods in de aanwezige grachten. Het water sterk verontreinigd en wie daar van dronk wist dat zijn/haar einde snel in zicht zou zijn. Bier verving dat drinkwater dan en dat maakte na consumptie de boel niet schoner, maar de fysieke weerstand wellicht groter. Een stinkende massa mensen dus, ziekten sloegen dan ook heftig om zich heen en een wondje was al snel een heftige zweer. Pas ergens in de 19e eeuw ontdekten we dat persoonlijke hygiene wel eens van enig belang kon zijn. Zeep en tobbes warm water een keer per week luxe.

In de 20e eeuw kregen stedelingen de beschikking over badhuizen in hun eigen buurt. Voor een kwartje even douchen met heet water en alles een keer goed poedelen. Naaktheid kon weer. In de jaren zestig de echte kentering. Douches kwamen ook bij normale arbeidershuizen in zwang, aardgas maakte dat warm water geen luxe meer was, en de dagelijkse reiniging van lijf en leden een verplichting. Daarmee samenhangend toch ook een steeds langere levensduur. In ons huidige tijdsgewricht zie je weer de adviezen om ten behoeve van ‘het klimaat’ vooral minder te douchen, wassen bij sommigen weer een soort luxe die eens per week of maand zou moeten. Gas onbetaalbaar, de alternatieven niet in staat om een zekere mate van comfort te garanderen. Gaan we nu dus weer op weg naar die tijden van Louis? De wereld redden door onszelf te kort te doen en een uur in de wind te stinken. Als ik soms in winkels rondloop krijg ik wel de indruk. De geur van ongewassen oksels en meer hangt soms een meter om bepaalde mensen heen. Ingepakt, maar zelden uitgepakt laat staan gereinigd. En wie daarbij ook nog rookt maakt de stankkring nog wat groter. Ik vind het vies, vond het in Versailles al onvoorstelbaar dat iemand zo ooit wilde leven.

Maar anno 2022, bij een beetje warm weer….? Dus, hup, wassen die hap en schone kleding aan. En stop ook meteen eens met dat vreselijke gerook…. Zeker als ik in de buurt ben…. Zij die zich overigens omwille van wat ook ook maar een keer in de maand poedelen…laat maar weten. En zeker als je ook nog een ton voor de behoeften achter het huis hebt staan…… Ben benieuwd… (beelden: internet)

Trams van vroeger en nu…

Trams van vroeger en nu…

Als jong mens had ik zoveel interesse voor alles wat van doen had met het vervoer vanuit die jaren dat ik o.a. ook het tramverkeer van toen aardig bestudeerde.

Zo waren er de blauwe trams van de hoofdstedelijke GVB waarmee je voor relatief kleine prijsjes dwars door de stad kon reizen. Overstappen was een fluitje van een cent en je kon er mee tot elke uithoek van de stad komen. Slechts het noordelijke deel van de stad bereikte je uitsluitend per boot, pont en bus. Het railverkeer kwam daar niet. Daarnaast was Amsterdam voorzien van een uitgebreid regionaal tramlijnennet waarvan de blauwe NZH-trams de meest bekende exponent was. Daarmee reisde je bijvoorbeeld vanaf het Spui naar Zandvoort, al dan niet met overstap in Haarlem. Veel van die regionale tramlijnen werden in de jaren waarin ik opgroeide overigens opgevolgd door busverbindingen met een hogere graad van op tijd rijden en dito comfort.

De stedelijke verbindingen bleven gewoon door trams ingevuld. Amsterdam een van de weinige steden in ons land waar men consequent voor dat type railvervoer koos. Elders in het land vond men de bus ‘toch handiger’. In onze buurt reden veelal blauwe spitsneuzen die o.a. op Lijn 3 en 4 opereerden. Voor de wat luxere Stadionbuurt en het chique Zuid koos men voor de relatief nieuwe drieassers met hun gesloten passagiersruimten en comfortabeler inrichting. Lijn 24 en 25 de exponenten daarvan. Na 1956 startte men met de vervanging van ouder materieel via de gelede trams. In Nederland gemaakte wagens met veel meer comfort en wat zwaardere motoren.

De bestuurders nu in een soort cockpit voorin, waarbij het aloude draaiwiel voor bediening van de elektrische aandrijving in eerste instantie was vervangen door een soort sidestick die je naar voren of achteren bewoog naar gelang de behoefte van accelereren en remmen. Een verbeterde versie van die nieuwe tram was de dubbelgelede die een extra tussenstuk kreeg en twee scharnierende onderdelen die met een soort rubber blaasbalg waren afgesloten. Al snel werd dat de standaard tram van het GVB en verdwenen de ‘blauwen’ steeds vaker uit het straatbeeld. Door de jaren heen kwamen er steeds meer tramtypen in gebruik. Er werd een verbinding aangelegd met Amstelveen. Ook daarvoor zette men bij het GVB nieuwe trams in.

Een mengelmoes van typen was het gevolg. De ene tram wat succesvoller dan de andere. Begin deze eeuw kregen we de Combino’s. Prachtige in Duitsland gebouwde trams met een bijna metro-achtige inrichting en uitstraling. Oudere trams verdwenen daarop vaak naar het buitenland. O.a. naar Polen waar ze nog jaren dienst zouden doen. Van de oude blauwen bleef een klein aantal over om door liefhebbers vol liefde rijdend gehouden te worden. Intussen zijn er weer nieuwe trams bijgekomen.

Met prachtig gestroomlijnde neuzen, terwijl men op de Amstelveenlijn wederom aparte trams inzet die tegenwoordig geen last meer hebben van gelijkvloerse kruisingen. Het comfort op hoog niveau, maar helaas geldt dat ook voor de gevraagde tarieven. Het mag kennelijk wat kosten, dat O.V. Opmerkelijk is dat men nu ook de Amstelveenlijn gaat doortrekken naar Uithoorn. Terug naar de tijden van de vroegere stoomtrams die Amsterdam verbonden met omliggende gemeenten.

Efficient, duurzaam en snel. Waarmee ook de typische regionale forens kan kiezen voor een ander vervoermiddel dan de voor de hand liggende auto of fiets. Ook de nieuwe verbinding naar IJburg kreeg een tramverbinding waarbij men twee Combino’s aan elkaar koppelt, waardoor een soort stadstrein ontstaat. Het succes van de tram meteen bewezen. In de stad een groot succes. En zo hoort het ook. Net als toen. En voorbeeld voor vele steden waar men maar blijft vasthouden aan die bussen die toch net even minder efficient zijn. En o ja, Amsterdam kent intussen ook een metronet met maar liefst vier lijnen. Zowel boven- als ondergronds actief. En zo weten we uit eigen ervaring, heel erg praktisch om snel vanuit de buitenwijken of periferie naar het centrum te komen of omgekeerd……. En dat dan gezien vanuit het perspectief van een echte autoliefhebber zoals ik dat ben. Maar daarover schreef ik al vaker…. (beelden: eigen archief/collectie)

Invasie..

Invasie..

Vandaag precies 82 jaar geleden vielen de Duitsers ons land binnen. Dat deden ze niet zo maar, ze hadden strategische doelen voor ogen. Zoals de havens van Rotterdam en Amsterdam. Maar ook die van Antwerpen stond op de agenda. Onze strijdmacht stond min of meer klaar om een Duitse inval op te vangen. Maar met zeer beperkte middelen en manschappen die voor een deel maar matig getraind waren. Waar dat wel het geval was deden de Nederlanders wat ze konden om het de Duitsers moeilijk te maken.

Prachtig weer, een behoorlijk overzicht en nieuwe wapens aan de kant van de Duitse invasiemacht zorgden er voor dat de vijand al snel ver kon doorstoten in Nederland en al op de eerste dag de nodige paratroepen voor de poorten van Den Haag kon neerlaten. De luchtmacht weerde zich kranig met de niet door de vijand vernietigde kisten die men links en rechts in het land verdekt had opgesteld. Maar de sterkste wapens op dat gebied, zoals de geweldige vliegende slagkruiser als de Fokker G1, werd voor een groot deel op de grond vernield door Duitse bombardementen.

De Nederlandse bevolking was verbijsterd. Duitsland werd tot kort voor de invasie gezien als vriendschappelijk broedervolk. Maar de Nazi’s die Europa wilden onderwerpen hadden niets met dat broederlijke gevoel. Opvallend genoeg bleek dat men zich toch had vergist in de Nederlandse weerstand. Er werd fel teruggevochten door delen van onze krijgsmacht. De Mariniers, piloten, soldaten op de Grebbelinie, maar ook in de Friese kazematten bij de Afsluitdijk. De Duitse Luftwaffe alleen al verloor de nodige vliegtuigen door dat verzet van die dappere Nederlanders. En dat ging zo een dag of wat door.

Tot men in Berlijn besloot het verzet definitief te verbreken. Rotterdam werd gebombardeerd. Gewoon burgerdoelen, burgers, niks militaire doelen. Duizenden verloren het leven, huis en haard. En het Duitse opperbevel maakte duidelijk dat men niet zou schromen ook andere Nederlandse steden de zelfde behandeling te geven als er niet werd gecapituleerd. Op 15 mei was dat zover. De Nederlandse regering allang overgestoken naar Engeland, samen met het Koninklijke Huis. Vijf zware jaren zouden volgen. Wie goed op let ziet parallellen met wat nu in Oekraine gebeurt. Invasie, verzet, terreur, onderdrukking. Mensen leren maar weinig van het verleden. En dat is een heel trieste constatering. (Beelden: Archief)